Kort samengevat
Deze wet introduceert het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en regelt de basisprincipes voor de oprichting, werking en kenmerken van verschillende soorten vennootschappen, verenigingen en stichtingen. Het definieert ook wat een "inbreng" is en wie als "genoteerde vennootschap" of "organisatie van openbaar belang" wordt beschouwd.
Wat het regelt
- De oprichting en het doel van vennootschappen, verenigingen en stichtingen.
- De verschillende vormen van vennootschappen en verenigingen, met en zonder rechtspersoonlijkheid.
- De aard en verplichtingen van een "inbreng" door vennoten.
- Definities van "genoteerde vennootschap" en "organisatie van openbaar belang".
Wie het aanbelangt
- Personen die een vennootschap, vereniging of stichting willen oprichten of hierin participeren.
- Bestaande vennootschappen, verenigingen en stichtingen, inclusief genoteerde vennootschappen en organisaties van openbaar belang.
Kernpunten
- Een vennootschap heeft als doel een vermogensvoordeel uit te keren aan haar vennoten.
- Een vereniging en een stichting streven een belangeloos doel na en mogen geen vermogensvoordeel uitkeren, behalve voor het in de statuten bepaalde belangeloos doel.
- Een inbreng kan in geld, in natura (goederen) of in nijverheid (arbeid of diensten) gebeuren.
- Er zijn vennootschappen met rechtspersoonlijkheid (zoals VOF, CommV, BV, CV, NV, SE, SCE) en zonder rechtspersoonlijkheid (maatschap).
- Er zijn verenigingen met rechtspersoonlijkheid (VZW, IVZW) en zonder rechtspersoonlijkheid (feitelijke vereniging).
- Stichtingen met rechtspersoonlijkheid zijn de private stichting (PS) en de stichting van openbaar nut (SON).
🔗 Vers la source officielle
AI výklad z oficiálního znění zákona. Orientační, nenahrazuje právní radu.