← België

Wet tot invoering van het Belgisch Scheepvaartwetboek

Kort samengevat

Deze wet introduceert het Belgisch Scheepvaartwetboek, dat de regels voor de scheepvaart in België vastlegt. Het wetboek bundelt en definieert diverse internationale verdragen en regels die van toepassing zijn op de scheepvaart.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

Wettekst

Wet tot invoering van het Belgisch Scheepvaartwetboek FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij b

Art. 1.1.1.1.

Bronnen van scheepvaartrecht § 1. In dit wetboek en, behoudens uitdrukkelijke afwijking, in de op grond ervan genomen uitvoeringsbesluiten wordt verstaan onder : 1° "Aanvaringsbevoegdheidsverdrag (Burgerlijke Zaken) 1952" : het Internationaal Verdrag tot het brengen van eenheid in sommige bepalingen betreffende de bevoegdheid in burgerlijke zaken op het stuk van aanvaring, opgemaakt te Brussel op 10 mei 1952 en goedgekeurd bij de wet van 24 maart 1961;2° "Aanvaringsbevoegdheidsverdrag (Strafzaken) 1952" : het Internationaal Verdrag tot het brengen van eenheid in sommige bepalingen betreffende de bevoegdheid in strafzaken op het stuk van aanvaring en andere scheepvaartvoorvallen, opgemaakt te Brussel op 10 mei 1952 en goedgekeurd bij de wet van 24 maart 1961;3° "Aanvaringsverdrag 1910" : het Internationaal Verdrag tot vaststelling van enige éénvormige regelen inzake aanvaring, opgemaakt te Brussel op 23 september 1910 en goedgekeurd bij de wet van 14 september 1911;4° "Aanvaringsverdrag 1960" : het Verdrag tot vaststelling van enige eenvormige regelen inzake aanvaring in de binnenvaart, opgemaakt te Genève op 15 maart 1960;5° "ADN-Verdrag" : het Europees Verdrag inzake het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren, opgemaakt te Genève op 26 mei 2000 en waarmee ingestemd bij de wet van 25 februari 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/06/1998 pub. 16/09/1999 numac 1999015103 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de Zee, gedaan te Montego Bay op 10 december 1982 en de Overeenkomst inzake de tenuitvoerlegging van deel XI van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de Zee van 10 december 1982, gedaan te New York op 28 juli 1994

(2)sluiten3;6° "AFS-Verdrag" : het Internationaal Verdrag van 2001 betreffende de controle op schadelijke aangroeiwerende systemen op schepen, opgemaakt te Londen op 5 oktober 2001 en waarmee ingestemd bij de wet van 16 februari 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/05/1999 pub. 04/05/1999 numac 1999021210 bron diensten van de eerste minister Wet houdende budgettaire en diverse bepalingen type wet prom. 03/05/1999 pub. 29/05/1999 numac 1999000379 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot regeling van de bevoegdheidsverdeling ingevolge de integratie van de zeevaartpolitie, de luchtvaartpolitie en de spoorwegpolitie in de federale politie type wet prom. 03/05/1999 pub. 23/07/1999 numac 1999014147 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Wet met betrekking tot de geregelde luchtvervoerders type wet prom. 03/05/1999 pub. 30/06/1999 numac 1999014158 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Wet betreffende het vervoer van zaken over de weg sluiten0; 7° "Avarij-Grosse Regels IVR" : de aldus genoemde bepalingen vastgesteld door de Koning op grond van artikel 7.1.4, § 3; 8° "Bergingsverdrag 1989" : het Internationaal Verdrag inzake de hulpverlening, opgemaakt te Londen op 28 april 1989 en waarmee ingestemd bij de wet van 13 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/04/1969 pub. 11/06/1998 numac 1998000217 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden . - Duitse vertaling sluiten1;9° "BUNKER-Verdrag" : het Internationaal Verdrag van 2001 inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door bunkerolie, opgemaakt te Londen op 23 maart 2001 en waarmee ingestemd bij de wet van 12 juli 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/05/1999 pub. 04/05/1999 numac 1999021210 bron diensten van de eerste minister Wet houdende budgettaire en diverse bepalingen type wet prom. 03/05/1999 pub. 29/05/1999 numac 1999000379 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot regeling van de bevoegdheidsverdeling ingevolge de integratie van de zeevaartpolitie, de luchtvaartpolitie en de spoorwegpolitie in de federale politie type wet prom. 03/05/1999 pub. 23/07/1999 numac 1999014147 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Wet met betrekking tot de geregelde luchtvervoerders type wet prom. 03/05/1999 pub. 30/06/1999 numac 1999014158 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Wet betreffende het vervoer van zaken over de weg sluiten1;10° "BWM-Verdrag" : het Internationaal Verdrag voor de controle en het beheer van ballastwater en sedimenten van schepen, opgemaakt te Londen op 13 februari 2004 en waarmee ingestemd bij de wet van 14 april 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/06/1998 pub. 16/09/1999 numac 1999015103 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de Zee, gedaan te Montego Bay op 10 december 1982 en de Overeenkomst inzake de tenuitvoerlegging van deel XI van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de Zee van 10 december 1982, gedaan te New York op 28 juli 1994
(2)sluiten2;11° "CDNI-Verdrag" : het Verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart, met de Bijlagen 1 en 2, en met de Aanhangsels, I, II, III, IV en V, opgemaakt te Straatsburg op 9 september 1996 en waarmee ingestemd bij de wet van 19 juni 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/1998 pub. 16/03/1999 numac 1998015183 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Protocol van 1992 tot wijziging van het Internationaal Verdrag inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, van 1969, en de Bijlage, gedaan te Londen op 27 november 1992 type wet prom. 10/08/1998 pub. 14/11/1998 numac 1998009790 bron ministerie van justitie Wet houdende omzetting in Belgisch gerechtelijk recht van de Europese richtlijn van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken type wet prom. 10/08/1998 pub. 15/10/1998 numac 1998003503 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 327bis van het Gerechtelijk Wetboek en de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld type wet prom. 10/08/1998 pub. 15/10/1998 numac 1998003502 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs sluiten8;12° "CLC-Verdrag 1992" : het Internationaal Verdrag inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor olieverontreinigingsschade, en de Bijlage, opgemaakt te Brussel op 29 november 1969, goedgekeurd bij de wet van 20 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/04/1999 pub. 10/07/1999 numac 1999015146 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet betreffende de exclusieve economische zone van België in de Noordzee sluiten7 en gewijzigd door het Protocol van Londen van 27 november 1992, waarmee ingestemd bij de wet van wet van 10 augustus 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/1998 pub. 16/03/1999 numac 1998015183 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Protocol van 1992 tot wijziging van het Internationaal Verdrag inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, van 1969, en de Bijlage, gedaan te Londen op 27 november 1992 type wet prom. 10/08/1998 pub. 14/11/1998 numac 1998009790 bron ministerie van justitie Wet houdende omzetting in Belgisch gerechtelijk recht van de Europese richtlijn van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken type wet prom. 10/08/1998 pub. 15/10/1998 numac 1998003503 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 327bis van het Gerechtelijk Wetboek en de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld type wet prom. 10/08/1998 pub. 15/10/1998 numac 1998003502 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs sluiten;13° "CLNI-Verdrag 2012" : het Verdrag van Straatsburg van 2012 inzake de beperking van aansprakelijkheid in de binnenvaart (CLNI 2012), opgemaakt te Straatsburg op 27 september 2012;14° "CMNI-Verdrag " : het Verdrag van Boedapest inzake de overeenkomst voor het vervoer van goederen over de binnenwateren (CMNI), opgemaakt te Boedapest op 22 juni 2001 en waarmee ingestemd bij de wet van 29 juni 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/1998 pub. 16/03/1999 numac 1998015183 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Protocol van 1992 tot wijziging van het Internationaal Verdrag inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, van 1969, en de Bijlage, gedaan te Londen op 27 november 1992 type wet prom. 10/08/1998 pub. 14/11/1998 numac 1998009790 bron ministerie van justitie Wet houdende omzetting in Belgisch gerechtelijk recht van de Europese richtlijn van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken type wet prom. 10/08/1998 pub. 15/10/1998 numac 1998003503 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 327bis van het Gerechtelijk Wetboek en de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld type wet prom. 10/08/1998 pub. 15/10/1998 numac 1998003502 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs sluiten7;15° "COLREG-Verdrag" : het Verdrag inzake de internationale bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, 1972, bijgevoegd Reglement, en zijn Bijlagen, opgemaakt te Londen op 20 oktober 1972 en goedgekeurd bij de wet van 24 november 1975;16° "CSC-Verdrag" : de Internationale Overeenkomst voor veilige containers en de Bijlagen, opgemaakt te Genève op 2 december 1972 en goedgekeurd bij de wet van 20 augustus 1981;17° "EMSA-Verordening" : de Verordening (EG) Nr.1406/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 tot oprichting van een Europees Agentschap voor maritieme veiligheid; 18° "FUND-Verdrag 1992" : het Internationaal Verdrag van Brussel van 1971 tot oprichting van een Internationaal Fonds voor vergoeding van olieverontreinigingsschade, zoals gewijzigd door het Protocol van Londen van 1992, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en waarmee ingestemd bij de wet van 10 augustus 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/1998 pub. 16/03/1999 numac 1998015183 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Protocol van 1992 tot wijziging van het Internationaal Verdrag inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, van 1969, en de Bijlage, gedaan te Londen op 27 november 1992 type wet prom. 10/08/1998 pub. 14/11/1998 numac 1998009790 bron ministerie van justitie Wet houdende omzetting in Belgisch gerechtelijk recht van de Europese richtlijn van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken type wet prom. 10/08/1998 pub. 15/10/1998 numac 1998003503 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 327bis van het Gerechtelijk Wetboek en de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld type wet prom. 10/08/1998 pub. 15/10/1998 numac 1998003502 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs sluiten;19° "FUND-Protocol 2003" : het Protocol van Londen van 2003 bij het FUND-Verdrag 1992, opgemaakt te Londen op 16 mei 2003 en waarmee ingestemd bij de wet van 6 oktober 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/04/1969 pub. 11/06/1998 numac 1998000217 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden . - Duitse vertaling sluiten6;20° "HNS-Verdrag 2010" : het Internationaal Verdrag van 1996 inzake aansprakelijkheid en vergoeding voor schade in samenhang met het vervoer over zee van gevaarlijke en schadelijke stoffen, met Bijlagen, opgemaakt te Londen op 3 mei 1996 en gewijzigd door het Protocol van Londen van 2010, opgemaakt te Londen op 30 april 2010; 21° "IMO-Code voor onderzoek naar ongevallen en incidenten op zee" : de Code voor onderzoek naar ongevallen en incidenten op zee, goedgekeurd door de IMO bij Resolutie A.849
(20)van 27 november 1997; 22° "IMO-Code voor internationale standaarden en aanbevolen praktijken voor een veiligheidsonderzoek naar ongevallen en incidenten op zee" : de Code van internationale standaarden en aanbevolen praktijken voor een veiligheidsonderzoek naar ongevallen en incidenten op zee, goedgekeurd door de IMO bij Resolutie MSC.255
(84)van 16 mei 2008; 23° "IMO-Richtsnoeren betreffende de billijke behandeling van zeelieden bij ongevallen op zee" : de Richtsnoeren betreffende de billijke behandeling van zeelieden bij ongevallen op zee, goedgekeurd door de IMO bij Resolutie LEG.3
(91)van 27 april 2006; 24° "IMO-Verdrag" : het Verdrag nopens de oprichting van een Internationale Maritieme Consultatieve Organisatie, en de Bijlagen, opgemaakt te Genève op 6 maart 1948 en goedgekeurd bij de wet van 26 juni 1951;25° "INTERVENTION-Verdrag" : het Internationaal Verdrag inzake optreden in volle zee bij ongevallen die verontreiniging door olie kunnen veroorzaken, opgemaakt te Brussel op 29 november 1969 en goedgekeurd bij de wet van 29 juli 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten9;26° "INTERVENTION-Protocol" : het Protocol inzake betreffende de maatregelen in volle zee in geval van verontreiniging door stoffen andere dan oliën, opgemaakt te Londen op 2 november 1973 en goedgekeurd bij de wet van 6 augustus 1982; 27° "ISM-Code" : de Internationale Beheerscode voor de veilige exploitatie van schepen en ter voorkoming van verontreiniging (ISM-Code), bedoeld in hoofdstuk IX van de Bijlage bij het SOLAS-Verdrag en goedgekeurd door de IMO bij Resolutie A.741
(18)van 4 november 1993; 28° "ISPS-Code" : de Internationale Code voor de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten bedoeld in hoofdstuk XI-2 van de Bijlage bij het SOLAS-Verdrag;29° "ISPS-Richtlijn" : Richtlijn 2005/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 betreffende het verhogen van de veiligheid van havens;30° "ISPS-Verordening" : de Verordening (EG) Nr.725/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de verbetering van de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten; 31° "LC-Verdrag" : het Verdrag ter voorkoming van verontreiniging van de zeeën ten gevolge van het storten van afvalstoffen, opgemaakt te Londen op 13 november 1972 en goedgekeurd bij de wet van 20 december 1984;32° "LC-Protocol" : het Protocol van 1996 bij het LC-Verdrag, opgemaakt te Londen op 7 november 1996 en goedgekeurd bij de wet van 21 juni 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/04/1969 pub. 11/06/1998 numac 1998000217 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden . - Duitse vertaling sluiten3;33° "LL-Verdrag" : het Internationaal Verdrag van 1966 betreffende de uitwatering van schepen, opgemaakt te Londen op 5 april 1966 en goedgekeurd bij de wet van 27 december 1968;34° "LL-Protocol 1988" : het Protocol van 1988 aangaande het LL-Verdrag, opgemaakt te Londen op 11 november 1988 en goedgekeurd bij de wet van 15 februari 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/1998 pub. 16/03/1999 numac 1998015183 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Protocol van 1992 tot wijziging van het Internationaal Verdrag inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, van 1969, en de Bijlage, gedaan te Londen op 27 november 1992 type wet prom. 10/08/1998 pub. 14/11/1998 numac 1998009790 bron ministerie van justitie Wet houdende omzetting in Belgisch gerechtelijk recht van de Europese richtlijn van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken type wet prom. 10/08/1998 pub. 15/10/1998 numac 1998003503 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 327bis van het Gerechtelijk Wetboek en de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld type wet prom. 10/08/1998 pub. 15/10/1998 numac 1998003502 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs sluiten5;35° "LLMC-Verdrag" : het Verdrag van Londen van 19 november 1976 betreffende de beperking van de aansprakelijkheid inzake zeevorderingen, opgemaakt te Londen op 19 november 1976, goedgekeurd bij de wet van 11 april 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/05/1999 pub. 04/05/1999 numac 1999021210 bron diensten van de eerste minister Wet houdende budgettaire en diverse bepalingen type wet prom. 03/05/1999 pub. 29/05/1999 numac 1999000379 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot regeling van de bevoegdheidsverdeling ingevolge de integratie van de zeevaartpolitie, de luchtvaartpolitie en de spoorwegpolitie in de federale politie type wet prom. 03/05/1999 pub. 23/07/1999 numac 1999014147 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Wet met betrekking tot de geregelde luchtvervoerders type wet prom. 03/05/1999 pub. 30/06/1999 numac 1999014158 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Wet betreffende het vervoer van zaken over de weg sluiten6 en gewijzigd door het Protocol van Londen van 2 mei 1996 tot wijziging van het Verdrag van 1976 inzake beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen, waarmee ingestemd bij de wet van 10 september 2009;36° "MARPOL-Verdrag" : het Internationaal Verdrag van 1973 ter voorkoming van verontreiniging door schepen, opgemaakt te Londen op 2 november 1973 en goedgekeurd bij de wet van 17 januari 1984;37° "MARPOL-Protocol 1978" : het Protocol van 1978 bij het MARPOL-Verdrag, opgemaakt te Londen op 17 februari 1978 en goedgekeurd bij de wet van 17 januari 1984;38° "MARPOL-Protocol 1997" : het Protocol van 1997 bij het MARPOL-Verdrag zoals gewijzigd door het MARPOL-Protocol 1978, opgemaakt te Londen op 26 september 1997 en goedgekeurd bij de wet van 15 juni 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/04/1969 pub. 11/06/1998 numac 1998000217 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden . - Duitse vertaling sluiten5; 39° "MAS-Richtsnoeren" : de Richtsnoeren betreffende maritieme hulpdiensten, goedgekeurd door de IMO bij Resolutie A.950
(23)van 26 februari 2004; 40° "MLC-Verdrag" : het Verdrag betreffende maritieme arbeid 2006, aangenomen te Genève op 23 februari 2006 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar 94ste zitting en waarmee ingestemd bij de wet van 17 augustus 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/06/1998 pub. 16/09/1999 numac 1999015103 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de Zee, gedaan te Montego Bay op 10 december 1982 en de Overeenkomst inzake de tenuitvoerlegging van deel XI van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de Zee van 10 december 1982, gedaan te New York op 28 juli 1994
(2)sluiten1;41° "NUCLEAR-Overeenkomst" : de Overeenkomst inzake de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van het zeevervoer van nucleaire stoffen, opgemaakt te Brussel op 17 december 1971 en goedgekeurd bij de wet van 11 april 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/05/1999 pub. 04/05/1999 numac 1999021210 bron diensten van de eerste minister Wet houdende budgettaire en diverse bepalingen type wet prom. 03/05/1999 pub. 29/05/1999 numac 1999000379 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot regeling van de bevoegdheidsverdeling ingevolge de integratie van de zeevaartpolitie, de luchtvaartpolitie en de spoorwegpolitie in de federale politie type wet prom. 03/05/1999 pub. 23/07/1999 numac 1999014147 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Wet met betrekking tot de geregelde luchtvervoerders type wet prom. 03/05/1999 pub. 30/06/1999 numac 1999014158 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Wet betreffende het vervoer van zaken over de weg sluiten6;42° "PAL-Verdrag" : het Verdrag van Athene van 2002 betreffende het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, opgemaakt te Londen op 1 november 2002 en waarmee ingestemd bij de wet van 26 november 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/06/1998 pub. 16/09/1999 numac 1999015103 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de Zee, gedaan te Montego Bay op 10 december 1982 en de Overeenkomst inzake de tenuitvoerlegging van deel XI van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de Zee van 10 december 1982, gedaan te New York op 28 juli 1994
(2)sluiten6;43° "PAL-Protocol" : het Protocol van 2002 bij het PAL-Verdrag, opgemaakt te Londen op 1 november 2002 en waarmee ingestemd bij de wet van 26 november 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/06/1998 pub. 16/09/1999 numac 1999015103 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de Zee, gedaan te Montego Bay op 10 december 1982 en de Overeenkomst inzake de tenuitvoerlegging van deel XI van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de Zee van 10 december 1982, gedaan te New York op 28 juli 1994
(2)sluiten6;44° "PAL-Richtsnoeren" : de Richtsnoeren van de IMO voor de uitvoering van het PAL-Verdrag, gevoegd bij IMO-Omzendbrief nr.2758 van 20 november 2006; 45° "PAL-Verordening" : de Verordening (EG) Nr.392/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de aansprakelijkheid van vervoerders van passagiers over zee bij ongevallen; 46° "Passagiersrechtenverordening" : de Verordening (EU) Nr.1177/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 betreffende de rechten van passagiers die over zee of binnenwateren reizen en houdende wijziging van verordening (EG) Nr. 2006/2004; 47° "PoR-Richtsnoeren" : de Richtsnoeren betreffende toevluchtsoorden voor hulpbehoevende schepen, goedgekeurd door de IMO bij Resolutie A.949
(23)van 5 maart 2004; 48° "Regels van Den Haag en Visby" : het Internationaal Verdrag tot het vaststellen van enige eenvormige regelen inzake cognossementen en het Protocol van ondertekening, opgemaakt te Brussel op 25 augustus 1924 en goedgekeurd bij de wet van 20 november 1928, en gewijzigd door het Protocol opgemaakt te Brussel op 23 februari 1968 en goedgekeurd bij de wet van 28 augustus 1978, en door het Protocol ondertekend te Brussel op 21 december 1979 en goedgekeurd bij de wet van 17 augustus 1983; 49° "Regels van York en Antwerpen" : de aldus genoemde bepalingen vastgesteld door de Koning op grond van artikel 7.1.4, § 3; 50° "Samenwerkingsakkoord Kustwacht" : het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat en het Vlaamse Gewest van 8 juli 2005 betreffende de oprichting van en de samenwerking in een structuur Kustwacht en waarmee ingestemd bij de wet van 4 april 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/04/1969 pub. 11/06/1998 numac 1998000217 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden . - Duitse vertaling sluiten7;51° "SAR-Verdrag" : het Internationaal Verdrag inzake opsporing en redding op zee en de Bijlage, opgemaakt te Hamburg op 27 april 1979 en goedgekeurd bij de wet van 20 december 1984;52° "Scheepsbeslagverdrag 1952" : het Internationaal Verdrag tot het brengen van eenheid in sommige bepalingen inzake conservatoir beslag op zeeschepen, opgemaakt te Brussel op 10 mei 1952 en goedgekeurd bij de wet van 24 maart 1961;53° "SFV-Verdrag" : het Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen en de Bijlage, opgemaakt te Torremolinos op 2 april 1977 en goedgekeurd bij de wet van 16 augustus 1982 en gewijzigd door het Protocol opgemaakt te Torremolinos op 2 april 1993 en de Overeenkomst opgemaakt te Kaapstad op 11 oktober 2012 en waarmee ingestemd bij de wet van 21 december 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten7;54° "SOLAS-Verdrag" : het Internationaal Verdrag van 1974 voor de beveiliging van mensenlevens op zee, opgemaakt te Londen op 1 november 1974 en goedgekeurd bij de wet van 10 augustus 1979;55° "SOLAS-Protocol 1978" : het Protocol van 1978 bij het SOLAS-Verdrag, opgemaakt te Londen op 17 februari 1978 en goedgekeurd bij de wet van 10 augustus 1979;56° "SOLAS-Protocol 1988" : het Protocol van 1988 bij het SOLAS-Verdrag zoals gewijzigd door het SOLAS-Protocol 1978, opgemaakt te Londen op 11 november 1988 en goedgekeurd bij de wet van 15 februari 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/1998 pub. 16/03/1999 numac 1998015183 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Protocol van 1992 tot wijziging van het Internationaal Verdrag inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, van 1969, en de Bijlage, gedaan te Londen op 27 november 1992 type wet prom. 10/08/1998 pub. 14/11/1998 numac 1998009790 bron ministerie van justitie Wet houdende omzetting in Belgisch gerechtelijk recht van de Europese richtlijn van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken type wet prom. 10/08/1998 pub. 15/10/1998 numac 1998003503 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 327bis van het Gerechtelijk Wetboek en de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld type wet prom. 10/08/1998 pub. 15/10/1998 numac 1998003502 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs sluiten5;57° "SRC-Verdrag" : het Internationaal Verdrag van Hongkong voor het veilig en milieuvriendelijk recyclen van schepen, opgemaakt te Hongkong op 15 mei 2009 en waarmee ingestemd bij de wet van 2 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten5;58° "SRC-Verordening" : de Verordening (EU) nr.1257/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013 inzake scheepsrecycling, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1013/2006 en van Richtlijn 2009/16/EG; 59° "Staatsschepenverdrag 1926" : het Internationaal Verdrag tot het vaststellen van enige eenvormige regelen betreffende de immuniteiten van Staatsschepen, opgemaakt te Brussel op 10 april 1926 en goedgekeurd bij de wet van 20 november 1928;60° "Staatsschepenprotocol 1934" : het Additioneel Protocol bij het Staatsschepenverdrag 1926, opgemaakt te Brussel op 24 mei 1934;61° "STCW-Verdrag" : het Internationaal Verdrag betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, brevettering en wachtdienst, opgemaakt te Londen op 7 juli 1978 en goedgekeurd bij de wet van 16 augustus 1982;62° "STCW-F-Verdrag" : het Internationaal Verdrag van 1995 betreffende de normen inzake opleiding, diplomering en wachtdienst van personeel van vissersvaartuigen, opgemaakt te Londen op 7 juli 1995 en waarmee ingestemd bij de wet van 21 december 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten7;63° "TMC-Verdrag" : het Internationaal Verdrag van 1969 betreffende de meting van schepen, en de Bijlagen, opgemaakt te Londen op 23 juni 1969 en goedgekeurd bij de wet van 7 april 1975;64° "VN-Zeerechtverdrag" : het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, opgemaakt te Montego Bay op 10 december 1982 en waarmee ingestemd bij de wet van 18 juni 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/06/1998 pub. 16/09/1999 numac 1999015103 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de Zee, gedaan te Montego Bay op 10 december 1982 en de Overeenkomst inzake de tenuitvoerlegging van deel XI van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de Zee van 10 december 1982, gedaan te New York op 28 juli 1994
(2)sluiten;65° "WRC-Verdrag" : het Internationaal Verdrag van Nairobi inzake de verwijdering van wrakken, opgemaakt te Nairobi op 18 mei 2007 en waarmee ingestemd bij de wet van 8 januari 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten6. De verwijzingen in dit wetboek naar de in het eerste lid bedoelde internationale akten hebben mede betrekking op de latere wijzigingen ervan die voor België bindend zijn en in werking zijn getreden. § 2. In dit wetboek wordt verstaan onder : 1° "gebruik" : een regel die in de betrokken bedrijfstak of op de betrokken plaats algemene of nagenoeg algemene toepassing heeft gevonden;2° "algemene scheepvaartrechtelijke beginselen" : op internationaal gebied weerspiegelde beginselen die ten grondslag liggen aan de scheepvaartrechtelijke ordening. Art. 1.1.1.2. Overheden In dit wetboek wordt verstaan onder : 1° "IMO" : de Internationale Maritieme Organisatie, opgericht krachtens het IMO-Verdrag;2° "de bevoegde overheid" : het onderdeel van de federale overheid dat bevoegd is voor de door of krachtens dit wetboek geregelde aangelegenheden en dat daartoe door de Koning wordt aangeduid;3° "het Belgisch Scheepsregister" : de centrale dienst van het directoraat-generaal Scheepvaart van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer die in het bijzonder belast is met de registratie van zeeschepen en de teboekstelling van binnenschepen en met de openbaarmaking van rechten op schepen;4° "de Scheepvaartcontrole" : het onderdeel van de federale overheid dat in het bijzonder belast is met de in dit wetboek vastgestelde uitvoerings- en handhavingsopdrachten en dat daartoe door de Koning wordt aangeduid;5° "de scheepvaartcontroleurs" : de personeelsleden van de Scheepvaartcontrole;6° "de Scheepvaartpolitie" : de met de politie te water belaste overheid van de federale politie;7° MIK : het Maritiem Informatiekruispunt bedoeld in artikel 3, 7°, van het Samenwerkingsakkoord Kustwacht. Art. 1.1.1.3. Schepen § 1. In dit wetboek wordt verstaan onder : 1° "schip" : elk tuig, met of zonder eigen beweegkracht, met of zonder waterverplaatsing, dat drijft of heeft gedreven en dat wordt gebruikt of geschikt is om te worden gebruikt als middel van verkeer te water, met inbegrip van luchtkussenvaartuigen doch met uitsluiting van vaste tuigen, watervliegtuigen en amfibievoertuigen;2° "verkeer te water" : elke, zelfs stationaire vorm van deelname aan het verkeer in, onder of over openbare wateren;3° "luchtkussenvaartuigen" : elk schip dat wordt gebruikt of geschikt is om te worden gebruikt als middel van verkeer te water met behulp van een luchtkussen dat in stand wordt gehouden tussen het toestel en het oppervlak van het water of de aarde;4° "vast tuig" : elk tuig dat zijn geschiktheid als middel van verkeer te water heeft verloren doordat het blijvend met het land of de bodem is verbonden;5° "watervliegtuig" : elk tuig dat in de dampkring kan worden gehouden ten gevolge van krachten die de lucht erop uitoefent en slechts gebruikt wordt of geschikt is om te worden gebruikt als middel van verkeer te water in verband met het opstijgen, landen, taxiën of stationeren, met uitzondering van luchtkussenvaartuigen;6° "amfibievoertuig" : elk tuig dat gebruikt wordt of geschikt is om te worden gebruikt als middel van verkeer te water en ook deelneemt of geschikt is om deel te nemen aan het wegverkeer;7° "zeeschip" : elk schip dat beschikt of dient te beschikken over een certificaat van registratie, een veiligheidscertificaat of enige andere officiële akte waaruit blijkt dat het schip geschikt is om te worden gebruikt op de zeewateren, alsook elk schip dat blijkens zijn constructie bestemd is om op de zeewateren te worden gebruikt, met uitzondering van binnenschepen;de inschrijving van het schip in een register van zeeschepen geldt als een vermoeden dat het schip een zeeschip is; 8° "zeewateren", voor de toepassing van het bepaalde onder 7° : alle wateren aan de zeezijde van de basislijn van waar de breedte van de territoriale zee wordt gemeten;9° "binnenschip" : een schip dat uitsluitend of overwegend bestemd is voor de vaart op de binnenwateren, met inbegrip van een estuair schip; de teboekstelling van het schip in een register van binnenschepen geldt als vermoeden dat het schip een binnenschip is; 10° "estuair schip" : een binnenschip dat overeenkomstig een Belgische reglementering beschikt over een certificaat waaruit blijkt dat het voldoet aan de specifieke veiligheidseisen om te varen op de binnenwateren en daarenboven gerechtigd is om te varen in een beperkt vaargebied tussen de Zeeschelde en de havens van de Belgische kust, of tussen deze laatste havens;11° "pleziervaartuig" : elk schip dat, al dan niet voor bedrijfs- of beroepsmatige doeleinden, aan pleziervaart doet of ervoor bestemd is, met uitsluiting van de schepen gebruikt voor het vervoer van meer dan twaalf passagiers;12° "scheepsbestanddeel" : al hetgeen onderdeel van een schip uitmaakt, in het bijzonder :
  1. a)de romp, de opbouw, de masten, het roer en de overige stuurinrichting;
  2. b)de bijzaken die zodanig met een schip worden verbonden dat zij daarvan niet kunnen worden afgescheiden zonder dat aan hen of aan het schip beschadiging van betekenis wordt toegebracht;
  3. c)de blijvend ingebouwde voortbewegingswerktuigen, ladingbehandelingstuigen en -inrichtingen en andere werktuigen;13° "scheepstoebehoren" : de zich aan boord bevindende, voor het normale gebruik van het schip nodige of nuttige verbruiksgoederen, alsook de zaken, met uitsluiting van scheepsbestanddelen, die aan boord zijn gebracht om het schip duurzaam te dienen, in het bijzonder wanneer :
  4. a)hun aanwezigheid aan boord is opgelegd door of krachtens de wet;of
  5. b)zij door hun vorm als zodanig zijn te herkennen;of
  6. c)zij nodig of nuttig zijn voor het normale gebruik van het schip;14° "aan boord" : op of in het schip of zijn vaste of niet vaste middelen tot verbinding met de wal;15° "Belgisch schip" en "Belgisch zeeschip" : een schip respectievelijk zeeschip dat gerechtigd is de Belgische vlag te voeren;16° "vreemd schip" en "vreemd zeeschip" : een schip respectievelijk zeeschip dat gerechtigd is een andere dan de Belgische vlag te voeren;17° "Belgisch overheidsschip" : een schip waarvan de scheepseigenaar, de reder of de scheepsgebruiker een Belgische publiekrechtelijke rechtspersoon is;18° "Belgisch gezagsschip" : een schip dat door een Belgische publiekrechtelijke rechtspersoon uitsluitend wordt gebruikt voor staatshoofdelijke, militaire, justitiële of politionele activiteiten, brandweer, beveiliging, de redding van mensenlevens of de voorkoming of de bestrijding van milieuverontreiniging;19° "vreemd overheidsschip" : een schip dat toebehoort aan of wordt geëxploiteerd of bevracht door een vreemde Staat;20° "vreemd gezagsschip" : een oorlogsschip, staatsjacht, toezichtschip, hospitaalschip, hulpschip, bevoorradingsschip en elk ander schip dat eigendom is van of geëxploiteerd of bevracht wordt door een vreemde Staat en dat ten tijde van het ontstaan van de schuldvordering of het beslag uitsluitend wordt gebruikt voor een regeringsdienst zonder handelsdoeleinden;21° "scheepszekerheidsrechten" : de in hoofdstuk 5 van titel 2 van boek 2 en de in hoofdstuk 3 van titel 2 van boek 3 geregelde scheepsvoorrangsrechten, scheepsvoorrechten, scheepsretentierechten en scheepshypotheken;22° « Belgisch oorlogsschip » : een Belgisch gezagsschip dat beantwoordt aan de definitie van artikel 29 van het VN-Zeerechtverdrag. § 2. De begripsomschrijvingen bedoeld in paragraaf 1, 12° en 13° gelden eveneens ten aanzien van schepen in aanbouw. § 3. De Koning kan : 1° zaken die overeenkomstig paragraaf 1 niet zijn te beschouwen als schepen, voor de toepassing van bepalingen van dit wetboek of zijn uitvoeringsbesluiten als schepen aanmerken;2° schepen die overeenkomstig paragraaf 1 niet zijn te beschouwen als zeeschepen, voor de toepassing van bepalingen van dit wetboek of zijn uitvoeringsbesluiten als zeeschepen aanmerken;3° schepen die overeenkomstig paragraaf 1 niet zijn te beschouwen als binnenschepen, voor de toepassing van bepalingen van dit wetboek of zijn uitvoeringsbesluiten als binnenschepen aanmerken;4° bepalingen van dit wetboek of zijn uitvoeringsbesluiten voor bepaalde schepen, zeeschepen of binnenschepen buiten toepassing verklaren;5° de scheepsbestanddelen en scheepstoebehoren van alle of bepaalde schepen, zeeschepen, binnenschepen of schepen in aanbouw met het oog op de toepassing van bijzondere bepalingen nader of, waar noodzakelijk afwijkend omschrijven. Art. 1.1.1.4. Wateren In dit wetboek wordt verstaan onder : 1° "openbare wateren" : alle wateren die overeenkomstig de toepasselijke reglementen voor het openbaar verkeer openstaan, ongeacht of zij behoren tot een maritiem rechtsgebied of tot de binnenwateren;2° "Belgische wateren" : de Belgische maritieme zones en de Belgische binnenwateren;3° " Belgische maritieme zones" :
  7. a)de territoriale zee zoals zeewaarts afgebakend bij de wet van 6 oktober 1987 tot bepaling van de breedte van de territoriale zee van België en zoals zijwaarts afgebakend door : - de Overeenkomst tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek inzake de afbakening van de territoriale zee, ondertekend te Brussel op 8 oktober 1990, goedgekeurd bij de wet van 17 februari 1993; - het Verdrag tussen het Koninkrijk België en het Koninkrijk der Nederlanden inzake de zijwaartse afbakening van de territoriale zee, ondertekend te Brussel op 18 december 1996, goedgekeurd bij de wet van 10 augustus 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/1998 pub. 16/03/1999 numac 1998015183 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Protocol van 1992 tot wijziging van het Internationaal Verdrag inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, van 1969, en de Bijlage, gedaan te Londen op 27 november 1992 type wet prom. 10/08/1998 pub. 14/11/1998 numac 1998009790 bron ministerie van justitie Wet houdende omzetting in Belgisch gerechtelijk recht van de Europese richtlijn van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken type wet prom. 10/08/1998 pub. 15/10/1998 numac 1998003503 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 327bis van het Gerechtelijk Wetboek en de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld type wet prom. 10/08/1998 pub. 15/10/1998 numac 1998003502 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs sluiten;
  8. b)de exclusieve economische zone zoals ingesteld en afgebakend bij de wet van 22 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/04/1999 pub. 10/07/1999 numac 1999015146 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet betreffende de exclusieve economische zone van België in de Noordzee sluiten betreffende de exclusieve economische zone van België in de Noordzee;en
  9. c)het continentaal plat zoals ingesteld en afgebakend bij de wet van 13 juni 1969 inzake de exploratie en de exploitatie van niet-levende rijkdommen van de territoriale zee en het continentaal plat;4° "Belgische binnenwateren van maritieme aard" : de van het Belgisch grondgebied deel uitmakende openbare wateren die ook voor zeeschepen toegankelijk zijn;5° "Belgische binnenwateren" : de van het Belgisch grondgebied deel uitmakende openbare wateren die voor de scheepvaart bestemd zijn of gebruikt worden. Art. 1.1.1.5. Averij In dit wetboek wordt verstaan onder : 1° "averij" : alle buitengewone kosten ten dienste van het schip en de goederen, gezamenlijk of afzonderlijk gemaakt, en alle schade aan het schip of aan de goederen overkomen;2° "averij-grosse" : de schade en kosten die als averij-grosse worden beschouwd overeenkomstig, naargelang het geval, de Regels van York en Antwerpen, de Avarij-Grosse Regels IVR of de bepalingen die deze regels vervangen;3° "bijzondere averij" : alle averij die geen averij-grosse is. Art. 1.1.1.6. Registratie § 1. In dit wetboek wordt verstaan onder : 1° "scheepsregisters" : het zeeschepenregister, het rompbevrachtingsregister, het binnenschepenregister, het repertorium van de niet-geregistreerde en niet-teboekgestelde schepen en het register van neerlegging;2° "registratie" en "registreren" : de inschrijving respectievelijk het inschrijven van een zeeschip onder een speciaal nummer in het zeeschepenregister;3° "certificaat van registratie" : het document waaruit blijkt dat het erin vermelde zeeschip het recht heeft de Belgische vlag te voeren;4° "register van oorsprong" : het register van de Staat waar het zeeschip als voorwerp van eigendom, alsook zijn eigenaar in zijn hoedanigheid van eigenaar, werden ingeschreven.5° "rompbevrachtingsregister" : het register van de Staat waar het zeeschip als voorwerp van een rompbevrachtingsovereenkomst staat ingeschreven op naam van de rompbevrachter of zijn gemachtigde;6° "registratie van de rompbevrachting" en "registreren van de rompbevrachting" : de inschrijving respectievelijk het inschrijven van een zeeschip op naam van zijn rompbevrachter of zijn lasthebber in het rompbevrachtingsregister van een andere Staat dan die van het register van oorsprong;7° "teboekstelling" en "teboekstellen" : de inschrijving respectievelijk het inschrijven van een binnenschip onder een speciaal nummer in het binnenschepenregister. § 2. In alle wetten en besluiten waarin de woorden "teboekstelling" en "register van teboekstelling" of "scheepsregister" worden gebruikt in verband met zeeschepen, moeten die woorden begrepen worden in de betekenis van "registratie" respectievelijk "zeeschepenregister" zoals bepaald in dit boek. HOOFDSTUK 2. - Bronnen Art. 1.1.2.1. Bekendmaking van akten van de IMO § 1. In afwijking van artikel 8 van de wet van 31 mei 1961 betreffende het gebruik der talen in wetgevingszaken, het opmaken, bekendmaken en inwerkingtreden van wetten en verordeningen, worden de technische codes, richtsnoeren en standaarden die door de IMO zijn aangenomen en waarnaar de maritieme verdragen van de IMO verwijzen, bekendgemaakt door middel van een bericht in het Belgisch Staatsblad in het Nederlands en het Frans dat melding maakt van de aanneming door de IMO van de betrokken akte, zonder dat de tekst ervan wordt weergegeven. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder "maritieme verdragen van de IMO" verstaan : het AFS-Verdrag, het BWM-Verdrag, het CSC-Verdrag, het LL-Verdrag, het LL-Protocol 1988, het MARPOL-Verdrag, het MARPOL-Protocol 1978, het MARPOL-Protocol 1997, het PAL-Verdrag, het SFV-Verdrag, het SOLAS-Verdrag, het SOLAS-Protocol 1978, het SOLAS-Protocol 1988, het SRC-Verdrag, het STCW-Verdrag, het STCW-F-Verdrag en het TMC-Verdrag. § 2. De in paragraaf 1 bedoelde technische codes, richtsnoeren en standaarden worden terbeschikking gesteld op de website van het Belgisch Scheepsregister. De berichten in het Belgisch Staatsblad vermelden het webadres waar de integrale tekst beschikbaar is. Art. 1.1.2.2. Bekendmaking van wijzigingen van internationale verdragen en akten § 1. In afwijking van artikel 8 van de wet van 31 mei 1961 betreffende het gebruik der talen in wetgevingszaken, het opmaken, bekendmaken en inwerkingtreden van wetten en verordeningen, worden de volgende wijzigingen van verdragen en van de technische codes, richtsnoeren en standaarden waarnaar die verdragen verwijzen, bekendgemaakt door middel van een bericht in het Belgisch Staatsblad in het Nederlands en het Frans dat melding maakt van de aanneming van de wijziging en de inwerkingtreding van de wijziging ten aanzien van België, zonder dat de tekst van de betrokken wijziging wordt weergegeven : 1° de wijzigingen aangenomen op grond van artikel 20 van het ADN-Verdrag;2° de wijzigingen aangenomen op grond van artikel 16 van AFS-Verdrag;3° de wijzigingen aan de bijlage van het BWM-Verdrag aangenomen op grond van artikel 19 van dat verdrag;4° de wijzigingen aangenomen op grond van artikel 19 van het CDNI-Verdrag;5° de wijzigingen aangenomen op grond van artikel 9 en artikel 10 van het CSC-Verdrag;6° de wijzigingen aangenomen op grond van artikel 29 van het LL-Verdrag;7° de wijzigingen aangenomen op grond van artikel VI van het LL-Protocol 1988;8° de wijzigingen aangenomen op grond van artikel 16 van het MARPOL-Verdrag, het MARPOL-Protocol 1978 en het MARPOL-Protocol 1997, die naar dat artikel verwijzen;9° de wijzigingen aangenomen op grond van artikel 23 van het PAL-Verdrag;10° de wijzingen aan de bijlage bij het SFV-Verdrag aangenomen op grond van artikel 11 van het Protocol van 1993 bij dat verdrag;11° de wijzigingen aangenomen op grond van artikel VIII van het SOLAS-Verdrag, het SOLAS-Protocol 1978 en het SOLAS-Protocol 1988, die naar dat artikel verwijzen;12° de wijzingen aan de bijlage van het SRC-Verdrag aangenomen op grond van artikel 18 van dat verdrag;13° de wijzigingen aangenomen op grond van artikel XII van het STCW-Verdrag;14° de wijzingen aangenomen op grond van het artikel 10 van STCW-F-Verdrag;15° de wijzigingen aangenomen op grond van artikel 18 van het TMC-Verdrag. § 2. De in paragraaf 1 bedoelde wijzigingen worden terbeschikking gesteld op de website van het Belgisch Scheepsregister. De berichten in het Belgisch Staatsblad vermelden het webadres waar de integrale tekst beschikbaar is. Art. 1.1.2.3. Uitvoering van internationale verdragen en akten § 1. De Koning kan, bij in Ministerraad overlegd besluit, inzake vervoer over zee of de waterweg, alle maatregelen treffen welke vereist zijn ter uitvoering van de verplichtingen die voortvloeien uit de internationale verdragen en uit de krachtens de verdragen vastgestelde internationale akten. § 2. De ter uitvoering van paragraaf 1 genomen koninklijke besluiten kunnen de wijziging en de opheffing van wetsbepalingen inhouden. § 3. Paragraaf 1 is niet van toepassing op de verplichtingen die voortvloeien uit de verordeningen en de richtlijnen die uitgevaardigd zijn in toepassing van artikel 103 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Art. 1.1.2.4. Gebruiken en algemene scheepvaartrechtelijke beginselen § 1. De gebruiken en de algemene scheepvaartrechtelijke beginselen zijn bijzondere bronnen van scheepvaartrecht. § 2. De gebruiken vullen de overeenkomst aan en dragen bij tot haar uitlegging. Zij kunnen afwijken van de wet, tenzij deze van dwingend recht of openbare orde is. HOOFDSTUK 3. - Bekendmakingen Art. 1.1.3.1 Website van het Belgisch Scheepsregister § 1. Telkens dit wetboek een bekendmaking op de website van het Belgisch Scheepsregister voorschrijft, vermeldt die website de datum van de betrokken bekendmaking. § 2. Het Belgisch Scheepsregister houdt een bijzonder register van de op grond van dit wetboek verrichte bekendmakingen bij, dat ter inzage is van alle belanghebbenden. Art. 1.1.3.2. Uitvoeringsbesluiten De Koning kan de bekendmakingen op de website van het Belgisch Scheepsregister en de andere door dit wetboek bedoelde bekendmakingen nader regelen. Art. 1.1.3.3. Andere bekendmakingsvormen De door of krachtens dit wetboek bepaalde bekendmakingsvereisten staan niet in de weg aan bijkomende bekendmakingen in binnen- of buitenland, welke evenwel geen nadere rechtsgevolgen teweegbrengen. Art. 1.1.3.4. Retributies Voor de bekendmakingen op de website van het Belgisch Scheepsregister kan een retributie worden geheven welke door de scheepseigenaar of zijn lasthebber, de aanvrager of de begunstigde verschuldigd is aan de Staat. De Koning bepaalt het tarief van de retributies en de nadere regels voor de toepassing en inning ervan. Titel 2. - Het Belgisch Scheepsregister Art. 1.2.1.1. Taken van het Belgisch Scheepsregister Het Belgisch Scheepsregister heeft als taken : 1° de registratie van zeeschepen, de registratie van rompbevrachtingen, de teboekstelling van binnenschepen en het met een en ander verband houdende beheer van de scheepsregisters overeenkomstig deze titel;2° de openbaarmaking van akten, vonnissen, eisen en andere stukken betreffende schepen en het desbetreffende beheer, overeenkomstig afdeling 2 van hoofdstuk 1 van titel 2 van boek 2 en afdeling 2 van hoofdstuk 1 van titel 2 van boek 3. De Koning kan het beheer van de scheepsregisters en de inrichting en de werking van het Belgisch Scheepsregister nader regelen. Art. 1.2.1.2. Register van neerlegging In het register van neerlegging worden, op de dag van hun aanbieding en in de volgorde van de uit een doorlopende nummering blijkende aanbiedingen, vastgesteld : 1° de neerlegging van stukken aangeboden ter registratie of wijziging van de registratie van zeeschepen dan wel ter teboekstelling of wijziging van de teboekstelling van binnenschepen;2° de neerlegging van akten, vonnissen, eisen en exploten overeenkomstig de hoofdstukken 1, 5 en 6 van titel 2 van boek 2 en de hoofdstukken 1, 3 en 4 van titel 2 van boek 3. Het register wordt elke dag afgesloten. De buiten de openingsuren van het Belgisch Scheepsregister aangeboden akten, vonnissen, borderellen en andere stukken worden geacht aangeboden te zijn aan het begin van het eerst daaropvolgende openingsuur van het Belgisch Scheepsregister. Voor zover het werkelijke tijdstip van aanbieding kan worden vastgesteld, bepaalt dit de onderlinge volgorde van de neerlegging. Art. 1.2.1.3. Getuigschriften Op grond van de scheepsregisters en de stukken die het bewaart, verstrekt het Belgisch Scheepsregister op aanvraag getuigschriften, afschriften en gegevens betreffende de aangelegenheden die aan zijn zorg zijn toevertrouwd. Het Belgisch Scheepsregister houdt van die getuigschriften, afschriften en gegevens een register bij. Art. 1.2.1.4. Elektronische procedures De Koning kan : 1° de toegang via elektronische weg tot de scheepsregisters regelen;2° de elektronische indiening en neerlegging van akten en andere stukken bij het Belgisch Scheepsregister regelen; 3° de elektronische aflevering door het Belgisch Scheepsregister van de in artikel 1.2.1.3 bedoelde getuigschriften, afschriften en gegevens regelen. Art. 1.2.1.5. Retributies Voor de vervulling van formaliteiten, de aflevering van getuigschriften, afschriften en gegevens en andere door het Belgisch Scheepsregister verstrekte diensten kan een retributie worden geheven welke door de scheepseigenaar of zijn lasthebber, de aanvrager of de begunstigde verschuldigd is aan de Staat. De Koning bepaalt het tarief van de retributies en de nadere regels voor de toepassing en inning ervan. BOEK 2. - ZEEVAART Titel 1. - Algemene Bepalingen Art. 2.1.1.1. Toepassingsgebied De bepalingen van dit boek zijn van toepassing op zeeschepen en het vervoer via zeeschepen. Art. 2.1.1.2. Reders In dit boek, in de erop betrekking hebbende bepalingen van boek 4 en, behoudens uitdrukkelijke afwijking, in de desbetreffende uitvoeringsbesluiten wordt verstaan onder : 1° "scheepseigenaar" : de persoon of de personen die eigenaar zijn van het schip;2° "reder" : de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die het rederschap uitoefent;3° "rederschap" : het bezit van het schip dat gepaard gaat met de overwegende zeggenschap over het beheer, het gebruik en de exploitatie ervan;4° "scheepsgebruiker" : elke houder van een zakelijk of persoonlijk recht dat gedurende een bepaalde tijd recht geeft op het gebruik van een schip of een deel van een schip, met uitzondering van reders, reisbevrachters en partijen bij en rechthebbenden onder een vervoerovereenkomst;5° "scheepsmede-eigendom" : de eigendom van een schip dat onverdeeld toebehoort aan verscheidene personen die elk één of meer scheepsaandelen bezitten;6° "scheepsmede-eigenaar" : elke eigenaar van een schip in scheepsmede-eigendom;7° "scheepsaandeel" : elk kleinste deel van de scheepsmede-eigendom dat een scheepsmede-eigenaar toebehoort;8° "scheepsagent" : de natuurlijke persoon of rechtspersoon gemandateerd om in België de reder te vertegenwoordigen. Art. 2.1.1.3. Opvarenden In dit boek, in de erop betrekking hebbende bepalingen van boek 4 en, behoudens uitdrukkelijke afwijking, in de desbetreffende uitvoeringsbesluiten wordt verstaan onder : 1° "gezagvoerder" : elke persoon aan wie het bevel over het zeeschip is toevertrouwd of die dit bevel feitelijk en rechtmatig voert;2° "kapitein" : de gezagvoerder van een zeeschip, met uitzondering van een zeeschip bestemd of gewoonlijk gebruikt voor visserij of niet bedrijfs- of beroepsmatige pleziervaart;3° "schepeling" : elke persoon die, hetzij ter uitvoering van een arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst, hetzij als zelfstandige, hetzij in enige andere hoedanigheid, werkzaamheden verricht aan boord van een zeeschip;4° "bemanningslid" : elke schepeling verbonden door een arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst;5° "arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst" : de arbeidsovereenkomst waarbij een werknemer zich ertoe verbindt om arbeid te verrichten aan boord en in dienst van een scheepseigenaar of reder;6° "bemanning" : alle bemanningsleden;7° "verstekeling" : elke persoon die zich zonder toelating van de gezagvoerder aan boord van een zeeschip bevindt;8° "passagier" : elke persoon die zich aan boord van een zeeschip bevindt zonder schepeling of verstekeling te zijn;9° "opvarende" : elke schepeling, elke passagier en elke verstekeling. § 2. De Koning kan, bij in Ministerraad overlegd besluit : 1° bepalingen van dit boek of zijn uitvoeringsbesluiten voor aangeduide bijzondere gezagvoerders, kapiteins, schepelingen, bemanningsleden, arbeidsovereenkomsten wegens scheepsdienst, verstekelingen, passagiers of opvarenden buiten toepassing verklaren;2° de

gezagvoerder, kapitein, schepeling, bemanningslid, bemanning, arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst, verstekeling, passagier of opvarende nader of, waar noodzakelijk met het oog op de toepassing van aangeduide bepalingen, afwijkend omschrijven. Art. 2.1.1.

  1. Bevrachtingen In dit boek, in de erop betrekking hebbende bepalingen van boek 4 en, behoudens uitdrukkelijke afwijking, in de desbetreffende uitvoeringsbesluiten wordt verstaan onder : 1° "bevrachtingsovereenkomst" : de overeenkomst waarbij een partij, vervrachter genoemd, een zeeschip of een deel ervan tegen vergoeding ter beschikking stelt van een bevrachter;2° "rompbevrachtingsovereenkomst" : de bevrachtingsovereenkomst waarbij de vervrachter het gehele zeeschip zonder bemanning ter beschikking stelt van de bevrachter, en aan deze het rederschap overdraagt;3° "tijdbevrachtingsovereenkomst" : de bevrachtingsovereenkomst waarbij de vervrachter het gehele zeeschip met bemanning gedurende een bepaalde tijd ter beschikking van de bevrachter stelt;4° "reisbevrachtingsovereenkomst" : de bevrachtingsovereenkomst waarbij de vervrachter zich ertoe verbindt om met het zeeschip een bepaalde reis uit te voeren. Titel
  2. - ZEESCHEPEN HOOFDSTUK
  3. - Registratie en openbaarheid Afdeling
  4. - Registratie van zeeschepen Art. 2.2.1.1.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt een amfibievoertuig, in afwijking van artikel 1.1.1.3, § 1, beschouwd als een schip. Met het oog op de toepassing van dit hoofdstuk wordt een schip in aanbouw of in verbouwing als schip beschouwd zodra de bouwovereenkomst respectievelijk de verbouwingsovereenkomst is ondertekend. Art. 2.2.1.2. Belgische vlag § 1. Geen schip mag de Belgische vlag voeren tenzij het in het Belgisch zeeschepenregister geregistreerd is. De doorhaling van de registratie brengt van rechtswege het verval van het recht de Belgische vlag te voeren met zich. § 2. Behoudens de uitzonderingen door of krachtens deze titel bepaald, zijn in het Belgisch zeeschepenregister geregistreerde zeeschepen verplicht de Belgische vlag te voeren. Art. 2.2.1.3. Certificaat van registratie § 1. De gezagvoerder van een zeeschip dat verplicht is de Belgische vlag te voeren, moet te allen tijde het recht op deze vlag kunnen bewijzen door het voorleggen van een certificaat van registratie. § 2. Het certificaat van registratie wordt uitgereikt door het Belgisch Scheepsregister. Het is onbeperkt geldig en kan enkel worden ingetrokken in de gevallen voorzien in paragraaf 4, 1°. § 3. Het is verboden de Belgische vlag te voeren zonder in het bezit te zijn van een certificaat van registratie. Een schip dat een certificaat van registratie heeft is verplicht de Belgische vlag te voeren. Het certificaat van registratie moet aan boord worden gehouden en op elk verzoek van de bevoegde overheden worden vertoond. § 4. De Koning bepaalt : 1° de gevallen waarin het certificaat van registratie vervalt of ambtshalve kan worden ingetrokken;2° de verplichtingen verbonden aan het bezit van het certificaat van registratie;3° de retributie verschuldigd voor het afleveren van het certificaat van registratie;4° de vorm en de afgifte van het certificaat van registratie. Art. 2.2.1.4. Registratie De Koning : 1° bepaalt welke zeeschepen moeten of mogen geregistreerd worden alsook de voorwaarden waaraan het zeeschip, zijn eigenaar, zijn reder of zijn exploitant daartoe vooraf moeten voldoen waarbij in het bijzonder vereisten inzake de nationaliteit, de woon- of verblijfplaats of de vestiging van de hoofdinrichting, alsook inzake de samenstelling van het maatschappelijk kapitaal of van de organen van verenigingen of vennootschappen kunnen worden opgelegd;2° stelt de vorm en de inhoud vast van de aanvraag die bij het Belgisch Scheepsregister met het oog op de registratie moet worden gedaan;3° duidt aan welke documenten bij de aanvraag moeten worden gevoegd of waarvan de voorlegging bij het onderzoek daarvan kan worden geëist;4° wijst de personen aan die gehouden zijn of gemachtigd worden om de aanvraag in te dienen;5° bepaalt de termijn waarbinnen de aanvraag moet gebeuren;6° bepaalt welke documenten in het register moeten worden ingeschreven en welke doorhalingen moeten worden verricht. Art. 2.2.1.5. Wijzigingen De Koning bepaalt de wijzigingen die bij het Belgisch Scheepsregister moeten worden aangemeld alsook de modaliteiten en de termijn van indiening van de betreffende wijzigende aanmelding. Art. 2.2.1.6. Doorhaling § 1. De registratie wordt doorgehaald : 1° op verzoek van degene die in het register als eigenaar vermeld staat;2° op aangifte van de eigenaar of ambtshalve :

  1. a)ingeval het zeeschip is vergaan, is gesloopt of blijvend ongeschikt is om te drijven;
  2. b)ingeval van het zeeschip geen tijding werd ontvangen gedurende zes maanden te rekenen van de dag van het laatste uitvaren of van de dag waarop de laatste berichten werden ontvangen, zonder dat dit aan een algemene storing in de berichtgeving kan worden geweten;
  3. c)ingeval het zeeschip of de eigenaar, de reder of de exploitant ervan niet meer voldoet aan de door de Koning bepaalde voorwaarden om geregistreerd te kunnen worden. § 2. Het Belgisch Scheepsregister gaat slechts tot doorhaling over na te hebben onderzocht of aan de wettelijke voorwaarden daartoe is voldaan. § 3. Niettegenstaande de doorhaling blijven de inschrijvingen betreffende de zakelijke rechten waarmee het zeeschip is bezwaard bestaan en kunnen zij naderhand worden doorgehaald, verminderd of hernieuwd. § 4. Geen registratie mag worden doorgehaald dan dertig dagen na de dag waarop alle bij het Belgisch Scheepsregister ingeschreven schuldeisers en alle derden die er een exploot van beslag lieten inschrijven, door het Belgisch Scheepsregister op de hoogte zijn gebracht op de wijze door de Koning bepaald. Deze termijn geldt niet voor de doorhaling op verzoek of aangifte van de eigenaar, als deze daarbij de schriftelijke toestemming van de voormelde schuldeisers en derden voegt. § 5. Het Belgisch Scheepsregister vermeldt de doorhaling op de meetbrief. Art. 2.2.1.7. Thuishaven § 1. De keuze van de naam van een zeeschip in de registratieaanvraag en elke wijziging daarvan, moeten aan het Belgisch Scheepsregister ter goedkeuring worden voorgelegd. De thuishaven moet in België gelegen zijn. § 2. De gezagvoerder moet erover waken dat de naam en de thuishaven altijd met duidelijke en goed zichtbare letters op het achterschip vermeld staan. Art. 2.2.1.8. Nationaliteit van de gezagvoerder Het bevel over een geregistreerd zeeschip mag alleen worden opgedragen aan een persoon met de nationaliteit van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte. De Koning wijst de overheid aan die van deze verplichting kan ontslaan en bepaalt de voorwaarden die ter zake moeten worden vervuld. Art. 2.2.1.9. Inschrijving in een buitenlands rompbevrachtingsregister § 1. Een geregistreerd zeeschip mag slechts in een buitenlands rompbevrachtingsregister worden ingeschreven als het Belgisch Scheepsregister daarin heeft toegestemd overeenkomstig paragraaf 5. Op verzoek van degene die de toestemming verkrijgt, schrijft het Belgisch Scheepsregister zulks in het register der zeeschepen in en maakt het van die inschrijving melding op het document waarbij de toestemming werd verleend. Door de vervulling van voornoemde formaliteiten wordt het recht de Belgische vlag te voeren geschorst voor de duur van de rompbevrachting die tot toestemming aanleiding heeft gegeven. § 2. De in paragraaf 1 bedoelde toestemming kan door het Belgisch Scheepsregister worden ingetrokken zodra een internationaal conflict dreigt of is uitgebroken. § 3. Door de ontbinding van de rompbevrachtingsovereenkomst, wat daar ook de oorzaak van is, herleeft de verplichting de Belgische vlag te voeren. § 4. Na de inschrijving van de in paragraaf 1 bedoelde toestemming blijven de inschrijvingen bedoeld in de artikelen 2.2.1.12 en 2.2.1.13 bestaan. Nieuwe inschrijvingen dienen te geschieden in het zeeschepenregister. § 5. De toestemming bedoeld in paragraaf 1 wordt niet verleend tenzij de volgende voorwaarden zijn vervuld : 1° de rompbevrachtingsovereenkomst vermeldt dat :
  4. a)de rompbevrachter de huur van het betrokken zeeschip niet mag overdragen en het schip niet door middel van een nieuwe rompbevrachting mag ondervervrachten, dan nadat het Belgisch Scheepsregister en de hypothecaire schuldeisers daarin uitdrukkelijk en voorafgaand hebben toegestemd;
  5. b)het zeeschip niet mag worden geregistreerd in een andere Staat dan die van het betrokken buitenlands rompbevrachtingsregister;
  6. c)de rompbevrachter de naam van het zeeschip niet mag wijzigen en het ook niet onder een andere naam in het rompbevrachtingsregister mag laten registreren;2° de aanvraag tot toestemming gaat vergezeld van een schriftelijke verklaring van elke ingeschreven hypothecaire schuldeiser waarbij hij uitdrukkelijk met de rompbevrachting die het voorwerp uitmaakt van de bevrachtingsovereenkomst instemt;3° de wetgeving van de Staat waar de rompbevrachting wordt geregistreerd, voldoet aan de volgende voorwaarden :
  7. a)de eigendom van het zeeschip en de hypotheken die het bezwaren, alsook hun rangregeling en de uitvoeringsmaatregelen, blijven uitsluitend beheerst door de wet van het register van oorsprong;
  8. b)de eigendom en de eigenaar van het betrokken zeeschip zijn en blijven geregistreerd in het register van oorsprong;
  9. c)inschrijvingen die het zeeschip bezwaren kunnen enkel worden genomen in het register van oorsprong;
  10. d)het register waar de rompbevrachting wordt geregistreerd, verwijst naar het register van oorsprong;
  11. e)tijdens de rompbevrachting moet het zeeschip de vlag voeren van de Staat waar de rompbevrachting is geregistreerd en moet het een document aan boord hebben dat het recht op die vlag bewijst en dat werd afgeleverd door of namens de overheid van die Staat;
  12. f)de ontbinding van de rompbevrachtingsovereenkomst, welke ook de oorzaak daarvan zij, stelt van rechtswege een einde aan de registratie van de rompbevrachting;4° de bewijslast met betrekking tot het vervullen van de onder 3° vermelde voorwaarden rust op de aanvrager van de toestemming.Het Belgisch Scheepsregister kan de aanvrager geheel of gedeeltelijk van deze bewijslast ontslaan. Art. 2.2.1.10. Inschrijving in het Belgisch rompbevrachtingsregister § 1. Een zeeschip dat in een buitenlands register van oorsprong is ingeschreven, kan op naam van de rompbevrachter worden ingeschreven in het Belgische rompbevrachtingsregister. De Koning stelt de voorwaarden vast waaraan deze inschrijving is onderworpen. De bewijslast met betrekking tot de vervulling van deze voorwaarden rust op de aanvrager van de toestemming. § 2. Enkel door de inschrijving in het rompbevrachtingsregister verwerft het betrokken zeeschip voor de duur van de rompbevrachting het recht de Belgische vlag te voeren. Dit recht vervalt door de ontbinding of door het verstrijken van de termijn van de rompbevrachting. De artikelen 2.2.1.2, § 2, 2.2.1.3, 2.2.1.7 en 2.2.1.8 zijn tijdens de rompbevrachting op het betrokken zeeschip van overeenkomstige toepassing. § 3. In het rompbevrachtingsregister kunnen geen lasten worden ingeschreven die het zeeschip bezwaren. De eigendom van het zeeschip en de lasten die deze bezwaren, blijven geregeld door de wet van de Staat van het register van oorsprong. Het Belgisch rompbevrachtingsregister verwijst desbetreffend naar het register van oorsprong. Afdeling 2. - Openbaarheid van rechten Art. 2.2.1.11. Afwijkende bedingen Bedingen die afwijken van deze afdeling zijn nietig. Art. 2.2.1.12. Inschrijving van akten en vonnissen § 1. Akten en vonnissen die bewijs opleveren van de vestiging, overdracht, aanwijzing of tenietdoening van zakelijke rechten op een schip, een schip in aanbouw, een schip in verbouwing of scheepstoebehoren, van scheepshypotheken of van de benoeming of het ontslag van een quiratair scheepsbeheerder worden ingeschreven in het zeeschepenregister. § 2. Vóór hun inschrijving kunnen de in paragraaf 1 bedoelde akten en vonnissen niet aan derden worden tegengesteld. Het vorige lid geldt onder voorbehoud van artikel 69 van titel XVII van boek III van het Burgerlijk Wetboek. Art. 2.2.1.13. Inschrijving van eisen De eisen tot het doen vaststellen van het bestaan van in artikel 2.2.1.12 bedoelde rechten of tot ontbinding, herroeping of nietigverklaring van een rechtshandeling vervat in een in dat artikel bedoelde akte, en de op dergelijke eisen gewezen vonnissen, worden eveneens in het zeeschepenregister ingeschreven. De in het eerste lid bedoelde eisen zijn slechts ontvankelijk nadat zij ingeschreven zijn. De onontvankelijkheid moet door de rechter ambtshalve worden opgeworpen en kan in elke stand van het geding worden voorgedragen. Op straffe van schadevergoeding mag de griffier geen expeditie van het vonnis afgeven voordat is gebleken dat het vonnis ingeschreven is. Art. 2.2.1.14. Voor inschrijving vatbare akten Zowel onderhandse als authentieke akten worden tot inschrijving toegelaten, op voorwaarde dat : 1° zij voldoen aan de voorschriften vastgesteld overeenkomstig artikel 2.2.1.15; 2° zij werden geregistreerd overeenkomstig het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten;3° het desbetreffende zeeschip in België is geregistreerd. Art. 2.2.1.15. In akten verplichte vermeldingen De Koning kan voorschrijven welke vermeldingen betreffende het schip, de partijen en andere gegevens in de akten moeten worden opgenomen en op welke wijze dat moet gebeuren, opdat zij voor inschrijving in aanmerking komen. Het Belgisch Scheepsregister kan de inschrijving weigeren van akten die niet aan die voorschriften voldoen. Art. 2.2.1.16. Notariële akten betreffende erfopvolging De overgang van de in artikel 2.2.1.12 bedoelde rechten ingevolge erfopvolging wordt in het zeeschepenregister ingeschreven op zicht van een notariële akte waaruit blijkt wie de erfopvolgers zijn. De in het eerste lid bedoelde inschrijving heeft geen gevolg betreffende de tegenstelbaarheid aan derden. Art. 2.2.1.17. Overlegging van akten met het oog op inschrijving § 1. Met het oog op de inschrijving bedoeld in artikel 2.2.1.12 wordt aan het Belgisch Scheepsregister de akte zelf overgelegd indien het een onderhandse akte is, of een expeditie indien het een authentieke akte is. § 2. Van een onderhandse akte worden twee originelen overgelegd. Indien slechts één origineel beschikbaar is, kan naast dit origineel een afschrift ervan worden overgelegd dat door het Belgisch scheepsregister wordt nagekeken op zijn echtheid. § 3. Van een authentieke akte worden een expeditie en een door de instrumenterende ambtenaar ondertekend afschrift overhandigd. § 4. De Koning kan bepalen dat akten kunnen of moeten worden overgelegd in elektronische vorm. Hij bepaalt de desbetreffende vorm- en procedurevoorschriften. Art. 2.2.1.18. Ontvangstbewijzen en tijdstip van inschrijving Het Belgisch Scheepsregister verstrekt aan wie de inschrijving van een akte, vonnis, borderel of ander document aanvraagt, op diens verzoek een ontvangstbewijs van de aanbieding van die akte, dat vonnis, dat borderel of dat document. Dit ontvangstbewijs vermeldt het volgnummer waaronder de akte, het vonnis, het borderel of het document werd neergelegd in het register van neerlegging. Het Belgisch Scheepsregister mag de inschrijvingen in het daartoe bestemde scheepsregister niet doen dan op de dag en in de volgorde van de aanbiedingen, zoals bepaald overeenkomstig artikel 1.2.1.2. Art. 2.2.1.19. Vermeldingen bij de inschrijving Het Belgisch Scheepsregister vermeldt bij de inschrijving : 1° de datum van de akte;2° de vorm van de akte en, indien het een authentieke akte is, de vermelding van welke openbare ambtenaar of rechtbank zij uitgaat;3° de naam en de voornamen van de partijen alsook;
  13. a)wat betreft natuurlijke personen van Belgische nationaliteit, hun rijksregisternummer;
  14. b)wat betreft natuurlijke personen van vreemde nationaliteit, hun woonplaats;
  15. c)wat betreft rechtspersonen naar Belgisch recht, het ondernemingsnummer;
  16. d)wat betreft rechtspersonen naar vreemd recht, het adres van hun zetel;4° de aard en hoofdbestanddelen van de verrichting. Art. 2.2.1.20. Teruggave van akten na inschrijving Na de inschrijving geeft het Belgisch Scheepsregister aan de aanvrager de expeditie van de authentieke akte of een origineel van de onderhandse akte terug, naargelang het geval. Onderaan op het stuk bevestigt het de inschrijving te hebben verricht en vermeldt het datum en nummer ervan. Het ondertekend afschrift van de authentieke akte, hetzij, naargelang het geval, een origineel van de onderhandse akte of het afschrift ervan bedoeld in artikel 2.2.1.17, § 2, blijft bij het Belgisch Scheepsregister berusten. Art. 2.2.1.21. Overlegging van processtukken met het oog op inschrijving Met het oog op de inschrijving bedoeld in artikel 2.2.1.13 worden aan het Belgisch Scheepsregister overgelegd : 1° indien het een eis in rechte betreft, het gerechtsdeurwaardersexploot en een door de gerechtsdeurwaarder ondertekend afschrift;2° indien het een vonnis betreft, twee door de griffier afgeleverde afschriften. De Koning kan bepalen dat documenten kunnen of moeten worden overgelegd in elektronische vorm. Hij bepaalt de desbetreffende vorm- en procedurevoorschriften. Art. 2.2.1.22. Neerlegging van processtukken betreffende niet geregistreerde of teboekgestelde schepen Ingeval het schip waarop de eis tot ontbinding, tot herroeping of tot vernietiging betrekking heeft niet in België geregistreerd is, beperkt het Belgisch Scheepsregister zich tot de neerlegging van het exploot of het afschrift van het vonnis in het register van neerlegging. Het Belgisch Scheepsregister gaat alsnog tot de inschrijving over zodra het schip is geregistreerd. Art. 2.2.1.23. Teruggave van processtukken na inschrijving Het Belgisch Scheepsregister geeft aan de verzoeker het exploot respectievelijk een afschrift van het vonnis, waarop hij de verklaring aanbrengt dat de inschrijving gedaan is, terug. Art. 2.2.1.24. Onderlinge rang van op dezelfde dag aanboden titels Indien op dezelfde dag verscheidene aan openbaarmaking onderworpen titels op het Belgisch Scheepsregister ter inschrijving worden aangeboden, wordt hun onderlinge rang bepaald door het volgnummer waaronder het Belgisch Scheepsregister de overhandiging heeft vermeld in het register van neerlegging. Art. 2.2.1.25. Nietigheid van inschrijvingen Verzuim van een of meer van de in deze titel voorgeschreven formaliteiten, heeft alleen dan nietigheid van de inschrijving tot gevolg, wanneer daaruit nadeel voor derden ontstaat. Art. 2.2.1.26. Aansprakelijkheid § 1. De Belgische Staat is aansprakelijk voor de schade die wordt veroorzaakt door : 1° de weigering of het verzuim van het Belgisch Scheepsregister tot een gevorderde inschrijving of neerlegging over te gaan, en de daarbij opgelopen vertraging;2° het niet vermelden door het Belgisch Scheepsregister in een getuigschrift van een of meer inschrijvingen betreffende rechten op schepen;3° de weigering van het Belgisch Scheepsregister een getuigschrift af te geven, en de daarbij opgelopen vertraging. De Belgische Staat is van de in het vorige lid bedoelde aansprakelijkheid ontheven ingeval de weigering, het verzuim, de vertraging of het ontbreken van de vermelding te wijten is aan de ontoereikendheid van de aan het Scheepsregister overlegde of aangeboden akten of stukken. § 2. Op aanvraag van de verzoeker wordt door een gerechtsdeurwaarder dadelijk proces-verbaal van de in paragraaf 1, 1° en 3° bedoelde weigering of vertraging opgemaakt. Art. 2.2.1.27. Niet in getuigschriften vermelde schuldeisers In geval van zuivering blijft het schip, waarvoor het Belgisch Scheepsregister in zijn getuigschriften een of meer ingeschreven rechten van scheepshypotheek onvermeld mocht hebben gelaten, hiervan ontheven in de handen van de nieuwe bezitter, mits de aanvraag van het getuigschrift duidelijk het schip aanwijst waarop de inschrijvingen zijn genomen. Deze bepaling geldt onverminderd het recht van de niet in het getuigschrift vermelde schuldeisers om te bekwamer tijd de veiling te vorderen en om zich te doen plaatsen in de rang die hun toekomt, zolang de prijs door de verkrijger niet is betaald of zolang de onder de schuldeisers geopende rangregeling niet is gesloten. HOOFDSTUK 2. - Meting Art. 2.2.2.1.

§ 1

. In deze titel, in de erop betrekking hebbende bepalingen van boek 4 en, behoudens uitdrukkelijke afwijking, in de desbetreffende uitvoeringsbesluiten, wordt verstaan onder : 1° "Verdragsluitende Staat" : een Staat die gebonden is door het TMC-Verdrag;2° "internationale meetbrief " : de meetbrief bedoeld in de artikelen 7 en 9 van het TMC-Verdrag;3° "nationale meetbrief" : de meetbrief uitgereikt uitsluitend op grond van deze titel;4° "lengte" : 96 procent van de totale lengte van de lastlijn op 85 procent van de kleinste holte naar de mal gemeten vanaf de bovenzijde van de kielplaat, dan wel de lengte van de voorzijde van de voorsteven tot aan de hartlijn van de roerkoning op deze lastlijn gemeten, indien deze laatste lengte groter is;bij zeeschepen die met stuurlast zijn ontworpen moet de lastlijn waarop deze lengte wordt gemeten, evenwijdig aan de constructiewaterlijn worden genomen; 5° "brutotonnenmaat" : de maat van de totale inhoud van een zeeschip;6° "nettotonnenmaat" : de maat van de nuttige capaciteit van een zeeschip;7° "internationale reis" : een zeereis van een land waarop het TMC-Verdrag van toepassing is, naar een buiten dat land gelegen haven of omgekeerd;te dien einde wordt elk gebied voor welk internationale betrekkingen een Verdragsluitende Staat verantwoordelijk is of waarover de Organisatie van de Verenigde Naties als gezagsorgaan het beheer uitoefent, als een afzonderlijk land beschouwd. §

  1. In alle wetten en besluiten waarin zonder nadere bepaling de woorden "ton", "tonnenmaat" of "tonnage" worden gebruikt in verband met zeeschepen, moeten die woorden begrepen worden in de betekenis van brutoton, brutotonnenmaat respectievelijk brutotonnage. Art. 2.2.2.
  2. Materiële toepassing §
  3. Deze titel en de erop betrekking hebbende bepalingen van boek 4 zijn van toepassing op zeeschepen die worden ingezet of bestemd zijn voor bedrijfs- of beroepsmatige doeleinden. §
  4. De Koning kan dit hoofdstuk en de erop betrekking hebbende bepalingen van boek 4 geheel of gedeeltelijk van toepassing verklaren op andere schepen dan de in paragraaf 1 bedoelde zeeschepen. Art. 2.2.2.
  5. Verplichting een meetbrief aan boord te hebben Een Belgisch zeeschip moet voorzien zijn van : 1° een internationale meetbrief, ingeval het een lengte heeft van 24 meter of meer, en internationale reizen maakt;hetzij 2° een nationale meetbrief, ingeval het een lengte heeft van minder dan 24 meter of ingeval het geen internationale reizen maakt. Art. 2.2.2.
  6. Uitreiking van meetbrieven Een meetbrief wordt op schriftelijke aanvraag van de scheepseigenaar of zijn lasthebber uitgereikt door de Scheepvaartcontrole tegen betaling van een retributie. De Scheepvaartcontrole kan evenwel de bevoegde overheid van een andere Verdragsluitende Staat verzoeken de bruto- en nettotonnenmaat van het zeeschip vast te stellen overeenkomstig het TMC-Verdrag en ten behoeve van dat zeeschip een internationale meetbrief af te geven. De daaraan verbonden kosten zijn ten laste van de scheepseigenaar of zijn lasthebber. Art. 2.2.2.
  7. Kennisgeving van wijzigingen De scheepseigenaar of zijn lasthebber moet de Scheepvaartcontrole schriftelijk kennis geven van elke wijziging van de inrichting, de bouw of de kenmerken van het zeeschip waardoor de brutotonnenmaat of de nettotonnenmaat kan veranderen. Art. 2.2.2.
  8. Einde van de geldigheid van meetbrieven §
  9. Een internationale meetbrief verliest zijn geldigheid en wordt door de Scheepvaartcontrole ingetrokken wanneer zodanige wijzigingen hebben plaatsgevonden in de inrichting, de bouw, de capaciteit, het benutten van de ruimten, het totale aantal passagiers dat het zeeschip volgens zijn certificaat van deugdelijkheid voor passagiersschepen mag vervoeren, het vastgestelde vrijboord of de toegestane diepgang, dat daaruit noodzakelijkerwijze een vermeerdering van de bruto- of nettotonnenmaat voortvloeit. §
  10. Een door de Scheepvaartcontrole ten behoeve van een Belgisch zeeschip uitgereikte internationale meetbrief verliest zijn geldigheid ingeval het zeeschip onder de vlag van een andere Staat wordt gebracht. Ingeval het zeeschip onder de vlag van een andere Verdragsluitende Staat wordt gebracht, blijft de internationale meetbrief evenwel van kracht voor een periode van ten hoogste drie maanden ofwel tot het tijdstip waarop die andere Staat een andere internationale meetbrief ter vervanging uitreikt, naargelang welke tijdstip eerder valt. De Scheepvaartcontrole doet zo spoedig mogelijk nadat het zeeschip de vlag van de andere Staat is gaan voeren, aan die andere Staat een afschrift toekomen van de op het tijdstip van de verandering van de vlag door het zeeschip gevoerde meetbrief, alsook een afschrift van de hierop betrekking hebbende berekening van de tonnenmaten. §
  11. Een nationale meetbrief verliest zijn geldigheid en wordt door de Scheepvaartcontrole ingetrokken ingeval zodanige wijzigingen hebben plaatsgevonden aan het zeeschip dat daaruit noodzakelijkerwijze een vermeerdering van de brutotonnenmaat of de nettotonnenmaat voortvloeit of ingeval het zeeschip onder de vlag van een andere Staat wordt gebracht. §
  12. De paragrafen 2 en 3 zijn niet van toepassing op de zeeschepen waarvoor het recht de Belgische vlag te voeren werd geschorst overeenkomstig artikel 2.2.1.9, §
  13. Art. 2.2.2.
  14. Meetbrief van ingevlagde schepen §
  15. De internationale meetbrief van een zeeschip dat onder Belgische vlag wordt gebracht blijft van kracht voor een periode van ten hoogste drie maanden ofwel tot op het tijdstip waarop de Scheepvaartcontrole een internationale meetbrief ter vervanging uitreikt, naargelang welk tijdstip eerder valt. §
  16. Een zeeschip waarvoor geen internationale meetbrief is uitgereikt en dat onder Belgische vlag wordt gebracht, wordt door de Scheepvaartcontrole opnieuw gemeten teneinde de bruto- en nettotonnenmaat vast te stellen. De Scheepvaartcontrole reikt naargelang het in artikel 2.2.2.4 vermelde onderscheid een internationale meetbrief dan wel een nationale meetbrief uit. §
  17. De paragrafen 1 en 2 zijn niet van toepassing op de in een andere Staat geregistreerde zeeschepen die in het rompbevrachtingsregister werden ingeschreven overeenkomstig artikel 2.2.1.
  18. Art. 2.2.2.
  19. Uitreiking van een meetbrief op verzoek van een buitenlandse overheid De Scheepvaartcontrole mag ingaan op het verzoek van een bevoegde overheid van een andere Verdragsluitende Staat om een internationale meetbrief uit te reiken ten behoeve van een zeeschip dat de vlag van die Staat voert of zal voeren, en daartoe tegen betaling van de kosten de bruto- en nettotonnenmaat van het zeeschip vast te stellen. Art. 2.2.2.
  20. Vertoning van de meetbrief Op het eerste verzoek van de bevoegde Belgische overheid moet de gezagvoerder van een Belgisch of vreemd zeeschip, of zijn lasthebber, gelijk waar in Belgische wateren, een geldige meetbrief vertonen. Als geldige meetbrief wordt beschouwd : 1° de internationale meetbrief;2° de nationale meetbrief;3° elke andere door de Scheepvaartcontrole aanvaarde meetbrief. Art. 2.2.2.
  21. Vaststelling van de tonnenmaat bij gebrek aan een meetbrief Op vordering van de Scheepvaartcontrole wordt de bruto- en nettotonnenmaat vastgesteld van elk Belgisch of vreemd zeeschip dat niet is voorzien van een geldige meetbrief als bedoeld in artikel 2.2.2.9, tweede lid. De daaraan verbonden kosten zijn ten laste van de scheepseigenaar of zijn lasthebber. Art. 2.2.2.
  22. Suez- en Panamameetbrieven §
  23. Op verzoek van de scheepseigenaar of zijn lasthebber kan de Scheepvaartcontrole tegen betaling van een retributie een bijzondere meetbrief uitreiken voor de vaart door het Suez- of Panamakanaal. Met het oog op de uitreiking van de in het eerste lid bedoelde bijzondere meetbrief worden de tonnenmaten door de Scheepvaartcontrole vastgesteld overeenkomstig de metingsvoorschriften voor het betrokken kanaal. De meetbrief moet vermelden overeenkomstig welke bepalingen de tonnenmaten van het zeeschip waarvoor de meetbrief is uitgereikt, zijn vastgesteld. §
  24. Artikel 2.2.2.5 is van toepassing ingeval het zeeschip van een in paragraaf 1 bedoelde bijzondere meetbrief is voorzien. Art. 2.2.2.
  25. Verzoek om een corrigerende meting Ingeval de aanvrager van een meetbrief meent dat de daarin vermelde bruto- of nettotonnenmaat niet juist is, kan hij de Scheepvaartcontrole binnen de veertien dagen na uitreiking van de meetbrief schriftelijk om een nieuwe meting verzoeken. Voor die tweede meting wijst de Scheepvaartcontrole een personeelslid aan dat niet aan de eerste meting heeft deelgenomen. Ingeval de metingen van elkaar verschillen is voor de nieuwe meting geen retributie verschuldigd. Art. 2.2.2.
  26. Retributies §
  27. Voor de vaststelling van de bruto- en nettotonnenmaat, de uitreiking van een meetbrief, de vervulling van formaliteiten en andere door de Scheepvaartcontrole in verband met de scheepsmeting verstrekte diensten kan : 1° een retributie worden geheven welke door de scheepseigenaar of zijn lasthebber, de aanvrager of de begunstigde verschuldigd is aan de Staat;2° de scheepseigenaar of zijn lasthebber, de aanvrager of de begunstigde worden verplicht aan de Staat de gemaakte onkosten terug te betalen. De Koning bepaalt het tarief van de retributies en de nadere regels voor de toepassing en inning ervan, alsook de nadere regels voor de terugbetaling van de gemaakte onkosten. §
  28. Behalve in het geval van een nieuwe meting als bedoeld in artikel 2.2.2.12, derde lid, wordt geen meetbrief uitgereikt dan op overlegging van het bewijs van betaling van de retributie of van terugbetaling van de kosten. Art. 2.2.2.
  29. Uitvoeringsbesluiten De Koning bepaalt : 1° de nadere regels voor het vaststellen van de bruto- en nettotonnenmaat met het oog op de uitreiking van de internationale meetbrief en van de nationale meetbrief;2° de inhoud, het model en de geldigheidsduur van de internationale meetbrief en de nationale meetbrief;3° de nadere regels in verband met de aanvraag, de uitreiking en de intrekking van de meetbrieven;4° welke bepalingen van deze titel niet van toepassing zijn op bepaalde types van schepen. HOOFDSTUK
  30. - Veiligheid Afdeling
  31. - Algemene bepalingen Art. 2.2.3.1.

§ 1

. In dit hoofdstuk, in de daarop betrekking hebbende bepalingen van boek 4 en, behoudens uitdrukkelijke afwijking, in de desbetreffende uitvoeringsbesluiten, wordt onder "erkende organisatie" verstaan, een organisatie die is erkend overeenkomstig Verordening (EG) nr. 391/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 inzake gemeenschappelijke voorschriften en normen voor met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties. § 2. Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop betrekking hebbende bepalingen van boek 4 worden de reder, de scheepsgebruiker, de scheepshuurder, de scheepsexploitant en hij die het schip in bezit heeft met de scheepseigenaar gelijkgesteld. § 3. Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop betrekking hebbende bepalingen van deel 4 wordt een amfibievoertuig, in afwijking van artikel 1.1.1.3, § 1, beschouwd als een schip. Art. 2.2.3.2. Materiële toepassing Dit hoofdstuk en de erop betrekking hebbende bepalingen van boek 4 zijn van toepassing op zeeschepen die worden ingezet of bestemd zijn voor bedrijfs- of beroepsmatige doeleinden. Art. 2.2.3.3. Andere regelgeving Dit hoofdstuk titel geldt onverminderd van de wet van 20 augustus 1981 houdende goedkeuring van de Internationale Overeenkomst voor veilige containers, en van de Bijlagen, opgemaakt te Genève op 2 december 1972. Art. 2.2.3.4. Behandeling van schepen van niet-Verdragstaten Ingeval een zeeschip de vlag van een Staat voert die geen partij is bijhet CSC-Verdrag, het LL-Verdrag, het LL-Protocol 1988, het MLC-Verdrag, het SFV-Verdrag, het SOLAS-Verdrag, het SOLAS-Protocol 1978 of het SOLAS-Protocol 1988, ziet de Scheepvaartcontrole erop toe dat het geen gunstiger behandeling krijgt dan een schip dat vaart onder de vlag van een Staat die wel partij is bij het betrokken verdrag. Art. 2.2.3.5. Retributies Voor de schouwing van een schip, de uitreiking van een certificaat of een toelating tot afvaart, de vervulling van formaliteiten en andere door de Scheepvaartcontrole in verband met de scheepsveiligheid verstrekte diensten, kan een retributie worden geheven welke door de scheepseigenaar of zijn lasthebber, de aanvrager of de begunstigde verschuldigd is aan de Staat. De Koning bepaalt het tarief van de retributies en de nadere regels voor de toepassing en inning ervan. Afdeling 2. - Zeeschepen Onderafdeling 1. - Veiligheidseisen Art. 2.2.3.6. Algemene veiligheids- en certificaatplicht § 1. Geen Belgisch of vreemd zeeschip mag vanuit een Belgische haven zee kiezen of in de Belgische wateren varen en geen zeeschip mag in het buitenland onder Belgische vlag zee kiezen, als het niet in staat van veiligheid is. § 2. Onder voorbehoud van de artikelen 2.2.3.7 en 2.2.3.8 mag geen zeeschip onder Belgische vlag varen indien het niet voorzien is van een in artikel 2.2.3.10 of 2.2.3.11 bedoeld geldig certificaat en van de in artikel 2.2.3.14, 1° bedoelde geldige certificaten. Art. 2.2.3.7. Bijzondere regeling voor bepaalde kustvaarders Belgische zeeschepen die uitsluitend in een beperkt vaargebied langs een kust varen moeten voorzien zijn van een certificaat van deugdelijkheid voor beperkte vaart langs de kust, dat alleen voor het daarop vermeld gebied geldig is. Het certificaat wordt uitgereikt door de scheepvaartcontroleurs en de geldigheidsduur ervan wordt desgevallend door hen verlengd overeenkomstig artikel 2.2.3.10, § 3. Onverminderd artikel 2.2.3.9, stelt de Koning de voorwaarden vast waaronder de scheepvaartcontroleurs de grenzen van een beperkt vaargebied bepalen. Art. 2.2.3.8. Bijzondere regeling voor bijzondere reizen Zeeschepen die een bijzondere reis ondernemen moeten voorzien zijn van een toelating tot afvaart die wordt verstrekt voor de duur en onder de voorwaarden bepaald door de scheepvaartcontroleurs. De toelating tot afvaart wordt alleen verstrekt als de bijzondere reis geen gevaar oplevert voor de veiligheid van de bemanning, de passagiers, de lading of het marien milieu. In het buitenland wordt de toelating tot afvaart alleen verleend op gunstig verslag van door de scheepvaartcontroleurs aangeduide deskundigen van een erkende organisatie. De schepen welke de toelating tot afvaart aan boord hebben, moeten niet van een certificaat van deugdelijkheid voorzien zijn. Art. 2.2.3.9. Uitvoeringsbesluiten De Koning bepaalt : 1° met inachtneming van de dienst en de vaart waartoe het zeeschip is bestemd, de voorwaarden waaraan het zeeschip moet voldoen om in staat van veiligheid te zijn, in het bijzonder de voorschriften betreffende :

  1. a)de bouw en de staat van onderhoud;
  2. b)de reddingsmiddelen;
  3. c)zeil en treil, de uitrustingsvoorwerpen en de reserveonderdelen, met inbegrip van de middelen tegen brand en de wisselstukken;
  4. d)de zeevaartinstrumenten, de seintoestellen en de telecommunicatiemiddelen;
  5. e)de voortstuwingsmachines, waaronder de motoren en de noodaggregaten, alsook de mechanische en de elektrische toestellen en de stoomketels;
  6. f)de lichamelijke geschiktheid, de brevetten, vergunningen en andere soortgelijke attesten, welke kunnen vereist worden van de kapitein en van de bemanning, het aantal bemanningsleden, alsook de samenstelling van de bemanning;
  7. g)het aantal passagiers die vervoerd mogen worden;
  8. h)de bewoonbaarheid van de inrichtingen, de hygiëne en de gezondheidsvoorwaarden;
  9. i)de diepgangschalen en de vrijboordmerken;
  10. j)de stabiliteit, het stuwen, het ballasten en de belasting van de scheepsstructuur;
  11. k)het laad- en losgerei;2° de voorwaarden waaronder de scheepvaartcontroleurs, in bijzondere gevallen, ontheffing kunnen verlenen van de toepassing van een of meer bepalingen van de uitvoeringsbesluiten;3° de mate waarin de zeeschepen moeten voldoen aan de krachtens het 1° vastgestelde voorschriften, alsook de bevoegdheden welke de scheepvaartcontroleurs ter zake hebben;4° de verplichtingen van de gezagvoerders en andere opvarenden alsook van de scheepseigenaars in verband met de veiligheid van zeeschepen;5° de voorwaarden waaronder de organisaties kunnen worden erkend en gemachtigd tot het uitvoeren van gehele of gedeeltelijke inspecties en controles van Belgische zeeschepen in verband met certificaten met betrekking tot de veiligheid van de scheepvaart en het voorkomen van verontreiniging door zeeschepen en, in voorkomend geval, tot het uitreiken en vernieuwen van die certificaten;6° bijzondere regels voor onbemande schepen. Onderafdeling 2. - Certificaten Art. 2.2.3.10. Certificaat van deugdelijkheid § 1. Het certificaat van deugdelijkheid wordt uitgereikt door de Scheepvaartcontrole. Het certificaat stelt vast, tot het tegenbewijs is geleverd, dat het zeeschip in al zijn delen beantwoordt aan de voorschriften van deze titel en van de besluiten genomen ter uitvoering ervan. § 2. De Koning bepaalt de voorwaarden waaronder het certificaat van deugdelijkheid wordt aangevraagd en uitgereikt, alsook de inhoud en de geldigheidsduur ervan. § 3. De geldigheid van het certificaat van deugdelijkheid mag door de scheepvaartcontroleurs eenmaal voor ten hoogste een maand worden verlengd. Deze verlenging mag niet worden hernieuwd. De scheepvaartcontroleur maakt van de verlenging melding op het certificaat. § 4. Het certificaat van deugdelijkheid verliest van rechtswege zijn geldigheid ingeval een of meer overeenkomstig artikel 2.2.3.14 vereiste internationale certificaten, om welke reden ook, niet meer geldig is of zijn. Art. 2.2.3.11. Voorlopig certificaat van deugdelijkheid § 1. Wanneer een zeeschip in het buitenland onder Belgische vlag wordt gebracht en de Scheepvaartcontrole niet voor een certificaat van deugdelijkheid kan zorgen, moet het zeeschip voorzien zijn van een voorlopig certificaat van deugdelijkheid. Dit certificaat wordt door de Scheepvaartcontrole uitgereikt op gunstig verslag van een erkende organisatie. Het voorlopig certificaat kan evenwel zonder de tussenkomst van een erkende organisatie worden uitgereikt indien de gezagvoerder of een andere vertegenwoordiger van de scheepseigenaar geldige vreemde nationale of internationale certificaten overlegt waaruit blijkt dat voldaan is aan alle punten welke door het certificaat van deugdelijkheid zijn gedekt. § 2. Wanneer een Belgisch zeeschip zich in het buitenland bevindt en zijn certificaat van deugdelijkheid vóór de vervaldatum, welke in voorkomend geval overeenkomstig artikel 2.2.3.10, § 3 is uitgesteld, niet kan worden vernieuwd, moet het worden voorzien van een voorlopig certificaat van deugdelijkheid dat door de Scheepvaartcontrole wordt uitgereikt op gunstig verslag van een erkende organisatie. § 3. De geldigheid van het voorlopig certificaat van deugdelijkheid verstrijkt in elk geval bij aankomst van het zeeschip in een Belgische haven of, voor de zeeschepen bedoeld in artikel 2.2.3.12, bij aankomst van het zeeschip in de haven welke het meestal aanloopt, ingeval het daar aankomt voordat het een Belgische haven bereikt. Art. 2.2.3.12. Belgische schepen die nooit of uitzonderlijk een Belgische haven aanlopen § 1. Het certificaat van deugdelijkheid van een Belgisch zeeschip dat nooit of alleen bij uitzondering een Belgische haven aanloopt, kan door de Scheepvaartcontrole worden uitgereikt overeenkomstig artikel 2.2.3.11, § 1, tweede lid. Ingeval het zeeschip zich niet in een Belgische haven bevindt en het in de onmogelijkheid verkeert zijn certificaat van deugdelijkheid binnen de voorgeschreven termijn te vernieuwen, is artikel 2.2.3.11, § 2 van overeenkomstige toepassing. § 2. Ingeval een Belgisch zeeschip dat nooit of alleen bij uitzondering een Belgische haven aanloopt, niet aan de in paragraaf 1 bedoelde voorwaarden kan voldoen, wordt de procedure voor het bekomen van het certificaat van deugdelijkheid geregeld door de scheepvaartcontroleurs. De scheepvaartcontroleurs kunnen hiertoe zich naar het schip begeven. Onverminderd de retributie verschuldigd overeenkomstig artikel 2.2.3.5 worden de onkosten waaronder verblijfs- en reiskosten vergoed door de scheepseigenaar of zijn lasthebber, de aanvrager of de begunstigde. § 3. Artikel 2.2.3.11, § 3 is op de uitreiking van in dit artikel bedoelde certificaten van overeenkomstige toepassing. Art. 2.2.3.13. Gevolgen van schadegevallen en veranderingen § 1. Ingeval een Belgisch zeeschip zware schade heeft opgelopen of zijn bouw aanzienlijke veranderingen heeft ondergaan, is het certificaat van deugdelijkheid van rechtswege geschorst en kan het niet opnieuw geldig gemaakt worden dan door de scheepvaartcontroleurs. Ingeval het zeeschip zich in het buitenland bevindt, wijst de gezagvoerder of een andere vertegenwoordiger van de scheepseigenaar een erkende organisatie aan. § 2. Buiten de gevallen bedoeld in paragraaf 1, ingeval een Belgisch zeeschip schade heeft opgelopen, bij een voorval waardoor het vermoeden rijst dat schade aan het zeeschip ontstaan is en dit zeeschip daarna een haven aanloopt, of ingeval schade is ontstaan of het vermoeden daarvan rijst tijdens het verblijf in een haven, mag de reis niet worden voortgezet, voordat de gezagvoerder met de scheepvaartcontroleurs in verbinding is getreden om over de schade verslag uit te brengen en hun richtlijnen te ontvangen. Ingeval de scheepvaartcontroleurs oordelen dat de schade niet onmiddellijk behoeft te worden hersteld, geven ze aan de gezagvoerder een schriftelijke verklaring af naar luid waarvan de reis zonder bezwaar kan worden voortgezet onder de daarin vastgestelde voorwaarden. In het buitenland treedt de gezagvoerder in verbinding met de Scheepvaartcontrole of, zo dit onmogelijk is, met een vertegenwoordiger van een erkende organisatie. De scheepvaartcontroleurs dan wel de vertegenwoordiger van de erkende organisatie geeft een schriftelijke verklaring af, inhoudende dat de herstelling naar behoren is geschied of dat de reis zonder bezwaar kan worden voortgezet onder de daarin vastgestelde voorwaarden. De scheepvaartcontroleurs kunnen zich hiervoor naar het schip begeven. Onverminderd de retributie verschuldigd overeenkomstig artikel 2.2.3.5 worden de onkosten waaronder verblijfs- en reiskosten vergoed door de scheepseigenaar of zijn lasthebber, de aanvrager of de begunstigde. Ingeval de in het vorige lid bedoelde personen in het buitenland niet beschikbaar zijn, mag de gezagvoerder onder zijn verantwoordelijkheid de reis voortzetten, onder verplichting de feiten te vermelden in het scheepsdagboek. § 3. Een afschrift van de verslagen en verklaringen van de deskundigen moet onmiddellijk worden gezonden aan de scheepvaartcontroleurs. Art. 2.2.3.14. Uitvoeringsbesluiten De Koning bepaalt : 1° de internationale certificaten waarvan elk Belgisch zeeschip moet voorzien zijn naargelang van de categorie waarin het bij het betrokken besluit is gerangschikt en overeenkomstig de daarin gestelde regels en voorwaarden;2° de voorwaarden waaronder internationale certificaten aan vreemde zeeschepen worden uitgereikt overeenkomstig de internationale verdragen waarbij België partij is;3° de inhoud en de geldigheidsduur van de onder 1° en 2° bedoelde certificaten. Art. 2.2.3.15. Deskundigen en classificatie § 1. Elk zeeschip dat is ingeschreven in een register van een erkende organisatie en dat er in de hoogste klasse van zijn categorie is ondergebracht, is ontslagen van de door de Scheepvaartcontrole of door de deskundige of deskundigen te verrichten vaststellingen betreffende de punten waarover door die organisatie toezicht is uitgeoefend. Dezelfde vrijstelling kan worden verleend wanneer certificaten worden uitgereikt door een bevoegde vreemde openbare dienst. De scheepvaartcontroleurs kunnen evenwel nazien of de voorwaarden bepaald voor het bekomen van het classificatiecertificaat of van andere certificaten zijn vervuld en, zo nodig, nadere vaststellingen gelasten. § 2. De Koning machtigt de erkende organisatie om de taken in dit hoofdstuk uit te voeren en duidt de bevoegde buitenlandse openbare diensten aan waarvan de certificaten kunnen worden aanvaard, en bepaalt onder welke voorwaarden dit zal geschieden. HOOFDSTUK 4. - Zaakstatuut Art. 2.2.4.1. Internationale toepassing § 1. De rechten op een zeeschip worden beheerst door : 1° het recht van de Staat van het register van oorsprong van het in een rompbevrachtingsregister ingeschreven schip;2° bij gebreke van rompbevrachtingsregistratie, het recht van de Staat waar het zeeschip geregistreerd of teboekgesteld is;3° bij gebreke van registratie of teboekstelling, het recht van de Staat waar de thuishaven van het zeeschip gelegen is;4° bij gebreke van een thuishaven, het recht van de Staat waar het zeeschip gewoonlijk wordt gebruikt of, indien die Staat niet kan worden vastgesteld, het recht van de Staat waar het zeeschip zich bevindt. § 2. De rechten op een zeeschip in aanbouw of in verbouwing worden beheerst door het recht van de Staat waar het zeeschip is geregistreerd of teboekgesteld en, bij gebreke van registratie of teboekstelling, door het recht van de Staat waar het schip wordt gebouwd of verbouwd. Met het oog op de toepassing van dit artikel wordt een zeeschip in aanbouw of in verbouwing als zeeschip beschouwd zodra de bouwovereenkomst respectievelijk de verbouwingsovereenkomst is ondertekend. § 3. Het in het vorige paragrafen bedoelde recht is het recht dat geldt op het ogenblik waarop de rechten op het schip wordt ingeroepen. De verwerving en het verlies van rechten op een schip worden evenwel beheerst door het recht dat geldt op het ogenblik waarop de handelingen of feiten die worden ingeroepen als grond van verwerving of verlies van die rechten zich voordoen. § 4. Het in de vorige paragrafen bedoelde recht bepaalt in het bijzonder : 1° of het zeeschip roerend of onroerend is;2° wat een bestanddeel en een toebehoren van het zeeschip is;3° welke rechten op een zeeschip kunnen rusten en welke de aard en de inhoud van die rechten zijn;4° op welke wijze die rechten ontstaan, wijzigen, overgaan en tenietgaan en welke hun onderlinge verhouding is;5° de titularissen van die rechten;6° de beschikbaarheid van die rechten;7° de openbaarmaking en de tegenstelbaarheid van die rechten. § 5. De paragrafen 3 en 4 zijn van overeenkomstige toepassing op rechten op zeeschepen in aanbouw of in verbouwing. Art. 2.2.4.2. Andere regelgeving Zijn niet van toepassing op schepen : 1° artikel 531 van het Burgerlijk Wetboek;2° artikel 87 en 89 van het Wetboek van internationaal privaatrecht. Art. 2.2.4.3. Afwijkende bedingen Bedingen die afwijken van deze titel zijn nietig. Art. 2.2.4.4. Roerend goed Zeeschepen zijn roerende goederen. Zij worden alleen onroerend door incorporatie wanneer zij daardoor een vast tuig worden. Zij worden niet onroerend door bestemming. Art. 2.2.4.5. Verkrijging van eigendom § 1. De eigendom van een zeeschip wordt verkregen : 1° behoudens de afwijkingen bepaald in de paragrafen 2 en 3, overeenkomstig het landrecht;2° door abandonnement, prijsmaking, verbeurdverklaring en op andere wijzen, overeenkomstig bijzondere wetten. § 2. Een geregistreerd schip kan niet het voorwerp uitmaken van een handgift. § 3. Met betrekking tot een geregistreerd zeeschip geldt het bezit niet als titel. De bezitter van een niet geregistreerd zeeschip verkrijgt slechts rechten op dat schip door dertigjarige verjaring overeenkomstig artikel 2262 van het Burgerlijk Wetboek. Art. 2.2.4.6. Bewijs van eigendom Onverminderd andere bepalingen betreffende het bewijs en betreffende de tegenstelbaarheid van in een scheepsregister ingeschreven akten en vonnissen, kan de rechter uit de ter uitvoering van de bepalingen betreffende de registratie van zeeschepen in een scheepsregister opgenomen vermeldingen en uit door een overheid uitgereikte documenten betreffende een zeeschip in alle gevallen feitelijke vermoedens omtrent de eigendom van dat zeeschip afleiden. Art. 2.2.4.7. Andere rechten op schepen § 1. Op zeeschepen kunnen alle beperkte zakelijke rechten worden gevestigd die naar landrecht kunnen worden gevestigd op roerende goederen. Bovendien kan op schepen een recht van bewoning worden gevestigd. § 2. Artikel 2.2.4.6 is op de bewijsvoering met betrekking tot beperkte zakelijke rechten op schepen, persoonlijke rechten op schepen en het rederschap van overeenkomstige toepassing. Art. 2.2.4.8. Rechten op scheepsbestanddelen en scheepstoebehoren De rechten op een zeeschip strekken zich uit tot de scheepsbestanddelen en, behoudens afwijkend beding, tot het scheepstoebehoren. HOOFDSTUK 5. - Scheepszekerheidsrechten Afdeling 1. - Algemene bepalingen Art. 2.2.5.1. Internationale toepassing § 1. Voorrangsrechten, voorrechten, hypotheken, scheepsverbanden en inschrijfbare of anderszins registreerbare lasten van dezelfde aard op een zeeschip of een zeeschip in aanbouw worden beheerst door het recht van de Staat waar het zeeschip respectievelijk het zeeschip in aanbouw is geregistreerd. In geval van inschrijving in een rompbevrachtingsregister, blijft het recht van de Staat van het register van oorsprong gelden. Het in de vorige leden bedoelde recht is het recht dat geldt op het ogenblik waarop de rechten op het zeeschip wordt ingeroepen. De verwerving en het verlies van rechten op een zeeschip worden evenwel beheerst door het recht dat geldt op het ogenblik waarop de handelingen of feiten die worden ingeroepen als grond van verwerving of verlies van die rechten zich voordoen. Het in de vorige leden bedoelde recht regelt in het bijzonder : 1° welke van de in het eerste lid bedoelde zekerheidsrechten op een zeeschip of een zeeschip in aanbouw of in verbouwing kunnen rusten en welke de aard en de inhoud van die rechten zijn;2° op welke wijze die zekerheidsrechten ontstaan, wijzigen, overgaan en tenietgaan en welke hun onderlinge verhouding is;3° de titularissen van die zekerheidsrechten;4° de openbaarmaking en de tegenstelbaarheid van die zekerheidsrechten;5° onverminderd van paragraaf 2, hun onderlinge rang. § 2. De tegenstelbaarheid aan derden van scheepsretentierechten wordt beheerst door het recht van de Staat op het grondgebied waarvan het zeeschip of het zeeschip in aanbouw of in verbouwing zich bevindt op het ogenblik waarop dat recht wordt uitgeoefend. § 3. De rechtspleging ter zake van de uitoefening van scheepszekerheidsrechten wordt beheerst door het recht van de Staat voor de rechtbank waarvan zij wordt gevoerd. § 4. Met het oog op de toepassing van dit artikel wordt een zeeschip in aanbouw of in verbouwing als zeeschip beschouwd zodra de bouwovereenkomst respectievelijk de verbouwingsovereenkomst is ondertekend. Art. 2.2.5.2. Uitlegging De scheepsvoorrangsrechten, scheepsvoorrechten en scheepsretentierechten worden uitgelegd in beperkende zin. Art. 2.2.5.3. Andere regelgeving § 1. Dit hoofdstuk geldt onverminderd : 1° Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende insolventieprocedures (herschikking);2° artikel 119 van het Wetboek van internationaal privaatrecht. § 2. Behoudens uitdrukkelijke afwijking is de Hypotheekwet niet van toepassing op scheepszekerheidsrechten. Art. 2.2.5.4. Afwijkende bedingen Behoudens uitdrukkelijke uitzondering, zijn bedingen die van dit hoofdstuk afwijken nietig. Art. 2.2.5.5. Soorten zekerheden op schepen § 1. Onverminderd een beding van eigendomsvoorbehoud, vloeit voorrang tussen de schuldeisers van een zeeschip of een zeeschip in aanbouw of in verbouwing uitsluitend voort uit scheepszekerheidsrechten of uit een pandrecht bedoeld in paragraaf 2. Met het oog op de toepassing van dit artikel wordt een zeeschip in aanbouw of in verbouwing als zeeschip beschouwd zodra de bouwovereenkomst respectievelijk de verbouwingsovereenkomst is ondertekend. § 2. Uitsluitend een niet-geregistreerd zeeschip kan het voorwerp zijn van een pandrecht in de zin van titel XVII van boek III van het Burgerlijk Wetboek. Art. 2.2.5.6. Ontstaan en bewijs van scheepsvoorrangsrechten en scheepsvoorrechten Scheepsvoorrangsrechten en scheepsvoorrechten ontstaan uit de wet en zijn verbonden aan de aard van de schuldvordering. Zij zijn aan geen formaliteit en aan geen bijzonder bewijsvoorschrift onderworpen. Art. 2.2.5.7. Hoedanigheid van de schuldenaar Scheepsvoorrangsrechten en scheepsvoorrechten ontstaan wanneer de schuldenaar hetzij eigenaar, hetzij mede-eigenaar, hetzij reder van het zeeschip of het zeeschip in aanbouw of in verbouwing, hetzij werkgever van het betrokken bemanningslid is. Indien de schuldenaar evenwel buiten het bezit van het zeeschip is gesteld door een onrechtmatige daad en de schuldeiser of zijn rechtsopvolger niet te goeder trouw is, kan geen scheepsvoorrangsrecht of scheepsvoorrecht worden uitgeoefend. Met het oog op de toepassing van dit artikel wordt een zeeschip in aanbouw of in verbouwing als zeeschip beschouwd zodra de bouwovereenkomst respectievelijk de verbouwingsovereenkomst is ondertekend. Art. 2.2.5.8. Overdracht en subrogatie De overdracht van een schuldvordering waaraan een scheepsvoorrangsrecht of een scheepsvoorrecht is verbonden of de subrogatie in de rechten van de houder van een dergelijke vordering heeft de overdracht van het scheepsvoorrangsrecht respectievelijk het scheepsvoorrecht tot gevolg. Art. 2.2.5.9. Volgrecht § 1. De scheepszekerheidsrechten volgen het zeeschip, ook in geval van verandering van eigendom, registratie of vlag. § 2. Indien de derde-bezitter de bevoorrechte en hypothecaire schulden niet betaalt binnen de betalings- en uitsteltermijnen aan de schuldenaar verleend of de hierna te bepalen formaliteiten om zijn eigendom te zuiveren niet vervult, heeft elke schuldeiser het recht om het bezwaarde zeeschip te doen verkopen. Art. 2.2.5.10. Oorzaken van tenietgaan van scheepsvoorrechten en scheepshypotheken De scheepsvoorrechten en de scheepshypotheken gaan teniet : 1° door het tenietgaan van de hoofdverbintenis;2° door afstand door de schuldeiser;3° door de gedwongen verkoop van het zeeschip; 4° door de vrijwillige vervreemding van het zeeschip, gevolgd door de vervulling van de formaliteiten en voorwaarden bedoeld in de artikelen 2.2.5.19 respectievelijk 2.2.5.44. Afdeling 2. - Scheepsvoorrangsrechten Art. 2.2.5.11. Kosten waarvoor een scheepsvoorrangsrecht geldt § 1. In geval van uitvoerend beslag op een zeeschip worden de aan de overheid verschuldigde gerechtskosten en de in de laatste haven gemaakte kosten van bewaking en behoud, evenals de desgevallend door de bevoegde gewestelijke of gemeenschapsregelgever aangewezen aan de overheid verschuldigde kosten, uit de opbrengst van de verkoop voldaan boven alle andere vorderingen, op voorwaarde dat deze gerechtskosten en kosten : 1° werden gemaakt vanaf het bevel tot betaling, tenzij in geval van omzetting van een bewarend beslag, in welk geval de kosten vanaf dat laatste beslag in aanmerking komen;2° betrekking hadden op het in beslag genomen zeeschip;3° werden gemaakt in het gemeenschappelijk belang van de schuldeisers; en 4° noodzakelijk waren met het oog op de verkoop, de rangregeling en de verdeling van de opbrengst. § 2. Onder de in de eerste paragraaf bedoelde kosten kunnen onder meer vallen : 1° de kosten van het eerste bewarend beslag op het betrokken zeeschip;2° de kosten van een gerechtelijk sekwester;3° de kosten van berging, onderhoud en herstelling van het betrokken zeeschip;4° de kosten van de levering van verbruiksgoederen met het oog op het verblijf in de haven;5° de bedragen die aan de gezagvoerder en de bemanningsleden verschuldigd zijn in verband met hun werkzaamheden aan boord van het betrokken zeeschip in de haven, met inbegrip van de aan deze personen verschuldigde terugbetalingen van in deze paragraaf bedoelde kosten en van repatriëringskosten;6° de kosten van het in de haven aan boord plaatsen van personen ter vervanging van de kapitein of de bemanning en teneinde het zeeschip te bewaken of manoeuvres uit te voeren;7° de verzekeringspremies voor de periode van het verblijf in de haven tot aan de gedwongen verkoop. § 3. Onder de in de eerste paragraaf bedoelde kosten vallen in geen geval : 1° de kosten van een opgeheven bewarend beslag;2° de kosten van een bewarend beslag gelegd na het eerste bewarend beslag;3° de kosten om een uitvoerbare titel te bekomen;4° de kosten in verband met scheepstoebehoren dat zich niet meer aan boord bevindt, tenzij wanneer deze werden gemaakt in het raam van onderhoud of herstelling van het zeeschip;5° de kosten gemaakt met het oog op het gebruik van het zeeschip na de gedwongen verkoop;6° de verzekeringspremies voor de periode na de gedwongen verkoop. Art. 2.2.5.12. Onderlinge rang De vorderingen waarvoor een scheepsvoorrangsrecht geldt staan in rang gelijk en worden pondspondsgewijs betaald. Afdeling 3. - Scheepsvoorrechten Art. 2.2.5.13. Begrip In deze afdeling wordt onder "reis" verstaan elke verplaatsing van een schip tussen twee havens. Art. 2.2.5.14. Vorderingen waarvoor een scheepsvoorrecht geldt § 1. Onder voorbehoud van de door de bevoegde gewestelijke of gemeenschapsregelgever ingestelde scheepsvoorrechten, zijn uitsluitend de volgende vorderingen bevoorrecht op het zeeschip en, behoudens afwijkend beding als bedoeld in artikel 2.2.4.8, op het scheepstoebehoren : 1° de vorderingen van de gezagvoerder en de bemanningsleden die voortspruiten uit een arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst en die verband houden met arbeid aan boord van het betrokken zeeschip, inbegrepen deze ter vergoeding van overlijden of letselschade, voor de terugbetaling van kosten en voor repatriëringskosten;2° de tijdens de laatste reis ontstane vorderingen tot betaling van :
  12. a)bergloon;en
  13. b)de bijdrage van het zeeschip in averij-grosse;3° de vorderingen tot vergoeding van :
  14. a)schade veroorzaakt door aanvaring of andere scheepvaartongevallen;
  15. b)overlijden of letselschade van de passagiers;
  16. c)verlies of beschadiging van lading of bagage;4° de onkosten gemaakt door de federale overheid met betrekking tot de inspecties van het zeeschip en de administratieve geldboetes opgelegd overeenkomstig dit wetboek verschuldigd voor met het zeeschip gepleegde inbreuken;5° de sociale zekerheidsbijdragen op grond van een tewerkstelling van een zeevarende op een zeeschip verschuldigd aan de inningsinstelling van deze bijdragen, alsmede de bijdragen waarvan deze laatste de inning verzekert. § 2. De in de eerste paragraaf bedoelde vorderingen zijn alleen bevoorrecht in hoofdsom. Art. 2.2.5.15. Uitsluiting van voorrechten voor bepaalde soorten schade In afwijking van artikel 2.2.5.14 is geen scheepsvoorrecht verbonden aan de vorderingen die betrekking hebben op : 1° schade in verband met het vervoer over zee van olie, bunkerolie of andere gevaarlijke of schadelijke stoffen waarvoor aan de schuldeiser een vergoeding verschuldigd is op grond van een internationaal verdrag of een nationale wet waardoor een objectieve aansprakelijkheid wordt ingevoerd alsmede een verplichte verzekering of een andere zekerheid;2° schade als gevolg van de radioactieve eigenschappen of een combinatie van radioactieve eigenschappen met toxische, explosieve of andere gevaarlijke eigenschappen van hetzij nucleaire brandstof, hetzij radioactieve producten of afval. Art. 2.2.5.16. Rang boven scheepshypotheken De scheepsvoorrechten gaan altijd boven scheepshypotheken, erkende scheepsverbanden en inschrijfbare of anderszins registreerbare lasten van dezelfde aard en een pandrecht bedoeld in artikel 2.2.5.5, § 2. Art. 2.2.5.17. Onderlinge rang § 1. De bevoorrechte schuldeisers worden gerangschikt en betaald volgens de door de volgende paragrafen bepaalde rang van hun schuldvordering. § 2. Bevoorrechte schuldvorderingen van de laatste reis hebben voorrang boven die van de voorgaande reizen. Schuldvorderingen uit een arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst aangegaan voor verscheidene reizen, staan met de schuldvorderingen van de laatste reis evenwel in rang gelijk. § 3. Schuldvorderingen die overeenkomstig paragraaf 2 dezelfde rang genieten, nemen onderling rang in naar de volgorde waarin zij in artikel 2.2.5.14 zijn vermeld. De schuldvorderingen vermeld onder eenzelfde nummer staan in rang gelijk. In afwijking van het vorige lid, worden schuldvorderingen bedoeld in artikel 2.2.5.14, § 1, 2° in die categorie bij voorrang betaald in omgekeerde volgorde van de tijdstippen waarop zij ontstaan zijn. Schuldvorderingen die betrekking hebben op eenzelfde voorval, worden geacht gelijktijdig te zijn ontstaan. Voor de toepassing van deze paragraaf, en behoudens ander

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.