← België

Koninklijk besluit betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector

Kort samengevat

Dit Koninklijk Besluit regelt de aanpassing van de toezichtsarchitectuur voor de Belgische financiële sector naar een "Twin Peaks"-model, waarbij taken worden verdeeld tussen de Nationale Bank van België en de CBFA. Het doel is om de stabiliteit van het financiële stelsel en de bescherming van cliënten te waarborgen.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

Wettekst

3 MAART 2011. - Koninklijk besluit betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het koninklijk besluit dat U ter ondertekening is voorgelegd, geeft uitvoering aan artikel 26 van de wet van 2 juli 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/06/2000 pub. 14/07/2000 numac 2000000526 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot beperking van de helft van de devolutieve kracht van de lijststemmen en tot afschaffing van het onderscheid tussen kandidaat-titularissen en kandidaat-opvolgers voor de verkiezing van de provincie- en gemeenteraden en het Europees Parlement sluiten9 tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen sluiten tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, en houdende diverse bepalingen. Uitgaande van de beginselen die in deze wet zijn geponeerd, wenst de wetgever de toezichtsarchitectuur van de Belgische financiële sector te laten evolueren van een geïntegreerd toezichtsmodel naar een bipolair model, het « Twin Peaks »-model genoemd. Dit bipolaire model moet, op structureel gebied, gestalte geven aan de twee hoofddoelen van het financiële toezicht : enerzijds, de macro- en micro-economische stabiliteit van het financiële stelsel handhaven, wat zal behoren tot de verantwoordelijkheden van de Nationale Bank van België (hierna « de Bank »), en, anderzijds, naast onder meer rechtvaardige en transparante marktprocessen alsook correcte relaties tussen de marktspelers, een loyale, billijke en professionele behandeling van de cliënten (gedragsregels) waarborgen, waarvoor de bevoegdheid bij de CBFA blijft berusten. Op deze wijze zal de toezichtsarchitectuur van de financiële sector in België in lijn liggen met de vooruitzichten die zich thans aftekenen in Europa, en in het bijzonder in de Euro-zone. Zo heeft het Verenigd Koninkrijk onlangs nog zijn ambitieuze project voorgesteld voor de hervorming van het toezicht op zijn financiële sector, waarbij de huidige opdrachten van de Financial Services Authority - een geïntegreerde autoriteit zoals de CBFA - verdeeld worden over een prudentiële autoriteit en een autoriteit voor marktregulering en gedragsregels

(1). De implementatie van het aldus beschreven Twin Peaks-model, houdt enerzijds in dat het individuele prudentiële toezicht op de actoren van het financiële stelsel die cliëntengelden mogen aanhouden (het microprudentieel toezicht), dat thans wordt waargenomen door de CBFA, wordt overgedragen aan de Bank en aldus wordt samengevoegd met het macro-economische toezicht dat de Bank uitoefent. Anderzijds impliceert dit dat de CBFA, met name naast haar traditionele opdracht om toe te zien op de goede werking, de transparantie en de integriteit van de financiële markten alsook om het toezicht uit te oefenen op het onrechtmatig aanbieden van producten en financiële diensten, haar actieterrein uitbreidt naar het relatief nieuwere gebied van het toezicht op de naleving van de gedragsregels waaraan de financiële tussenpersonen onderworpen zijn teneinde een loyale, billijke en professionele behandeling van hun cliënten te waarborgen. Teneinde de structuren inzake het toezicht op de financiële sector te laten evolueren stipuleert artikel 26 van de wet dat de Koning zo vlug mogelijk, door middel van een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en bij wet te bekrachtigen, alle nodige maatregelen neemt teneinde : 1° de opdrachten van de Bank uit te breiden door daarin de volgende bevoegdheden op te nemen :
  1. a)de bevoegdheden en opdrachten van het CSRSFI, voor wat het toezicht van prudentiële aard betreft, zoals bedoeld in de artikelen 89 en 90 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten; Dit maakt onder meer het voorwerp uit van het nieuwe artikel 41 van de organieke wet van de Bank, ingevoerd door artikel 196 van het voorliggende ontwerpbesluit : de bepalingen aangaande de bevoegdheden en opdrachten van het CSRSFI, voor wat het toezicht van prudentiële aard betreft, worden geïntegreerd in de organieke wet van de Bank.
  2. b)de bevoegdheden en opdrachten van de CBFA, bedoeld in artikel 45, § 1, 11, 61, 101 en 131, en eventueel 111 en 121, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten wat betreft het toezicht van prudentiële aard op de kredietinstellingen met inbegrip van de instellingen voor elektronisch geld zoals gedefinieerd in artikel 1, derde lid, van de wet van 22 maart 2003 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de verzekeringsondernemingen, de beleggingsondernemingen met het statuut van beursvennootschap, de herverzekeringsondernemingen, de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening, de verrekeningsinstellingen, de vereffeningsinstellingen en de met vereffeningsinstellingen gelijkgestelde instellingen en de betalingsinstellingen in de zin van titel II van de wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/06/2000 pub. 14/07/2000 numac 2000000526 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot beperking van de helft van de devolutieve kracht van de lijststemmen en tot afschaffing van het onderscheid tussen kandidaat-titularissen en kandidaat-opvolgers voor de verkiezing van de provincie- en gemeenteraden en het Europees Parlement sluiten4 betreffende het statuut van de betalingsinstellingen, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en de toegang tot betalingssystemen, met uitzondering van het toezicht op de gedragsregels die gelden op de markt van het sparen, het beleggen, de pensioenen en de verzekeringen, waarvoor de CBFA de bevoegde autoriteit is; Het ontwerpbesluit geeft gestalte aan het door de wetgever beoogde summa divisio « toezicht van prudentiële aard en toezicht op de gedragsregels in de verschillende wetten die het statuut van en het toezicht op de financiële instellingen regelen, volgens de hieronder nader toegelichte richtlijnen. Voor de invoering van het Twin Peaks-model dienen niet minder dan 25 wetten en een aantal van hun uitvoeringsbesluiten te worden herzien. De verder opgenomen artikelsgewijze commentaar betreft de sleutelbepalingen van deze wetten. In het ontwerpbesluit is geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de opdrachten van de Bank uit te breiden met de bevoegdheden van prudentiële aard die aan de CBFA zijn toegekend krachtens artikel 45, § 1, 11° en 12°, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten, namelijk het toezicht op de naleving van de wet op de aanvullende pensioenen en van de wet op de aanvullende pensioenen voor zelfstandigen. 2° de Bank toe te laten één of verschillende juridische entiteiten op te richten waarvan het doel bestaat in het uitoefenen van alle of een deel van de bevoegdheden bedoeld in de bepaling onder 11 en van een deel van de opdrachten toebedeeld aan de Bank door de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen sluiten tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België en de opdrachten, de organen, de benaming, de financieringsmodaliteiten evenals alle andere modaliteiten noodzakelijk om de goede werking van deze entiteiten te verzekeren, te bepalen; In het voorliggende ontwerpbesluit wordt - in navolging van het Nederlandse model en in tegenstelling tot het Franse en Engelse prudentiële toezichtsmodel - geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid voor de Bank om het toezicht van prudentiële aard onder te brengen in een afzonderlijke entiteit. 3° de overdracht aan de Bank te regelen van de personeelsleden van de Bank of van de CBFA die belast zijn met de aan de Bank toebedeelde opdrachten, met dien verstande dat de juridische entiteit waaraan de personeelsleden op deze wijze worden overgedragen, louter door deze overdracht, alle rechten en verplichtingen overneemt die voortvloeien uit de wet of de arbeidscontracten en de collectief gesloten of toegepaste arbeidsvoorwaarden, die op de overdrachtsdatum bestaan bij de entiteit die de betrokken personeelsleden overdraagt, met inbegrip van de op grond van hun arbeidsprestaties verworven anciënniteit bij de overdragende entiteit en de voordelen die voortvloeien uit de op hen toepasselijke pensioenregeling, inclusief de aanvullende pensioenregeling; Het comité voor de voorbereiding van de nieuwe toezichtsarchitectuur zoals bedoeld in artikel 26, § 2, van de wet van 2 juli 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/06/2000 pub. 14/07/2000 numac 2000000526 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot beperking van de helft van de devolutieve kracht van de lijststemmen en tot afschaffing van het onderscheid tussen kandidaat-titularissen en kandidaat-opvolgers voor de verkiezing van de provincie- en gemeenteraden en het Europees Parlement sluiten9 heeft het aantal personeelsleden, uitgedrukt in voltijdse equivalenten, van de CBFA dat dient te worden overgedragen aan de Bank bepaald. Bij de bepaling van het aantal en de identiteit van de betrokken personen heeft het comité acht geslagen op de continuïteit van het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en van de werking van de Bank en de CBFA. Het ontwerpbesluit bevat de bepalingen die nodig zijn om de overdracht van de personeelsleden te regelen. Wat de overdracht van personeel betreft, stelt het besluit dat de Bank de personeelsleden overneemt die op het ogenblik van de bevoegdheidsoverdracht belast zijn met de opdrachten die haar worden toebedeeld, samen met de personeelsleden die zijn toebedeeld aan de juridische, administratieve en informaticaondersteuning van deze opdrachten. Tevens bepaalt het besluit dat de Bank, louter door de overdracht, alle rechten en verplichtingen overneemt die voortvloeien uit de wet of de arbeidscontracten en de collectief gesloten of toegepaste arbeidsvoorwaarden die op de datum van de overdracht bestaan bij de CBFA, met inbegrip van de anciënniteit die zij hebben verworven en de voordelen die voortvloeien uit de voor hen op het ogenblik van de overdracht geldende pensioenregeling, inclusief de aanvullende pensioenregeling. Daarnaast stelt het besluit dat ook de personeelsleden van de CBFA waarvan de arbeidsprestaties op de datum van de overdracht zijn opgeschort maar die vóór de opschorting voornamelijk belast waren met de opdrachten die aan de Bank worden toevertrouwd, automatisch en van rechtswege worden overgedragen aan de Bank. 4° te voorzien in de overdracht naar de Bank van de rechten en verplichtingen van het CSRSFI en de CBFA, die zijn toegewezen aan of verband houden met de naar de Bank overgehevelde opdrachten en bevoegdheden, evenals regels vast te stellen voor de overgedragen bevoegdheden, die inzonderheid verband houden met het aansprakelijkheidsregime van toepassing op de Bank, de leden van haar organen, haar personeelsleden, en met de financiering van de uitoefening van deze opdrachten en bevoegdheden; Het ontwerpbesluit regelt de overdracht en de dekking van de financiële verplichtingen die door de CBFA en het CSRSFI zijn gemaakt voor de uitvoering van hun respectieve toezichtsopdrachten. Wat de financiering van het toezicht betreft, lijkt het nuttig om de huidige regeling voor de dekking van de werkingskosten van de CBFA te herzien, meer bepaald op het vlak van het prudentiële toezicht. De herziene regeling hoeft weliswaar niet noodzakelijkerwijs in werking te treden op het ogenblik dat de nieuwe architectuur geïmplementeerd wordt. Er wordt dan ook voorgesteld om de bijdragen van de verschillende sectoren in de toezichtskosten voor 2011 bij wijze van voorschot te laten innen door de Bank en de CBFA op grond van het koninklijk besluit van 22 mei 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten0 betreffende de dekking van de werkingskosten van de CBFA. De definitieve bijdragen zullen worden vastgesteld conform de financieringsregels die de Koning zal uitwerken voor elk van deze beide instellingen. Wat de CBFA betreft, en de uitbreiding van haar bevoegdheden inzake consumentenbescherming indachtig, wijzigt de wetgever met het voorliggend ontwerpbesluit de organieke wet teneinde bijdragen te kunnen innen voor het toezicht op de producten die in België worden verhandeld. 5° de naam van de CBFA te wijzigen, de structuur en samenstelling van de organen van de CBFA en de Bank aan te passen rekening houdend met de aldus overgedragen opdrachten en de bepalingen die betrekking hebben op het CSRSFI ten laatste op 31 maart 2011 op te heffen; Gelet op de evolutie van het opdrachtenpakket van de CBFA en inzonderheid op het feit dat het toezicht op de gedragsregels centraal zal staan bij de uitoefening van haar bevoegdheden, rijst tot slot de vraag of haar naam die teruggaat tot 1935, het jaar waarin de Bankcommissie werd opgericht, behouden moet blijven. Omdat beide instellingen zich ook beter moeten kunnen profileren binnen de voorgestelde nieuwe architectuur, stelt het comité voor om de naam van de CBFA te veranderen in « FSMA », wat staat voor : « Autorité des services et marchés financiers » « Autoriteit financiële diensten en markten » « Autorität Finanzielle Dienste und Märkte » « Financial Services and Markets Authority (FSMA) ». Wat de structuur en de samenstelling van de organen van de FSMA en de Bank betreft opteert het ontwerpbesluit voor maximale continuïteit. De wetsbepalingen aangaande het directiecomité van de Bank blijven ongewijzigd. Wel zal het comité zich voor de integratie binnen de Bank van de bevoegdheden van prudentiële aard en de betrokken personeelsleden kunnen beroepen op de deskundigheid en jarenlange ervaring van de twee leden van het directiecomité van de CBFA die de operationele leiding hadden van de departementen belast met het toezicht op de bankverzekerings- en verzekeringsbankiergroepen. Zij worden bij de Bank aangesteld als bijzonder mandataris voor een duur die met de resterende duur van hun lopend mandaat bij de CBFA overeenkomt. De beheersstructuur van de CBFA (raad van toezicht, directiecomité, voorzitter, secretaris-generaal) blijft onaangeroerd, met dien verstande dat de bevoegdheden van de raad van toezicht preciezer omschreven worden, en dat een einde gesteld wordt aan het mandaat van de drie leden van het directiecomité van de Bank die krachtens het vroegere artikel 49, § 6 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten in het comité van de CBFA zetelden, alsook van de twee leden die als bijzonder mandataris worden geïntegreerd in de Bank. Het directiecomité van de CBFA wordt aldus afgeslankt van 7 naar 4 leden. 6° in voorkomend geval te voorzien in de modaliteiten van de samenwerking tussen de Bank en de CBFA alsook de modaliteiten van de toewijzing van de uitoefening van bevoegdheden en taken aan deze instellingen. De belangrijkste modaliteiten van de toewijzing en de uitoefening door de Bank en de CBFA van hun nieuwe toezichtsopdrachten worden in de sectorale wetten geregeld. De sectorale wetten voorzien voorts het sluiten van een samenwerkingsprotocol, waarin de toezichthouders de details van de samenwerking (in het bijzonder de vorm waarin informatie zal uitgewisseld worden) zullen bepalen met inachtname van de respectieve bevoegdheden die aan de instellingen zijn toevertrouwd. Daarnaast en los van de samenwerking bij de uitoefening van hun respectieve toezichtsopdrachten voert het ontwerpbesluit in beider organieke wetten een algemene bepaling in die de CBFA en de Bank toelaat een samenwerking uit te bouwen in de domeinen die zij in onderling akkoord bepalen. Aan de verplichting voor de CBFA en de Bank om synergieën tot stand te brengen heeft de wet van 2 juli 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/06/2000 pub. 14/07/2000 numac 2000000526 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot beperking van de helft van de devolutieve kracht van de lijststemmen en tot afschaffing van het onderscheid tussen kandidaat-titularissen en kandidaat-opvolgers voor de verkiezing van de provincie- en gemeenteraden en het Europees Parlement sluiten9 met haar artikel 23 een einde gesteld. Voor de gebieden waar sinds begin 2004 synergieën zijn ingevoerd, met name het beheer van de informaticainfrastructuur, verbinden de instellingen zich ertoe om elkaar wederzijds van dienst te zijn gedurende een overgangsperiode. Daarna zullen de instellingen de samenwerking op vrijwillige basis verderzetten in domeinen zoals de inzameling van periodieke informatie die beide toezichthouders voor de uitoefening van hun toezichtstaken behoeven. Aldus zal de Bank blijven instaan voor de inzameling van de informatie die de ondernemingen periodiek zullen moeten overmaken zowel aan de ene als aan de andere autoriteit, en zal zij die informatie ter beschikking stellen van de CBFA. Deze laatste zal daarentegen zelf instaan voor de inzameling van de informatie die uitsluitend voor haar bestemd is. De bijzonderheden van deze samenwerking worden, zoals thans het geval is, geregeld in dienstenovereenkomsten. Krachtlijnen voor de concrete invoering van het « Twin Peaks »-toezichtsmodel De implementatie van de toezichtsarchitectuur berust op twee onderscheiden en autonome polen die elk een specifieke doelstelling nastreven. Dit is de onderliggende filosofie van elk zogenaamd « Twin Peaks »-model en noodzaakte bijgevolg de analyse van elke bepaling die zich in elk van de sectorale wetten bevond die thans het toezicht op de verschillende types van actoren in de Belgische financiële sector regelen. Deze analyse gebeurde volgens de hieronder toegelichte krachtlijnen : Teneinde de tenuitvoerlegging van artikel 26, § 1, 2° van de wet van 2 juli 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/06/2000 pub. 14/07/2000 numac 2000000526 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot beperking van de helft van de devolutieve kracht van de lijststemmen en tot afschaffing van het onderscheid tussen kandidaat-titularissen en kandidaat-opvolgers voor de verkiezing van de provincie- en gemeenteraden en het Europees Parlement sluiten9 mogelijk te maken, diende in de verschillende wetten die het statuut beheersen van de financiële ondernemingen waarvoor het prudentiële toezicht wordt overgedragen aan de Bank, eerst een onderscheid te worden gemaakt tussen de regels van prudentiële aard, die voortaan tot de bevoegdheid van de Bank behoren, en de regels die als « gedragsregels » worden aangemerkt en onder de bevoegdheid van de CBFA vallen. De prudentiële regels zijn specifiek gericht op het waarborgen van de soliditeit van de financiële instellingen door vereisten op te leggen op het vlak onder meer van de solvabiliteit, de liquiditeit en de rendabiliteit van deze instellingen. De gedragsregels zijn er specifiek op gericht om een loyale, billijke en professionele behandeling van de cliënten te bewerkstelligen door vereisten op te leggen op het vlak onder meer van de deskundigheid van de onderneming, haar bedrijfsvoering en de zorgvuldige behandeling van de cliënt of de consument op het gebied van de gedragsregels. Tot het uiterste doorgetrokken, houdt de logica van het Twin Peaks-model in dat een financiële instelling moet beschikken over een vergunning van elke toezichthouder, dat de toezichthouders autonome controles en beoordelingen verrichten en eveneens op autonome wijze gebruik maken van hun bevoegdheid om herstelmaatregelen en sancties op te leggen. Er werd evenwel van naderbij bekeken hoe de interactie tussen de bevoegdheden zoals die in onze buurlanden toegewezen zijn aan de prudentiële autoriteiten en de marktautoriteiten in de praktijk verloopt. Het eerste Twin Peaks-model dat in Europa in werking trad en derhalve op de langste ervaring kan bogen, is het model dat in Nederland is ingevoerd
(2). Dit model is gebaseerd op een globale analyse van de risico's waaraan de Nederlandse financiële sector is blootgesteld. Het heeft dan ook als leidraad gefungeerd om een concreet voorstel uit te werken voor het bipolaire toezicht op de Belgische financiële sector. Zonder de basisbeginselen van het Twin Peaks-model in vraag te stellen, toont het Nederlandse model aan dat het mogelijk is om de uitoefening van de bevoegdheden van de twee toezichthouders beter op elkaar af te stemmen, voornamelijk door waar mogelijk overlappingen bij het uitoefenen van het toezicht of het nemen van tegenstrijdige beslissingen te vermijden. Er werd voor geopteerd om deze benadering te volgen veeleer dan de meer strikte zienswijze, voor het aanpassen, via het ontwerpbesluit, van de wetten die het statuut en het toezicht regelen van de financiële ondernemingen waarvoor het prudentiële toezicht wordt overgedragen aan de Bank. Hierbij werd mede gesteund op de ervaring die de Nederlandse autoriteiten hebben opgedaan op het terrein en werd bijzondere aandacht besteed aan de invoering, in het voorgestelde dispositief, van de noodzakelijke mechanismen om de autonomie van elke toezichthouder te vrijwaren, daarbij tegelijkertijd zorgdragend voor een efficiënte en doeltreffende interactie tussen de beide entiteiten. De wijze waarop deze interactie gestructureerd is, vormt immers de hoeksteen voor het uitbouwen van een bipolair model. De Bank is bevoegd voor het verlenen van vergunningen aan de financiële ondernemingen waarvoor zij het prudentiële toezicht zal uitoefenen. De bevoegdheid om een vergunning te verlenen houdt eveneens in dat doorlopend toezicht wordt gehouden op de vergunnings- en bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden, alsook de mogelijkheid om herstelmaatregelen op te leggen, de vergunning te herroepen en procedures in te stellen voor de vereffening en sanering van deze ondernemingen. Wanneer bij de Bank een vergunningsaanvraag wordt ingediend, zal zij, naast het geval waarin de aanvraag afkomstig is van een onderneming die banden heeft met een onderneming onder toezicht van de CBFA, het advies van de CBFA inwinnen voor de materies die tot de bevoegdheden van deze laatste behoren : o beoordeling van de professionele betrouwbaarheid van de kandidaat-leiders die voor het eerst worden voorgedragen door een onderneming onderworpen aan het prudentiële toezicht van de Bank; o beoordeling van het passend karakter van het integriteitsbeleid van de onderneming in zoverre dit beleid gedragsregels betreft; o beoordeling van de organisatie van de onderneming voor zover deze de loyale, billijke en professionele behandeling van de cliënten beïnvloedt; o beoordeling van de onafhankelijkheid en adequatie van de compliancefunctie in de mate deze functie toeziet op de inachtneming van de regels die gericht zijn op een loyale, billijke en professionele behandeling van de cliënten van de onderneming. De Bank is niet gebonden door het advies van de CBFA maar dient in voorkomend geval in haar beslissing te motiveren om welke redenen zij meent te moeten afwijken van het advies van de CBFA. Ten aanzien van de ondernemingen waaraan aldus een vergunning is verleend, behoudt de CBFA een exclusieve transversale bevoegdheid voor wat betreft het toezicht op de gedragsregels. Het ontwerpbesluit wijzigt de sectorale wetten teneinde voor deze aangelegenheden aan te geven welke bevoegdheden aan welke van deze beide instellingen zijn toegekend alsook om de nadere regels voor de uitoefening van hun bevoegdheden te preciseren. Tot slot werd erop toegezien dat elke autoriteit de nodige preventieve en repressieve instrumenten toegewezen kreeg om haar toezicht op doeltreffende wijze te kunnen uitoefenen, met inachtneming van de bevoegdheden van de andere autoriteit en door mechanismen in te voeren om, zo nodig, te kunnen arbitreren tussen, enerzijds, de maatregelen die de CBFA meent te moeten nemen ten aanzien van een instelling waarvoor de Bank optreedt als prudentiële toezichthouder en, anderzijds, de gegevenheden die inherent zijn aan de handhaving van de stabiliteit van het financiële systeem die onder de verantwoordelijkheid van de Bank valt. De wet zal de bevoegdheden van de CBFA binnen de kortst mogelijke termijn moeten aanvullen om er het klassieke sanctieapparaat in consumentenaangelegenheden in op te nemen zoals strafsancties, de mogelijkheid om minnelijke schikkingen te treffen, het verbod van commercialisatie, de nietigverklaring van onwettige bedingen of onregelmatige overeenkomsten. Dit evenwel zonder afbreuk te doen aan de toepassing van de wetten van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming en van de wet van 12 juni 1991 betreffende het consumentenkrediet, zodat naast het transversaal toezicht door de CBFA, ook het in deze wetten voorziene arsenaal van sanctioneringsmogelijkheden behouden blijft. Het toezicht door de CBFA omvat niet het toezicht op de naleving van de wet betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming of van de bepalingen van het koninklijk besluit van 5 december 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/02/2002 pub. 03/05/2002 numac 2002003192 bron ministerie van financien Wet ter regeling van het opstellen van de betalingsbalans en van de externe vermogenspositie van België en houdende wijziging van de besluitwet van 6 oktober 1944 betreffende de wisselcontrole en van verschillende wettelijke bepalingen sluiten3 dat uitvoering verleende aan de vroegere wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. Het toezicht op de naleving van deze wet en dat besluit komt toe, zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheden van de officiers van de gerechtelijke politie, aan de door de minister bevoegd voor Economie afgevaardigde ambtenaren. Deze laatsten hebben verscheidene bevoegdheden toegewezen gekregen om de inbreuken op deze wet op te sporen en vast te stellen. Bovendien blijkt dat in de rechtsleer enige vragen zijn ontstaan over de draagwijdte van sommige bepalingen van het koninklijk besluit van 5 december 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/02/2002 pub. 03/05/2002 numac 2002003192 bron ministerie van financien Wet ter regeling van het opstellen van de betalingsbalans en van de externe vermogenspositie van België en houdende wijziging van de besluitwet van 6 oktober 1944 betreffende de wisselcontrole en van verschillende wettelijke bepalingen sluiten3, zodat het aangewezen lijkt dat de Koning dit besluit actualiseert. Telkens als mogelijk en relevant, werd coherentie nagestreefd in de voorgestelde opsplitsing van het toezicht op de kredietinstellingen, de beleggingsondernemingen en de verzekeringsondernemingen. Het besluit voert de wetswijzigingen door die noodzakelijk zijn om het prudentieel toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening toe te kennen aan de Bank. Dit principe staat uitdrukkelijk in de wet terwijl het toezicht over de sociale wetten met betrekking tot de aanvullende pensioenen eventueel aan de Bank mag toegekend worden. Datum en de modaliteiten van de effectieve overdracht van het prudentieel toezicht zullen bij koninklijk besluit geregeld worden. Er werd geopteerd om in de aanvangsfase het prudentieel toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening en de sociale controle op de aanvullende pensioenen, tweedepijlersverzekering inbegrepen, tijdelijk samen te laten in de CBFA. In dit verslag zijn de elementen vervat die bij de overdracht in overweging dienen genomen te worden, waarbij vooral de mate van prudentiële arbitrage vastgesteld wordt, belangrijk is. Het besluit voert in elk van de sectorale wetten een wettelijke basis in voor het afsluiten van een protocol tussen de NBB en de CBFA waarin de praktische modaliteiten van hun interactie wordt geregeld. Dit protocol zal meer bepaald nadere regels vaststellen voor het uitwisselen van informatie en bepalen voor welke materies de autoriteiten elkaar zullen raadplegen teneinde een level playing field te creëren voor de toepassing van gelijkaardige wetgevingen. Naast de wetten die het statuut van de financiële instellingen regelen, dienen ook andere wetten gewijzigd te worden waar zij verwijzen naar de CBFA als vergunningverlenende autoriteit voor de kredietinstellingen, de beursvennootschappen en de verzekeringsondernemingen. Commentaar bij de artikelen Aangezien het ontwerpbesluit er hoofdzakelijk toe strekt bestaande wetsbepalingen te herinrichten in functie van de nieuwe bevoegdheidsverdeling, acht de Raad van State het nuttig in het verslag aan de Koning een tabel op te nemen die het volledige detail weergeeft van de oorspronkelijke bepalingen, en van hun toewijzing, met opgaaf van het artikel van het ontwerpbesluit dat de toewijzing regelt. Eerder dan een tabel op te maken, waarvan de complexiteit de rechtszekerheid niet noodzakelijk ten goede zou komen, zullen de CBFA en de Nationale Bank alles in het werk stellen om op de datum van inwerkingtreding van het besluit dat ter ondertekening voorligt, een officieus gecoördineerde versie van de belangrijkste toezichtswetten via hun respectieve websites bekend te maken. Dit lijkt de meest transparante wijze om de rechtsonderhorigen wegwijs te maken in het toezichtsregime dat voortaan op hen van toepassing zal zijn. HOOFDSTUK
  1. - Wijzigingen in de wet van 18 mei 1945 houdende oprichting van een Rentenfonds (artikel 1) In afwijking van de bepalingen van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten, oefent het Rentenfonds momenteel de functie uit van toezichthouder (eerstelijnsbevoegdheden inzake Market Abuse en Transaction Reporting) op de markt van de overheidsschuld. In het kader van de versterking van haar bevoegdheden als toezichthouder op de financiële markten, zal de CBFA die bevoegdheid overnemen; daartoe zal de momenteel geldende bevoegdheidsopdracht worden opgeheven. De bepalingen van artikel 14 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten worden eveneens in die zin aangepast. De CBFA zal aldus belast zijn met het permanente toezicht op de transactiegegevens die de markthouders (te weten, de Primary Dealers) uiterlijk op de tiende werkdag van de volgende maand aan het Agentschap van de Schuld meedelen krachtens het lastenboek. Het Rentenfonds blijft bevoegd voor het bekendmaken van de dagelijkse statistieken per type van financieel instrument en voor het garanderen van de liquiditeit van de OLO's die zijn toegelaten tot de verhandeling op Euronext Brussels. Om het Fonds en de CBFA in staat te stellen de praktische maatregelen te nemen die vereist zijn voor de bevoegdheidsoverdracht, bepaalt de ontwerptekst dat de Koning de datum van inwerkingtreding van deze bepalingen vastlegt. HOOFDSTUK
  2. - Wijzigingen in de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen type wet prom. 22/05/2001 pub. 06/02/2013 numac 2013000086 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen (artikelen 2 tot 89) Aanvankelijk regelde de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen type wet prom. 22/05/2001 pub. 06/02/2013 numac 2013000086 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen hoofdzakelijk de verzekeringsovereenkomsten. In de loop van de jaren 2000 werd zij aangevuld met prudentiële bepalingen. De prudentiële en contractuele regels zijn vaak met elkaar vervlochten in eenzelfde bepaling. In het algemeen, en conform de logica van de hogervermelde richtsnoeren, wordt ervan uitgegaan dat de bevoegdheden van de Bank moeten worden uitgebreid met de bepalingen die ertoe strekken de financiële soliditeit van de verzekeringsondernemingen te garanderen evenals met de bepalingen over hun toelating, over het continue toezicht op de toelatings- en uitoefeningsvoorwaarden en over de vereffening en de sanering. In de huidige stand van de wetgeving en zonder rekening te houden met de ontwikkelingen in de Europese regelgeving die ertoe strekken de gedragsregels tot steeds meer sectoren uit te breiden, worden de volgende bepalingen beschouwd als bepalingen die gericht zijn op het waarborgen van een loyale, billijke en professionele behandeling van de verzekeringnemers, de verzekerden en de betrokken derden : de artikelen 3bis, 9, § 1, eerste lid, laatste zin, 11, 3°, 6° en 8°, 19, § 1, 19bis, 19ter, 20, 21octies, § 1 en § 2, derde lid, 28ter tot 28decies, 64, § 2, 65, 76 en
  3. Die bepalingen zijn limitatief opgesomd in artikel 45, § 1 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten, die de opdrachten beschrijft die aan de CBFA zijn toebedeeld. Deze bepalingen betreffen aangelegenheden die specifiek en eigen zijn aan de CBFA, uit hoofde van haar transversale bevoegdheden inzake het toezicht op de gedragsregels. Hierna wordt toelichting gegeven bij de voornaamste wijzigingen in de verschillende regelgevingen die de wet bevat. Toelating (hoofdstuk II van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen type wet prom. 22/05/2001 pub. 06/02/2013 numac 2013000086 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8, artikelen 5 tot 12 van het ontwerpbesluit) Er wordt een artikel 2bis ingevoerd om een onderscheid te maken tussen de bevoegdheid om toelatingen te verlenen aan verzekeringsondernemingen, die toekomt aan de Bank, en de bevoegdheid om als toezichthouder op te treden voor het onrechtmatig aanbieden van verzekeringsovereenkomsten, die momenteel in artikel 3 is opgenomen en die aan de CBFA toekomt. Net zoals de buitenlandse toezichthouders zal de Bank de CBFA raadplegen wanneer de onderneming die om toelating verzoekt, banden heeft met ondernemingen die onder het toezicht van de CBFA vallen. Voor de aangelegenheden die tot de specifieke en eigen bevoegdheden van de CBFA behoren, zal de Bank het advies van de CBFA vragen. Zo zal de CBFA een advies moeten verstrekken over : o het passend karakter van het integriteitsbeleid van de onderneming, in de mate dat dit beleid betrekking heeft op de gedragsregels (bv. verstrekking van informatie aan de verzekeringnemers, de verzekerden en de begunstigden van verzekeringsovereenkomsten, bescherming van hun privéleven, non-discriminatie, misbruik van voorkennis en koersmanipulatie, deontologische bepalingen); o het passend karakter van de organisatie van de functies die onder haar bevoegdheid vallen : o( beoordeling van de organisatie van de verzekeringsondernemingen vanuit het oogpunt van gedragstoezicht (bv. procedure voor de commercialisatie van de producten en voor het in aanmerking nemen van het profiel van de cliënt, procedure voor het beheer van de verzekeringsdossiers, met inbegrip van de schadegevallen, ten aanzien van het cliënteel, organisatie van de rechtsbijstand, klachtenbeheer); o( passende onafhankelijke compliancefunctie om te garanderen dat de gedragsregels worden nageleefd; o de statuten van de betrokken onderneming, waarbij zij specifieke aandacht besteedt aan bepalingen die nadelig kunnen zijn voor de verzekerden. Voor zover zij dienaangaande uit hoofde van de uitoefening van haar diverse toezichtsopdrachten over relevante elementen beschikt verstrekt de CBFA de Bank tevens advies in verband met de eerbaarheid van de natuurlijke personen die een verzekeringsonderneming voordraagt als lid van haar raad van bestuur of als leidinggevende. De CBFA verstrekt haar advies binnen een voorafbepaalde termijn die begint te lopen vanaf het ogenblik dat het dossier alle informatie bevat die vereist is door de wet en haar uitvoeringsbesluiten. Het advies van de CBFA is niet bindend voor de Bank. Indien de CBFA ernstige bezwaren zou uiten op de punten waarover haar advies wordt gevraagd en de Bank een besluit neemt dat afwijkt van het advies wordt zulks evenwel met de redenen voor de afwijking in de interne motivering van het besluit van de Bank vermeld. Ook wordt het advies van de CBFA betreffende de aangelegenheden die binnen haar bevoegdheidssfeer vallen, samen met de beslissing van de Bank over de vergunningsaanvraag, ter kennis gebracht van de aanvrager. Immers, zelfs indien de Bank meent dat de eventuele aandachtspunten geïdentificeerd door de CBFA, het globale dossier in acht genomen, geen voldoende grond uitmaken om een vergunning te weigeren, is het wenselijk dat de betrokken onderneming deze aandachtspunten ab initio kent. Zo kan ze eraan verhelpen en vermijden dat de CBFA in een later stadium herstelmaatregelen moet opleggen. Tot slot worden in het besluit de elementen van het toelatingsdossier opgesomd die de Bank aan de CBFA zal bezorgen om haar in staat te stellen haar bevoegdheden uit te oefenen. Organisatie (artikel 14bis van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen type wet prom. 22/05/2001 pub. 06/02/2013 numac 2013000086 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8, artikel 15 van het ontwerpbesluit) De Bank ziet toe op de naleving van de voorwaarden voor de uitoefening van het verzekeringsbedrijf, met dien verstande dat de CBFA ook daar, voor de organisatorische aspecten die verband houden met de gedragsregels, over een specifieke en eigen toezichtsbevoegdheid beschikt. Indien de passende organisatie van de verzekeringsondernemingen volledig tot de bevoegdheid van de Bank behoort, zal de CBFA aldus toezien op de aspecten waarover zij een advies heeft moeten verstrekken in het kader van het onderzoek van de toelatingsaanvraag van de betrokken onderneming : het passend karakter van het integriteitsbeleid van de onderneming, het bestaan van een passende compliancefunctie om te garanderen dat de gedragsregels worden nageleefd en de effectieve toepassing van het integriteitsbeleid, het bestaan en de organisatie van een klachtendienst en de organisatie van de rechtsbijstand. Tarieven en voorwaarden (artikelen 19-20 en 21octies, § 1 van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen type wet prom. 22/05/2001 pub. 06/02/2013 numac 2013000086 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8, artikelen 23, 24 en 26 van het ontwerpbesluit) Het behoort tot de verantwoordelijkheid van de Bank en de CBFA, ieder voor wat zijn bevoegdheden betreft, om toezicht te houden op de opstelling en de toepassing van de tarieven en voorwaarden, die in overeenstemming moeten zijn met de wet. De vaststelling van de maximale referentierentevoet voor verzekeringsverrichtingen van lange duur behoort tot de bevoegdheid van de Bank, mits de CBFA wordt ingelicht en in de mate dat de maximale rentevoet een impact heeft op de individuele verzekeringsovereenkomsten. Behoren tot de exclusieve bevoegdheid van de CBFA : o( het toezicht op de individuele clausules en overeenkomsten, die in overeenstemming moeten zijn met de wet; o( het toezicht op de verplichte vermeldingen op documenten die in uitvoering van verzekeringsovereenkomsten zijn uitgegeven. Verzoeken om informatie en onderzoeksbevoegdheden (artikel 21 van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen type wet prom. 22/05/2001 pub. 06/02/2013 numac 2013000086 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8, artikel 25 van het ontwerpbesluit) De informatieverplichtingen van de verzekeringsondernemingen gelden ten aanzien van de Bank en de CBFA, ieder voor wat haar bevoegdheden betreft. Iedere instelling beschikt over dezelfde onderzoeksbevoegdheden voor wat zijn bevoegdheden betreft. In evenwicht brengen van tarieven (artikel 21octies, § 2 van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen type wet prom. 22/05/2001 pub. 06/02/2013 numac 2013000086 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8, artikel 26 van het ontwerpbesluit) Het opleggen van een tariefverhoging behoort tot de bevoegdheid van de Bank, omdat die maatregel erop gericht is de solvabiliteit van de onderneming te handhaven. De Bank dient de CBFA echter onmiddellijk op de hoogte te brengen van haar beslissing, gezien de impact ervan op de individuele overeenkomsten. Rapporteringsverplichtingen (artikelen 22-23 van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen type wet prom. 22/05/2001 pub. 06/02/2013 numac 2013000086 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8, artikelen 27 en 28 van het ontwerpbesluit) De toegelaten verzekeringsondernemingen hebben diverse informatieverplichtingen ten aanzien van de toezichthouder. Naargelang van het geval gelden die verplichtingen ten aanzien van de Bank of ten aanzien van de Bank en de CBFA, ieder voor wat zijn bevoegdheid betreft. Nihil obstat verwervingen/aandeelhoudersstructuur (artikelen 23bis -24 van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen type wet prom. 22/05/2001 pub. 06/02/2013 numac 2013000086 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8, artikel 28 van het ontwerpbesluit) De mogelijkheid om zich te verzetten tegen de verwerving van een significante deelneming in een Belgische verzekeringsonderneming, op de voorwaarden bedoeld in § § 1 tot 4 van artikel 23bis, behoort tot de exclusieve bevoegdheid van de Bank. De Bank raadpleegt de CBFA wanneer de kandidaat-verwerver een door haar toegelaten onderneming is. De informatieverplichtingen die omschreven zijn in §§ 5 tot 8 van artikel 23bis gelden ten aanzien van de Bank. De bevoegdheid om de stemrechten te schorsen die verbonden zijn aan de aandelen die in het bezit zijn van een aandeelhouder wiens invloed het gezond en voorzichtig beleid van de verzekeringsonderneming evenals de aanmaningsbevoegdheid ten aanzien van die aandeelhouder in het gedrang kan brengen (artikel 24), komt toe aan de Bank, die de CBFA hierover inlicht wanneer de aandeelhouder een door haar toegelaten onderneming is. Overdracht van kapitaal (artikel 25 van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen type wet prom. 22/05/2001 pub. 06/02/2013 numac 2013000086 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8, artikel 4 van het ontwerpbesluit) De bevoegdheid om zich te verzetten tegen een overdracht van kapitaal door een Belgisch agentschap of bijkantoor van een buitenlandse onderneming, indien die overdracht de financiële positie van het agentschap of het bijkantoor in het gedrang zou brengen, is een prudentiële bevoegdheid die toekomt aan de Bank. Herstelmaatregelen (artikelen 26-28 van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen type wet prom. 22/05/2001 pub. 06/02/2013 numac 2013000086 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8, artikelen 29 tot 33 van het ontwerpbesluit) De wet voorziet in 4 herstelmaatregelen :
  4. de aanstelling van een speciaal commissaris;
  5. de schorsing van de uitoefening van het bedrijf van de onderneming;
  6. de vervanging van zaakvoerders;
  7. de intrekking van de toelating. In het kader van haar bevoegdheden als prudentieel toezichthouder beschikt de Bank over al deze maatregelen. De Bank licht de CBFA in wanneer zij beslist een hersteltermijn op te leggen aan een door haar toegelaten onderneming. Om de doeltreffendheid te garanderen van het toezicht van de CBFA met betrekking tot de bepalingen die onder haar bevoegdheid vallen, kan zij de uitoefening van het bedrijf van de verzekeringsondernemingen geheel of ten dele schorsen en de vervanging gelasten van een zaakvoerder of een bestuurder. Hiertoe worden de tweede en derde maatregel toegevoegd aan de repressieve maatregelen die de CBFA kan nemen. Tevens kan de CBFA bij ernstige en stelselmatige overtreding van de gedragsregels in hoofde van een verzekeringsonderneming, de Bank vragen de toelating van de betrokken verzekeringsonderneming in te trekken. In de organieke wet van de CBFA (nieuw artikel 36bis, ingevoerd bij artikel 215 van dit ontwerpbesluit), wordt een arbitragemechanisme ingevoerd om de Bank in staat te stellen om zich uit hoofde van haar bevoegdheden als centrale bank te verzetten tegen een door de CBFA voorgestelde maatregel, wanneer die maatregel de stabiliteit van het financieel stelsel in het gedrang zou kunnen brengen of indien de CBFA het voornemen heeft de uitoefening van het bedrijf van de onderneming volledig te schorsen of te verbieden. Informatieverstrekking aan de Europese Commissie en de andere lidstaten (artikelen 37bis en 37ter van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen type wet prom. 22/05/2001 pub. 06/02/2013 numac 2013000086 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8, artikel 37 van het ontwerpbesluit) De Bank is verplicht om de Europese Commissie en de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten in kennis te stellen van elke toelating die wordt verleend aan een dochteronderneming van een onderneming die ressorteert onder het recht van een Staat die geen lid is van de EER, alsook van elke verwerving door een dergelijke onderneming van een deelneming in een Belgische verzekeringsonderneming. Revisoraal toezicht (artikelen 38 tot 40quinquies van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen type wet prom. 22/05/2001 pub. 06/02/2013 numac 2013000086 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8, artikelen 38 tot 40 van het ontwerpbesluit) De opdracht van commissaris bij een verzekeringsonderneming naar Belgisch recht mag enkel aan speciaal daartoe erkende revisoren worden toevertrouwd (artikelen 38 en 39). In het kader van haar bevoegdheden als prudentieel toezichthouder erkent de Bank de revisoren die de opdracht van erkend commissaris bij een verzekeringsonderneming mogen uitoefenen, en legt zij het desbetreffende erkenningsreglement vast (artikel 40). De Bank spreekt zich uit over elk voorstel tot aanstelling van een erkend commissaris bij een verzekeringsonderneming. De Bank is bevoegd om de erkenning van een erkend commissaris te herroepen onder de voorwaarden en volgens de modaliteiten bepaald in artikel 40ter. Daarnaast wordt, in de organieke wet van de CBFA, een ad-hocerkenning ingevoerd (nieuw artikel 87bis van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten, ingevoegd bij artikel 238 van het ontwerpbesluit) voor de in de gedragsregels gespecialiseerde revisoren die in aanmerking komen om door de CBFA te worden erkend, en die door de CBFA met speciale opdrachten kunnen worden belast bij alle ondernemingen die onder haar transversale toezichtsbevoegdheid op dat vlak vallen. Commissie voor Verzekeringen (artikel 40 van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen type wet prom. 22/05/2001 pub. 06/02/2013 numac 2013000086 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8, artikel 39 van het ontwerpbesluit) De bevoegdheden van de Commissie voor Verzekeringen betreffen momenteel zowel het prudentieel toezicht als het toezicht op de gedragsregels. Haar secretariaat zal ook in de toekomst door de CBFA worden waargenomen. Het ontwerpbesluit heft de bevoegdheid van de Commissie op prudentieel vlak op. Afstand en intrekking van de toelating (hoofdstuk IVbis van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen type wet prom. 22/05/2001 pub. 06/02/2013 numac 2013000086 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8, artikelen 42 tot 44 van het ontwerpbesluit) De Bank is bevoegd op het vlak van de afstand en de intrekking van de toelating van een verzekeringsonderneming; in geval van afstand of intrekking van een toelating stelt zij de CBFA daarvan op voorhand in kennis. Er wordt eveneens verwezen naar de commentaar bij artikel 26 van de wet hierboven. Saneringsmaatregelen en liquidatieprocedures (hoofdstuk V, artikelen 45 tot 48/25 van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen type wet prom. 22/05/2001 pub. 06/02/2013 numac 2013000086 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8, artikelen 46 tot 50 van het ontwerpbesluit) De Bank is integraal bevoegd voor alle aangelegenheden met betrekking tot de sanering en de liquidatie van de Belgische verzekeringsondernemingen. Zij houdt de CBFA op de hoogte van alle stappen van de procedure, voor zover de sanering of de liquidatie de overdracht of de beëindiging van individuele verzekeringsovereenkomsten impliceert. Uitoefening van een activiteit in het buitenland door een Belgische verzekeringsonderneming (hoofdstuk Vbis van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen type wet prom. 22/05/2001 pub. 06/02/2013 numac 2013000086 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8, artikelen 51 tot 57 van het ontwerpbesluit) Enkel de Bank is bevoegd om een Belgische verzekeringsonderneming de toelating te verlenen om in het buitenland een activiteit uit te oefenen onder de voorwaarden en volgens de modaliteiten bepaald in de artikelen 50 tot 62 van de wet (bijkantoor of vrije dienstverrichting). Bijkantoren van en vrije dienstverrichting door verzekeringsondernemingen die ressorteren onder het recht van een lidstaat van de EER (hoofdstuk Vter van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen type wet prom. 22/05/2001 pub. 06/02/2013 numac 2013000086 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8, artikelen 58 tot 66 van het ontwerpbesluit) In tegenstelling tot de bankwetgeving voorziet de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen type wet prom. 22/05/2001 pub. 06/02/2013 numac 2013000086 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8 niet in bevoegdheden van prudentiële aard in hoofde van de toezichthouder van het land van ontvangst van bijkantoren van buitenlandse verzekeringsondernemingen. De bijkantoren van buitenlandse verzekeringsondernemingen en de buitenlandse ondernemingen die hun activiteiten in vrije dienstverrichting uitoefenen, zijn enkel verplicht om de regels na te leven die worden geacht van algemeen belang te zijn, en die in hoofdzaak van niet-prudentiële aard zijn. Dit neemt niet weg dat de toelatingsprocedure met betrekking tot de opening van bijkantoren en de uitoefening van activiteiten in vrije dienstverrichting, verband houdt met het statuut van de ondernemingen en bijgevolg moet worden beheerd door de autoriteit die bevoegd is voor de verlening van toelatingen, i.e. de Bank. De Bank zal de toezichthouder van het land van herkomst ervan op de hoogte brengen dat de CBFA bevoegd is voor het toezicht op de naleving van de gedragsregels op het Belgisch grondgebied, en zal de CBFA onvertraagd informeren over de verleende toelatingen. De CBFA zal rechtstreeks handelen met de toezichthouder van het land van herkomst in verband met de eventuele overtredingen van voornoemde gedragsregels. Overdrachten (hoofdstuk Vquater van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen type wet prom. 22/05/2001 pub. 06/02/2013 numac 2013000086 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8, artikel 67 van het ontwerpbesluit) De bevoegdheden op het vlak van de overdracht, door een Belgische verzekeringsonderneming, van een geheel van rechten en verplichtingen aan een in of buiten de EER gelegen onderneming (artikelen 74 en 75) behoren toe aan de Bank, die een dergelijke overdracht (vooraf) ter kennis brengt van de CBFA. De bepaling die de mogelijkheid tot opzegging van een overeenkomst door de verzekeringnemers regelt (artikel 77), is van niet-prudentiële aard. Omzetting en fusie door overneming van onderlinge verzekeringsverenigingen (hoofdstuk Vquinquies en Vsexies van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen type wet prom. 22/05/2001 pub. 06/02/2013 numac 2013000086 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8, artikel 68 van het ontwerpbesluit) Voor zover zij betrekking hebben op het statuut van de onderlinge verzekeringsverenigingen, behoren de voorschriften met betrekking tot de omzetting van dergelijke verenigingen (artikelen 78bis tot 78noniesdecies ) tot de bevoegdheden van de Bank. Sancties (hoofdstuk VII van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen type wet prom. 22/05/2001 pub. 06/02/2013 numac 2013000086 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8, artikelen 69 tot 75 van het ontwerpbesluit) De Bank en de CBFA beschikken, ieder voor wat hun bevoegdheden betreft, over de in de artikelen 81 tot 89 van de wet bedoelde sanctiebevoegdheden : a. de bevoegdheid om aanmaningen te geven en bekend te maken (artikel 81), b.de bevoegdheid om administratieve geldboetes op te leggen (artikel 82),. c. de mogelijkheid om aanwijzingen van inbreuken die strafrechtelijk kunnen worden bestraft, aan het Parket over te maken (artikelen 83 tot 89) De Bank en de CBFA informeren elkaar over sanctiebeslissingen genomen ten aanzien van verzekeringsondernemingen. De Bank spreekt zich uit over de professionele betrouwbaarheid en de passende ervaring van de effectieve leiding van de verzekeringsondernemingen onder de voorwaarden en volgens de modaliteiten bepaald in artikel 90 van de wet. De Bank handelt ter zake na het advies van de CBFA te hebben ingewonnen inzake de betrouwbaarheid. De Bank controleert de naleving van de verbodsbepalingen en onverenigbaarheden en is bevoegd om ter zake afwijkingen te verlenen. Aanvullend toezicht op Belgische verzekeringsondernemingen in een verzekerings- of herverzekeringsgroep (hoofdstuk VIIbis van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen type wet prom. 22/05/2001 pub. 06/02/2013 numac 2013000086 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8, artikelen 76 tot 83 van het ontwerpbesluit) De voorschriften in verband met het aanvullend toezicht op Belgische verzekeringsondernemingen in een verzekerings- of herverzekeringsgroep zijn van prudentiële aard. HOOFDSTUK
  8. - Wijzigingen in de wet van 6 augustus 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/03/1999 pub. 02/04/1999 numac 1999003156 bron ministerie van financien Wet tot omzetting van de richtlijn 95/26/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 1995 over de financiële instellingen sluiten2 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen (artikelen 89 tot 92) De ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen zijn, wat hun verplichtingen uit hoofde van de wet van 6 augustus 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/03/1999 pub. 02/04/1999 numac 1999003156 bron ministerie van financien Wet tot omzetting van de richtlijn 95/26/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 1995 over de financiële instellingen sluiten2 betreft, onderworpen aan het toezicht van de Controledienst voor de Ziekenfondsen. De in artikel 3, eerste lid, b) en c), van die wet bedoelde diensten zijn verzekeringsverrichtingen. Om een gelijk speelveld te waarborgen tussen de ziekenfondsen en de verzekeringsondernemingen, voorziet de wet van 6 augustus 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/03/1999 pub. 02/04/1999 numac 1999003156 bron ministerie van financien Wet tot omzetting van de richtlijn 95/26/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 1995 over de financiële instellingen sluiten2 in hoofde van de Controledienst voor de Ziekenfondsen in de verplichting om een samenwerkingsovereenkomst af te sluiten met de CBFA, waarin de uitwisseling van informatie en de eenvormige toepassing van de betrokken wetgeving wordt geregeld. Daar het prudentieel toezicht op de verzekeringsondernemingen wordt overgedragen aan de Bank, dient deze verplichting eveneens te bestaan ten aanzien van deze laatste, voor wat haar bevoegdheden betreft. HOOFDSTUK
  9. - wijzigingen aan de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten (Artikelen 92 en 93) De wijzigingen hebben betrekking op de bepalingen inzake de vordering tot staking die de Voorzitter van de Rechtbank van Koophandel kan instellen ter bescherming van het openbaar spaarwezen waarbij de betrokken bepalingen worden aangepast om rekening te houden met de nieuwe bevoegdheidsverdeling tussen Bank en CBFA. HOOFDSTUK
  10. - Wijzigingen in de wet van 2 januari 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen type wet prom. 22/05/2001 pub. 06/02/2013 numac 2013000086 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten9 betreffende de markt van de effecten van de overheidsschuld en het monetair beleidsinstrumentarium (artikel 94) Het toezicht op de rekeninghouders van gedematerialiseerde effecten van de overheid wordt overgedragen aan de Bank. HOOFDSTUK
  11. - Wijzigingen in de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet (artikelen 95 en 96) De kredietinstellingen, de betalingsinstellingen en de instellingen onderworpen aan het toezicht van de CBFA worden geacht te voldoen aan de erkenningsvoorwaarden die de wet van 12 juni 1991 vooropstelt voor kredietgevers. In de betrokken bepalingen dient « de CBFA » te worden vervangen door « de Bank ». HOOFDSTUK
  12. - Wijzigingen in het wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (artikelen 97 en 98) De wijzigingen hebben betrekking op de adviesbevoegdheid van de CBFA inzake de vrijstelling van roerende voorheffing op de spaarboekjes. Aangezien daarbij zowel prudentiële aspecten als aspecten van beleggersbescherming aan de orde zijn wordt voortaan het advies van de Bank en de CBFA gevraagd. HOOFDSTUK
  13. - Wijzigingen in de wet van 11 januari 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen type wet prom. 22/05/2001 pub. 06/02/2013 numac 2013000086 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten6 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van het terrorisme (artikelen 99 en 100) De wet van 11 januari 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen type wet prom. 22/05/2001 pub. 06/02/2013 numac 2013000086 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten6 bevat delegaties aan de Koning, voor wat betreft de omzetting van Europese richtlijnen en de uitbreiding van de bepalingen van de wet tot nieuwe categorieën ondernemingen of personen waarvan blijkt dat hun activiteiten zich kunnen lenen tot het witwassen van geld of de financiering van terrorisme. De Koning ageert in deze op advies van de CBFA. De wijzigingen in deze wet strekken ertoe ook aan de Bank adviesbevoegdheid te verlenen in de mate dat zij vergunningverlenende overheid wordt voor een aantal in de wet bedoelde instellingen. HOOFDSTUK
  14. - Wijzigingen in de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen (artikelen 101 tot 152) De bevoegdheidsverdeling en samenwerking tussen de CBFA en de Bank wat betreft het toezicht op de kredietinstellingen en de beursvennootschappen geschiedt eveneens volgens de hoger uiteengezette krachtlijnen. Wetgevingstechnisch doet zij zich anders voor dan in de verzekeringswet in de mate dat de wet van 22 maart 1993 (zoals overigens deze van 6 april 1995) anders is opgevat. Vergunningsprocedure (artikelen 8 tot 9bis van de wet van 22 maart 1993, artikelen 109 tot 111 van het ontwerpbesluit) In artikel 8 van de wet van 22 maart 1993 wordt voorzien dat de Bank bij het bepalen van de voorwaarden van de vergunningsaanvraag rekening zal houden met de voorwaarden die de CBFA dienaangaande stelt. Het gewijzigde artikel 9 en het nieuwe artikel 9bis omschrijven de adviesbevoegdheid van de CBFA in het kader van de vergunningsprocedure van kredietinstellingen. Deze adviesbevoegdheid betreft de organisatie van de kredietinstelling vanuit het oogpunt van de loyale, billijke en professionele behandeling van de cliënten en inzonderheid van de naleving van de regels bedoeld in artikel 45, § 1,3°, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten dat door dit besluit wordt aangepast. De CBFA is niet bevoegd om zich over het geheel van de organisatie van de kredietinstelling uit te spreken. Haar bevoegdheid inzake organisatie en dus haar advies in het kader van de vergunningsprocedure beperkt zich tot de aspecten ervan die rechtstreeks verband houden met de naleving van de gedragsregels. De CBFA dient zich er inderdaad van te vergewissen dat de organisatorische omkadering van bij de oprichting van de kredietinstelling een voldoende niveau heeft om de naleving van de gedragsregels te kunnen waarborgen. Zo zal de CBFA er bijvoorbeeld belang bij hebben na te gaan hoe de bank georganiseerd is om tegemoet te komen aan de verplichtingen inzake optimale uitvoering van de beursorders, zal zij zich ervan willen vergewissen dat de kredietinstelling op een afdoende wijze georganiseerd zal zijn bij de opmaak van de profielen van haar cliënten, of zal zij zicht willen hebben op het gebeurlijk bestaan van belangenconflicten in de organisatie van de instelling. Daarnaast moet de CBFA zich tevens kunnen uitspreken over het passend karakter van het integriteitsbeleid van de kredietinstelling. Zowel de Bank als de CBFA zijn bevoegd op dit gebied. De Bank zal uit hoofde van het prudentieel toezicht vooral acht slaan op het voorkomingsbeleid inzake het witwassen en meer algemeen inzake de opvolging en het beheer van het reputatierisico en het operationeel risico voor de kredietinstelling. De CBFA van haar kant houdt toezicht op het integriteitsbeleid vanuit het oogpunt van de naleving van de gedragsregels die een loyale, billijke en professionele behandeling van de cliënten moet verzekeren. Er dient opgemerkt dat de gedragsregels zoals bepaald door de MiFID-richtlijn zowel voor de zgn. « professionele » als de retailcliënten gelden, al wordt er een hogere bescherming toegekend aan de retailcliënten. Tenslotte wordt voorzien in een verplicht advies bij de beoordeling van de professionele betrouwbaarheid van bestuurders en personen die deelnemen aan de effectieve leiding voor zover zij voor het eerst worden voorgedragen bij een financiële onderneming onder toezicht bij de Bank. De vereiste passende ervaring zal steeds opnieuw getoetst moeten worden in het licht van de concrete organisatie van de instelling van de specifieke inhoud van de functie die de betrokken persoon zal vervullen. Het advies van de CBFA is niet bindend voor de Bank. In deze gelden dezelfde principes en modaliteiten als voor het beoordelen van de toelatingsaanvragen van verzekeringsondernemingen. De passende organisatie als vergunningsvoorwaarde (artikelen 20 en 20bis van de wet van 22 maart 1993, artikelen 113 en 114 van het ontwerpbesluit) De artikelen 20 en 20bis behandelen de organisatorische vergunningsvoorwaarden voor de kredietinstellingen. Daar waar artikel 20 de zuiver organisatorische vereisten vastlegt, behandelt artikel 20bis de organisatorische gedragsregels. De CBFA wordt met toepassing van artikel 45, § 1, 3°, f, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten bevoegd voor het toezicht op beide artikelen vanuit het perspectief van de gedragsregels. Wat artikel 20 betreft zal deze bevoegdheid zich voornamelijk richten op de compliancefunctie. Deze bepaling dient samen te worden gelezen met het nieuwe artikel 87bis van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten waar wordt voorzien in een erkenningsprocedure van de compliance officers bij de CBFA. In artikel 20bis zal het toezicht van de CBFA betrekking hebben op : - de regels inzake de persoonlijke transacties van relevante personen; - de belangenconflicten; - de continuïteit van dienstverlening; - de outsourcing van vermogens-beheeractiviteiten; - het bijhouden van gegevens; - de bescherming van activa van cliënten. Benoeming bestuurders en effectieve leiders (artikel 26bis van de wet van 22 maart 1993, artikel 116 van het ontwerpbesluit) Dit artikel behandelt de benoemingen van bestuurders en effectieve leiders en het advies dat de vergunningverlenende toezichthouder in verband hiermee gehouden is in te winnen. Het artikel wordt aangepast om te voorzien in een verplichte consultatieprocedure van de CBFA indien het een bestuurder of effectieve leider betreft die voor het eerst wordt voorgedragen door een instelling waarop de Bank toeziet. De consultatieprocedure beoogt te vermijden dat beide toezichthouders tot andersluidende besluiten zouden komen wat het betrouwbare karakter van de betrokken persoon betreft. Wat de passende kennis en ervaring betreft waarover deze bestuurders en effectieve leiders dienen te beschikken kan er wel een afwijkende evaluatie gemaakt worden, aangezien deze wordt bepaald door het soort van financiële instelling, het soort van functie dat er wordt uitgeoefend, de verantwoordelijkheden die de functie vereisen. Bevoegdheidsverdeling bij toezicht op grensoverschrijdende diensten (artikelen 35, laatste lid, 39, laatste lid, en 65, laatste lid, van de wet van 22 maart 1993, artikelen 117, 118 en 132 van het ontwerpbesluit) De verdeling van de toezichtsbevoegdheden tussen de CBFA en de Bank heeft ook gevolgen voor het toezicht op de kredietinstellingen die op basis van hun Europees paspoort beleggingsdiensten aanbieden in een andere lidstaat van de Europese Unie. Als basis van de bevoegdheidsverdeling geldt dat de Bank verantwoordelijk is voor de registratie en behandeling van de registratiedossiers terwijl de CBFA bevoegd blijft voor het toezicht op de gedragsregels en in dit kader contact kan hebben met zowel de betrokken kredietinstellingen als de buitenlandse toezichthouders. De draagwijdte van de bevoegdheden van de CBFA is verschillend naargelang het een vrije dienstverlening dan wel een bijkantoor betreft. Inzake vrije dienstverlening geldt dat de toezichthouder van het land van oorsprong van de kredietinstelling (« home » toezichthouder) exclusief bevoegd is voor het toezicht op de naleving door de betrokken instelling van de gedragsregels op het grondgebied van het land van ontvangst. Wat dienstverlening via bijkantoren betreft maakt bijvoorbeeld de Europese richtlijn (MiFID) een onderscheid naargelang de aard van de toepasselijke gedragsregels. De meeste zuivere gedragsregels zoals de zorgplicht, de verplichting tot optimale uitvoering van beursorders en de informatieverplichtingen aan de cliënten vallen onder de verantwoordelijkheid van de toezichthouder van het land waar het bijkantoor gevestigd is (de « host » toezichthouder). Het toezicht op de organisatorische gedragsregels zoals de regels inzake belangenconflicten en de persoonlijke verrichtingen van de medewerkers vallen onder het toezicht van de « home » toezichthouder. De verdeling van het toezicht tussen « home » en « host » inzake gedragsregels wordt nog complexer wanneer er in een lidstaat aan vrije dienstverlening wordt gedaan via een in een andere lidstaat gevestigd bijkantoor. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer een Belgische kredietinstelling een bijkantoor heeft in Madrid en via dit bijkantoor diensten aanbiedt in Portugal. De Spaanse toezichthouder zal bevoegd zijn voor het toezicht op de zuivere gedragsregels van het bijkantoor, maar deze bevoegdheid beperkt zich tot de dienstverlening op het Spaanse grondgebied. Indien via het bijkantoor tevens de Portugese markt wordt bediend, is de CBFA op basis van de MiFID als « home » toezichthouder bevoegd voor toezicht op de naleving van de gedragsregels ten aanzien van de Portugese cliënten. Met het oog op een doeltreffend toezicht hebben de toezichthouders binnen CESR (Europees Comité van Effectentoezichthouders) een kader gecreëerd voor onderlinge samenwerking bij de uitvoering van bepaalde toezichtstaken. Zo heeft de CBFA met de Spaanse toezichthouder een overeenkomst afgesloten op basis waarvan de Spaanse toezichthouder voor rekening van de CBFA eveneens toezicht uitoefent op de naleving van de gedragsregels ten aanzien van cliënten uit andere lidstaten, zoals, in hoger aangehaald voorbeeld, de Portugese cliënten. Beleggingsdiensten bevatten verder belangrijke kenmerkende elementen die onder de bevoegdheid van diverse toezichthouders kunnen ressorteren. Zo zal bijvoorbeeld de Spaanse toezichthouder in principe bevoegd zijn voor het toezicht op de optimale uitvoering van de orders van de cliënten van een in Spanje gevestigd bijkantoor. Heel vaak worden deze orders echter in het hoofdkantoor - in België dus - verwerkt. Om die reden voorziet voormeld kader dat het CESR heeft uitgewerkt, in de mogelijkheid voor de « host » toezichthouder van het bijkantoor om een beroep te doen op de « home » toezichthouder voor het vervullen van bepaalde toezichtstaken. Op basis daarvan kan de Spaanse toezichthouder de CBFA verzoeken om in het hoofdkantoor bepaalde toezichtstaken die betrekking hebben op de naleving van de gedragsregels, uit te voeren. Een en ander maakt dat de CBFA, wat de bijkantoren betreft, zowel bevoegdheden heeft ten aanzien van de bijkantoren die in België worden opgericht, als van de bijkantoren die de Belgische kredietinstellingen in het buitenland oprichten. Inzake vrije dienstverlening beperkt de bevoegdheid van de CBFA zich tot de dienstverlening door de Belgische kredietinstellingen in het buitenland. Samenwerking tussen Bank en CBFA via protocol (nieuw artikel 46ter van de wet van 22 maart 1993, artikel 125 van het ontwerpbesluit) Het nieuwe artikel 46ter voorziet in een verplichting voor de Bank en de CBFA om een protocol af te sluiten. Dit protocol bepaalt de modaliteiten van de samenwerking tussen de Bank en de CBFA in alle gevallen waar de wet in een advies, raadpleging, informatie of ander contact tussen de twee instellingen voorziet of waar overleg tussen beide instellingen noodzakelijk is om een eenvormige toepassing van de wetgeving te verzekeren. Uitzonderingsmaatregelen (artikelen 57 en 58 van de wet van 22 maart 1993, artikel 129 van het ontwerpbesluit) De artikelen 57 en 58 handelen over de uitzonderingsmaatregelen die de Bank als prudentieel toezichthouder kan nemen.. De Bank dient de CBFA in kennis te stellen van de beslissingen die zij met toepassing van deze bepalingen neemt De CBFA heeft van haar kant de mogelijkheid bij ernstige niet-naleving van de gedragsregels ook bijzondere maatregelen te treffen op grond van artikel 36bis van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten. Het artikel geeft haar de mogelijkheid de activiteiten van een kredietinstelling geheel of gedeeltelijk te verbieden dan wel op te schorten of de vervanging van een bestuurder of effectieve leider te gelasten. Conform ondermeer de MiFID-richtlijn (artikel 8) kan de ernstige en systematische schending van gedragsregels tevens aanleiding geven tot de intrekking van de vergunning. De intrekking van de vergunning komt toe aan de toezichthouder die de vergunning heeft verleend, dus de Bank, die in deze handelt op vraag van de CBFA. De Bank kan zich tegen deze maatregelen verzetten indien zij van oordeel is dat hierdoor de stabiliteit van het financiële stelsel in het gedrang komt. HOOFDSTUK 1
  15. - Wijzigingen in de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen type wet prom. 22/05/2001 pub. 06/02/2013 numac 2013000086 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen (artikelen 152 tot 187) Verschil in benadering tussen beursvennootschappen en vennootschappen voor vermogensbeheer- en beleggingsadvies (artikel 46, 43°, van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen type wet prom. 22/05/2001 pub. 06/02/2013 numac 2013000086 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5, artikel 153 van het ontwerpbesluit) Het statuut van de beleggingsondernemingen omvat zowel de categorie van de beursvennootschappen als de categorie van de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies. De beursvennootschappen kunnen de volledige waaier van de beleggingsdiensten verstrekken. De vergunning van de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies is beperkt tot bepaalde beleggingsdiensten. Het risicoprofiel van beide categorieën instellingen is zeer verschillend. Zo kunnen beursvennootschappen verrichtingen uitvoeren voor eigen rekening, kunnen zij zich verbinden tot een vaste overname en kunnen zij de tegoeden van hun cliënten in bewaring nemen. Gelet op de specifieke risico's die deze activiteiten met zich meebrengen en de gelijkenis van hun activiteiten met deze van de zakenbanken werd ervoor geopteerd om het prudentieel toezicht op deze beursvennootschappen toe te wijzen aan de Bank. Wat de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies betreft ligt het accent van het toezicht veeleer op de naleving van de gedragsregels ten aanzien van de cliënten. Het toezicht hiervoor zal dan ook verder door de CBFA worden uitgeoefend. Om dit onderscheid in de wet te kunnen vertalen werd in artikel 46, 43° het begrip »toezichthoudende overheid » gedefinieerd. Voor de beursvennootschappen wordt dit de Bank en voor de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies de CBFA. Dit betekent dat er voor de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies geen wijzigingen zijn ten opzichte van de huidige toezichtsstructuur. Voor de beursvennootschappen daarentegen wordt dezelfde benadering gevolgd als voor de kredietinstellingen onder de wet van 22 maart
  16. Vergunningsprocedure (artikelen 48 tot 49bis van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen type wet prom. 22/05/2001 pub. 06/02/2013 numac 2013000086 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5, artikelen 155 tot 157 van het ontwerpbesluit) Zoals in de wet van 22 maart 1993 (zie bespreking artikel 9 van de wet van 22 maart 1993) werd ervoor geopteerd om de vergunningsprocedure en de vergunningsmodaliteiten voor de beleggingsondernemingen zo éénduidig mogelijk te houden. Dit betekent dat een beursvennootschap slechts één vergunning dient aan te vragen aan de prudentiële toezichthouder, de Bank. Wel moet erover worden gewaakt dat de beursvennootschappen zouden beschikken over een aangepaste organisatie en over aangepaste procedures inzake de naleving van gedragsregels. In artikel 48 wordt dan ook voorzien dat de Bank bij het bepalen van de voorwaarden van de vergunningsaanvraag rekening zal houden met de voorwaarden die de CBFA dienaangaande stelt. De bevoegdheidsverdeling tussen de Bank en de CBFA bij de vergunningsprocedure wordt geregeld in de artikelen 49 en 49bis. Voor de beursvennootschappen kan mutatis mutandis verwezen worden naar de commentaren onder de artikelen 9 en 9bis van de wet van 22 maart 1993 voor wat de kredietinstellingen betreft. Publicatie van lijsten van beleggingsondernemingen (artikel 53 van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen type wet prom. 22/05/2001 pub. 06/02/2013 numac 2013000086 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5, artikel 159 van het ontwerpbesluit) Het artikel wordt aangepast om ervoor te zorgen dat bij de publicatie van de lijsten het publiek een volledig overzicht krijgt van alle beleggingsondernemingen die in België een vergunning hebben bekomen. De CBFA en de Bank zullen er dan ook moeten voor zorgen dat de lijsten op elkaar worden afgestemd en dat ze worden vervolledigd met de instellingen vergund bij de andere toezichthoudende overheid. Passende organisatie (artikelen 62 en 62bis van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen type wet prom. 22/05/2001 pub. 06/02/2013 numac 2013000086 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5, artikelen 160 en 161 van het ontwerpbesluit) Ter zake wordt verwezen naar de commentaren onder artikel 20 en 20bis van de wet van 22 maart 1993 voor wat de kredietinstellingen betreft. Benoeming bestuurders en effectieve leiders (artikel 69bis van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen type wet prom. 22/05/2001 pub. 06/02/2013 numac 2013000086 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5, artikel 163 van het ontwerpbesluit) Er kan hier mutatis mutandis worden verwezen naar de commentaren onder artikel 26bis van de wet van 22 maart 1993 voor wat de kredietinstellingen betreft. Grensoverschrijdende dienstverlening in het buitenland (artikelen 84 en 88 van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen type wet prom. 22/05/2001 pub. 06/02/2013 numac 2013000086 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5, artikelen 171 en 172 van het ontwerpbesluit) Voor wat de beursvennootschappen betreft wordt mutatis mutandis verwezen naar de commentaren onder de artikelen 35 en 39 van de wet van 22 maart 1993 die voor de kredietinstellingen gelden. Samenwerking tussen Bank en CBFA via protocol (nieuw artikel 92, § 7, van de wet van 22 maart 1993, artikel 176, 6°, van het ontwerpbesluit) De nieuwe paragraaf 7 van artikel 92 voorziet in een verplichting voor de Bank en de CBFA om een protocol af te sluiten. Dit protocol bepaalt de modaliteiten van de samenwerking tussen de Bank en de CBFA in alle gevallen waar de wet in een advies, raadpleging, informatie of ander contact tussen de twee instellingen voorziet of waar overleg tussen beide instellingen noodzakelijk is om een eenvormige toepassing van de wetgeving te verzekeren. Uitzonderingsmaatregelen (artikelen 103 en 104 van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen type wet prom. 22/05/2001 pub. 06/02/2013 numac 2013000086 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5, artikel 181 van het ontwerpbesluit) Ter zake wordt verwezen naar de commentaren onder de artikelen 57 en 58 van de wet van 22 maart 1993 die voor de kredietinstellingen gelden. Artikel 104 bevat de bevoegdheid van de Bank om op vraag van de CBFA de vergunning van een beursvennootschap in te trekken ingeval deze de gedragsregels op ernstige en systematische wijze schendt. De bevoegdheid van de CBFA om de vergunning in te trekken van vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die op ernstige en systematische wijze de gedragsregels schenden, is terug te vinden in het nieuwe artikel 36bis van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten, de organieke wet van de CBFA. HOOFDSTUK 1
  17. - Wijzigingen in de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen sluiten tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België (Artikelen 188 tot 197) Toezichtsopdracht van de Bank (artikel 12bis van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen sluiten, artikel 187 van het ontwerpbesluit Dit artikel voegt een nieuw artikel 12bis in in de organieke wet van de Bank. De eerste paragraaf neemt de nieuwe toezichtsopdracht op in het hoofdstuk van de organieke wet waarin de opdrachten van de Bank worden vermeld. De invulling van deze opdracht geschiedt in een nieuw hoofdstuk VI « Bepalingen inzake het toezicht op de financiële instellingen » en de toepassing op de verschillende sectoren onder toezicht wordt opgenomen in de sectorspecifieke reglementering inzake toezicht, inclusief de reglementering die het voorwerp uitmaakt van het hoofdstuk VII van de organieke wet, dat wordt ingevoegd door artikel 196 van dit besluit. Deze nieuwe opdracht verschilt van deze om bij te dragen tot de stabiliteit van het financiële stelsel waarmee de Bank door artikel 12 van haar organieke wet reeds was belast. De nieuwe aan de Bank toevertrouwde opdracht komt bovenop de opdrachten die deze reeds uitoefende op basis van artikel 12, te weten de analyse van het financiële stelsel en de bijdrage tot de stabiliteit ervan. Paragraaf 2 bepaalt dat de regelgevende bevoegdheid van de CBFA en het CSRSFI voor de overgedragen toezichtsactiviteiten ook op dezelfde voorwaarden wordt overgedragen aan de Bank. De gebruikte bewoording is overgenomen uit artikel 64 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten. Het toepassingsgebied van die regelgevende bevoegdheid beperkt zich tot het vaststellen van reglementen « ter aanvulling van de betrokken wettelijke of reglementaire bepalingen betreffende technische punten » op het specifieke gebied van de toezichtsbevoegdheden die aan de Bank zijn overgedragen. Zoals dit het geval was voor de CBFA, laat de toekenning van deze regelgevende bevoegdheid toe om via reglement de wettelijke bepalingen over het zeer gespecialiseerde domein van het prudentieel en systemisch toezicht te verduidelijken en er nadere regels voor vast te stellen, om rekening te houden met de technische, specifieke en evolutieve aard van de aangelegenheden waarop zij van toepassing zullen zijn. Deze aanpak verhoogt de rechtszekerheid en zorgt ervoor dat de soepelheid bewaard blijft die nodig is om snel te kunnen reageren op de evolutie van de markten. Deze aanpak biedt dezelfde garanties als de uitoefening van de regelgevende bevoegdheid door de Koning aangezien de reglementen maar uitwerking hebben nadat ze zijn goedgekeurd door de Koning en in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd zijn. Paragraaf 3 voorziet in een regeling van beperkte burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor de Bank, de leden van haar organen en haar personeelsleden voor hun beslissingen, niet-optreden, handelingen of gedragingen in het kader van de uitoefening van de wettelijke toezichtsopdracht van de Bank, behalve in geval van bedrog of zware fout. Deze regeling is identiek aan de regeling waarin voorzien is voor de CBFA in artikel 68 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten en voor het CSRSFI in artikel 22/103 van de wet van 2 juli 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/06/2000 pub. 14/07/2000 numac 2000000526 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot beperking van de helft van de devolutieve kracht van de lijststemmen en tot afschaffing van het onderscheid tussen kandidaat-titularissen en kandidaat-opvolgers voor de verkiezing van de provincie- en gemeenteraden en het Europees Parlement sluiten
  18. De rechtvaardiging is dezelfde : gezien de specificiteit van het prudentieel en systemisch toezicht, en rekening houdend met de bijzondere aard van de maatregelen die genomen moeten worden ten aanzien van de instellingen onder toezicht en van de risico's die eruit voortvloeien, dient erop toegezien te worden dat de toezichthouder zijn opdrachten kan uitvoeren in een aangepaste juridische omgeving. Er dient in het bijzonder te worden vermeden dat de toezichthouder vleugellam wordt gemaakt door het risico dat hij loopt om aansprakelijk gesteld te worden voor elke handeling die hij stelt. Dit beginsel wordt overigens expliciet erkend in Aanbeveling nr. 1 van het Bazelcomité voor het Banktoezicht ( »Core Principles for Effective Banking Supervision », Basel Committee on Banking Supervision, Basel, www.bis.org) en werd bovendien bevestigd in het vergelijkend recht. Verschillende buurlanden hebben hun wetgeving overigens in die zin opgesteld. Uitgaande van wat voor de CBFA was bepaald in artikel 56 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten en om de financiële onafhankelijkheid van de Bank te vrijwaren, bepaalt paragraaf 4 dat de werkingskosten van de Bank die verband houden met de activiteiten inzake prudentieel en systemisch toezicht die aan haar zijn overdragen, volledig worden gedragen door de instellingen die aan haar toezicht zijn onderworpen, volgens de door de Koning bepaalde regels. De Koning dient zich er dus van te vergewissen dat de werkelijke kosten van het door de Bank uitgeoefende toezicht wel degelijk ten laste worden gebracht van de instellingen die aan haar toezicht zijn onderworpen. Door dergelijke kostendekkende vergoeding wordt niet alleen de financiële onafhankelijkheid van de Bank gevrijwaard, maar wordt tevens de evenredigheid van de retributies verzekerd. Daartoe zullen de kosten van de prudentiële activiteiten in de boekhouding van de Bank behoorlijk geïdentificeerd worden en gescheiden worden van de kosten van haar andere activiteiten. Het auditcomité van de Bank zal hier nauwlettend op toezien en de revisor zal de berekeningswijze en het bekomen globale bedrag van die kosten certifiëren. Organen van de Bank (artikel 17 van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen sluiten, artikel 188 van het ontwerpbesluit) Dit artikel voegt de Sanctiecommissie toe in het artikel van de organieke wet van de Bank waarin de organen van de Bank worden opgesomd. De samenstelling en de bevoegdheden van de Sanctiecommissie worden nader bepaald in het nieuwe hoofdstuk VI van de organieke wet van de Bank. Directiecomité en Regentenraad (artikelen 19 en 20 van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen sluiten, artikelen 189 en 190 van het ontwerpbesluit) Deze artikelen heffen de bepalingen op die voorzagen dat de leden van het Directiecomité en de leden van de Regentenraad van de Bank respectievelijk zitting hebben in het directiecomité en in de Raad van Toezicht van de CBFA. Ze vullen tevens de bevoegdheden van het Directiecomité aan met de overgedragen toezichtsopdrachten en vullen de bevoegdheden van de Regentenraad aan door te bepalen dat deze gemachtigd is om van gedachten te wisselen over algemene aangelegenheden inzake de overgedragen toezichtsactiviteiten. Onverenigbaarheden van de leden van de Sanctiecommissie (artikel 25 van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen sluiten, artikel 191 van het ontwerpbesluit) Dit artikel bepaalt dat de leden van de Sanctiecommissie aan dezelfde onverenigbaarheden met functies van politieke aard onderworpen zijn als de leden van de andere organen van de Bank. Onverenigbaarheden van de leden van de andere organen (artikel 26 van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen sluiten, artikel 192 van het ontwerpbesluit) Dit artikel past de onverenigbaarheden die van toepassing zijn op de leden van het Directiecomité, de Regenten en de Censoren, aan aan de nieuwe toezichtsopdrachten van de Bank. Jaarverslag (artikel 28 van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen sluiten, artikel 193 van het ontwerpbesluit) Dit artikel voorziet, naar het voorbeeld van artikel 65 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten voor de CBFA, dat de Bank jaarlijks een verslag publiceert over haar toezichtsactiviteiten en dit verslag overmaakt aan de voorzitters van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat. Beroepsgeheim (artikel 35 van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen sluiten, artikel 194 van het ontwerpbesluit) Dit artikel past de bepalingen over het beroepsgeheim dat geldt voor de Bank, aan aan de nieuwe situatie die door de overdracht van de toezichtsbevoegdheden ontstaat. Prudentieel en systemisch toezicht (hoofdstuk IV/1 van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen sluiten, artikel 195 van het ontwerpbesluit) Dit artikel last in de organieke wet van de Bank een nieuw hoofdstuk in. Dit hoofdstuk zou later een autonome wet kunnen worden. Dit hoofdstuk bevat de algemene bepalingen die van toepassing zullen zijn op de opdrachten inzake prudentieel en systemisch toezicht die van de CBFA en het CSRSFI naar de Bank worden overgedragen met uitvoering van artikel 26, § 1 van de wet van 2 juli 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/06/2000 pub. 14/07/2000 numac 2000000526 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot beperking van de helft van de devolutieve kracht van de lijststemmen en tot afschaffing van het onderscheid tussen kandidaat-titularissen en kandidaat-opvolgers voor de verkiezing van de provincie- en gemeenteraden en het Europees Parlement sluiten
  19. Algemeen bevat dit hoofdstuk, mutatis mutandis, de bepalingen die tot dusver van toepassing waren op de CBFA en het CSRSFI. Deze algemene bepalingen worden aangevuld met de specifieke bepalingen uit de verschillende sectorale toezichtswetten (wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen type wet prom. 22/05/2001 pub. 06/02/2013 numac 2013000086 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2001 pub. 09/06/2001 numac 2001003254 bron ministerie van financien Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen type wet prom. 22/05/2001 pub. 06/02/2013 numac 2013000086 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen;...). De bepalingen van het nieuwe hoofdstuk dat bij artikel 195 wordt ingevoegd, worden hierna toegelicht. In deze toelichting wordt de nummering gebruikt die in de organieke wet van de Bank gehanteerd zal worden. Artikel 36/1 Dit artikel herneemt de relevante definities uit artikel 2 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten. Artikel 36/2 Dit artikel bevat een opsomming van de toezichtsopdrachten die voortaan aan de Bank worden toevertrouwd krachtens artikel 26, § 1, 1°, b), van de wet van 2 juli 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/06/2000 pub. 14/07/2000 numac 2000000526 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot beperking van de helft van de devolutieve kracht van de lijststemmen en tot afschaffing van het onderscheid tussen kandidaat-titularissen en kandidaat-opvolgers voor de verkiezing van de provincie- en gemeenteraden en het Europees Parlement sluiten
  20. De Bank oefent prudentieel toezicht uit op de kredietinstellingen, inclusief de instellingen voor elektronisch geld, de beleggingsondernemingen met het statuut van beursvennootschap, de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, de maatschappijen voor onderlinge borgstelling, de verrekeningsinstellingen, de vereffeningsinstellingen, de met vereffeningsinstellingen gelijkgestelde instellingen en de betalingsinstellingen. Artikel 36/3 Dit artikel bevat de bepalingen van de artikelen 89 en 90 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten die relevant blijven. Die bepalingen handelen meer bepaald over de bevoegdheden en opdrachten van het CSRSFI die aan de Bank worden overgedragen krachtens artikel 26, § 1, 1°, a), van de wet van 2 juli 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/06/2000 pub. 14/07/2000 numac 2000000526 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot beperking van de helft van de devolutieve kracht van de lijststemmen en tot afschaffing van het onderscheid tussen kandidaat-titularissen en kandidaat-opvolgers voor de verkiezing van de provincie- en gemeenteraden en het Europees Parlement sluiten
  21. De nieuwe bevoegdheden inzake systemisch toezicht en toezicht op macroprudentieel vlak, die worden vermeld in paragraaf 2 en volgende, verschillen van de opdrachten om bij te dragen tot de stabiliteit van het financiële stelsel die worden vermeld in de eerste paragraaf en wezenlijk zijn gestoeld op artikel
  22. Deze opdrachten hebben immers geen rechtstreekse impact op de individuele instellingen, aangezien het typisch analyses betreft die zich op een meer abstract niveau situeren en nadien eventueel nog moeten worden omgezet in concrete regels die door de financiële instellingen moeten worden nageleefd. De nieuwe bevoegdheden van systemisch toezicht en toezicht op macroprudentieel vlak van paragraaf twee en volgende leiden wel tot regels, vereisten en toezichtshandelingen die de individuele instellingen betreffen en zijn gestoeld op artikel 12bis. Het prudentieel beleid en dito toezicht moeten een tweevoudig doel nastreven : de weerbaarheid van het stelsel vergroten door de risico's en de kwetsbaarheden te voorkomen die een bedreiging kunnen vormen voor de financiële stabiliteit, alsook de cycli doorbreken in de kredietverlening en de prijszetting van de financiële activa, die de macro-economische stabiliteit in gevaar dreigen te brengen door een verscherping van de conjunctuurschommelingen. In een geglobaliseerd financieel stelsel waarin talrijke financiële instellingen grensoverschrijdend werken, moeten dat beleid en dat toezicht internationaal strikt worden gecoördineerd. Binnen de Europese Unie zal de Bank die opdracht met name uitvoeren in nauw overleg de nieuwe Europese Raad voor Systeemrisico's. Die Raad, waarin de Gouverneur van de Bank zitting zal hebben, zal verantwoordelijk zijn voor de identificatie van de systemische risico's op het niveau van de Europese Unie en zal, in voorkomend geval, aandringen op interventiemaatregelen. Gelet op de risico's die de grote systeemrelevante financiële instellingen, bij wijze van besmettingseffect, kunnen opleveren voor het financiële stelsel als geheel, wordt in paragraaf 2 bepaald dat de systeemrelevante financiële instellingen aan de Bank hun geplande strategische beslissingen van enig belang moeten meedelen. De Bank kan zich tegen deze strategische beslissingen verzetten, indien zij van oordeel is dat zij in strijd zouden zijn met een gezond en voorzichtig beleid van de instelling of indien zij een negatieve invloed zouden kunnen hebben op de stabiliteit van het financiële stelsel. Zij mag hierbij alle bevoegdheden aanwenden die haar organieke wet en de verschillende sectorale toezichtswetten haar

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.