Kort samengevat
Dit besluit corrigeert fouten in een eerdere codificatie van wetgeving over plaatselijke besturen en vervangt de bijlagen met de volledige tekst van het "Wetboek van de plaatselijke democratie en decentralisatie". Het doel is om de wetgeving betreffende gemeenten, intercommunales, agglomeraties, federaties en provincies te stroomlijnen en te verduidelijken.
Wat het reguleert
- De correcte lezing van specifieke artikelen (artikel 2, 7° en artikel 2, 19°) in het oorspronkelijke besluit.
- De volledige structuur en inhoud van het "Wetboek van de plaatselijke democratie en decentralisatie".
- De organisatie, het bestuur, de financiën en de verkiezingen van gemeenten, intercommunales, agglomeraties, federaties van gemeenten en provincies.
- Het toezicht op en de openbaarheid van bestuur van deze plaatselijke overheden.
Wie het betreft
- Plaatselijke besturen in het Waalse Gewest, waaronder gemeenten, intercommunales, agglomeraties, federaties van gemeenten en provincies.
- Burgers die wonen in gemeenten, aangezien het de organisatie en het bestuur van hun lokale overheid regelt.
Kernpunten
- Artikel 2, 7° moet gelezen worden als: "De artikelen 8, leden 2 en 3, en 28, lid 1, van de wet van 22 december 1986 betreffende de intercommunales;".
- Artikel 2, 19° moet gelezen worden als: "Het decreet van 21 maart 2002 tot organisatie van het samenwerkingsverband en de algemene financiering van de Waalse provincies, artikel 13 uitgezonderd;".
- De bijlagen van het oorspronkelijke besluit zijn volledig vervangen door het "Wetboek van de plaatselijke democratie en decentralisatie".
- De rangschikking van gemeenten voor de samenstelling van gemeentelijke organen wordt bepaald door het bevolkingscijfer op 1 januari van het jaar voorafgaand aan de algemene hernieuwing van de gemeenteraden.
Wettekst
MINISTERIE VAN HET WAALSE GEWEST 22 APRIL
- - Besluit houdende codificatie van de decreetgeving betreffende de plaatselijke besturen. - Errata In bovenvermeld besluit, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 12 augustus 2004, op de bladzijden 58696 en volgende : - dient artikel 2, 7°, als volgt te worden gelezen : « De artikelen 8, leden 2 en 3, en 28, lid 1, van de wet van 22 december 1986 betreffende de intercommunales; »; - dient artikel 2, 19°, als volgt te worden gelezen : « Het decreet van 21 maart 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/07/2001 pub. 03/08/2001 numac 2001021378 bron diensten van de eerste minister Bijzondere wet houdende overdracht van diverse bevoegdheden aan de gewesten en de gemeenschappen type wet prom. 13/07/2001 pub. 03/08/2001 numac 2001021379 bron diensten van de eerste minister Bijzondere wet tot herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de gewesten sluiten3 tot organisatie van het samenwerkingsverband en de algemene financiering van de Waalse provincies, artikel 13 uitgezonderd; ». - dienen de bijlagen te worden vervangen door volgende tekst : Bijlage I. Wetboek van de plaatselijke democratie en decentralisatie TABELLEN VAN DE INHOUDSTAFELS DEEL EEN : DE GEMEENTEN Boek I : Organisatie van de gemeente TITEL I : Algemene bepalingen HOOFDSTUK I : Namen HOOFDSTUK II : Bepaling van de gemeentegrenzen HOOFDSTUK III : Bevoegdheden van de gemeenten in het algemeen TITEL II. Gemeentelijke organen HOOFDSTUK I : Algemene bepalingen HOOFDSTUK II : De gemeenteraadsleden HOOFDSTUK III : De burgemeester en de schepenen HOOFDSTUK IV : De secretaris en de ontvanger HOOFDSTUK V : Onverenigbaarheden en belangenconflicten HOOFDSTUK VI : De eed TITEL III : Akten van de gemeenteoverheden HOOFDSTUK I : Algemene bepaling HOOFDSTUK II : Redactie van de akten HOOFDSTUK III : Bekendmaking van de akten TITEL IV : Volksraadpleging ENIG HOOFDSTUK Boek II : Bestuur van de gemeente TITEL I : Het gemeentepersoneel HOOFDSTUK I : Algemene bepalingen HOOFDSTUK II : Administratief en bezoldigingsstatuut HOOFDSTUK III : Benoeming HOOFDSTUK IV : Verbodsbepalingen HOOFDSTUK V : Tuchtregeling HOOFDSTUK VI : Personeel met een bijzonder statuut TITEL II : Bestuur van de goeden van de gemeente HOOFDSTUK I : Giften en legaten aan de gemeente en aan de openbare instellingen in de gemeente bestaand HOOFDSTUK II : Contracten HOOFDSTUK III : Gemeentewegen TITEL III : Bestuur van sommige gemeentediensten HOOFDSTUK I : Gemeentebedrijven HOOFDSTUK II : Begraafplaatsen en lijkbezorging HOOFDSTUK III : Openbare instellingen TITEL IV : Verantwoordelijkheid en rechtsvorderingen HOOFDSTUK I : Burgerlijke aansprakelijkheid van de gemeenten HOOFDSTUK II : Rechtsvorderingen Boek III : Gemeentelijke financiën TITEL I : Begroting en rekeningen HOOFDSTUK I : Algemene bepalingen HOOFDSTUK II : Goedkeuring van de begroting en regeling van de rekeningen HOOFDSTUK III : Openbaarheid van de begroting en de rekeningen HOOFDSTUK IV : Begrotingsevenwicht HOOFDSTUK V : Algemeen reglement over de gemeentelijke comptabiliteit TITEL II : Lasten en uitgaven ENIG HOOFDSTUK TITEL III : Ontvangsten HOOFDSTUK I : Algemene bepalingen HOOFDSTUK II : Algemene financiering van de gemeenten Boek IV : Binnengemeentelijke territoriale organen TITEL I : Organisatie van de binnengemeentelijke territoriale organen HOOFDSTUK I : Algemene bepalingen HOOFDSTUK II : De districtsraden HOOFDSTUK III : Het bureau en de voorzitter HOOFDSTUK IV : De secretaris TITEL II : De akten van de districtsoverheden HOOFDSTUK I : Algemene bepaling HOOFDSTUK II : Redactie en bekendmaking van de akten TITEL III : Volksraadpleging ENIG HOOFDSTUK TITEL IV : Bestuur van de districten ENIG HOOFDSTUK TITEL V : De financiën van de districten ENIG HOOFDSTUK Boek V : De intercommunales TITEL I : Algemene bepalingen HOOFDSTUK I : Toepassingsgebied HOOFDSTUK II : Aard en samenstelling van de Waalse intercommunales TITEL II : Organen van de intercommunale HOOFDSTUK I : Algemene bepalingen HOOFDSTUK II : Algemene vergadering HOOFDSTUK III : Raad van bestuur HOOFDSTUK IV : College van de commissarissen HOOFDSTUK V : Verbodsbepalingen en onverenigbaarheden HOOFDSTUK VI : Wijze van werking TITEL III : Deelnemingen ENIG HOOFDSTUK TITEL IV : Ontbinding en vereffening ENIG HOOFDSTUK TITEL V : Algemene bepalingen ENIG HOOFDSTUK TITEL VI : Openbaarheid van bestuur ENIG HOOFDSTUK DEEL TWEE : DE BOVENGEMEENTELIJKE AARD Boek I : De agglomeraties en federaties van gemeenten TITEL I : Organisatie van de agglomeraties en federaties van gemeenten HOOFDSTUK I : Algemene bepalingen HOOFDSTUK II : Organen van de agglomeraties en de federaties HOOFDSTUK III : Akten van de overheden van de federaties en de agglomeraties van gemeenten TITEL II : Bestuur van de agglomeraties en federaties van gemeenten HOOFDSTUK I : Het personeel HOOFDSTUK II : Bestuur van de goeden HOOFDSTUK III : Bestuur van sommige diensten TITEL III : Financiën van de agglomeraties en federaties van gemeenten ENIG HOOFDSTUK TITEL IV : Het overleg ENIG HOOFDSTUK Boek II : De provincies TITEL I : Organisatie van de provincies HOOFDSTUK I : Algemene bepalingen HOOFDSTUK II : Provinciale organen HOOFDSTUK III : Akten van de provincie-overheden HOOFDSTUK IV : Volksraadpleging TITEL II : Bestuur van de provincie HOOFDSTUK I : Het provinciepersoneel HOOFDSTUK II : Bestuur van de goeden van de provincie HOOFDSTUK III : Bestuur van sommige provinciediensten HOOFDSTUK IV : Verantwoordelijkheid en rechtsvorderingen TITEL III : Financiën van de provincie HOOFDSTUK I : Begroting en rekeningen HOOFDSTUK II : Lasten en uitgaven HOOFDSTUK III : Ontvangsten DEEL DRIE : BEPALINGEN GEMEEN AAN DE GEMEENTEN EN DE BOVENGEMEENTELIJKE AARD Boek I : Toezicht TITEL I : Algemene bepalingen HOOFDSTUK I : Toepassingsgebied en begripsbepalingen HOOFDSTUK II : Behandeling van de akte die onderworpen is aan de toezichthoudende overheid HOOFDSTUK III : Termijnberekening HOOFDSTUK IV : Motivering HOOFDSTUK V : Kennisgeving en bekendmaking van de beslissingen van de toezichthoudende overheid HOOFDSTUK VI : Sturen van een bijzondere commissaris HOOFDSTUK VII : Jaarverslag TITEL II : Algemeen vernietigingstoezicht op de gemeenten, de provincies, de intercommunales en de eengemeente- en meergemeentenpolitiezones HOOFDSTUK I : Toepassingsgebied HOOFDSTUK II : Procedure HOOFDSTUK III : Beroep van de provinciegouverneur betreffende de akten van de provincieoverheden TITEL III : Bijzonder goedkeuringstoezicht op de gemeenten, de provincies en de intercommunales HOOFDSTUK I : Toepassingsgebied HOOFDSTUK II : Procedure HOOFDSTUK III : Bijzondere regels betreffende de akten van de gemeenteoverheden TITEL IV : Bijzonder goedkeuringstoezicht op de eengemeente- en meergemeentenpolitiezones HOOFDSTUK I : Toepassingsgebied HOOFDSTUK II : Procedure HOOFDSTUK III : Bijzondere regels betreffende de akten van de zoneoverheden TITEL V : Administratief toezicht op de agglomeraties en de federaties van gemeenten ENIG HOOFDSTUK Boek II : Openbaarheid van bestuur TITEL I : Algemene bepalingen ENIG HOOFDSTUK TITEL II : Aktieve openbaarheid ENIG HOOFDSTUK TITEL III : Passieve openbaarheid ENIG HOOFDSTUK Boek III : Financiën van de provincies en de gemeenten TITEL I : Beheersplannen HOOFDSTUK I : toepassingsgebied HOOFDSTUK II : Algemene bepalingen HOOFDSTUK III : Bijzondere bepalingen voor de gemeenten bedoeld in artikel L3311-1 TITEL II : Heffing en inning van de gemeente- en provincienbelastingen ENIG HOOFDSTUK TITEL III : Toekenning en controle van de subidies toegekend door de gemeenten en de provincies ENIG HOOFDSTUK TITEL IV : Subsidies voor sommige investeringen van openbaar nut ENIG HOOFDSTUK DEEL VIER : VERKIEZINGEN Boek I : Verkiezing van de organen TITEL I : Gemeenschappelijke bepaling ENIG HOOFDSTUK TITEL II : Verkiezing van de gemeentelijke organen HOOFDSTUK I : Kiezerslijst HOOFDSTUK II : Indeling van de kiezers en kiesbureaus HOOFDSTUK III : Kiesverrichtingen HOOFDSTUK IV : Stemplicht en straffen HOOFDSTUK V : Verkiesbaarheid HOOFDSTUK VI : Organieke bepalingen TITEL III : Verkiezingen van de binnengemeentelijke territoriale organen HOOFDSTUK I : Kiezerslijst HOOFDSTUK II : Indeling van de kiezers en kiesbureaus HOOFDSTUK III : Kiesverrichtingen HOOFDSTUK IV : Stemplicht en sancties HOOFDSTUK V : Verkiesbaarheid HOOFDSTUK VI : Organieke Bepalingen TITEL IV : Verkiezing van de organen van de federaties en de agglomeraties van gemeenten HOOFDSTUK I : Kiezerslijst HOOFDSTUK II : Kiescolleges en kiesbureaus HOOFDSTUK III : Kiesverrichtingen HOOFDSTUK IV : Stemplicht en straffen HOOFDSTUK V : Organieke bepalingen TITEL V : Verkiezing van de provincieorganen HOOFDSTUK I : Kiezerslijst HOOFDSTUK II : Kiescolleges en kiesbureaus HOOFDSTUK III : Kiesverrichtingen HOOFDSTUK IV : Stemplicht en sancties HOOFDSTUK V : Verkiesbaarheid en onverenigbaarheden HOOFDSTUK VI : Organieke bepalingen HOOFDSTUK VII : Bijzondere bepalingen tot regeling van de gelijktijdige verkiezing van de provincie- en gemeenteraden HOOFDSTUK VIII : Bijzondere bepalingen tot regeling van de gelijktijdige verkiezing van de provincie-, gemeente- en districtsraden Boek II : Geautomatiseerd stemsysteem bij de provincieraads-, gemeenteraads- en districtsraadsverkiezingen TITEL I : Algemene bepalingen ENIG HOOFDSTUK TITEL II : Geautomatiseerd stemsysteem ENIG HOOFDSTUK TITEL III : Bijzondere bepalingen voor de stemming ENIG HOOFDSTUK TITEL IV : Verrichtingen voorafgaand aan de verkiezing ENIG HOOFDSTUK TITEL V : Verrichtingen voor de totalisering van de stemmen ENIG HOOFDSTUK TITEL VI : Slotbepalingen ENIG HOOFDSTUK DEEL VIJF : VERSCHEIDENE BEPALINGEN Boek I : Algemene bepalingen en toepassingsgebied ENIG TITEL ENIG HOOFDSTUK Boek II : Overgangsbepalingen ENIG TITEL ENIG HOOFDSTUK TABEL VAN DE BIJLAGEN DEEL EEN : DE GEMEENTEN Boek I. - Organisatie van de gemeente TITEL I. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK I. - Namen Art. L1111-
- De regering bepaalt de schrijfwijze van de namen van de gemeenten en de gehuchten. HOOFDSTUK II. - Bepaling van de gemeentegrenzen Art. L1112-
- Wanneer een gedeelte van een gemeente als afzonderlijke gemeente wordt opgericht, gelast een regeringsbesluit dat de kiezers uit het afgescheiden gedeelte dadelijk worden bijeengeroepen; het regelt alles wat de eerste verkiezing betreft en bepaalt de datum van de eerste hernieuwing in overeenstemming met de gewone hernieuwingen voorgeschreven bij titels II en III van boek één van het vierde deel van dit Wetboek. De gemeenteraden regelen in onderlinge overeenstemming de verdeling van de gemeentegoederen over de inwoners van de gescheiden grondgebieden, op de grondslag van het aantal haardsteden, d.i. het aantal gezinshoofden die hun woonplaats hebben binnen ieder grondgebied. Zij regelen eveneens alles wat de schulden en het archief aangaat. Bij onenigheid tussen de gemeenteraden wordt het geschil door de Raad van State beslecht. Indien er geschillen ontstaan omtrent rechten die voortvloeien uit titels of bezit, worden de gemeenten naar de rechtbank verwezen. Art. L1112-
- Wanneer een gemeente of een gedeelte van een gemeente met een andere gemeente verenigd wordt verklaard, wordt, wat de gemeenschappelijke belangen betreft, gehandeld volgens de bepalingen van artikel L1112-
- Heeft de toevoeging van die gemeente of van dat gedeelte van een gemeente tot gevolg dat het aantal raadsleden moet worden vermeerderd in de gemeente waarmee zij wordt verenigd, dan wordt gehandeld zoals in hetzelfde artikel is bepaald. Art. l1112-
- Dit hoofdstuk geldt niet voor de gemeente Komen-Waasten, overeenkomstig artikel 6, § 1, VIII, 2°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen. HOOFDSTUK III. - Bevoegdheden van de gemeenten in het algemeen Art. L1113-
- Tot de bevoegdheden van de gemeenten behoren inzonderheid : het beheer van de goederen en inkomsten van de gemeente; de vaststelling en de verrichting van de plaatselijke uitgaven die met de gelden van de gemeente dienen te worden betaald; het ontwerpen en het doen uitvoeren van de openbare werken die ten laste van de gemeente vallen; het beheer van de inrichtingen die aan de gemeente toebehoren, die op haar kosten worden onderhouden of die in het bijzonder bestemd zijn voor het gebruik van haar inwoners. TITEL II. - Gemeentelijke organen HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Art. L1121-
- Er is in iedere gemeente een gemeentebestuur, samengesteld uit de raadsleden, de burgemeester en de schepenen. Art. L1121-
- De leden van het gemeentebestuur die aftreden bij een algehele hernieuwing en de ontslagnemende leden blijven in functie totdat de geloofsbrieven van hun opvolgers zijn onderzocht en hun installatie heeft plaatsgehad. Bovendien moet het aftredend of ontslagnemend lid dat bekleed is met het ambt van burgemeester of schepen dit ambt blijven uitoefenen totdat hij ofwel als burgemeester, ofwel als schepen, ofwel als gemeenteraadslid vervangen is. Art. L1121-
- De rangschikking van de gemeenten overeenkomstig de artikelen L1122-3 en L1123-9 wordt in verband gebracht met het bevolkingscijfer door de regering bij elke algehele hernieuwing van de gemeenteraden. Het aantal inwoners dat in overweging wordt genomen, is het aantal personen ingeschreven in het Rijksregister der natuurlijke personen die op datum van 1 januari van het jaar dat voorafgaat aan het jaar van de alghele hernieuwing zijn hoofdverblijfplaats heeft in de betrokken gemeente. Het overeenkomstig het eerste lid vastgestelde bevolkingscijfer geldt eveens op dezelfde datum voor de rangschikkingen bedoeld in de artikelen L1124-6 tot en met L1124-8, evenals, voor zover ze verwijzen naar een categorie van gemeenten die gegrond is op het bevolkingscijfer, voor de artikelen L1123-15, § 1, L1124-1, L1124-11, L1124-15, L1124-21, L1124-35, L1124-37, L1125-4 en L1125-
- De bevolkingscijfers van de gemeenten van het Gewest, vastgesteld overeenkomstig het eerste lid, worden door toedoen van de regering uiterlijk 1 mei van het jaar waarin de algehele hernieuwing van de gemeenteraden plaatsvindt, in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Art. L1121-
- Er is in elke gemeente een secretaris en een ontvanger. HOOFDSTUK II. - De gemeenteraadsleden Afdeling
- - Wijze van aanwijzing en statuut van de gemeenteraadsleden Art. L1122-
- De gemeenteraadsleden worden gekozen voor zes jaar, te rekenen van 1 januari na hun verkiezing. Zij zijn herkiesbaar. De gemeenteraden worden om de zes jaar algeheel hernieuwd. Art. L112-
- De gemeenteraadsleden worden rechtstreeks gekozen door de vergadering van de gemeenteraadskiezers. Art. L1122-
- De gemeenteraad bestaat, met inbegrip van de burgemeester en de schepenen : uit 7 leden in de gemeenten van minder dan 1 000 inwoners; uit 9 leden in de gemeenten van 1 000 tot 1 999 inwoners; uit 11 leden in de gemeenten van 2 000 tot 2 999 inwoners; uit 13 leden in de gemeenten van 3 000 tot 3 999 inwoners; uit 15 leden in de gemeenten van 4 000 tot 4 999 inwoners; uit 17 leden in de gemeenten van 5 000 tot 6 999 inwoners; uit 19 leden in de gemeenten van 7 000 tot 8 999 inwoners; uit 21 leden in de gemeenten van 9 000 tot 11 999 inwoners; uit 23 leden in de gemeenten van 12 000 tot 14 999 inwoners; uit 25 leden in de gemeenten van 15 000 tot 19 999 inwoners; uit 27 leden in de gemeenten van 20 000 tot 24 999 inwoners; uit 29 leden in de gemeenten van 25 000 tot 29 999 inwoners; uit 31 leden in de gemeenten van 30 000 tot 34 999 inwoners; uit 33 leden in de gemeenten van 35 000 tot 39 999 inwoners; uit 35 leden in de gemeenten van 40 000 tot 49 999 inwoners; uit 37 leden in de gemeenten van 50 000 tot 59 999 inwoners; uit 39 leden in de gemeenten van 60 000 tot 69 999 inwoners; uit 41 leden in de gemeenten van 70 000 tot 79 999 inwoners; uit 43 leden in de gemeenten van 80 000 tot 89 999 inwoners; uit 45 leden in de gemeenten van 90 000 tot 99 999 inwoners; uit 47 leden in de gemeenten van 100 000 tot 149 999 inwoners; uit 49 leden in de gemeenten van 150 000 tot 199 999 inwoners; uit 51 leden in de gemeenten van 200 000 tot 249 999 inwoners; uit 53 leden in de gemeenten van 250 000 tot 299 999 inwoners; uit 55 leden in de gemeenten van 300 000 inwoners en meer. De raad blijft bestaan uit het hierboven bepaald aantal leden, zelfs wanneer de burgemeester daarbuiten wordt benoemd. Art. L1122-
- Elke gekozen kandidaat kan, nadat zijn verkiezing geldigheid heeft verkregen, vóór zijn installatie afstand doen van zijn mandaat. Om geldig te zijn, moet die afstand schriftelijk ter kennis worden gebracht van de gemeenteraad. Indien het feit van de afstand wordt betwist, doet het provinciecollege uitspraak overeenkomstig artikel L4126-3, tweede lid. De beslissing wordt door toedoen van de provinciegouverneur ter kennis gebracht van de betrokken kandidaat. Deze kan een beroep bij de Raad van State indienen binnen acht dagen na de beslissing. De gouverneur kan zodanig beroep instellen binnen acht dagen na de beslissing. Art. L1122-
- Een lid van het gemeentebestuur dat niet meer voldoet aan één van de verkiesbaarheidsvereisten houdt op deel uit te maken van de raad. Van de feiten die het verval van het lidmaatschap kunnen meebrengen, geeft het college van burgemeester en schepenen dadelijk kennis aan het provinciecollege en zendt van deze kennisgeving bericht aan de betrokkene, tegen ontvangbewijs. Indien de betrokkene, zelfs bij ontstentenis van enige kennisgeving, zijn bediening blijft uitoefenen hoewel hij kennis heeft van de oorzaak van het verval, is hij strafbaar met de straffen bepaald in artikel 262 van het Strafwetboek. Het gemeenteraadslid tegen wie verval van lidmaatschap wordt gevorderd, kan zijn bezwaren bij het provinciecollege indienen binnen acht dagen nadat hij mededeling heeft gekregen van de kennisgeving die aan dat college is gedaan. Het verval wordt door het provinciecollege vastgesteld binnen dertig dagen nadat ofwel de kennisgeving aan dat college, ofwel een bezwaarschrift van derden ter griffie van de provincie is ingekomen. De vormen bepaald in artikel L4126-3, tweede lid, worden door het provinciecollege in acht genomen. Deze beslissing wordt door toedoen van de provinciegouverneur ter kennis gebracht van het betrokken lid van het gemeentebestuur, van het college van burgemeester en schepenen en, in voorkomend geval, van diegenen die bij het provinciecollege bezwaren hebben ingediend. Zij kunnen een beroep bij de Raad van State indienen binnen acht dagen na de kennisgeving. De gouverneur kan een zodanig beroep indienen binnen acht dagen na beslissing. Art. L1122-
- Het gemeenteraadslid dat verhinderd is wegens de vervulling van zijn actieve militaire diensttijd of van zijn burgerdienst als gewetensbezwaarde, wordt, op zijn schriftelijk verzoek gericht aan het college van burgemeester en schepenen, gedurende die periode vervangen. Het gemeenteraadslid dat ouderschapsverlof wenst te nemen wegens de geboorte of de adoptie van een kind, wordt, op zijn schriftelijk verzoek gericht aan het college van burgemeester en schepenen, vervangen, ten vroegste vanaf de zevende week vóór de vermoedelijke datum van de geboorte of van de adoptie, tot het einde van de achtste week na de dag van de geboorte of de adoptie. Op zijn schriftelijk verzoek wordt de onderbreking van de uitoefening van het mandaat na de achtste week verlengd met een periode gelijk aan die gedurende welke het lid zijn mandaat verder heeft uitgeoefend tijdens de periode van zeven weken die de dag van de geboorte of de adoptie voorafgaan. Het gemeenteraadslid dat verhinderd is wegens de vervulling van zijn actieve militaire diensttijd of van zijn burgerdienst als gewetensbezwaarde, of wegens ouderschapsverlof en om zijn vervanging verzoekt, wordt vervangen door de opvolger van zijn lijst die als eerste gerangschikt is overeenkomstig de orde aangegeven in artikel L4123-42, na onderzoek van diens geloofsbrieven door de gemeenteraad. Het eerste en het tweede lid gelden evenwel enkel vanaf de eerste vergadering van de gemeenteraad na die waarop het raadslid dat verhinderd is, geïnstalleerd is. Art. L1122-
- §
- De gemeenteraadsleden krijgen geen enkele wedde. Zij krijgen aanwezigheidsgeld indien zij de vergaderingen van de gemeenteraad, de vergaderingen van de commissies en afdelingen bijwonen. Het bedrag van het aanwezigheidsgeld wordt door de gemeenteraad vastgesteld. Dat bedrag ligt tussen een minimum van 37,18 euro en een maximumbedrag dat gelijk is aan het bedrag van het aanwezigheidsgeld dat de provincieraadsleden krijgen indien zij de vergaderingen van de provincieraad bijwonen, vermeerderd of verminderd overeenkomstig de regels inzake de koppeling aan het indexcijfer. §
- De gemeente kan op de door de regering bepaalde wijze het aanwezigheidsgeld van het gemeenteraadslid dat andere wedden, pensioenen, vergoedingen of toelagen uit wet of regelgeving geniet, verhogen met een bedrag dat het door betrokkene geleden inkomensverlies compenseert, vooropgesteld dat de mandataris er zelf om verzoekt. Het bedrag van het aanwezigheidsgeld, vermeerderd met het bedrag ter compensatie van het inkomensverlies, mag nooit de wedde van een schepen uit een gemeente van 50 000 inwoners overschrijden. Art. L1122-
- Het gemeenteraadslid dat wegens een handicap zijn mandaat niet alleen kan uitoefenen, mag zich laten bijstaan door een vertrouwenspersoon die het kiest uit de kiezers van de gemeente die voldoen aan de verkiesbaarheidsvereisten voor het mandaat van gemeenteraadslid, en die niet deel uitmaakt van het personeel van de gemeente of van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van de betrokken gemeente. Voor de toepassing van het eerste lid stelt de regering de criteria tot bepaling van de hoedanigheid van gehandicapt personeelslid vast. Bij het verstrekken van die bijstand beschikt de vertrouwenspersoon over dezelfde middelen en is onderworpen aan dezelfde verplichtingen als het gemeenteraadslid. Zij heeft evenwel geen recht op aanwezigheidsgeld. Art. L1122-
- Het ontslag als gemeenteraadslid wordt schriftelijk ingediend bij de gemeenteraad. Hij die betwist dat hij als gemeenteraadslid ontslag heeft genomen, kan een beroep indienen bij het provinciecollege, dat uitspraak doet overeenkomstig artikel L4123-3, tweede lid. De beslissing wordt door toedoen van de provinciegouverneur ter kennis gebracht van het betrokken gemeenteraadslid. De betrokkene kan bij de Raad van State een beroep indienen binnen acht dagen na de kennisgeving. De gouverneur kan zodanig beroep instellen binnen acht dagen na de beslissing. Afdeling
- - Vergaderingen, beraadslagingen en besluiten van de gemeenteraden Art. L1122-
- §
- Geen akte, geen stuk betreffende het bestuur mag aan het onderzoek van de raadsleden worden onttrokken. §
- De gemeenteraadsleden kunnen in de voorwaarden vastgesteld in het reglement van orde dat door de raad wordt opgesteld, een afschrift krijgen van de akten en stukken betreffende het bestuur van de gemeente. In dat reglement worden eveneens de voorwaarden voor het bezoek aan de gemeentelijke inrichtingen en gemeentediensten nader bepaald. De eventueel voor het afschrift gevraagde vergoeding mag geenszins de aanmaakprijs overschrijden. §
- De gemeenteraadsleden hebben het recht om het college van burgemeester en schepenen schriftelijke en mondelinge vragen te stellen. In het reglement van orde worden de voorwaarden voor de uitoefening van de recht bepaald. Art. L1122-
- De gemeenteraad vergadert zo dikwijls als de zaken die tot zijn bevoegdheid behoren, het vereisen, en hoedanook tien keer per jaar. Art. L1122-
- De raad wordt bijeengeroepen door het college van burgemeester en schepenen. Wanneer een derde van de zittinghebbende leden het vraagt, is het college verplicht de raad bijeen te roepen op de aangewezen dag en het aangewezen uur. Art. L1122-
- §
- Behalve in spoedeisende gevallen geschiedt de oproeping schriftelijk en aan huis, tenminste zeven volle dagen vóór de dag van de vergadering; in de oproeping wordt de agenda vermeld. Die termijn wordt evenwel tot twee volle dagen teruggebracht voor de toepassing van artikel L1122-17, derde lid. De agendapunten dienen met voldoende duidelijkheid aangegeven te worden. §
- Voor elk agendapunt worden alle stukken die daarop betrekking hebben ter plaatse ter beschikking gesteld van de gemeenteraadsleden zodra de agenda verstuurd wordt. In het reglement van orde bedoeld in artikel L1122-18 kan worden bepaald dat de gemeentesecretaris of de door hem aangewezen ambtenaren de gemeenteraadsleden die erom verzoeken, technische inlichtingen verstrekken die verband houden met de documenten opgenomen in het dossier; in dat geval wordt in het reglement van orde eveneens de wijze bepaald waarop die technische inlichtingen worden verstrekt. Art. L1122-
- Plaats, dag, uur en agenda van de vergaderingen van de gemeenteraad worden bij wijze van aanplakking aan het gemeentehuis ter kennis van het publiek gebracht, binnen dezelfde termijn als die bedoeld in de artikelen L1122-13, L1122-23 en L1122-24, derde lid, betreffende de bijeenroeping van de gemeenteraad. De pers en de belangstellende inwoners worden op eigen verzoek en binnen een nuttige termijn ingelicht over de agenda van de gemeenteraad, eventueel mits betaling van een vergoeding die de kostprijs niet mag overschrijden. Die termijn geldt niet voor de punten die na het versturen van de oproeping overeenkomstig artikel L1122-13 geagendeerd worden. In het reglement van orde kunnen andere bekendmakingswijzen bepaald worden. Art. L1122-
- De burgemeester of hij die hem vervangt, zit de gemeenteraad voor. De vergadering wordt door de voorzitter geopend en gesloten. Art. L1122-
- Tenzij anders bepaald in het reglement van orde, worden de notulen van de vorige vergadering bij het openen van elke vergadering voorgelezen. In elk geval worden de notulen hoedanook zeven volle dagen vóór de dag van de vergadering ter beschikking van de raadsleden gesteld. In spoedeisende gevallen bedoeld in artikel 1122-13 worden de notulen gelijk met de agenda ter beschikking gesteld. Elk lid heeft het recht tijdens de vergadering opmerkingen te maken over de redactie van de notulen. Indien deze opmerkingen worden aangenomen, is de secretaris ertoe verplicht staande de vergadering of ten laatste tijdens de volgende vergadering een nieuwe tekst, in overeenstemming met de beslissing van de raad, voor te leggen. Indien er geen opmerkingen worden gemaakt vóór het einde van de vergadering, worden de notulen als goedgekeurd beschouwd en worden zij ondertekend door de burgemeester en de secretaris. Telkens als de raad het gewenst acht, worden de notulen geheel of gedeeltelijk staande de vergadering opgemaakt en door de aanwezige leden ondertekend. Art. L1122-
- De gemeenteraad kan geen besluit nemen, indien niet de meerderheid van de zittinghebbende leden aanwezig is. De raad kan evenwel, indien hij tweemaal bijeengeroepen is zonder dat het vereiste aantal leden is opgekomen, na een derde en laatste oproeping, ongeacht het aantal aanwezige leden, op geldige wijze beraadslagen en besluiten over de onderwerpen die voor de derde maal op de agenda voorkomen. De tweede en de derde oproeping moeten geschieden overeenkomstig de voorschriften van artikel L1122-13, en er moet vermeld worden of de oproeping voor de tweede of de derde maal geschiedt; bovendien moeten de bepalingen van de twee vorige leden in de derde oproeping woordelijk worden overgenomen. Art. L1122-
- De gemeenteraad neemt een reglement van orde aan. Naast de bepalingen die krachtens de bepalingen van het eerste gedeelte van dit Wetboek in het reglement van orde opgenomen dienen te worden, kan dat reglement eveneens aanvullende maatregelen bevatten, betreffende de werking van de raad. Art. L1122-
- Het is elk gemeenteraadslid en de burgemeester verboden : 1° tegenwoordig te zijn bij een beraadslaging of besluit over zaken waarbij hij een rechtstreeks belang heeft, ofwel persoonlijk, ofwel als gelastigde, voor of na zijn verkiezing, of waarbij zijn bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben. Inzake voordrachten van kandidaten, benoemingen in betrekkingen en tuchtrechtelijke vervolgingen geldt dit verbod enkel ten aanzien van bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad; 2° tegenwoordig te zijn bij het onderzoek van de rekeningen der aan de gemeente ondergeschikte openbare besturen waarvan hij lid is. Art. L1122-
- De vergaderingen van de gemeenteraad zijn openbaar. Behoudens artikel L1122-23 kan de gemeenteraad, die uitspraak doet bij een meerderheid van twee derde van de tegenwoordige leden, in het belang van de openbare orde en op grond van ernstige bezwaren, beslissen dat de vergadering niet openbaar zal zijn. Art. L1122-
- Wanneer het om personen gaat, is de vergadering van de gemeenteraad niet openbaar. Zodra een dergelijk punt te berde wordt gebracht, beveelt de voorzitter terstond de behandeling in besloten vergadering. Art. L1122-
- Behalve in tuchtrechtelijke aangelegenheden mag de vergadering in besloten kring pas na de openbare vergadering gehouden worden. Indien het tijdens de openbare vergadering nodig blijkt dat een punt in besloten vergadering verder behandeld wordt, kan de openbare vergadering enkel daartoe onderbroken worden. Art. L1122-
- Uiterlijk zeven volle dagen vóór de vergadering plaatsvindt waarin de gemeenteraad over de begroting, een begrotingswijziging of de rekeningen beraadslaagt en besluit, wordt door het college aan elk gemeenteraadslid een exemplaar van het ontwerp van begroting, van het ontwerp van begrotingswijziging of van de rekeningen besteld. Het ontwerp wordt medegedeeld zoals het de raad voor beraadslaging en besluit wordt voorgelegd, in de voorgeschreven vorm en met, daarbij gevoegd, de bijlagen die vereist voor zijn definitieve vaststelling, met uitzondering van, voor wat betreft de rekeningen, de verantwoordingsstukken. Bij het ontwerp van begroting en de rekeningen wordt een verslag gevoegd. Dat verslag bevat een samenvatting van het ontwerp van begroting en de rekeningen. In het verslag dat verband houdt met de begroting wordt daarnaast het algemeen en het financieel beleid van de gemeente omschreven, wordt de toestand van het bestuur en van de zaken van de gemeente samenvattend omschreven en worden alle nuttige gegevens vermeld, en het verslag dat verband houdt met de rekeningen maakt een samenvattende opgave op van het beheer van de gemeentefinanciën tijdens het jaar waarop die rekeningen betrekking hebben. De vergadering van de gemeenteraad is openbaar. Vóór de gemeenteraad beraadslaagt en besluit, bespreekt het college van burgemeester en schepenen de inhoud van het verslag. Art. L1122-
- Een punt dat niet op de agenda voorkomt, mag niet in bespreking worden gebracht, behalve in spoedeisende gevallen wanneer het geringste uitstel gevaar zou kunnen opleveren. Tot spoedbehandeling kan niet worden besloten dan door tenminste twee derde van de aanwezige leden; de namen van die leden worden in de notulen vermeld. Elk voorstel dat niet op de agenda voorkomt, moet hoedanook vijf volle dagen vóór de vergadering overhandigd worden aan de burgemeester of aan degene die hem vervangt; daarbij dient een verklarende nota of elk document dat de raad kan voorlichten, te worden gevoegd. Van die mogelijkheid mag geen enkel lid van het college van burgemeester en schepenen gebruik maken. De burgemeester of degene die hem vervangt, deelt onverwijld de punten die de agenda aanvullen, mee aan de raadsleden. Art. L1122-
- De voorzitter is belast met de ordehandhaving in de vergadering; hij kan, na een voorafgaande waarschuwing, terstond iedere persoon uit de zaal doen verwijderen, die openlijk tekens van goed- of afkeuring geeft of op enigerlei wijze wanorde veroorzaakt. De voorzitter kan bovendien proces-verbaal opmaken tegen de overtreder en hem verwijzen naar de politierechtbank, die hem kan veroordelen tot een geldboete van één tot vijftien euro of tot een gevangenisstraf van één tot drie dagen, onverminderd andere vervolgingen, indien het feit daartoe grond oplevert. Art. L1122-
- §
- De besluiten worden bij volstrekte meerderheid van stemmen genomen; bij staking van stemmen is het voorstel verworpen. §
- De gemeenteraad stemt over de gehele begroting en over alle jaarrekeningen. Elk zijner leden kan evenwel eisen dat betreffende de begroting over één of meerdere artikels of groepen van artikels die door het lid worden aangewezen, en betreffende de jaarrekeningen, over één of meerdere artikels of posten die door het lid worden aangewezen, afzonderlijk wordt gestemd. In dat geval geschiedt de stemming over het geheel enkel na de stemming over het artikel of de artikels, de groepen van artikels of posten die op die wijze zijn aangewezen, en de stemming heeft betrekking op de artikelen of posten waarvoor geen enkel lid de afzonderlijke stemming heeft gevraagd, en op de artikelen die reeds bij afzonderlijke stemming zijn aangenomen. Art. L1122-
- Onverminderd het vierde lid stemmen de raadsleden mondeling. Het reglement van orde kan in een stemmingwijze voorzien die gelijkwaardig is met de mondelinge stemming. Als dusdanig worden beschouwd : de mechanisch uitgebrachte naamstem en de stemming bij zitten en opstaan of bij handopsteking. Niettegenstaande de bepalingen van het reglement van orde geschiedt de stemming mondeling telkens als één derde van de tegenwoordige leden erom verzoekt. Er wordt enkel over voordrachten van kandidaten, benoemingen in betrekkingen, indisponibiliteitsstellingen, preventieve schorsingen in het belang van de dienst en tuchstraffen bij geheime stemming beslist, bij volstrekte meerderheid van de stemmen. Wanneer de voorzitter raadslid is, stemt hij als allerlaatste. Vorig lid geldt niet voor de geheime stemmingen. Art. L1122-
- Indien bij de benoeming of de voordracht van kandidaten de vereiste meerderheid niet wordt verkregen bij de eerste stemming, heeft herstemming plaats over de kandidaten die de meeste stemmen hebben behaald. Te dien einde maakt de voorzitter een lijst op met tweemaal zoveel namen als er benoemingen of voordrachten moeten geschieden. De stemmen kunnen alleen uitgebracht worden op de kandidaten die op deze lijst voorkomen. De benoeming of de voordracht geschiedt bij meerderheid van stemmen. Bij staking van stemmen heeft de oudste kandidaat de voorkeur. Art. L1122-
- Aan inwoners van de gemeente of aan de ambtenaar die daartoe opdracht heeft gekregen van de provinciegouverneur of de provincieraad mag niet worden geweigerd ter plaatse inzage te nemen van de besluiten van de gemeenteraad. De raad kan evenwel beslissen dat de met gesloten deuren genomen besluiten gedurende een bepaalde tijd geheim zullen worden gehouden. Afdeling
- - Bevoegdheden van de gemeenteraad Art. L1122-
- De gemeenteraad regelt alles wat van gemeentelijk belang is; hij beraadslaagt over elk ander onderwerp dat de hogere overheid hem voorlegt. Alleen in de gevallen uitdrukkelijk bepaald bij wet of decreet moeten de besluiten van de raad door de toezichthoudende overheid worden goedgekeurd. Art. L1122-
- De beraadslagingen worden door een onderzoek voorafgegaan telkens als de regering het geraden acht of wanneer de reglementen het voorschrijven. Ook het provinciecollege kan een dergelijk onderzoek gelasten telkens als de besluiten van de gemeenteraad door dat college moeten worden goedgekeurd. Art. L1122-
- De gemeenteraad maakt de gemeentelijke reglementen van inwendig bestuur. Die reglementen mogen niet in strijd zijn met de wetten, de decreten, de reglementen, de besluiten van de Staat, de Gewesten en Gemeenschappen, de provincieraad en het provinciecollege. De raad zendt ervan binnen achtenveertig uur een afgifte aan het provinciecollege. Afgiften van die reglementen worden onmiddellijk toegezonden aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg en aan de griffie van de politierechtbank; waar zij in een daartoe bestemd register worden ingeschreven. Van die reglementen wordt melding gemaakt in het Bestuursmemoriaal van de provincie. Art. L1122-
- §
- De gemeenteraad kan in straffen tegen de overtredingen van zijn reglementen voorzien, tenzij er bij wet, decreet of ordonnantie zijn vastgesteld. Die straffen mogen de politiestraffen niet overschrijden. De strafrechtelijke geldboeten die door de thans geldende reglementen bepaald zijn en die hoger zijn dan bij boek I tot en met IV van dit eerste deel van dit wetboek is geoorloofd, worden van rechtswege verminderd tot het maximum van de politiegeldboeten. §
- De gemeenteraad kan eveneens in hierna volgende administratieve geldboeten tegen de overtredingen van zijn reglementen voorzien, tenzij er bij wet of decreet in een strafrechtelijke of administratieve straf is voorzien : 1° de administratieve geldboete, die maximum 247,89 euro bedraagt;2° de administratieve opschorting van een toelating of een vergunning die door de gemeente was afgeleverd;3° de administratieve intrekking van een toelating of vergunning, die in de tijd beperkt of definitief is;4° de administratieve sluiting van een inrichting, of tijdelijk of definitief. De administratieve geldboete wordt opgelegd door de ambtenaar die daartoe aangewezen is door de gemeente, hierna de « ambtenaar » genoemd. Die ambtenaar mag niet dezelfde zijn als die, welke overeenkomstig § 6 de overtredingen vaststelt. De opschorting, de intrekking en de sluiting zoals hierboven bedoeld worden opgelegd door het college van burgemeester en schepenen. §
- De gemeenteraad mag niet gelijktijdig in een strafrechtelijke en een administratieve straf voorzien voor dezelfde overtredingen van zijn reglementen en ordonnanties, maar enkel in één van beiden. §
- De straffen bepaald in § 2, eerste lid, 2° tot en met 4°, kunnen enkel worden opgelegd nadat de overtreder voorafgaandelijk is gewaarschuwd. Die waarschuwing bevat een uittreksel uit het overtreden reglement of de overtreden ordonnantie. §
- De administratieve geldboete staat in verhouding tot de ernst van de feiten die eraan ten grondslag liggen, en in functie van een eventuele herhaling. De vaststelling van meerdere samenvallende overtredingen van hetzelfde reglement, dezelfde ordonnantie geeft aanleiding tot een enige administratieve geldboete die in verhouding staat tot de ernst van die feiten samen. §
- Vastgesteld worden de overtredingen bij proces-verbaal, door een politieambtenaar of een hulpagent van politie. §
- Indien de feiten tegelijk een strafrechtelijke overtreding en een administratieve overtreding uitmaken, wordt het origineel van het proces-verbaal aan de procureur des Konings toegezonden. Een afschrift wordt overgemaakt aan de ambtenaar. Indien de overtreding enkel met een administratieve straf kan worden gestraft, wordt het origineel van het proces-verbaal enkel aan de ambtenaar toegezonden. §
- In het geval bedoeld in § 7, eerste lid, beschikt de procureur des Konings over een termijn van één maand, te rekenen van de dag van ontvangst van het origineel van het proces-verbaal, om de ambtenaar erover in te lichten dat er een opsporings- of gerechtelijk onderzoek is geopend of dat er een strafrechtelijke vervolging is ingezet. Die mededeling ontneemt de ambtenaar de mogelijkheid om een administratieve geldboete op te leggen. De ambtenaar mag de administratieve geldboete niet opleggen vóór die termijn verstreken is, behalve indien de procureur des Konings daarvoor meedeelt dat hij het feit geen verder gevolg geeft. Als die termijn eenmaal verstreken is, kunnen de feiten enkel nog met een administratieve straf gestraft worden. §
- Indien de ambtenaar beslist dat de administratieve procedure aangevat dient te worden, deelt hij bij ter post aangetekend schrijven de overtreder mee : 1° de feiten waarvoor de procedure is aangevat;2° dat de overtreder de mogelijkheid heeft om schriftelijk, bij ter post aangetekend schrijven, zijn verweermiddelen uiteen te zetten binnen een termijn van vijftien dagen te rekenen van de kennisgeving en dat hij bij die gelegenheid het recht heeft om de ambtenaar erom te verzoeken zijn verweer mondeling uiteen te zetten;3° dat de overtreder het recht heeft om zich te laten bijstaan dan wel vertegenwoordigen door een raadsman;4° dat de overtreder het recht heeft inzage in zijn dossier te krijgen;5° een afschrift als bijlage bij het proces-verbaal bedoeld in §
- De ambtenaar bepaalt, in voorkomend geval, de dag waarop de overtreder uitgenodigd wordt om zijn verweer mondeling uiteen te zetten. Indien de ambtenaar oordeelt dat er een geldboete die 61,97 euro niet overschrijdt, moet worden opgelegd, heeft de overtreder het recht niet om zijn verweer mondeling uiteen te zetten. §
- Als de termijn bepaald in § 9, 2°, verstrijkt of vóór verstrijken ervan, indien de overtreder meedeelt dat hij de feiten niet betwist of, in voorkomend geval, nadat de overtreder of diens raadsman zijn verweer mondeling heeft uiteengezet, kan de ambtenaar de administratieve geldboeten bepaald bij het reglement opleggen. Die beslissing wordt de overtreder per aangetekend schrijven ter kennis gebracht. De ambtenaar kan geen administratieve geldboete opleggen vóór het verstrijken van een termijn van zes maanden, te rekenen van de dag waarop het feit is gepleegd, de eventuele beroepsprocedures niet meegerekend. §
- De beslissing om een administratieve geldboete op te leggen, is uitvoerbaar bij verstrijken van de termijn van één maand te rekenen van de dag van kennisgeving ervan, behalve bij beroep krachtens §
- §
- De gemeente, bij niet-opleggen van een administratieve geldboete, of de overtreder kunnen op schriftelijk verzoek bij de politierechtbank een beroep indienen binnen de maand na kennisgeving van de beslissing. De politierechtbank oordeelt over wettelijkheid en proportionaliteit van de opgelegde geldboete. Die rechtbank kan de beslissing van de ambtenaar ofwel bevestigen ofwel tenietdoen. Er is geen beroep mogelijk tegen de beslissing van de politierechtbank. Onverminderd vorige leden gelden de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek voor het beroep bij de politierechtbank. §
- De procedure ter aanwijzing door de gemeente van de ambtenaar die de administratieve geldboete oplegt, wordt, evenals de wijze van inning van die geldboete, door de regering bepaald. De administratieve geldboeten worden ten bate van de gemeente geïnd. Art. L1122-
- §
- De gemeenteraad kan in eigen kring commissies oprichten die de voorbereiding van de besprekingen in de vergaderingen van de gemeenteraad als opdracht hebben. De mandaten van lid van elke commissie worden evenredig verdeeld onder de fracties waaruit de gemeenteraad bestaat; als fractie worden beschouwd, de gemeenteraadsleden die verkozen zijn op éénzelfde lijst of die verkozen zijn op met het oog op fractievorming onderling verenigde lijsten; het reglement van orde bedoeld in artikel L1122-18 bepaalt de wijze van samenstelling en van werking van de commissies. De commissies kunnen altijd deskundigen en betrokken personen horen. §
- De gemeenteraad benoemt de leden van alle commissies die het bestuur van de gemeente betreffen, evenals de vertegenwoordigers van de gemeenteraad in de intercommunales en in de andere rechtspersonen waarvan de gemeente lid is. Hij kan die mandaten intrekken. Art. L1122-
- De gemeenteraad kan adviesraden oprichten. Onder « adviesraden » dient « elke vergadering van personen, ongeacht hun leeftijd, die belast is met adviesverlening aan de gemeenteraad in één of meerdere bepaalde vraagstukken » verstaan. Indien de gemeenteraad adviesraden opricht, stelt hij er de samenstelling van vast in functie van hun opdrachten en bepaalt hij de gevallen waarin die adviesraden verplicht geraadpleegd dienen te worden. Maximum twee derde van de leden van een adviesraad zijn van hetzelfde geslacht. Bij niet-inachtneming van de voorwaarde bepaald in vorig lid, zijn de adviezen van de kwestieuze adviesraad niet geldig uitgebracht. De gemeenteraad kan, na een met gronden omkleed verzoek van de adviesraad, afwijkingen toestaan, ofwel om functionele redenen ofwel om redenen die verband houden met de specifieke aard van de raad, ofwel indien onmogelijk aan de voorwaarde bedoeld in het tweede lid voldaan kan worden. De gemeenteraad stelt de voorwaarden die bedoeld verzoek moet vervullen, vast en stelt de procedure vast. Indien er geen enkele afwijking wordt togestaan op grond van vorig lid, beschikt de adviesraad over een termijn van drie maanden, die ingaat te rekenen van de datum waarop de afwijking is geweigerd, om te voldoen aan de voorwaarde bedoeld in het tweede lid. Indien de adviesraad bij verstrijken van die termijn niet voldoet aan de voorwaarden opgenomen in het tweede lid, kan hij te rekenen van die datum geen enkel geldig advies meer uitbrengen. In het jaar waarin de gemeenteraad hernieuwd wordt, legt het college van burgemeester en schepenen de gemeenteraad een evaluatieverslag voor. De middelen die voor de vervulling van hun opdracht nodig zijn, wordt hen ter beschikking gesteld. Art. L1122-
- De gemeenteraad heeft, onder toezicht van de hogere overheid, het beheer over de bossen en de wouden van de gemeente, op de wijze geregeld door de overheid die bevoegd is om het Boswetboek vast te stellen. HOOFDSTUK III. - De burgemeester en de schepenen Afdeling
- - Statuut van de burgemeester Art. L1123-
- De burgemeesters worden benoemd voor zes jaar. Deze hoedanigheid verliezen zij evenwel indien zij intussen ophouden deel uit te maken van de gemeenteraad. Art. L1123-
- De burgemeester wordt door de regering benoemd uit de Belgische verkozenen voor de gemeenteraad. Laatstgenoemden kunnen met het oog op die benoeming kandidaten voordragen. Daartoe dient er een gedagtekende akte van voordracht ingediend te worden bij de provinciegouverneur. Om ontvankelijk te zijn, moet die akte hoedanook ondertekend worden door een meerderheid der verkozenen uit de lijst van de voorgedragen kandidaat-burgemeester. Indien de lijst waarop de kandidaat-burgemeester voorkomt, slechts twee verkozenen telt, volstaat voor de naleving van voorgaande dat slechts één van beiden de voordracht ondertekent. Niemand mag meer dan één akte van voordracht ondertekenen met het oog op een benoeming; de regering kan evenwel te allen tijde om een nieuwe voordracht verzoeken. Na eensluidend advies van het provinciecollege kan de burgemeester worden benoemd buiten de Belgische verkozenen in de gemeenteraad om, uit de Belgische gemeenteraadskiezers die volle vijfentwintig jaar oud zijn. Indien de burgemeester buiten de gemeenteraad benoemd wordt, is hij in ieder geval stemgerechtigd in het college van burgemeester en schepenen. Hij is van rechtswege voorzitter van de gemeenteraad en heeft daarin raadgevende stem. Art. L1123-
- Bij ontstentenis of verhindering van de burgemeester, wordt zijn ambt waargenomen door de eerstgekozen schepen met de Belgische nationaliteit, tenzij de burgemeester zijn bevoegdheid aan een andere schepen met de Belgische nationaliteit heeft opgedragen. Art. L1123-
- Als verhinderd wordt de burgemeester beschouwd, die het ambt van minister, staatssecretaris, lid van een Gewestexecutieve of gewestelijk staatssecretaris uitoefent tijdens de uitoefening van dat ambt. Als verhinderd wordt eveneens de burgemeester beschouwd die als dienstplichtige zijn actieve militaire diensttijd of zijn burgerdienst als gewetensbezwaarde vervult. Art. L1123-
- Het ontslag als burgemeester wordt bij de regering ingediend en aan de gemeenteraad medegedeeld. De burgemeester die zijn ontslag als gemeenteraadslid wil indienen, mag dat ontslag bij de gemeenteraad niet indienen dan nadat hij zijn ontslag als burgemeester van de regering gekregen heeft. Elke voortijdige mededeling aan de gemeenteraad wordt als onbestaande beschouwd. Art. L1123-
- Onverminderd artikel 40 van de bijzondere wet van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/07/2001 pub. 03/08/2001 numac 2001021378 bron diensten van de eerste minister Bijzondere wet houdende overdracht van diverse bevoegdheden aan de gewesten en de gemeenschappen type wet prom. 13/07/2001 pub. 03/08/2001 numac 2001021379 bron diensten van de eerste minister Bijzondere wet tot herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de gewesten sluiten tot overdracht van verscheidene bevoegdheden naar de Gewesten en de Gemeenschappen, kan de regering de burgemeester, die vooraf gehoord dient te worden, ontslaan of uit zijn ambt ontzetten wegens kennelijk wangedrag of grove nalatigheid. De schorsing mag de drie maanden niet te boven gaan. Afdeling
- - Statuut van de schepenen Art. L1123-
- De schepenen worden verkozen voor zes jaar. Deze hoedanigheid verliezen zij evenwel indien zij intussen ophouden deel uit te maken van de gemeenteraad. Art. L1123-
- De schepenen worden door de raad verkozen uit de gemeenteraadsleden met de Belgische nationaliteit. De verkozenen voor de gemeenteraad kunnen kandidaten voordragen met het oog op die verkiezing. Daartoe dient er voor elk schepenmandaat een gedagtekende akte van voordracht ingediend te worden bij de voorzitter van de gemeenteraad, uiterlijk drie dagen vóór de gemeenteraadsvergadering die de verkiezing van één of meerdere schepenen op de agenda heeft staan. Om ontvankelijk te zijn, dienen de akten van voordracht hoedanook ondertekend te zijn door een meerderheid der verkozenen uit de lijst van de voorgedragen kandidaat. Indien de lijst waarop de kandidaat-schepen voorkomt, slechts twee verkozenen telt, volstaat voor de naleving van voorgaande dat slechts één van beiden de voordracht ondertekent. Behalve bij overlijden van een voorgedragen kandidaat of afstand van het mandaat als gemeenteraadslid door een kandidaat mag niemand meer dan één akte van voordracht voor éénzelfde schepenmandaat ondertekenen. Indien de schriftelijk voorgedragen kandidaatstellingen niet volstaan om het schepencollege volledig samen te stellen, kunnen er in de loop van de vergaderingen mondeling kandidaten worden voorgedragen. De verkiezing geschiedt bij geheime stemming en bij volstrekte meerderheid, door evenveel afzonderlijke stemmingen als er schepenen te kiezen zijn; de rang van de schepenen wordt bepaald door de volgorde van de stemmingen. Wanneer voor een te begeven schepenmandaat slechts één kandidaat werd voorgedragen, geschiedt de stemming in één ronde; in elk ander geval en indien na twee stemmingen geen kandidaat de meerderheid heeft verkregen, geschiedt de herstemming over de twee kandidaten die de meeste stemmen hebben behaald; staken de stemmen bij de herstemming, dan is oudste in jaren verkozen. De verkiezing van de schepenen heeft plaats in de installatievergadering die volgt op de hernieuwing van de raad. In elk geval moet de verkiezing geschieden binnen de drie maanden na het openvallen van de plaats. Art. L1123-
- Er zijn : 2 schepenen in de gemeenten van minder dan 1 000 inwoners; 3 schepenen in de gemeenten van 1 000 tot 4 999 inwoners; 4 schepenen in de gemeenten van 5 000 tot 9 999 inwoners; 5 schepenen in de gemeenten van 10 000 tot 19 999 inwoners; 6 schepenen in de gemeenten van 20 000 tot 29 999 inwoners; 7 schepenen in de gemeenten van 30 000 tot 49 999 inwoners; 8 schepenen in de gemeenten van 50 000 tot 99 999 inwoners; 9 schepenen in de gemeenten van 100 000 tot 199 999 inwoners; 10 schepenen in de gemeenten van 200 000 en meer. Art. L1123-
- Bij ontstentenis of verhindering van een schepen wordt deze vervangen door het Belgische gemeenteraadslid dat de eerste plaats bekleedt op de ranglijst, en zo vervolgens, behoudens de onverenigbaarheden in artikel L1125-
- De ranglijst wordt opgemaakt naar de dienstouderdom van de gemeenteraadsleden, te rekenen van de dag van hun eerste ambtsaanvaarding, en, bij gelijke dienstouderdom, naar het aantal bij de recentste verkiezing verkregen stemmen. Art. L1123-
- Als verhinderd wordt de schepen beschouwd, die het ambt van minister, staatssecretaris, lid van een Gewestexecutieve of gewestelijk staatssecretaris uitoefent tijdens de uitoefening van dat ambt. De schepen die verhinderd is omdat hij zijn actieve militaire diensttijd of zijn burgerdienst als gewetensbezwaarde vervult, wordt op eigen verzoek, schriftelijk gericht aan het college van burgemeester en schepenen, tijdens die periode vervangen. De schepen die bij de geboorte of de adoptie van een kind ouderschapsverlof wenst op te nemen, wordt op eigen verzoek, schriftelijk gericht aan het college van burgemeester en schepenen, vervangen tijdens de periode bedoeld in artikel L1122-
- De schepen die een burgemeester, als verhinderd beschouwd overeenkomstig artikel L1123-4, vervangt, wordt op verzoek van het college van burgemeester en schepenen vervangen tijdens de periode waarin hij de burgemeester vervangt. De schepen die zoals bedoeld in het eerste, het tweede, het derde en het vierde lid verhinderd is, wordt, in afwijking van artikel L1123-10, vervangen door een gemeenteraadslid met de Belgische nationaliteit die door de gemeenteraad is aangewezen overeenkomstig artikel L1123-
- Art. L1123-
- Vanaf 8 oktober 2006 kunnen de gemeenteraadsleden zoals bedoeld in de artikelen L1123-8, L1123-10 en L1123-11 overeenkomstig de federale bepalingen ter zake van buitenlandse nationaliteit zijn. Art. L1123-
- Het ontslag als schepen wordt schriftelijk ingediend bij de gemeenteraad. Hij die betwist dat hij als schepen ontslag heeft genomen, kan een beroep indienen bij het provinciecollege, dat uitspraak doet overeenkomstig artikel L4126-3, tweede lid. De beslissing wordt door toedoen van de provinciegouverneur ter kennis van de betrokken schepen gebracht. De betrokkene kan een beroep indienen bij de Raad van State binnen acht dagen na de kennisgeving. De provinciegouverneur kan zodanig beroep instellen binnen acht dagen na de beslissing. Art. L1123-
- De provinciegouverneur kan na het eensluidend en met redenen omkleed advies van het provinciecollege de schepenen schorsen of afzetten wegens kennelijk wangedrag of grove nalatigheid. Zij worden vooraf gehoord. De schorsing mag de tijd van drie maanden niet te boven gaan. De afgezette schepen kan eerste na verloop van twee jaren worden herkozen. Afdeling
- - Wedden en ambtskledij van de burgemeester en schepenen Art. L1123-
- §
- De burgemeesterswedden worden onder toepassing van hierna volgende percentages van het hoogste bedrag uit de weddeschaal voor de graad ven gemeentesecretaris van de overeenstemmende gemeente vastgesteld, zoals vastgesteld in artikel L1124-6 : 1° gemeenten tot 5 000 inwoners : 75 %;2° gemeenten van 5 001 tot 10 000 inwoners : 80 %;3° gemeenten van 10 001 tot 20 000 inwoners : 85 %;4° gemeenten van 20 001 tot 50 000 inwoners : 95 %;5° gemeenten van 50 001 tot 80 000 inwoners : 105 %;6° gemeenten van meer dan 80 000 inwoners : 120 %. De gemeenten die krachtens artikel L1124-7 bij een hogere klasse worden ingedeeld, worden geacht een inwonertal te hebben dat gelijk is aan het gemiddelde van de nieuwe categorie. De wedden, zoals bedoeld in het eerste en het tweede lid, worden naar de voor de wedde van gemeentesecretaris geldende regels van indexkoppeling verhoogd of verlaagd. De schepenenwedden worden vastgesteld op 60 % of 75 % van de wedden van de burgemeester van de overeenstemmende gemeente, al naar gelang het inwonertal van de gemeente lager is dan of gelijk is aan 50 000 of hoger is dan dat cijfer. Voor de toepassing van het eerste lid is de bevolking, de bevolking zoals zij blijkt uit de laatst in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakte cijfers. De gemeenten die krachtens artikel L1124-7 bij een hogere klasse worden ingedeeld, worden geacht een inwonertal te hebben : - die gelijk is aan het gemiddelde van de nieuwe categorie indien die indeling bij een hogere klasse door de regering is geschied; - die gelijk is aan 102 % van de minimumbevolking van die nieuwe categorie indien die indeling bij een hogere klasse van ambtswege is geschied. De wijze van betaling van die wedden wordt door de regering vastgesteld. Indien de vaststelling der wedden zoals doorgevoerd overeenkomstig de vorige leden de vermindering of de afschaffing van andere wedden, vergoedingen of toelagen uit wet of regelgeving teweegbrengen, kan de regering op de door haar bepaalde wijze de wedde van de burgemeester of schepen verminderen indien laatstgenoemden daarom verzocht hebben. In de gemeenten met minder dan 50 000 inwoners kan de gemeente op de door de regering bepaalde wijze de wedde van de burgemeester of schepen die wedden, pensioenen, vergoedingen of toelagen uit wet of regelgeving geniet, met een bedrag verhogen waardoor het inkomensverlies dat betrokkene geleden heeft gecompenseerd wordt, voor zover de mandataris er zelf om verzocht heeft. De burgemeesters- of schepenenwedde, verhoogd met het bedrag ter compensatie van het inkomensverlies mag de wedde van een burgemeester of schepen van een gemeente van 50 000 inwoners nooit te boven gaan. §
- Het vakantiegeld en de eindejaarspremie van de burgemeesters en de schepenen wordt door de regering vastgesteld. §
- Behalve die wedden mogen de burgemeesters en schepenen geen enkel emolument van de gemeente genieten, om welke reden en onder welke benaming ook. Art. L1123-
- Wanneer een schepen de burgemeester gedurende één maand of langer vervangt, wordt hem de aan het burgemeestersambt verbonden wedde toegekend, tenzij de vervangen burgemeester verhinderd is wegens ziekte of vervulling van een onbezoldigde openbare dienst. De waarnemende schepen mag niet tegelijk de wedde van burgemeester en die van schepen ontvangen. Hetzelfde geldt wanneer een gemeenteraadslid gedurende één maand of langer het ambt van schepen waarneemt; in dat geval wordt de aan dit ambt verbonden wedde hem toegekend voor de gehele tijd dat hij dat ambt waarneemt. In de gevallen van verhindering bedoeld in de artikelen L1123-4 en L1123-11 wordt de wedde die verbonden is aan het ambt uitgekeerd aan degene die de verhinderde burgemeester of schepen vervangt; de verhinderde burgemeester of schepen krijgt geen wedde voor de periode waarin hij verhinderd is. Art. L1123-
- De som van de burgemeesters- of schepenenwedde en van de vergoedingen, wetten en aanwezigheidsgelden die de burgemeester of schepen innen als vergoeding van activiteiten die zij buiten hun mandaat om uitoefenen, is gelijk aan of lager dan anderhalve keer het bedrag van de parlementaire vergoedingen van de leden van de Kamer der volksvertegenwoordigers en de Senaat. In dit bedrag worden meeberekend, de vergoedingen, wedden of aanwezigheidsgelden die voortvloeien uit de uitoefening van een openbaar mandaat, een openbare functie of een openbaar ambt van politieke aard. Indien het maximulbedrag vastgesteld in het eerste lid overschreden wordt, wordt het bedrag van de vergoedingen, wedden of aanwezigheidsgelden die voortvloeien uit de uitoefening van een openbaar mandaat, een openbare functie of een openbaar ambt van politieke aard zoals in vorig lid bedoeld, dienovereenkomstig verminderd. Indien de activiteiten die buiten het burgemeesters- of schepenmandaat om aanvangen of beëindigd worden in de loop van het mandaat, licht de betrokken burgemeester of schepen de gemeenteraad daarover in. Art. L1123-
- De regering bepaalt de ambtskledij of het onderscheidingsteken van de burgemeesters en de schepenen. Afdeling
- - Vergaderingen, beraadslagingen en besluiten van het college van burgemeester en schepenen Art. L1123-
- De burgemeester is van rechtswege voorzitter van het college van burgemeester en schepenen. Art. L1123-
- Het college van burgemeester en schepenen vergadert op de dagen en uren die door het reglement zijn bepaald, en zo dikwijls als de spoedige afhandeling van de zaken het vereist. Het mag alleen dan beraadslagen en besluiten, wanneer meer dan de helft van de leden tegenwoordig is. Overeenkomstig artikel 104, derde lid, van de nieuwe gemeentewet zijn de vergaderingen van het college van burgemeester en schepenen niet openbaar. Enkel van de beslissingen wordt akte genomen in het proces-verbaal en in het register der beraadslagingen en besluiten bedoeld in L1132-1 : enkel zij kunnen rechtsgevolgen hebben. Art. L1123-
- De oproeping voor de buitengewone vergaderingen geschiedt schriftelijk en aan huis, ten minste twee volle dagen voor de dag van de vergadering. In spoedeisende gevallen staat het evenwel aan de burgemeester, dag en uur van de vergadering vast te stellen. Art. L1123-
- De besluiten worden bij meerderheid van stemmen genomen; bij staking van stemmen verdaagt het college de zaak tot een volgende vergadering, tenzij het verkiest een lid van de gemeenteraad op te roepen naar de volgorde van inschrijving op de ranglijst. Indien de meerderheid van het college vóór de behandeling de zaak evenwel spoedeisend heeft verklaard, is de stem van de voorzitter beslissend. Hetzelfde geldt wanneer op drie vergaderingen de stemmen staken over éénzelfde zaak, zonder dat in het college een meerderheid is verkregen om een raadslid op te roepen. Artikel L1122-19 en de artikelen L1122-27 en L1122-28 gelden voor de vergaderingen van het college van burgemeester en schepenen. Afdeling
- - Bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen Art. L1123-
- Het college van burgemeester en schepenen is belast met : 1° de uitvoering van de wetten, de decreten, de reglementen en besluiten van de Staat, de Gewesten en Gemeenschappen, de provincieraad en het provinciecollege wanneer zulks bepaaldelijk aan het college is opgedragen;2° de bekendmaking en uitvoering van de gemeenteraadsbesluiten;3° het beheer van de gemeentelijke inrichtingen;4° het beheer van de inkomsten, de afgifte van bevelschriften tot betaling van de uitgaven van de gemeente en het toezicht op de boekhouding;5° de leiding van de gemeentewerken;6° de vaststelling van de rooilijnen van de wegen, met inachtneming van de algemene plans aangenomen door de hogere overheid, indien dergelijke plans bestaan, en behoudens beroep bij deze overheid, en, in voorkomend geval, bij de rechtbanken door de personen die zich door de besluiten van de gemeenteoverheid benadeeld achten;7° het voeren van de rechtsgedingen, waarbij de gemeente als eiser dan wel als verweerder betrokken is;8° het beheer van de eigendommen der gemeente, alsmede de vrijwaring van haar rechten;9° het toezicht op de door de gemeente bezoldigde beambten, behalve op de leden van het gemeentelijk politiekorps;10° het doen onderhouden van de buurtwegen en de waterlopen, overeenkomstig de wetsbepalingen en de verordeningen van de provincieoverheid;11° het opleggen van de schorsing, de intrekking of de sluiting zoals bedoeld in artikel L1122-33, §
- Art. L1123-
- In fabrieksteden draagt het college van burgemeester en schepenen zorg dat er een spaarkas opgericht wordt. Elk jaar doet het in de bij artikel L1122-23 voorgeschreven vergadering verslag over de toestand van die kas. Art. L1123-
- De burgemeester en de ambtenaar van de burgerlijke stand kunnen, ieder wat hem betreft, beambten van het gemeentebestuur machtigen tot : 1° het afgeven van uittreksels uit of afschriften van andere akten dan die van de burgerlijke stand;2° het legaliseren van handtekeningen;3° het voor eensluidend verklaren van afschriften van stukken. Die bevoegdheid geldt voor de stukken bestemd om in België of in het buitenland te dienen, met uitzondering van de stukken die gelegaliseerd moeten worden door de federale minister van Buitenlandse Betrekkingen of door de ambtenaar die hij daartoe machtigt. Boven de handtekening van de beambten van het gemeentebestuur aan wie de machtiging bedoeld bij dit artikel of bij artikel 45 van het Burgerlijk Wetboek is verleend, moet van die machtiging melding worden gemaakt. Art. L1123-
- Het college van burgemeester en schepenen houdt toezicht op de bergen van barmhartigheid. Ten dien einde inspecteert het college die instellingen telkens als het zulks geraden acht; het waakt erover dat zij niet afwijken van de wil der schenkers en erflaters en doet verslag aan de gemeenteraad over aan te brengen verbeteringen en over gebleken misbruiken. Art. L1123-
- Binnen de drie maanden na de verkiezing van de schepenen legt het college de gemeenteraad een algemeen beleidsprogramma voor dat de duur van diens mandaat dekt en hoedanook de voornaamste beleidsprojecten bevat. Na goedkeuring door de gemeenteraad wordt dat algemeen beleidsprogramma bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen van artikel L1133-1 en op de door de gemeenteraad bepaalde wijze. Art. L1123-
- Het college van burgemeester en schepenen zorgt voor de bewaring van het archief en van de titels; het maakt daarvan, alsmede van de charters en andere oude bescheiden van de gemeente, inventarissen op in tweevoud en belet dat enig stuk verkocht of uit de bewaarplaats weggenomen wordt. Afdeling
- - Bevoegdheden van de burgemeester Art. L1123-
- De burgemeester is belast met de uitvoering van de wetten, de decreten, de reglementen en besluiten van de Staat, de Gewesten en Gemeenschappen, de provincieraad of het provinciecollege, tenzij dat uitdrukkelijk aan het college of aan de gemeenteraad is opgedragen. Art. L1123-
- Op met redenen omkleed verzoek van de voorzitter van de raad voor het maatschappelijk welzijn beschikt de burgemeester vanaf de ingebrekestelling van de eigenaar over een recht tot opvordering van elk pand dat sinds meer dan zes maanden achtergelaten is om het ter beschikking van daklozen te stellen. Dat opvorderingsrecht kan enkel binnen een termijn van zes maanden, ingaand te rekenen van de waarschuwing die de burgemeester aan de eigenaar heeft gericht en mits een billijke vergoeding, uitgeoefend worden. Perken, voorwaarden en nadere regels voor de uitoefening van dat opvorderingsrecht worden door de regering bepaald. De regering stelt eveneens de procedure, de duur van de bezetting, de wijze van waarschuwing van de eigenaar en zijn mogelijkheden tot verweer tegen de opvordering, evenals de berekeningswijze van de vergoeding vast. HOOFDSTUK IV. - De secretaris en de ontvanger Afdeling
- - De secretaris Art. L1124-
- §
- Wanneer in een gemeente van 1 000 inwoners of minder de betrekking van secretaris openvalt, kan de provinciegouverneur de gemeenteraad voorschrijven om de titularis van de betrekking te kiezen uit de secretarissen in dienst van gemeenten van het Gewest. §
- Bij toepassing van § 1 staat het uitsluitend de provinciegouverneur toe de secretaris eventueel te verplichten om in een welbepaalde gemeente te verblijven. Art. L1124-
- De secretaris wordt door de gemeenteraad benoemd tegen de voorwaarden vastgesteld in artikel L1212-
- De benoeming geschiedt binnen de zes maanden na het openvallen van de betrekking. Art. L1124-
- De secretaris is verplicht om zich te schikken naar de onderrichtingen die hem verstrekt worden, ofwel door de gemeenteraad ofwel door het college van burgemeester en schepenen, ofwel door de burgemeester, volgens hun respectievelijke bevoegdheden. Art. L1124-
- §
- De secretaris is belast met de voorbereiding van de zaken die aan de gemeenteraad of aan het college van burgemeester en schepenen worden voorgelegd. §
- Onder het gezag van het college van burgemeester en schepenen leidt en coördineert hij de gemeentediensten en, behalve de uitzonderingen bepaald bij wet of decreet, staat hij aan het hoofd van het personeel. Art. L1124-
- Het is de gemeentesecretarissen verboden handel te drijven, ook door een tussenpersoon. Art. L1124-
- §
- De gemeenteraad stelt de weddeschaal van de secretaris vast binnen de minimum- en maximumgrenzen zoals hierna gesteld : Gemeenten van 300 inwoners en minder : 12.125,44 euro - 18.380,21 euro ; Gemeenten van 301 tot 500 inwoners : 12.858,24 euro - 20.322,71 euro ; Gemeenten van 501 tot 750 inwoners : 14.036,08 euro - 22.263,69 euro ; Gemeenten van 751 tot 1 000 inwoners : 15.605 euro - 24.852 euro ; Gemeenten van 1 001 tot 1 250 inwoners : 17.094,74 euro - 27.440,9 euro ; Gemeenten van 1 251 tot 1 500 inwoners :17.628,63 euro - 28.249,23 euro ; Gemeenten van 1 501 tot 2 000 inwoners : 18.315,29 euro - 29.058,15 euro ; Gemeenten van 2 001 tot 2 500 inwoners : 19.222,18 euro - 30.109,77 euro ; Gemeenten van 2 501 tot 3 000 inwoners : 20.176,67 euro - 31.323,45 euro ; Gemeenten van 3 001 tot 4 000 inwoners : 21.260,61 euro - 32.698,32 euro ; Gemeenten van 4 001 tot 5 000 inwoners : 22.344,55 euro - 33.911,66 euro ; Gemeenten van 5 001 tot 6 000 inwoners : 23.428,52 euro - 35.125,03 euro ; Gemeenten van 6 001 tot 8 000 inwoners : 25.386,03 euro - 37.390,13 euro ; Gemeenten van 8 001 tot 10 000 inwoners : 27.117,1 euro - 39.979,51 euro ; Gemeenten van 10 001 tot 15 000 inwoners : 29.204,06 euro - 43.133,6 euro ; Gemeenten van 15 001 tot 20 000 inwoners : 31.663,12 euro - 46.207,43 euro ; Gemeenten van 20 001 tot 25 000 inwoners : 33.475,07 euro - 49.281,46 euro ; Gemeenten van 25 001 tot 35 000 inwoners : 35.562,09 euro - 52.516,86 euro ; Gemeenten van 35 001 tot 50 000 inwoners : 37.729,92 euro - 55.590,45 euro ; Gemeenten van 50 001 tot 80 000 inwoners : 40.334,58 euro - 58.988,12 euro ; Gemeenten van 80 001 tot 150 000 inwoners : 42.712,75 euro - 62.223,75 euro ; Gemeenten van meer dan 150.000 inwoners : 46.320,47 euro - 67.076,74 euro . De minimum- en maximumbedragen van de weddeschalen van de secretaris worden gekoppeld aan de spilindex 138,
- De regering kan die bedragen aanpassen binnen drie maanden na bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van elk besluit tot wijziging van de weddeschalen verbonden aan de graden van het personeel van de provincie- en plaatselijke besturen. Voor de gemeenten die behoren tot de klassen 1 tot en met 4 geniet de secretaris hoedanook de aanvangswedde van 17.055,5 euro totdat dat bedrag overschreden wordt ten gevolge van de periodieke verhogingen toegekend binnen de minimum- en maximumnormen van de hierboven vermelde schaal. Voor de overige gemeenten geniet de secretaris hoedanook de aanvangswedde van 20.773,48 euro totdat dat bedrag, ten gevolge van de periodieke verhogingen toegekend binnen de minimum- en maximumnormen van de hierboven vermelde schaal, wordt overschreden. Art. L1124-
- De gemeenten die behoren tot de klassen 1 tot en met 19, bepaald in artikel L1124-6, kunnen, op eigen verzoek en voor de vaststelling van de weddeschaal met betrekking tot het ambt van gemeentesecretaris, door de regering ondergebracht worden bij een klasse die hoger is dan de klasse waarbij zij op grond van hun bevolking zijn ondergebracht. De gemeenten van 35 001 tot en met 50 000 inwoners kunnen enkel ondergebracht worden bij de naast hogere klasse. De andere gemeenten kunnen bij één van de twee, drie of vier naast hogere klassen worden ondergebracht, al naar gelang hun bevolking van 10 001 tot en met 35 000 inwoners, van 5 001 tot en met 10 000 inwoners of minder dan 5 001 inwoners telt. Art. L1124-
- De secretaris heeft recht op tweejaarlijkse verhogingen, die niet minder mogen bedragen dan 5 pct. van het minimum voor gemeenten van 2 000 inwoners en minder, 4 pct. voor gemeenten van 2 001 tot en met 4 000 inwoners en 3 pct. voor de overige gemeenten. Die verhogingen gaan in op de eerste van de maand volgend op de verjaardag van de indiensttreding. De omvang van de loopbaan van secretaris mag niet hoger zijn dan zesentwintig jaar noch lager dan vijftien. De gemeenten worden ingedeeld op grond van hun bevolkingscijfer, tenzij zij bij een hogere klasse zijn ingedeeld overeenkomstig artikel L1124-
- Indien een gemeente evenwel bij een lagere klasse wordt ondergebracht, is dat van generlei invloed op de wettelijke minima en maxima van de wedde van de secretaris die op het tijdstip van die indeling bij een andere klasse in dienst is. Art. L1124-
- Bij de minimumwedde van de gemeentesecretaris komt een verhoging wegens de anciënniteit die hij verkregen heeft in betrekkingen bij de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de provincies of andere overheidsdiensten door de regering bepaald. Die verhoging wordt berekend volgens door de regering te stellen regels. Art. L1124-
- De gemeenten zijn verplicht om de bepalingen geldend voor het personeel van de federale overheidsdiensten inzake jaarlijks vakantieverlof op de secretaris toe te passen. Art. L1124-
- Voor de secretaris die zijn ambt in twee of meer gemeenten uitoefent, is het minimum en het maximum dat van die klasse overeenstemt met de gezamenlijke bevolking van de bediende gemeenten, verhoogd met 25 pct. of met 30 pct. naargelang hij zijn ambt in twee dan wel in meer gemeenten uitoefent. In dat geval bepaalt elk van de betrokken gemeenteraden de weddeschaal van de secretaris binnen de grenzen aangegeven in het eerste lid, naar verhouding van de bevolking van de gemeente tot de gezamenlijke bevolking van de bediende gemeenten. Het maximum mag niet hoger zijn dan het maximum bepaald voor de klasse 6 001 tot en met 8 000 inwoners. De bevolking van de gemeenten die in een hogere klasse zijn geplaatst op grond van artikel L1124-7 wordt geacht gelijk te zijn aan het rekenkundig gemiddelde van het minimum en het maximum van de bevolking van die klasse. Art. L1124-
- De wedde van de secretaris dekt alle dienstverrichtingen waartoe hij normaal verplicht kan zijn, met inbegrip het bijhouden van de registers van de burgerlijke stand in de gemeenten waar die taak niet aan een ander personeelslid is opgedragen. Art. L1124-
- De wedde van de vastbenoemde secretaris wordt per maand en vooruit betaald. Zij gaat in op de dag van de indiensttreding. Treedt een secretaris in de loop van een maand in dienst, dan ontvangt hij voor die maand evenveel dertigsten van de wedde, als er nog dagen overblijven vanaf de dag der indiensttreding, deze dag inbegrepen. Wanneer zijn ambt een einde neemt, wordt de begonnen maand volledig betaald. Art. L1124-
- De gemeenteraad legt een tuchtstraf op aan de secretaris die artikel L1124-5 overtreedt. Art. L1124-
- In de gemeenten van meer dan 60 000 inwoners kan de gemeenteraad aan de secretaris een ambtenaar toevoegen, die de titel van adjunct-secretaris voert. Art. L1124-
- De artikelen L1124-2 en L1124-14 gelden voor de adjunct-secretaris. Art. L1124-
- De adjunct-secretaris helpt de secretaris bij de uitoefening van diens ambt. Van ambtswege vervult hij alle functies van de secretaris indien deze laatste afwezig of verhinderd is. Art. L1124-
- De wedde van adjunct-secretaris wordt door de gemeenteraad vastgesteld. Die wedde dient lager te blijven dan de wedde die is vastgesteld voor de gemeentesecretaris. Art. L1124-
- Onverminderd de toepassing van de bepalingen van artikel L1124-27 wijst de gemeentesecretaris een dienstdoend secretaris aan bij verhindering van de secretaris of indien de betrekking openstaat. Bij spoedeisendheid geschiedt de aanwijzing door toedoen van het college van burgemeester en schepenen en wordt zij bevestigt op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad. Art. L1124-
- De dienstdoend secretaris geniet voor elke dag waarop hij zijn dienstverrichtingen vervult een wedde die gelijk is aan drie honderdste van de gemiddelde wedde van de weddeschaal verbonden aan die betrekking, tenzij hij gekozen wordt uit de beambten van de gemeente. In dat geval krijgt hij, indien hij langer dan één maand dat ambt uitoefent, een toelage die berekend wordt volgens de door de regering bepaalde regels. Afdeling
- - De ontvanger Art. L1124-
- §
- Het ambt van gemeenteontvanger wordt begeven en uitgeoefend overeenkomstig de volgende bepalingen : 1° in de gemeenten die meer dan 10 000 inwoners tellen, door een plaatselijke ontvanger;2° in de gemeenten die van 5 001 tot 10 000 inwoners tellen, door een gewestelijke ontvanger;de gemeenteraad kan evenwel in een betrekking van plaatselijke ontvanger voorzien; 3° in de gemeenten die 5 000 inwoners en minder tellen, door een gewestelijke ontvanger. In de gemeenten die van klasse veranderen blijft de vastbenoemde, in dienst zijnde ontvanger zijn ambt uitoefenen totdat zijn loopbaan of zijn opdracht in de gemeente voltooid is. §
- De plaatselijke ontvanger van een gemeente die 10 000 inwoners of minder telt kan tot ontvanger van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn worden benoemd; hij mag evenwel niet tot ontvanger van een andere gemeente, ontvanger van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van een andere gemeente of ontvanger van een intergemeentelijk openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn worden benoemd. Art. L1124-
- §
- De plaatselijke ontvanger wordt door de gemeenteraad benoemd, tegen de voorwaarden vastgesteld overeenkomstig artikel L1212-
- De benoeming geschiedt binnen de zes maanden na het openvallen van de betrekking. §
- De plaatselijke ontvanger wordt onder het gezag van het college van burgemeester en schepenen geplaatst. §
- Bij verantwoorde afwezigheid kan de plaatselijke ontvanger binnen de drie dagen onder eigen verantwoordelijkheid voor een periode van hoogstens dertig dagen een vervanger aanwijzen, die erkend wordt door het college van burgemeester en schepenen. Die maatregel kan tweemaal herhaald worden voor éénzelfde afwezigheid. In alle andere gevallen kan de gemeenteraad een dienstdoend plaatselijke ontvanger aanwijzen. De raad is daartoe verplicht indien de afwezigheid de zes maanden te boven gaat. De waarnemend plaatselijke ontvanger dient alle voorwaarden die vereist zijn voor de uitoefening van het ambt van plaatselijke ontvanger te verenigen. De bepalingen van artikel L1126-4 en de artikelen L1124-25 tot en met L1124-34 gelden voor hem. De waarnemend plaatselijke ontvanger oefent alle bevoegdheden uit die de plaatselijke ontvanger toekomen. De waarnemend ontvanger oefent alle bevoegdheden van de ontvanger uit. Bij zijn ambtsaanvaarding en -neerlegging wordt een eindrekening opgemaakt en worden de kas en de boeken onder het toezicht van het college van burgemeester en schepenen vastgesteld. Art. L1124-
- §
- De gewestelijke ontvangers worden op de voordracht van meerdere kandidaten door de betrokken arrondissementscommissaris(sen) of door de provinciegouverneur benoemd, overeenkomstig de voorwaarden en de nadere regels vastgesteld door de regering. De wervingen worden ondergeschikt gemaakt aan de voorafgaandelijke instemming van de regering. De provinciegouverneur wijst de gemeenten aan waarin elk van hen zijn bevoegdheden uitoefent. §
- In de gevallen bedoeld in artikel L1124-21, § 1, eerste lid, 2°, wordt het besluit tot oprichting van de betrekking van plaatselijk ontvanger ter informatie aan de provinciegouverneur medegedeeld. Dat besluit treedt in werking nadat de provinciegouverneur kennis gegeven heeft van zijn beslissing om de opdracht van elke gewestelijke ontvanger in de gemeente te beëindigen. De gemeente waar de betrekking van plaatselijk ontvanger opgericht wordt, kan evenwel onmiddellijk een gewestelijke ontvanger in die betrekking benoemen; dat besluit heeft onmiddellijk gevolg, evenwel onverminderd de bevoegdheden van de toezichthoudende overheid. De gewestelijke ontvangers worden geacht aan alle voorwaarden voor de benoeming in de betrekking van plaatselijke ontvanger te voldoen; de wedde die de uitsluitend in de gemeente als plaatselijke ontvanger benoemde voormalige gewestelijke ontvanger, uitgekeerd wordt, mag het maximumbedrag bedoeld in artikel L1124-35 te boven gaan, zonder evenwel de wedde te mogen overschrijden die hij zou genieten indien hij zijn ambt van gewestelijk ontvanger was blijven uitoefenen. Art. L1124-
- Bij ontstentenis van de gewestelijke ontvanger wordt er, indien nodig, door de provinciegouverneur een waarnemend gewestelijke ontvanger aangewezen. Bij zijn ambtsaanvaarding en -neerlegging wordt een eindrekening opgemaakt en worden de kas en de boeken onder het toezicht van de provinciegouverneur vastgesteld. Art. L1124-
- De plaatselijke gemeenteontvanger is ertoe verplicht als waarborg van zijn beheer een zekerheid in geld, effecten of in de vorm van één of meerdere hypotheken te stellen. De regering stelt maximum- en minimumbedrag van de zekerheid vast, al naar gelang de in artikel L1124-6 bedoelde klassen waarin de gemeenten ondergebracht zijn. Art. L1124-
- Uiterlijk tijdens de vergadering waarin de plaatselijke ontvanger de eed aflegt, stelt de gemeenteraad binnen de perken bedoeld in artikel L1124-25, tweede lid, het bedrag van de zekerheid vast die betrokkene moet stellen, evenals de termijn waarin de zekerheidsstelling moet geschieden. De zekerheid wordt bij de deposito- en consignatiekas neergelegd; de voortgebrachte rente komt de ontvanger toe. Art. L1124-
- De provinciegouverneur regelt de aard en het bedrag van de zekerheid die de gewestelijke ontvanger moet stellen; hij stelt de termijn vast die betrokkene daarvoor opgelegd wordt. De bepalingen van artikel L1124-26, tweede lid, zijn van toepassing. Art. L1124-
- De akten van borgstelling worden zonder kosten voor de gemeente voor de burgemeester verleden. Indien registratierechten betaald dienen te worden, zijn zij beperkt tot het algemeen vast recht en vallen ten laste van de ontvanger. Art. L1124-
- De ontvanger kan de zekerheidsstelling vervangen door de hoofdelijke borg van een bij regeringsbesluit erkende vereniging. De vereniging dient de vorm van een coöperatieve vennootschap aan te nemen en zich te schikken naar de artikelen 65, 78, 80, 166, 167, 350 tot en met 358, 361 tot en met 380, 382 tot en met 386, 390 tot en met 392, 394 tot en met 406, 408 tot en met 414, 416 tot en met 432, 435, 436, 665 en 666 van het Wetboek van Vennootschappen; zij behoudt evenwel haar burgerlijk karakter. Het besluit tot erkenning van de vereniging en de goedgekeurde statuten worden in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. De vereniging kan de kas en de boekhouding van de ontvanger voor wie zij zich borg heeft gesteld, nazien mits de instemming van het college van burgemeester en schepenen over de bepalingen van de overeenkomst waarbij dat recht en de wijze van uitoefening ervan worden vastgesteld. De ontvanger kan de zekerheidsstelling eveneens vervangen door een bankwaarborg of een verzekering die aan de door de regering vastgestelde voorwaarden voldoet. Art. L1124-
- De toepassing van artikel L1124-29 op de gewestelijke ontvangers kan worden gemachtigd door een regeringsbesluit waarbij de voorwaarden daarvoor worden vastgesteld. Art. L1124-
- Wanneer de door de bevoegde overheid bepaalde zekerheid wegens toeneming van de jaarlijkse ontvangsten of om enige andere reden ontoereikend wordt geacht, moet de ontvanger binnen een beperkte tijd een aanvullende zekerheid verschaffen, ten aanzien waarvan dezelfde regels gelden als voor de eerste. Art. L1124-
- Het college van burgemeester en schepenen, wat betreft de plaatselijke ontvangers, en de provinciegouverneur, wat betreft de gewestelijke ontvangers, zorgen ervoor dat de zekerheid van de rekenplichtigen van de gemeente daadwerkelijk gesteld en te bekwamer tijd hernieuwd worden. Art. L1124-
- De ontvanger die zijn zekerheid of aanvullende zekerheid niet binnen de voorgeschreven termijn verschaft en dit verzuim niet voldoende verantwoordt, wordt geacht ontslag te nemen en wordt vervangen. Alle kosten met betrekking tot de borgstelling vallen ten laste van de ontvanger. Art. L1124-
- Is er een tekort in de gemeentekas, dan heeft de gemeente een voorrecht op de zekerheid van de plaatselijke ontvanger en het Gewest op die van de gewestelijke ontvanger, wanneer de zekerheid in geld gesteld is. Art. L1124-
- De gemeenteraad stelt de weddeschaal van de plaatselijke gemeenteontvanger vast in de gemeenten van 5 001 inwoners en meer; die weddeschaal stemt overeen met 97,5 % van de weddeschaal van de gemeentesecretaris van dezelfde gemeente. De wedden van de ontvangers worden gekoppeld aan de mobiliteitsregeling geldend voor de wedden van het personeel van de ministeries. Zij worden gekoppeld aan de spilindex 138,
- De bepalingen van de artikelen L1124-8 tot en met L1124-13 gelden mutatis mutandis voor de gemeenteontvangers. Art. L1124-
- Artikel L1124-7 geldt voor de plaatselijke ontvanger. Art. L1124-
- De bezoldigingsregeling van de gewestelijke ontvanger wordt door de regering vastgesteld. Het minimum en het maximum van de weddeschaal stemt overeen met het minimum en het maximum van de weddeschaal van de plaatselijke ontvanger van een gemeente van 15 001 tot en met 20 000 inwoners. Art. L1124-
- Het is de plaatselijke ontvanger verboden handel te drijven, zelfs door een tussenpersoon. De gemeenteraad legt de plaatselijke ontvanger die de verbodsbepaling bedoeld in het eerste lid overtreedt, een tuchtstraf op. Art. L1124-
- Het is de gewestelijke ontvangers verboden ieder ander beroep uit te oefenen en elke winstgevende bezigheid te beoefenen, zelfs door een tussenpersoon; de provinciegouverneur legt de gewestelijke ontvanger die die verbodsbepaling overtreedt, een tuchtstraf op. Tenzij het tegendeel bewezen is, wordt de echtgenote geacht haar beroep uit te oefenen als tussenpersoon. Art. L1124-
- De gemeenteontvanger heeft tot taak om, onder zijn verantwoordelijkheid, de gemeenteontvangsten te innen en tegen regelmatige bevelschriften de betaalbaar gestelde uitgaven te doen ten belope ofwel van het bedrag bepaald in elk artikel van de begroting, ofwel van een bijzonder krediet ofwel van het bedrag van de overeenkomstig artikel L1311-4 overgedragen kredieten. Indien de gemeenteontvanger weigert het bedrag van regelmatige bevelschriften te betalen of de betaling uitstelt, wordt de betaling zoals in aangelegenheden van directe belastingen door de gewestelijke ontvanger vervolgd, nadat het provinciecollege, die de ontvanger kan oproepen en hem vooraf hoort indien hij zich aanmeldt, de bevelschriften uitvoerbaar heeft verklaard. Art. L1124-
- De ontvanger kan gehoord worden door het college van burgemeester en schepenen over alle vraagstukken die van invloed zijn op de financiële en de begrotingszaken. Art. L1124-
- §
- Het college van burgemeester en schepenen, of de door het college aangewezen leden, controleert de kas van de plaatselijke ontvanger minstens één keer per kwartaal en stelt er proces-verbaal van op, waarin zijn opmerkingen en die van de ontvanger opgenomen worden; het proces-verbaal wordt ondertekend door de ontvanger en de leden van het college die de controle hebben uitgevoerd. Het college van burgemeester en schepenen maakt het proces-verbaal aan de gemeenteraad over. Als de plaatselijke ontvanger belast is met verschillende openbare kassen, worden deze gelijktijdig gecontroleerd op dag en uur zoals vastgesteld door de provinciegouverneur. §
- De plaatselijke ontvanger brengt het college van burgemeester en schepenen onmiddellijk op de hoogte van elk tekort wegens diefstal of verlies. Overeenkomstig § 1 wordt onmiddellijk een kasinspectie uitgevoerd om het bedrag van het tekort vast te stellen. Het proces-verbaal van de kasinspectie wordt aangevuld met een feitenrelaas en een verslag over de bewarende maatregelen die de ontvanger heeft genomen. §
- Wanneer de kasinspectie op een tekort wijst, met name na verwerping van sommige uitgaven van definitieve rekeningen, verzoekt het college van burgemeester en schepenen de ontvanger bij ter post aangetekende brief het bedrag van het tekort in de gemeentekas te storten. In het in § 2 bedoelde geval moet het verzoek voorafgegaan worden door een beslissing van de gemeenteraad waarbij bepaald wordt of en in welke mate de ontvanger aansprakelijk gesteld moet worden voor de diefstal of het verlies en waarbij het door hem te betalen bedrag van het tekort wordt vastgesteld; een afschrift van deze beslissing wordt bij het verzoek om betaling gevoegd. §
- Binnen zestig dagen na deze kennisgeving kan de ontvanger een beroep bij het provinciecollege indienen; dit beroep schorst de tenuitvoerlegging. Het provinciecollege beslist als administratief gerecht over de aansprakelijkheid van de ontvanger en stelt het bedrag van het tekort vast dat hij dienovereenkomstig moet betalen; de regering regelt de procedure overeenkomstig de principes vermeld in artikel 104bis van de provinciewet. De ontvanger wordt van elke aansprakelijkheid ontheven als het tekort toe te schrijven is aan de verwerping van uitgaven van definitieve rekeningen, wanneer hij deze heeft gedaan overeenkomstig artikel L1124-40, eerste lid. Voor zover het tekort aan de definitieve verwerping van sommige uitgaven toe te schrijven is, kan de ontvanger een beroep doen op de leden van het college van burgemeester en schepenen die deze uitgaven onregelmatig zouden hebben vastgelegd of betaalbaar gesteld, zodat de beslissing hen gemeen en inroepbaar zou worden verklaard; in dit geval spreekt het provinciecollege zich ook uit over de aansprakelijkheid van de interveniënten. In elk geval wordt de beslissing van het provinciecollege pas uitgevoerd na het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 4, derde lid, van het Regentsbesluit van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Indien de ontvanger dan zijn taak niet vrijwillig heeft vervuld, wordt de beslissing uitgevoerd op de zekerheid en, voor het eventuele overige, op de persoonlijke goeden van de ontvanger, op voorwaarde echter dat ze niet het voorwerp is geweest van het beroep bedoeld in artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Wanneer de ontvanger geen beroep indient bij het provinciecollege en het verzoek om betaling niet inwilligt na het verstrijken van de toegestane termijn, wordt eveneens gehandeld door middel van een dwangbevel. Art. L1124-
- Op verzoek van de ontvanger van een gemeente wordt de inning van de belastingen die die gemeente verschuldigd zijn, tegen de belastingplichtigen die hun woonplaats in een andere gemeente hebben, vervolgd door de ontvanger van laatstbedoelde gemeente. De kosten gemaakt door de vervolgende gemeente die niet geïnd zijn ten laste van de belastingplichtige, worden door de verzoekende gemeente overgenomen. Art. L1124-
- §
- De ontvanger is niet aansprakelijk voor de ontvangsten die de gemeenteraad doet invorderen door bijzondere agenten; deze agenten zijn aansprakelijk voor de ontvangsten waarvan de invordering hun wordt opgedragen; wat de invordering van die ontvangsten betreft, zijn ze aan dezelfde verplichtingen onderworpen als de ontvanger. De gemeenteraad kan eisen dat ze een zekerheid stellen waarvan hij het bedrag en de aard bepaalt; in dezelfde beslissing wordt de termijn vermeld waarover zij daartoe beschikken; de artikelen L1124-26, tweede lid, L1124-28, L1124-29 en L1124-32 tot en met L1124-34 gelden mutatis mutandis voor de bijzondere agenten. Wat betreft de eed, de vervanging, het opmaken van de eindrekening en de bij het provinciecollege ingestelde beroepen, zijn de bijzondere agenten aan dezelfde regels onderworpen als de plaatselijke ontvangers; de artikelen L1124-22, § 3, L1126-4 en L1124-45 gelden mutatis mutandis voor hen. Ze mogen geen enkele uitgave boeken op de rekeningen die ze beheren. De geïnde ontvangsten worden regelmatig en ten minste om de veertien dagen aan de gemeenteontvanger overgemaakt, waarbij de laatste storting van het boekjaar op de laatste werkdag van de maand december moet plaatsvinden. Bij elke storting bezorgt de bijzondere agent de gemeenteontvanger een gedetailleerde lijst van de budgettaire aanrekeningen, de gestorte bedragen en de desbetreffende schuldenaars. De rekeningen van de bijzondere agent worden, samen met de bewijsstukken, voor verificatie en visering aan het college van burgemeester en schepenen voorgelegd. Ze worden vervolgens met alle bewijsstukken aan de gemeenteontvanger overgemaakt om bij de begrotingsrekening te worden gevoegd. Artikel L1124-42, § 2, eerste lid, geldt mutatis mutandis voor de bijzondere agent; wanneer het college van burgemeester en schepenen een tekort vaststelt, wordt mutatis mutandis gehandeld overeenkomstig artikel L1124-42, §§ 3 en 4, eerste, tweede, vijfde en zesde lid. §
- Het college van burgemeester en schepenen kan sommige gemeenteambtenaren op eigen verantwoordelijkheid belasten met een bijkomend ambt dat bestaat in de invordering van ontvangsten in contanten, wanneer het recht op ontvangst vaststaat. De in het eerste lid bedoelde ambtenaren zijn niet gehouden tot de verplichtingen die aan de in 1° bedoelde bijzondere agenten opgelegd worden. Ze moeten de geïnde bedragen dagelijks of met korte tussentijden integraal overmaken aan de gemeenteontvanger, overeenkomstig zijn richtlijnen en met een per begrotingsartikel uitvoerige invorderingsstaat als bewijsstuk. Art. L1124-
- §
- Er wordt een eindrekening opgemaakt wanneer de ontvanger of de in artikel L1124-44, § 1 bedoelde bijzondere agent zijn ambt definitief neerlegt en in de gevallen bedoeld in de artikelen L1124-22, § 3, vijfde lid, en L1124-24, tweede lid. §
- De eindrekening van de plaatselijke ontvanger of de bijzondere agent wordt, eventueel samen met zijn opmerkingen of die van zijn rechthebbenden als hij overleden is, voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen die ze vastlegt en verklaart dat de rekenplichtige niets meer verschuldigd is of een verschuldigd bedrag vaststelt. De beslissing waarbij de eindrekening wordt afgesloten, wordt door toedoen van het college van burgemeester en schepenen bij ter post aangetekend schrijven aan de rekenplichtige betekend of, bij diens overlijden, aan zijn rechthebbenden. Ze gaat eventueel vergezeld van een verzoek om het tekort te vereffenen. §
- De provinciegouverneur sluit de eindrekening van het beheer van de gewestelijke ontvanger af en verklaart dat hij niets meer verschuldigd is of stelt de nog verschuldigde som vast, na de rekening aan de gemeenteraad te hebben overgemaakt en hem te hebben verzocht in de door de gouverneur opgelegde termijn zijn opmerkingen over te maken. De gouverneur brengt zijn beslissing bij ter post aangetekend schrijven ter kennis van de ontvanger of, bij overlijden, van diens rechthebbenden en voegt er, indien nodig, het verzoek om de nog verschuldigde som te betalen bij. §
- De beslissing waarbij de eindrekening wordt afgesloten en aan de ontvanger of de bijzondere agent kwijting wordt verleend, brengt van rechtswege de teruggave van de zekerheid mee. §
- Artikel L1124-42, § 4, geldt wanneer de rekenplichtige verzocht wordt een nog verschuldigde som te betalen. Art. L1124-
- In afwijking van de bepalingen van artikel L1124-40, eerste lid, kunnen rechtstreeks gestort worden op de rekeningen die op naam van de begunstigde gemeenten geopend zijn bij financiële instellingen die al naar gelang het geval voldoen aan de artikelen 7, 65 en 66 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen : 1° het bedrag van hun aandeel in de fondsen opgericht bij wet, decreet of ordonnantie ten bate van de gemeenten, evenals de opbrengst van de rijksbelastingen;2° de opbrengst van de gemeentebelastingen die door de rijksdiensten worden geïnd;3° de toelagen, de bijdragen in de uitgaven van de gemeenten en in het algemeen alle sommen die de Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten en de provincies om niet aan de gemeenten verlenen. De financiële instellingen bedoeld in het eerste lid zijn gemachtigd het bedrag van de eisbare schulden die de gemeente tegenover hen aangegaan hebben, ambtshalve in mindering te brengen van het tegoed van de rekeningen die zij ten behoeve van die gemeente hebben geopend. Art. L1124-
- De wedde, vermeerderd met de werkgeversbijdragen voor de pensioenen bestemd voor de gewone pensioenregeling van de besturen die lid zijn van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de Provinciale en Plaatselijke Overheidsdiensten, evenals alle bijdragen en kosten van de gewestelijke ontvanger, met inbegrip van de wervingskosten, worden gedragen door alle gemeenten van éénzelfde gemeente die door een gewestelijke ontvanger worden bediend. Deze uitgaven worden door de provinciegouverneur omgeslagen op de door de regering vastgestelde grondslagen. Deze worden vereffend door het Gewest, dat door eventuele bemiddeling van een financiële instelling die, al naar gelang het geval, voldoet aan de bepalingen van de artikelen 7, 65 en 66 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht over de kredietinstellingen, de bijdrage van iedere gemeente zal inhouden op alle ontvangsten die door het Gewest voor zijn rekening zijn gedaan. Voor de weddebijdrage geschiedt de inhouding door middel van maandelijkse voorschotten, op de door de regering vastgestelde wijze. De verschuldigde werkgevers- en persoonlijke bijdrage voor de financiering van de pensioenen worden door het Gewest gestort aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de Provinciale en Plaatselijke Overheidsdiensten door bemiddeling van de dienst die voor de betaling van de wedden verantwoordelijk is, tijdens de maand van de betaling. De uitgave(n) die gedaan wordt (worden) voor de uitsluitende rekening van één welbepaalde gemeente wordt die gemeente aangerekend. Art. L1124-
- Bovendien kan bij regeringsbesluit ten bezware van de betrokken gemeenten een jaarlijkse premie worden geheven tot dekking van het risico dat het Gewest op zich neemt krachtens artikel L1124-
- Deze premie wordt over de betrokken gemeenten omgeslagen naar verhouding van de ontvangsten. De premie mag in geen geval meer bedragen dan nodig is, gelet op de omvang van het risico en op de zakelijke en persoonlijke waarborgen die de ontvangers hebben gesteld. De premie wordt tot het passende beloop verminderd wanneer de vermindering gerechtvaardigd is door het hoge bedrag van de door de excedenten gevormde reserves. Art. L1124-
- §
- De gewestelijke ontvangers oefenen hun ambt uit onder het gezag van de provinciegouverneur of van de afgevaardigde arrondissementscommissaris. Het Gewest is tegenover de belanghebbende gemeenten verantwoordelijk voor het beheer van deze rekenplichtigen. §
- Minstens éénmaal in de loop der vier kwartalen van het kalenderjaar inspecteert de provinciegouverneur de kas van de gewestelijke ontvanger; hij stelt het controleproces-verbaal op, waarin zijn opmerkingen worden vermeld, evenals de opmerkingen van de ontvanger, en het wordt door beiden ondertekend; de provinciegouverneur geeft kennis van dat proces-verbaal aan de gemeenteraad. Gelijktijdig worden alle kassen geïnspecteerd die de gewestelijke ontvanger in alle gemeenten van zijn ambtsgebied beheert, en alle andere openbare kassen die hij beheert. De gewestelijke ontvanger brengt de provinciegouverneur en het college van burgemeester en schepenen onmiddellijk op de hoogte van elk tekort wegens diefstal of verlies; overeenkomstig het eerste en het tweede lid wordt door de provinciegouverneur onmiddellijk een kasinspectie uitgevoerd om het bedrag van het tekort vast te stellen; het proces-verbaal van de kasinspectie wordt aangevuld met een feitenrelaas en een verslag over de bewarende maatregelen die de ontvanger heeft genomen. Na de gemeenteraad erom te hebben verzocht hem in de door hem opgelegde termijn diens opmerkingen over te maken, verzoekt de provinciegouverneur de ontvanger bij ter post aangetekend schrijven met afschrift aan het college van burgemeester en schepenen om in de gemeentekas te storten : 1° in het geval bedoeld in het derde lid, indien de gouverneur oordeelt dat de ontvanger geheel of gedeeltelijk aansprakelijk dient te worden gesteld voor de diefstal of het verlies, een som die gelijk is aan het bedrag van het tekort dat de provinciegouverneur beslist om hem aan te rekenen;2° in de andere gevallen waarin de kasinspectie op een tekort heeft gewezen, meer bepaald ten gevolge van de de verwerping van sommige definitieve uitgaven, een som die gelijk is aan het bedrag van het tekort. Artikel L1124-42, § 4, is van toepassing. HOOFDSTUK V. - Onverenigbaarheden en belangenconflicten Art. L1125-
- Van de gemeenteraden kunnen niet deel uitmaken en tot burgemeester kunnen niet worden benoemd : 1° de provinciegouverneurs, de gouverneur en vice-gouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad, de adjunct-gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant;2° de leden van het provinciecollege en de leden van het college ingesteld bij artikel 83quinquies, § 2, van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen;3° de provinciegriffiers;4° de arrondissementscommissarissen;5° de militairen in actieve dienst, behalve de wederopgeroepen reserveofficieren en de dienstplichtigen;6° zij die personeelslid zijn of een toelage of een wedde ontvangen van de gemeente, met uitzondering van de vrijwillige brandweerlieden;7° de beambten van het bosbeheer, wanneer hun bevoegdheid zich uitstrekt tot beboste eigendommen die aan het bosbeheer onderworpen zijn en die toebehoren aan de gemeente waarin zij hun ambt wensen uit te oefenen;8° elke persoon die een ambt of een mandaat uitoefent die gelijkwaardig zijn aan het ambt of mandaat van gemeenteraadslid, schepen of burgemeester in een primair lokaal lichaam van een andere Lid-Staat van de Europese Unie.De regering maakt een niet-volledige lijst op van als gelijkwaardig beschouwde ambten of mandaten. De bepalingen van het eerste lid, 1° tot en met 8°, gelden eveneens voor de niet-Belgische onderdanen van de Europese Unie die in België verblijven voor de uitoefening door hen in een andere Lid-Staat van de Europese Unie van ambten die gelijkwaardig zijn aan de ambten die bij deze bepalingen zijn bedoeld. Art. L1125-
- Burgemeester of schepen kunnen niet zijn : 1° de leden van de hoven, burgerlijke rechtbanken en vredegerechten;2° de leden van het parket, de griffiers en de adjunct-griffiers bij de hoven, burgerlijke rechtbanken of rechtbanken van koophandel, en de griffiers van de vredegerechten;3° de bedienaren van de erediensten;4° de agenten en beambten der fiscale besturen, in de gemeenten die tot hun werk- of ambtsgebied horen, behoudens door de regering toegestane afwijking;5° de ontvanger van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, in de gemeente waarvoor het centrum bevoegd is. Vanaf 8 oktober 2006 gelden de bepalingen van het eerste lid, voor wat betreft het schepenmandaat, eveneens voor de niet-Belgische onderdanen van de Europese Unie die in België verblijven voor de uitoefening door hen in een andere lid-Staat van de Europese Unie van ambten die gelijkwaardig zijn aan de ambten die bij deze bepalingen zijn bedoeld. Art. L1125-
- Bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad of echtgenoten kunnen geen lid zijn van éénzelfde gemeenteraad. Worden bloed- of aanverwanten in één van die graden of twee echtgenoten gekozen bij éénzelfde verkiezing, dan wordt de voorkeur bepaald door de grootte van de quotiënten op grond waarvan de door die kandidaten verkregen zetels aan hun lijst zijn toegekend. Worden twee bloed- of aanverwanten in een verboden graad of twee echtgenoten gekozen, de een tot raadslid, de ander tot opvolger, dan geldt het verbod om zitting te nemen alleen voor de opvolger, tenzij de plaats waarvoor hij in aanmerking komt, opengevallen is vóór de verkiezing van zijn bloedverwant, aanverwant of echtgenoot. Tussen opvolgers die voor opengevallen plaatsen in aanmerking komen, wordt de voorrang allereerst bepaald naar tijdsorde van de vacatures. Personen wier echtgenoten elkaars bloedverwanten zijn in de eerste of de tweede graad, kunnen niet tegelijk deel uitmaken van de gemeenteraad in gemeenten van 1 200 inwoners en meer. Aanverwantschap die later tot stand komt tussen raadsleden, brengt geen verval van hun mandaat mee. Dit geldt niet bij huwelijk tussen raadsleden. De aanverwantschap wordt geacht op te houden bij overlijden van de persoon door wie zij tot stand is gekomen. De leden van het college van burgemeester en schepenen mogen geen bloed- of aanverwant zijn tot en met de derde graad. Art. L1125-
- Er bestaat onverenigbaarheid tussen de ambten van secretaris en ontvanger enerzijds en die van burgemeester, schepen, gemeenteraadslid anderzijds. In gemeenten met minder dan 1 000 inwoners evenwel kan de provinciegouverneur machtiging verlenen tot het gelijktijdig bekleden van de genoemde ambten, uitgezonderd het burgemeesterschap, dat in geen geval in éénzelfde gemeente tegelijk met het ambt van ontvanger mag worden bekleed. De bij dit artikel bedoelde machtigingen tot cumulatie kunnen te allen tijde worden ingetrokken. Art. L1125-
- De tot gemeenteraadslid gekozen kandidaat die een met het lidmaatschap van de raad onverenigbaar ambt vervult, die aan een onderneming deelneemt of een beroep of ambacht uitoefent waarvoor hij een wedde of een toelage van de gemeente ontvangt, wordt niet tot beëdiging toegelaten zolang de oorzaak van de onverenigbaarheid bestaat. De gekozen kandidaat die binnen één maand na een tot hem gericht verzoek van het college van burgemeester en schepenen, niet afziet van het onverenigbare ambt of van de door de gemeente verleende wedde of toelagen, wordt geacht het hem toegekende mandaat niet te aanvaarden. Art. L1125-
- Een gemeenteraadslid dat een met zijn mandaat onverenigbaar ambt of een wedde of toelage van de gemeente aanvaardt, houdt op deel uit te maken van de raad met overeenkomstige toepassing van artikel L1122-5, indien hij binnen vijftien dagen na het tot hem gerichte verzoek van het college van burgemeester en schepenen niet afziet van het onverenigbaar ambt of van de door de gemeente verleende wedde of toelage. Art. L1125-
- Indien er een geschil oprijst in de gevallen van de artikelen L1125-5 en L1125-6, beslist het provinciecollege overeenkomstig artikel L4126-3, tweede lid. De beslissing wordt door toedoen van de provinciegouverneur ter kennis gebracht van het betrokken raadslid, van het college van burgemeester en schepenen en, in voorkomend geval, van degenen die bezwaren hebben ingediend bij het provinciecollege. Zij kunnen bij de Raad van State een beroep indienen binnen acht dagen na de beslissing. De gouverneur kan zodanig beroep instellen binnen acht dagen na de beslissing. Indien het college van burgemeester en schepenen in de gevallen van de artikelen L1125-5 en L1125-6 de betrokkene niet aanmaant om een keuze te maken, treedt het provinciecollege op in de plaats van het gemeentebestuur. Art. L1125-
- Niemand kan in éénzelfde gemeente tegelijk secretaris en ontvanger zijn. In gemeenten evenwel die minder dan 5 000 inwoners tellen mogen voorlopig de ambten van secretaris en ontvanger met machtiging van de provinciegouverneur door éénzelfde persoon worden bekleed, in afwijking van artikel L1124-21, eerste lid, 2°. In het geval van het tweede lid wordt de aan het ambt van ontvanger verbonden wedde met de helft verminderd. In gemeenten waar éénzelfde persoon het ambt van ontvanger en dat van secretaris bekleedt, worden de uitgaven betaalbaar gesteld op de vergadering van het college van burgemeester en schepenen. De bevelschriften tot betaling worden ondertekend door alle aanwezige leden van het college. Weigert één van de leden te ondertekenen, dan worden de bevelschriften voorgelegd aan de bevoegde arrondissementscommissaris, die ze door zijn handtekening uitvoerbaar kan maken. De secretarissen-ontvangers doen om de vijftien dagen een opgave van alle uitgegeven bevelschriften toekomen aan de arrondissementscommissaris. Art. L1125-
- De bediening van gemeentesecretaris of van plaatselijk gemeenteontvanger mag niet worden uitgeoefend door beambten van het provinciebestuur of van het arrondissementscommissariaat. Art. L1125-
- Naast de verbodsbepalingen bedoeld in artikel L1122-19 is het elk gemeenteraadslid en de burgemeester verboden : 1° rechtstreeks of onrechtstreeks deel te nemen aan enige dienst, heffing van rechten, levering of aanbesteding van de gemeente;2° als advocaat, notaris of zaakwaarnemer werkzaam te zijn in rechtsgedingen ingesteld tegen de gemeente.Het is hem verboden in dezelfde hoedanigheid ten behoeve van de gemeente te pleiten, raad te geven of op te treden, tenzij hij het kosteloos doet; 3° als raadsman van een persooneelslid op te treden in tuchtaangelegenheden;4° als afgevaardigde of technicus van een vakverbond op te treden in een onderhandelings- of overlegcomité van de gemeente. Voorgaande bepalingen gelden voor de secretarissen. HOOFDSTUK VI. - Eed Art. L1126-
- De gemeenteraadsleden, de vertrouwenspersonen bedoeld in artikel L1122-8, de burgemeesters en schepenen leggen vóór hun ambtsaanvaarding de volgende eed af : « Ik zweer getrouwheid aan de Koning, gehoorzaamheid aan de Grondwet en aan de wetten van het Belgische volk. » De gemeenteraadsleden en de schepenen leggen in openbare vergadering deze eed af in handen van de burgemeester of van degene die hem vervangt. De burgemeesters leggen de eed af in handen van de provinciegouverneur of van zijn gemachtigde. Art. L1126-
- De in artikel L1126-1 vermelde mandatarissen die, na twee achtereenvolgende oproepingen tot het afleggen van de eed te hebben ontvangen, zich zonder wettige reden daarvan onthouden, worden geacht ontslag te hebben genomen. Art. L1126-
- Vóór zijn ambtsaanvaarding legt de secretaris de eed bedoeld in artikel L1126-1 in de loop van een openbare vergadering van de gemeenteraad in handen van de voorzitter af. Proces-verbaal wordt opgemaakt. De secretaris die, zonder wettige reden, de eed niet aflegt na bij ter post aangetekend schrijven het verzoek te hebben gekregen om de eed af te leggen bij de eerstvolgende gemeenteraadsvergadering, wordt geacht van zijn benoeming af te zien. Art. L1126-
- Vóór zijn ambtsaanvaarding legt de plaatselijke ontvanger de eed bedoeld in L1126-1 in de loop van een openbare vergadering van de gemeenteraad in handen van de voorzitter af. Daarvan wordt proces-verbaal opgemaakt. De ontvanger die, zonder wettige reden, de eed niet aflegt na bij ter post aangetekend schrijven het verzoek te hebben gekregen om de eed af te leggen bij de eerstvolgende gemeenteraadsvergadering, wordt geacht van zijn benoeming af te zien. Art. L1126-
- De gewestelijke ontvangers leggen de eed bedoeld in artikel L1126-1, eerste lid, in handen van de provinciegouverneur af. TITEL III. - Akten van de gemeenteoverheden HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling Art. L1131-
- De handelingen van de overheden van de gemeenten mogen niet in strijd zijn met de decreten, reglementen en besluiten van Gewest en Gemeenschappen, welke die overheden met de uitvoering daarvan kunnen belasten. HOOFDSTUK II. - Opmaken van de akten Art. L1132-
- De secretaris woont alle vergaderingen van de gemeenteraad en van het college van burgemeester en schepenen bij. Hij notuleert ze en zorgt voor het overschrijven ervan. De overgeschreven notulen worden ondertekend door de burgemeester en de secretaris. De notulen van de gemeenteraadsvergaderingen worden binnen de maand volgend op goedkeuring ervan ondertekend. Art. L1132-
- In de notulen worden alle besproken aangelegenheden, evenals het gevolg dat gegeven wordt aan alle punten waarover de gemeenteraad niet beslist heeft, in chronologische volgorde opgenomen. Art. L1132-
- De reglementen en verordeningen van de gemeenteraad en van het college van burgemeester en schepenen, de bekendmakingen, de akten en de briefwisseling van de gemeente worden door de burgemeester ondertekend en door de secretaris medeondertekend. Art. L1132-
- De burgemeester kan de ondertekening van bepaalde stukken schriftelijk opdragen aan één of meer leden van het college van burgemeester en schepenen. Die opdracht kan te allen tijde door de burgemeester worden herroepen. De schepen aan wie de opdracht is gegeven, moet boven zijn handtekening, naam en functie melding maken van die opdracht. Art. L1132-
- Het college van burgemeester en schepenen kan de gemeentesecretaris machtigen de medeondertekening van bepaalde stukken op te dragen aan één of meer ambtenaren van de gemeente. Deze opdracht geschiedt schriftelijk; de gemeenteraad wordt daarvan op de hoogte gebracht tijdens zijn eerstvolgende vergadering. De ambtenaar aan wie de opdracht is gegeven, moet op alle door hem ondertekende stukken boven zijn handtekening, naam en hoedanigheid melding maken van die opdracht. HOOFDSTUK III. - Bekendmaking van de akten Art. L1133-
- De reglementen en verordeningen van de gemeenteraad, het college van burgemeester en schepenen en van de burgemeester worden bekendgemaakt bij aanplakking, waarin het onderwerp van het reglement of de verordening worden aangegeven, evenals de datum van de beslissing waarbij de goedkeuring ervan geschiedde, en, in voorkomend geval, de beslissing van de toezichthoudende overheid. Op de aanplakking wordt eveneens melding gemaakt van de plaats(en) waar de tekst van het reglement of de verordening door het publiek kan worden ingezien. Art. L1133-
- De reglementen en verordeningen bedoeld in artikel L1133-1 zijn bindend de vijfde dag volgend op de bekendmaking ervan door middel van aanplakking, tenzij andersluidend. Van de bekendmaking en van de datum van bekendmaking van de reglementen en besluiten moet blijken door aantekening in een speciaal daartoe gehouden register, in de bij regeringsbesluit bepaalde vorm. Art. L1133-
- Het is voortaan verboden de wettelijkheid van de reglementen en verordeningen die vóór 14 januari 1888 bestonden, te betwisten op grond dat zij slechts door aanplakking of omroeping zijn bekendgemaakt. TITEL IV. - De volksraadpleging ENIG HOOFDSTUK Art. L1141-
- §
- De gemeenteraad kan op eigen initiatief of op verzoek van de inwoners van de gemeente beslissen om de inwoners van de gemeente te raadplegen over de aangelegenheden bedoeld in de artikelen L1122-30, L1122-31, L1122-32 en L1122-
- Het initiatief dat van de inwoners van de gemeente uitgaat, dient te worden ondersteund door minstens : - 20 pct. van de inwoners in de gemeenten van minder dan 15 000 inwoners; - 3 000 inwoners in de gemeenten van minstens 15 000 inwoners en minder dan 30 000 inwoners; - 10 pct. van de inwoners in de gemeenten van minder dan 30 000 inwoners. §
- Overeenkomstig de federale bepalingen ter zake kan de gemeenteraad op eigen initiatief of op verzoek van de inwoners van de gemeente beslissen om de inwoners van de gemeente te raadplegen over de aangelegenheden bedoeld in artikel 119 van de nieuwe gemeentewet voor zover daarbij de verordeningen van de gemeentepolitie bedoeld zijn en in de artikelen 121 en 135, § 2, van de nieuwe gemeentewet. Art. L1141-
- Elk verzoek tot het houden van een volksraadpleging op initiatief van de inwoners van de gemeente dient bij aangetekend schrijven aan het college van burgemeester en schepenen te worden gericht. Bij het verzoek worden een met redenen omklede nota en de stukken waarmee de gemeenteraad geïnformeerd kan worden, gevoegd. Art. L1141-
- Het verzoek is enkel in zoverre ontvankelijk als het ingediend wordt middels een door de gemeente afgegeven formulier en het naast de naam van de gemeente en de vermelding van artikel 196 van het Strafwetboek volgende bestanddelen bevat : 1° de vraag of de vragen die bij de volksraadpleging gesteld zal of zullen worden;2° naam, voornaam, geboortedatum en woonplaats van elk der ondertekenaars van het verzoek;3° naam, voornaam, geboortedatum en woonplaats van de personen die het initiatief genomen hebben om om een volksraadpleging te verzoeken. Art. L1141-
- Zodra het verzoek ontvangen is, onderzoekt het college van burgemeester en schepenen of het verzoek ondersteund wordt door een voldoend aantal geldige handtekeningen. Bij dat onderzoekt schrapt het college van burgemeester en schepenen : 1° de twee keer voorkomende handtekeningen;2° de handtekening van de personen die niet voldoen aan de voorwaarden vastgesteld in artikel L1141-5, § 1;3° de handtekening van de personen wier gegevens niet volstaan om hun identiteit te kunnen achterhalen. Het onderzoek wordt afgesloten zodra het aantal geldige handtekeningen is bereikt. In dat geval houdt de gemeenteraad een volksraadpleging. Art. L1141-
- §
- Om om een volksraadpleging te verzoeken of eraan deel te nemen, moet men : 1° ingeschreven zijn of vermeld worden in het bevolkingsregister van de gemeente;2° volle zestien jaar oud zijn;3° niet het voorwerp uitgemaakt hebben van een veroordeling of van een beslissing die de uitsluiting of de schorsing van de kiesrechten teweegbrengt van wie in aanmerking komt voor de gemeenteraadsverkiezingen. §
- Om om een volksraadpleging te kunnen verzoeken, moeten de voorwaarden bepaald in § 1 verenigd zijn op de datum waarop het verzoek is ingediend. Om deel te kunnen nemen aan de volksraadpleging moeten de voorwaarden bedoeld in § 1, 2° en 3°, verenigd zijn de dag van de volksraadpleging en de voorwaarde bedoeld in § 1, 1°, dient vervuld te zijn op de datum waarop de lijst van degenen die aan de volksraadpleging deelnemen, afgesloten is. De deelnemers die, later dan de datum waarop voornoemde afgesloten is, het voorwerp uitmaken van een veroordeling of van een beslissing die bij degenen die in aanmerking komen voor de gemeenteraadsverkiezingen, ofwel de uitsluiting van de kiesrechten, ofwel de schorsing, op datum van de volksraadpleging, van diezelfde rechten teweegbrengen, worden van de lijst geschrapt. §
- Artikel 13 van het Kieswetboek geldt voor alle categorieën personen die voldoen aan de voorwaarden in §
- Voor de niet-Belgische onderdanen en voor de Belgische onderdanen die minder dan achttien jaar oud zijn, geschieden de kennisgevingen op initiatief van de parketten van de hoven en rechtbanken, gesteld dat de veroordeling of de internering, wanneer daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer zou kunnen worden ingesteld, de uitsluiting van het kiesrecht of de schorsing van de kiesrechten teweegbrengen indien ze waren uitgesproken tegen een persoon die in aanmerking komt voor de gemeenteraadsverkiezingen. Indien de kennisgeving geschiedt nadat de lijst der deelnemers aan de volksraadpleging is afgesloten, wordt betrokkene van de lijst geschrapt. §
- De dertigste dag vóór de volksraadpleging stelt het college van burgemeester en schepenen een lijst vast van de deelnemers aan de volksraadpleging : Op die lijst worden vermeld : 1° de personen die, op de vermelde datum, ingeschreven of vermeld zijn op het bevolkingsregister van de gemeente en aan de andere deelnamevoorwaarden bepaald in § 1 voldoen;2° de deelnemers die de leeftijd van zestien jaar zullen bereiken tussen die datum en de datum van de volksraadpleging;3° de personen wier schorsing van de kiesrechten uiterlijk de dag vastgesteld voor de volksraadpleging een einde neemt of zou nemen. Voor elke persoon die aan de deelnamevoorwaarden voldoet worden op de deelnemerslijst naam, voornamen, geboortedatum, geslacht en hoofdverblijfplaats vermeld. De lijst wordt vastgesteld met doorlopende nummering, in voorkomend geval per deelgemeente, ofwel in alfabetische volgorde van de deelnemers, ofwel in geografische volgorde volgens de straten. §
- Deelnemen aan de volksraadpleging is niet verplicht. Elke deelnemer heeft recht op één stem. De stemming is geheim. De volksraadpleging kan enkel op zondag plaatsvinden. De deelnemers worden van acht tot dertien uur tot de stemming toegelaten. Wie zich vóór dertien uur in het stemlokaal bevindt, wordt nog tot de stemming toegelaten. §
- De stemopneming geschiedt enkel indien aan de volksraadpleging deel hebben genomen, minstens : - 20 pct. van de inwoners in de gemeenten van minder dan 15 000 inwoners; - 3 000 inwoners in de gemeenten van minstens 15 000 inwoners en minder dan 30 000 inwoners; - 10 pct. van de inwoners in de gemeenten van minder dan 30 000 inwoners. §
- De bepalingen van artikel 147bis van het Kieswetboek gelden voor de gemeentelijke volksraadpleging, met dien verstande dat het woord « kiezer » vervangen wordt door het woord « deelnemer », dat de woorden «
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.