16 JULI 1998. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot vaststelling van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op de ordonnantie van 29 augustus 1991 houdende organisatie van de planning en de stedenbouw, inzonderheid op de artikelen 25, 26, 27, 28 en 3, 5 en 204; Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 16 julli 1998 betreffende de algemene voorstelling van het ontwerpplan en van het gewestelijk bestemmingsplan; Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3 maart 1995 tot vastlegging van het gewestelijk ontwikkelingsplan; Gelet op het koninklijk besluit van 28 november 1979 tot vaststelling van het gewestplan van de Brusselse agglomeratie; Gelet op artikel 203 § 3 van de ordonnantie van 29 augustus 1991 houdende organisatie van de planning en de stedenbouw tot schorsing van de geschreven stedenbouwkundige voorschriften van de verordenende kaart van de bodembestemming en de verordenende kaart van de bodembestemming van het gewestelijk ontwikkelingsplan, vastgelegd op 3 maart 1995; Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 16 juli 1998 waarbij de datum van inwerkingtreding van artikel 203 § 3 van de ordonnantie van 29 augustus 1991 houdende organisatie van de planning en de stedenbouw vastgesteld wordt op 16 juli 1998; Overwegende dat op enkele uitzonderingen na, het gewestelijk ontwikkelingsplan, vastgesteld op 3 maart 1995, de bestemmingsgebieden van het gewestplan van de Brusselse agglomeratie behoudt, met een andere verdeling van het grondgebied, gebaseerd op verschillende perimeters; met name de perimeters voor verhoogde bescherming van de huisvesting, voor bescherming van de huisvesting, voor herontplooiing van de huisvesting en de bedrijven, voor stedelijke nijverheid, haven- en vervoeractiviteiten; Overwegende dat het gewestelijk ontwikkelingsplan stelt dat het gewestelijk bestemmingsplan de grenzen van de gebieden van het gewestplan moet wijzigen met name om deze aan de bestaande toestand aan te passen; Overwegende dat het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, in overeenstemming met het Gewestelijk ontwikkelingsplan, de grenzen van de gebieden van het gewestplan heeft aangepast op grond van de bestaande feitelijke toestand; Dat met het oog op de economische evolutie en de diversiteit van de functies van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan de terminologie van de gebieden van het gewestplan van 1979 als zodanig niet overneemt; Dat het met het oog op de bestuurlijke helderheid en duidelijkheid noodzakelijk was een eenvoudige en onderscheiden terminologie te hanteren en bestemmingsgebieden te creëren in samenhang met de inhoud van de voorschriften die daarmee verband houden; Dat het gewestelijk bestemmingsplan aldus de volgende bestemmingsgebieden onderscheidt die vijf grote categorieën zijn onderverdeeld : - woongebieden : woongebieden met residentieel karakter en typische woongebieden; - gebieden met gemengd karakter : gemengde gebieden, sterk gemengde gebieden; - industriegebieden : stedelijke-industrie gebieden, gebieden voor haven- en vervoeractiviteiten; - andere activiteitengebieden : administratie-gebieden, gebieden voor uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten, spoorweggebieden; - groengebieden en landbouwgebieden : groengebieden, gebieden met hoogbiologische waarde, parkgebieden, gebieden voor sport- en vrijetijdsactiviteiten in de open lucht, begraafplaatsgebieden, bosgebieden, landbouwgebieden; Overwegende dat het gewestelijk ontwikkelingsplan, vastgesteld op 3 maart 1995, een stadsproject heeft gecreëerd, steunend op tien principes : - versterkte bescherming van de huisvesting; - modernisering van het economisch weefsel door de bescherming van het gemengd weefsel, omschreven op het gewestplan en door een herstructurering van de nijverheids-, haven- en vervoergebieden; - ondersteuning van de veranderingen van het industrieel weefsel; - versterking van het grootstedelijk centraal karakter en van de oude centra met plaatselijke identiteit; - stopzetting van de verspreiding van de kantoren over de hele stad door het aanwijzen van voorkeurcentra voor de vestiging van kantoren; - structurering van de ruimte van het gewest door de as van het kanaal als katalysator aan te wenden voor grootschalige stedelijke operaties; - opwaardering van de uitrustingen met een rechtstreekse weerslag op de economie; - beheer van de mobiliteit op gewestelijk niveau; - versterking van de stadsidentiteit door de opwaardering van elementen van het stedelijk landschap die bijdragen tot de schoonheid van de stad (structurerende ruimten, groen netwerk, bescherming van het erfgoed); Overwegende dat het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan deze verschillende principes vertaalt en verrijkt met nieuwe concepten; Dat de versterking van de bescherming van de huisvesting en de stopzetting van de verspreiding van de kantoren zich aldus concretiseren : - aan de hand van de grafische voorschriften van de kaart van de bodembestemmingen, door de erkenning van woongebieden met residentieel karakter en van typische woongebieden; - door de bescherming van de binnenterreinen van huizenblokken; - door een kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten; Overwegende dat door de analyse van de bestaande feitelijke toestand, uitgevoerd in het raam van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, het mogelijk is meerdere categorieën van binnenterreinen van huizenblokken te omschrijven in functie van hun bebouwing en ingroening; Overwegende dat bepaalde waardevolle huizenblokken, dat wil zeggen met voldoende groen of middelmatige bebouwing, moeten worden behouden terwijl andere, met mindere ingroening of met een grotere bebouwing, moeten worden opgewaardeerd; Dat het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan op basis daarvan in de typische woongebieden en de gemengde gebieden een onderscheid maakt tussen twee soorten binnenterreinen van huizenblokken : de te behouden binnenterreinen van huizenblokken en de op te waarderen binnenterreinen van huizenblokken; Dat de handelingen en werken die de binnenterreinen van huizenblokken aantasten in ieder geval moeten gepaard gaan met een opwaardering van de groen- of minerale kwaliteit van de binnenterreinen van huizenblokken; Dat de handelingen en werken die de te behouden binnenterreinen van huizenblokken aantasten vanaf een diepte van meer dan 20 meter gemeten vanaf de bouwlijn, de omvang van het groen moeten vrijwaren behalve wanneer het gaat om uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten of voorzieningen voor de versiering van tuinen; Dat de handelingen en werken die de op te waarderen binnenterreinen van huizenblokken aantasten vanaf een diepte van meer dan 20 meter gemeten vanaf de bouwlijn, onderworpen zijn aan de speciale regelen van openbaarmaking; Dat voorts in de woongebieden met residentieel karakter met een monofunctioneel karakter en open of halfopen bebouwing, er meestal zeer waardevolle binnenterreinen van huizenblokken gelegen zijn en er daar dan ook geen opwaardering vereist is, maar wel een bescherming van de huidige kwaliteit; Dat het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan om die redenen handelingen en werken verbiedt die binnenterreinen van huizenblokken in die gebieden aantasten, behalve indien zij verband houden met een bestemming als huisvesting; Overwegende dat het ontwerp van gewestelijk bestemmingplan een kaart van de toelaatbare kantooroppervlakte bevat, die per huizenblok een omschrijving geeft van het aantal vierkante meter toegelaten kantooroppervlakte in de woongebieden met residentieel karakter, in de typische woongebieden, in de gemengde gebieden en in de sterk gemengde gebieden; Dat deze kaart in de plaats komt van de vroegere berekening van de verhouding tussen de vloeroppervlakte en de terreinoppervlakte (V/T- verhouding) waarnaar het gewestplan en het gewestelijk ontwikkelingsplan verwezen; Dat het gebruik van deze kaart de taak van de stedenbouwkundige overheden vergemakkelijkt; Dat het aantal vierkante meter toegelaten kantooroppervlakte bepaald is, rekening houdend met de geraamde dichtheid per huizenblok, welke de fysieke realiteit van het huizenblok vertaalt; Dat de verhouding van de vloeroppervlakte die kan worden ingenomen door kantoren, voor elk gebied bepaald werd als volgt : - 2,5 % in woongebieden met residentieel karakter; - 5 % in typische woongebieden; - 10 % in gemengde gebieden; - 15 % in sterk gemengde gebieden; Dat deze percentages een uiting zijn van het streven naar grotere vermenging, van het woongebied met residentieel karakter tot het sterk gemengd gebied; Dat, met het oog op de naleving van de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten, met name geen rekening is gehouden met kantooroppervlakten kleiner dan of gelijk aan 75 m2 en met kantooroppervlakten groter dan 75 m2 en kleiner dan 200 m2 inzoverre deze vloeroppevlakte beperkt is tot 45 % van de bestaande woonoppervlakte; Dat immers niet alle kantoren als een bedreiging van de huisvesting moeten worden beschouwd; Dat bepaalde activiteiten harmonieus samengaan met het woonkarakter en bijdragen tot de aantrekkelijkheid van de stad door het scheppen van banen in de buurt; Dat het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan aldus bijdraagt tot de opvoering van het gemengd karakter van de stad, waarbij het de verspreiding van de kantoren in de stad controleert; Overwegende dat het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan voorziet in linten voor handelskernen van gewestelijk belang in overdruk op andere bestemmingen met het oog op de versterking en de bescherming van de handelsactiviteiten; Dat binnen deze linten voor handelskernen van gewestelijk belang, de vestiging van de handelszaken op het gelijkvloers prioritair is en eveneens kan worden toegelaten op de bovenverdiepingen of tot 1.500 m2 per onroerend goed, indien de plaatselijke omstandigheden dit toelaten en mits speciale regelen van openbaarmaking; Overwegende dat naar aanleiding van de vaststelling van bepaalde problemen die de leefbaarheid van meerdere handelskernen aantasten, studies werden verricht om de redenen van deze toestand te achterhalen; Dat de Brusselse Hoofdstedelijke Regering naar aanleiding van die studies een aantal maatregelen heeft genomen om de handelskernen een nieuwe dynamiek te bezorgen (handelskernencontracten, verbetering van de parkeergelegenheid en mobiliteit, passende aanleg van de openbare ruimte, enz.); Dat in aanvulling op deze reeks maatregelen, de linten voor handelskernen van het ontwerp van gewestelijk betemmingsplan de vestiging van nieuwe handelszaken moeten bevorderen die de drijvende kracht zijn achter de heropleving van een wijk, of de uitbreiding van bestaande handelszaken mogelijk maken, waarbij de huisvesting, die eveneens bijdraagt tot de dynamiek van de handelskernen, wordt beschermd; Dat de handelskernen werden omschreven aan de hand van verschillende criteria, aantal en aard van de handelszaken, bereikbaarheid,... die borg kunnen staan voor aanleg- of uitbreidingsmogelijkheden van handelszaken en de economsiche leefbaarheid van de betrokken kernen; Overwegende dat het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan de definities uit het gewestplan en het gewestelijk ontwikkelingsplan vernieuwt; Overwegende dat in het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan de omschrijving van « Kantoor » niet de activiteiten van alle dienstenbedrijven opneemt maar enkel de activiteiten van bedrijven van intellectuele dienstverlening; Dat immers is gebleken dat binnen de dienstenactiviteiten een onderscheid moet worden gemaakt in de diensten van intellectuele aard (conceptie, advies,...) en de andere diensten (bijvoorbeeld activiteiten zoals een kapperszaak, een schoonheidssalon, banken,..); Dat er vanuit stedenbouwkundig oogpunt geen verwarring mag ontstaan tussen beide soorten diensten waarbij de tweede niet mag worden uitgeoefend in lokalen van hetzelfde type als de dienstenactiviteiten van intellectuele aard; Dat het onderscheid tussen de intellectuele diensten, die vallen onder het begrip kantoren, en de andere diensten aangepast blijkt aan de economische realiteit; Overwegende dat het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan de medische of paramedische beroepen uitsluit uit het begrip kantoor; Overwegende dat uit het onderzoek van de bestaande feitelijke toestand, is gebleken dat de lokalen waarin een medisch of paramedisch beroep wordt uitgeoefend niet vergelijkbaar zijn met de lokalen voor beheer- of administratiewerkzaamheden van de bedrijven, openbare diensten, zelfstandigen of handelaars noch met de lokalen voor activiteiten van de bedrijven die intellectuele diensten verlenen; Dat de uitoefening van die beroepen veronderstelt dat deze nabij de bewoning gebeurt opdat de geneeskundige diensten gemakkelijk bereikbaar zouden zijn voor de bevolking; Dat voor de ligging ervan in de stad derhalve niet dezelfde planning moet worden gehanteerd als voor de kantoren; Overwegende dat het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan in de definitie van `handelszaak' de bijbehorende kantoren en bijhorende lokalen opneemt; Overwegende dat, rekening houdend met het feit dat een commerciële vestiging een geheel vormt, het noodzakelijk bleek om in plaats van een strikte aanpak een globale aanpak te hanteren voor de kantoren of andere lokalen die horen bij de handelszaken; Dat er vanuit stedenbouwkundig oogpunt geen onderscheid moet worden gemaakt tussen het gedeelte van de handelszaak dat voor het publiek toegankelijk is en de lokalen die er de aanvulling van zijn (kantoor voor de boekhouding, lokaal voor het personeel,...); Overwegende daarenboven dat het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan de begrippen werkplaats, nijverheidsbedrijf, ambachtelijk bedrijf vervangt door het begrip « productie-activiteit », dat zowel de ambachtelijke, nijverheids- en hoogtechnologische activiteiten omvat als de activiteiten van materiële dienstverlening; Dat immers gebleken is dat al deze activiteiten ten aanzien van de ruimtelijke ordening tot één enkel concept kunnen worden teruggebracht, namelijk dat van de productie-activiteiten, te onderscheiden van de activiteiten die normaliter in de kantoren worden uitgeoefend; Dat het concept van productie-activiteit eveneens het beheer of de administratie van deze activiteiten, het opslaan en de bijbehorende handelszaken omvat en dit ook weer omdat er vanuit stedenbouwkundig oogpunt geen opsplitsing moet worden gemaakt van wat feitelijk economisch gezien een geheel vormt; Overwegende dat, overeenkomstig artikel 28 van de ordonnantie van 29 augustus 1991 houdende organisatie van de planning en de stedenbouw, de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie regelmatig op de hoogte werd gehouden van de stand van zaken van de studies aangaande het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; Gelet op beraadslaging van de Ministerraad van 20 mei 1998 over het verzoek om advies binnen een maand; Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 22 juni 1998, overeenkomstig artikel 84, eerste lid, 1° van de gecoördineerde wetten van de Raad van State; Gelet op de hoogdringendheid ingegeven door de noodzaak om het gewestplan van 28 november 1979 te vervangen door een gewestelijk bestemmingsplan aangepast aan de economische en sociale ontwikkeling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en door de schorsing van de verordenende bepalingen van het gewestelijk ontwikkelingsplan krachtens artikel 203 § 3 van de ordonnantie van 29 augustus 1991 houdende organisatie van de planning en de stedenbouw; Op voordracht van de Minister van Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw, Besluit : Artikel 1.Het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan wordt vastgesteld. Het bestaat uit de volgende stukken : 1) de bundel van de geschreven steden-bouwkundige voorschriften met inbegrip van de verklarende woordenlijst;2) de kaart van de bestaande feitelijke toestand;3) de kaart van de bestaande rechtstoestand;4) de kaart van de bodembestemmingen;5) de kaart van de wegen;6) de kaart van het openbaar vervoer;7) de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten;8) de kaart van de bestaande feitelijke toestand van de kantoren. Art. 2.De in artikel 28, tweede lid van de ordonnantie van 29 augustus 1991 houdende organisatie van de planning en de stedenbouw bedoelde lijst van gewestelijke besturen en instellingen van openbaar nut is gevoegd bij het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan. Art. 3.De volgende geschreven stedenbouwkundige voorschriften van het bestemmingsplan van het gewestplan van de Brusselse agglomeratie, vastgelegd bij koninklijk besluit van 28 november 1979, worden opgeheven omdat ze niet in overeenstemming zijn met het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan : 1. VOOR ALLE GEBIEDEN WAAROP DE VOORSCHRIFTEN VAN HET ONTWERP VAN GEWESTELIJK BESTEMMINGSPLAN VAN TOEPASSING ZIJN : 1) alle voorschriften van het gewestplan inzoverre : 1° ze geen wijziging van bestemming mogelijk maken van een gebouw dat gedeeltelijk of volledig op de bewaarlijst is ingeschreven of beschermd is onder de voorwaarden vastgesteld door voorschrift A.0.6. van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 2° ze geen handelskernen van gewestelijk belang hebben vastgesteld die voorrang van bestemming verlenen aan de handelszaken op het gelijkvloers van de gebouwen onder de voorwaarden vastgesteld door voorschrift A.0.7. van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 3° zij verbouwingswerken toelaten aan bestaande handelszaken niettegenstaande de voorwaarden van voorschrift A.0.9. van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 4° zij verbouwingswerken toelaten aan bestaande hotelinrichtingen niettegenstaande de voorwaarden van voorschrift A.0.10 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 5° zij de volledige wijziging van het gebruik of van de bestemming van een woning toelaten evenals de volledige afbraak van een woning niettegenstaande de voorwaarden van voorschrift A.0.12. van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 6° zij infrastructuurwerken toelaten buiten de voorwaarde van voorschrift A.0.13 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 2) voorschrift A.0. Algemene voorschriften, § 2.b, dat speciale regelen van openbaarmaking oplegt voor alle handelingen en werken in de groene ruimten, niettegenstaande de gevallen van eensluidendheid bedoeld in voorschrift A.0.2. van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 3) voorschrift A.0. Algemene voorschriften, § 2.c dat werken toelaat die bronnen, beken en waterplassen kunnen aantasten, niettegenstaande de verbodsbepalingen van voorschrift A.0.3. van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 4) voorschrift A.0. Algemene voorschriften, § 4, dat verwijst naar artikel 21 § 1 van het K.B. van 28 december 1972 en verbouwingswerken toelaat aan bestaande gebouwen (waarvan de bestemming niet overeenkomt met de voorschriften van het plan) niettegenstaande de voorwaarden vastgesteld door voorschrift A.0.8 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 5) voorschrift A.0. Algemene voorschriften, § 4, dat verwijst naar artikel 22 van het K.B. van 28 december 1972 en een verlenging toelaat van de termijn die is vastgesteld in het 1ste lid niettegenstaande de uitzondering bedoeld in voorschrift A.0.11 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 6) de voorschriften van het Gewestplan A.1.0.1 De typische woongebieden, § 3.d en A.1.0.2. De gemengde woon- en bedrijfsgebieden, § 3.c die kantooroppervlakten toelaten in het huizenblok of het gedeelte van het huizenblok onder voorwaarden die verschillen van deze vastgesteld door voorschrift A.0.14 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 7) voorschrift A.0. Algemene voorschriften, § 6, dat voor de handelingen en werken die vrijgesteld zijn van het advies van de gemachtigde ambtenaar een vrijstelling voorziet van de speciale regelen van openbaarmaking volgens een verordening die verschilt van deze die vastgesteld werd door voorschrift A.0.15 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 2. VOOR DE WOONGEBIEDEN MET RESIDENTIEEL KARAKTER VAN HET ONTWERP VAN GEWESTELIJK BESTEMMINGSPLAN 1) het voorschrift 1.0.1. de typische woongebieden, § 2.1 : - inzoverre het : - een oppervlakte voor school-, culturele, sport- en sociale voorzieningen van 1.000 m2 per onroerend goed toelaat; - een kantooroppervlakte van 200 m2 per onroerend goed toelaat zonder deze te beperken tot 45 % van de vloeroppervlakte van de woning indien dit kantoor gevestigd is in een bestaande woning; - de bestemming als handelszaak op de bovenverdiepingen van gebouwen toelaat zonder voorwaarden noch speciale regelen van openbaarmaking bedoeld in voorschrift B.1.3. van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - inzoverre het : - geen bestemming toelaat voor uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten noch als productie-activiteiten tot 300 m2; - geen bestemming toelaat voor hotelinrichtingen met een capaciteit van niet meer dan 20 kamers; - geen handelszaak toelaat van 200 m2 die toegevoegd kan worden aan alle andere bestemmingen; - voor zover het de oppervlakte van een handelszaak niet beperkt tot 200 m2 per project maar enkel per onroerend goed; 2) voorschrift 1.0.1. de typische woongebieden § 2.1 voor zover het niet bepaalt : - dat de vloeroppervlakte voor kantoren in het huizenblok of een gedeelte van het huizenblok, beperkt wordt tot het aantal m2 aangeduid op de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten en dat mits de inwerkingtreding van een bijzonder bestemmingsplan, deze toelaatbare kantoorvloeroppervlakten gewijzigd kunnen worden onder de volgende voorwaarden : - het totaal van de vloeroppervlakte voor kantoren, dat door de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten toegelaten is voor het geheel van de huizenblokken in een woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, wordt niet overschreden; - de beperkingen van de vloeroppervlakten voor kantoren uit de bijzondere voorschriften van het bestemmingsgebied van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan worden nageleefd; - dat er met het oog op de naleving van de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten geen rekening wordt gehouden met kantooroppervlakten van minder dan 75 m2 of van meer dan 75 m2 en minder dan of gelijk aan 200 m2 voor zover deze vloeroppervlakte beperkt is tot 45 % van de vloeroppervlakte van de bestaande woning; 3) voorschrift 1.0.1. De typische woongebieden, § 2.2 voor zover het de vergroting toelaat van deze oppervlakten mits behoorlijk gerechtvaardigde redenen en speciale regelen van openbaarmaking; 4) voorschrift 1.0.1 De typische woongebieden § 3
- c)inzoverre het de aantasting van de binnenterreinen van huizenblokken toelaat mits speciale regelen van openbaarmaking voor andere bestemmingen dan de huisvesting; 5) voorschrift 1.0.1. De typische woongebieden, § 3
- b)voor zover pas na advies van de bevoegde overlegcommissie tot de onverenigbaarheid van de aard van de activiteiten wordt besloten; 6) voorschrift 1.0.1. De typische woongebieden, § 3 voor zover het geen continuïteit van het wonen voorziet; 7) voorschrift 1.0.1. De typische woongebieden, § 3
- d)voor zover het bij gebrek aan een gemeentelijk plan van aanleg toelaat dat de verhouding tussen de voor kantoren bestemde vloeroppervlakte en de oppervlakte van het huizenblok 0,1 mag bedragen in het huizenblok of het gedeelte van het huizenblok binnen dat gebied en voor zover het toelaat deze drempel van 0,1 wordt overschreden mits een gemeentelijk plan van aanleg; 8) voorschrift 1.0.2. De gemengde woon- en bedrijfsgebieden, § 1
- b)voor zover het handelszaken en werkplaatsen als hoofdbestemming toelaat zonder beperking van oppervlakte; 9) voorschrift 1.0.2. De gemengde woon- en bedrijfsgebieden, § 2.1 : - voor zover het : - een oppervlakte voor school-, culturele, sport- en sociale voorzieningen van 1.000 m2 per onroerend goed toelaat; - een kantooroppervlakte van 200 m2 toelaat zonder deze te beperken tot 45 % van de vloeroppervlakte van de woning indien dit kantoor gevestigd is in een bestaande woning, evenals de vergroting van deze oppervlakte tot 300 m2 voor kantoren die horen bij handelszaken of werkplaatsen; - voor zover het : - geen bestemming toelaat als productie-activiteit, met uitzondering van de werkplaatsen, tot 300 m2 noch als uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten tot 300 m2 zonder speciale regelen van openbaarmaking; - geen bestemming toelaat als hotelinrichting met een capaciteit van niet meer dan 20 kamers; - voor zover het de oppervlakte voor handelszaken niet beperkt tot 200 m2 per project en per onroerend goed; 10) voorschrift 1.0.2. De gemengde woon- en bedrijfsgebieden, § 2.1 voor zover het niet bepaalt : - dat de vloeroppervlakte voor kantoren beperkt wordt, in het huizenblok of het gedeelte van het huizenblok, tot het aantal m2 aangeduid op de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten en dat mits de inwerkingtreding van een bijzonder bestemmingsplan, deze toelaatbare vloeroppervlakten voor kantoren kunnen gewijzigd worden onder de volgende voorwaarden : - het totaal van de vloeroppervlakten voor kantoren toegelaten door de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten voor alle huizenblokken die bestemd zijn tot woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan wordt niet overschreden - de beperkingen van de vloeroppervlakten voor kantoren uit de bijzondere voorschriften van het bestemmingsgebied van het gewestelijk bestemmingsplan worden nageleefd, - dat er voor de naleving van de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten geen rekening wordt gehouden met kantooroppervlakten van minder dan 75 m2 of van meer dan 75 m2 en minder dan of gelijk aan 200 m2 voor zover deze kantoren horen bij de woning en dat de vloeroppervlakte beperkt is tot 45 % van de totale oppervlakte; 11) voorschrift 1.0.2. De gemengde woon- en bedrijfsgebieden, § 2.2 voor zover het de vergroting van deze oppervlakten toelaat mits behoorlijk gerechtvaardigde redenen en speciale regelen van openbaarmaking; 12) voorschrift 1.0.2. De gemengde woon- en bedrijfsgebieden, § 3 voor zover het de aantasting van de binnenterreinen van de huizenblokken voor alle bestemmingen van het gebied toelaat; 13) voorschrift 1.0.2. De gemengde woon- en bedrijfsgebieden, § 3
- b)voor zover pas na advies van de bevoegde overlegcommissie tot de onverenigbaarheid van de aard van de activiteiten wordt besloten; 14) voorschrift 1.0.2. De gemengde woon- en bedrijfsgebieden, § 3
- c)voor zover het bij gebrek aan een gemeentelijk plan van aanleg verbiedt : - dat de verhouding tussen de vloeroppervlakte bestemd voor huisvesting en de terreinoppervlakte kleiner is dan 0,5 in het huizenblok of het gedeelte van het huizenblok binnen dat gebied; - dat de verhouding tussen de vloeroppervlakte bestemd voor kantoren en de terreinoppervlakte groter is dan 0,2 in het huizenblok of het gedeelte van het huizenblok binnen dat gebied en voor zover het een afwijking ervan toelaat mits een gemeentelijk plan van aanleg; 15) voorschrift B.16. Gebied 3. (Ukkel) voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden gesteld door voorschrift B.1 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 16) voorschrift B.18. Gebied 1. (Sint-Lambrechts-Woluwe) voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden gesteld door voorschrift B.1 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 17) voorschrift B.19. Gebied 1. (Sint-Pieters-Woluwe) voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden gesteld door voorschrift B.1 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 3. VOOR DE TYPISCHE WOONGEBIEDEN VAN HET ONTWERP VAN GEWESTELIJK BESTEMMINGSPLAN : 1) voorschrift 1.0.1 De typische woongebieden § 2.1 voor zover het : - een kantooroppervlakte van 200 m2 per onroerend goed toelaat zonder deze te beperken tot 45 % van de vloeroppervlakte van de woning indien dit kantoor gevestigd is in een bestaande woning, - de bestemming als handelszaak op de bovenverdiepingen van gebouwen toelaat zonder voorwaarden noch speciale regelen van openbaarmaking bedoeld in voorschrift B.2.3. van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - voor zover het : - geen bestemming voor uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten en als productie-activiteit tot een oppervlakte van 300 m2 toelaat; - geen handelsoppervlakte van 200 m2 toelaat die kan toegevoegd worden aan alle andere bestemmingen; - geen bestemming als hotelinrichting met een capaciteit van niet meer dan 50 kamers toelaat; - voor zover het de oppervlakte van handelszaken van 200 m2 niet beperkt per project maar enkel per onroerend goed; 2) voorschrift 1.0.1 De typische woongebieden § 2.1 voor zover het niet bepaalt : - dat de vloeroppervlakte voor kantoren beperkt wordt in het huizenblok of het gedeelte van het huizenblok tot het aantal m2 dat aangeduid staat op kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten en dat mits de inwerkingtreding van een bijzonder bestemmingsplan deze toelaatbare kantooroppervlakten kunnen gewijzigd worden onder de volgende voorwaarden : - het totaal van de vloeroppervlakten voor kantoren toegelaten door de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten voor alle huizenblokken bestemd tot woongebied van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan wordt niet overschreden; - de beperkingen van de vloeroppervlakten voor kantoren uit de bijzondere voorschriften van het bestemmingsgebied van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan worden nageleefd; - dat er voor de naleving van de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten geen rekening wordt gehouden met kantooroppervlakten van minder dan 75 m2 of van meer dan 75 m2 en van minder dan of gelijk aan 200 m2 voor zover deze vloeroppervlakte voor kantoren beperkt is tot 45 % van de vloeroppervlakte van de bestaande woning; 3) voorschrift 1.0.1 De typische woongebieden § 2.2 voor zover het de vergroting van deze oppervlakten toelaat zonder beperking, mits behoorlijk gerechtvaardigde redenen en speciale regelen van openbaarmaking en dat het in het bijzonder voor de oppervlakten voor productie-activiteiten, kantoren en handelszaken een vergroting van boven de 500 m2 toelaat; 4) voorschrift 1.0.1 De typische woongebieden § 3
- c)voor zover het : - een aantasting van de binnenterreinen van de huizenblokken toelaat mits speciale regelen van openbaarmaking voor alle bestemmingen; - geen voorwaarden stelt voor deze aantasting door een opwaardering van de groen- of minerale kwaliteit van de binnenterreinen van huizenblokken; - niet verduidelijkt dat de speciale regelen van openbaarmaking enkel van toepassing zijn voorbij een diepte van 20 m vanaf de bouwlijn wat betreft de op te waarderen binnenterreinen van de huizenblokken; - niet verduidelijkt dat met uitzondering van de handelingen en werken betreffende de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten en betreffende de uitrustingen voor de versiering van tuinen, de handelingen en werken die de te behouden binnenterreinen van de huizenblokken aantasten de omvang van het groen dienen te vrijwaren voorbij een diepte van 20 m vanaf de bouwlijn, en dat wanneer het huizenblok in open bebouwing is enkel de handelingen en werken betreffende de bestemming tot huisvesting toegelaten zijn op het binnenterrein van het huizenblok; 5) voorschrift 1.0.1 De typische woongebieden § 3
- b)voor zover pas na advies van de bevoegde overlegcommissie tot de onverenigbaarheid van de aard van de activiteiten wordt besloten; 6) voorschrift 1.0.1 De typische woongebieden § 3 voor zover het geen continuïteit van het wonen voorziet; 7) voorschrift 1.0.1 De typische woongebieden § 3
- d)voor zover het bij gebrek aan een gemeentelijk plan van aanleg toelaat dat de verhouding tussen de vloeroppervlakte bestemd voor kantoren en de oppervlakte van het huizenblok 0,1 is in het huizenblok of het gedeelte van het huizenblok binnen dat gebied en dat het toelaat deze drempel van 0,1 te overschrijden mits een gemeentelijk plan van aanleg; 8) voorschrift 1.0.2. De gemengde woon- en bedrijfsgebieden, § 1b) voor zover het handelszaken en werkplaatsen als hoofdbestemming toelaat zonder beperking van oppervlakte; 9) voorschrift 1.0.2. De gemengde woon- en bedrijfsgebieden, § 2.1 voor zover het een kantooroppervlakte van 200 m2 per onroerend goed toelaat zonder deze te beperken tot 45 % van de vloeroppervlakte van de woning indien dit kantoor gevestigd is in een bestaande woning, evenals de vergroting van deze oppervlakte tot 300 m2 voor de kantoren die behoren bij handelszaken of werkplaatsen; - voor zover : - het geen bestemming toelaat als uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten noch als productie-activiteiten waarvan het totaal van deze functies niet meer dan 300 m2 per onroerend goed bedraagt; - het geen bestemming toelaat voor hotelinrichtingen met een capaciteit van niet meer dan 50 kamers; - voor zover het de oppervlakte voor handelszaken niet beperkt tot 200 m2 per project en per onroerend goed 10) voorschrift 1.0.2. De gemengde woon- en bedrijfsgebieden, § 2.1 voor zover het niet bepaalt : - dat de vloeroppervlakte voor kantoren beperkt wordt, in het huizenblok of het gedeelte van het huizenblok, tot het aantal m2 aangeduid op de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten en dat mits de inwerkingtreding van een bijzonder bestemmingsplan deze toelaatbare kantoorvloeroppervlakten kunnen gewijzigd worden onder de volgende voorwaarden : - het totaal van de vloeroppervlakten voor kantoren toegelaten door de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten voor alle huizenblokken bestemd tot woongebied van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan wordt niet overschreden; - de beperkingen van de vloeroppervlakten voor kantoren uit de bijzondere voorschriften van het bestemmingsgebied van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan worden nageleefd; - dat voor de naleving van de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten er geen rekening wordt gehouden met de kantooroppervlakten van minder dan 75 m2 of meer dan 75 m2 en minder dan of gelijk aan 200 m2 voor zover deze vloeroppervlakte beperkt is tot 45 % van de vloeroppervlakte van de bestaande woning; 11) voorschrift 1.0.2. De gemengde woon- en bedrijfsgebieden, § 2.2 voor zover het de vergroting van deze oppervlakten toelaat zonder beperking, mits behoorlijk gerechtvaardigde redenen en speciale regelen van openbaarmaking en dat in het bijzonder voor de oppervlakten voor productie-activiteiten, kantoren en handelszaken het een vergroting toelaat boven de 500 m2; 12) voorschrift 1.0.2. De gemengde woon- en bedrijfsgebieden, § 3 voor zover het : - een aantasting van de binnenterreinen van de huizenblokken toelaat mits speciale regelen van openbaarmaking voor alle bestemmingen; - geen voorwaarden stelt voor deze aantasting door een opwaardering van de groen- of minerale kwaliteit van de binnenterreinen van huizenblokken; - niet verduidelijkt dat de speciale regelen van openbaarmaking enkel van toepassing zijn voorbij een diepte van 20 m vanaf de bouwlijn wat betreft de op te waarderen binnenterreinen van de huizenblokken; - niet verduidelijkt dat met uitzondering van de handelingen en werken betreffende de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten en betreffende de uitrustingen voor de versiering van tuinen, de handelingen en werken die de te behouden binnenterreinen van de huizenblokken aantasten de groene ruimte dienen te vrijwaren voorbij een diepte van 20 m vanaf de bouwlijn, en dat wanneer het huizenblok in open bebouwing is enkel de handelingen en werken betreffende de bestemming tot huisvesting toegelaten zijn op het binnenterrein van het huizenblok; 13) voorschrift 1.0.2. De gemengde woon- en bedrijfsgebieden, § 3
- b)voor zover pas na advies van de bevoegde overlegcommissie tot de onverenigbaarheid van de aard van de activiteiten wordt besloten; 14) voorschrift 1.0.2. De gemengde woon- en bedrijfsgebieden, § 3
- c)voor zover het algemene beperkingen vermeldt bij gebrek aan een gemeentelijk plan van aanleg, namelijk. : - dat de verhouding tussen vloeroppervlakte voor huisvesting en de terreinoppervlakte niet kleiner mag zijn 0,5 in het huizenblok of het gedeelte van het huizenblok binnen het gebied; - dat de verhouding tussen de vloeroppervlakte voor kantoren en de terreinoppervlakte niet groter mag zijn dan 0,2 in het blok of het gedeelte van het huizenblok binnen het gebied en voor zover het toelaat dat hiervan kan afgeweken worden mits een gemeentelijk plan van aanleg; 15) voorschrift 1.0.3. De administratiegebieden § 1 voor zover een hoofdbestemming als kantoor toelaat, dat de bestemming voor uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten, handelsondernemingen en werkplaatsen enkel afhangt van de verenigbaarheid met de hoofdbestemming zonder beperking inzake oppervlakte noch speciale regelen van openbaarmaking voor zover het de bestemming als hotelinrichting met minder dan 50 kamers niet toelaat; 16) voorschrift 1.0.3. De administratiegebieden § 1 voor zover het niet bepaalt : - dat de vloeroppervlakte voor kantoren beperkt wordt, in het huizenblok of het gedeelte van het huizenblok, tot het aantal m2 aangeduid op de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten en dat mits de inwerkingtreding van een bijzonder bestemmingsplan deze toelaatbare vloeroppervlakten voor kantoren gewijzigd kunnen worden onder de volgende voorwaarden : - het totaal van de vloeroppervlakten voor kantoren die door de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten zijn toegelaten voor het geheel van de huizenblokken bestemd tot woongebied van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan wordt niet overschreden; - de beperkingen van de vloeroppervlakten voor kantoren uit de bijzondere voorschriften van het bestemmingsgebied van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan worden nageleefd; - dat voor de naleving van de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten er geen rekening wordt gehouden met kantooroppervlakten van minder dan 75 m2 of van meer dan 75 m2 en van minder dan of gelijk aan 200 m2 voor zover deze vloeroppervlakte beperkt is tot 45 % van de vloeroppervlakte van de bestaande woning; 17) het voorschrift 1.0.3. De administratiegebieden § 2
- b)voor zover het : - een aantasting toelaat van de binnenterreinen van huizenblokken mits speciale regelen van openbaarmaking voor alle bestemmingen; - geen voorwaarden stelt voor deze aantasting door een opwaardering van de groen- of minerale kwaliteit van de binnenterreinen van huizenblokken; - niet verduidelijkt dat de speciale regelen van openbaarmaking enkel van toepassing zijn voorbij een diepte van 20 m vanaf de bouwlijn wat betreft de op te waarderen binnenterreinen van de huizenblokken; - niet verduidelijkt dat met uitzondering van de handelingen en werken betreffende de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten en betreffende de uitrustingen voor de versiering van tuinen, de handelingen en werken die de te behouden binnenterreinen van de huizenblokken aantasten de groene ruimte dienen te vrijwaren voorbij een diepte van 20 m vanaf de bouwlijn, en dat wanneer het huizenblok in open bebouwing is enkel de handelingen en werken betreffende de bestemming tot huisvesting toegelaten zijn op het binnenterrein van het huizenblok; 18) voorschrift 1.0.3. De administratiegebieden § 2 voor zover het geen continuïteit van het wonen voorziet; 19) voorschrift 1.0.4. De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter § 1 voor zover het als hoofdbestemming de nijverheids-, ambachtelijke en handelsondernemingen toelaat en voor zover het niet alle activiteiten toelaat vervat in de definitie van productie-activiteiten, tot 300 m2 per onroerend goed; - voor zover het de bestemming als hotelinrichting met minder dan 50 kamers niet toelaat; 20) voorschrift 1.0.4. De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter § 2.1
- a)voor zover het ook toelaat dat deze gebieden worden bestemd voor opslagplaatsen van de bedrijven die in het gebied gevestigd zijn en dat andere opslagplaatsen worden onderworpen aan speciale regelen van openbaarmaking; 21) voorschrift 1.0.4. De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter § 2.1
- b)voor zover het ook toelaat dat deze gebieden worden bestemd voor kantoren waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan 200 m2 per onroerend goed of die horen bij een bedrijf gevestigd in het gebied zonder te verduidelijken dat de kantooroppervlakte van 200 m2 beperkt is tot 45 % van de vloeroppervlakte van de woning indien dit kantoor gevestigd is in een bestaande woning; 22) voorschrift 1.0.4. De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter § 2.1
- c)voor zover het geen uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten tot 300 m2 toelaat en deze oppervlakte niet verhoogt tot 1.000 m2 voor de school, culturele, sport- en sociale en gezondheidsvoorzieningen; 23) voorschrift 1.0.4. De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter § 2.1.
- d)voor zover het enkel de bestemming als woning als bijbehorend toelaat en mits speciale regelen van openbaarmaking; 24) voorschrift 1.0.4. De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter voor zover het niet bepaalt : - dat de vloeroppervlakte van kantoren beperkt wordt, in het huizenblok of het gedeelte van het huizenblok, tot het aantal m2 dat aangeduid staat op de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten en dat mits de inwerkingtreding van een bijzonder bestemmingsplan deze toelaatbare kantooroppervlakten kunnen gewijzigd worden onder de volgende voorwaarden : - het totaal van de vloeroppervlakten voor kantoren die door de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten zijn toegelaten voor het geheel van de huizenblokken bestemd tot woongebied van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan wordt niet overschreden; - de beperkingen van de vloeroppervlakten voor kantoren uit de bijzondere voorschriften van het bestemmingsgebied van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan worden nageleefd; - dat er voor de naleving van de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten geen rekening wordt gehouden met kantooroppervlakten van minder dan 75 m2 of van meer dan 75 m2 en van minder dan of gelijk aan 200 m2 voor zover deze vloeroppervlakte beperkt is tot 45 % van de vloeroppervlakte van de bestaande woning; 25) voorschrift 1.0.4. De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter § 2.2 voor zover het de vergroting van de kantooroppervlakten toelaat bedoeld in punt
- b)van het voorschrift 1.0.4. § 2.1 van het Gewestplan tot meer dan 500 m2 en voor zover het niet de vergroting toelaat van de oppervlakten voor productie-activiteiten, kantoren en handelszaken onder de voorwaarden bedoeld in voorschrift B2.2 3e lid van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 26) voorschrift 1.0.4. De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter § 3
- a)voor zover pas na advies van de bevoegde overlegcommissie tot de onverenigbaarheid van de aard van de activiteiten wordt besloten; 27) voorschrift 1.0.4. De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter § 3
- b)voor zover het bedrijven toelaat in niet-afgesloten gebouwen mits speciale regelen van openbaarmaking; 28) voorschrift 1.0.4. De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter § 3
- c)voor zover het verplicht dat het stedenbouwkundig karakter van de bouwwerken en inrichtingen moeten passen in het stedelijk kader en verenigbaar moeten zijn met de buurtomgeving; 29) voorschrift 1.0.4. De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter § 3 voor zover het : - een aantasting toelaat van de binnenterreinen van huizenblokken mits speciale regelen van openbaarmaking voor alle bestemmingen; - geen voorwaarden stelt voor deze aantasting door een opwaardering van de groen- of minerale kwaliteit van de binnenterreinen van huizenblokken; - niet verduidelijkt dat de speciale regelen van openbaarmaking enkel van toepassing zijn voorbij een diepte van 20 m vanaf de bouwlijn wat betreft de op te waarderen binnenterreinen van de huizenblokken; - niet verduidelijkt dat met uitzondering van de handelingen en werken betreffende de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten en betreffende de uitrustingen voor de versiering van tuinen, de handelingen en werken die de te behouden binnenterreinen van de huizenblokken aantasten de groene ruimte dienen te vrijwaren voorbij een diepte van 20 m vanaf de bouwlijn, en dat wanneer het huizenblok in open bebouwing is enkel de handelingen en werken betreffende de bestemming tot huisvesting toegelaten zijn op het binnenterrein van het huizenblok; 30) het voorschrift 6.2 De gebieden voor uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten § 1 voor zover het alleen uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten toelaat als hoofdbestemming, dat het zonder beperking inzake oppervlakte per onroerend goed iedere andere bestemming toelaat mits behoorlijk gerechtvaardigde redenen; 31) voorschrift 6.2 De gebieden voor uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten § 1 voor zover het niet bepaalt : - dat de vloeroppervlakte voor kantoren beperkt wordt, in het huizenblok of het gedeelte van het huizenblok, tot het aantal m2 aangeduid op de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten en dat mits de inwerkingtreding van een bijzonder bestemmingsplan deze toelaatbare vloeroppervlakten voor kantoren gewijzigd kunnen worden onder de volgende voorwaarden : - het totaal van de vloeroppervlakten voor kantoren die door de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten zijn toegelaten voor het geheel van de huizenblokken bestemd tot woongebied van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan wordt niet overschreden; - de beperkingen van de vloeroppervlakten voor kantoren uit de bijzondere voorschriften van het bestemmingsgebied van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan worden nageleefd; - dat er voor de naleving van de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten geen rekening wordt gehouden met kantooroppervlakten van minder dan 75 m2 of van meer dan 75 m2 en van minder dan of gelijk aan 200 m2 voor zover deze vloeroppervlakte beperkt is tot 45 % van de vloeroppervlakte van de bestaande woning; 32) voorschrift 6.2 De gebieden voor uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten § 2
- b)voor zover het : - een aantasting toelaat van de binnenterreinen van huizenblokken mits speciale regelen van openbaarmaking voor alle bestemmingen; geen voorwaarden stelt voor deze aantasting door een opwaardering van de groen- of minerale kwaliteit van de binnenterreinen van huizenblokken; - niet verduidelijkt dat de speciale regelen van openbaarmaking enkel van toepassing zijn voorbij een diepte van 20 m vanaf de bouwlijn wat betreft de op te waarderen binnenterreinen van de huizenblokken; - niet verduidelijkt dat met uitzondering van de handelingen en werken betreffende de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten en betreffende de uitrustingen voor de versiering van tuinen, de handelingen en werken die de te behouden binnenterreinen van de huizenblokken aantasten de groene ruimte dienen te vrijwaren voorbij een diepte van 20 m vanaf de bouwlijn, en dat wanneer het huizenblok in open bebouwing is enkel de handelingen en werken betreffende de bestemming tot huisvesting toegelaten zijn op het binnenterrein van het huizenblok; 33) voorschrift B.1. Gebied 1 (Anderlecht) voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden bepaald door voorschrift B.2 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 34) voorschrift B.1. Gebied 4 (Anderlecht) voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden bepaald door voorschrift B.2 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 35) voorschrift B.2. Gebied 2 (Oudergem) voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden bepaald door voorschrift B.2 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 36) voorschrift B.2. Gebied 4 (Oudergem) voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden bepaald door voorschrift B.2 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 37) voorschrift B.4. Gebied 1 (Brussel) voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden bepaald door voorschrift B.2 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 38) voorschrift B.4. Gebied 2 (Brussel) voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden bepaald door voorschrift B.2 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 39) voorschrift B.9. Gebied 1 (Elsene) voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden bepaald door voorschrift B.2 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 40) voorschrift B.12. Gebied 1 (Sint-Jans-Molenbeek) voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden bepaald door voorschrift B.2 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 41) voorschrift B.15. Gebied 1 (Schaarbeek) voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden bepaald door voorschrift B.2 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 42) voorschrift B.18. Gebied 1 (Sint-Lambrechts-Woluwe) voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden bepaald door voorschrift B.2 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 4. VOOR DE GEMENGDE GEBIEDEN VAN HET ONTWERP VAN GEWESTELIJK BESTEMMINGSPLAN 1) voorschrift 1.0.1. De typische woongebieden § 2.1 voor zover het : - de bestemming voor handelszaken toelaat op de bovenverdiepingen van de gebouwen zonder voorwaarden noch speciale regelen van openbaarmaking bedoeld in voorschrift B.3.3. van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - voor zover het : - geen bestemming toelaat als uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten tot 1.000 m2 noch kantoor en productie-activiteit tot 500 m2 zonder dat de vloeroppervlakte van deze functies 1.000 m2 per onroerend goed overschrijdt; - geen oppervlakte voor handelszaken van 200 m2 toelaat, samen alle andere bestemmingen; - geen bestemming als hotelinrichting met niet meer dan 80 kamers toelaat na speciale regelen van openbaarmaking; - voor zover het de oppervlakte voor handelszaken van 200 m2 niet per project beperkt maar enkel per onroerend goed; 2) het voorschrift 1.0.1. de woongebieden § 2.1 voor zover het niet voorziet : - dat de vloeroppervlakte voor kantoren beperkt wordt, in het huizenblok of het gedeelte van het huizenblok, tot het aantal m2 aangeduid op de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten en dat mits de inwerkingtreding van een bijzonder bestemmingsplan deze toelaatbare vloeroppervlakten voor kantoren gewijzigd kunnen worden onder de volgende voorwaarden : - het totaal van de vloeroppervlakten voor kantoren die door de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten zijn toegelaten voor het geheel van de huizenblokken bestemd tot woongebied van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan wordt niet overschreden; - de beperkingen van de vloeroppervlakten voor kantoren uit de bijzondere voorschriften van het bestemmingsgebied van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan worden nageleefd; - dat voor de naleving van de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten er geen rekening wordt gehouden met kantooroppervlakten van minder dan 75 m2 of van meer dan 75 m2 en van minder dan of gelijk aan 200 m2 voor zover deze vloeroppervlakte beperkt is tot 45 % van de vloeroppervlakte van de bestaande woning; 3) voorschrift 1.0.1. De typische woongebieden § 2. 2 voor zover het de vergroting toelaat van deze oppervlakten zonder enige beperking, mits behoorlijke gerechtvaardigde redenen en speciale regelen van openbaarmaking en het, per onroerend goed een vergroting boven de 1.500 m2 toestaat van de oppervlakte voor productie-activiteiten, boven 1.000 m2 van de kantooroppervlakte en boven de 500 m2 van de handelsoppervlakte; 4) voorschrift 1.0.1. De typische woongebieden § 3, c), voor zover het : - een aantasting toelaat van de binnenterreinen van huizenblokken mits speciale regelen van openbaarmaking voor alle bestemmingen; - geen voorwaarden stelt voor deze aantasting door een opwaardering van de groen- of minerale kwaliteit van de binnenterreinen van huizenblokken; - niet verduidelijkt dat de speciale regelen van openbaarmaking enkel van toepassing zijn voorbij een diepte van 20 m vanaf de bouwlijn wat betreft de op te waarderen binnenterreinen van de huizenblokken; - niet verduidelijkt dat met uitzondering van de handelingen en werken betreffende de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten en betreffende de uitrustingen voor de versiering van tuinen, de handelingen en werken die de te behouden binnenterreinen van de huizenblokken aantasten de groene ruimte dienen te vrijwaren voorbij een diepte van 20 m vanaf de bouwlijn, en dat wanneer het huizenblok in open bebouwing is enkel de handelingen en werken betreffende de bestemming tot huisvesting toegelaten zijn op het binnenterrein van het huizenblok; 5) voorschrift 1.0.1. De typische woongebieden § 3
- b)voor zover pas na advies van de bevoegde overlegcommissie tot de onverenigbaarheid van de aard van de actviteiten wordt besloten; 6) voorschrift 1.0.1. de woongebieden § 3 voor zover het geen continuïteit van het wonen voorziet; 7) voorschrift 1.0.1. de woongebieden § 3
- d)voor zover het bij gebrek aan een gemeentelijk plan van aanleg toelaat dat de verhouding tussen de vloeroppervlakte bestemd voor kantoren en de oppervlakte van het huizenblok 0,1 is in het huizenblok of het gedeelte van het huizenblok binnen dat gebied en dat het toelaat deze drempel van 0,1 te overschrijden mits een gemeentelijk plan van aanleg; 8) voorschrift 1.0.2. De gemengde woon- en bedrijfsgebieden, § 1
- b)voor zover het handelszaken en werkplaatsen toelaat als hoofdbestemmingen zonder beperking van oppervlakte; 9) voorschrift 1.0.2. De gemengde woon- en bedrijfsgebieden, § 2.1 voor zover het : - geen bestemming toelaat als uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten tot 1.000 m2 noch kantoren en productie-activiteiten tot 500 m2 zonder dat de vloeroppervlakte van deze functies, per onroerend goed, 1.000 m2 overschrijdt; - geen bestemming toelaat voor hotelinrichtingen met niet meer dan 80 kamers na speciale regelen van openbaarmaking; - voor zover het de oppervlakte van een handelszaak niet beperkt tot 200 m2 per project en per onroerend goed; 10) voorschrift 1.0.2. de gemengde woon- en bedrijfsgebieden § 2.1 voor zover het niet bepaalt : - dat de vloeroppervlakte voor kantoren beperkt wordt, in het huizenblok of het gedeelte van het huizenblok, tot het aantal m2 aangeduid op de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten en dat mits de inwerkingtreding van een bijzonder bestemmingsplan deze toelaatbare vloeroppervlakten voor kantoren gewijzigd kunnen worden onder de volgende voorwaarden : - het totaal van de vloeroppervlakten voor kantoren die door de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten zijn toegelaten voor het geheel van de huizenblokken bestemd tot woongebied van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan wordt niet overschreden; - de beperkingen van de vloeroppervlakten voor kantoren uit de bijzondere voorschriften van het bestemmingsgebied van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan worden nageleefd; - dat voor de naleving van de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten er geen rekening wordt gehouden met kantooroppervlakten van minder dan 75 m2 of van meer dan 75 m2 en van minder dan of gelijk aan 200 m2 voor zover deze vloeroppervlakte beperkt is tot 45 % van de vloeroppervlakte van de bestaande woning; 12) voorschrift 1.0.2. de gemengde woon- en bedrijfsgebieden § 2.2 voor zover het de vergroting toelaat van deze oppervlakten zonder enige beperking, mits behoorlijke gerechtvaardigde redenen en speciale regelen van openbaarmaking en het per onroerend goed een vergroting toestaat boven de 1.500 m2 van de oppervlakte van productie-activiteiten, boven 1.000 m2 van de kantooroppervlakte en boven de 500 m2 van de handelsoppervlakte; 13) voorschrift 1.0.2. de gemengde woon- en bedrijfsgebieden § 3 voor zover het : - een aantasting toelaat van de binnenterreinen van huizenblokken mits speciale regelen van openbaarmaking voor alle bestemmingen; - geen voorwaarden stelt voor deze aantasting door een opwaardering van de groen- of minerale kwaliteit van de binnenterreinen van huizenblokken; - niet verduidelijkt dat de speciale regelen van openbaarmaking enkel van toepassing zijn voorbij een diepte van 20 m vanaf de bouwlijn wat betreft de op te waarderen binnenterreinen van de huizenblokken; - niet verduidelijkt dat met uitzondering van de handelingen en werken betreffende de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten en betreffende de uitrustingen voor de versiering van tuinen, de handelingen en werken die de te behouden binnenterreinen van de huizenblokken aantasten de groene ruimte dienen te vrijwaren voorbij een diepte van 20 m vanaf de bouwlijn, en dat wanneer het huizenblok in open bebouwing is enkel de handelingen en werken betreffende de bestemming tot huisvesting toegelaten zijn op het binnenterrein van het huizenblok; 14) voorschrift 1.0.2. de gemengde woon- en bedrijfsgebieden § 3
- b)voor zover pas na advies van de bevoegde overlegcommissie tot de onverenigbaarheid van de aard van de activiteiten wordt besloten; 15) voorschrift 1.0.2. de gemengde woon- en bedrijfsgebieden § 3
- c): - voor zover het algemene beperkingen vermeldt bij gebrek aan een gemeentelijk plan van aanleg namelijk : - dat de verhouding tussen vloeroppervlakte voor huisvesting en de terreinoppervlakte niet kleiner mag zijn 0,5 in het huizenblok of het gedeelte van het huizenblok binnen het gebied; - dat de verhouding tussen de vloeroppervlakte voor kantoren en de terreinoppervlakte niet groter mag zijn dan 0,2 in het blok of het gedeelte van het huizenblok binnen het gebied; - en voor zover het toelaat dat hiervan kan afgeweken worden mits een gemeentelijk plan van aanleg; 16) voorschrift 1.0.4. De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter § 1 voor zover het als hoofdbestemming de nijverheids-, ambachtelijke en handelsondernemingen toelaat en voor zover het niet alle activiteiten toelaat vervat in de definitie van productie-activiteiten tot 500 m2 per onroerend goed; - voor zover het geen bestemming als hotelinrichting met niet meer dan 80 kamers toelaat; 17) voorschrift 1.0.4. De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter § 2.1
- a)voor zover het ook toelaat dat deze gebieden een bestemming krijgen als opslagplaats van de bedrijven gevestigd in het gebied en dat de andere opslagplaatsen zouden onderworpen worden aan speciale regelen van openbaarmaking; 18) voorschrift 1.0.4. De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter § 2.1
- b)voor zover het de bestemming als kantoor beperkt tot 200 m2, per onroerend goed, en enkel een oppervlakte van 500 m2 toelaat indien deze behoort bij een bedrijf gevestigd in het gebied; 19) voorschrift 1.0.4. De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter § 2.1
- c)voor zover het geen uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten tot 1.000 m2 toelaat; 20) voorschrift 1.0.4. De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter § 2.1
- d)voor zover het enkel de bestemming als huisvesting toelaat als bijbehorend en mits speciale regelen van openbaarmaking; 21) voorschrift 1.0.4. De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter voor zover het niet voorziet : - dat de vloeroppervlakte voor kantoren beperkt wordt, in het huizenblok of het gedeelte van het huizenblok, tot het aantal m2 aangeduid op de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten en dat mits de inwerkingtreding van een bijzonder bestemmingsplan deze toelaatbare vloeroppervlakten voor kantoren gewijzigd kunnen worden onder de volgende voorwaarden : - het totaal van de vloeroppervlakten voor kantoren die door de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten zijn toegelaten voor het geheel van de huizenblokken bestemd tot woongebied van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan wordt niet overschreden; - de beperkingen van de vloeroppervlakten voor kantoren uit de bijzondere voorschriften van het bestemmingsgebied van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan worden nageleefd; - dat voor de naleving van de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten er geen rekening wordt gehouden met kantooroppervlakten van minder dan 75 m2 of van meer dan 75 m2 en van minder dan of gelijk aan 200 m2 voor zover deze vloeroppervlakte beperkt is tot 45 % van de vloeroppervlakte van de bestaande woning; 22) voorschrift 1.0.4. De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter § 2.2 voor zover het de vergroting toelaat van de kantooroppervlakten bedoeld in punt
- b)van het voorschrift 1.0.4. § 2.1 van het Gewestplan tot meer dan 1.000 m2 en voor zover het geen vergroting toelaat van de oppervlakte voor productie-activiteiten, kantoren en handelszaken onder de voorwaarden bedoeld in voorschrift C 3.2.2e lid en C 3.3 3e lid van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 23) voorschrift 1.0.4. De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter § 3
- a)voor zover pas na advies van de bevoegde overlegcommissie tot de onverenigbaarheid van de aard van de activiteiten wordt besloten; 24) voorschrift 1.0.4. De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter § 3
- b)voor zover het bedrijven toelaat in niet-afgesloten gebouwen mits speciale regelen van openbaarmaking; 25) voorschrift 1.0.4. De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter § 3
- c)voor zover het stedenbouwkundig karakter van de bouwwerken en inrichtingen past in het stedelijk kader en verenigbaar is met de omgeving; 26) voorschrift 1.0.4. De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter § 3 voor zover het : - een aantasting toelaat van de binnenterreinen van huizenblokken mits speciale regelen van openbaarmaking voor alle bestemmingen; - geen voorwaarden stelt voor deze aantasting door een opwaardering van de groen- of minerale kwaliteit van de binnenterreinen van huizenblokken; - niet verduidelijkt dat de speciale regelen van openbaarmaking enkel van toepassing zijn voorbij een diepte van 20 m vanaf de bouwlijn wat betreft de op te waarderen binnenterreinen van de huizenblokken; - niet verduidelijkt dat met uitzondering van de handelingen en werken betreffende de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten en betreffende de uitrustingen voor de versiering van tuinen, de handelingen en werken die de te behouden binnenterreinen van de huizenblokken aantasten de groene ruimte dienen te vrijwaren voorbij een diepte van 20 m vanaf de bouwlijn, en dat wanneer het huizenblok in open bebouwing is enkel de handelingen en werken betreffende de bestemming tot huisvesting toegelaten zijn op het binnenterrein van het huizenblok; 27) voorschrift B.1. Gebied 1 (Anderlecht) voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden bepaald door voorschrift C.3 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 28) voorschrift B.1. Gebied 2 (Anderlecht) voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden bepaald door voorschrift C.3 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 29) voorschrift B.2. Gebied 1 (Oudergem) voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden bepaald door voorschrift C.3 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 30) voorschrift B.2. Gebied 1 (Oudergem) voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden bepaald door voorschrift C.3 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 31) voorschrift B.12. Gebied 1 (Sint-Jans-Molenbeek) voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden bepaald door voorschrift C.3 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 32) voorschrift B.12. Gebied 2 (Sint-Jans-Molenbeek) voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden bepaald door voorschrift C.3 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 33) voorschrift B.15. Gebied 2 (Schaarbeek) voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden bepaald door voorschrift C.3 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 5. VOOR DE STERK GEMENGDE GEBIEDEN VAN HET ONTWERP VAN GEWESTELIJK BESTEMMINGSPLAN 1) voorschrift 1.0.1. De typische woongebieden § 1 voor zover het als hoofdbestemming enkel huisvesting toelaat zonder de andere bestemmingen toe te laten bedoeld in voorschrift C.4.1 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 2) voorschrift 1.0.1. De typische woongebieden § 2.1 voor zover het : - de bestemming toelaat als handelszaak op de bovenverdiepingen van onroerende goederen zonder voorwaarden noch speciale regelen van openbaarmaking bedoeld in voorschrift C.4.3 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - voor zover het : - geen bestemming toelaat als uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten noch als kantoor tot 1.000 m2 en als productie-activiteit tot 1.500 m2 zonder dat de vloeroppervlakte van deze functies, afgezien van de huisvesting, per onroerend goed 1.500 m2 overschrijdt; - geen handelsoppervlakte toelaat van 200 m2 die kan worden gevoegd bij andere bestemmingen; - geen bestemming als hotelinrichting met niet meer dan 80 kamers toelaat onder de voorwaarden bedoeld in voorschrift C.4.4. van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - voor zover het de oppervlakte voor handelszaken tot 200 m2 niet per project beperkt maar enkel per onroerend goed; 3) voorschrift 1.0.1. De gemengde woon- en bedrijfsgebieden § 2.1 voor zover het niet bepaalt : - dat de vloeroppervlakte voor kantoren beperkt wordt, in het huizenblok of het gedeelte van het huizenblok, tot het aantal m2 aangeduid op de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten en dat mits de inwerkingtreding van een bijzonder bestemmingsplan deze toelaatbare vloeroppervlakten voor kantoren gewijzigd kunnen worden onder de volgende voorwaarden : - het totaal van de vloeroppervlakten voor kantoren die door de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten zijn toegelaten voor het geheel van de huizenblokken bestemd tot woongebied van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan wordt niet overschreden; - de beperkingen van de vloeroppervlakten voor kantoren uit de bijzondere voorschriften van het bestemmingsgebied van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan worden nageleefd; - dat voor de naleving van de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten er geen rekening wordt gehouden met kantooroppervlakten van minder dan 75 m2 of van meer dan 75 m2 en van minder dan of gelijk aan 200 m2 voor zover deze vloeroppervlakte beperkt is tot 45 % van de vloeroppervlakte van de bestaande woning; - de mogelijkheid tot uitvoering van een gemengd project onder de voorwaarden voorzien door voorschrift C.4.2 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 4) voorschrift 1.0.1. De gemengde woon- en bedrijfsgebieden § 2.2 voor zover het de vergroting van deze oppervlakten toelaat zonder beperking, mits gerechtvaardigde redenen en speciale regelen van openbaarmaking en dat het, per onroerend goed, een vergroting toelaat boven de 3.000 m2 van de kantooroppervlakte en boven de 500 m2 van de handelsoppervlakte; 5) voorschrift 1.0.1 De typische woongebieden § 3
- c)voor zover het : - een aantasting toelaat van de binnenterreinen van huizenblokken mits speciale regelen van openbaarmaking voor alle bestemmingen; - geen voorwaarden stelt voor deze aantasting door een opwaardering van de groen- of minerale kwaliteit van de binnenterreinen van huizenblokken; - niet verduidelijkt dat de speciale regelen van openbaarmaking enkel van toepassing zijn voorbij een diepte van 20 m vanaf de bouwlijn wat betreft de op te waarderen binnenterreinen van de huizenblokken; - niet verduidelijkt dat met uitzondering van de handelingen en werken betreffende de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten en betreffende de uitrustingen voor de versiering van tuinen, de handelingen en werken die de te behouden binnenterreinen van de huizenblokken aantasten de groene ruimte dienen te vrijwaren voorbij een diepte van 20 m vanaf de bouwlijn, en dat wanneer het huizenblok in open bebouwing is enkel de handelingen en werken betreffende de bestemming tot huisvesting toegelaten zijn op het binnenterrein van het huizenblok; 6) voorschrift 1.0.1 De typische woongebieden § 3
- b)voor zover pas na advies van de bevoegde overlegcommissie tot de onverenigbaarheid van de aard van de activiteiten wordt besloten; 7) voorschrift 1.0.1 De typische woongebieden § 3
- d)voor zover het bij gebrek aan een gemeentelijk plan van aanleg toelaat dat de verhouding tussen vloeroppervlakte voor kantoren en de oppervlakte van het huizenblok 0,1 is in het huizenblok of het gedeelte van het huizenblok binnen het gebied en het toelaat dat deze drempel van 0,1 wordt overschreden mits een gemeentelijk plan van aanleg; 8) voorschrift 1.0.2 De gemengde woon- en bedrijfsgebieden, § 1.0.2 voor zover het handelszaken en werkplaatsen toelaat als hoofdbestemming, zonder beperking van oppervlakte maar zonder de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten, de kantoren en de productie-activiteiten als hoofdbestemming toe te laten; 9) voorschrift 1.0.2 De gemengde woon- en bedrijfsgebieden, § 2.1 voor zover het : - de bestemming als handelszaak toelaat op de bovenverdiepingen zonder voorwaarden noch speciale regelen van openbaarmaking bedoeld in voorschrift C.4.3. van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - voor zover het : - geen bestemming toelaat als uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten noch als kantoor tot 1.000 m2 en als productie-activiteit tot 1.500 m2 zonder dat de vloeroppervlakte van deze functies, afgezien van de huisvesting, per onroerend goed, 1.500 m2 overschrijdt; - geen bestemming als hotelinrichting met niet meer dan 80 kamers toelaat onder de voorwaarden bedoeld in voorschrift C.4.4. van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - voor zover het de oppervlakte voor handelszaken tot 200 m2 niet per project beperkt maar enkel per onroerend goed; 10) voorschrift 1.0.2. De gemengde woon- en bedrijfsgebieden § 2.1 voor zover het niet bepaalt : - dat de vloeroppervlakte voor kantoren beperkt wordt, in het huizenblok of het gedeelte van het huizenblok, tot het aantal m2 aangeduid op de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten en dat mits de inwerkingtreding van een bijzonder bestemmingsplan deze toelaatbare vloeroppervlakten voor kantoren gewijzigd kunnen worden onder de volgende voorwaarden : - het totaal van de vloeroppervlakten voor kantoren die door de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten zijn toegelaten voor het geheel van de huizenblokken bestemd tot woongebied van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan wordt niet overschreden; - de beperkingen van de vloeroppervlakten voor kantoren uit de bijzondere voorschriften van het bestemmingsgebied van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan worden nageleefd; - dat er voor de naleving van de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten geen rekening wordt gehouden met kantooroppervlakten van minder dan 75 m2 of van meer dan 75 m2 en van minder dan of gelijk aan 200 m2 voor zover deze vloeroppervlakte beperkt is tot 45 % van de vloeroppervlakte van de bestaande woning; - de uitvoering van een gemengd project onder de voorwaarden voorzien door voorschrift C.4.2. van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 11) voorschrift 1.0.2. de gemengde woon- en bedrijfsgebieden § 2.2 voor zover het de vergroting van deze oppervlakten toelaat zonder beperking, mits gerechtvaardigde redenen en speciale regelen van openbaarmaking en dat het, per onroerend goed, een vergroting toelaat boven de 3.000 m2 van de kantooroppervlakte en een vergroting boven de 500 m2 van de handelsoppervlakte; 12) voorschrift 1.0.2. de gemengde woon- en bedrijfsgebieden, § 3c) voor zover het : - een aantasting toelaat van de binnenterreinen van huizenblokken mits speciale regelen van openbaarmaking voor alle bestemmingen; - geen voorwaarden stelt voor deze aantasting door een opwaardering van de groen- of minerale kwaliteit van de binnenterreinen van huizenblokken; - niet verduidelijkt dat de speciale regelen van openbaarmaking enkel van toepassing zijn voorbij een diepte van 20 m vanaf de bouwlijn wat betreft de op te waarderen binnenterreinen van de huizenblokken, - niet verduidelijkt dat met uitzondering van de handelingen en werken betreffende de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten en betreffende de uitrustingen voor de versiering van tuinen, de handelingen en werken die de te behouden binnenterreinen van de huizenblokken aantasten de groene ruimte dienen te vrijwaren voorbij een diepte van 20 m vanaf de bouwlijn, en dat wanneer het huizenblok in open bebouwing is enkel de handelingen en werken betreffende de bestemming tot huisvesting toegelaten zijn op het binnenterrein van het huizenblok; 13) voorschrift 1.0.2. de gemengde woon- en bedrijfsgebieden, § 3
- b)voor zover pas na advies van de bevoegde overlegcommissie tot de onverenigbaarheid van de aard van de activiteiten wordt besloten; 14) voorschrift 1.0.2. de gemengde woon- en bedrijfsgebieden, § 3
- c): - voor zover het algemene beperkingen vermeldt bij gebrek aan een gemeentelijk plan van aanleg namelijk : - dat de verhouding tussen vloeroppervlakte voor huisvesting en de terreinoppervlakte niet kleiner mag zijn 0,5 in het huizenblok of het gedeelte van het huizenblok binnen het gebied; - dat de verhouding tussen de vloeroppervlakte voor kantoren en de terreinoppervlakte niet groter mag zijn dan 0,2 in het blok of het gedeelte van het huizenblok binnen het gebied; - en voor zover het toelaat dat hiervan kan afgeweken worden mits een gemeentelijk plan van aanleg; 15) voorschrift 1.0.3. De administratiegebieden § 1 voor zover het enkel kantoren toelaat als hoofdbestemming, dat de bestemming als uitrusting van collectief belang of van openbare diensten, als handelszaak en als werkplaats enkel wordt toegelaten indien deze verenigbaar is met de hoofdbestemming, zonder beperking van oppervlakte noch speciale regelen van openbaarmaking en dat het niet de andere bestemmingen toelaat bedoeld in voorschrift C.4.1 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - voor zover het de bestemming als handelszaak toelaat op de bovenverdiepingen van de onroerende goederen zonder voorwaarden noch speciale regelen van openbaarmaking bedoeld in voorschrift C.4.3. van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - voor zover het geen bestemming als hotelinrichting met niet meer dan 80 kamers toelaat onder de voorwaarden bedoeld in voorschrift C.4.4. van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 16) voorschrift 1.0.3. de administratiegebieden § 1 voor zover het niet bepaalt : - dat de vloeroppervlakte voor kantoren beperkt wordt, in het huizenblok of het gedeelte van het huizenblok, tot het aantal m2 aangeduid op de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten en dat mits de inwerkingtreding van een bijzonder bestemmingsplan deze toelaatbare vloeroppervlakten voor kantoren gewijzigd kunnen worden onder de volgende voorwaarden : - het totaal van de vloeroppervlakten voor kantoren die door de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten zijn toegelaten voor het geheel van de huizenblokken bestemd tot woongebied van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan wordt niet overschreden; - de beperkingen van de vloeroppervlakten voor kantoren uit de bijzondere voorschriften van het bestemmingsgebied van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan worden nageleefd; - dat er voor de naleving van de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten geen rekening wordt gehouden met kantooroppervlakten van minder dan 75 m2 of van meer dan 75 m2 en van minder dan of gelijk aan 200 m2 voor zover deze vloeroppervlakte beperkt is tot 45 % van de vloeroppervlakte van de bestaande woning; - de mogelijkheid tot uitvoering van een gemengd project onder de voorwaarden voorzien door voorschrift C.4.2. van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 17) voorschrift 1.0.3. De administratiegebieden § 2
- b)voor zover het : - een aantasting toelaat van de binnenterreinen van huizenblokken mits speciale regelen van openbaarmaking voor alle bestemmingen; - geen voorwaarden stelt voor deze aantasting door een opwaardering van de groen- of minerale kwaliteit van de binnenterreinen van huizenblokken; - niet verduidelijkt dat de speciale regelen van openbaarmaking enkel van toepassing zijn voorbij een diepte van 20 m vanaf de bouwlijn wat betreft de op te waarderen binnenterreinen van de huizenblokken; - niet verduidelijkt dat met uitzondering van de handelingen en werken betreffende de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten en betreffende de uitrustingen voor de versiering van tuinen, de handelingen en werken die de te behouden binnenterreinen van de huizenblokken aantasten de groene ruimte dienen te vrijwaren voorbij een diepte van 20 m vanaf de bouwlijn, en dat wanneer het huizenblok in open bebouwing is enkel de handelingen en werken betreffende de bestemming tot huisvesting toegelaten zijn op het binnenterrein van het huizenblok; 18) voorschrift 1.0.4. De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter § 1 voor zover het als hoofdbestemming de nijverheids-, ambachtelijke- en handelszaken toelaat en voor zover het niet alle activiteiten die zijn vervat in de definitie van productie-activiteiten, toelaat tot 1.500 m2 per onroerend goed, kantoren en uitrustingen voor collectief belang of van openbare diensten tot 1.000 m2, zonder dat de vloeroppervlakte, afgezien van de huisvesting, van de functies per onroerend goed niet meer bedraagt dan 1.500 m2; - voor zover het geen bestemming als hotelinrichting met niet meer dan 80 kamers toelaat onder de voorwaarden bedoeld in voorschrift C.4.4 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 19) voorschrift 1.0.4. De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter § 2.1
- a)voor zover het ook toelaat dat deze gebieden worden bestemd als opslagplaats van de bedrijven gevestigd in het gebied en dat de andere opslagplaatsen worden onderworpen aan speciale regelen van openbaarmaking; 20) voorschrift 1.0.4. De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter § 2.1
- a)voor zover het ook toelaat dat deze gebieden worden bestemd als opslagplaats van de bedrijven gevestigd in het gebied en dat de andere opslagplaatsen worden onderworpen aan speciale regelen van openbaarmaking; 21) voorschrift 1.0.4. De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter § 2.1
- b)voor zover dat het de bestemming als kantoor beperkt tot 200 m2 per onroerend goed en slechts een oppervlakte van 500 m2 toelaat indien ze behoren bij een onderneming die in dat gebied is gevestigd; 22) voorschrift 1.0.4. De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter § 2.1
- d)voor zover het enkel de bestemming als huisvesting als bijbehorende functie toelaat en mits speciale regelen van openbaarmaking; 23) voorschrift 1.0.4. De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter voor zover het niet bepaalt : - dat de vloeroppervlakte voor kantoren beperkt wordt, in het huizenblok of het gedeelte van het huizenblok, tot het aantal m2 aangeduid op de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten en dat mits de inwerkingtreding van een bijzonder bestemmingsplan deze toelaatbare vloeroppervlakten voor kantoren gewijzigd kunnen worden onder de volgende voorwaarden : - het totaal van de vloeroppervlakten voor kantoren die door de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten zijn toegelaten voor het geheel van de huizenblokken bestemd tot woongebied van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan wordt niet overschreden; - de beperkingen van de vloeroppervlakten voor kantoren uit de bijzondere voorschriften van het bestemmingsgebied van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan worden nageleefd; - dat voor de naleving van de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten er geen rekening wordt gehouden met kantooroppervlakten van minder dan 75 m2 of van meer dan 75 m2 en van minder dan of gelijk aan 200 m2 voor zover deze vloeroppervlakte beperkt is tot 45 % van de vloeroppervlakte van de bestaande woning; - de mogelijkheid tot uitvoering van een gemengd project onder de voorwaarden bedoeld in voorschrift C.4.2 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 24) voorschrift 1.0.4. De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter § 2.2 voor zover het de vergroting boven 3.000 m2 toelaat van de kantooroppervlakten bedoeld in punt
- b)van het voorschrift 1.0.4. § 2.1 van het Gewestplan en voor zover het geen vergroting toelaat van de oppervlakten voor productie-activiteiten, kantoren en handelszaken onder de voorwaarden bedoeld in voorschrift C 3.2.2e lid en C 3.3 3e lid van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 25) voorschrift 1.0.4. De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter § 3
- a)voor zover pas na advies van de bevoegde overlegcommissie tot de onverenigbaarheid van de aard van de activiteiten wordt besloten; 26) voorschrift 1.0.4. De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter § 3
- b)voor zover het bedrijven toelaat in niet-afgesloten gebouwen mits speciale regelen van openbaarmaking; 27) voorschrift 1.0.4. De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter § 3
- c)voor zover het stedenbouwkundig karakter van de bouwwerken en inrichtingen past in het stedelijk kader en verenigbaar is met de omgeving; 28) voorschrift 1.0.4. De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter § 3 voor zover het : - een aantasting toelaat van de binnenterreinen van huizenblokken mits speciale regelen van openbaarmaking voor alle bestemmingen; - geen voorwaarden stelt voor deze aantasting door een opwaardering van de groen- of minerale kwaliteit van de binnenterreinen van huizenblokken; - niet verduidelijkt dat de speciale regelen van openbaarmaking enkel van toepassing zijn voorbij een diepte van 20 m vanaf de bouwlijn wat betreft de op te waarderen binnenterreinen van de huizenblokken; - niet verduidelijkt dat met uitzondering van de handelingen en werken betreffende de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten en betreffende de uitrustingen voor de versiering van tuinen, de handelingen en werken die de te behouden binnenterreinen van de huizenblokken aantasten de groene ruimte dienen te vrijwaren voorbij een diepte van 20 m vanaf de bouwlijn, en dat wanneer het huizenblok in open bebouwing is enkel de handelingen en werken betreffende de bestemming tot huisvesting toegelaten zijn op het binnenterrein van het huizenblok; 29) voorschrift 2.0. De industriegebieden § 1 : - voor zover het als hoofdbestemming enkel nijverheids- of ambachtelijke bedrijven toelaat zonder de bestemmingen toe te laten bedoeld in voorschrift C.4.1 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - voor zover het een aard van activiteiten oplegt die het leefmilieu niet hindert en dat het stedenbouwkundig karakter van de bouwwerken past in de goede aanleg van de plaatsen; 30) voorschrift 2.0 De industriegebieden § 2 voor zover het aan de rand van het gebied en langs de openbare wegen een bufferzone oplegt die bestaat uit beplantingen of gebouwen met stedelijk karakter; 31) voorschrift 2.0 De industriegebieden § 3 voor zover het de huisvesting enkel bij wijze van uitzondering en onder voorwaarden toelaat; 32) voorschrift 2.0 De industriegebieden § 4 voor zover het enkel complementaire dienstverlenende bedrijven toelaat op voorwaarde dat ze de gebruikelijke aanvulling op de andere nijverheidsbedrijven zijn; 33) voorschrift 2.0. De industriegebieden § 5
- a): - voor zover het de bestemming als kantoor beperkt tot 200 m2 per onroerend goed indien deze niet behoren bij een bedrijf gevestigd in het gebied; - het geen kantooroppervlakte van 1.000 m2 per onroerend goed toelaat; - het de vergroting van deze oppervlakte enkel toelaat mits behoorlijk gerechtvaardigde redenen en speciale regelen van openbaarmaking zonder evenwel de vloeroppervlakte van de kantoren te beperken tot 3.000 m2 per onroerend goed of overeenkomstig de voorwaarden bedoeld in voorschrift C.4.2. van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 34) voorschrift 2.0 De industriegebieden § 5
- b): - voor zover het de bestemming voor uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten beperkt tot 200 m2 per onroerend goed; - geen oppervlakte van 1.000 m2 per onroerend goed toelaat voor uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten; - enkel een vergroting van deze oppervlakte toelaat mits behoorlijk gerechtvaardigde redenen en speciale regelen van openbaarmaking; 35) voorschrift 2.0 De industriegebieden § 5 voor zover het : - geen vergroting toelaat van de vloeroppervlakte voor de productie-activiteiten onder de voorwaarden bedoeld in voorschrift C.4.1 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - geen handelszaken toelaat onder de voorwaarden bedoeld in voorschrift C.4.3 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - geen hotelinrichtingen toelaat onder de voorwaarden bedoeld in voorschrift C.4.4 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - voor zover het niet bepaalt : - dat de vloeroppervlakte voor kantoren beperkt wordt, in het huizenblok of het gedeelte van het huizenblok, tot het aantal m2 aangeduid op de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten en dat mits de inwerkingtreding van een bijzonder bestemmingsplan deze toelaatbare vloeroppervlakten voor kantoren gewijzigd kunnen worden onder de volgende voorwaarden : - het totaal van de vloeroppervlakten voor kantoren die door de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten zijn toegelaten voor het geheel van de huizenblokken bestemd tot woongebied van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan wordt niet overschreden; - de beperkingen van de vloeroppervlakten voor kantoren uit de bijzondere voorschriften van het bestemmingsgebied van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan worden nageleefd; - dat voor de naleving van de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten er geen rekening wordt gehouden met kantooroppervlakten van minder dan 75 m2 of van meer dan 75 m2 en van minder dan of gelijk aan 200 m2 voor zover deze vloeroppervlakte beperkt is tot 45 % van de vloeroppervlakte van de bestaande woning; - de mogelijkheid tot uitvoering van een gemengd project onder de voorwaarden bedoeld in voorschrift C.4.2 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 36) voorschrift B.1. Gebied 2 (Anderlecht) voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden bepaald door voorschrift C.4 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 37) voorschrift B.1. Gebied 4 (Anderlecht) voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden bepaald door voorschrift C.4 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 38) voorschrift B.2. Gebied 2 (Oudergem) voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden bepaald door voorschrift C.4 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 39) voorschrift B.5. Gebied 1 (Etterbeek) voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden bepaald door voorschrift C.4 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 40) voorschrift B.12. Gebied 1 (Sint-Jans-Molenbeek) voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden bepaald door voorschrift C.4 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 6. VOOR DE STEDELIJKE-INDUSTRIE GEBIEDEN VAN HET ONTWERP VAN GEWESTELIJK BESTEMMINGSPLAN 1) voorschrift A.1.0.1. § 1 De woongebieden voor zover het : - ook andere woningen toelaat dan deze voor het bewakingspersoneel bedoeld in voorschrift D.5.4. van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - niet alle bedrijven of activiteiten toelaat bedoeld in voorschrift D.5.1. van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - geen hotelinrichtingen toelaat met niet meer dan 100 kamers; 2) voorschrift A.1.0.1. § 2.1. De typische woongebieden voor zover het : - de vloeroppervlakte van de werkplaatsen beperkt tot 200 m2 per onroerend goed; - de kantoren toelaat die niet horen bij de activiteiten bedoeld in bovenvermeld voorschrift evenals de handelszaken die niet horen bij of de gebruikelijke aanvulling vormen op de activiteiten bedoeld in bovenvermeld voorschrift; - geen opslag toelaat die hoort bij de activiteiten bedoeld in bovenvermeld voorschrift evenmin als de activiteiten bedoeld in voorschrift D.5.2, 3° van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - de vloeroppervlakte van de kantoren en de handelszaken die behoren bij of de gebruikelijke aanvulling vormen beperkt tot 200 m2 per onroerend goed en de vloeroppervlakte van de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten beperkt tot 1.000 m2; - de vloeroppervlakte van de handelszaken die deel uitmaken van de twee hierboven vermelde categorieën niet beperkt tot 500 m2 of 300 m2 per onroerend goed; - de vloeroppervlakte van de bijbehorende kantoren niet beperkt tot 500 m2 en die van de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten niet tot 300 m2; 3) voorschrift A.1.0.1. § 2.2. De typische woongebieden voor zover het : - enkel een vergroting van de vloeroppervlakte van de werkplaatsen toelaat onder voorwaarden; - een vergroting van de vloeroppervlakten van kantoren en handelszaken toelaat boven 1.500 m2 per onroerend goed; 4) voorschrift A.0. Algemene voorschriften, § 4 § 2. van het K.B. van 28 december 1972 gewijzigd door het Regeerbesluit van 18 december 1997 voor zover het enkel de verbouwings- of uitbreidingswerken van bestaande gebouwen toelaat waarvan de bestemming niet overeenkomt met de voorschriften van het plan, met uitsluiting van de werken voor heropbouw bedoeld in voorschrift D.5.3 3° van het ontwerp van het gewestelijk bestemmingsplan; 5) voorschrift A.1.0.1. § 2.3.
- a)De typische woongebieden voor zover het voor het stedenbouwkundige karakter van bouwwerken en inrichtingen voorwaarden bepaalt die verschillen van deze bedoeld in voorschrift D.5.6 2° van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 6) voorschrift A.1.0.1. § 2.3.
- b)De typische woongebieden voor zover pas na advies van de bevoegde overlegcommissie tot de onverenigbaarheid van de huisvesting met de aard van de activiteiten wordt besloten; 7) voorschrift A.1.0.1. § 2.3.
- c)De typische woongebieden voor zover het speciale regelen van openbaarmaking oplegt voor handelingen en werken die het binnenterrein van het huizenblok aantasten; 8) voorschrift A.1.0.1 § 2.3.
- d)De typische woongebieden inzoverre het een verhouding bepaalt tussen de vloeroppervlakte bestemd voor kantoren en de terreinoppvlakte in het huizenblok of het gedeelte van het huizenblok in het gebied; 9) voorschrift A.1.0.2. § 1. De gemengde woon- en bedrijfsgebieden voor zover het : - andere woningen toelaat dan deze voor het bewakingspersoneel bedoeld in voorschrift D.5.4. van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - niet alle bedrijven of activiteiten toelaat bedoeld in voorschrift D.5.1. van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - de handelszaken toelaat die niet behoren bij of de gebruikelijke aanvulling vormen op de activiteiten bedoeld in bovenvermeld voorschrift; - de vloeroppervlakte van handelszaken die deel uitmaken van de twee hierboven vermelde categorieën niet beperkt tot 500 m2 of 300 m2; - geen hotelinrichtingen toelaat met niet meer dan 100 kamers; 10) voorschrift A.1.0.2. § 2.1. De gemengde woon- en bedrijfsgebieden voor zover het : - kantoren toelaat die niet horen bij de activiteiten bedoeld in bovenvermeld voorschrift; - geen opslag toelaat die hoort bij de activiteiten bedoeld in bovenvermeld voorschrift evenmin als de activiteiten bedoeld in voorschrift D. 5.2 3° van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - de vloeroppervlakte van de bijbehorende kantoren per onroerend goed beperkt tot 300 m2 en de vloeroppervlakte van de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten beperkt tot 1.000 m2; - geen vloeroppervlakte toelaat van 500 m2 per onroerend goed voor de bijbehorende kantoren en van 300 m2 voor de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten; 11) voorschrift A.1.0.2. § 2.2. De gemengde woon- en bedrijfsgebieden voor zover het een vergroting van de vloeroppervlakten van kantoren en van handelszaken boven 1.500 m2 per onroerend goed toelaat; 12) voorschrift A.0. Algemene voorschriften, § 4 § 2. van het K.B. van 28 december 1972 gewijzigd door het Regeerbesluit van 18 december 1997 voor zover het enkel de verbouwings- of uitbreidingswerken van bestaande onroerende goederen toelaat waarvan de bestemming niet overeenkomt met de voorschriften van het plan, met uitsluiting van de werken voor heropbouw bedoeld in voorschrift D.5.3 3° van het gewestelijk bestemmingsplan; 13) voorschrift A.1.0.2. § 2.3.
- a)De gemengde woon- en bedrijfsgebieden voor zover het voor de stedenbouwkundige karakter van bouwwerken en inrichtingen voorwaarden bepaalt die verschillen van deze die bepaald in voorschrift D.5.6 2° van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 14) voorschrift A.1.0.2. § 2.3.
- b)De gemengde woon- en bedrijfsgebieden voor zover pas na advies van de bevoegde overlegcommissie tot de onverenigbaarheid van de huisvesting met de aard van de activiteiten wordt besloten; 15) voorschrift A;1.0.2. § 2.3.
- c)De gemengde woon- en bedrijfsgebieden voor zover het : - een continuïteit van het wonen oplegt in het gebied; - een verhouding bepaalt tussen de vloeroppervlakte bestemd voor huisvesting en de terreinoppervlakte in het huizenblok of het gedeelte van het huizenblok in het gebied; - een verhouding bepaalt tussen de vloeroppervlakte voor kantoren en de terreinoppervlakte in het huizenblok of het gedeelte het huizenblok in het gebied; 16) voorschrift A.1.0.4. § 1 De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter voor zover het : - aan nijverheids- of ambachtelijke bedrijven geen productie of de bewerking van roerende goederen ter plaatse oplegt; - de handelsbedrjiven toelaat die niet horen bij of de gebruikelijke aanvulling vormen op de activiteiten bedoeld in voorschrift D.5.1. van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - niet alle activiteiten toelaat bedoeld in bovenvermeld voorschrift; 17) voorschrift A.1.0.4. § 2.1. De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter voor zover het : - de vloeroppervlakte van de handelszaken die respectievelijk behoren bij of de aanvulling vormen op de activiteiten beoogd in bovenvermeld voorschrift niet beperkt tot 500 m2 of 300 m2 per onroerend goed; - de activiteiten bedoeld in voorschrift D.5.2 3° van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan niet toelaat; 18) voorschrift A.1.0.4. § 2.1.
- a)de bedrijfsgebieden met stedelijk karakter voor zover het de vloeroppervlakte voor de opslagplaatsen van de bedrijven gevestigd in het gebied niet beperkt tot 500 m2 per onroerend goed; 19) voorschrift A.1.0.4. § 2.1.
- b)de bedrijfsgebieden met stedelijk karakter voor zover het : - de vloeroppervlakte van de kantoren die behoren bij de bedrijven gevestigd in het gebied beperkt tot 200 m2 per onroerend goed; - voor deze laatste geen vloeroppervlakte toelaat van 500 m2 per onroerend goed; 20) voorschrift A.1.0.4. § 2.1.
- c)De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter voor zover het : - de vloeroppervlakte van de uitrustingen van openbaar belang of van openbare diensten beperkt tot 200 m2 per onroerend goed; - voor deze laatste geen vloeroppervlakte toelaat van 300 m2 per onroerend goed; 21) voorschrift A.1.0.4. § 2.1.
- d)De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter voor zover het bijkomend andere woningen toelaat dan die voor het bewakingsspersoneel mits speciale regelen van openbaarmaking; 22) voorschrift A.1.0.4. § 2.2 De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter voor zover het een verhoging toelaat van de vloeroppervlakten van kantoren en handelszaken boven 1.500 m2 per onroerend goed; 23) voorschrift A.0. Algemene voorschriften, § 4, § 2 van het K.B. van 28 december 1972 gewijzigd door het Regeerbesluit van 18 december 1997 voor zover het enkel verbouwings- of uitbreidingswerken toelaat aan bestaande onroerende goederen waarvan de bestemming niet overeenkomt met de voorschriften van het plan met uitsluiting van de werken voor heropbouw bedoeld in voorschrift D.5.3 3° van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 24) voorschrift A.1.0.4. § 3.
- a)De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter voor zover pas na advies van de bevoegde overlegcommissie tot de onverenigbaarheid van de aard van de activiteiten met de aangrenzende woning wordt besloten; 25) voorschrift A.1.0.4 § 3.
- b)De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter, inzoverre het speciale regelen van openbaarmaking oplegt voor de bedrijven die niet in gesloten onroerende goederen ondergebracht zijn; 26) voorschrift A.1.0.4. § 3.
- c)De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter voor zover het geen specifieke inrichtingen oplegt, zoals beplante ruimten of afsluitingen, in de omgeving van de inrichtingen; 27) voorschrift A.2.0.§ 1. De industriegebieden voor zover het : - aan nijverheids- of ambachtelijke bedrijven geen productie of bewerking van roerende goederen ter plaatse oplegt; - niet alle activiteiten toelaat bedoeld in voorschrift D.5.1. van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan noch de opslagplaatsen of de handelszaken die behoren bij de activiteiten beoogd in bovenvermeld voorschrift; - de vergroting van de vloeroppervlakte van de handelszaken die behoren bij of de gebruikelijke aanvulling vormen op de activiteiten bedoeld in bovenvermeld voorschrift niet beperkt tot 1.500 m2 per onroerend goed; - niet de activiteiten toelaat bedoeld in voorschrift D.5.2 3° van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - een aard van activiteiten oplegt die niet hinderlijk is voor het leefmilieu en op voorwaarde dat het stedenbouwkundig karakter van de bouwwerken past in de goede aanleg der plaatsen; 28) voorschrift A.2.0. § 2 De industriegebieden voor zover het onroerende goederen met stedelijk karakter voorziet in de omgeving van de inrichtingen; 29) voorschrift A.2.0. § 3 De industriegebieden voor zover het bij uitzondering andere woningen kan voorzien dan die voor het bewakingspersoneel mits speciale regelen van openbaarmaking; 30) voorschrift A.2.0. § 5.
- a)De industriegebieden voor zover het : - de vloeroppervlakte van kantoren welke bij een in het gebied gevestigd bedrijf behoren evenals de oppervlakte voor uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten beperkt tot 200 m2 per onroerend goed; - voor deze laatste geen vloeroppervlakte toelaat van respectievelijk 500 m2 en 300 m2 per onroerend goed; 31) voorschrift A2.0 § 5.
- b)De industriegebieden, inzoverre het de vergroting van de vloeroppervlakte voor kantoren boven de 1.500 m2 per onroerend goed toelaat; 32) voorschrift A.6.2. De gebieden voor uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten voor zover het : - uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten toelaat zonder de vloeroppervlakte ervan te beperken tot 300 m2 per onroerend goed en onder voorwaarden die verschillend zijn van deze van voorschrift D.5.6. van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - iedere andere bestemming toelaat zonder enkel deze te preciseren bedoeld door de voorschriften D.5.1, 5.2, 5.4, en 5.5. en onder voorwaarden verschillend van deze van voorschrift D.5.6. van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 33) voorschrift A.6.4.2. De gebieden voor openluchtsport voor zover het : - enkel een bestemming toelaat voor spel en sport die in hoofdzaak in de open lucht gebeuren; - niet de bestemmingen toelaat bedoeld door voorschriften D.5.1, 5.2, 5.4. en 5.5. en onder voorwaarden verschillend van deze van voorschrift D.5.6. van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 34) voorschrift B.9. Gebied met minimumprogramma nr. 3 (station Etterbeek) te Elsene voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden bedoeld in voorschrift D.5. van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 7. VOOR DE GEBIEDEN VOOR HAVEN- EN VERVOERACTIVITEITEN UIT DE VOORSCHRIFTEN VAN HET ONTWERP VAN GEWESTELIJK BESTEMMINGSPLAN 1) voorschrift A.1.0.2. § 1. De gemengde woon- en bedrijfsgebieden, voor zover het : - andere woningen toelaat dan die voor het bewakingspersoneel bedoeld in voorschrift D.6.3. van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - niet alle activiteiten of bedrijven toelaat bedoeld in voorschrift D.6.1. van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - handelszaken toelaat die geen groothandelsondernemingen zijn; - de vloeroppervlakte van de handelszaken die behoren bij of de gebruikelijke aanvulling vormen op de activiteiten bedoeld in bovenvermeld voorschrift niet beperkt tot 500 m2 of 300 m2; 2) voorschrift A.1.0.2. § 2.1. De gemengde woon- en bedrijfsgebieden voor zover het : - kantoren toelaat die niet behoren bij de activiteiten bedoeld in bovenvermeld voorschrift; - de vloeroppervlakte van de bijbehorende kantoren beperkt tot 300 m2 per onroerend goed en de vloeroppervlakte van de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten beperkt tot 1.000 m2; - de vloeroppervlakte van de bijbehorende kantoren niet beperkt tot 500 m2 per onroerend goed en die van de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten niet tot 300 m2; 3) voorschrift A.1.0.2. § 2.2. De gemengde woon- en bedrijfsgebieden voor zover het een vergroting boven 1.000 m2 per onroerend goed toelaat van de vloeroppervlakte van de handelszaken die de gebruikelijke aanvulling vormen; 4) voorschrift A.1.0.2. § 2.3.
- a)De gemengde woon- en bedrijfsgebieden voor zover het voor het stedenbouwkundige karakter van de bouwwerken en inrichtingen voorwaarden bepaalt die verschillend zijn van deze in voorschrift D.6.5, 2° van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 5) voorschrift A.1.0.2 § 2.3.
- b)De gemengde woon- en bedrijfsgebieden, inzoverre pas na het advies van de bevoegde overlegcommissie tot de verenigbaarheid van het wonen met de aard van de activiteiten wordt besloten; 6) voorschrift A.1.0.2. § 2.3.
- c)De gemengde woon- en bedrijfsgebieden voor zover het : - een continuïteit vna het wonen oplegt doorheen het gebied; - een verhouding bepaalt tussen de vloeroppervlakte bestemd voor de huisvesting en de terreinoppervlakte in het huizenblok of het gedeelte van het huizenblok in het gebied; - een verhouding bepaalt tussen de vloeroppervlakte bestemd voor kantoren en de terreinoppervlakte in het huizenblok of het gedeelte van het huizenblok in het gebied; 7) voorschrift A.1.0.4. § 1. De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter voor zover het : - aan de nijverheids- of ambachtelijke bedrijven geen productie of bewerking van roerende goederen ter plaatse oplegt; - de handelsondernemingen toelaat die niet behoren bij of de gebruikelijke aanvulling vormen op de activiteiten bedoeld in voorschrift D.6.1. van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - niet alle activiteiten toelaat bedoeld in bovenvermeld voorschrift; 8) voorschrift A.1.0.4. § 2.1. de bedrijfsgebieden met stedelijk karakter voor zover het de vloeroppervlakte van de handelszaken die respectievelijk horen bij of de gebruikelijke aanvulling vormen op de activiteiten bedoeld in bovenvermeld voorschrift niet beperkt tot 500 m2 of 300 m2 per onroerend goed; 9) voorschrift A.1.0.4. § 2.1.
- b)de bedrijfsgebieden met stedelijk karakter voor zover het : - de vloeroppervlakte van de kantoren die behoren bij bedrijven die gevestigd zijn in het gebied beperkt tot 200 m2 per onroerend goed; - voor deze laatste geen vloeroppervlakte toelaat die hoger is dan 500 m2 per onroerend goed; 10) voorschrift A.1.0.4. § 2.1.
- c)de bedrijfsgebieden met stedelijk karakter voor zover het : - de vloeroppervlakte van de uitrustingen van openbaar belang of van openbare diensten beperkt tot 200 m2 per onroerend goed; - voor deze laatste geen vloeroppervlakte toelaat van 300 m2 per onroerend goed; 11) voorschrift A.1.0.4. § 2.1.
- d)de bedrijfsgebieden met stedelijk karakter voor zover het bijkomstig andere woningen toelaat dan die voor het bewakingspersoneel mits speciale regelen van openbaarmaking; 12) voorschrift A.1.0.4. § 2.2. de bedrijfsgebieden met stedelijk karakter voor zover het een vergroting van de vloeroppervlakte boven de 1.000 m2 toelaat voor handelszaken die als gebruikelijke aanvulling dienst doen; 13) voorschrift A.1.0.4. §.3.
- a)de bedrijfsgebieden met stedelijk karakter voor zover pas na advies van de bevoegde overlegcommissie de onverenigbaarheid van de aard van de activiteiten met de aanpalende woningen wordt besloten; 14) voorschrift A.1.0.4. § 3.
- b)de bedrijfsgebieden met stedelijk karakter voor zover het speciale regelen van openbaarmaking oplegt voor bedrijven die niet in afgesloten gebouwen zijn ondergebracht; 15) voorschrift A.1.0.4. § 3.
- c)de bedrijfsgebieden met stedelijk karakter voor zover het in de omgeving van de inrichtingen geen specifieke inrichtingen oplegt zoals beplante ruimten of omheiningen; 16) voorschrift A.2.0. § 1. De industriegebieden voor zover het : - nijverheids- of ambachtelijke bedrijven geen productie of bewerking van roerende goederen ter plaatse oplegt; - niet alle activiteiten toelaat die zijn bedoeld in voorschrift D.6.1. van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan noch de handelszaken of opslagplaatsen die behoren bij de activiteiten bedoeld in bovenvermeld voorschrift; - de vergroting van de vloeroppervlakte van de handelszaken 2 die de gebruikelijke aanvulling zijn op de activiteiten bedoeld in bovenvermeld voorschrift niet beperkt tot 1.000 m2 per onroerend goed; - een aard van activiteiten oplegt die niet hinderlijk is voor het leefmilieu en op voorwaarde dat het stedenbouwkundig karakter van de bouwwerken past in de goede aanleg der plaatsen; 17) voorschrift A.2.0. § 2. De industriegebieden voor zover het bouwwerken met een stedenbouwkundig karakter voorziet in de omgeving van de inrichtingen; 18) voorschrift A.2.0. § 3. De industriegebieden voor zover het bij wijze van uitzondering andere woningen toelaat dan die van het bewakingspersoneel mits speciale regelen van openbaarmaking; 19) voorschrift A.2.0. § 5.
- a)De industriegebieden voor zover het : - de vloeroppervlakte van kantoren die bij een in het gebied gevestigd bedrijf behoren evenals de oppervlakte van de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten beperkt tot 200 m2 per onroerend goed; - voor deze laatste geen vloeroppervlakte toelaat van respectievelijk 500 m2 en 300 m2 per onroerend goed; 8. VOOR DE ADMINISTRATIEGEBIEDEN VAN HET ONTWERP VAN GEWESTELIJK BESTEMMINGSPLAN 1) voorschrift 1.0.1. De typische woongebieden § 1 voor zover het geen kantoren, hotelinrichtingen en uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten als hoofdbestemming toelaat; 2) voorschrift 1.0.1. De typische woongebieden § 2.1 voor zover het de vloeroppervlakten van de bestemmingen van uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten en als kantoor beperkt : - voor zover het werkplaatsen toelaat tot 200 m2 en handelszaken die niet de gebruikelijke aanvulling vormen op de activiteiten bedoeld in de voorschriften E.7.1 en E.7.2 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - voor zover het geen bestemming voor productie-activiteiten toelaat inzoverre deze verenigbaar zijn met de bestemmingen bedoeld in voorschrift E.7.1 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 3) voorschrift 1.0.1. De typische woongebieden, § 2.2 voor zover het de vergroting toelaat van de oppervlakten voor werkplaatsen en handelszaken zonder beperking mits behoorlijk gerechtvaardigde redenen en speciale regelen van openbaarmaking; 4) voorschrift 1.0.1. De typische woongebieden § 3
- c)voor zover het de aantasting toelaat van de binnenterreinen van de huizenblokken mits speciale regelen van openbaarmaking voor alle bestemmingen en zonder als voorwaarde voor deze aantasting de opwaardering van de groen- of minerale kwaliteit van de binnenterreinen van de huizenblokken voorop te stellen; 5) voorschrift 1.0.1. De typische woongebieden § 3
- b)voor zover pas na advies van de bevoegde overlegcommissie tot de onverenigbaarheid van de aard van de activiteiten wordt besloten; 6) voorschrift 1.0.1. De typische woongebieden § 3
- d)voor zover het niet toelaat, bij gebrek aan een gemeentelijk plan van aanleg, dat de verhouding tussen de vloeroppervlakte bestemd voor kantoren en de oppervlakte van het huizenblok 0,1 overschrijdt in het huizenblok of het gedeelte van het huizenblok binnen dat gebied; 7) voorschrift 1.0.2. De gemengde woon- en bedrijfsgebieden, § 1 voor zover het geen kantoren, hotelinrichtingen en uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten toelaat als hoofdbestemming; 8) voorschrift 1.0.2. De gemengde woon- en bedrijfsgebieden, § 2.1 voor zover het de vloeroppervlakten van de bestemmingen voor uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten en kantoren beperkt; - voor zover het, zonder beperking van oppervlakte, werkplaatsen toelaat zonder een verenigbaarheid op te leggen met de bestemmingen bedoeld in voorschrift E.7.1 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan en handelszaken die niet de gebruikelijke aanvulling vormen op de activiteiten bedoeld in de voorschriften E.7.1 en E.7.2 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - voor zover het geen bestemming toelaat als productie-activiteit, afgezien van de werkplaatsen, voor zover deze verenigbaar zijn met de bestemmingen bedoeld in voorschrift E.7.1 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 9) voorschrift 1.0.2. De gemengde woon- en bedrijfsgebieden, § 2.2 voor zover het de vergroting toelaat van de oppervlakten voor werkplaatsen en handelszaken zonder enige beperking, mits behoorlijk gerechtvaardigde redenen en speciale regelen van openbaarmaking; 10) voorschrift 1.0.2. De gemengde woon- en bedrijfsgebieden, § 3 voor zover het een aantasting toelaat van de binnenterreinen van de huizenblokken mits speciale regelen van openbaarmaking voor alle bestemmingen zonder als voorwaarde voor deze aantasting de opwaardering van de groen- of minerale kwaliteit van de binnenterreinen van de huizenblokken voorop te stellen; 11) voorschrift 1.0.2. De gemengde woon- en bedrijfsgebieden, § 3
- b)voor zover pas na advies van de bevoegde overlegcommissie tot de onverenigbaarheid van de aard van de activiteiten wordt besloten; 12) voorschrift 1.0.2. De gemengde woon- en bedrijfsgebieden, § 3
- c)voor zover het de algemene beperkingen vemeldt bij gebrek aan een gemeentelijk plan van aanleg, namelijk; - dat de verhouding tussen de vloeroppervlakte bestemd voor huisvesting en de terreinoppervlakte niet kleiner mag zijn dan 0,5 in het huizenblok of het gedeelte van het huizenblok binnen dat gebied; - dat de verhouding tussen de vloeroppervlakte bestemd voor kantoren en de terreinoppervlakte niet groter mag zijn dan 0,2 in het huizenblok of het gedeelte van het huizenblok binnen dat gebied; - en voor zover het enkel toelaat hiervan af te wijken mits een gemeentelijk plan van aanleg; 13) voorschrift 1.0.3. De administratiegebieden § 1 : - voor zover het geen hotelinrichtingen en productie-activiteiten toelaat zelfs indien deze verenigbaar zijn met de bestemmingen bedoeld in voorschrift E.7.1 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - voor zover het handelszaken toelaat zonder dat deze de gebruikelijke aanvulling vormen op activiteiten bedoeld in de voorschriften E.7.1 en E.7.2 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, en de werkplaatsen; - voor zover het als voorwaarde stelt dat andere bestemmingen, afgezien van de bestemming als kantoor, verenigbaar moeten zijn met de hoofdbestemming; 14) voorschrift 1.0.3. De administratiegebieden § 2
- b)voor zover het een aantasting toelaat van de binnenterreinen van de huizenblokken mits speciale regelen van openbaarmaking voor alle bestemmingen zonder als voorwaarde voor deze aantasting de opwaardering van de groen- of minerale kwaliteit van de binnenterreinen van de huizenblokken voorop te stellen; 15) voorschrift 1.0.4. De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter § 1 voor zover het geen kantoren, uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten en hotelinrichtingen toelaat, dat het niet alle productie-activiteiten toelaat vervat in de definitie van de productie-activiteit in het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, zelfs indien deze verenigbaar zijn met de bestemmingen bedoeld in voorschrift E.7.1 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - voor zover het de handelszaken toelaat zonder dat deze de gebruikelijke aanvulling vormen op de activiteiten bedoeld in de voorschriften E.7.1 en E.7.2 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - voor zover het als hoofdbestemming de nijverheids-, ambachts- en handelsondernemingen toelaat en voor zover het niet alle activiteiten toelaat die zijn vervat in de definitie van productie-activiteit, voor zover deze verenigbaar zijn met de bestemmingen bedoeld door voorschrift E.7.1; 16) voorschrift 1.0.4. De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter § 2.1
- a)voor zover het ook toelaat dat deze gebieden zouden bestemd worden als opslagplaats van de bedrijven gevestigd in het gebied en dat andere opslagplaatsen onderworpen worden aan speciale regelen van openbaarmaking; 17) voorschrift 1.0.4. De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter § 3
- a)voor zover pas na advies van de bevoegde overlegcommissie tot de onverenigbaarheid van de aard van de activiteiten wordt besloten; 18) voorschrift 1.0.4. De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter § 3
- b)voor zover het bedrijven toelaat in niet-afgesloten gebouwen mits speciale regelen van openbaarmaking; 19) voorschrift 6.2 De gebieden voor uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten § 1 voor zover het enkel als hoofdbestemming de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten toelaat, dat het zonder beperking van oppervlakte per onroerend goed iedere andere bestemming toelaat mits behoorlijke gerechtvaardigde redenen, in de mate dat de plaatselijke omstandigheden dit toelaten en na speciale regelen van openbaarmaking; 20) voorschrift 6.2 De gebieden voor uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten § 2
- b)voor zover het een aantasting toelaat van de binnenterreinen van de huizenblokken mits speciale regelen van openbaarmaking voor alle bestemmingen zonder als voorwaarde voor deze aantasting de opwaardering van de groen- of minerale kwaliteit van de binnenterreinen van de huizenblokken voorop te stellen; 21) voorschrift B.2. Gebied 2 (Oudergem) voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden gesteld door voorschrift E.7 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 22) voorschrift B.2. Gebied 3 (Oudergem) voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden gesteld door voorschrift E.7 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 23) voorschrift B.4. Gebied 1 (Brussel) voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden gesteld door voorschrift E.7 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 24) voorschrift B.15. Gebied 1 (Schaarbeek) voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden gesteld door voorschrift E.7 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 25) voorschrift B.17. Gebied 1 (Watermaal-Bosvoorde) voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden gesteld door voorschrift E.7 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 26) voorschrift B.18. Gebied 1 (Sint-Lambrechts-Woluwe) voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden gesteld door voorschrift E.7 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 9. VOOR DE GEBIEDEN VOOR UITRUSTINGEN VAN COLLECTIEF BELANG OF VAN OPENBARE DIENSTEN VAN HET ONTWERP VAN GEWESTELIJK BESTEMMINGSPLAN 1) voorschrift 1.0.1. De typische woongebieden § 1 voor zover het niet de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten als hoofdbestemming toelaat en voor zover het de bestemming als huisvesting toelaat zonder speciale regelen van openbaarmaking; 2) voorschrift 1.0.1. De typische woongebieden § 2.1 voor zover het bij gebrek aan een bijzonder bestemmingsplan elke bestemming, met uitzondering van uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten, toestaat om behoorlijk gerechtvaardigde sociale of economische redenen, en het de vloeroppervlakten van de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten beperkt, zonder evenwel op te leggen dat de naaste omgeving van de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten bijdragen tot de verwezenlijking van het groen netwerk; 3) voorschrift 1.0.1. De typische woongebieden § 2.2 voor zover het de vergroting van de oppervlakten van werkplaatsen, handelszaken en kantoren toelaat zonder beperking, enkel mits behoorlijk gerechtvaardigde redenen en speciale regelen van openbaarmaking zonder dat een bijzonder bestemmingsplan wordt opgelegd; 4) voorschrift 1.0.1. De typische woongebieden § 3
- c)voor zover het een aantasting toelaat van de binnenterreinen van de huizenblokken mits speciale regelen van openbaarmaking voor alle bestemmingen zonder als voorwaarde voor deze aantasting de opwaardering van de groen- of minerale kwaliteit van de binnenterreinen van de huizenblokken voorop te stellen; 5) voorschrift 1.0.1. De typische woongebieden § 3
- b)voor zover het oplegt dat de aard van de activiteiten verenigbaar moet zijn met de huisvesting en dat tot de onverenigbaarheid van de aard van de activiteiten pas wordt besloten na advies van de bevoegde overlegcommissie; 6) voorschrift 1.0.1. De typische woongebieden § 3
- d)voor zover het bij gemeentelijk plan van aanleg toelaat dat de verhouding tussen de vloeroppervlakte bestemd voor kantoren en de terreinoppervlakte 0,1 overschrijdt in het huizenblok of het gedeelte van het huizenblok binnen dat gebied; 7) voorschrift 1.0.2. De gemengde woon- en bedrijfsgebieden, § 1 : - voor zover het niet de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten toelaat als hoofdbestemming en voor zover het de bestemming toelaat als huisvesting zonder speciale regelen van openbaarmaking; 8) voorschrift 1.0.2. De gemengde woon-en bedrijfsgebieden, § 2.1 voor zover het bij gebrek aan een bijzonder bestemmingsplan elke bestemming, met uitzondering van uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten, toestaat om behoorlijk gerechtvaardigde sociale of economische redenen, en het de vloeroppervlakten van de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten beperkt, zonder evenwel op te leggen dat de naaste omgeving van de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten bijdragen tot de verwezenlijking van het groen netwerk; 9) voorschrift 1.0.2. De gemengde woon- en bedrijfsgebieden, § 3 voor zover het een aantasting toelaat van de binnenterreinen van de huizenblokken mits speciale regelen van openbaarmaking voor alle bestemmingen zonder als voorwaarde voor deze aantasting de opwaardering van de groen- of minerale kwaliteit van de binnenterreinen van de huizenblokken voorop te stellen; 10) voorschrift 1.0.2. De gemengde woon- en bedrijfsgebieden, § 3
- b)voor zover pas na advies van de bevoegde overlegcommissie tot de onverenigbaarheid van de aard van de activiteiten wordt besloten; 11) voorschrift 1.0.2. De gemengde woon- en bedrijfsgebieden, § 3
- c)voor zover het bij gebrek aan een gemeentelijk plan van aanleg algemene beperkingen vermeldt, die indruisen tegen voorschrift E.8.1. van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 12) voorschrift 1.0.3. De administratiegebieden § 1 voor zover het : - bij gebrek aan een bijzonder bestemmingsplan, andere bestemmingen toelaat dan de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten om behoorlijk gerechtvaardigde sociale of economische redenen; - de bestemming als huisvesting toelaat zonder speciale regelen van openbaarmaking; - de vloeroppervlakten van de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten beperkt zonder evenwel op te leggen dat de naaste omgeving van de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten moet bijdragen tot de verwezenlijking van het groene netwerk; 13) voorschrift 1.0.3. De administratiegebieden § 2
- b)voor zover het een aantasting toelaat van de binnenterreinen van de huizenblokken mits speciale regelen van openbaarmaking voor alle bestemmingen zonder als voorwaarde voor deze aantasting de opwaardering van de groen- of minerale kwaliteit van de binnenterreinen van de huizenblokken voorop te stellen; 14) voorschrift 1.0.4. De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter § 1 voor zover het geen uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten