19 APRIL 2014. - Wet betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De kamers hebben aangenomen en wij bekrachtigen hetgeen volgt : Deel I. - ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. Art. 2.Deze wet zorgt voor (
- a)de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010, (
- b)de omzetting van Richtlijn 2013/14/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 tot wijziging van Richtlijn 2003/41/EG betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening, Richtlijn 2009/65/EG tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe'
- s)en Richtlijn 2011/61/EU inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen ter voorkoming van een overmatig vertrouwen in ratings, (
- c)de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2011/89/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 houdende wijziging van de Richtlijnen 98/78/EG, 2002/87/EG, 2006/48/EG en 2009/138/EG betreffende het aanvullende toezicht op financiële entiteiten in een financieel conglomeraat, (
- d)de omzetting van Verordening (EU) nr. 345/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2013 betreffende Europese durfkapitaalfondsen, (
- e)de omzetting van Verordening (EU) nr. 346/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2013 inzake Europese sociaalondernemerschapsfondsen en (
- f)de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2010/78/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot wijziging van de Richtlijnen 98/26/EG, 2002/87/EG, 2003/6/EG, 2003/41/EG, 2003/71/EG, 2004/39/EG, 2004/109/EG, 2005/60/EG, 2006/48/EG, 2006/49/EG en 2009/65/EG wat de bevoegdheden van de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen) en de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) betreft. Art. 3.Voor de toepassing van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, wordt verstaan onder : 1° "instelling voor collectieve belegging" : een Belgische of buitenlandse instelling waarvan het doel de collectieve belegging van financiële middelen is;2° "alternatieve instelling voor collectieve belegging" of "AICB" : de instellingen voor collectieve belegging, met inbegrip van hun beleggingscompartimenten, die
- a)bij een reeks beleggers kapitaal ophalen om dit overeenkomstig een bepaald beleggingsbeleid in het belang van die beleggers te beleggen; en
- b)niet voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG.3° "instelling voor collectieve belegging die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG" : een instelling voor collectieve belegging die belegt in activa die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG;4° "openbare alternatieve instelling voor collectieve belegging" : een alternatieve instelling voor collectieve belegging die haar financiële middelen aantrekt via een openbaar aanbod in België van rechten van deelneming;5° "niet-openbare alternatieve instelling voor collectieve belegging" : een alternatieve instelling voor collectieve belegging die haar financiële middelen niet via een openbaar aanbod van rechten van deelneming in België aantrekt;6° "institutionele alternatieve instelling voor collectieve belegging" : een alternatieve instelling voor collectieve belegging die haar financiële middelen in België of in het buitenland uitsluitend aantrekt bij in aanmerking komende beleggers die voor eigen rekening handelen, waarvan de rechten van deelneming uitsluitend door dergelijke beleggers kunnen worden verworven, en die conform de bepalingen van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten is ingeschreven;7° "private alternatieve instelling voor collectieve belegging" : een alternatieve instelling voor collectieve belegging die haar financiële middelen in België of in het buitenland uitsluitend aantrekt bij private beleggers die voor eigen rekening handelen, en waarvan de rechten van deelneming uitsluitend kunnen worden verworven door dergelijke beleggers of door andere beleggers onder de door de Koning vastgestelde voorwaarden, en die conform de bepalingen van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten is ingeschreven;8° "alternatieve instelling voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming" :
- a)ten behoeve van de bepalingen van deel II, een open AICB als gedefinieerd krachtens artikel 4, lid 4, van Richtlijn 2011/61/EU;
- b)ten behoeve van de overige bepalingen van deze wet, een aan de artikelen 248 en 249 onderworpen AICB waarvan de rechten van deelneming, op verzoek van de deelnemers, ten laste van haar activa rechtstreeks of onrechtstreeks worden ingekocht of terugbetaald tegen een prijs die wordt berekend op basis van de inventariswaarde.Met dergelijke inkopen of terugbetalingen wordt ieder handelen van de instelling gelijkgesteld om te voorkomen dat de waarde van haar rechten van deelneming die zijn toegelaten tot de verhandeling op een MTF of gereglementeerde markt, sterk zou afwijken van de inventariswaarde; 9° "alternatieve instelling voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming" :
- a)ten behoeve van deel II, een gesloten AICB als gedefinieerd krachtens artikel 4, lid 4 van Richtlijn 2011/61/EU;
- b)ten behoeve van de overige bepalingen van deze wet, de instelling voor collectieve belegging waarvan de rechten van deelneming niet worden ingekocht op verzoek van de deelnemers ten laste van haar activa;10° "gemeenschappelijk beleggingsfonds" : de instelling voor collectieve belegging die geregeld is bij overeenkomst, en die is samengesteld uit het onverdeeld vermogen dat een beheervennootschap van AICB's beheert voor rekening van de deelnemers van wie de rechten zijn vertegenwoordigd door rechten van deelneming;11° "beleggingsvennootschap" : de instelling voor collectieve belegging die bij statuten is geregeld, en die, conform de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten, is opgericht in de vorm van een vennootschap met rechtspersoonlijkheid;12° "beheervennootschap van alternatieve instellingen voor collectieve belegging" of "beheervennootschap" : de rechtspersoon waarvan het gewone bedrijf bestaat in het beheer van een of meer AICB's, ongeacht zijn juridische structuur, en die zelf geen AICB is;13° "beheerder van alternatieve instellingen voor collectieve belegging" of "beheerder" : een beheervennootschap van AICB's of een AICB die niet door een beheervennootschap van AICB's wordt beheerd;14° "beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG" : de in artikel 3, 12°, van de wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten8 bedoelde vennootschap;15° "alternatieve instelling voor collectieve belegging uit de Europese Unie" :
- a)een AICB die, krachtens de toepasselijke nationale wetgeving, een vergunning heeft of geregistreerd is in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte;
- b)een AICB die geen vergunning heeft of niet geregistreerd is in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, maar die haar statutaire zetel en/of hoofdkantoor in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte heeft;16° "alternatieve instelling voor collectieve belegging uit derde landen" : een AICB die geen AICB uit de Europese Unie is;17° "in een derde land gevestigde beheerder" : een beheerder van AICB's die geen beheerder van AICB's uit de Europese Unie is;18° "referentielidstaat" : de lidstaat zoals bepaald in artikel 37, lid 4, van Richtlijn 2011/61/EU;19° "wettelijke vertegenwoordiger" : een natuurlijke of rechtspersoon die, voor natuurlijke personen, zijn woonplaats in de Europese Economische Ruimte heeft, of, voor rechtspersonen, zijn statutaire zetel in de Europese Economische Ruimte heeft, en die, uitdrukkelijk aangesteld door een in een derde land gevestigde beheerder, namens deze in een derde land gevestigde beheerder, in de Europese Economische Ruimte optreedt jegens autoriteiten, cliënten, organen en tegenpartijen van de beheerder in plaats van de beheerder zelf met betrekking tot de verplichtingen van laatstgenoemde uit hoofde van deze Richtlijn;20° "bijkantoor van een beheerder van alternatieve instellingen voor collectieve belegging" : een bedrijfszetel die een onderdeel zonder rechtspersoonlijkheid vormt van een beheerder van AICB's en die rechtstreeks alle of een deel van de werkzaamheden uitoefent die zijn toegelaten op grond van de vergunning van de beheerder van AICB's; verschillende bedrijfszetels in eenzelfde Staat van een beheerder van AICB's met maatschappelijke zetel in een andere lidstaat of in een derde land, worden beschouwd als één enkel bijkantoor; 21° "gevestigd" : (
- a)voor beheerders : "die hun statutaire zetel hebben in";(
- b)voor AICB's : "die een vergunning hebben of geregistreerd zijn in", of, als ze geen vergunning hebben of niet geregistreerd zijn, "die hun statutaire zetel hebben in";(
- c)voor bewaarders : "die hun statutaire zetel of een bijkantoor hebben in";(
- d)voor wettelijke vertegenwoordigers die een rechtspersoon zijn : "die hun statutaire zetel of een bijkantoor hebben in";(
- e)voor wettelijke vertegenwoordigers die een natuurlijke persoon zijn : "die hun woonplaats hebben in";22° "beheerder van alternatieve instellingen voor collectieve belegging uit de Europese Unie" : een beheerder van AICB's die zijn statutaire zetel in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte heeft;23° "lidstaat van herkomst van de alternatieve instelling voor collectieve belegging" : (
- a)de lidstaat waar de AICB, krachtens de toepasselijke nationale wetgeving, een vergunning heeft of geregistreerd is, of, in het geval van meerdere vergunningen of registraties, de lidstaat waar de AICB voor het eerst een vergunning heeft gekregen of is geregistreerd;(
- b)indien de AICB niet over een vergunning beschikt of geregistreerd is in een lidstaat, de lidstaat waar zij haar statutaire zetel en/of haar hoofdbestuur heeft;(
- c)als een AICB geen beheervennootschap heeft aangesteld, de lidstaat waar zij haar statutaire zetel heeft;24° "lidstaat van herkomst van de beheerder van alternatieve instellingen voor collectieve belegging" : de lidstaat waar de beheerder zijn statutaire zetel heeft;voor in derde landen gevestigde beheerders dienen alle verwijzingen naar "de lidstaat van herkomst van de beheerder" te worden verstaan als "de referentielidstaat" zoals vastgesteld in titel II, boek II van deel II; 25° "lidstaat van ontvangst van de beheerder van alternatieve instellingen voor collectieve belegging" : naargelang van het geval, één van de volgende definities : (
- a)een lidstaat, die niet de lidstaat van herkomst is, waar een beheerder uit de Europese Unie AICB's uit de Europese Unie beheert;(
- b)een lidstaat, die niet de lidstaat van herkomst is, waar een beheerder uit de Europese Unie de rechten van deelneming van een AICB uit de Europese Unie verhandelt;(
- c)een lidstaat, die niet de lidstaat van herkomst is, waar een beheerder uit de Europese Unie de rechten van deelneming van een AICB uit derde landen verhandelt;(
- d)een lidstaat, die niet de referentielidstaat is, waar een in een derde land gevestigde beheerder AICB's uit de Europese Unie beheert;(
- e)een lidstaat, die niet de referentielidstaat is, waar een in een derde land gevestigde beheerder rechten van deelneming van AICB's uit de Europese Unie verhandelt;(
- f)een lidstaat, die niet de referentielidstaat is, waar een in een derde land gevestigde beheerder rechten van deelneming van AICB's uit derde landen verhandelt;26° "verhandeling van rechten van deelneming in alternatieve instellingen voor collectieve belegging" : een rechtstreekse of onrechtstreekse aanbieding of plaatsing, op initiatief van of namens de beheerder, van rechten van deelneming in de betrokken AICB, aan of bij beleggers die woonachtig zijn of een statutaire zetel hebben in de Europese Economische Ruimte;27° "openbaar aanbod" :
- a)een in om het even welke vorm en met om het even welk middel tot personen gerichte mededeling waarin voldoende informatie wordt verstrekt over de voorwaarden van het aanbod en over de aangeboden effecten om een belegger in staat te stellen tot aankoop van of inschrijving op deze effecten te besluiten, en die wordt verricht door de AICB, door de persoon die in staat is om de effecten over te dragen of voor hun rekening. Eenieder die rechtstreeks of onrechtstreeks een vergoeding of voordeel ontvangt naar aanleiding van het aanbod, wordt geacht te handelen voor rekening van de instelling voor collectieve belegging of van de persoon die in staat is om de effecten over te dragen.
- b)de toelating tot de verhandeling op een MTF of een gereglementeerde markt die voor het publiek toegankelijk is;28° "bieder" : diegene die een openbaar aanbod verricht of diegene die, wat het in artikel 3, 27°,
- b)bedoelde openbaar aanbod betreft, een aanvraag om toelating tot de verhandeling indient;29° "bemiddeling" : elke tussenkomst, zelfs als tijdelijke of bijkomstige werkzaamheid, en in welke hoedanigheid ook, ten aanzien van beleggers in de plaatsing van een in artikel 3, 27°, a), bedoeld openbaar aanbod van effecten van instellingen voor collectieve belegging, voor rekening van de bieder of de instelling voor collectieve belegging, tegen een vergoeding of voordeel van welke aard ook, rechtstreeks of onrechtstreeks verleend door de bieder of de instelling voor collectieve belegging;30° "professionele beleggers" : 1° de professionele cliënten als bedoeld in bijlage A bij het koninklijk besluit van 3 juni 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten4;2° de in aanmerking komende tegenpartijen in de zin van artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit van 3 juni 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten4. De beleggingsondernemingen en de kredietinstellingen delen hun classificatie van de professionele cliënten en de in aanmerking komende tegenpartijen mee aan de AICB's die daarom verzoeken, onverminderd de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. 31° "in aanmerking komende beleggers" : de beleggers als bedoeld in het tweede lid en de beleggers als aangeduid door de Koning krachtens het derde lid, 1°, met uitsluiting van de in het derde lid, 2°, bedoelde beleggers. Professionele beleggers worden beschouwd als in aanmerking komende beleggers. De Koning kan evenwel, bij koninklijk besluit genomen op advies van de FSMA,
- a)het begrip "in aanmerking komende belegger" uitbreiden, daarbij in voorkomend geval een onderscheid makend naargelang van het type of de categorie van AICB, tot alle of bepaalde rechtspersonen die niet als professionele beleggers worden beschouwd en die om een inschrijving in het register van de in aanmerking komende beleggers hebben verzocht;
- b)het begrip "in aanmerking komende belegger" beperken door, in voorkomend geval, een onderscheid te maken naargelang van het type of de categorie van AICB. De FSMA houdt het register bij van de in het derde lid, a), bedoelde in aanmerking komende beleggers. De Koning bepaalt de procedure voor de inschrijving in dat register en de modaliteiten voor de toegang van derden tot dat register; 32° "retailbelegger" : een niet-professionele belegger;33° "effecten van een alternatieve instelling voor collectieve belegging" :
- a)de rechten van deelneming in een AICB, en
- b)de andere, door de AICB uitgegeven financiële instrumenten, onverminderd de toepassing van de wettelijke en reglementaire bepalingen over de uitgifte van andere financiële instrumenten dan rechten van deelneming door de AICB's;34° "rechten van deelneming in een alternatieve instelling voor collectieve belegging" :
- a)de aandelen van een beleggingsvennootschap en alle andere effecten die het kapitaal van de beleggingsvennootschap vertegenwoordigen, en
- b)alle effecten ter vertegenwoordiging van de onverdeelde rechten in een gemeenschappelijk beleggingsfonds;35° "deelnemers" : de houders van rechten van deelneming in een AICB;36° "financieel instrument" : een instrument als bedoeld in artikel 2 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten;37° "multilaterale handelsfaciliteit (Multilateral trading facility - MTF)" : een door een beleggingsonderneming, een kredietinstelling of een marktonderneming geëxploiteerd multilateraal systeem dat verschillende koop- en verkoopintenties van derden met betrekking tot financiële instrumenten - binnen dit systeem en volgens niet-discretionaire regels - op zodanige wijze samenbrengt dat er een overeenkomst uit voortvloeit overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk II van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten of titel II van de Richtlijn 2004/39/EG;38° "gereglementeerde markt" : elke Belgische of buitenlandse gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 2, 3°, 5° of 6°, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten;39° "uitgevende instelling" : een emittent in de zin van artikel 2, § 1, 8°, van het koninklijk besluit van 14 november 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten5 die zijn statutaire zetel in de Europese Economische Ruimte heeft, en waarvan de aandelen tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten;40° "niet-genoteerde vennootschap" : een vennootschap die haar statutaire zetel in de Europese economische ruimte heeft en waarvan de aandelen niet tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten;41° "beheertaken voor alternatieve instellingen voor collectieve belegging" :
- a)het beheer van de beleggingsportefeuille van de AICB;
- b)het risicobeheer;
- c)de administratie van de AICB, waaronder :
- i)de juridische dienstverlening en de werkzaamheden van boekhoudkundig beheer van de AICB, waaronder het opmaken en openbaar maken van de jaarrekening;
- ii)het op verzoek verstrekken van inlichtingen aan de deelnemers in de AICB; iii) de waardering van de portefeuille en de bepaling van de waarde van de rechten van deelneming van de AICB (met inbegrip van de fiscale aspecten);
- iv)het toezicht op de naleving van de geldende wettelijke en reglementaire bepalingen voor de AICB;
- v)het bijhouden van het register van de houders van rechten van deelneming op naam;
- vi)de bestemming van de inkomsten voor de verschillende categorieën van rechten van deelneming en types van rechten van deelneming in de AICB; vii) de uitgifte en de inkoop van rechten van deelneming in de AICB; viii) de afwikkeling van de contracten, met inbegrip van de verzending van de rechten van deelneming van de AICB;
- ix)de registratie van de verrichtingen en de bewaring van de desbetreffende stukken;
- d)de verhandeling van de rechten van deelneming van AICB's;
- e)de werkzaamheden met betrekking tot de activa van een AICB, namelijk het verrichten van de diensten die noodzakelijk zijn voor het vervullen van de plichten inzake zaakwaarneming van de beheerder, het faciliteitenbeheer, het beheer van vastgoed, de adviesverlening aan ondernemingen inzake kapitaalstructuur, bedrijfsstrategie en daarmee samenhangende aangelegenheden, alsook de adviesverlening en de dienstverrichtingen op het vlak van fusie en overname van ondernemingen en andere diensten die verband houden met het beheer van de AICB en de vennootschappen en andere activa waarin zij heeft belegd;42° "onafhankelijke controlefunctie" : de interneauditfunctie, de compliancefunctie of de risicobeheerfunctie;43° "beleggingsdiensten" :
- a)individueel portefeuillebeheer : per cliënt op discretionaire basis portefeuilles beheren op grond van een door de cliënten gegeven opdracht, voor zover die portefeuilles een of meer financiële instrumenten bevatten als bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten;
- b)beleggingsadvies : gepersonaliseerde aanbevelingen doen aan een cliënt met betrekking tot een of meer transacties in een of meer financiële instrumenten als bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten;
- c)bewaring en administratie : de bewaring en administratie van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging;
- d)ontvangen en doorgeven van orders : het ontvangen en doorgeven van orders met betrekking tot financiële instrumenten;44° "aangestelde beheervennootschap" of "beheervennootschap die een alternatieve instelling voor collectieve belegging beheert" : een beheervennootschap die ten minste de beheerfuncties als bedoeld in artikel 3, 41°,
- a)of b), uitoefent voor een AICB;45° "feeder" :
- a)een openbare AICB met een veranderlijk aantal rechten van deelneming naar Belgisch recht, hetzij een compartiment van deze instelling voor collectieve belegging, die in afwijking van het beginsel van risicospreiding bedoeld in artikel 182 toegelaten is om ten minste 85 % van haar activa te beleggen in rechten van deelneming in een andere openbare AICB met een veranderlijk aantal rechten van deelneming naar Belgisch recht of een instelling voor collectieve belegging naar Belgisch recht die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG of een compartiment daarvan;
- b)een niet-openbare AICB (
- i)die ten minste 85 % van haar activa belegt in de rechten van deelneming in een andere AICB, of (
- ii)in de rechten van deelneming in verschillende andere AICB's wanneer die identieke beleggingsstrategieën hebben, of (iii) die op een andere wijze voor ten minste 85 % van haar activa een risicopositie inneemt in een dergelijke AICB;46° "master" :
- a)in het sub 45°, a), bedoelde geval, een openbare AICB met een veranderlijk aantal rechten van deelneming naar Belgisch recht, of één van haar compartimenten, of een openbare instelling voor collectieve belegging naar Belgisch recht die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, en die :
- i)ten minste één feeder als bedoeld in punt 45°, a), onder haar deelnemers heeft,
- ii)zelf geen feeder is, en iii) geen rechten van deelneming in een feeder bezit;
- b)in het sub 45°, b), bedoelde geval, een AICB of één van haar compartimenten waarin een andere niet-openbare AICB belegt of een risicopositie inneemt conform punt 45°, b);47° "cliënten van een beheervennootschap van alternatieve instellingen voor collectieve belegging" : iedere natuurlijke of rechtspersoon, dan wel iedere andere entiteit, inclusief de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/2006 pub. 10/11/2006 numac 2006023149 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen type wet prom. 27/10/2006 pub. 07/08/2015 numac 2015000406 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen waarvoor de beheervennootschap van AICB's één van de in dit artikel, 41°, bedoelde beheertaken uitoefent of één van de in dit artikel, 43°, bedoelde diensten verricht;48° "holding" : een vennootschap met een deelneming in een of meer andere vennootschappen, die als zakelijk doel heeft om, via haar dochtervennootschappen, verbonden vennootschappen of deelnemingen, een bedrijfsstrategie of bedrijfsstrategieën uit te voeren met de bedoeling aan hun langetermijnwaarde bij te dragen, en die (
- a)ofwel optreedt voor eigen rekening en waarvan de aandelen tot de verhandeling op een gereglementeerde markt in de Europese Economische Ruimte zijn toegelaten;of (
- b)ofwel niet is opgericht met als hoofddoel voor haar beleggers winst te genereren door haar dochtervennootschappen of verbonden vennootschappen af te stoten, zoals blijkt uit haar jaarverslag of andere officiële stukken;49° "voor een bijzonder doel opgerichte effectiseringsstructuren" : entiteiten met als enige opdracht één of meer effectiseringsverrichtingen uit te voeren in de zin van artikel 1, lid 2, van Verordening (EG) nr.24/2009 van de Europese Centrale Bank van 19 december 2008 houdende statistieken betreffende de activa en passiva van lege financiële instellingen die securitisatietransacties verrichten, alsook het verrichten van andere werkzaamheden ter vervulling van deze opdracht; 50° "prime broker" : een kredietinstelling, een gereglementeerde beleggingsonderneming of een andere, aan prudentiële regelgeving en permanent toezicht onderworpen entiteit, die aan professionele beleggers diensten aanbiedt, hoofdzakelijk om als tegenpartij transacties in financiële instrumenten te financieren of uit te voeren, en die ook andere diensten kan verlenen zoals verrekening en vereffening van transacties, bewaarnemingsdiensten, het verstrekken van effectenleningen, en technologische en operationele ondersteuning op maat van de cliënt;51° "carried interest" : voor de beheerder bestemd deel in de winst van de AICB als vergoeding voor het beheer van de AICB, met uitsluiting van elk voor de beheerder bestemd deel in de winst van de AICB als opbrengst van een belegging van de beheerder in de AICB;52° "nauwe banden" : een situatie waarin twee of meer natuurlijke of rechtspersonen verbonden zijn door : (
- a)een deelneming, met name het rechtstreeks of door middel van een controleband houden van ten minste 20 % van het kapitaal of de stemrechten van een vennootschap;(
- b)een controleband, met name de band tussen een moeder- en een dochtervennootschap als bedoeld in de artikelen 5 tot 9 van het Wetboek van Vennootschappen;voor de toepassing van dit punt wordt een dochtervennootschap van een dochtervennootschap ook beschouwd als een dochtervennootschap van de moedervennootschap van deze dochtervennootschappen. Een situatie waarin twee of meer natuurlijke of rechtspersonen duurzaam met eenzelfde persoon verbonden zijn via een controleband, wordt als een "nauwe band" tussen die personen beschouwd; 53° "moedervennootschap" : een moedervennootschap als gedefinieerd in artikel 6, 1°, van het Wetboek van Vennootschappen;54° "dochtervennootschap" : een dochtervennootschap als gedefinieerd in artikel 6, 2°, van het Wetboek van Vennootschappen;55° "controle" : controle als gedefinieerd in de artikelen 5 tot 9 van het Wetboek van Vennootschappen;56° "gekwalificeerde deelneming" : het rechtstreeks of onrechtstreeks bezitten van een deelneming in een beheervennootschap, die ten minste 10 % van het kapitaal of van de stemrechten vertegenwoordigt, dan wel van een deelneming die de mogelijkheid inhoudt een invloed van betekenis uit te oefenen op de bedrijfsvoering van de beheervennootschap of de AICB waarin wordt deelgenomen;de stemrechten worden berekend conform de bepalingen van de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 04/08/2008 numac 2008000628 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen. - Duitse vertaling type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen sluiten en de ter uitvoering ervan genomen besluiten; er wordt geen rekening gehouden met stemrechten of aandelen die worden gehouden als gevolg van het vast overnemen van financiële instrumenten en/of het plaatsen van financiële instrumenten met plaatsingsgarantie, tenzij die rechten worden uitgeoefend of anderszins worden gebruikt om inspraak uit te oefenen in het bestuur van de uitgevende instelling, en mits ze binnen één jaar na hun verwerving worden overgedragen; 57° "aanvangskapitaal" : het gestort kapitaal verhoogd met de uitgiftepremies, de reserves en de overgedragen winst;58° "hefboomfinanciering" : elke methode waarmee de beheerder de positie van een door hem beheerde AICB vergroot, met geleend contant geld of geleende effecten, met derivatenposities of anderszins;59° "eigen vermogen" : het eigen vermogen in de zin van de artikelen 56 tot 67 van Richtlijn 2006/48/EG.Voor de toepassing van dit punt zijn de artikelen 13 tot 16 van Richtlijn 2006/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 inzake de kapitaaltoereikendheid van beleggingsondernemingen en kredietinstellingen van overeenkomstige toepassing; 60° "werknemersvertegenwoordigers" : de werknemersvertegenwoordigers als bedoeld in de Belgische of buitenlandse toepasselijke wetgeving of praktijk;61° "open raadpleging" : de procedure als bedoeld in artikel 2, 18°, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten;62° "ESMA" : de Europese Autoriteit voor effecten en markten (European Securities and Markets Authority) zoals opgericht bij de Europese Verordening nr.1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010; 63° "ESRB" : het Europees Comité voor systeemrisico's (European Systemic Risk Board), zoals opgericht bij de Europese Verordening nr. 1092/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010; 64° : "bevoegde autoriteiten" : de nationale autoriteiten van de lidstaten die, op grond van wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen, bevoegd zijn om toezicht uit te oefenen op (
- a)de AICB's en (
- b)de beheervennootschappen van AICB's;65° "bevoegde autoriteiten" in verband met een bewaarder :
- a)indien de bewaarder een kredietinstelling is waaraan uit hoofde van Richtlijn 2006/48/EG een vergunning is verleend, de bevoegde autoriteiten in de zin van artikel 4, 4), van die Richtlijn;
- b)indien de bewaarder een beleggingsonderneming is waaraan uit hoofde van Richtlijn 2004/39/EG een vergunning is verleend, de bevoegde autoriteiten in de zin van artikel 4, lid 1, 22), van die Richtlijn;
- c)indien de bewaarder onder een in artikel 21, lid 3, alinea 1, c), van Richtlijn 2011/61/EU bedoelde categorie van instellingen valt, de nationale autoriteiten van zijn lidstaat van herkomst die, op grond van wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen, bevoegd zijn om toezicht uit te oefenen op dergelijke categorieën van instellingen;
- d)indien de bewaarder een in artikel 21, lid 3, alinea 3, van Richtlijn 2011/61/EU bedoelde entiteit is, de nationale autoriteiten van de lidstaat waar deze entiteit haar statutaire zetel heeft en die, op grond van wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen, bevoegd zijn om toezicht uit te oefenen op dergelijke entiteiten of op het officieel orgaan dat, krachtens de toepasselijke beroepsregels, bevoegd is voor de registratie van en het toezicht op deze entiteit;
- e)indien de bewaarder overeenkomstig artikel 21, lid 5, b), van Richtlijn 2011/61/EU is aangesteld als bewaarder van een AICB uit derde landen, en niet onder het toepassingsgebied van voornoemde punten
- a)tot en met
- d)valt, de relevante nationale autoriteiten van het derde land waar de bewaarder zijn statutaire zetel heeft;66° "bevoegde autoriteiten van een alternatieve instelling voor collectieve belegging uit de Europese Unie" : de nationale autoriteiten van een lidstaat die, op grond van wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen, bevoegd zijn om toezicht uit te oefenen op de AICB's;67° "toezichthoudende autoriteiten" : wanneer dit begrip betrekking heeft op AICB's uit derde landen, de nationale autoriteiten van een derde land die, op grond van wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen, bevoegd zijn om toezicht uit te oefenen op de AICB's;68° "toezichthoudende autoriteiten" : wanneer dit begrip betrekking heeft op beheerders van AICB's gevestigd in een derde land, de nationale autoriteiten van een derde land die, op grond van wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen, bevoegd zijn om toezicht uit te oefenen op de beheerders van AICB's;69° "FSMA" : de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten, bedoeld in artikel 44 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten;70° "de Bank" : de Nationale Bank van België bedoeld in de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België;71° "deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen" : deze wet, de besluiten en reglementen die respectievelijk door de Koning of de FSMA worden genomen krachtens de bepalingen van deze wet, en de verordeningen en technische reguleringsnormen die zijn aangenomen door de Commissie krachtens de bepalingen van Richtlijn 2011/61/EU;72° " wet van 22 juli 1953Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten1" : de wet van 22 juli 1953Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten1 houdende oprichting van een Instituut van de Bedrijfsrevisoren en tot organisatie van het publiek toezicht op het beroep van bedrijfsrevisor;73° " wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten2" : de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten2 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen;74° "wet van 4 december 1990" : de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten;75° " wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten1" : de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten1 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen;76° " wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten6" : de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten6 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen;77° " wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten" : de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België;78° " wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten" : de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;79° " wet van 22 maart 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2006 pub. 28/04/2006 numac 2006003247 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten type wet prom. 22/03/2006 pub. 01/06/2006 numac 2006015060 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag inzake de grensoverschrijdende gevolgen van industriële ongevallen, gedaan te Helsinki op 17 maart 1992
(2)sluiten" : de wet van 22 maart 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2006 pub. 28/04/2006 numac 2006003247 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten type wet prom. 22/03/2006 pub. 01/06/2006 numac 2006015060 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag inzake de grensoverschrijdende gevolgen van industriële ongevallen, gedaan te Helsinki op 17 maart 1992
(2)sluiten betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten;80° " wet van 16 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/06/2006 pub. 21/06/2006 numac 2006009492 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt type wet prom. 16/06/2006 pub. 18/02/2008 numac 2008000093 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de gunning, informatie aan kandidaten en inschrijvers en wachttermijn inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten. - Duitse vertaling type wet prom. 16/06/2006 pub. 15/02/2007 numac 2006021342 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de gunning, informatie aan kandidaten en inschrijvers en wachttermijn inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten type wet prom. 16/06/2006 pub. 03/05/2019 numac 2018031040 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Regering van de Republiek Guatemala inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend te Brussel op 14 april 2005
(2)
(3)sluiten" : de wet van 16 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/06/2006 pub. 21/06/2006 numac 2006009492 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt type wet prom. 16/06/2006 pub. 18/02/2008 numac 2008000093 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de gunning, informatie aan kandidaten en inschrijvers en wachttermijn inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten. - Duitse vertaling type wet prom. 16/06/2006 pub. 15/02/2007 numac 2006021342 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de gunning, informatie aan kandidaten en inschrijvers en wachttermijn inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten type wet prom. 16/06/2006 pub. 03/05/2019 numac 2018031040 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Regering van de Republiek Guatemala inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend te Brussel op 14 april 2005
(2)
(3)sluiten op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt;81° " wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 04/08/2008 numac 2008000628 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen. - Duitse vertaling type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen sluiten" : de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 04/08/2008 numac 2008000628 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen. - Duitse vertaling type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen sluiten op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen;82° " wet van 16 februari 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten2" : de wet van 16 februari 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten2 op het herverzekeringsbedrijf;83° " koninklijk besluit van 3 juni 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten4" : het koninklijk besluit tot bepaling van nadere regels tot omzetting van de Richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten;84° " wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten8" : de wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten8 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen;85° "Richtlijn 77/91/EEG" : de Richtlijn 77/91/EEG van de Raad van 13 december 1976 strekkende tot het coördineren van de waarborgen welke in de Lid-Staten worden verlangd van de vennootschappen in de zin van artikel 58, tweede alinea, van het Verdrag, om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in deze vennootschappen als van derden met betrekking tot de oprichting van de naamloze vennootschap, alsook de instandhouding en wijziging van haar kapitaal, zulks ten einde die waarborgen gelijkwaardig te maken;86° "Richtlijn 2002/14/EG" : de Richtlijn 2002/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2002 tot vaststelling van een algemeen kader betreffende de informatie en de raadpleging van de werknemers in de Europese Gemeenschap;87° "Richtlijn 2003/41/EG" : de Richtlijn 2003/41/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 juni 2003 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening;88° "Richtlijn 2003/71/EG" : de Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG;89° "Richtlijn 2004/25/EG" : de Richtlijn 2004/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende het openbaar overnamebod;90° "Richtlijn 2004/39/EG" : de Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad;91° "Richtlijn 2004/109/EG" : de Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG;92° "Richtlijn 2006/43/EG" : de Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad;93° "Richtlijn 2006/48/EG" : de Richtlijn 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (herschikking);94° "Richtlijn 2006/49/EG" : de Richtlijn 2006/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 inzake de kapitaaltoereikendheid van beleggingsondernemingen en kredietinstellingen (herschikking);95° "Richtlijn 2006/73/EG" : Richtlijn 2006/73/EG van de Commissie van 10 augustus 2006 tot uitvoering van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de door beleggingsondernemingen in acht te nemen organisatorische eisen en voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening en wat betreft de definitie van begrippen voor de toepassing van genoemde Richtlijn;96° "Richtlijn 2009/65/EG" : de Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe'
- s)(herschikking);97° "Richtlijn 2011/61/EU" : de Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010; 98° "Verordening 583/2010" : de Verordening (EU) nr.583/2010 van de Commissie van 1 juli 2010 tot uitvoering van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft essentiële beleggersinformatie en de voorwaarden waaraan moet worden voldaan als de essentiële beleggersinformatie of het prospectus op een andere duurzame drager dan papier of via een website wordt verstrekt; 99° "Verordening 1092/2010" : de Verordening (EU) nr.1092/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 betreffende macroprudentieel toezicht van de Europese Unie op het financiële stelsel en tot oprichting van een Europees Comité voor systeemrisico's; 100° "Verordening 1095/2010" : de Verordening (EU) nr.1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie; 101° "Verordening 231/2013" : de Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 231/2013 van de Commissie van 19 december 2012 tot aanvulling van Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad ten aanzien van vrijstellingen, algemene voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening, bewaarders, hefboomfinanciering, transparantie en toezicht; 102° "Verordening 345/2013" : de Verordening (EU) nr.345/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2013 betreffende Europese durfkapitaalfondsen; 103° "Verordening 346/2013" : de Verordening (EU) nr.346/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2013 inzake Europese sociaalondernemerschapsfondsen. Art. 4.De verwijzingen naar deze wet, naar Richtlijn 2011/61/EU of naar één van de bepalingen van deze wet of die Richtlijn houden eveneens een verwijzing in naar de overeenstemmende bepalingen van de verordeningen en de technische reguleringsnormen die door de Commissie zijn aangenomen krachtens de bepalingen van Richtlijn 2011/61/EU. Art. 5.§ 1. Voor de toepassing van artikel 3, 27°, hebben de volgende aanbiedingen van effecten van instellingen voor collectieve belegging geen openbaar karakter : 1° de aanbiedingen van effecten die uitsluitend gericht zijn aan professionele beleggers;2° de aanbiedingen van effecten die gericht zijn aan minder dan 150 natuurlijke of rechtspersonen die geen professionele beleggers zijn; 3° de aanbiedingen van andere effecten dan rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming, die een totale tegenwaarde van ten minste 100.000 euro per belegger en per categorie effecten vereisen; 4° de aanbiedingen van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming die een totale tegenwaarde van ten minste 250.000 euro per belegger en per categorie effecten vereisen; 5° de aanbiedingen van andere effecten dan rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming, met een nominale waarde per eenheid van ten minste 100.000 euro; 6° de aanbiedingen van effecten met een totale tegenwaarde in de Europese Economische Ruimte van minder dan 100.000 euro die wordt berekend over een periode van 12 maanden. Bij doorverkoop van effecten die voorheen het voorwerp waren van één of meer van de in het eerste lid bedoelde aanbiedingen, moet deze verrichting worden getoetst aan de in artikel 3, 27°, vermelde definitie en aan de in het eerste lid van deze paragraaf vastgestelde criteria om uit te maken of deze doorverkoop een openbaar aanbod is. § 2. Voor de toepassing van artikel 3, 27°, b), kan de Koning het begrip "publiek" definiëren. § 3. Voor de toepassing van artikel 3, 7°, kan de Koning : 1° definiëren wat dient te worden verstaan onder "private beleggers";2° vaststellen onder welke voorwaarden en volgens welke regels de private beleggers effecten kunnen overdragen die zijn uitgegeven door een private AICB. Art. 6.§ 1. De bepalingen van deze wet zijn van toepassing op : 1° de Belgische AICB's;2° de buitenlandse AICB's die in België worden verhandeld; ongeacht of het daarbij gaat om een instelling voor collectieve belegging met een vast of een veranderlijk aantal rechten van deelneming, en ongeacht of de instelling voor collectieve belegging bij overeenkomst, als trust of bij statuten is opgericht, dan wel een andere rechtsvorm bezit. § 2. De bepalingen van deze wet zijn van toepassing op de beheerders van AICB's, ongeacht hun juridische structuur, 1° naar Belgisch recht, die één of meer AICB's beheren, ongeacht of het daarbij gaat om AICB's uit de Europese Unie dan wel uit derde landen;2° naar het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, die één of meer AICB's naar Belgisch recht beheren, of die één of meer AICB's in België verhandelen;3° die in een derde land gevestigd;(
- a)die één of meer AICB's uit de Europese Unie beheren en waarvoor België de referentielidstaat is;of (
- b)die één of meer AICB's naar Belgisch recht beheren zonder dat België de referentielidstaat is;4° die in een derde land zijn gevestigd;(
- a)en die in de Europese Economische Ruimte één of meer AICB's verhandelen, ongeacht of het daarbij gaat om AICB's uit de Europese Unie dan wel uit derde landen, en waarvoor België de referentielidstaat is;of (
- b)die in België een of meer AICB's verhandelen, ongeacht of het daarbij gaat om AICB's uit de Europese Unie dan wel uit derde landen, en waarvoor België niet de referentielidstaat is. Art. 7.Tenzij anders bepaald, is deze wet niet van toepassing op de volgende entiteiten : 1° holdings;2° instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening die onder Richtlijn 2003/41/EG vallen, inclusief, indien van toepassing, de vergunninghoudende entiteiten die verantwoordelijk zijn voor het beheer van deze instellingen en in hun naam handelen, als bedoeld in artikel 2, lid 1, van die Richtlijn, of de uit hoofde van artikel 19, lid 1, van die Richtlijn aangewezen beleggingsbeheerders, voor zover die geen AICB's beheren;3° supranationale instellingen, zoals de Europese Centrale Bank, de Europese Investeringsbank, het Europese Investeringsfonds, de Europese ontwikkelingsfinancieringsinstellingen en bilaterale ontwikkelingsbanken, de Wereldbank, het Internationaal Monetair Fonds en andere supranationale instellingen en vergelijkbare internationale organisaties, indien dergelijke instellingen of organisaties een of meer AICB's beheren en voor zover deze AICB's in het algemeen belang handelen;4° nationale centrale banken;5° nationale, regionale en lokale overheden, en andere organen of instellingen die fondsen ter ondersteuning van socialezekerheids- en pensioenstelsels beheren;6° werknemerswinstdelings- of werknemersspaarplannen;7° voor een bijzonder doel opgerichte effectiseringsstructuren, inclusief de instellingen voor belegging in schuldvorderingen beheerst door de wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten8. Art. 8.Tenzij anders is bepaald, is deze wet niet van toepassing op de beheerders die een of meer AICB's beheren waarvan de enige deelnemers de beheerder, de moeder- of dochtervennootschappen van de beheerder of andere dochtervennootschappen van deze moedervennootschappen zijn, voor zover geen van deze deelnemers zelf een AICB is. Art. 9.Alleen de beheerders naar Belgisch recht en de in België krachtens de bepalingen van deze wet werkzame beheerders naar buitenlands recht, mogen in België openbaar gebruik maken van de termen "beheerder van alternatieve instellingen voor collectieve belegging", "beheerder van AICB", "abi-beheerder" of gelijkaardige benamingen, met name in hun naam, in de opgave van hun doel, in hun effecten, waarden, stukken of reclame. Indien gevaar voor verwarring bestaat, kan de FSMA eisen dat er een verklarende vermelding wordt toegevoegd aan de benaming van de beheerders naar buitenlands recht. Deel II. - GEHARMONISEERDE BEPALINGEN OVER DE BEHEERDERS VAN ALTERNATIEVE INSTELLINGEN VOOR COLLECTIEVE BELEGGING Boek I. - Beheerders naar belgisch recht TITEL I. - Algemeen toepasselijke bepalingen HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied Art. 10.§ 1. Met uitzondering van paragraaf 2 van dit artikel, is deze titel is van toepassing op : 1° de beheerders naar Belgisch recht die één of meer AICB's beheren, ongeacht of het daarbij gaat om AICB's uit de Europese Unie dan wel uit derde landen;en 2° voor zover de artikelen 134 en volgende daarin voorzien, op de in een derde land gevestigde beheerders (
- a)die één of meer AICB's uit de Europese Unie beheren en waarvoor België de referentielidstaat is of (
- b)die één of meer AICB's in de Europese Economische Ruimte verhandelen, ongeacht of het daarbij gaat om AICB's uit de Europese Unie dan wel uit derde landen, en waarvoor België de referentielidstaat is, voor zover zij niet onder de bepalingen van titel II van dit boek vallen. § 2. De beleggingsvennootschappen die niet over een eigen beleidsstructuur beschikken die voldoet aan de vereisten van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen en de gemeenschappelijke beleggingsfondsen, moeten een beheervennootschap van AICB's aanstellen om het geheel van de in artikel 3, 41°, bedoelde beheertaken uit te oefenen. HOOFDSTUK II. - Bedrijfsvergunning Afdeling I. - Vergunning Art. 11.§ 1. Iedere beheerder naar Belgisch recht, moet, alvorens zijn werkzaamheden aan te vatten, een vergunning verkrijgen van de FSMA. De beheerders moeten te allen tijde voldoen aan de vergunningsvoorwaarden van deze titel en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen. De vergunning is geldig voor alle lidstaten. § 2. De AICB's mogen geen andere werkzaamheden verrichten dan de uitoefening van de in artikel 3, 41° bedoelde taken voor eigen rekening. Een beheervennootschap van AICB's mag geen andere werkzaamheden verrichten dan deze bedoeld in artikel 3, 41°, en, voor zover haar de door de wet vereiste vergunning is verleend, in artikel 3, 43°, van de wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten8. In afwijking van het vorige lid mag een beheervennootschap van AICB's de volgende diensten verrichten :
- a)het, op grond van een door de belegger gegeven opdracht, per cliënt en op discretionaire basis beheren van beleggingsportefeuilles, met inbegrip van die van pensioenfondsen en instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening;
- b)als nevendiensten :
- i)het beleggingsadvies;
- ii)de bewaring en administratie van rechten van deelneming uitgegeven door instellingen voor collectieve belegging; iii) het ontvangen en doorgeven van orders met betrekking tot financiële instrumenten. § 3. Het is de beheervennootschappen van AICB's niet toegestaan om 1° uitsluitend de in § 2, derde lid, vermelde diensten te verrichten;2° de in § 2, derde lid, b), vermelde nevendiensten te verrichten, zonder tegelijkertijd ook toestemming te hebben om de in § 2, derde lid, a), vermelde diensten te verrichten;3° alleen de in artikel 3, 41°, c),
- d)en e), bedoelde werkzaamheden te verrichten;4° de in artikel 3, 41°, a), bedoelde diensten te verrichten zonder de in artikel 3, 41°, b), bedoelde diensten te verrichten of vice versa. § 4. De beheerders verstrekken de FSMA de informatie die zij nodig heeft om zich er steeds van te kunnen vergewissen dat aan de in deze titel gestelde voorwaarden wordt voldaan. Art. 12.Van beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, beleggingsondernemingen en kredietinstellingen wordt niet verlangd dat zij een vergunning uit hoofde van deze wet aanvragen om, met betrekking tot AICB's, beleggingsdiensten, zoals het beheer van individuele beleggingsportefeuilles, te mogen verrichten. De beleggingsondernemingen en de kredietinstellingen kunnen evenwel slechts rechtstreeks of onrechtstreeks rechten van deelneming in AICB's aanbieden aan in de Europese Economische Ruimte gevestigde beleggers, of deze rechten van deelneming beleggen bij beleggers die gevestigd zijn in de Europese Economische Ruimte voor zover de rechten van deelneming overeenkomstig deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen mogen worden verhandeld. Art. 13.§ 1. Bij de vergunningsaanvraag wordt een dossier gevoegd dat de door de FSMA gevraagde gegevens bevat, dat beantwoordt aan de door de FSMA gestelde voorwaarden en waaruit blijkt dat aan de door deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen opgelegde voorwaarden is voldaan. § 2. De beheerder die een vergunning aanvraagt, verstrekt de FSMA de volgende informatie over zichzelf : 1° informatie over zijn effectieve leiders;2° informatie over de identiteit van zijn rechtstreekse of onrechtstreekse aandeelhouders of vennoten, natuurlijke of rechtspersonen, die daarin een gekwalificeerde deelneming bezitten, alsook over het bedrag van die deelneming;3° een programma van werkzaamheden waarin zijn organisatiestructuur wordt vermeld, inclusief informatie over de wijze waarop hij denkt te voldoen aan zijn verplichtingen krachtens deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen;4° informatie over zijn verloningsbeleid en -praktijken als bedoeld in de artikelen 40 en volgende;5° in voorkomend geval, informatie over de getroffen regelingen inzake de delegatie en subdelegatie van de in de artikelen 29 en volgende bedoelde taken aan derden. Voor elke AICB die hij voornemens is te beheren, verstrekt de beheerder de volgende inlichtingen : 1° informatie over de beleggingsstrategieën, met inbegrip van de soorten onderliggende fondsen, als de AICB een dakfonds is;2° gegevens over zijn beleid met betrekking tot het gebruik van hefboomfinanciering en de risicoprofielen van de AICB's die hij beheert of wil beheren, waaronder informatie over de lidstaten of derde landen waar die AICB's zijn gevestigd of zich denken te gaan vestigen;3° informatie over de vestigingsplaats van de master, als de betrokken AICB een feeder is;4° het reglement of de statuten van elke AICB die de beheerder wil beheren;5° informatie over de regelingen voor de aanstelling van zijn bewaarder als bedoeld in de artikelen 51 en volgende voor elke AICB die de beheerder wil beheren;6° alle bijkomende informatie als bedoeld in artikel 68 voor elke AICB die de beheerder wil beheren. De FSMA kan aanvullende gegevens opvragen die nodig zijn voor de beoordeling van de vergunningsaanvraag. § 3. Wanneer een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG over een vergunning beschikt uit hoofde van de wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten8, en zij uit hoofde van deze wet een aanvraag indient voor een vergunning als beheerder, mag de FSMA niet verlangen dat die beheerder informatie of stukken verstrekt die hij reeds heeft verstrekt toen hij een vergunning aanvroeg uit hoofde van de wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten8, op voorwaarde dat die informatie of stukken nog actueel zijn. Art. 14.De desbetreffende bevoegde autoriteiten van de andere betrokken lidstaten worden vooraf geraadpleegd over het verlenen van een vergunning aan de volgende beheerders : 1° een dochtervennootschap van een andere beheerder, van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, van een beleggingsonderneming, van een kredietinstelling of van een verzekeringsonderneming, waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend;2° een dochtervennootschap van de moedervennootschap van een andere beheerder, van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, van een beleggingsonderneming, van een kredietinstelling of van een verzekeringsonderneming, waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend;en 3° een vennootschap die wordt gecontroleerd door dezelfde natuurlijke of rechtspersonen die de controle uitoefenen over een andere beheerder, een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, een beleggingsonderneming, een kredietinstelling of een verzekeringsonderneming, waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend. Art. 15.Wanneer de vergunningsaanvraag uitgaat van een beheervennootschap die hetzij de dochteronderneming is van een beursvennootschap, van een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming of een herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht, hetzij de dochteronderneming van de moederonderneming van een beursvennootschap, van een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming of een herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht, hetzij onder de controle staat van dezelfde natuurlijke of rechtspersonen als een beursvennootschap, een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming of een herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht raadpleegt de FSMA, vooraleer een beslissing te nemen, de Bank. Art. 16.§ 1. De FSMA stelt de aanvrager er binnen drie maanden na de indiening van een volledige aanvraag schriftelijk van in kennis of de vergunning toegekend dan wel geweigerd is. De FSMA kan deze termijn met maximaal drie maanden verlengen als zij dit, gezien de specifieke omstandigheden van het dossier, nodig acht en zij de aanvrager hiervan op de hoogte heeft gebracht. Voor de toepassing van dit artikel wordt een aanvraag als volledig beschouwd indien de beheerder ten minste de in artikel 13, § 2, eerste lid, 1° tot 4°, en 13, § 2, tweede lid, 1°, 2° en 3°, bedoelde gegevens heeft verstrekt. De beheerders mogen AICB's met overeenkomstig artikel 13, § 2, tweede lid, 1°, in hun vergunningsaanvraag omschreven beleggingsstrategieën gaan beheren zodra hun de vergunning is verleend, maar niet vroeger dan één maand nadat zij de in artikel 13, § 2, tweede lid, 4°, 5° en 6°, bedoelde ontbrekende gegevens hebben verstrekt. De vergunningsaanvraag wordt geacht te zijn verworpen als de FSMA geen uitspraak heeft gedaan binnen een termijn van zes maanden na indiening van een volledige aanvraag. § 2. De FSMA informeert de ESMA en de Bank driemaandelijks over de conform dit hoofdstuk verleende vergunningen. Art. 17.De FSMA kan de reikwijdte van de vergunning beperken, met name ten aanzien van de uitoefening van bepaalde beheertaken, het verstrekken van bepaalde beleggingsdiensten en de beleggingsstrategieën van de AICB's die de beheerder mag beheren of zij kan bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden koppelen aan de vergunning. Art. 18.§ 1. De beheerder stelt de FSMA vooraf in kennis van elke belangrijke wijziging in de voorwaarden waaronder de vergunning voor het eerst is verleend, met name belangrijke wijzigingen met betrekking tot de overeenkomstig artikel 13 verstrekte informatie. § 2. Indien de FSMA beslist om beperkingen op te leggen of die wijzigingen af te wijzen, brengt zij de beheerder daarvan, binnen een maand na ontvangst van deze kennisgeving, op de hoogte. De FSMA kan deze termijn met maximaal één maand verlengen als zij dit, gezien de specifieke omstandigheden van het dossier, nodig acht en zij de beheerder hiervan op de hoogte heeft gebracht. De wijzigingen worden doorgevoerd indien de FSMA ze niet afwijst binnen de vastgestelde beoordelingstermijn. Art. 19.De FSMA stelt een lijst op van de beheerders waaraan krachtens deze titel een vergunning is verleend. Die lijst en alle daarin aangebrachte wijzigingen worden op haar website bekendgemaakt. Wat de beheerders betreft die de hoedanigheid hebben van beheervennootschap, vermeldt de lijst de van de beheerders de in artikel 3, 41°, bedoelde beheertaken en de in artikel 3, 43°, bedoelde beleggingsdiensten, die de beheerder mag verrichten. Tevens vermeldt zij of de beheerder zijn werkzaamheden overeenkomstig hoofdstuk IV op het grondgebied van andere lidstaten uitoefent via de vestiging van een bijkantoor of in het kader van het vrij verrichten van diensten. De lijst kan in rubrieken en subrubrieken worden onderverdeeld. Afdeling II. - Vergunningsvoorwaarden Onderafdeling I. - Algemene bepalingen Art. 20.De FSMA verleent enkel een vergunning als zij ervan overtuigd is dat de beheerder voldoet aan de voorwaarden van dit hoofdstuk en in staat zal zijn om te voldoen aan de voorwaarden van hoofdstuk III. Art. 21.De FSMA weigert de vergunning wanneer de daadwerkelijke uitoefening van haar toezichthoudende taken wordt belemmerd door : 1° nauwe banden tussen de beheerder en andere natuurlijke of rechtspersonen;2° de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van een derde land die van toepassing zijn op natuurlijke of rechtspersonen waarmee de beheerder nauwe banden heeft;3° moeilijkheden in verband met de handhaving van die wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen. Onderafdeling II. - Aanvangskapitaal en eigen vermogen Art. 22.§ 1. Een in deze titel bedoelde AICB beschikt over een aanvangskapitaal van ten minste 300.000 EUR. Een beheervennootschap van AICB's beschikt, conform dit artikel, over een aanvangskapitaal van ten minste 125.000 EUR. § 2. Wanneer de waarde van de door de beheerder beheerde portefeuilles van AICB's meer dan 250.000.000 EUR bedraagt, moet het eigen vermogen worden verhoogd met 0,02 % van het bedrag waarmee de waarde van de portefeuille 250.000 000 EUR overtreft, met dien verstande echter dat de vereiste som van het aanvangskapitaal en het extra bedrag niet meer mogen bedragen dan 10.000.000 EUR. Voor de toepassing van het eerste lid worden als portefeuilles van de beheerder beschouwd, de door de beheerder beheerde AICB's, met inbegrip van diegene waarvoor de beheerder een of meer beheertaken heeft gedelegeerd overeenkomstig de artikelen 29 en volgende, geacht de portefeuilles van de beheerder te zijn, maar met uitsluiting van de portefeuilles van de AICB's die de beheerder op grond van een delegatie beheert. § 3. Ongeacht paragraaf 2 bedraagt het eigen vermogen van de beheerder nooit minder dan het bedrag dat vereist is uit hoofde van artikelen 6, 3° en 7, § 2 van het reglement van 28 augustus 2007 van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen op het eigen vermogen van de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging. § 4. Het is de beheerders toegestaan niet te voorzien in tot 50 % van het in paragraaf 2 bedoelde extra bedrag aan eigen vermogen indien zij voor hetzelfde bedrag een garantie genieten van een kredietinstelling of verzekeringsonderneming waarvan de statutaire zetel is gevestigd in een lidstaat of in een derde land waar die kredietinstelling of verzekeringsonderneming onderworpen is aan prudentiële regels die, naar het oordeel van de FSMA, gelijkwaardig zijn aan de in het Unierecht vastgestelde regels. § 5. Ter dekking van mogelijke beroepsaansprakelijkheidsrisico's die voortvloeien uit de werkzaamheden die de beheerders krachtens deze wet mogen verrichten, moeten zowel de beheervennootschappen als de instellingen voor collectieve belegging die niet door een beheervennootschap worden beheerd : 1° ofwel over een bedrag aan bijkomend eigen vermogen beschikken dat mogelijke beroepsaansprakelijkheidsrisico's als gevolg van beroepsnalatigheid kan dekken;2° ofwel een burgerlijke beroepsaansprakelijkheidsverzekering afsluiten voor aansprakelijkheid als gevolg van beroepsnalatigheid, die bij de gedekte risico's past. § 6. Het eigen vermogen, met inbegrip van het in § 5, 1°, bedoelde eigen vermogen, moet worden belegd in liquide middelen of in activa die op korte termijn direct in contant geld kunnen worden omgezet, en mag geen speculatieve posities omvatten. Art. 23.De bepalingen van artikel 22, §§ 1 tot 4, zijn niet van toepassing op de beheerders die ook beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG zijn. Onderafdeling III. - Aandeelhouderschap Art. 24.De aandeelhouders van de beheervennootschap van AICB's die een gekwalificeerde deelneming bezitten, zijn geschikt in het licht van de noodzaak om een gezond en voorzichtig beheer van de beheervennootschap te garanderen. Onderafdeling IV. - Leiders Art. 25.§ 1. De effectieve leiding van de beheerder moet aan ten minste twee personen worden toevertrouwd; zij moeten over de voor de uitoefening van hun functie vereiste professionele betrouwbaarheid en passende deskundigheid beschikken, ook met betrekking tot de beleggingsstrategieën die door de door de beheerder beheerde AICB's worden gevolgd. § 2. De identiteit van de effectieve leiders van de beheerder, alsook van iedere persoon die hen in hun functies opvolgt, moet onmiddellijk aan de FSMA worden gemeld. Onderafdeling V. - Organisatie Art. 26.De beheerder beschikt te allen tijde over adequate en voldoende personele en technische middelen om het beheer van de beheerde AICB's naar behoren te kunnen uitvoeren. Mede in het licht van de aard van de door hem beheerde AICB's, beschikt de beheerder over solide administratieve en boekhoudkundige procedures. De beheerder werkt controle- en beveiligingsvoorschriften op het vlak van de elektronische informatieverwerking en adequate internecontroleprocedures uit, met name met inbegrip van regels voor de persoonlijke transacties van zijn medewerkers en voor het aanhouden of beheren van beleggingen met het oog op het beleggen voor eigen rekening, zodat op zijn minst wordt gewaarborgd dat elke transactie waarbij de AICB's betrokken zijn, kan worden gereconstrueerd wat betreft zijn oorsprong, de betrokken partijen, zijn aard, alsook het tijdstip waarop en de plaats waar zij heeft plaatsgevonden, en dat de activa van de door de beheerder beheerde AICB's worden belegd conform het reglement of de statuten van de betrokken AICB en de vigerende wettelijke bepalingen. Art. 27.§ 1. De beheerder van AICB's zorgt voor een functionele en hiërarchische scheiding tussen, enerzijds, de risicobeheerfuncties en, anderzijds, de taken van de uitvoerende afdelingen, met inbegrip van de taken in verband met het portefeuillebeheer. De FSMA toetst deze functionele en hiërarchische scheiding van de risicobeheerfuncties overeenkomstig het eerste lid in het licht van het evenredigheidsbeginsel. De beheerder kan te allen tijde aantonen dat zij specifieke beschermingsmaatregelen tegen belangenconflicten hanteert die de onafhankelijke werking van de risicobeheeractiviteiten waarborgen, en dat de risicobeheerprocedures met een constante doeltreffendheid aan de vereisten van dit artikel voldoen. § 2. De beheerder implementeert passende risicobeheersystemen om alle relevante risico's die met elke beleggingsstrategie van de door hem beheerde AICB's verbonden zijn, en waaraan elke door hem beheerde AICB blootstaat of kan blootstaan, op afdoende wijze vast te stellen, te meten, te beheren en te bewaken. In het bijzonder vertrouwt de beheerder voor de beoordeling van de kredietwaardigheid van de activa van de AICB's niet uitsluitend of mechanisch op ratings, uitgegeven door ratingbureaus als gedefinieerd in artikel 3, lid 1, punt b), van Verordening (EG) nr. 1060/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 inzake ratingbureaus. Met inachtneming van de aard, de omvang en de complexiteit van de activiteiten van de AICB's, houdt de FSMA toezicht op de toereikendheid van de kredietbeoordelingsprocessen van de beheerders, beoordeelt zij het gebruik van verwijzingen naar in het vorige lid bedoelde ratings in het beleggingsbeleid van de AICB's, en moedigt zij, indien passend, de beperking van de impact van dergelijke verwijzingen aan, met als doel het verminderen van het uitsluitend en mechanisch vertrouwen op dergelijke ratings. Art. 28.Voor elke AICB die hij beheert en die geen AICB met een vast aantal rechten van deelneming zonder hefboomfinanciering is, maakt de beheerder gebruik van een passend liquiditeitsbeheersysteem en stelt hij procedures vast die hem in staat stellen zijn liquiditeitsrisico te bewaken en te waarborgen dat het liquiditeitsprofiel van de beleggingen van de AICB in overeenstemming is met zijn onderliggende verplichtingen. Art. 29.§ 1. De beheerder mag het voor eigen rekening uitoefenen van één of meer van de beheertaken in de zin van artikel 3, 41°, op grond van een lastgevings- of een aannemingsovereenkomst aan een derde toevertrouwen, als met name aan de volgende voorwaarden is voldaan : 1° de beslissing om bepaalde beheertaken door een derde te laten uitoefenen moet vooraf ter kennis worden gebracht van de FSMA;in die kennisgeving moet zijn aangetoond dat aan de voorwaarden van dit artikel is voldaan; 2° de beheerder moet zijn hele delegatiestructuur met objectieve argumenten kunnen verklaren;3° de gedelegeerde moet over voldoende middelen beschikken om de betrokken taken te kunnen vervullen en zijn effectieve leiders moeten over de voor de uitoefening van hun functie vereiste professionele betrouwbaarheid en passende deskundigheid beschikken;4° als de delegatie het portefeuille- of risicobeheer betreft, mag het mandaat alleen worden verleend aan instellingen die, voor het beheer van activa, een vergunning hebben of zijn geregistreerd, en die aan toezicht zijn onderworpen, of, wanneer niet aan deze voorwaarde kan worden voldaan, uitsluitend op voorwaarde dat de FSMA daartoe vooraf toestemming heeft verleend;5° wanneer de delegatie het portefeuille- of risicobeheer betreft en aan een onderneming uit een derde land is verleend, moet niet alleen worden voldaan aan de vereisten onder 4°, maar moet bovendien voor samenwerking worden gezorgd tussen de FSMA en de autoriteit die toezicht houdt op de onderneming;6° de delegatie mag geen belemmering vormen voor een passend toezicht op de beheerder en mag met name niet verhinderen dat de beheerder handelt, of dat de AICB's worden beheerd, in het beste belang van de deelnemers;7° de beheerder moet kunnen aantonen dat de gedelegeerde gekwalificeerd is en in staat is om de betrokken taken te vervullen, dat de gedelegeerde met de grootste zorg is gekozen en dat de beheerder in staat is om de gedelegeerde taken efficiënt en voortdurend in het oog te houden, de gedelegeerde te allen tijde verdere instructies te geven en de delegatie met onmiddellijke ingang te herroepen wanneer dat in het belang van de deelnemers is. De beheerder onderwerpt de diensten van iedere gedelegeerde doorlopend aan een evaluatie. Art. 30.Het portefeuille- of risicobeheer mag niet worden gedelegeerd aan : 1° de bewaarder of een gedelegeerde van de bewaarder;of 2° om het even welke andere entiteit waarvan de belangen strijdig kunnen zijn met die van de beheerder of met die van de deelnemers in de AICB, tenzij deze entiteit de verrichting van zijn portefeuille- of risicobeheer functioneel en hiërarchisch heeft gescheiden van zijn andere, mogelijkerwijs conflicterende taken, en de potentiële belangenconflicten naar behoren zijn geïdentificeerd, beheerd, gecontroleerd en meegedeeld aan de deelnemers in de AICB. Art. 31.Het feit dat de beheerder de uitoefening van bepaalde, in artikel 3, 41°, bedoelde beheertaken aan een derde heeft toevertrouwd, en dat die taken, in voorkomend geval, door de gedelegeerde zijn gesubdelegeerd, heeft geen impact op de aansprakelijkheid van de beheerder. Het is de beheerder niet toegestaan zijn beheertaken in die mate te delegeren dat hij in wezen niet meer als de beheerder van de AICB kan worden beschouwd en een brievenbusmaatschappij wordt. Art. 32.De gedelegeerde mag elke aan hem gedelegeerde taak subdelegeren, als aan de volgende voorwaarden is voldaan : 1° de beheerder heeft op voorhand ingestemd met de subdelegatie;2° de beheerder heeft de FSMA op de hoogte gebracht van de subdelegatieregelingen vóór ze van kracht werden;3° er is voldaan aan de voorwaarden van artikel 29, met dien verstande dat alle verwijzingen naar "de gedelegeerde" als verwijzingen naar "de subgedelegeerde" moeten worden gelezen. Artikel 30 is van overeenkomstige toepassing. De betrokken gedelegeerde onderwerpt de diensten van iedere subgedelegeerde doorlopend aan een evaluatie. Wanneer de subgedelegeerde een of meer van de hem toevertrouwde taken verder delegeert, zijn de bepalingen van het eerste lid van overeenkomstige toepassing. Art. 33.De beheervennootschap van AICB's die de in artikel 3, 43°, bedoelde diensten verricht, conformeert zich aan artikel 62bis van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten6. Een beheervennootschap mag geen gelddeposito's, noch gelden of financiële instrumenten in ontvangst nemen die toebehoren aan haar klanten of aan AICB's die zij beheert. De bewaring van de tegoeden die toebehoren aan AICB's geschiedt overeenkomstig de bepalingen van deze wet. De bewaring van de beheerde tegoeden die toebehoren aan klanten, moet worden toevertrouwd aan een andere bewaarder dan de beheervennootschap; voor contanten en financiële instrumenten moet deze bewaarder een beleggingsonderneming zijn met een vergunning voor het bewaren van gelden of financiële instrumenten, dan wel een kredietinstelling die ressorteert onder het recht van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte of een bijkantoor heeft in België. Onderafdeling VI. - Hoofdbestuur Art. 34.Het hoofdbestuur en de maatschappelijke zetel van de beheerder zijn gevestigd in België. Onderafdeling VII. - Cliëntenbescherming Art. 35.De beheervennootschap van AICB's die de in artikel 11, § 2, derde lid bedoelde diensten mag verrichten, moet aansluiten bij de beleggersbeschermingsregeling bedoeld in titel V van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten6. HOOFDSTUK III. - Bedrijfsuitoefening Afdeling I. - Bepalingen die van toepassing zijn op de beheerder Onderafdeling I. - Algemene beginselen Art. 36.Wanneer een beheervennootschap van AICB's of een andere entiteit die voor haar rekening optreedt, deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen die van toepassing zijn op de door haar beheerde AICB, niet kan naleven, stelt zij de FSMA en, indien van toepassing, de bevoegde autoriteiten van de betrokken AICB daarvan onmiddellijk in kennis. De FSMA eist dat de beheervennootschap de nodige corrigerende maatregelen neemt. Indien de beheervennootschap, ondanks de in het vorige lid bedoelde maatregelen, de voorschriften van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen niet naleeft, eist de FSMA dat de beheervennootschap als beheervennootschap van de AICB wordt vervangen. Zolang de vervanging niet heeft plaatsgevonden, mag de AICB niet meer in de Europese Economische Ruimte worden verhandeld. De FSMA stelt de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van ontvangst van de beheervennootschap daarvan onmiddellijk in kennis. Art. 37.§ 1. De beheerder voldoet te allen tijde aan de volgende voorschriften :
- a)hij gaat bij de uitoefening van zijn werkzaamheden billijk, loyaal en met de nodige bekwaamheid, zorgvuldigheid en toewijding te werk;
- b)hij zet zich in voor de belangen van de AICB's of de deelnemers in de AICB's die hij beheert, en voor de integriteit van de markt;
- c)hij beschikt over en maakt doeltreffend gebruik van de middelen en procedures die nodig zijn voor een deugdelijke uitoefening van zijn commerciële werkzaamheden;
- d)hij neemt alle redelijke maatregelen om belangenconflicten te vermijden, en als belangenconflicten onvermijdelijk zijn, om ze te identificeren, te beheren en te controleren en, in voorkomend geval, bekend te maken, met als doel te voorkomen dat die de belangen van de door hem beheerde AICB's en die van hun deelnemers zouden schaden, en om ervoor te zorgen dat de door hem beheerde AICB's op billijke wijze worden behandeld;
- e)hij voldoet aan alle voor de uitoefening van zijn commerciële werkzaamheden geldende reglementaire voorschriften, zodat ze de belangen van de door hem beheerde AICB's en die van hun deelnemers optimaal kunnen behartigen, en de integriteit van de markt bevorderd wordt;
- f)hij behandelt alle deelnemers in de door hem beheerde AICB's billijk. Geen enkele deelnemer van de door de beheerder beheerde AICB mag een voorkeursbehandeling krijgen, tenzij deze voorkeursbehandeling in het reglement of de statuten van de betrokken AICB wordt vermeld. § 2. De beheervennootschap van AICB's waarvan de vergunning ook het portefeuillebeheer op discretionaire basis bestrijkt, mag de portefeuille van een cliënt niet geheel of gedeeltelijk beleggen in rechten van deelneming in door haar beheerde AICB's, zonder de voorafgaande algemene toestemming van de cliënt. Art. 38.Bij de vervulling van hun respectieve taken handelen de beheerder en de bewaarder loyaal, billijk, professioneel, onafhankelijk en in het belang van de AICB en de deelnemers in de AICB. Art. 39.De beheervennootschap van AICB's die de in artikel 3, 43°, bedoelde diensten verricht, conformeert zich aan artikelen 27 en 28bis van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten. Onderafdeling II. - Verloning Art. 40.De beheerder beschikt over een verloningsbeleid en -praktijken voor de categorieën van medewerkers, inclusief de medewerkers die een hogere leidinggevende, risiconemende en controlefunctie uitoefenen, en alle andere medewerkers van wie de totale verloning hen in dezelfde verloningsschaal plaatst als de hogere leidinggevende en risiconemende medewerkers, en van wie de beroepswerkzaamheden een wezenlijke impact hebben op het risicoprofiel van de beheerder of van de door hem beheerde AICB's. Het verloningsbeleid en de verloningspraktijken als bedoeld in het eerste lid moeten in overeenstemming zijn met en bijdragen tot een degelijk en doeltreffend risicobeheer, en niet aanmoedigen tot het nemen van risico's die onverenigbaar zijn met het risicoprofiel, het reglement of de statuten van de door de beheerder beheerde AICB's. Art. 41.Bij de vaststelling en toepassing van het totale verloningsbeleid, met inbegrip van de salarissen en de discretionaire pensioenuitkeringen, voor de in artikel 40 bedoelde categorieën van medewerkers, neemt de beheerder de volgende beginselen in acht op een wijze en in een mate die aansluiten bij zijn omvang en zijn interne organisatie en bij de aard, reikwijdte en complexiteit van zijn activiteiten : 1° het verloningsbeleid is in overeenstemming met en draagt bij tot een degelijk en doeltreffend risicobeheer en moedigt niet aan tot het nemen van risico's die onverenigbaar zijn met het risicoprofiel, het reglement of de statuten van de door hem beheerde AICB's;2° het verloningsbeleid strookt met de bedrijfsstrategie, doelstellingen, waarden en belangen van de beheerder, van de door hem beheerde AICB's en van de deelnemers in de AICB's, en omvat ook maatregelen die belangenconflicten moeten vermijden;3° het wettelijk bestuursorgaan van de beheerder stelt bij de uitoefening van zijn toezichtsopdracht de algemene beginselen van het verloningsbeleid vast, toetst deze op gezette tijden en is verantwoordelijk voor de toepassing ervan;4° de toepassing van het verloningsbeleid wordt ten minste eenmaal per jaar aan een centrale en onafhankelijke interne beoordeling onderworpen om ze te toetsen aan het verloningsbeleid en de verloningsprocedures die het wettelijk bestuursorgaan bij de uitoefening van zijn toezichtsopdracht heeft gehanteerd;5° bij controlefuncties betrokken medewerkers worden vergoed overeenkomstig de verwezenlijking van de met hun functies samenhangende doelstellingen, ongeacht de prestaties van de door hen gecontroleerde bedrijfsactiviteiten;6° het remuneratiecomité houdt, in voorkomend geval, rechtstreeks toezicht op de verloning van hogere leidinggevende personeelsleden die risicobeheer- en compliancefuncties uitoefenen;7° wanneer de verloning prestatiegerelateerd is, is het totale bedrag van de verloning gebaseerd op een combinatie van de beoordeling van de prestaties van de betrokken persoon en het betrokken bedrijfsonderdeel of van de betrokken AICB, en van de resultaten van de betrokken beheerder als een geheel.Bij de beoordeling van de persoonlijke prestaties worden overigens zowel financiële als niet-financiële criteria gehanteerd; 8° de prestaties worden beoordeeld in een meerjarenkader dat aangepast is aan de levenscyclus van de door de beheerder beheerde AICB's, om te garanderen dat het beoordelingsproces gebaseerd is op langetermijnprestaties en dat de effectieve betaling van prestatiegerelateerde verloningscomponenten gespreid is over een periode die strookt met het terugbetalingsbeleid van de beheerde AICB's en de desbetreffende beleggingsrisico's;9° de gegarandeerde variabele verloning heeft een uitzonderlijk karakter, is enkel van toepassing bij de indienstneming van nieuwe personeelsleden en blijft beperkt tot het eerste jaar;10° de vaste en variabele componenten van de totale verloning zijn evenwichtig verdeeld;het aandeel van de vaste component in het totale verloningspakket is groot genoeg om een flexibel beleid te kunnen voeren inzake variabele verloningscomponenten, inclusief de mogelijkheid om geen variabele verloningscomponent uit te betalen; 11° de vergoedingen bij de vervroegde opzegging van een arbeidsovereenkomst hangen samen met in de loop der tijd gerealiseerde prestaties en zijn zodanig geconcipieerd dat falen niet wordt beloond;12° de beoordeling van prestaties, als basis voor de berekening van de variabele componenten van de individuele of collectieve verloning, omvat een breed correctiemechanisme om rekening te kunnen houden met alle relevante soorten actuele en toekomstige risico's;13° afhankelijk van de rechtsvorm van de AICB en haar reglement of statuten, bestaat een substantieel deel, in elk geval ten minste 50 % van de variabele verloningscomponent, uit rechten van deelneming in de AICB, of uit een equivalente deelneming, of uit aan rechten van deelneming verbonden instrumenten, of uit equivalente niet-geldelijke instrumenten, tenzij het beheer van de AICB's minder dan 50 % vertegenwoordigt van de totale, door de beheerder beheerde portefeuille, waarbij de minimumdrempel van 50 % niet geldt. Voor de in dit punt bedoelde instrumenten geldt een passend aanhoudbeleid om de stimulansen te laten aansluiten op de belangen van de beheerder en van de door hem beheerde AICB's en op die van de deelnemers. De Koning kan de ter zake geldende regels verduidelijken bij besluit genomen op advies van de FSMA. Dit punt is zowel van toepassing op het gedeelte van de variabele verloningscomponent waarvan de uitkering overeenkomstig punt 14° wordt uitgesteld, als op het gedeelte van de variabele verloningscomponent waarvan de uitkering niet wordt uitgesteld; 14° een aanzienlijk deel, in elk geval ten minste 40 % van de variabele verloningscomponent, wordt pas uitgekeerd na een periode die aangepast is aan de levenscyclus en het terugbetalingsbeleid van de betrokken AICB.Dat deel is op passende wijze afgestemd op de aard van de door de betrokken AICB gelopen risico's. De in dit punt bedoelde periode moet minimum drie tot vijf jaar bedragen, tenzij de levenscyclus van de AICB korter is. Verloning volgens een spreidingsregeling wordt niet sneller verworven dan een betaling naar rato. Indien de variabele verloningscomponent een bijzonder hoog bedrag is, wordt minstens 60 % daarvan met uitstel uitgekeerd; 15° de variabele verloning, inclusief het uitgestelde deel ervan, wordt alleen uitgekeerd of definitief verworven als het betrokken bedrag verenigbaar is met de financiële situatie van de beheerder als een geheel, en billijk is gelet op de prestaties van de bedrijfseenheid, de AICB en de persoon in kwestie. De totale variabele verloning wordt aanzienlijk verlaagd als de financiële prestaties van de beheerder of de AICB minder goed of negatief zijn, zowel rekening houdend met de huidige verloning als met de vermindering van de uitbetalingen van eerder verdiende bedragen, onder meer door middel van malus- of terugvorderingsregelingen; 16° het pensioenbeleid strookt met de bedrijfsstrategie, doelstellingen, waarden en langetermijnbelangen van de beheerder en de door hem beheerde AICB's. Indien de werknemer de dienst van de beheerder vóór zijn pensionering verlaat, moeten de discretionaire pensioenuitkeringen gedurende een termijn van vijf jaar door de beheerder worden aangehouden in de vorm van in punt 13° omschreven instrumenten. Wanneer een werknemer de pensioenleeftijd bereikt, dienen hem discretionaire pensioenuitkeringen te worden betaald in de vorm van de in punt 13° omschreven instrumenten, onder voorbehoud van een aanhoudperiode van vijf jaar; 17° het personeel dient zich ertoe te verbinden geen gebruik te maken van persoonlijke hedgingstrategieën of aan verloning en aansprakelijkheid gekoppelde verzekeringen om de in hun verloningsregelingen ingebedde risicobeheereffecten te ondermijnen;18° variabele verloningen worden niet uitgekeerd door middel van vehikels of methoden die het omzeilen van de vereisten van deze wet vergemakkelijken. Art. 42.De in artikel 41 vermelde beginselen zijn van toepassing op alle soorten door de beheerder uitgekeerde verloningen, op alle door de AICB zelf uitgekeerde bedragen, met inbegrip van de carried interest, en op alle overdrachten van rechten van deelneming in de AICB, ten gunste van de in artikel 40, eerste lid, bedoelde categorieën van medewerkers. Art. 43.De beheerders die significant zijn qua omvang of qua omvang van de door hen beheerde AICB's, qua interne organisatie en qua aard, reikwijdte en complexiteit van hun werkzaamheden, stellen een remuneratiecomité in. Het remuneratiecomité is zodanig samengesteld dat het een kundig en onafhankelijk oordeel kan geven over verloningsbeleid en -praktijken en over de voor het risicobeheer gecreëerde stimulansen. Het remuneratiecomité is verantwoordelijk voor de voorbereiding van beslissingen over verloning, met name van beslissingen die gevolgen hebben voor het risico en het risicobeheer van de beheerder of van de betrokken AICB, en die het wettelijkbestuursorgaan bij de uitoefening van zijn toezichtsopdracht moet nemen. Het remuneratiecomité wordt voorgezeten door een lid van het wettelijkbestuursorgaan dat geen uitvoerende functie uitoefent bij de betrokken beheerder. De leden van het remuneratiecomité zijn leden van het wettelijkbestuursorgaan, die geen uitvoerende functie uitoefenen bij de betrokken beheerder. Onderafdeling III. - Belangenconflicten Art. 44.De beheerder neemt alle redelijke maatregelen om belangenconflicten te identificeren die zich bij het beheer van AICB's voordoen tussen : 1° de beheerder, met inbegrip van zijn bestuurders, werknemers of andere personen die rechtstreeks of onrechtstreeks met hem verbonden zijn door een controleband, en de door de beheerder beheerde AICB of de deelnemers van die AICB;2° de AICB of de deelnemers in die AICB en een andere AICB of de deelnemers van die andere AICB;3° de AICB of de deelnemers in die AICB en een andere cliënt van de beheerder;4° de AICB of de deelnemers in die AICB en een door de beheervennootschap beheerde instelling voor collectieve belegging die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, of de deelnemers van die instelling voor collectieve belegging;of 5° twee cliënten van de beheerder. De beheerder hanteert en handhaaft doeltreffende organisatorische en administratieve regelingen, met als doel alle redelijke maatregelen te kunnen nemen om belangenconflicten te identificeren, voorkomen, beheren en controleren, met als doel te voorkomen dat die de belangen van de AICB's die hij beheert en die van hun deelnemers zouden schaden. De beheerder houdt, binnen zijn bedrijf, de taken en verantwoordelijkheden gescheiden die als onderling onverenigbaar kunnen worden beschouwd of aanleiding kunnen geven tot systematische belangenconflicten. De beheerder gaat na of de omstandigheden van zijn bedrijfsuitoefening tot andere belangrijke belangenconflicten kunnen leiden, en stelt de deelnemers van de AICB's daarvan in kennis. Art. 45.Als de organisatorische en administratieve regelingen die een beheerder heeft getroffen om belangenconflicten te identificeren, voorkomen, beheren en controleren, niet volstaan om met redelijke zekerheid te kunnen aannemen dat het risico zal worden voorkomen dat de belangen van de deelnemers van de door hem beheerde AICB's worden geschaad, brengt de beheerder de deelnemers in duidelijke bewoordingen op de hoogte van de algemene aard of de oorzaken van belangenconflicten alvorens voor hen zaken te doen, en stelt zij aangepaste beleidslijnen en procedures op. Art. 46.Wanneer de beheerder, voor rekening van een door hem beheerde AICB, gebruik maakt van de diensten van een prime broker, moeten de ter zake geldende voorwaarden in een schriftelijke overeenkomst worden vastgelegd. In die overeenkomst moeten met name alle mogelijkheden voor de overdracht en het hergebruik van de activa van de AICB worden vastgelegd; die mogelijkheden moeten aan het reglement of de statuten van de AICB voldoen. Voorts bepaalt de overeenkomst dat de bewaarder op de hoogte moet worden gebracht van de sluiting ervan. De beheerder betracht bekwaamheid, zorgvuldigheid en toewijding bij de selectie en aanwijzing van de prime brokers met wie hij een overeenkomst zal sluiten. Onderafdeling IV. - Risicobeheer Art. 47.§ 1. De beheerder toetst de risicobeheersystemen met een passende frequentie, en ten minste eenmaal per jaar, en past ze, zo nodig, aan. § 2. De beheerder zorgt er in elk geval voor dat : 1° hij, naargelang van de beleggingsstrategie, de doelstellingen en het risicoprofiel van de AICB, een passende, gedocumenteerde en geregeld bijgewerkte due-diligenceprocedure implementeert wanneer hij belegt voor rekening van de door hem beheerde AICB;2° de risico's van elke beleggingspositie van de AICB en de algemene gevolgen ervan voor de portefeuille van de AICB te allen tijde naar behoren kunnen worden vastgesteld, gemeten, beheerd en bewaakt, met name aan de hand van passende stresstestprocedures;3° het risicoprofiel van de AICB aansluit bij haar omvang, portefeuillestructuur en beleggingsstrategieën en -doelstellingen, zoals deze zijn vastgelegd in haar reglement of statuten, prospectus en aanbiedingsdocumenten. § 3. De beheerder bepaalt de maximale hefboomfinanciering die hij mag gebruiken voor rekening van elke door hem beheerde AICB, alsook de mate waarin gebruik mag worden gemaakt van de zekerheden of de garanties die in het kader van de hefboomfinancieringsregeling kunnen worden verleend; hij houdt daarbij met name rekening met : 1° het desbetreffende soort AICB;2° de beleggingsstrategie van de AICB;3° de hefboomfinancieringsbronnen van de AICB;4° alle overige interrelaties of relevante connecties met andere instellingen voor financiële dienstverlening die systeemrisico's kunnen opleveren;5° de noodzaak om de risicoblootstelling jegens een enkele tegenpartij te beperken;6° de mate waarin hefboomposities zijn afgedekt;7° de verhouding tussen activa en passiva;8° de schaal, de wijze waarop en de mate waarin de beheerder actief is op de betrokken markten. Afdeling II. - Bepalingen van toepassing op de beheerder voor elke alternatieve instelling voor collectieve belegging die hij beheert Onderafdeling I. - Uitoefening van het bedrijf van de alternatieve instelling voor collectieve belegging A. Liquiditeitsbeheer Art. 48.§ 1. Elke beheerder voert, voor de AICB's die geen AICB's met een vast aantal rechten van deelneming zijn die zonder hefboomfinanciering werken, geregeld onder zowel normale als uitzonderlijke liquiditeitsomstandigheden stresstests uit die hem in staat stellen zijn liquiditeitsrisico te beoordelen en dienovereenkomstig te monitoren. § 2. De beheerder zorgt er, voor elke AICB die hij beheert, voor dat de beleggingsstrategie, het liquiditeitsprofiel en het terugbetalingsbeleid coherent zijn. B. Waardering Art. 49.§ 1. Voor elke AICB die hij beheert, ziet de beheerder erop toe dat er passende en consistente procedures worden vastgesteld opdat een passende en onafhankelijke waardering van de activa van de AICB kan worden verricht overeenkomstig dit punt B, de toepasselijke wettelijke bepalingen en haar reglement of statuten. § 2. De waardering van de activa en de berekening van de netto-inventariswaarde per recht van deelneming van de AICB worden uitgevoerd conform het recht van het land waar de AICB gevestigd is en het reglement of de statuten van de AICB. § 3. De netto-inventariswaarde per recht van deelneming wordt, in overeenstemming met dit punt B, de toepasselijke nationale wetgeving en het reglement of de statuten van de AICB, berekend en aan de deelnemers meegedeeld. De gehanteerde waarderingsprocedures waarborgen dat de activa ten minste eenmaal per jaar worden gewaardeerd en dat de netto-inventariswaarde per recht van deelneming ten minste eenmaal per jaar wordt berekend. In het geval van een instelling voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming, worden deze waarderingen en berekeningen voorts verricht met een frequentie die passend is in het licht van de door de AICB aangehouden activa en van het uitgifte- en terugbetalingsbeleid ervan. In het geval van een instelling voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming, worden deze waarderingen en berekeningen ook verricht wanneer de AICB tot een kapitaalverhoging of -vermindering overgaat. De deelnemers worden op de in het reglement of de statuten van de AICB vastgelegde wijze in kennis gesteld van de waarderingen en berekeningen. § 4. De waardering wordt op onpartijdige wijze en met de nodige bekwaamheid, zorgvuldigheid en toewijding uitgevoerd. Art. 50.§ 1. De waardering wordt uitgevoerd door : 1° een externe waarderingsdeskundige, die onafhankelijk is van de AICB, de beheerder, en om het even welke andere persoon die nauw met hen verbonden is;of 2° de beheerder zelf, op voorwaarde dat de waarderingstaak functioneel onafhankelijk is van het portefeuillebeheer en mits het verloningsbeleid en andere maatregelen garanderen dat belangenconflicten worden beperkt en ongepaste beïnvloeding van de werknemers wordt verhinderd. De voor een AICB aangestelde bewaarder mag niet als externe waarderingsdeskundige worden aangesteld voor deze AICB, tenzij hij de verrichting van zijn bewaarfuncties functioneel en hiërarchisch heeft gescheiden van zijn taken als externe waarderingsdeskundige, en de mogelijke belangenconflicten behoorlijk worden geïdentificeerd, beheerd, gecontroleerd en meegedeeld aan de deelnemers van de AICB. § 2. Wanneer een externe waarderingsdeskundige de waardering uitvoert : 1° is hij verplicht zich in te schrijven in een wettelijk erkend beroepsregister, of is hij onderworpen aan wettelijke en reglementaire bepalingen of aan professionele gedragsregels.In het geval van een AICB onder Belgisch recht, moet de externe waarderingsdeskundige een bedrijfsrevisor zijn; 2° beschikt hij over voldoende vakbekwaamheid om de betrokken waarderingstaken efficiënt te kunnen uitvoeren, in overeenstemming met artikel 49, §§ 1, 2 en 3;en 3° gebeurt zijn aanstelling in overeenstemming met de voorschriften van de artikelen 29 en volgende en de gedelegeerde handelingen vastgesteld overeenkomstig artikel 20, lid 7, van Richtlijn 2011/61/EU. § 3. De aangestelde externe waarderingsdeskundige mag de waarderingstaken niet aan een derde overdragen. § 4. De beheerder brengt de aanstelling van de externe waarderingsdeskundige ter kennis van de FSMA. Zij kan eisen dat de externe waarderingsdeskundige wordt vervangen als niet aan de voorwaarden van § 2 is voldaan. § 5. Onverminderd de toepassing van artikel 130 en volgende van het Wetboek van Vennootschappen, kan de FSMA, indien de waardering niet door een onafhankelijke externe waarderingsdeskundige wordt uitgevoerd, eisen dat de waarderingsprocedures en/of waarderingen van de AICB door een externe waarderingsdeskundige of, waar nodig, een bedrijfsrevisor worden gecontroleerd. § 6. De beheerder is verantwoordelijk voor de accurate waardering van de activa van de AICB en voor de berekening en de publicatie van haar netto-inventariswaarde. Het feit dat de beheerder een externe waarderingsdeskundige heeft aangesteld, heeft geen enkele invloed op zijn aansprakelijkheid ten aanzien van de AICB en de deelnemers. Ondanks de vorige leden en ongeacht eventuele andersluidende contractuele afspraken, is de externe waarderingsdeskundige niettemin aansprakelijk jegens de beheerder voor alle schade die hij ondervindt doordat de externe waarderingsdeskundige zijn taak door nalatigheid of met opzet niet uitvoert. C. Bewaarder Art. 51.§ 1. De beheerder zorgt ervoor dat voor elke door hem beheerde AICB één individuele bewaarder wordt benoemd, in overeenstemming met de bepalingen van dit punt C. § 2. De benoeming van de bewaarder wordt schriftelijk vastgelegd in een contract. Het contract regelt onder meer de uitwisseling van informatie die noodzakelijk wordt geacht om de bewaarder in staat te stellen zijn taken als bewaarder uit te voeren, overeenkomstig deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, alsook andere relevante wetten, besluiten en administratieve bepalingen. § 3. Enkel de volgende instellingen en ondernemingen mogen als bewaarder worden aangesteld : 1° een kredietinstelling die haar statutaire zetel in de Europese Economische Ruimte heeft en over een vergunning beschikt overeenkomstig Richtlijn 2006/48/EG;2° een beleggingsonderneming die haar statutaire zetel in de Europese Economische Ruimte heeft, onderworpen is aan de kapitaalvereisten overeenkomstig artikel 20, lid 1, van Richtlijn 2006/49/EG, met inbegrip van het kapitaalvereiste voor het operationele risico, die voorts over een vergunning beschikt overeenkomstig Richtlijn 2004/39/EG, en die tenslotte ook de nevendienst verricht van bewaring en beheer van financiële instrumenten voor rekening van cliënten, overeenkomstig deel B, punt 1, van bijlage I bij Richtlijn 2004/39/EG; het eigen vermogen van deze beleggingsondernemingen mag hoe dan ook niet lager zijn dan het in artikel 9 van Richtlijn 2006/49/EG vermelde bedrag van het aanvangskapitaal; 3° voor de AICB's waarvoor, gedurende een periode van vijf jaar vanaf de datum van de oorspronkelijke beleggingen, geen terugbetalingsrechten kunnen worden uitgeoefend en die, overeenkomstig hun kernbeleggingsbeleid, over het algemeen niet beleggen in activa die in bewaarneming moeten worden genomen overeenkomstig artikel 21, lid 8,
- a)van Richtlijn 2011/61/EU, of die over het algemeen beleggen in uitgevende instellingen en niet-genoteerde vennootschappen om mogelijks conform artikel 26 van Richtlijn 2011/61/EU de controle over deze ondernemingen te verwerven,
- a)ingeval de betrokken AICB in België is gevestigd, kan de Koning, bij koninklijk besluit genomen op advies van de FSMA, toelaten dat een bewaarder wordt aangesteld die niet tot een van de in de voornoemde bepalingen onder 1° en 2° bedoelde categorieën behoort.Deze entiteit moet voldoende financiële waarborgen en vakbekwaamheid bieden om de betrokken bewaardertaken op passende wijze te kunnen uitvoeren en de verbintenissen te kunnen nakomen die voortvloeien uit de uitoefening van deze taken. Conform de bepalingen van artikel 21, lid 3, laatste alinea, van Richtlijn 2011/61/EU, stelt de Koning de verplichtingen vast waaraan een dergelijke bewaarder moet voldoen wat zijn vergunning of verplichte inschrijving en bedrijfsuitoefening betreft, en bepaalt Hij de toezichtsregeling waaraan deze bewaarder onderworpen is;
- b)ingeval de betrokken AICB in een andere lidstaat is gevestigd, mag de bewaarder een entiteit zijn die bewaardertaken uitvoert in het kader van haar beroeps- of bedrijfsuitoefening waarvoor zij, krachtens de in deze andere lidstaat geldende nationale rechtsregels voor de betrokken AICB, onderworpen is aan een regeling inzake vergunning of verplichte inschrijving, aan bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden en aan een toezichtsregeling die ten minste gelijkwaardige waarborgen bieden als de regeling die door de Koning is vastgesteld met toepassing van bovenstaand punt a).De betrokken entiteit moet voldoende financiële waarborgen en vakbekwaamheid bieden om de betrokken bewaardertaken op doeltreffende wijze uit te voeren en de verbintenissen na te komen die voortvloeien uit de uitoefening van deze taken. Alleen voor de AICB's uit derde landen en onverminderd de bepalingen van artikel 53, 2°, kan de bewaarder ook een kredietinstelling of elke andere entiteit van dezelfde aard als de in artikel 51, § 3, opgesomde entiteiten zijn, voor zover aan de voorwaarden van artikel 54, 2°, is voldaan. Art. 52.Om belangenconflicten tussen de bewaarder, de beheerder en/of de AICB en/of haar deelnemers te voorkomen : 1° mag een beheerder niet als bewaarder optreden;2° mag een prime broker die optreedt als tegenpartij voor een AICB, niet als bewaarder worden aangesteld voor die AICB, tenzij hij de verrichting van zijn bewaarfuncties functioneel en hiërarchisch heeft gescheiden van zijn taken als prime broker, en de mogelijke belangenconflicten afdoende worden geïdentificeerd, beheerd, gecontroleerd en meegedeeld aan de deelnemers in de AICB.Als aan de relevante voorwaarden is voldaan, mag een bewaarder zijn bewaarnemingstaken overeenkomstig artikel 57 aan een dergelijke prime broker delegeren. Art. 53.De bewaarder is op een van de volgende plaatsen gevestigd : 1° voor de AICB's uit de Europese Unie, in de lidstaat van herkomst van de AICB;2° voor de AICB's uit derde landen, wanneer België de referentielidstaat van de beheerder is, in het derde land waar de AICB is gevestigd, of in België. Art. 54.Onverminderd de in artikel 51, § 3, bedoelde vereisten is de aanstelling van een in een derde land gevestigde bewaarder te allen tijde aan de volgende voorwaarden onderworpen : 1° de FSMA en, voor zover dat niet dezelfde autoriteiten zijn, de bevoegde autoriteiten van de lidstaten waar de rechten van deelneming in de AICB uit derde landen bestemd zijn om te worden verhandeld, hebben samenwerkings- en gegevensuitwisselingsovereenkomsten gesloten met de bevoegde autoriteiten van de bewaarder;2° de bewaarder is onderworpen aan effectieve prudentiële regelgeving, inclusief minimumkapitaalvereisten, en toezicht dat dezelfde strekking heeft als het Unierecht en dat daadwerkelijk wordt uitgevoerd;3° het derde land waar de bewaarder is gevestigd, staat niet op de lijst van de niet-coöperatieve landen en gebieden van de FATF;4° België en, voor zover dat niet dezelfde lidstaten zijn, de lidstaten waar de rechten van deelneming in de AICB uit derde landen bestemd zijn om te worden verhandeld, hebben, met het derde land waar de bewaarder is gevestigd, een overeenkomst gesloten die aan de normen van artikel 26 van het OESO-Modelverdrag inzake dubbele belasting naar het inkomen en naar het vermogen voldoet, en die een doeltreffende informatie-uitwisseling over fiscale aangelegenheden, inclusief eventuele belastingovereenkomsten, waarborgt;5° de bewaarder is contractueel aansprakelijk jegens de AICB of jegens de deelnemers in de AICB, overeenkomstig artikel 58, §§ 1 en 2, en stemt uitdrukkelijk in met de naleving van artikel 57. Als een onenigheid bestaat tussen de FSMA en de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat betreffende de toepassing van de bepalingen van artikel 21, lid 6, eerste alinea, a),
- c)of e), van Richtlijn 2011/61/EU, kan de FSMA de zaak voorleggen aan de ESMA. Art. 55.§ 1. De bewaarder zorgt er in het algemeen voor dat de kasstromen van AICB's naar behoren worden gecontroleerd, en in het bijzonder dat alle betalingen door of namens deelnemers bij de inschrijving op rechten van deelneming in de AICB ontvangen zijn en dat alle contanten van de AICB geboekt worden op kasgeldrekeningen die, op naam van de AICB, of op naam van de beheerder die namens de AICB optreedt, op of naam van de bewaarder die namens de AICB optreedt, geopend zijn bij een in artikel 18, lid 1, a),
- b)en c), van Richtlijn 2006/73/EG beschreven entiteit, of bij een andere entiteit van dezelfde aard in de relevante markt waar kasgeldrekeningen nodig zijn, op voorwaarde dat deze entiteit onderworpen is aan effectieve prudentiële regelgeving en toezicht die dezelfde strekking hebben als het Unierecht en die daadwerkelijk worden uit