← België

Decreet over het lokaal bestuur

Kort samengevat

Dit decreet regelt de organisatie en werking van lokale besturen in Vlaanderen, met een focus op gemeenten en openbare centra voor maatschappelijk welzijn (OCMW's). Het doel is om het welzijn van burgers te bevorderen door een democratische, transparante en doelmatige uitoefening van bevoegdheden.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

Wettekst
Obsah (4)§ 3§ 2§ 4§ 5

22 DECEMBER 2017. - Decreet over het lokaal bestuur (1) Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen

Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt: Decreet over het lokaal bestuur DEEL 1. - ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1.Dit decreet regelt een gemeenschaps-

gewestaangelegenheid. Art. 2.§ 1. De gemeenten

de openbare centra voor maatschappelijk welzijn beogen om op het lokale niveau duurzaam bij te dragen aan het welzijn van de burgers

verzekeren een burgernabije, democratische, transparante

doelmatige uitoefening van hun bevoegdheden. Ze betrekken de inwoners zo veel mogelijk bij het beleid

zorgen voor openheid van bestuur. § 2. De gemeenten zijn overeenkomstig artikel 41 van de Grondwet bevoegd voor de aangelegenheden van gemeentelijk belang. Voor de verwezenlijking daarvan kunnen ze alle initiatieven nemen. Ze beogen om bij te dragen aan de duurzame ontwikkeling van het gemeentelijk gebied. Overeenkomstig artikel 6, § 1, VIII, tweede lid, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen

artikel 46 van de gewone wet van 9 augustus 1980 tot hervorming der instellingen

met toepassing van het subsidiariteitsbeginsel, oefenen de gemeenten ook de bevoegdheden uit die hen door of krachtens de wet of het decreet zijn toevertrouwd. Alleen als dat bij decreet uitdrukkelijk is bepaald, kunnen de provincies de medewerking van de gemeenten regelen. § 3. De openbare centra voor maatschappelijk welzijn oefenen de opdrachten, vermeld in artikel 1

57 van de organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999003672 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale

diverse bepalingen type wet prom. 24/12/1999 pub. 29/12/1999 numac 1999003644 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2000 type wet prom. 24/12/1999 pub. 08/02/2000 numac 2000003028 bron ministerie van financien Wet houdende vijfde aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid

leefmilieu Wet houdende sociale

diverse bepalingen sluiten3 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, uit, alsook de andere aangelegenheden die hen door of krachtens een wet of een decreet worden opgelegd. Art. 3.Dit decreet is van toepassing op alle gemeenten van het Vlaamse Gewest

op alle openbare centra voor maatschappelijk welzijn in de gemeenten van het Nederlandse taalgebied onder voorbehoud van artikel 5, § 1, II, 2°,

artikel 6, § 1, VIII, eerste lid, 1°, eerste streepje,

4°, eerste lid, a),

artikel 7, § 1, eerste

derde lid, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen. DEEL 2. - HET BESTUUR VAN DE GEMEENTE

HET OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN TITEL 1. - De politieke organisatie van de gemeente

het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn HOOFDSTUK

  1. - De gemeenteraad Afdeling
  2. - De organisatie van de gemeenteraad Art. 4.§
  3. De gemeenteraad vertegenwoordigt de hele bevolking van de gemeente. De gemeenteraad bestaat, met inbegrip van de burgemeester

de schepenen, uit: 1° 7 leden in de gemeenten met minder dan 1000 inwoners;2° 9 leden in de gemeenten met 1000 tot

met 1999 inwoners;3° 11 leden in de gemeenten met 2000 tot

met 2999 inwoners;4° 13 leden in de gemeenten met 3000 tot

met 3999 inwoners;5° 15 leden in de gemeenten met 4000 tot

met 4999 inwoners;6° 17 leden in de gemeenten met 5000 tot

met 6999 inwoners;7° 19 leden in de gemeenten met 7000 tot

met 8999 inwoners; 8° 21 leden in de gemeenten met 9000 tot

met 11.999 inwoners; 9° 23 leden in de gemeenten met 12.000 tot

met 14.999 inwoners; 10° 25 leden in de gemeenten met 15.000 tot

met 19.999 inwoners; 11° 27 leden in de gemeenten met 20.000 tot

met 24.999 inwoners; 12° 29 leden in de gemeenten met 25.000 tot

met 29.999 inwoners; 13° 31 leden in de gemeenten met 30.000 tot

met 34.999 inwoners; 14° 33 leden in de gemeenten met 35.000 tot

met 39.999 inwoners; 15° 35 leden in de gemeenten met 40.000 tot

met 49.999 inwoners; 16° 37 leden in de gemeenten met 50.000 tot

met 59.999 inwoners; 17° 39 leden in de gemeenten met 60.000 tot

met 69.999 inwoners; 18° 41 leden in de gemeenten met 70.000 tot

met 79.999 inwoners; 19° 43 leden in de gemeenten met 80.000 tot

met 89.999 inwoners; 20° 45 leden in de gemeenten met 90.000 tot

met 99.999 inwoners; 21° 47 leden in de gemeenten met 100.000 tot

met 149.999 inwoners; 22° 49 leden in de gemeenten met 150.000 tot

met 199.999 inwoners; 23° 51 leden in de gemeenten met 200.000 tot

met 249.999 inwoners; 24° 53 leden in de gemeenten met 250.000 tot

met 299.999 inwoners; 25° 55 leden in de gemeenten met 300.000 of meer inwoners. § 2. De schepenen

de burgemeester zijn gemeenteraadsleden behalve als ze niet als gemeenteraadslid zijn verkozen als vermeld in de gevallen, vermeld in artikel 42, § 4, artikel 58, § 3,

artikel 68, §

  1. §
  2. Uiterlijk op 1 juni van het jaar waarin de gemeenteraadsverkiezingen zullen plaatsvinden, stelt de Vlaamse Regering een lijst op van het aantal te verkiezen gemeenteraadsleden per gemeente op basis van de bevolkingsaantallen van de gemeenten. Het inwonertal dat in aanmerking wordt genomen, is het aantal personen dat ingeschreven is in het rijksregister van de natuurlijke personen

dat op 1 januari van het jaar van de gemeenteraadsverkiezingen zijn hoofdverblijfplaats in de desbetreffende gemeente had. Ingeval een gemeente een principiële beslissing tot samenvoeging aan de Vlaamse Regering heeft kenbaar gemaakt, vermeldt de Vlaamse Regering desgevallend in de lijst van het aantal te verkiezen gemeenteraadsleden ook het aantal te verkiezen gemeenteraadsleden van de nieuwe gemeente, op basis van de som van de bevolkingsaantallen van de samen te voegen gemeenten. Vanaf de inwerkingtreding van het samenvoegingsdecreet wordt in deze lijst het aantal te verkiezen gemeenteraadsleden, vermeld voor de samengevoegde gemeenten, opgeheven

is

kel het aantal te verkiezen gemeenteraadsleden van de nieuwe gemeente geldig. Het bevolkingsaantal op 1 januari, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, wordt, met behoud van de toepassing van het eerste lid, vanaf 1 januari na de bekendmaking ervan, in aanmerking genomen als bevolkingscijfer in dit decreet. Art. 5.§

  1. De gemeenteraad wordt om de zes jaar volledig vernieuwd. De leden van de gemeenteraad worden rechtstreeks verkozen door de gemeenteraadskiezers. De leden van de gemeenteraad zijn herverkiesbaar. §
  2. Na een volledige vernieuwing van de gemeenteraad blijven de uittredende gemeenteraadsleden in functie tot de geloofsbrieven van de nieuw verkozen gemeenteraadsleden onderzocht zijn

tot de meerderheid van de gemeenteraadsleden geïnstalleerd is. Art. 6.§ 1. Als er geen bezwaar is ingediend tegen de verkiezing, worden de verkozen gemeenteraadsleden door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad ten minste veertien dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad op de hoogte gebracht van de datum, het uur

de plaats van de installatievergadering. De installatievergadering van de gemeenteraad vindt plaats op een van de eerste vijf werkdagen van januari. Bij ontstentenis van oproeping door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad vindt de installatievergadering van rechtswege plaats op de eerste werkdag van januari in het gemeentehuis om 20 uur. De algemeen directeur brengt bij ontstentenis van oproeping door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad voor de goede orde ten minste acht dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad de nieuw verkozen gemeenteraadsleden daarvan op de hoogte. In het eerste lid wordt verstaan onder werkdag: elke dag van de week, behalve zaterdag, zondag

wettelijke

decretale feestdagen. Als er een bezwaar is ingediend tegen de verkiezing

als die vervolgens toch geldig is verklaard, worden de nieuw verkozen raadsleden door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad bijeengeroepen op de installatievergadering binnen tien dagen na de dag waarop de uitslag van de verkiezing definitief is, maar ten vroegste op een van de eerste vijf werkdagen van januari. Als er een bezwaar is ingediend tegen de verkiezing

als die verkiezing vervolgens ongeldig is verklaard

er een nieuwe verkiezing moet worden gehouden, worden de nieuw verkozen raadsleden door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad bijeengeroepen op de installatievergadering binnen tien dagen na de dag waarop de uitslag van de nieuwe verkiezing definitief is. Als de nieuw verkozen raadsleden niet zijn bijeengeroepen overeenkomstig het derde

het vierde lid, worden ze volgens hun rangorde bijeengeroepen door een uittredend lid van het college van burgemeester

schepenen. Als de gemeenteraad ten gevolge van een wijziging van de zetelverdeling niet van rechtswege geïnstalleerd kan worden overeenkomstig het eerste lid, worden de nieuw verkozen raadsleden bijeengeroepen overeenkomstig het derde

het vierde lid nadat de zetelverdeling definitief is. § 2. De uittredende voorzitter van de gemeenteraad zit de installatievergadering voor. Hij blijft voorzitter van de gemeenteraad tot een nieuwe voorzitter verkozen is. Als de uittredende voorzitter van de gemeenteraad de installatievergadering niet kan voorzitten, wordt ze voorgezeten door een uittredend lid van het college van burgemeester

schepenen in volgorde van hun rang. § 3. De gemeenteraad onderzoekt de geloofsbrieven van de verkozen gemeenteraadsleden. De verkozen gemeenteraadsleden van wie de geloofsbrieven zijn goedgekeurd, leggen, voor ze hun mandaat aanvaarden, in openbare vergadering de volgende eed af in handen van de voorzitter van de installatievergadering: "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen.". De voorzitter van de installatievergadering legt, als hij herkozen is als gemeenteraadslid, de eed af in handen van de burgemeester. Als de uittredende burgemeester de installatievergadering voorzit

herkozen is als gemeenteraadslid, legt hij de eed af in handen van het oudste gemeenteraadslid. Als iemand anders de eed heeft afgelegd als burgemeester, legt de uittredende burgemeester de eed af in handen van de nieuw benoemde burgemeester. § 4. De verkozen gemeenteraadsleden die aanwezig zijn op de installatievergadering

die de eed niet afleggen, worden geacht afstand te hebben gedaan van hun mandaat. § 5. De verkozen gemeenteraadsleden die niet aanwezig zijn op de installatievergadering

die, nadat ze daarvoor uitdrukkelijk zijn opgeroepen, zonder geldige reden afwezig zijn op de eerste daaropvolgende vergadering, worden geacht afstand te hebben gedaan van hun mandaat. § 6. Als de voorzitter van de gemeenteraad, degene die de voorzitter vervangt of degene die de eed afneemt van de voorzitter, nalaat de eed af te nemen van de verkozen gemeenteraadsleden op de installatievergadering of, bij vervanging van een lid, na de installatievergadering uiterlijk op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad, wordt de eed afgenomen door een lid van het college van burgemeester

schepenen volgens hun rangorde. Als de voorzitter van de gemeenteraad, degene die de voorzitter vervangt of degene die de eed afneemt van de voorzitter, nalaat de eed af te nemen, noteert de algemeen directeur de vervanging van de voorzitter in de notulen van de vergadering. §

  1. De rangorde van de gemeenteraadsleden wordt tijdens de installatievergadering van de nieuwe gemeenteraad onmiddellijk na de eedaflegging van de gemeenteraadsleden vastgesteld. Het gemeenteraadslid met de hoogste anciënniteit neemt de hoogste rang in. Bij gelijke anciënniteit neemt het gemeenteraadslid dat bij de laatste volledige vernieuwing van de gemeenteraad het hoogste aantal naamstemmen heeft behaald, de hoogste rang in. Bij een gelijk aantal naamstemmen neemt het gemeenteraadslid van wie de lijst bij de laatste volledige vernieuwing van de gemeenteraad de meeste stemmen heeft behaald de hoogste rang in. De opvolgers die na de installatievergadering als gemeenteraadslid worden geïnstalleerd, nemen in volgorde van hun eedaflegging een rang in. Art. 7.§
  2. Op de installatievergadering verkiest de gemeenteraad onder de gemeenteraadsleden van Belgische nationaliteit een voorzitter. De voorzitter wordt verkozen op basis van een akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter, ondertekend door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen. Om ontvankelijk te zijn moet de akte van voordracht ook ondertekend zijn door de meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat werden verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-voorzitter voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen. De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-voorzitter vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam vermeld worden van een of meer personen die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de voorzitter bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend

wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte, of als de persoon die in de akte van voordracht is aangewezen als de opvolger van de voorzitter, zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan overeenkomstig paragraaf

  1. De akte wordt uiterlijk acht dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad aan de algemeen directeur bezorgd. §
  2. Niemand kan meer dan één akte van voordracht ondertekenen. Alle handtekeningen die in strijd met dat voorschrift zijn geplaatst, zijn ongeldig in alle akten van voordracht. Een verkozene die meer dan één akte van voordracht ondertekent, kan voor de duur van de zittingsperiode van de gemeenteraad niet worden benoemd of verkozen als burgemeester, schepen, voorzitter van de gemeenteraad, voorzitter van een gemeenteraadscommissie, voorzitter of lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst, noch een dergelijk mandaat waarnemen. Hij kan de gemeente ook niet vertegenwoordigen of kan namens de gemeente geen mandaat bekleden of waarnemen in gemeentelijke extern verzelfstandigde agentschappen of andere verenigingen, stichtingen of vennootschappen. Hij kan evenmin het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn vertegenwoordigen of namens het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn een mandaat bekleden of waarnemen in een vereniging of vennootschap als vermeld in deel 3, titel 4, of in andere verenigingen, stichtingen of vennootschappen. Als de betrokkene al een dergelijk mandaat bekleedt of waarneemt, vervalt dat van rechtswege. §
  3. Nadat de gemeenteraadsleden de eed hebben afgelegd, bezorgt de algemeen directeur de akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter aan de voorzitter van de installatievergadering. De voorzitter van de installatievergadering gaat na of de akte van voordracht ontvankelijk is overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1

2. Alleen de handtekeningen van de gemeenteraadsleden die de eed hebben afgelegd, worden daarvoor in aanmerking genomen, met inbegrip van de handtekeningen van de opvolgers die de akte van voordracht hebben ondertekend

die nadien als gemeenteraadslid de eed hebben afgelegd. In voorkomend geval wordt de voorgedragen kandidaat-voorzitter verkozen verklaard. §

  1. Als er geen ontvankelijke akte van voordracht van kandidaat-voorzitter aan de voorzitter van de installatievergadering wordt bezorgd, verkiest de gemeenteraad binnen veertien dagen een voorzitter. De gemeenteraadsleden kunnen voor de verkiezing van een voorzitter, vermeld in het eerste lid, uiterlijk drie dagen voor de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad een gedagtekende akte van voordracht bezorgen aan de algemeen directeur. Om ontvankelijk te zijn moet de akte van voordracht, vermeld in het tweede lid, ten minste ondertekend zijn door een meerderheid van de personen die op dezelfde lijst zijn verkozen als de voorgedragen kandidaat. Als de lijst waarop de kandidaat-voorzitter voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen. Elk gemeenteraadslid kan niet meer dan één akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van dat verbod wordt bestraft overeenkomstig paragraaf
  2. De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-voorzitter vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam vermeld worden van een of meer personen die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de voorzitter bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend

wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. Als het mandaat van de voorzitter eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte, of als de persoon die in de akte van voordracht is aangewezen als opvolger van de voorzitter zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen, of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan overeenkomstig paragraaf 5. De verkiezing, vermeld in het eerste lid, gebeurt bij geheime stemming. De kandidaat die de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot voorzitter van de gemeenteraad. Als geen

kele kandidaat de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald

als verschillende kandidaten zijn voorgedragen voor het vacante mandaat, vindt een tweede stemronde plaats, waarin wordt gestemd op de twee kandidaten die in de eerste stemronde de meeste stemmen behaalden. Bij staking van stemmen in de eerste stemronde komt de kandidaat die bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste naamstemmen heeft behaald, in aanmerking voor de tweede stemronde. De kandidaat die in de tweede stemronde de meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot voorzitter. Bij staking van stemmen in de tweede stemronde is de kandidaat die bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste naamstemmen heeft behaald, verkozen tot voorzitter. Als de naamstemmen bepalend zijn

de kandidaten een gelijk aantal naamstemmen hebben behaald, is de voorgedragen kandidaat verkozen van wie de lijst bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste stemmen heeft behaald. § 5. In al de volgende gevallen wordt een nieuwe voorzitter verkozen op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad, overeenkomstig paragraaf 1 tot

met 4, met dien verstande dat "de installatievergadering" wordt gelezen als "de eerstvolgende vergadering, vermeld in paragraaf 5", "de installatievergadering van de gemeenteraad" wordt gelezen als "de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad, vermeld in paragraaf 5", "verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen" wordt gelezen als "gemeenteraadsleden", "verkozene die" wordt gelezen als "gemeenteraadslid dat"

"Nadat de gemeenteraadsleden de eed hebben afgelegd" wordt gelezen als "Na opening van de vergadering": 1° als de voorzitter het mandaat niet aanvaardt;2° als de voorzitter van zijn mandaat van gemeenteraadslid vervallen wordt verklaard;3° als de voorzitter als verhinderd wordt beschouwd, ontslag genomen heeft of overleden is. Tot aan de nieuwe verkiezing wordt het voorzitterschap waargenomen overeenkomstig het derde lid. Als de voorzitter om een andere reden dan de redenen, vermeld in het eerste lid, tijdelijk afwezig is, of als hij bij een welbepaalde aangelegenheid betrokken partij is als vermeld in artikel 27, wordt hij met behoud van de toepassing van de nationaliteitsvereiste, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, als volgt vervangen: 1° als de voorzitter zijn bevoegdheid schriftelijk heeft opgedragen aan een gemeenteraadslid, neemt dat gemeenteraadslid het voorzitterschap waar;2° als de voorzitter zijn bevoegdheid niet heeft opgedragen aan een gemeenteraadslid overeenkomstig punt 1°, neemt het gemeenteraadslid met de hoogste rang het voorzitterschap waar.Als dat raadslid de voorzitter niet kan vervangen, wordt het voorzitterschap waargenomen door een ander gemeenteraadslid in volgorde van rang. De voorzitter die als verhinderd wordt beschouwd of tijdelijk afwezig is, wordt vervangen zolang hij verhinderd of tijdelijk afwezig is. De gemeenteraad neemt akte van de verhindering,

van de beëindiging van de periode van verhindering. Als het niet gaat om een door het decreet opgelegde verhindering, richt de voorzitter zijn verzoek tot vervanging wegens verhindering aan de gemeenteraad. § 6. De verhindering, het ontslag, het verval

de afstand van het mandaat van voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn houden van rechtswege de verhindering, het ontslag, het verval

de afstand van het mandaat van voorzitter van de gemeenteraad in. Art. 8.Een verkozen gemeenteraadslid dat voor zijn installatie afstand wil doen van zijn mandaat, brengt de voorzitter van de gemeenteraad daarvan schriftelijk op de hoogte. De afstand wordt definitief zodra de gemeenteraad daarvan heeft kennisgenomen. Art. 9.§

  1. Het gemeenteraadslid dat tijdens zijn mandaat niet meer voldoet aan de verkiesbaarheidsvoorwaarden, wordt door de gemeenteraad, nadat het raadslid is gehoord, vervallen verklaard tenzij het gemeenteraadslid onmiddellijk ontslag neemt overeenkomstig artikel
  2. De voorzitter van de gemeenteraad brengt de Raad voor Verkiezingsbetwistingen, alsook de betrokkene onmiddellijk op de hoogte van feiten die het verval van mandaat met zich kunnen meebrengen. Als de gemeenteraad niet optreedt binnen twee maanden nadat hij kennis heeft van de feiten die verval met zich kunnen meebrengen, treedt de Raad voor Verkiezingsbetwistingen in zijn plaats op, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van een gemeenteraadslid of van het Openbaar Ministerie. De gemeenteraad wordt geacht kennis te hebben van de feiten die verval met zich kunnen meebrengen, hetzij vanaf de ontvangst van een bezwaar van een ander gemeenteraadslid of van het Openbaar Ministerie, hetzij vanaf de verzending van de kennisgeving door de voorzitter van de gemeenteraad aan de Raad voor Verkiezingsbetwistingen. §
  3. De vervallenverklaring heeft pas gevolg vanaf de kennisgeving aan het gemeenteraadslid van de uitspraak van het verval door de gemeenteraad of de Raad voor Verkiezingsbetwistingen. De vervallenverklaring tast de geldigheid van de eerdere beslissingen van de gemeenteraad niet aan. §
  4. Als de betrokkene, zelfs bij ontstentenis van

ige kennisgeving, na de vervallenverklaring zijn mandaat blijft uitoefenen hoewel hij kennis heeft van de oorzaak van het verval, is hij strafbaar met een gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar

met geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro. Art. 10.De volgende personen kunnen geen deel uitmaken van een gemeenteraad: 1° de provinciegouverneurs, de vicegouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad, de hoge ambtenaar die de Brusselse Hoofdstedelijke Regering aanwijst overeenkomstig artikel 48, derde lid, van de bijzondere wet van 12 januari 1989 betreffende de Brusselse Instellingen

de adjunct van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant, de provinciegriffiers, de arrondissementscommissarissen

de adjunct-arrondissementscommissarissen als de gemeente in kwestie deel uitmaakt van hun ambtsgebied;2° de magistraten, de plaatsvervangende magistraten

de griffiers bij de hoven

de rechtbanken, de administratieve rechtscolleges

het Grondwettelijk Hof;3° de leden van het operationeel, administratief of logistiek kader van de politiezone waar de gemeente toe behoort;4° de personeelsleden van de gemeente in kwestie of van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat die gemeente bedient of van de gemeentelijke extern verzelfstandigde agentschappen van de gemeente;5° de leden van een districtsraad;6° de personen die in een lokale decentrale overheid van een andere lidstaat van de Europese Unie een ambt of een mandaat uitoefenen dat gelijkwaardig is aan dat van gemeenteraadslid, voorzitter van de gemeenteraad, schepen of burgemeester;7° de bloedverwanten tot

met de tweede graad, de aanverwanten in de eerste graad of de echtgenoten in de gemeenteraad van dezelfde gemeente. Als bloed- of aanverwanten in een graad als vermeld in het eerste lid, 7°, of twee echtgenoten worden verkozen bij dezelfde verkiezing, wordt de voorkeur bepaald door de grootte van de quotiënten op grond waarvan de zetels die kandidaten hebben verkregen aan hun lijst zijn toegekend. Als twee bloed- of aanverwanten in een verboden graad of twee echtgenoten worden verkozen, de

e tot raadslid, de andere tot opvolger, geldt het verbod om zitting te nemen alleen voor de opvolger, tenzij de plaats waarvoor hij in aanmerking komt, is opengevallen voor de verkiezing van zijn bloed- of aanverwant of echtgenoot. Tussen opvolgers die voor opengevallen plaatsen in aanmerking komen, wordt de voorrang allereerst bepaald volgens de tijdsorde van de vacatures. Voor de toepassing van dit artikel worden personen die een verklaring van wettelijke samenwoning als vermeld in artikel 1475 van het Burgerlijk Wetboek hebben afgelegd, met echtgenoten gelijkgesteld. Aanverwantschap die later tot stand komt tussen raadsleden, brengt geen verval van hun mandaat mee. Dat geldt niet bij een huwelijk tussen raadsleden

als er een verklaring van wettelijke samenwoning als vermeld in artikel 1475 van het Burgerlijk Wetboek, is afgelegd. De onverenigbaarheid wordt geacht op te houden door het overlijden van de persoon door wie ze tot stand is gekomen, door echtscheiding of door de beëindiging van het wettelijk samenlevingscontract. Overeenkomstig artikel 71

72 van de Nieuwe Gemeentewet is het eerste lid, 1°

2°, ook van toepassing op de niet-Belgische onderdanen van de Europese Unie die in België verblijven voor de uitoefening in een andere lidstaat van de Europese Unie van ambten die gelijkwaardig zijn aan de ambten, vermeld in deze bepalingen. Art. 11.Het verkozen gemeenteraadslid dat zich op het ogenblik van zijn installatie als gemeenteraadslid in een situatie bevindt die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de gemeenteraad, kan de eed niet afleggen

wordt bijgevolg geacht afstand te doen van het mandaat dat aan hem toegekend is. Een gemeenteraadslid dat tijdens zijn mandaat in een met zijn mandaat onverenigbare situatie terechtkomt

dat binnen vijftien dagen na het tot hem gerichte verzoek van de voorzitter van de gemeenteraad geen einde maakt aan die situatie, wordt door de gemeenteraad vervallen verklaard van zijn mandaat, overeenkomstig artikel 9, § 1, tweede lid, § 2

§ 3, nadat het betrokken gemeenteraadslid is gehoord.

Als de betrokkene, zelfs bij ontstentenis van

ige kennisgeving, na de vervallenverklaring zijn mandaat blijft uitoefenen hoewel hij kennis heeft van de oorzaak van het verval, is hij strafbaar met een gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar

met geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro. Art. 12.De gemeenteraad neemt akte van de verhindering van de volgende personen: 1° het gemeenteraadslid dat om medische redenen, om studieredenen of wegens verblijf in het buitenland gedurende een minimale termijn van twaalf weken niet aanwezig kan zijn op de vergaderingen van de gemeenteraad

vervangen wil worden.Hij richt daarvoor een schriftelijk verzoek aan de voorzitter van de gemeenteraad. Bij het verzoek tot vervanging voor verhindering wegens medische redenen wordt een geneeskundig getuigschrift van maximaal vijftien dagen oud gevoegd, dat tevens de minimale termijn van afwezigheid om medische redenen aangeeft. Als het gemeenteraadslid dat om medische redenen afwezig blijft, niet in staat is om dat verzoek tot de voorzitter te richten, wordt hij van rechtswege als verhinderd beschouwd vanaf de derde opeenvolgende vergadering waarop hij afwezig is

zolang hij afwezig blijft. Bij het verzoek tot vervanging voor verhindering om studieredenen of verblijf in het buitenland wordt een attest van de onderwijsinstelling of opdrachtgever gevoegd; 2° het gemeenteraadslid dat ouderschapsverlof wil nemen voor de geboorte of adoptie van een kind.Dat gemeenteraadslid wordt op zijn schriftelijke verzoek, gericht aan de voorzitter van de gemeenteraad, vervangen, op zijn vroegst vanaf de zesde week voor de vermoedelijke datum van de geboorte of van de adoptie, tot het einde van de negende week na de adoptie of geboorte. Op schriftelijk verzoek wordt de onderbreking van de uitoefening van het mandaat na de negende week verlengd met een duur die gelijk is aan de termijn waarin het raadslid zijn mandaat heeft uitgeoefend tijdens de periode van zes weken die aan de dag van de geboorte of de adoptie voorafgaat. Bij de geboorte of de adoptie van een meerling kan het verlof verlengd worden met een periode van maximaal twee weken op verzoek van het gemeenteraadslid; 3° het gemeenteraadslid dat door palliatief verlof of verlof voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek familielid tot

met de tweede graad of van een zwaar ziek gezinslid gedurende minimaal twaalf weken niet aanwezig kan zijn op de vergaderingen van de gemeenteraad

vervangen wil worden.Hij richt daarvoor aan de voorzitter van de gemeenteraad een schriftelijk verzoek, waarbij een verklaring op erewoord gevoegd is waarin het raadslid zich bereid verklaart om bijstand of verzorging te verlenen. De naam van de patiënt hoeft niet te worden vermeld; 4° het gemeenteraadslid dat lid is van de Europese Commissie als het gemeenteraadslid daar schriftelijk om verzoekt.In voorkomend geval geldt de verhindering zolang het gemeenteraadslid het mandaat als lid van de Europese Commissie uitoefent; 5° het gemeenteraadslid dat geschorst is op grond van artikel 199 van het Lokaal

Provinciaal Kies decreet van 8 juli 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/05/2003 pub. 06/06/2003 numac 2003011313 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand

ergie Wet tot bescherming van de titel

van het beroep van landmeter-expert sluiten8. Art. 13.Het gemeenteraadslid dat ontslag wil nemen, deelt dat schriftelijk mee aan de voorzitter van de gemeenteraad. Het ontslag is definitief zodra de voorzitter van de gemeenteraad de kennisgeving ontvangt. Als het gemeenteraadslid zelf voorzitter van de gemeenteraad is, deelt hij zijn ontslag schriftelijk mee aan de persoon die hem vervangt met toepassing van artikel 7, § 5, tweede lid. Het ontslag is definitief zodra zijn vervanger de kennisgeving ontvangt. Het lid van de gemeenteraad blijft zijn mandaat uitoefenen tot zijn opvolger is geïnstalleerd, behalve als het ontslag het gevolg is van een onverenigbaarheid. Art. 14.Het gemeenteraadslid dat afstand doet van zijn mandaat, dat van zijn mandaat vervallen wordt verklaard, dat als verhinderd wordt beschouwd, dat ontslag genomen heeft, of dat overleden is, wordt vervangen door zijn opvolger, die wordt aangewezen overeenkomstig artikel 169 van het Lokaal

Provinciaal Kies decreet van 8 juli 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/05/2003 pub. 06/06/2003 numac 2003011313 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand

ergie Wet tot bescherming van de titel

van het beroep van landmeter-expert sluiten

  1. De geloofsbrieven worden onderzocht overeenkomstig artikel 6, §
  2. De vervanger legt de eed af in openbare vergadering in de handen van de voorzitter van de gemeenteraad. Het gemeenteraadslid dat als verhinderd wordt beschouwd, wordt vervangen zolang de toestand van verhindering duurt. De gemeenteraad neemt akte van de beëindiging van de periode van verhindering. Art. 15.De verhindering, het ontslag, het verval

de afstand van het mandaat van lid van de raad voor maatschappelijk welzijn houden van rechtswege de verhindering, het ontslag, het verval

de afstand van het mandaat van gemeenteraadslid in. Art. 16.Het gemeenteraadslid dat wegens een beperking niet zelfstandig zijn mandaat kan vervullen, kan zich voor de uitoefening van dat mandaat laten bijstaan door een vertrouwenspersoon, gekozen uit personen die de volle leeftijd van achttien jaar hebben bereikt

die legaal binnen de Europese Unie verblijven, op voorwaarde dat hij zich niet bevindt in een situatie als vermeld in artikel 10, met uitzondering van het verbod in verband met bloed-

aanverwantschap, vermeld in punt 7° van dat artikel, ten aanzien van het lid met een beperking,

een situatie als vermeld in artikel 12. De Vlaamse Regering bepaalt de criteria tot vaststelling van de hoedanigheid van een gemeenteraadslid met een beperking als vermeld in het eerste lid. Bij het verlenen van de bijstand krijgt de vertrouwenspersoon dezelfde middelen ter beschikking

heeft hij dezelfde verplichtingen als het gemeenteraadslid, maar hij is niet gehouden tot de eedaflegging. Hij heeft ook recht op presentiegeld onder dezelfde voorwaarden als het gemeenteraadslid. Art. 17.§ 1. De gemeenteraadsleden ontvangen een presentiegeld ten laste van de gemeente voor hun aanwezigheid op de vergaderingen van de gemeenteraad. De Vlaamse Regering stelt een lijst op van vergaderingen die voortvloeien uit de mandaatverplichtingen van de gemeenteraadsleden waarvoor de gemeenteraad bij reglement kan bepalen dat presentiegeld wordt verleend. De som van de vergoedingen, wedden

presentiegelden, die de gemeenteraadsleden ontvangen voor hun mandaat als raadslid

de som van de vergoedingen, wedden

presentiegelden die ze ontvangen als bezoldiging voor activiteiten die ze naast hun mandaat uitgeoefend hebben, is gelijk aan of lager dan anderhalve keer het bedrag van de vergoeding van de leden van het Vlaams Parlement. Voor de berekening van dat bedrag komen de vergoedingen, wedden

presentiegelden die de gemeenteraadsleden ontvangen in aanmerking als ze voortvloeien uit de uitoefening van een openbaar mandaat, een openbare functie of een openbaar ambt van politieke aard. Als het plafond, vermeld in het tweede lid, wordt overschreden, wordt de som van de vergoedingen, wedden of presentiegelden die voortvloeien uit de uitoefening van een openbaar mandaat, een openbare functie of een openbaar ambt van politieke aard als vermeld in het tweede lid verminderd tot het passende bedrag. De vergoedingen, wedden

presentiegelden die voortvloeien uit de uitoefening van een openbaar mandaat, een openbare functie of een openbaar ambt van politieke aard zijn die, vermeld in artikel 154, § 1, derde lid. §

  1. De gemeenteraad bepaalt het bedrag van de presentiegelden binnen de grenzen die vastgelegd zijn door de Vlaamse Regering. Daarbij kan rekening gehouden worden met het inwonersaantal van de gemeente. De gemeente vermindert de presentiegelden van het gemeenteraadslid dat andere wettelijke of reglementaire bezoldigingen, pensioenen, vergoedingen of toelagen ontvangt, of de gemeente vult die vergoeding aan, met een bedrag ter compensatie van het inkomensverlies dat de betrokkene lijdt, op voorwaarde dat de mandataris daar zelf om verzoekt. De algemeen directeur stelt vast of aan de voormelde voorwaarden is voldaan. De som van de presentiegelden, aangevuld met het bedrag ter compensatie van het inkomensverlies, kan nooit hoger zijn dan de wedde van een schepen van een gemeente met 50.000 inwoners. §
  2. De Vlaamse Regering bepaalt de grenzen waarbinnen de gemeenteraad kan bepalen welke specifieke kosten die verband houden met de uitoefening van het mandaat van gemeenteraadslid, voorzitter van de gemeenteraad

fractie- of commissievoorzitter, kunnen worden terugbetaald. §

  1. De gemeenteraad kan de eretitels toekennen aan de gemeenteraadsleden onder de voorwaarden die hij bepaalt. §
  2. De gemeente sluit een verzekering af om de burgerlijke aansprakelijkheid, met inbegrip van de rechtsbijstand, te dekken die bij de normale uitoefening van hun mandaat persoonlijk ten laste komt van de gemeenteraadsleden. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de uitvoering van deze paragraaf. De gemeente sluit naast de verzekering, vermeld in het eerste lid, een verzekering af voor ongevallen die de gemeenteraadsleden overkomen in het kader van de normale uitoefening van hun ambt. §
  3. Behalve in geval van herhaling is de gemeente burgerrechtelijk aansprakelijk voor de betaling van de geldboeten waartoe een gemeenteraadslid wordt veroordeeld wegens een misdrijf, begaan bij de normale uitoefening van zijn ambt, met uitzondering van een persoonlijke inbreuk op de verkeersreglementering. De regresvordering van de gemeente ten aanzien van de veroordeelde gemeenteraadsleden is beperkt tot de gevallen van bedrog, zware schuld of lichte schuld die bij hen gewoonlijk voorkomen. Afdeling
  4. - De werking van de gemeenteraad Art. 18.De gemeenteraad vergadert zo dikwijls als de zaken die tot zijn bevoegdheid behoren het vereisen

ten minste tienmaal per jaar. Art. 19.De voorzitter van de gemeenteraad beslist tot bijeenroeping van de gemeenteraad

stelt de agenda van de vergadering op. De agenda bevat in ieder geval de punten die door het college van burgemeester

schepenen aan de voorzitter worden meegedeeld. De voorzitter is verplicht de gemeenteraad bijeen te roepen op verzoek van een derde van de zittinghebbende leden of van het college van burgemeester

schepenen. De voorzitter is ook verplicht de gemeenteraad bijeen te roepen op verzoek van een vijfde van de zittinghebbende leden als zes weken na de datum van de vorige gemeenteraad de gemeenteraadsleden nog niet bijeengeroepen zijn. De periode van zes weken wordt geschorst van 11 juli tot

met 15 augustus. Bij een verplichte bijeenroeping als vermeld in het tweede

het derde lid roept de voorzitter de gemeenteraad bijeen op de aangewezen dag

het aangewezen uur

met de voorgestelde agenda. Daarvoor bezorgen de gemeenteraadsleden

het college van burgemeester

schepenen voor elk punt op de agenda hun voorstel van beslissing met een toelichting aan de algemeen directeur, die de voorstellen bezorgt aan de voorzitter van de gemeenteraad. Art. 20.Behalve in spoedeisende gevallen

behalve in geval van toepassing van artikel 6, § 1, wordt de oproeping ten minste acht dagen voor de dag van de vergadering aan het raadslid bezorgd. De oproeping vermeldt in elk geval de plaats, de dag, het tijdstip

de agenda van de vergadering

bevat een toegelicht voorstel van beslissing. De agendapunten moeten voldoende duidelijk omschreven zijn. Voor elk agendapunt wordt het dossier dat erop betrekking heeft, ter beschikking van de raadsleden gesteld vanaf de verzending van de agenda. Als een raadslid daarom verzoekt, wordt een dossier elektronisch ter beschikking gesteld. Het huishoudelijk reglement bepaalt de wijze waarop de oproeping van de raadsleden wordt verzonden

de wijze waarop het dossier dat op de agenda betrekking heeft, ter beschikking wordt gesteld. Het huishoudelijk reglement kan ook de gezamenlijke oproeping van de gemeenteraad

de raad voor maatschappelijk welzijn regelen. De algemeen directeur of de door hem aangewezen personeelsleden verstrekken aan de raadsleden die erom verzoeken, technische inlichtingen over stukken die in het dossier voorkomen. Het huishoudelijk reglement bepaalt de wijze waarop die inlichtingen worden verstrekt. Art. 21.Gemeenteraadsleden kunnen uiterlijk vijf dagen vóór de vergadering punten aan de agenda toevoegen. De gemeenteraadsleden bezorgen daarvoor hun toegelicht voorstel van beslissing aan de algemeen directeur, die de voorstellen bezorgt aan de voorzitter van de gemeenteraad. Een lid van het college van burgemeester

schepenen kan niet gebruikmaken van de mogelijkheid, vermeld in het eerste lid. De algemeen directeur deelt de aanvullende agendapunten zoals vastgesteld door de voorzitter van de gemeenteraad onmiddellijk mee aan de gemeenteraadsleden, samen met de bijbehorende toegelichte voorstellen. Art. 22.Behalve in spoedeisende gevallen worden de plaats, de dag, het tijdstip

de agenda van de vergaderingen van de gemeenteraad uiterlijk acht dagen voor de vergadering openbaar gemaakt, zodat het publiek ervan kan kennisnemen op elk moment. Het huishoudelijk reglement bepaalt de nadere regels voor de plaats

de wijze van openbaarmaking. Als agendapunten aan de agenda worden toegevoegd overeenkomstig artikel 21, wordt de aangepaste agenda uiterlijk 24 uur nadat hij is vastgesteld, openbaar gemaakt overeenkomstig het eerste lid. In spoedeisende gevallen wordt de agenda uiterlijk 24 uur nadat hij is vastgesteld,

uiterlijk vóór de aanvang van de vergadering openbaar gemaakt overeenkomstig het eerste lid. Art. 23.Een punt dat niet op de agenda voorkomt, mag niet in bespreking worden gebracht, behalve in spoedeisende gevallen. Tot spoedbehandeling kan alleen worden besloten door ten minste twee derde van de aanwezige leden. De namen van die leden

de motivering van de spoedeisendheid worden in de notulen vermeld. Art. 24.De voorzitter zit de vergaderingen van de gemeenteraad voor,

opent

sluit de vergaderingen. Art. 25.De voorzitter is belast met de handhaving van de orde in de vergadering. Hij kan, na een voorafgaande waarschuwing, elke toehoorder die openlijk tekens van goedkeuring of van afkeuring geeft of die op

igerlei wijze wanorde veroorzaakt, uit de zaal laten verwijderen. De voorzitter kan bovendien een proces-verbaal opmaken tegen die persoon

dat proces-verbaal bezorgen aan het openbaar ministerie met het oog op de eventuele vervolging van de betrokkene. Art. 26.De gemeenteraad kan alleen beraadslagen of beslissen als de meerderheid van de zittinghebbende gemeenteraadsleden aanwezig is. In afwijking van het eerste lid, kan de gemeenteraad, als hij eenmaal bijeengeroepen is zonder dat het vereiste aantal leden aanwezig is, na een tweede oproeping, ongeacht het aantal aanwezige leden, op geldige wijze beraadslagen of beslissen over de onderwerpen die voor de tweede keer op de agenda voorkomen. In de oproeping, vermeld in het tweede lid, wordt vermeld dat het om een tweede oproeping gaat

worden de bepalingen van dit artikel overgenomen. Art. 27.§ 1. Het is voor een gemeenteraadslid verboden deel te nemen aan de bespreking

de stemming over: 1° aangelegenheden waarin hij een rechtstreeks belang heeft, hetzij persoonlijk, hetzij als vertegenwoordiger, of waarbij de echtgenoot, of bloed- of aanverwanten tot

met de vierde graad een persoonlijk

rechtstreeks belang hebben.Dat verbod strekt niet verder dan de bloed-

aanverwanten tot

met de tweede graad als het gaat om de voordracht van kandidaten, benoemingen, ontslagen, afzettingen

schorsingen. Voor de toepassing van deze bepaling worden personen die een verklaring van wettelijke samenwoning als vermeld in artikel 1475 van het Burgerlijk Wetboek hebben afgelegd, met echtgenoten gelijkgesteld; 2° de vaststelling of goedkeuring van het meerjarenplan, het budget

de jaarrekening van een instantie waaraan hij rekenschap verschuldigd is of van een instantie tot het uitvoerend orgaan waarvan hij behoort. Het eerste lid is niet van toepassing op het gemeenteraadslid dat zich in de omstandigheden, vermeld in het eerste lid, bevindt louter op grond van het feit dat hij als vertegenwoordiger van de gemeente is aangewezen in andere rechtspersonen. § 2. Het is voor een gemeenteraadslid verboden: 1° rechtstreeks of onrechtstreeks als advocaat of notaris tegen betaling te werken in geschillen ten behoeve van de gemeente.Dat verbod geldt ook voor de personen die in het kader van een associatie, groepering, samenwerking of op hetzelfde kantooradres met het gemeenteraadslid werken; 2° rechtstreeks of onrechtstreeks als advocaat of notaris ten behoeve van de tegenpartij van de gemeente of ten behoeve van een personeelslid van de gemeente te werken bij geschillen die betrekking hebben op beslissingen over de tewerkstelling binnen de gemeente.Dat verbod geldt ook voor de personen die in het kader van een associatie, groepering, samenwerking of op hetzelfde kantooradres met het gemeenteraadslid werken; 3° rechtstreeks of onrechtstreeks een overeenkomst te sluiten, behalve in geval van een schenking aan de gemeente of een gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap, of deel te nemen aan een opdracht voor aanneming van werken, leveringen of diensten, verkoop of aankoop ten behoeve van de gemeente of een gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap, behalve als het gemeenteraadslid een beroep doet op een dienstverlening van de gemeente of van een gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap

ten gevolge daarvan een overeenkomst aangaat;4° op te treden als afgevaardigde of deskundige van een vakorganisatie in het bijzonder onderhandelingscomité of het hoog overlegcomité van de gemeente. § 3. Dit artikel is van toepassing op de vertrouwenspersoon, vermeld in artikel 16

  1. §
  2. Als een gemeenteraadslid zich in de situatie, vermeld in paragraaf 1, bevindt, moet dat punt op de vergadering behandeld worden,

kan de vergadering niet gesloten worden voor het punt in kwestie is behandeld of voor beslist is om het punt uit te stellen. Art. 28.§ 1. De vergaderingen van de gemeenteraad zijn openbaar, behalve als: 1° het om aangelegenheden gaat die de persoonlijke levenssfeer raken. Zodra een dergelijk punt aan de orde is, beveelt de voorzitter de behandeling in besloten vergadering; 2° de gemeenteraad met twee derde van de aanwezige leden

op gemotiveerde wijze beslist tot behandeling in besloten vergadering, in het belang van de openbare orde of op grond van ernstige bezwaren tegen de openbaarheid. De vergaderingen over de beleidsrapporten, vermeld in artikel 249, zijn in elk geval openbaar. §

  1. De besloten vergadering kan alleen plaatsvinden na de openbare vergadering, uitgezonderd in tuchtzaken. Als tijdens de openbare vergadering blijkt dat de behandeling van een punt in besloten vergadering moet worden voortgezet, kan de openbare vergadering, alleen met dat doel, worden onderbroken. Als tijdens de besloten vergadering blijkt dat de behandeling van een punt in openbare vergadering moet worden behandeld, wordt dat punt opgenomen op de agenda van de eerstvolgende gemeenteraad. In geval van dringende noodzakelijkheid van het punt of in geval van de eedaflegging van een personeelslid kan de besloten vergadering, alleen met dat doel, worden onderbroken. Art. 29.§
  2. De gemeenteraadsleden hebben het recht van inzage in alle dossiers, stukken

akten, ongeacht de drager, die het bestuur van de gemeente betreffen. De gemeenteraadsleden kunnen een afschrift verkrijgen van die dossiers, stukken

akten. De vergoeding die eventueel wordt gevraagd voor het afschrift, mag in geen geval meer bedragen dan de kostprijs. De briefwisseling gericht aan de voorzitter van de gemeenteraad

die bestemd is voor de gemeenteraad, wordt meegedeeld aan de gemeenteraadsleden. § 2. De gemeenteraadsleden mogen alle instellingen

diensten bezoeken die de gemeente opricht

beheert. § 3. De gemeenteraad bepaalt bij huishoudelijk reglement de voorwaarden voor het inzagerecht

het recht van afschrift,

de voorwaarden voor het bezoekrecht aan de instellingen

diensten die de gemeente opricht

beheert. §

  1. De gemeenteraadsleden, alsook alle andere personen die krachtens de wet of het decreet de besloten vergaderingen van de gemeenteraad bijwonen, zijn tot geheimhouding verplicht. Dit artikel doet geen afbreuk aan de mogelijkheid van strafrechtelijke vervolging van de gemeenteraadsleden, alsook van alle andere personen als vermeld in het eerste lid wegens schending van het beroepsgeheim, overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek. §
  2. Het inzagerecht

het bezoekrecht van de gemeenteraadsleden, vermeld in paragraaf 1 tot

met 3, geldt ook voor de autonome gemeentebedrijven van de gemeente. Art. 30.De burgemeester of de schepen die buiten de gemeenteraad is benoemd, is aanwezig op de vergaderingen van de gemeenteraad. De burgemeester of de schepen die buiten de gemeenteraad is benoemd beschikt in de gemeenteraad alleen over een raadgevende stem. Art. 31.De gemeenteraadsleden hebben het recht aan de burgemeester

aan het college van burgemeester

schepenen mondelinge

schriftelijke vragen te stellen. Voor het stellen van een vraag als vermeld in het eerste lid, is geen toegelicht voorstel van beslissing vereist. Art. 32.De notulen

het zittingsverslag van de vergadering van de gemeenteraad worden onder de verantwoordelijkheid van de algemeen directeur opgesteld overeenkomstig artikel 277

278. Behalve in spoedeisende gevallen worden de notulen

het zittingsverslag van de vorige vergadering ten minste acht dagen voor de dag van de vergadering ter beschikking gesteld van de gemeenteraadsleden. Het huishoudelijk reglement bepaalt de wijze waarop de notulen

het zittingsverslag ter beschikking worden gesteld. Als een gemeenteraadslid daarom verzoekt, worden de notulen

het zittingsverslag elektronisch ter beschikking gesteld. Elk gemeenteraadslid heeft het recht tijdens de vergadering opmerkingen te maken over de redactie van de notulen

het zittingsverslag van de vorige vergadering. Als die opmerkingen door de gemeenteraad worden aangenomen, worden de notulen

het zittingsverslag in die zin aangepast. Als er geen opmerkingen worden gemaakt over de notulen

het zittingsverslag van de vorige vergadering worden de notulen

het zittingsverslag als goedgekeurd beschouwd

worden ze ondertekend door de voorzitter van de gemeenteraad

de algemeen directeur. Als de gemeenteraad bij spoedeisendheid is samengeroepen, kan de gemeenteraad beslissen om opmerkingen toe te laten op de eerstvolgende vergadering. Telkens als de gemeenteraad het wenselijk acht, worden de notulen staande de vergadering opgemaakt

door de meerderheid van de gemeenteraadsleden

de algemeen directeur ondertekend. Art. 33.De besluiten worden genomen bij volstrekte meerderheid van stemmen. In het eerste lid wordt verstaan onder volstrekte meerderheid van stemmen: meer dan de helft van de uitgebrachte stemmen, onthoudingen niet meegerekend. Bij staking van stemmen is het voorstel verworpen. Art. 34.De stemmingen in de gemeenteraad zijn niet geheim. In afwijking van het eerste lid wordt over de volgende aangelegenheden geheim gestemd: 1° de vervallenverklaring van het mandaat van gemeenteraadslid

van schepen;2° de aanwijzing van de leden van de gemeentelijke bestuursorganen

van de vertegenwoordigers van de gemeente in overlegorganen

in de organen van andere rechtspersonen

feitelijke verenigingen;3° de beëindiging van een mandaat als vermeld in punt 2° ;4° individuele personeelszaken. Onder voorbehoud van het tweede lid stemmen de leden van de gemeenteraad mondeling. Het huishoudelijk reglement kan een regeling invoeren die gelijkwaardig is aan een mondelinge stemming. Ongeacht de bepalingen van het huishoudelijk reglement wordt er mondeling gestemd telkens als een derde van de aanwezige leden daarom verzoekt. De voorzitter stemt als laatste, behalve bij geheime stemming. Art. 35.Voor elke benoeming in ambten, elke contractuele aanstelling, elke verkiezing

elke voordracht van kandidaten wordt een afzonderlijke stemming gehouden. Als bij de benoeming, de contractuele aanstelling, de verkiezing of de voordracht van kandidaten de vereiste meerderheid niet wordt verkregen bij de eerste stemming, wordt opnieuw gestemd over de twee kandidaten die de meeste stemmen hebben behaald. Als bij de eerste stemming sommige kandidaten een gelijk aantal stemmen behaald hebben, wordt de jongste kandidaat tot de herstemming toegelaten. Bij staking van stemmen heeft de jongste kandidaat de voorkeur. Art. 36.§

  1. Een of meer gemeenteraadsleden die op dezelfde lijst verkozen zijn, vormen een fractie. §
  2. In afwijking van paragraaf 1 kunnen de kandidaat-gemeenteraadsleden die op dezelfde lijst zijn verkozen twee fracties vormen, mits aan volgende voorwaarden is voldaan: 1° de naam van de lijst bestaat uit verschillende woorden of afkortingen die minstens de twee fractienamen omvatten;2° de kandidaat-gemeenteraadsleden beslissen bij de indiening van de voordrachtsakte of verbeteringsakte dat de op de lijst verkozen gemeenteraadsleden twee fracties vormen of kunnen vormen.In dat laatste geval worden twee fracties gevormd als een meerderheid van de verkozen gemeenteraadsleden die potentieel een afzonderlijke fractie kunnen uitmaken daartoe op de installatievergadering van de gemeenteraad beslist; 3° de beslissing, vermeld in punt 2°, wordt genomen in een afzonderlijke akte inzake fractievorming, ondertekend door alle kandidaat-gemeenteraadsleden op de lijst;4° de akte inzake fractievorming bevat alle kandidaat-gemeenteraadsleden van de lijst, in dezelfde volgorde als op de voordrachtsakte of de verbeteringsakte die bij de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau wordt ingediend;5° met behoud van de toepassing van het derde lid vermeldt de akte inzake fractievorming voor alle kandidaat-gemeenteraadsleden tot welke fractie ze zullen behoren in geval van verkiezing;6° er worden op de akte inzake fractievorming maar twee verschillende fracties vermeld;7° de akte inzake fractievorming is als bijlage gevoegd bij de voordrachtsakte of de verbeteringsakte die, overeenkomstig artikel 70

91 van het Lokaal

Provinciaal Kies decreet van 8 juli 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/05/2003 pub. 06/06/2003 numac 2003011313 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand

ergie Wet tot bescherming van de titel

van het beroep van landmeter-expert sluiten8, aan de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau wordt bezorgd;8° aan de algemeen directeur wordt tegen ontvangstbewijs een afschrift van de akte inzake fractievorming bezorgd uiterlijk de eerste werkdag nadat de voordrachtsakte of de verbeteringsakte bij de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau is ingediend. De indiening van de akte inzake fractievorming

de door de kandidaat-gemeenteraadsleden gemaakte keuze is niet herroepbaar. Als een kandidaat-gemeenteraadslid zich op de akte inzake fractievorming niet tot een fractie bekent, wordt het betrokken kandidaat-gemeenteraadslid geacht bij verkiezing te opteren voor de grootste fractie. Als beide fracties in de gemeenteraad even groot zijn, wordt hij geacht bij verkiezing te opteren voor de fractie waartoe de aanvoerder van de lijst behoort, behalve als de lijstaanvoerder op de akte van fractievorming zich niet tot een fractie heeft bekend. In dat laatste geval wordt het kandidaat-gemeenteraadslid geacht te opteren voor de fractie waartoe het kandidaat-gemeenteraadslid behoort dat de hoogste plaats op de lijst inneemt

dat zich tot een fractie heeft bekend. Als de regeling, vermeld in het eerste tot

met het derde lid, niet is toegepast, kunnen er geen aparte fracties worden gevormd. Als de kandidaat-gemeenteraadsleden die op dezelfde lijst verkozen zijn, beslissen om twee fracties te vormen overeenkomstig het eerste lid, spreekt de gemeenteraad zich op de installatievergadering bij besluit uit of aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, is voldaan. De Vlaamse Regering stelt het model van akte inzake fractievorming vast. §

  1. Een of meer gemeenteraadsleden die verkozen zijn op lijsten die zich uiterlijk op de installatievergadering onderling hebben verenigd, vormen een fractie. Tot onderlinge vereniging van de lijsten kan alleen beslist worden als de meerderheid van de verkozenen op elk van die lijsten daarmee instemt. §
  2. De onderlinge vereniging tot een fractie of de vorming van twee fracties overeenkomstig paragraaf 2, geldt tot de eerstvolgende volledige vernieuwing van de gemeenteraad. §
  3. Het huishoudelijk reglement legt de nadere regels vast voor de samenstelling

de werking van de fracties, alsook, binnen de grenzen die de Vlaamse Regering bepaalt, voor de financiering ervan. Art. 37.§ 1. De gemeenteraad kan commissies oprichten die zijn samengesteld uit gemeenteraadsleden. De commissies hebben als taak de besprekingen in de gemeenteraadszittingen voor te bereiden, advies te verlenen

voorstellen te formuleren over de wijze waarop vorm wordt gegeven aan de inspraak van de bevolking telkens als dat voor de beleidsvoering wenselijk wordt geacht. De commissies kunnen altijd deskundigen

belanghebbenden horen. § 2. Artikel 28

34 zijn van overeenkomstige toepassing op de vergaderingen

de stemmingen in de commissies. § 3. De mandaten in iedere commissie worden evenredig verdeeld over de fracties waaruit de gemeenteraad is samengesteld. De gemeenteraad bepaalt per gemeenteraadscommissie het aantal leden, alsook de wijze waarop de evenredigheid wordt berekend. Die berekeningswijze geldt voor alle commissies die de gemeenteraad opricht. De evenredigheid vereist in ieder geval dat de som van het aantal mandaten dat toekomt aan de fracties waarvan leden deel uitmaken van het college van burgemeester

schepenen, altijd hoger is dan de som van het aantal mandaten dat toekomt aan de andere fracties. Elke fractie wijst de mandaten toe, die haar overeenkomstig de voormelde berekeningswijze toekomen, met een voordracht, gericht aan de voorzitter van de gemeenteraad. Als de voorzitter van de gemeenteraad voordrachten ontvangt voor meer kandidaten dan er mandaten te begeven zijn voor een fractie, worden de mandaten toegewezen in de volgorde waarin de kandidaten vermeld staan op de akte van voordracht. Tot de eerstvolgende volledige vernieuwing van de gemeenteraad wordt een fractie geacht hetzelfde aantal leden in de commissies te behouden. Als een lid uitdrukkelijk aan de gemeenteraad heeft meegedeeld dat het niet meer wil behoren tot zijn fractie, vermeld in artikel 36, kan dat lid niet meer zetelen, noch als lid van deze fractie, noch als lid van een andere fractie. Niettemin behouden die fracties het oorspronkelijke aantal leden in de commissie. Om ontvankelijk te zijn moet de akte van voordracht voor elk van de kandidaat-commissieleden ten minste ondertekend zijn door een meerderheid van de leden van de fractie waarvan het kandidaat-commissielid deel uitmaakt. Als de fractie van het kandidaat-commissielid maar uit twee verkozenen bestaat, volstaat de handtekening van een van hen. Niemand kan meer dan één akte ondertekenen per beschikbaar mandaat voor de fractie. Als ten gevolge van de toepassing van de evenredige vertegenwoordiging, vermeld in het eerste lid, een fractie niet vertegenwoordigd is in een commissie, kan de fractie een raadslid aanwijzen dat als lid met raadgevende stem in de commissie zetelt. § 4. De burgemeester of schepenen kunnen geen voorzitter zijn van een gemeenteraadscommissie. § 5. Het huishoudelijk reglement bepaalt de nadere regels voor de samenstelling

de werkwijze van de commissie, alsook voor de toekenning van presentiegelden, met dien verstande dat de leden met raadgevende stem, vermeld in paragraaf 3, vierde lid, hetzelfde presentiegeld krijgen als de andere leden. Als een lid met raadgevende stem lid is van verschillende commissies, kan het bedrag van de toegekende presentiegelden jaarlijks nooit hoger zijn dan het hoogste presentiegeld dat jaarlijks theoretisch toegekend kan worden aan een vast lid. Voor de berekening van dat maximumbedrag wordt rekening gehouden met het aantal commissievergaderingen die voor een vast lid recht geven op presentiegeld. Art. 38.De gemeenteraad stelt bij de aanvang van de zittingsperiode een huishoudelijk reglement vast waarin aanvullende maatregelen worden opgenomen voor de werking van de raad

waarin minstens bepalingen worden opgenomen over: 1° de vergaderingen waarvoor presentiegeld wordt verleend, het bedrag van het presentiegeld

de nadere regels voor de eventuele terugbetaling van specifieke kosten die verband houden met de uitoefening van het mandaat van gemeenteraadslid of lid van het college van burgemeester

schepenen;2° de wijze van verzending van de oproeping

de terbeschikkingstelling van het dossier aan de gemeenteraadsleden, alsook de wijze waarop de algemeen directeur of de door hem aangewezen personeelsleden, aan de raadsleden die erom verzoeken, technische inlichtingen verstrekken over die stukken;3° de wijze waarop de plaats, de dag, het tijdstip

de agenda van de vergaderingen van de gemeenteraad openbaar worden gemaakt;4° de voorwaarden voor het inzagerecht

het recht van afschrift voor gemeenteraadsleden

de voorwaarden voor het bezoekrecht aan de instellingen

diensten die de gemeente opricht

beheert;5° de voorwaarden waaronder de gemeenteraadsleden hun recht uitoefenen om aan de burgemeester

aan het college van burgemeester

schepenen mondelinge

schriftelijke vragen te stellen;6° de wijze van notulering

de wijze waarop de notulen

het zittingsverslag van de vorige vergadering ter beschikking worden gesteld van de gemeenteraadsleden;7° de nadere regels voor de samenstelling

de werking van de commissies

de fracties;8° de wijze waarop

de persoon door wie de stukken van de gemeente, vermeld in artikel 279, worden ondertekend;9° de nadere voorwaarden waaronder het recht om verzoekschriften in te dienen, wordt uitgeoefend,

de wijze waarop de verzoekschriften worden behandeld;10° de wijze van het ter kennis brengen van de beslissingen, vermeld in artikel 50, vijfde lid. De gemeenteraad kan het huishoudelijk reglement op elk moment wijzigen. Art. 39.De gemeenteraad neemt een deontologische code aan. Afdeling

  1. - De bevoegdheden van de gemeenteraad Art. 40.§
  2. Onder voorbehoud van andere wettelijke of decretale bepalingen, beschikt de gemeenteraad over de volheid van bevoegdheid ten aanzien van de aangelegenheden, vermeld in artikel
  3. §
  4. De gemeenteraad bepaalt het beleid van de gemeente

kan daarvoor algemene regels vaststellen. § 3. De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen vast. Met behoud van de toepassing van de federale wetgeving in verband met de bevoegdheid van de gemeenteraad om politieverordeningen vast te stellen, kunnen de reglementen onder meer betrekking hebben op het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke belastingen

retributies,

op het inwendige bestuur van de gemeente. Een afschrift van elk reglement waarin een strafbepaling of een administratieve sanctie wordt opgenomen, wordt dadelijk verzonden aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg

aan die van de politierechtbank. Art. 41.Behalve bij de uitdrukkelijke toewijzing van een bevoegdheid als vermeld in artikel 2, § 2, tweede lid, aan de gemeenteraad kan de gemeenteraad bij reglement bepaalde bevoegdheden toevertrouwen aan het college van burgemeester

schepenen. De volgende bevoegdheden kunnen niet aan het college van burgemeester

schepenen worden toevertrouwd: 1° de aan de gemeenteraad toegewezen bevoegdheden, vermeld in afdeling 1

2 van dit hoofdstuk;2° het vaststellen van andere gemeentelijke reglementen dan die over personeelsaangelegenheden,

het bepalen van straffen

administratieve sancties bij de overtreding van die reglementen;3° het vaststellen van de beleidsrapporten van de gemeente

het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, vermeld in artikel 249;4° het oprichten van

het toetreden tot rechtspersonen

het beslissen tot oprichting van, deelname aan of vertegenwoordiging in agentschappen, instellingen, verenigingen

ondernemingen;5° het goedkeuren van beheersovereenkomsten

samenwerkingsovereenkomsten als vermeld in artikel 196, 234

247;6° het aanstellen

ontslaan van de algemeen directeur, de adjunct-algemeen directeur, de financieel directeur

de ombudsman, alsook de sanctie-

tuchtbevoegdheid ten aanzien van die personeelsleden;7° het goedkeuren van het algemene kader van het organisatiebeheersingssysteem, vermeld in artikel 219;8° het vaststellen van wat onder het begrip `dagelijks bestuur' moet worden verstaan;9° beslissingen die een wet, een decreet of een uitvoeringsbesluit uitdrukkelijk aan de gemeenteraad voorbehoudt;10° het vaststellen van de plaatsingsprocedure

het vaststellen van de voorwaarden van overheidsopdrachten, tenzij: a) de opdracht past binnen het begrip `dagelijks bestuur', vermeld in punt 8°, waarvoor het college van burgemeester

schepenen bevoegd is;b) de raad de plaatsingsprocedure

het vaststellen van de voorwaarden voor die overheidsopdracht nominatief aan het college van burgemeester

schepenen heeft toevertrouwd;11° de daden van beschikking over onroerende goederen, behalve die, vermeld in artikel 56, § 3, 8°, b);12° het definitief aanvaarden van schenkingen

het aanvaarden van legaten;13° het inrichten van adviesraden

overlegstructuren;14° het vaststellen van de gemeentebelastingen

het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies

de voorwaarden ervan;15° het vaststellen van een systeem van klachtenbehandeling;16° het nemen van beslissingen als vermeld in artikel 297

298;17° het aangaan van andere dadingen dan dadingen met personeelsleden naar aanleiding van een beëindiging van het dienstverband, die de gevolgen van de beëindiging van het dienstverband als voorwerp hebben;18° de bevoegdheden van de gemeenteraad, vermeld in artikel 263, 265, 266, 267, 269

304, § 6;19° het vaststellen van de wijze van het ter kennis brengen van de beslissingen, vermeld in artikel 50;20° het aanstellen

ontslaan van de leden van de raad van bestuur van een autonoom gemeentebedrijf, de beslissing tot ontbinding

vereffening van een autonoom gemeentebedrijf,

het aanstellen van de gemeentelijke vertegenwoordigers in de algemene vergadering van een extern verzelfstandigd agentschap in privaatrechtelijke vorm;21° het goedkeuren van het meerjarenplan

de aanpassingen ervan van een autonoom gemeentebedrijf;22° de aan de gemeenteraad toegewezen bevoegdheden, vermeld in deel 3, titel 3;23° het vaststellen van subsidiereglementen

het toekennen van nominatieve subsidies;24° de bevoegdheden van de gemeenteraad, vermeld in artikel 46. HOOFDSTUK 2. - Het college van burgemeester

schepenen Afdeling 1. - De organisatie van het college van burgemeester

schepenen Art. 42.§ 1. Het college van burgemeester

schepenen bestaat uit de burgemeester

uit ten hoogste: 1° 2 schepenen in de gemeenten met minder dan 4999 inwoners;2° 3 schepenen in de gemeenten met 5000 tot

met 9999 inwoners; 3° 4 schepenen in de gemeenten met 10.000 tot

met 19.999 inwoners; 4° 5 schepenen in de gemeenten met 20.000 tot

met 29.999 inwoners; 5° 6 schepenen in de gemeenten met 30.000 tot

met 49.999 inwoners; 6° 7 schepenen in de gemeenten met 50.000 tot

met 99.999 inwoners; 7° 8 schepenen in de gemeenten met 100.000 tot

met 199.999 inwoners; 8° 9 schepenen in de gemeenten met 200.000 of meer inwoners. Het college van burgemeester

schepenen bevat naast de burgemeester minstens twee schepenen. Als na de verkiezing van de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst blijkt dat hij nog geen lid was van het college van burgemeester

schepenen, wordt hij van rechtswege vanaf zijn eedaflegging, vermeld in artikel 90, § 4, als schepen toegevoegd aan het college van burgemeester

schepenen. § 2. Op basis van de bevolkingsaantallen van de gemeenten, vermeld in artikel 4, § 3, stelt de Vlaamse Regering een lijst op van het maximale aantal per gemeente te verkiezen schepenen overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid,

van het maximale aantal te verkiezen schepenen van de nieuwe gemeente in toepassing van artikel 355, § 1

§ 2

, alsook van het aantal per gemeente te verkiezen schepenen in de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966,

in de gemeente Voeren overeenkomstig artikel 16 van de Nieuwe Gemeentewet. § 3. Het college van burgemeester

schepenen bestaat uit personen van verschillend geslacht. Als het college van burgemeester

schepenen na de verkiezing van de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst niet rechtsgeldig blijkt te zijn samengesteld overeenkomstig het eerste lid, wordt de laatste overeenkomstig artikel 43 of 49, § 1, verkozen schepen in rang, van rechtswege vervangen door het gemeenteraadslid van het andere geslacht dat op dezelfde lijst met de meeste naamstemmen verkozen is. Als verschillende raadsleden van het andere geslacht een gelijk aantal naamstemmen hebben behaald, krijgt het raadslid dat de hoogste plaats op de lijst bekleedt, voorrang onder die raadsleden. Als er geen verkozen gemeenteraadsleden van het andere geslacht op die lijst voorkomen, wordt de schepen van rechtswege vervangen door de eerste opvolger van het andere geslacht op die lijst. In afwijking van het tweede lid wordt, als het college van burgemeester

schepenen na de verkiezing van de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst niet rechtsgeldig blijkt te zijn samengesteld overeenkomstig het eerste lid,

als de overeenkomstig artikel 43 of 49, § 1, laatst verkozen schepen in rang, bij de verkiezing van de gemeenteraadsleden verkozen is op een lijst die maar één kandidaat bevat, de voorlaatste schepen in rang vervangen overeenkomstig het tweede lid. Als ook de voorlaatste schepen in rang verkozen werd op een lijst die maar een kandidaat bevat, wordt de derde laatste schepen in rang of, in voorkomend geval, de eerstvolgende laatste schepen in rang, vervangen overeenkomstig dezelfde bepalingen. § 4. De schepen die overeenkomstig paragraaf 3 buiten de gemeenteraad is benoemd

de schepen, vermeld in paragraaf 1, derde lid, zijn in alle gevallen stemgerechtigd in het college van burgemeester

schepenen. §

  1. Iedereen die het mandaat van burgemeester, schepen of voorzitter van de raad uitoefent of waarneemt, moet beschikken over de kennis van de bestuurstaal die vereist is voor de uitoefening van het mandaat. Door hun verkiezing of benoeming bestaat het vermoeden dat de mandatarissen, vermeld in het eerste lid, de vereiste taalkennis bezitten. Dat vermoeden kan worden weerlegd op verzoek van een gemeenteraadslid op basis van ernstige aanwijzingen, een bekentenis van de mandataris of de wijze waarop de betrokkene het mandaat uitoefent. Het verzoek, vermeld in het tweede lid, wordt ingediend bij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen. Als dat rechtscollege beslist dat het vermoeden van taalkennis is weerlegd, is de verkiezing of de benoeming vernietigd vanaf de dag van de kennisgeving van de beslissing van het rechtscollege, met behoud van de mogelijkheid van beroep bij de Raad van State, vermeld in artikel
  2. Dat beroep schort de uitspraak van het rechtscollege niet op. Tot de algehele vernieuwing van de raad kan de betrokkene niet opnieuw benoemd of verkozen worden tot burgemeester, schepen of voorzitter van de raad, noch een dergelijk mandaat waarnemen. De miskenning van de bepalingen van dit artikel door degene van wie het vermoeden van taalkennis is weerlegd, is een grove nalatigheid als vermeld in artikel
  3. Art. 43.§
  4. Behalve de schepenen die benoemd zijn overeenkomstig artikel 42, § 1, derde lid,

§ 3

, tweede

derde lid, verkiest de gemeenteraad de schepenen onder de gemeenteraadsleden op basis van een gezamenlijke akte van voordracht van de kandidaat-schepenen, ondertekend door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen. Om ontvankelijk te zijn moet die gezamenlijke akte van voordracht voor elk van de kandidaat-schepenen ook ondertekend zijn door een meerderheid van de personen die op dezelfde lijst zijn verkozen als de voorgedragen kandidaten. Als de lijst waarop een kandidaat-schepen voorkomt, maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen. Niemand kan meer dan één gezamenlijke akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van dit verbod wordt gesanctioneerd overeenkomstig artikel 7, § 2. De gezamenlijke akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van een kandidaat-schepen vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam vermeld worden van een of meer personen die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de schepen bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend

wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte, of als de persoon die in de akte van voordracht werd vermeld als de persoon die de schepen zou opvolgen, zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan overeenkomstig artikel

  1. Die akte wordt uiterlijk acht dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad aan de algemeen directeur bezorgd. De algemeen directeur bezorgt een afschrift van de akte aan de burgemeester. §
  2. Nadat de gemeenteraadsleden de eed hebben afgelegd, bezorgt de algemeen directeur de gezamenlijke akte van voordracht van de kandidaat-schepenen aan de voorzitter van de gemeenteraad. De voorzitter van de gemeenteraad gaat na of de gezamenlijke akte van voordracht ontvankelijk is overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in paragraaf
  3. Alleen de handtekeningen van de gemeenteraadsleden die de eed hebben afgelegd, worden daarvoor in aanmerking genomen, met inbegrip van de handtekeningen van de opvolgers die de akte van voordracht hebben ondertekend

die nadien als gemeenteraadslid de eed hebben afgelegd. Als de voordracht ontvankelijk is, worden de voorgedragen kandidaat-schepenen verkozen verklaard

is het aantal schepenen vastgelegd tot de eerstvolgende volledige vernieuwing van de gemeenteraad. § 3. Als er geen ontvankelijke gezamenlijke akte van voordracht van kandidaat-schepenen aan de voorzitter van de installatievergadering wordt bezorgd, beslist de gemeenteraad op de installatievergadering over het aantal te verkiezen schepenen

wordt binnen veertien dagen overgegaan tot afzonderlijke verkiezing van de schepenen onder de gemeenteraadsleden. De gemeenteraadsleden kunnen daarvoor kandidaat-schepenen voordragen. De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-schepen vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam vermeld worden van een of meer personen die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de schepen bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend

wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte, of als de persoon die in de akte van voordracht is vermeld als de persoon die de schepen zou opvolgen, zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan overeenkomstig artikel

  1. Per schepenmandaat wordt uiterlijk drie dagen voor de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad een gedagtekende akte van voordracht aan de algemeen directeur bezorgd. Om ontvankelijk te zijn, moet de akte van voordracht ten minste ondertekend zijn door een meerderheid van de personen die op dezelfde lijst zijn verkozen als de voorgedragen kandidaat. Als de lijst waarop de kandidaat-schepen voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen. Met behoud van de toepassing van paragraaf 1 kan elk gemeenteraadslid maar één akte van voordracht ondertekenen per schepenmandaat. Overtreding van dat verbod wordt bestraft overeenkomstig artikel 7, §
  2. Als de schriftelijk voorgedragen kandidaturen niet volstaan om het college volledig samen te stellen, kunnen kandidaten mondeling op de zitting worden voorgedragen. Voor een kandidaat die op de zitting wordt voorgedragen, moet tijdens de zitting

vóór de stemming blijken dat een meerderheid van de gemeenteraadsleden die op dezelfde lijst zijn verkozen als de voorgedragen kandidaat, de voordracht van deze kandidaat steunt. Zo niet wordt de voordracht van deze kandidaat niet in aanmerking genomen. De verkiezing gebeurt bij geheime stemming, door evenveel afzonderlijke stemmingen als er schepenen te kiezen zijn. De kandidaat die de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot schepen. Als geen

kele kandidaat de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald

als verschillende kandidaten zijn voorgedragen voor het vacante schepenmandaat, vindt een tweede stemronde plaats. Daarin wordt gestemd op de twee kandidaten die in de eerste stemronde de meeste stemmen hebben behaald. Bij staking van stemmen in de eerste stemronde komt de kandidaat die bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste naamstemmen heeft behaald, in aanmerking voor de tweede stemronde. De kandidaat die in de tweede stemronde de meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot schepen. Bij staking van stemmen in de tweede stemronde is de kandidaat die bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste naamstemmen heeft behaald, verkozen tot schepen. Als de naamstemmen bepalend zijn

de kandidaten een gelijk aantal naamstemmen hebben behaald, is de voorgedragen kandidaat van wie de lijst bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste stemmen heeft behaald verkozen. § 4. De rang van de schepenen wordt bepaald door de rangorde op de gezamenlijke akte van voordracht. In geval van afzonderlijke verkiezing van de schepenen wordt de rang van de schepenen bepaald door de volgorde van de stemmingen. De schepenen die op grond van paragraaf 1, tweede lid, paragraaf 3, tweede lid, of op grond van artikel 42, § 3, tweede

derde lid, een schepen opvolgen, nemen de rang in de volgorde van hun verkiezing of benoeming in. De schepen, vermeld in artikel 42, § 1, derde lid, is altijd de laatste schepen in rang. De burgemeester wordt geacht een hogere rang in te nemen dan de schepenen. Art. 44.Voor ze hun mandaat aanvaarden, leggen de schepenen in openbare vergadering van de gemeenteraad de volgende eed af in handen van de burgemeester: "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen.". De schepen die de eed na twee achtereenvolgende uitnodigingen niet aflegt, wordt geacht zijn schepenmandaat niet te aanvaarden. Art. 45.De schepenen worden, behalve in de gevallen, vermeld in artikel 43, § 1, tweede lid,

§ 3

, tweede lid, artikel 46, 48

49, verkozen voor een periode van zes jaar. De uittredende schepenen blijven na een volledige vernieuwing van de gemeenteraad in functie tot het nieuwe college van burgemeester

schepenen geïnstalleerd is. Artikel 9, 10

11, tweede

derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de leden van het college van burgemeester

schepenen, met uitzondering van artikel 10, tweede

derde lid. Art. 46.De gemeenteraad kan, bij volstrekte meerderheid van stemmen de structurele onbestuurbaarheid van de gemeente vaststellen

brengt de Vlaamse Regering daarvan op de hoogte. Op grond van die kennisgeving geeft de Vlaamse Regering aan de provinciegouverneur een bemiddelingsopdracht. De provinciegouverneur brengt de Vlaamse Regering op de hoogte van het resultaat van de bemiddeling. Als de Vlaamse Regering vaststelt dat de bemiddeling van de gouverneur mislukt is

er zich geen oplossing aandient, brengt ze de gemeenteraad daarvan op de hoogte. In dat geval kan de gemeenteraad vervolgens de procedure starten voor de aanstelling van een nieuw college van burgemeester

schepenen. De gemeenteraad brengt de Vlaamse Regering daarvan onmiddellijk op de hoogte, waarna de Vlaamse Regering de burgemeester ontslaat. De Vlaamse Regering stelt de gemeenteraad hiervan in kennis. De nieuwe burgemeester wordt benoemd overeenkomstig artikel 58

59. De aftredende burgemeester blijft in functie tot de installatie van de nieuwe burgemeester heeft plaatsgevonden. De verkiezing

installatie van de nieuwe schepenen, met uitzondering van de schepen, vermeld in artikel 42, § 1, derde lid, gebeurt op basis van een gezamenlijke akte van voordracht, met toepassing van artikel 42 tot

met 44. De uittredende schepenen blijven in functie tot de installatie van de nieuwe schepenen heeft plaatsgevonden. In het geval er geen gezamenlijke akte van voordracht wordt ingediend, overeenkomstig artikel 43, § 1

§ 2, blijven de uittredende schepenen in functie.

Het aantal schepenen, zoals bepaald bij de volledige vernieuwing van de gemeenteraad, blijft evenwel behouden. De gemeenteraad stelt de raad voor maatschappelijk welzijn in kennis van het feit dat overgegaan wordt tot de installatie van de nieuwe schepenen

de benoeming van de nieuwe burgemeester. De vaststelling van de structurele onbestuurbaarheid

de aanstelling van een nieuw college van burgemeester

schepenen in toepassing daarvan, kan niet gebeuren in spoedeisende gevallen zoals vermeld in artikel 23

evenmin in de periode van twaalf maanden voor de dag van de verkiezingen voor de volledige vernieuwing van de gemeenteraden. De aanstelling van een nieuw college van burgemeester

schepenen na vaststelling van de structurele onbestuurbaarheid kan slechts eenmaal per bestuursperiode gebeuren. Art. 47.De gemeenteraad neemt akte van de verhindering van de volgende personen: 1° de schepen die lid is van de federale of Vlaamse Regering of van de Europese Commissie;2° de schepen die lid is van de deputatie van de provincieraad of van het college, vermeld in artikel 83quinquies, § 2, van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen;3° de schepen die het mandaat uitoefent van federaal, Vlaams of Europees parlementslid, als de schepen daar schriftelijk om verzoekt. In voorkomend geval geldt de verhindering zolang de schepen het mandaat van federaal, Vlaams of Europees parlementslid uitoefent; 4° de schepen die om medische redenen, om studieredenen of wegens verblijf in het buitenland vervangen wil worden gedurende een minimale termijn van twaalf weken.Hij richt daarvoor een schriftelijk verzoek aan de voorzitter van de gemeenteraad. Bij het verzoek wordt een geneeskundig getuigschrift van maximaal vijftien dagen oud gevoegd, dat ook de minimale termijn van afwezigheid om medische redenen aangeeft. Als de schepen die om medische redenen afwezig blijft, niet in staat is om dat verzoek tot de voorzitter te richten, wordt hij van rechtswege als verhinderd beschouwd vanaf de derde opeenvolgende vergadering waarop hij afwezig is

zolang hij afwezig blijft. Bij het verzoek tot vervanging van verhindering om studieredenen of verblijf in het buitenland wordt een attest van de onderwijsinstelling of opdrachtgever gevoegd; 5° de schepen die ouderschapsverlof wil nemen voor de geboorte of adoptie van een kind.Die schepen wordt op zijn schriftelijke verzoek, gericht aan de voorzitter van de gemeenteraad, vervangen, op zijn vroegst vanaf de zesde week voor de vermoedelijke datum van de geboorte of van de adoptie tot het einde van de negende week na de adoptie of geboorte. Op schriftelijk verzoek wordt de onderbreking van de uitoefening van het mandaat na de negende week verlengd met een duur die gelijk is aan de termijn waarin de schepen zijn mandaat heeft uitgeoefend tijdens de periode van zes weken die aan de dag van de geboorte of de adoptie voorafgaat. Bij de geboorte of de adoptie van een meerling kan op verzoek van de schepen het verlof verlengd worden met een periode van maximaal twee weken; 6° de schepen die tot nieuwe burgemeester wordt benoemd in geval van verhindering of schorsing van de burgemeester als vermeld in artikel 62 van dit decreet;7° de schepen die wegens palliatief verlof of verlof voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek familielid tot

met de tweede graad of van een zwaar ziek gezinslid vervangen wil worden gedurende minimaal twaalf weken.Hij stuurt een schriftelijk verzoek aan de voorzitter van de gemeenteraad, waarbij een verklaring op erewoord gevoegd is waarin de schepen zich bereid verklaart om bijstand of verzorging te verlenen. De naam van de patiënt hoeft niet te worden vermeld. Art. 48.De schepen die ontslag wil nemen, deelt dat schriftelijk mee aan de voorzitter van de gemeenteraad. Het ontslag is definitief zodra de voorzitter van de gemeenteraad de kennisgeving ontvangt. De schepen blijft zijn mandaat uitoefenen tot zijn opvolger is geïnstalleerd, behalve als het ontslag het gevolg is van een onverenigbaarheid, of tot de gemeenteraad, met toepassing van artikel 49, § 1, eerste lid, heeft beslist om het opengevallen schepenmandaat niet in te vullen. Art. 49.§

  1. Als een schepen zijn schepenmandaat niet aanvaardt, van zijn mandaat vervallen wordt verklaard, als verhinderd wordt beschouwd, afgezet of geschorst is, ontslag heeft genomen of overleden is, beslist de gemeenteraad met behoud van de toepassing van artikel 42, § 3, eerste lid, of het opengevallen schepenmandaat wordt ingevuld. Als de gemeenteraad beslist heeft om het mandaat niet in te vullen, kan het mandaat voor de rest van de zittingsperiode niet meer ingevuld worden. Als de gemeenteraad beslist heeft om het mandaat in te vullen, wordt tot een nieuwe verkiezing van een schepen overgegaan binnen twee maanden na het openvallen van het schepenmandaat. De schepen wordt verkozen op basis van een akte van voordracht van de kandidaat-schepen, ondertekend door meer dan de helft van de verkozen gemeenteraadsleden. Om ontvankelijk te zijn moet die akte van voordracht voor de kandidaat-schepenen ook ondertekend zijn door een meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat zijn verkozen. Als de lijst waarop een kandidaat-schepen voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen. Met behoud van de toepassing van artikel 43 kan elk gemeenteraadslid maar één akte van voordracht ondertekenen per schepenmandaat. Overtreding van dat verbod wordt bestraft overeenkomstig artikel 7, §
  2. De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-schepen vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam van een of meer personen vermeld worden die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de schepen bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend

wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. Indien het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte, of indien de persoon die in de akte van voordracht werd vermeld als de persoon die de schepen zou opvolgen, zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan overeenkomstig dit artikel. De voorzitter van de gemeenteraad gaat na of de akte van voordracht ontvankelijk is. In voorkomend geval wordt de voorgedragen kandidaat-schepen verkozen verklaard op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad. Als binnen twee maanden na het openvallen van een schepenmandaat

voor de bezorging van de akte van voordracht, genomen met toepassing van het eerste lid, een bijkomend schepenmandaat openvalt, waarvan de gemeenteraad beslist heeft het ook in te vullen, kan voor de vervanging van al die mandaten overgegaan worden tot een verkiezing overeenkomstig artikel 43, § 1

§ 2

. De oorspronkelijke termijn van twee maanden voor het mandaat dat het eerst opengevallen is, blijft in dat geval van toepassing. Als evenwel toepassing wordt gemaakt van het eerste lid, blijft voor het tweede opengevallen mandaat de termijn, vermeld in het eerste lid, van toepassing. In de gevallen, vermeld in het eerste

het derde lid, kan op de akte van voordracht worden bepaald, in afwijking van artikel 43, § 4, dat een of meer nieuw verkozen schepenen de rang innemen van degenen die ze vervangen. Als twee maanden na het openvallen van het schepenmandaat nog geen nieuwe schepen is benoemd overeenkomstig het eerste

het derde lid, kan de schepen op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad verkozen worden overeenkomstig artikel 43, §

  1. Tot aan de nieuwe verkiezing kan het mandaat worden waargenomen overeenkomstig paragraaf
  2. §
  3. Als de schepen om een andere reden dan de redenen, vermeld in paragraaf 1, afwezig is, kan hij worden vervangen door het op dezelfde lijst verkozen gemeenteraadslid met de hoogste rang. Als er geen gemeenteraadslid is dat op dezelfde lijst verkozen is, kan de schepen vervangen worden door het gemeenteraadslid van een andere lijst met de hoogste rang. Als dat raadslid de schepen niet kan vervangen, kan het schepenmandaat waargenomen worden door een van de andere gemeenteraadsleden in volgorde van hun rang. Het gemeenteraadslid dat overeenkomstig het eerste lid de schepen vervangt, vervangt die schepen van rechtswege ook in zijn mandaat van lid van het vast bureau. §
  4. De verhindering, het ontslag, het verval van mandaat, de afstand van mandaat, de afzetting

de schorsing als lid van het vast bureau houden van rechtswege de verhindering, het ontslag, het verval van mandaat, de afstand van mandaat, de afzetting

de schorsing van de schepen in. § 4. De schepen die als verhinderd wordt beschouwd, die geschorst is of tijdelijk afwezig is, wordt vervangen zolang hij verhinderd, geschorst of tijdelijk afwezig is. De gemeenteraad neemt akte van de verhindering of schorsing,

van de beëindiging van de periode van de verhindering of schorsing. Afdeling 2. - De werking van het college van burgemeester

schepenen Art. 50.Het college van burgemeester

schepenen vergadert zo dikwijls als de zaken die tot zijn bevoegdheid behoren, het vereisen. De burgemeester kan in spoedeisende gevallen buitengewone vergaderingen bijeenroepen, op de dag

het uur die hij bepaalt. Het college van burgemeester

schepenen kan alleen beraadslagen of beslissen als de meerderheid van de leden aanwezig is. Artikel 27

29 zijn van overeenkomstige toepassing op de leden van het college van burgemeester

schepenen. Overeenkomstig artikel 104 van de Nieuwe Gemeentewet zijn de vergaderingen van het college van burgemeester

schepenen niet openbaar. Overeenkomstig artikel 104 van de Nieuwe Gemeentewet worden alleen de beslissingen opgenomen in de notulen

in het register van de beraadslagingen,

kunnen alleen die beslissingen rechtsgevolgen hebben. De notulen worden goedgekeurd op de eerstvolgende gewone vergadering van het college van burgemeester

schepenen. De notulen worden uiterlijk op dezelfde dag als de vergadering van het college van burgemeester

schepenen die volgt op de vergadering van het college van burgemeester

schepenen waarop de notulen zijn goedgekeurd verstuurd naar of ter beschikking gesteld van de gemeenteraadsleden op de wijze die bepaald is in het huishoudelijk reglement. Als een gemeenteraadslid daarom verzoekt, worden de notulen elektronisch verstuurd of ter beschikking gesteld. Art. 51.De burgemeester zit het college van burgemeester

schepenen voor,

opent

sluit de vergaderingen. Art. 52.Het college van burgemeester

schepenen beslist collegiaal. Art. 53.§

  1. De besluiten worden genomen bij volstrekte meerderheid van stemmen. In het eerste lid wordt verstaan onder volstrekte meerderheid van de stemmen: meer dan de helft van de uitgebrachte stemmen, onthoudingen niet meegerekend. §
  2. Bij staking van stemmen verdaagt het college van burgemeester

schepenen de zaak tot een volgende vergadering. Als de meerderheid van het college van burgemeester

schepenen de zaak vóór de behandeling ervan echter spoedeisend heeft verklaard, is de stem van de voorzitter van het college van burgemeester

schepenen beslissend. Hetzelfde geldt als er op twee achtereenvolgende vergaderingen over dezelfde zaak een staking van stemmen is. In afwijking van het eerste lid is het voorstel, in geval van staking van stemmen, verworpen, als het college van burgemeester

schepenen optreedt als tuchtoverheid als vermeld in artikel 201, eerste lid. § 3. Artikel 34

35 zijn van overeenkomstige toepassing op de stemmingen in het college van burgemeester

schepenen. Art. 54.Het college van burgemeester

schepenen neemt bij de aanvang van de zittingsperiode een huishoudelijk reglement aan waarin het nadere regels vaststelt over zijn werking. Art. 55.Het college van burgemeester

schepenen heeft dezelfde deontologische code als die welke is aangenomen voor de gemeenteraad met toepassing van artikel 39. Het college van burgemeester

schepenen kan echter zelf een deontologische code aannemen die minstens de deontologische code zoals aangenomen door de gemeenteraad omvat. Afdeling 3. - De bevoegdheden van het college van burgemeester

schepenen Art. 56.§ 1. Het college van burgemeester

schepenen bereidt de beraadslagingen

de besluiten van de gemeenteraad voor. Het college van burgemeester

schepenen voert de besluiten van de gemeenteraad uit. § 2. Het college oefent de bevoegdheden uit die eraan zijn toevertrouwd overeenkomstig artikel 41, eerste lid, van dit decreet, of overeenkomstig andere wettelijke

decretale bepalingen. § 3. Het college van burgemeester

schepenen is bevoegd voor: 1° de daden van beheer over de gemeentelijke inrichtingen

eigendommen, in voorkomend geval binnen de door de gemeenteraad vastgestelde algemene regels;2° het aanstellen

het ontslaan van het personeel, alsook de sanctie-

tuchtbevoegdheid ten aanzien van het personeel, met behoud van de toepassing van de bevoegdheid van de gemeenteraad, vermeld in artikel 41, tweede lid, 6°, van dit decreet

de gevallen waarin die bevoegdheid door of krachtens de wet of het decreet aan de gemeenteraad is opgedragen;3° het financiële beheer, met behoud van de toepassing van de bevoegdheden van de gemeenteraad;4° het voeren van de plaatsingsprocedure, de gunning

de uitvoering van overheidsopdrachten;5° de vaststelling van de plaatsingsprocedure

de voorwaarden van overheidsopdrachten als het gaat om een opdracht die past binnen het begrip `dagelijks bestuur', vermeld in artikel 41, tweede lid, 8° ;6° de vaststelling van de plaatsingsprocedure

de voorwaarden van overheidsopdrachten voor de opdrachten waarvoor de gemeenteraad dat nominatief aan het college van burgemeester

schepenen heeft toevertrouwd;7° de beslissingen die een wet, een decreet of een uitvoeringsbesluit uitdrukkelijk aan het college van burgemeester

schepenen voorbehoudt;8° de daden van beschikking:

  1. a)over roerende goederen, met uitzondering van het aangaan van de dadingen;
  2. b)over verhuring, concessie, pacht, jacht-

visrechten van meer dan negen jaar, behalve het vaststellen van de contractvoorwaarden waarvoor de gemeenteraad bevoegd blijft;9° het vertegenwoordigen van de gemeente in gerechtelijke

buitengerechtelijke gevallen

beslissingen over het in rechte optreden namens de gemeente, behalve in geval van toepassing van artikel 297, § 1, tweede lid;10° de burgerlijke stand

de politie over de vertoningen overeenkomstig artikel 125, 126, 127, 130

132 van de Nieuwe Gemeentewet;11° het opleggen van administratieve sancties overeenkomstig artikel 119bis van de Nieuwe Gemeentewet;12° de vaststelling van de rooilijnen van de wegen, met inachtneming van de algemene plannen als dergelijke plannen bestaan;13° het afsluiten van een afsprakennota als vermeld in artikel 171, § 2. § 4. Als de gemeenteraad geen delegatie gegeven heeft voor de vaststelling van de plaatsingsprocedure

de voorwaarden van overheidsopdrachten, met toepassing van artikel 41, § 1, kan het college van burgemeester

schepenen in gevallen van dwingende

onvoorziene omstandigheden op eigen initiatief die bevoegdheden uitoefenen. § 5. Het college van burgemeester

schepenen is verantwoordelijk voor de zorg voor het gemeentearchief waaronder de titels. § 6. Het college van burgemeester

schepenen houdt een volledig

geactualiseerd overzicht bij van: 1° alle extern verzelfstandigde agentschappen van de gemeente, hun statuten

de overeenkomsten die ze hebben gesloten met de gemeente;2° alle verenigingen, stichtingen

vennootschappen waarin de gemeente deelneemt;3° alle intergemeentelijke samenwerkingsverbanden waarvan de gemeente deel uitmaakt, hun statuten

de overeenkomsten die ze hebben gesloten met de gemeente. Minstens eenmaal per jaar wordt de gemeenteraad op de hoogte gebracht van het geactualiseerde overzicht met een toelichting van alle wijzigingen die zich sinds de vorige toelichting hebben voorgedaan. § 7. Dit artikel doet geen afbreuk aan de bevoegdheden van de burgemeester, vermeld in hoofdstuk 3, afdeling 2. Art. 57.Met behoud van de toepassing van deel 2, titel 3,

behalve in geval van uitdrukkelijke toewijzing van een bevoegdheid als vermeld in artikel 2, § 2, tweede lid, aan het college van burgemeester

schepenen, kan het college van burgemeester

schepenen bij reglement de uitoefening van bepaalde bevoegdheden aan de algemeen directeur toevertrouwen. De bevoegdheden van het college van burgemeester

schepenen, vermeld in artikel 56, § 1, eerste lid,

§ 4

,

de op basis van artikel 56, § 2, gedelegeerde bevoegdheden van de gemeenteraad voor het vaststellen van de rechtspositieregeling, het vaststellen van wat onder het begrip `dagelijks personeelsbeheer' moet worden verstaan, het aangaan van dadingen met personeelsleden naar aanleiding van een beëindiging van het dienstverband, die de gevolgen van de beëindiging van het dienstverband als voorwerp hebben,

de bevoegdheden, vermeld in artikel 56, § 3, 7°, 8°, b), 9°, 10°, 11°

13°, kunnen evenwel niet aan de algemeen directeur worden toevertrouwd. Hetzelfde geldt voor de bevoegdheden van het college van burgemeester

schepenen in het kader van het financiële beheer, vermeld in artikel 258, 267, 269, 271

272, § 2. De algemeen directeur oefent de bevoegdheden die hem met toepassing van het eerste lid zijn toevertrouwd persoonlijk uit. Met uitzondering van de bevoegdheid tot het vaststellen van het organogram

de bevoegdheid tot het aanstellen van een waarnemend algemeen directeur bij toepassing van artikel 166, vierde lid, kan de algemeen directeur die bevoegdheden toevertrouwen aan andere personeelsleden van de gemeente. HOOFDSTUK

  1. - De burgemeester Afdeling
  2. - De benoeming van de burgemeester Art. 58.§
  3. Met behoud van de toepassing van de nationaliteitsvereiste, vermeld in artikel 13 van de Nieuwe Gemeentewet, wordt de burgemeester door de Vlaamse Regering benoemd uit de verkozenen voor de gemeenteraad. Die verkozenen kunnen daarvoor kandidaten voordragen waarvoor een gedagtekende akte van voordracht wordt voorgelegd aan de provinciegouverneur. Om ontvankelijk te zijn moet de akte van voordracht ondertekend zijn door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen hebben deelgenomen, alsook door een meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat-burgemeester zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-burgemeester voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen. Een akte van voordracht die wordt voorgelegd na de installatievergadering van de gemeenteraad is alleen ontvankelijk als ze ondertekend is door meer dan de helft van de gemeenteraadsleden, alsook door een meerderheid van de gemeenteraadsleden die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat-burgemeester verkozen zijn. Niemand kan meer dan één akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van dat verbod wordt bestraft overeenkomstig artikel 7, §
  4. De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-burgemeester vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam vermeld worden van een of meer personen die worden voorgedragen om hem op te volgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de burgemeester bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend. Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte, of, als de persoon die in de akte van voordracht is vermeld als de persoon die de burgemeester zou opvolgen, zijn mandaat niet opneemt, wordt de voordracht van de eerstvolgende opvolger, vermeld in de akte, vervroegd. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan overeenkomstig artikel
  5. De Vlaamse Regering gaat na of de akte van voordracht ontvankelijk is overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in het eerste lid. De Vlaamse Regering kan evenwel altijd om een nieuwe voordracht verzoeken. §
  6. Een voorgedragen kandidaat-burgemeester die niet is benoemd, kan tijdens dezelfde bestuursperiode niet meer opnieuw worden voorgedragen, tenzij op basis van nieuwe feiten of nieuwe gegevens. §
  7. Met behoud van de toepassing van artikel 13, derde lid, van de Nieuwe Gemeentewet kan de burgemeester buiten de verkozenen voor de gemeenteraad worden benoemd uit de gemeenteraadskiezers die minstens vijfentwintig jaar oud zijn. De burgemeester die buiten de raad is benoemd, is in alle gevallen stemgerechtigd in het college van burgemeester

schepenen

beschikt over een raadgevende stem in de gemeenteraad. Art. 59.De burgemeester wordt, behalve in de gevallen, vermeld in artikel 46, 58, § 1, derde lid, artikel 61

62, benoemd voor een periode van zes jaar. Voor hij zijn mandaat aanvaardt, legt de burgemeester de volgende eed af in handen van de provinciegouverneur: "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen.". Behalve in geval van benoeming van de burgemeester buiten de raad, geldt die eedaflegging ook als eedaflegging als gemeenteraadslid als vermeld in artikel 6. De burgemeester die de eed na twee oproepingen niet aflegt, wordt geacht het burgemeestersmandaat niet te aanvaarden. De Raad voor Verkiezingsbetwistingen doet uitspraak over de geschillen die hierover rijzen. Na de gemeenteraadsverkiezingen blijft de aftredende burgemeester in functie tot de nieuwe burgemeester is geïnstalleerd. Art. 60.Artikel 47, met uitzondering van punt 6°, is van overeenkomstige toepassing op de burgemeester. Art. 61.De burgemeester die ontslag wil nemen, deelt dat schriftelijk mee aan de Vlaamse Regering. De aanvraag van het ontslag is definitief na de kennisname van dat ontslag door de Vlaamse Regering. De burgemeester blijft zijn mandaat uitoefenen tot hij als burgemeester vervangen is, behalve als het ontslag het gevolg is van een onverenigbaarheid. Art. 62.In de volgende gevallen wordt een nieuwe burgemeester benoemd overeenkomstig artikel 58

59: 1° als de kandidaat-burgemeester het burgemeestersmandaat niet aanvaardt;2° als de burgemeester:

  1. a)van zijn mandaat vervallen wordt verklaard;
  2. b)als verhinderd wordt beschouwd;
  3. c)afgezet of geschorst wordt;
  4. d)ontslag genomen heeft of overleden is. In de gevallen waarin de burgemeester van zijn mandaat vervallen wordt verklaard, als verhinderd wordt beschouwd, afgezet of geschorst wordt, ontslagen is als gevolg van een onverenigbaarheid of overleden is, wordt tot aan de nieuwe benoeming het burgemeesterschap waargenomen overeenkomstig het derde

vierde lid. Met behoud van de toepassing van de nationaliteitsvereiste, vermeld in artikel 14 van de Nieuwe Gemeentewet, wordt de burgemeester die om andere redenen dan de redenen, vermeld in het tweede lid, tijdelijk afwezig is, vervangen door een van de schepenen in volgorde van hun rang, tenzij de burgemeester zijn bevoegdheid aan een andere schepen heeft opgedragen. Een voorgedragen kandidaat-burgemeester die niet is benoemd kan in dezelfde bestuursperiode het ambt van burgemeester niet waarnemen. Hij kan noch door de gemeenteraad, overeenkomstig artikel 14, tweede lid, van de Nieuwe Gemeentewet, noch door de burgemeester, overeenkomstig het derde lid, worden aangewezen om het ambt van burgemeester waar te nemen. De burgemeester die als verhinderd wordt beschouwd, die geschorst is of tijdelijk afwezig is, wordt vervangen zolang hij verhinderd, geschorst of tijdelijk afwezig is. De gemeenteraad neemt akte van de verhindering of schorsing,

van de beëindiging van de periode van verhindering of schorsing. De verhindering, het ontslag, het verval van mandaat, de afstand van mandaat, de afzetting

de schorsing als burgemeester houdt van rechtswege de verhindering, het ontslag, het verval van mandaat, de afstand van mandaat, de afzetting

de schorsing in als voorzitter van het vast bureau. De schepen die overeenkomstig het derde

vierde lid het burgemeestersambt waarneemt, neemt van rechtswege ook het mandaat waar van voorzitter van het vast bureau. Afdeling 2. - De bevoegdheden van de burgemeester Art. 63.Naast zijn bevoegdheden voor de uitvoering van de politiewetten, politiedecreten, politieverordeningen, politiereglementen

politiebesluiten, voor de bestuurlijke politie op het grondgebied van de gemeente

voor dringende politieverordeningen is de burgemeester bevoegd voor de uitvoering van de wetten, de decreten

de uitvoeringsbesluiten van de federale overheid, het gewest of de gemeenschap tenzij die bevoegdheid uitdrukkelijk aan een ander orgaan van de gemeente is opgedragen. De burgemeester informeert de gemeenteraad over de wijze waarop hij die bevoegdheid uitoefent als die daarom verzoekt. Art. 64.Overeenkomstig artikel 134bis van de Nieuwe Gemeentewet kan de burgemeester vanaf de aanmaning van de eigenaar elk gebouw, dat sedert meer dan zes maanden verlaten is, opeisen om het ter beschikking te stellen van dakloze personen. Het opeisingsrecht kan alleen uitgeoefend worden binnen zes maanden vanaf de dag waarop de burgemeester de eigenaar op de hoogte heeft gebracht

op voorwaarde dat de eigenaar een billijke vergoeding krijgt. Art. 65.§ 1. Als de voorwaarden van de uitbating van de instelling of van de vergunning niet worden nageleefd

nadat aan de overtreder de mogelijkheid is geboden zijn verweermiddelen naar voren te brengen, kan de burgemeester maatregelen nemen als vermeld in artikel 134ter van de Nieuwe Gemeentewet, als verdere vertraging een ernstig nadeel zou kunnen berokkenen. De burgemeester kan in dit geval echter geen maatregelen nemen als de bevoegdheid om in geval van hoogdringendheid een voorlopige sluiting van een instelling of de tijdelijke schorsing van een vergunning uit te spreken door een bijzondere regelgeving is toevertrouwd aan een andere overheid. § 2. De maatregelen, vermeld in paragraaf 1, vervallen dadelijk als ze door het college van burgemeester

schepenen in de eerstvolgende vergadering niet worden bekrachtigd. Zowel de sluiting als de schorsing kunnen een termijn van drie maanden niet overschrijden. Bij het verstrijken van de termijn wordt de beslissing van de burgemeester van rechtswege opgeheven. Art. 66.Overeenkomstig artikel 134quater van de Nieuwe Gemeentewet kan de burgemeester beslissen een voor het publiek toegankelijke inrichting te sluiten voor de duur die hij bepaalt, als de openbare orde in de buurt ervan wordt verstoord naar aanleiding van gedragingen in die inrichting. Die maatregelen zullen onmiddellijk ophouden uitwerking te hebben als ze niet tijdens de eerstvolgende vergadering van het college van burgemeester

schepenen worden bevestigd. De sluiting mag een termijn van drie maanden niet overschrijden. De beslissing van de burgemeester wordt van rechtswege opgeheven bij het verstrijken van die termijn. Art. 67.Op verzoek van de burgemeester roept de voorzitter van de gemeenteraad de gemeenteraad bijeen overeenkomstig artikel 20, met de door de burgemeester voorgestelde agenda, als de door de burgemeester voorgestelde agenda uitsluitend betrekking heeft op de bevoegdheden van de burgemeester. HOOFDSTUK 4. - De raad voor maatschappelijk welzijn Afdeling 1. - De organisatie van de raad voor maatschappelijk welzijn Art. 68.§ 1. Behalve in geval van toepassing van paragraaf 2, tweede lid, bestaat de raad voor maatschappelijk welzijn uit dezelfde leden als de gemeenteraad. Door het onderzoek van de geloofsbrieven

de erop volgende eedaflegging van de gemeenteraadsleden, vermeld in artikel 6, § 3,

artikel 14, worden de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn van rechtswege als geïnstalleerd beschouwd. De rang die de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn innemen is dezelfde als de rang die ze als gemeenteraadslid innemen overeenkomstig artikel 6, §

  1. §
  2. De raad voor maatschappelijk welzijn bestaat uit personen van verschillend geslacht. Als de raad voor maatschappelijk welzijn niet rechtsgeldig blijkt te zijn samengesteld overeenkomstig het eerste lid, wordt het laatste gemeenteraadslid in rang van rechtswege vervangen in de raad voor maatschappelijk welzijn door de eerste opvolger van het andere geslacht op dezelfde lijst als die waarop hij als gemeenteraadslid is verkozen. Als op die lijst geen opvolger van het andere geslacht is verkozen, wordt hij van rechtswege vervangen door de eerste opvolger van het andere geslacht die is verkozen op de lijst met het hoogste stemcijfer. §
  3. De raad voor maatschappelijk welzijn onderzoekt de geloofsbrieven van het lid van de raad voor maatschappelijk welzijn, aangewezen overeenkomstig paragraaf 2, tweede lid. Dit raadslid legt, voor hij zijn mandaat aanvaardt, in openbare vergadering de volgende eed af in handen van de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn : "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen.". Het lid van de raad voor maatschappelijk welzijn, aangeduid overeenkomstig paragraaf 2, tweede lid, dat de eed na twee achtereenvolgende uitnodigingen niet aflegt, wordt geacht zijn mandaat van lid van de raad voor maatschappelijk welzijn niet te aanvaarden. §
  4. De burgemeester die buiten de raad is benoemd, beschikt over een raadgevende stem in de raad voor maatschappelijk welzijn. Art. 69.De voorzitter van de gemeenteraad is van rechtswege de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn. Het verval van het mandaat van raadslid, de verhindering in

het ontslag uit het mandaat als voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn houden van rechtswege het verval van het mandaat van raadslid, de verhindering in

het ontslag uit het mandaat van voorzitter van de gemeenteraad in

leiden tot een vervanging van het mandaat van voorzitter van de gemeenteraad overeenkomstig artikel 7, § 5. Art. 70.De verhindering, het ontslag

het verval van het mandaat van gemeenteraadslid houden van rechtswege de verhindering, het ontslag

het verval van het mandaat van lid van de raad voor maatschappelijk welzijn in. Art. 71.Artikel 5, § 1, eerste

derde lid,

§ 2

, artikel 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, eerste

derde lid,

artikel 16 zijn van overeenkomstige toepassing op de raad voor maatschappelijk welzijn

zijn leden. Art. 72.In afwijking van artikel 71 wordt het lid van de raad voor maatschappelijk welzijn aangewezen overeenkomstig artikel 68, § 2, tweede lid, dat afstand doet van zijn mandaat, dat van zijn mandaat vervallen wordt verklaard, dat als verhinderd wordt beschouwd, dat ontslag genomen heeft of dat overleden is, als volgt opgevolgd: 1° als de raad zonder de vervanging al rechtsgeldig is samengesteld overeenkomstig artikel 68, § 2, eerste lid, wordt het lid vervangen door het gemeenteraadslid dat overeenkomstig artikel 68, § 2, tweede lid, vervangen is;2° als de raad zonder de vervanging niet rechtsgeldig is samengesteld overeenkomstig artikel 68, § 2, eerste lid, wordt het lid vervangen door de eerstvolgende opvolger van hetzelfde geslacht op dezelfde lijst als die waarop hij als gemeenteraadslid is verkozen. Art. 73.De leden van de raad voor maatschappelijk welzijn ontvangen ten laste van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn alleen presentiegeld voor hun aanwezigheid op de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn als die vergadering niet aansluit op de vergadering van de gemeenteraad. De Vlaamse Regering stelt een lijst op van vergaderingen die voortvloeien uit de mandaatsverplichtingen van de leden voor wie de raad voor maatschappelijk welzijn bij reglement kan bepalen dat presentiegeld wordt verleend. In afwijking van het eerste lid ontvangen de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn die geen lid van de gemeenteraad zijn, presentiegeld voor hun aanwezigheid op de vergaderingen van de raad voor maatschappelijk welzijn. Artikel 17, § 1, tweede tot

met vierde lid,

§ 2

tot

met § 6, zijn van overeenkomstige toepassing op de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn. Afdeling 2. - De werking van de raad voor maatschappelijk welzijn Art. 74.Artikel 18 tot

met 39, met uitzondering van artikel 29, § 1

§ 5

, artikel 36, 37

38, eerste lid, 7°, zijn van toepassing op de raad voor maatschappelijk welzijn, met dien verstande dat in die bepalingen de volgende woorden worden gelezen als volgt: 1° "de gemeente" als "het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn";2° "gemeenteraad" als "raad voor maatschappelijk welzijn";3° "gemeenteraadslid" als "lid van de raad voor maatschappelijk welzijn";4° "gemeenteraadsleden" als "leden van de raad voor maatschappelijk welzijn";5° "college van burgemeester

schepenen" als "vast bureau";6° "burgemeester" als "voorzitter van het vast bureau";7° "schepen" als "lid van het vast bureau";8° "gemeentelijke bestuursorganen" als "bestuursorganen van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn";9° "een gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap" als "de verenigingen of vennootschappen, vermeld in deel 3, titel 4";10° "artikel 16" als "artikel 71 juncto artikel 16";11° "artikel 50, vijfde lid" als "artikel 83, vijfde lid". Art. 75.De leden van de raad voor maatschappelijk welzijn hebben het recht van inzage in dossiers, stukken

akten, ongeacht de drager die het bestuur van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn betreffen. De leden van de raad voor maatschappelijk welzijn kunnen, behalve voor de dossiers die betrekking hebben op de persoonlijke levenssfeer van cliënten van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn of hun onderhoudsplichtigen, een afschrift verkrijgen van die dossiers, stukken

akten. De vergoeding die eventueel wordt gevraagd voor het afschrift, mag in geen geval meer bedragen dan de kostprijs. Art. 76.Met behoud van de toepassing van artikel 74 juncto artikel 38 worden in het huishoudelijk reglement van de raad voor maatschappelijk welzijn bepalingen opgenomen over de aangelegenheden, vermeld in deel 3, titel

  1. Afdeling
  2. - De bevoegdheden van de raad voor maatschappelijk welzijn Art. 77.De raad voor maatschappelijk welzijn beschikt over de volheid van bevoegdheid voor de aangelegenheden die aan het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn door of krachtens de wet of het decreet zijn toevertrouwd. De raad voor maatschappelijk welzijn bepaalt het beleid van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn

kan daarvoor algemene regels vaststellen. De raad voor maatschappelijk welzijn stelt de reglementen van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn vast. Die kunnen betrekking hebben op het beleid van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn

op het inwendige bestuur ervan. Art. 78.De raad voor maatschappelijk welzijn kan bij reglement zijn bevoegdheden overdragen aan het vast bureau. De volgende bevoegdheden kunnen niet aan het vast bureau worden toevertrouwd: 1° de bevoegdheden die aan de raad voor maatschappelijk welzijn zijn toegewezen, vermeld in afdeling 1

2 van dit hoofdstuk,

de bevoegdheid tot overdracht, vermeld in het eerste lid;2° de beslissingen die een wet, een decreet of een uitvoeringsbesluit uitdrukkelijk aan de raad voor maatschappelijk welzijn voorbehoudt;3° het vaststellen van andere reglementen dan die over personeelsaangelegenheden;4° het vaststellen van de beleidsrapporten van de gemeente

het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, vermeld in artikel 249;5° het oprichten van

het toetreden tot rechtspersonen, of het aanwijzen van leden van de rechtspersonen, vermeld in deel 3, titel 4,

de besluiten om deel te nemen in een gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap in privaatrechtelijke vorm;6° het goedkeuren van beheersovereenkomsten

samenwerkingsovereenkomsten als vermeld in artikel 196;7° het aanstellen

ontslaan van de ombudsman, alsook de sanctie-

tuchtbevoegdheid ten aanzien van dat personeelslid;8° het goedkeuren van het algemene kader van het organisatiebeheersingssysteem, vermeld in artikel 219;9° het vaststellen van wat onder het begrip `dagelijks bestuur' moet worden verstaan;10° het vaststellen van de plaatsingsprocedure

het vaststellen van de voorwaarden van overheidsopdrachten, tenzij:

  1. a)de opdracht past binnen het begrip `dagelijks bestuur', vermeld in punt 9°, waarvoor het vast bureau bevoegd is;
  2. b)de raad de plaatsingsprocedure

het vaststellen van de voorwaarden voor die overheidsopdracht nominatief aan het vast bureau heeft toevertrouwd;11° de daden van beschikking over onroerende goederen, behalve die vermeld in artikel 84, § 3, 8°, b);12° het definitief aanvaarden van schenkingen

het aanvaarden van legaten;13° het vaststellen van een systeem van klachtenbehandeling;14° de beslissingen als vermeld in artikel 297

298;15° het aangaan van andere dadingen dan dadingen met personeelsleden naar aanleiding van een beëindiging van het dienstverband, die de gevolgen van de beëindiging van het dienstverband als voorwerp hebben;16° de bevoegdheden van de raad voor maatschappelijk welzijn, vermeld in artikel 263

artikel 273 juncto artikel 265, 266, 267

269;17° het vaststellen van subsidiereglementen

het toekennen van nominatieve subsidies. HOOFDSTUK

  1. - Het vast bureau Afdeling
  2. - De organisatie van het vast bureau Art. 79.Met behoud van de toepassing van artikel 27bis van de organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999003672 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale

diverse bepalingen type wet prom. 24/12/1999 pub. 29/12/1999 numac 1999003644 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2000 type wet prom. 24/12/1999 pub. 08/02/2000 numac 2000003028 bron ministerie van financien Wet houdende vijfde aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid

leefmilieu Wet houdende sociale

diverse bepalingen sluiten3 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn is de burgemeester van rechtswege de

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.