← België

Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot goedkeuring van het richtplan van aanleg "Defensie"

Kort samengevat

Dit besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering keurt het richtplan van aanleg (RPA) "Defensie" goed, een nieuw planningsinstrument voor ruimtelijke ordening in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het RPA combineert strategische doelstellingen met concrete voorschriften voor de inrichting van een specifiek gebied.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

Wettekst

2 MEI 2024. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot goedkeuring van het richtplan van aanleg "Defensie" De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op artikel 39 van de Grondwet; Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen, inzonderheid op artikelen 6, § 1, I, 1° en 20; Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, inzonderheid artikel 8; Gelet op het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO), inzonderheid zijn artikelen 30/1 tot 30/11 ingevoegd door de ordonnantie van 30 november 2017 tot hervorming van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening en de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen en tot wijziging van aanverwante wetgevingen; Overwegende dat de voornoemde bepalingen van het BWRO een nieuw gewestelijk planningshulpmiddel invoerden in het recht van ruimtelijke ordening in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, genaamd "richtplan van aanleg" (RPA); Dat dit hulpmiddel bedoeld is als samenvatting van de bestaande hulpmiddelen, met integratie van de strategische roeping van de Richtschema's en van een regelgevend gedeelte gericht op het verzekeren van de realisatie van de strategische doelstellingen van het Gewest door ze in letterlijke en grafische voorschriften te formaliseren; Dat het RPA onder meer de grote principes van ordening, het programma van de bestemmingen, de structurering van de wegen, de openbare ruimten en het landschap, de kenmerken van de bouwwerken, de bescherming van het erfgoed, de mobiliteit en de parkeermogelijkheden aanduidt. Gelet op het ministerieel besluit van 7 juni 2019Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 07/06/2019 pub. 14/06/2019 numac 2019041219 bron brussels hoofdstedelijk gewest Ministerieel besluit houdende instructie om over te gaan tot de uitwerking van een ontwerp van richtplan van aanleg voor het gebied "Maximiliaan-Vergote" type ministerieel besluit prom. 07/06/2019 pub. 14/06/2019 numac 2019041217 bron brussels hoofdstedelijk gewest Ministerieel Besluit houdende instructie om over te gaan tot de uitwerking van het Richtplan van Aanleg voor de zone « ex-NAVO/Defensie » type ministerieel besluit prom. 07/06/2019 pub. 14/06/2019 numac 2019041218 bron brussels hoofdstedelijk gewest Ministerieel besluit houdende instructie om over te gaan tot de uitwerking van het Richtplan van Aanleg voor de zone "Heizel" sluiten houdende instructie om over te gaan tot de uitwerking van een ontwerp van het richtplan van aanleg voor de zone "ex-NAVO/Defensie" (BS van 14.06.2019); Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 14 september 2023Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 14/09/2023 pub. 06/10/2023 numac 2023045455 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 maart 2021 houdende aanstelling van de leden van de Raad voor het Leefmilieu voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 14/09/2023 pub. 13/10/2023 numac 2023045404 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende gedeeltelijke inwerkingtreding van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 1 december 2022 tot vaststelling van de controlemethode en omstandigheden voor geluidsmetingen type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 14/09/2023 pub. 06/10/2023 numac 2023045457 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3 oktober 2019 betreffende personen gemachtigd om de partijen te horen in overeenstemming met artikel 81 van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 14/09/2023 pub. 06/10/2023 numac 2023045458 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 november 2019 betreffende personen gemachtigd om de partijen te horen in overeenstemming met artikel 56 van de ordonnantie van 5 maart 2009 betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems sluiten tot goedkeuring van het ontwerp van richtplan van aanleg "Defensie" en het milieueffectenrapport dat erbij is gevoegd; Rekening houdend met de bezwaren en opmerkingen die werden gemaakt tijdens het openbaar onderzoek over het ontwerp van richtplan van aanleg "Defensie" dat heeft plaatsgevonden van 20 oktober tot 22 december 2023; Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 16 december 2010Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 16/12/2010 pub. 10/01/2011 numac 2010031611 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende goedkeuring van de beslissing van de gemeente Evere tot totale opheffing van het bijzonder bestemmingsplan nr. 14 « Hauwaerts », goedgekeurd bij koninklijk besluit van 28 februari 1963 type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 16/12/2010 pub. 10/01/2011 numac 2010031610 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende goedkeuring van de beslissing van de gemeente Evere tot totale opheffing van het bijzonder bestemmingsplan nr. 8 « Van Ruusbroeck », goedgekeurd bij koninklijk besluit van 18 december 1961 type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 16/12/2010 pub. 31/12/2010 numac 2010031607 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 24 januari 2002 betreffende de kwaliteit van het leidingwater sluiten betreffende de uitvoering van de grensoverschrijdende raadpleging van toepassing op het gewestelijk ontwikkelingsplan, het gewestelijk bestemmingsplan, de richtplannen van aanleg en de gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen; Overwegende dat uit het milieueffectenrapport blijkt dat het ontwerpplan opmerkelijke effecten kan hebben op het milieu van het Vlaams Gewest; Overwegende dat de Regering aanduidt dat het advies van het Vlaams Gewest werd gevraagd in overeenstemming met artikel 30/5, § 3 en met het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 16 december 2010Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 16/12/2010 pub. 10/01/2011 numac 2010031611 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende goedkeuring van de beslissing van de gemeente Evere tot totale opheffing van het bijzonder bestemmingsplan nr. 14 « Hauwaerts », goedgekeurd bij koninklijk besluit van 28 februari 1963 type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 16/12/2010 pub. 10/01/2011 numac 2010031610 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende goedkeuring van de beslissing van de gemeente Evere tot totale opheffing van het bijzonder bestemmingsplan nr. 8 « Van Ruusbroeck », goedgekeurd bij koninklijk besluit van 18 december 1961 type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 16/12/2010 pub. 31/12/2010 numac 2010031607 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 24 januari 2002 betreffende de kwaliteit van het leidingwater sluiten met betrekking tot de grensoverschrijdende raadplegingsprocedure van toepassing op het gewestelijk ontwikkelingsplan, het gewestelijk bestemmingsplan, de richtplannen van aanleg en de gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen, dat in zijn artikel 2 bepaalt dat het ontwerp van RPA en het MER gelijktijdig met het openbaar onderzoek worden overgemaakt aan de betrokken gewesten; Gelet op het advies van 21 november 2023 van de Raad voor het Leefmilieu; Gelet op het advies van 12 december 2023 van de gemeente Schaarbeek; Gelet op het advies van 14 december 2023 van Stad Brussel; Gelet op het advies van 14 december 2023 van het Departement Omgeving van het Vlaams Gewest; Gelet op het advies van 15 december 2023 van de Adviesraad voor Huisvesting; Gelet op het advies van 18 december 2023 van Perspective; Gelet op het advies van 18 december 2023 van de Gewestelijke Mobiliteitscommissie; Gelet op het advies van 19 december 2023 van Leefmilieu Brussel; Gelet op het advies van 20 december 2023 van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen; Gelet op het advies van 21 december 2023 van de gemeente Evere; Gelet op het advies van 21 december 2023 van Brupartners; Gelet op het advies van 25 maart 2023 van de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie; Overwegende dat de Regering geen verzoek om advies over dit besluit heeft gericht aan de afdeling Wetgeving van de Raad van State; Dat de afdeling Wetgeving van de Raad van State de adviesaanvragen betreffende de RPA's "Delta-Hermann-Debroux", "Voormalige kazernes van Elsene - Usquare", "Heyvaert" en "Weststation" niet-ontvankelijk heeft verklaard en dat de redenen voor die beslissing kunnen worden getransponeerd naar dit besluit; Dat deze RPA's, evenals het RPA Defensie, elk bestaan uit (

  1. i)een informatief/inleidend luik zonder juridische waarde, (
  2. ii)een strategisch luik met indicatieve waarde, en (
  3. ii)een regelgevend gedeelte bestaande uit schriftelijke en grafische voorschriften; Dat de afdeling Wetgeving heeft aangegeven dat de informatieve/inleidende en strategische luiken logischerwijs niet als 'van reglementaire aard' kunnen worden omschreven; Wat de andere voorschriften van het RPA betreft, merkte de afdeling Wetgeving op dat: ? "de omstandigheid dat voorschriften beschouwd worden als zijnde van reglementaire aard in de zin van een welbepaalde wetgeving, niet noodzakelijk betekent dat die voorschriften ook van reglementaire aard zijn in de zin van de voornoemde bepaling van de gecoördineerde wetten 'op de Raad van State'; alleen bepalingen die voldoende algemeen van aard zijn om "reglementair" te kunnen worden genoemd in de zin van artikel 3, § 1, van de gecoördineerde wetten 'op de Raad van State' kunnen - en, behalve in spoedeisende gevallen die met bijzondere redenen worden omkleed, moeten - ter fine van advies voorgelegd worden aan de afdeling Wetgeving" (advies s 70.032/2/V van 8 september 2021 over het ontwerp dat het besluit is geworden van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 28 april 2022 tot goedkeuring van het RPA "Delta-Herrmann-Debroux"); Dat met betrekking tot de ontwerpen van RPA die vooraf voor advies aan haar worden voorgelegd, formuleerde de afdeling Wetgeving de volgende conclusie: ? "Zulke voorschriften zijn niet voldoende algemeen van aard om "reglementair" te kunnen worden genoemd in de zin van artikel 3, § 1, van de gecoördineerde wetten op de 'Raad van State'" (advies 70.032/2/V, voornoemd); ? "Aangezien die voorschriften alleen tot stand gekomen zijn om de ordening van een welbepaald huizenblok te regelen in het kader van een specifiek project voor de herbestemming ervan, zijn ze niet voldoende algemeen om te kunnen worden beschouwd als "reglementair" in de zin van artikel 3, § 1, van de gecoördineerde wetten 'op de Raad van State'" (advies 67.900/4 van 14 september 2020 over het ontwerp dat het besluit is geworden van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 november 2020 tot goedkeuring van het richtplan van aanleg "Voormalige kazernes van Elsene - Usquare"); ? "Aangezien die voorschriften tot stand gekomen zijn om de inrichting te regelen van een welbepaalde perimeter die een duidelijk omschreven wijk afbakent en dit in het kader van een specifiek project voor de herbestemming ervan, zijn ze immers niet voldoende algemeen om te kunnen worden beschouwd als "reglementair" in de zin van artikel 3, § 1, van de gecoördineerde wetten 'op de Raad van State'" (advies 69.793/2/V van 4 augustus 2021 over het ontwerp dat het besluit is geworden van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 7 oktober 2021 tot goedkeuring van het richtplan van aanleg "Heyvaert"); ? "aangezien die voorschriften alleen tot stand gekomen zijn om de ordening te regelen van een welbepaalde perimeter waarin zich een station en zijn omgeving bevinden, begrensd door vier openbare wegen, en dit in het kader van een specifiek project voor de herbestemming ervan, zijn ze immers niet voldoende algemeen om te kunnen worden beschouwd als "reglementair" in de zin van artikel 3, § 1, van de gecoördineerde wetten 'op de Raad van State'" (advies 69.634/2/V van 4 augustus 2021 over het ontwerp dat het besluit is geworden van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 22 september 2021 tot goedkeuring van het ontwerp van het richtplan van aanleg "Weststation"); Overwegende dat de perimeter van RPA Defensie, van zijn kant, zich uitstrekt over de huidige site van nationale Defensie, gelegen langsheen de Leopold III-laan, alsook over de kerkhoven van Brussel, Schaarbeek en Evere; Dat de voorschriften van het reglementaire luik van dit RPA zijn bedoeld om een nieuwe stadswijk, het nieuwe Hoofdkwartier voor Defensie, alsook een groot metropolitaans park in te richten; Dat het dus onbetwistbaar gaat om een specifiek ontwikkelingsproject dat beperkt is tot een beperkte perimeter, in de zin van de voornoemde adviezen waarin werd geconcludeerd dat de adviesaanvragen niet-ontvankelijk waren; Dat bijgevolg en om dezelfde redenen, de Regering van oordeel is dat het niet nodig is om dit besluit aan het advies van de afdeling Wetgeving van de Raad van State te onderwerpen. Inhoudsopgave I. Perimeter van de Defensie-site - algemene beschouwingen II. Procedure voor uitwerking en opvolging van het RPA III. Inhoud en rechtseffecten van het RPA IV. D. Doelstellingen van het GPDO die worden nagestreefd door het RPA V. Gewestelijk karakter van het RPA VI. Voorafgaand informatie- en participatieproces VII. Het RPA en z'n ambities VIII. De stedenbouwkundige principes van het RPA IX. Milieueffectenrapport (MER) X. Adviezen van instanties, administraties en betrokken gemeenteraden 1. Advies van de Raad voor het Leefmilieu 2.Advies van Stad Brussel 3. Advies van de Adviesraad voor Huisvesting 4.Advies van perspective 5. Advies van de Gewestelijke Mobiliteitscommissie 6.Advies van Leefmilieu Brussel 7. Advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen 8.Advies van Brupartners 9. Advies van de gemeente Evere XI.Advies van de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie XII. Niet vereist advies van de afdeling Wetgeving van de Raad van State XIII. Samenvatting van de adviezen, de opmerkingen en de bezwaren geformuleerd in het kader van het openbaar onderzoek - Motivatie van het regeringsbesluit houdende goedkeuring van het RPA XIV. Samenvatting van de manier waarop rekening werd gehouden met de adviezen, bezwaren en opmerkingen die tijdens de procedure waren geformuleerd XV. Samenvatting van de manier waarop de milieuoverwegingen in het plan werden geïntegreerd XVI. Redenen van de keuzen van het plan zoals het is goedgekeurd, rekening houdend met de andere beschouwde redelijke oplossingen XVII. Aan het ontwerp van RPA aangebrachte wijzigingen XVIII. Opvolging van het RPA XIX. Evaluatierapport "gelijkekansentest" XX. Bijlagen I. Perimeter van de Defensie-site - algemene beschouwingen Overwegende dat het ministerieel besluit van 7 juni 2019Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 07/06/2019 pub. 14/06/2019 numac 2019041219 bron brussels hoofdstedelijk gewest Ministerieel besluit houdende instructie om over te gaan tot de uitwerking van een ontwerp van richtplan van aanleg voor het gebied "Maximiliaan-Vergote" type ministerieel besluit prom. 07/06/2019 pub. 14/06/2019 numac 2019041217 bron brussels hoofdstedelijk gewest Ministerieel Besluit houdende instructie om over te gaan tot de uitwerking van het Richtplan van Aanleg voor de zone « ex-NAVO/Defensie » type ministerieel besluit prom. 07/06/2019 pub. 14/06/2019 numac 2019041218 bron brussels hoofdstedelijk gewest Ministerieel besluit houdende instructie om over te gaan tot de uitwerking van het Richtplan van Aanleg voor de zone "Heizel" sluiten dat opdracht geeft tot de uitwerking van een richtplan van aanleg voor dit gebied, een beoogde interventieperimeter vaststelt die het Brusselse deel van de site van Defensie omvat, namelijk de 40 Brusselse hectaren, gelegen langs de Leopold III-laan en de begraafplaatsen van Brussel, Schaarbeek en Evere; Overwegende dat de site van Defensie en de begraafplaatsen zich voor een deel in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (gemeentes Evere en Brussel-Stad) en voor een deel in het Vlaams Gewest (gemeente Zaventem) bevinden; dat een coherente aanpak aan beide zijden van de gewestgrens noodzakelijk is om tot een goede ruimtelijke ordening te komen; Overwegende dat in het kader van het intergewestelijk proces TOP Noordrand beide gewesten samen een visie ontwikkelen voor de site; dat beide gewesten in 2017 een definitiestudie lieten opmaken; dat deze bestaat uit een diagnostiek, een stedenbouwkundig onderzoek en beleidsaanbevelingen; Overwegende dat de federale ministerraad begin 2018 opdracht gaf aan het ministerie van Defensie een federale technische werkgroep op te richten met als doel: het sluiten van een akkoord met het Vlaamse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest over de inplanting van een nieuw hoofdkwartier voor Defensie en de inplanting van de 5e Europese School op de site; Overwegende dat de Brusselse en Vlaamse Regeringen twee samenwerkingsakkoorden met betrekking tot de site goedkeurden (op 24/05/2019 en 29/05/2019); Overwegende dat het 1e samenwerkingsakkoord tussen de gewestelijke Ministers de gecoördineerde opmaak van de nodige planningsinstrumenten voor de site in het Vlaams Gewest en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreft; Overwegende dat het 2e samenwerkingsakkoord tussen de gewestelijke en federale Ministers de stedenbouwkundige principes voor de ontwikkeling van de site evenals de inplanting van een Europese school (in het Brussels gewest) en het nieuwe Defensie-hoofdkwartier (op de grens tussen het Brussels en Vlaams gewest) betreft; Overwegende dat de "Noordrand" van Brussel een dynamische en complexe zone is die grote ruimtelijke uitdagingen stelt; Dat een groot aantal renovatieprojecten in voorbereiding is en diverse belanghebbenden actief betrokken zijn bij de reconversie van de zone. Overwegende dat via concrete werven of stadsprojecten een visie gebaseerd op projecten wordt gepromoot voor de zone. Dat een van deze cruciale polen de site van Defensie is; Overwegende dat de verplaatsing van de zetel van de NAVO en de constructie van een nieuwe algemene wijk van Defensie in de periferie een uitgestrekte site zullen vrijmaken die moet worden geconverteerd. De site is momenteel gefragmenteerd maar bezit een enorm ontwikkelingspotentieel omwille van haar omvang en strategische positie; Dat het initiatief van het gelanceerde plan een duurzame ontwikkeling van de site mogelijk maakt gebaseerd op de pijlers natuur, mobiliteit en stedelijkheid; Overwegende dat het ontwerpplan betrekking heeft op de herbestemming van de site rekening houdend met een ruimtelijke strategie voor de toekomstige ontwikkeling van het geheel van de zone met inachtneming van de verankering van een productieve en educatieve functie in een gemengde wijk die haar plaats zal moeten vinden in een landschap met hoge biodiversiteitswaarde; Dat de constructie van nieuwe woningen, kantoren, handelszaken en uitrustingen zal worden ondersteund, waarbij gemengdheid en typologische kwaliteit worden bevorderd en een belangrijke ecologische rol wordt verzekerd; Overwegende dat het Brusselse deel van de site de ontwikkeling van een nieuwe gemengde wijk toelaat evenals de aanleg van een grootschalig park met een groene intergewestelijke verbinding tussen de begraafplaatsen (van Brussel, Schaarbeek en Evere) en het Woluweveld (in Zaventem); Overwegende dat dit ontwerp van RPA wordt gerechtvaardigd door de intercommunaliteit van zijn perimeter en door de strategische en reglementaire totaalvisie qua inrichting die ervan wordt afgeleid; Dat het eveneens wordt gerechtvaardigd door zijn integratie met het GRUP-ontwerp ontwikkeld binnen de naburige perimeter in het Vlaams Gewest, wat een gecoördineerde aanpak vergt aan weerszijden van de gewestgrens om te komen tot een goede ruimtelijke ordening; Dat geen enkel ander planologisch of reglementair instrument het mogelijk maakt deze doelstelling te bereiken; II. Procedure voor de uitwerking van het RPA Overwegende dat de Brusselse Hoofdstedelijke Regering een RPA kan goedkeuren voor een deel van het gewestelijke grondgebied (art. 30/1 van het BWRO); Overwegende dat, voordat het ontwerp van RPA door de Regering wordt goedgekeurd, het bestuur dat belast is met de territoriale planning (perspective.brussels) een informatie- en participatieproces met het betrokken publiek organiseert (art. 30/3, § 2 van het BWRO); Overwegende dat de Regering vervolgens het ontwerp van RPA uitwerkt, evenals een milieueffectenrapport (MER) (art. 30/3, § 1 van het BWRO); Overwegende dat de Regering het ontwerp van RPA en het MER voorlegt aan
  4. i)de adviezen van het bestuur dat belast is met de territoriale planning (perspective.brussels), Leefmilieu Brussel, de Economische en Sociale Raad, de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, de Raad voor het Leefmilieu, de Gewestelijke Mobiliteitscommissie, de Adviesraad voor Huisvesting, de gemeenteraden en
  5. ii)de raadpleging van het publiek (art. 30/5, § 1 van het BWRO); Overwegende dat de Regering het ontwerp van RPA en het MER evenals de adviezen en de opmerkingen of bezwaren aan de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie voorlegt, waarvan het advies, samen met de adviezen, opmerkingen en bezwaren aan het Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt bezorgd (art. 30/5, § 2 van het BWRO); Overwegende dat het ontwerpplan alsook het MER worden overgemaakt aan de bevoegde overheden van het Gewest waarvan het milieu merkbare effecten kan ondergaan die voortvloeien uit het plan (art. 30/5, § 3 van het BWRO); Overwegende dat de Regering, na kennis te hebben genomen van de resultaten van het onderzoek en van de geformuleerde adviezen, het RPA definitief kan goedkeuren of wijzigen (art. 30/6 van het BWRO); Dat in de veronderstelling van wijzigingen aan het ontwerp van RPA en behalve als die wijzigingen klein zijn en niet van dien aard zijn dat ze merkbare effecten op de omgeving zullen hebben, het ontwerp van RPA opnieuw aan de onderzoeksakten wordt onderworpen (art. 30/6 van het BWRO); Overwegende dat in casu de wijzigingen aangebracht aan het ontwerp van RPA na openbaar onderzoek kunnen worden gekwalificeerd als van ondergeschikt belang en niet van aard zijnde om merkbare effecten te hebben op het milieu, en dat het bijgevolg niet is vereist het RPA opnieuw te onderwerpen aan de onderzoeksmaatregelen. III. Inhoud en rechtseffecten van het RPA Gelet op artikel 30/2 van het BWRO, dat voorziet in de inhoud van een RPA: "Het richtplan van aanleg gaat uit van de richtsnoeren van het gewestelijk ontwikkelingsplan dat van kracht is op de dag dat het wordt goedgekeurd en geeft de grote principes aan voor de inrichting of herinrichting van het grondgebied waarop het betrekking heeft, met name op het vlak van: - de programmering van de bestemmingen; - de structurering van de wegen, de openbare ruimten en het landschap; - de kenmerken van de constructies; - de bescherming van het erfgoed; - mobiliteit en parkeren"; Overwegende dat het RPA uitgaat van de richtsnoeren van het gewestelijk ontwikkelingsplan dat van kracht is op de dag dat het wordt goedgekeurd en de grote principes aangeeft voor de inrichting of de herinrichting van het grondgebied waarop het betrekking heeft, met name op het vlak van programmering van de bestemmingen, structurering van de wegen, de openbare ruimten en het landschap, kenmerken van de bouwwerken, bescherming van het erfgoed en mobiliteit en parkeren (art. 30/2 van het BWRO); Overwegende dat het ontwerp-RPA "Defensie" uit 3 componenten bestaat: een informatieve component, een strategische component en een regelgevende component; Overwegende dat het ten eerste een informatief gedeelte omvat, zonder enige juridische waarde, dat de geschiedenis van de site bevat, de diagnose van de bestaande situatie, alsook de definitie van de doelstellingen en uitdagingen voor de site; Overwegende dat het ontwerp-RPA een strategisch gedeelte omvat, dat de ambities van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest weerspiegelt voor dit grondgebied van gewestelijk belang; Dat het schriftelijke aanwijzingen en aanbevelingen en schetsen bevat die concreet gestalte geven aan die ambities (art. 30/9 van het BWRO); Dat dit strategisch gedeelte indicatieve waarde heeft en bijgevolg bakens bevat die de auteurs van projecten moeten begeleiden, zonder dat dit de bewerkstelliging van een project dat hier niet precies mee overeenkomt, verhindert aangezien het desgevallend mogelijk is om ervan af te wijken mits een afdoende motivering en zolang de essentie zelf van de strategische opties wordt gerespecteerd; Dat de strategische opties ruimtelijk worden gemaakt en uitgewerkt worden ofwel op het niveau van de perimeter van het RPA, ofwel op het niveau van de verschillende nauwkeurig geïdentificeerde sites; Dat deze strategische component de ambities van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor dit gebied van gewestelijk belang weerspiegelt, waarvan de principes zullen worden toegepast in het kader van de uitvoering van de projecten; Overwegende dat het ontwerp-RPA verder ook een verplicht verordenend gedeelte bevat, samengesteld uit geschreven voorschriften en grafische voorschriften, dat op het gepaste niveau de invariabele elementen beschrijft waaraan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een verplichtend karakter wil geven om de samenhang van de nagestreefde ontwikkeling te verzekeren (art. 30/9 van het BWRO); Dat de verordenende bepalingen van het RPA voor de betreffende perimeter afwijken van de bepalingen van het gewestelijk bestemmingsplan, het bijzonder bestemmingsplan en de stedenbouwkundige verordening en de reglementaire bepalingen van de gewestelijke en gemeentelijke mobiliteitsplannen en de verkavelingsvergunningen, die er tegen indruisen; Dat de ontwikkeling van een locatie in het kader van dit ontwerp-RPA derhalve moet worden beoordeeld in het licht van de strikte naleving van het verordenend gedeelte, maar ook van de strategische oriëntaties die op de verschillende niveaus zijn voorzien; Overwegende dat alleen een gecombineerde lezing van de drie gedeelten een overzicht geeft van de mogelijkheden van dit ontwerp-RPA; Dat de verordenende bepalingen van het RPA beperkingen met zich mee kunnen brengen met betrekking tot het gebruik van eigendom, met inbegrip van een verbod om er te bouwen (art. 30/10 van het BWRO). IV. Doelstellingen van het GPDO die worden nagestreefd door het RPA Gelet op artikel 30, lid 2, van het BWRO, dat bepaalt dat het RPA past in de oriënteringen van het gewestelijk ontwikkelingsplan zoals dat van kracht is op de dag dat het wordt goedgekeurd; Gelet op het Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling (hierna 'GPDO' genoemd), dat in zijn definitieve versie werd aangenomen bij besluit van de regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 12 juli 2018; Overwegende dat dit ontwerp van richtplan van aanleg uitgaat van de richtsnoeren van het gewestelijk plan voor duurzame ontwikkeling en de grote principes voor de inrichting of herinrichting aangeeft, zoals de programmering van de bestemmingen, de structurering van de wegen, de openbare ruimten en het landschap, de kenmerken van de bouwwerken, de bescherming van het erfgoed, de mobiliteit en parkeren; Overwegende dat het GPDO de ruimtelijke ordening en de gewestelijke projecten opdeelt in vier grote thema's, waarin verschillende strategieën vastgelegd zijn: 1. Het grondgebied benutten om de basis van de territoriale ontwikkeling vast te leggen en nieuwe wijken te ontwikkelen o Strategie 1/ Vastgoedpotentieel en vastgoedreserves benutten o Strategie 2/ Een redelijke verdichting voorstellen o Strategie 3/ Toekomstige beleidsdaden voor de sociale huisvesting in Brussel 2.Het grondgebied benutten om een aangename, duurzame en aantrekkelijke leefomgeving te ontwikkelen o Strategie 1/ Voorzieningen ter ondersteuning van het dagelijkse leven o Strategie 2/ De openbare ruimten en groene ruimten ter ondersteuning van de kwaliteit van het levenskader o Strategie 3/ Zorgen voor een beter evenwicht tussen de wijken o Strategie 4/ Het stedelijk erfgoed beschermen en in de kijker plaatsen als drager van identiteit en aantrekkelijkheid o Strategie 5/ Het natuurlijk landschap versterken o Strategie 6/ Het natuurlijk erfgoed in het Gewest beschermen en verbeteren 3. Het grondgebied benutten voor de ontwikkeling van de stedelijke economie o Strategie 1/ De economische functies ondersteunen in hun ruimtelijke dimensie o Strategie 2/ De plaats van de economische sectoren herkwalificeren o Strategie 3/ De buurteconomie en de lokale werkgelegenheid ondersteunen 4.Het grondgebied benutten om de multimodale verplaatsingen te bevorderen Dat erin gepleit wordt voor de ontwikkeling van nieuwe wijken en een ambitieuze bouw van aangepaste woningen, de ontwikkeling van voorzieningen en van een aangename, duurzame en aantrekkelijke leefomgeving, de ontwikkeling van sectoren en diensten die bevorderlijk zijn voor de tewerkstelling, de economie en de opleiding en de verbetering van de mobiliteit als een factor van duurzame stadsontwikkeling; Overwegende meer bepaald dat in het GPDO het volgende staat: Op vlak van mobilisatie van het vastgoedpotentieel en de vastgoedreserves: "als gevolg van de verhuizing van de NAVO naar een nieuw hoofdkwartier aan de overkant van de Leopold III-laan is de reconversie van de voormalige site in een nieuwe stadswijk mogelijk. De locatie is goed bereikbaar met tram 62 en 55 en zal nog beter bereikbaar worden door de aanleg van metro Noord met een station ter hoogte van Bordet. Het demografisch GBP heeft een deel van de site aan de Leopold III-laan gewijzigd van een gebied voor voorzieningen in een ondernemingsgebied in een stedelijke omgeving (174.000 m2); De rest van de site behoudt het leger voor zijn hoofdkwartier (in het zuiden). Het vroegere NAVO-deel van de site heeft dus het potentieel voor de reconversie in een nieuwe stadswijk die plaats kan bieden voor 3.000 tot 4.000 nieuwe inwoners. Het terrein van Defensie bevindt zich zowel op Brussels als op Vlaams grondgebied. In samenwerking met het Vlaams Gewest is een definitiestudie (met een diagnose en een stedenbouwkundige studie) uitgewerkt. Bedoeling is om een intergewestelijk RPA uit te werken voor de volledige site." Op het vlak van versterking van het natuurlijk landschap: "Nieuwe groenvoorzieningen creëren in wijken met tekorten door te steunen op stadsprojecten in strategische gebieden, meer bepaald nieuwe openbare parken: een park van 10 ha op Thurn & Taxis, de Péchèretuin bij het Rijksadministratief Centrum, een stadspark op de Reyerssite, een recreatieve groenvoorziening op Beco West, parken en plantsoenen bij de Ninoofsepoort, Josaphat, het Weststation, de voormalige NAVO-site, (op termijn het Mabru-terrein)." Overwegende dat dit RPA op gepaste wijze uitgaat van de richtsnoeren en prioriteiten van het GPDO; Op vlak van mobilisatie van het vastgoedpotentieel en de vastgoedreserves: dit RPA plant de ontwikkeling van een nieuwe, gediversifieerde stadswijk. Deze zal een gebied voor stedelijke industrie, een sterk gemengd gebied en een gemengd gebied omvatten. Grote openbare ruimten zullen de wijk aantrekkelijk en open voor het publiek maken. Doorheen heel de wijk zal een winkelstraat lopen, die ook de Leopold III-laan zal verbinden met het grootstedelijk park achter de wijk. De mobiliteit zal aangenamer worden gemaakt door het stimuleren van de actieve vervoerwijzen en het verder ontwikkelen van het openbaar vervoer. De verlenging van de lijn van tram 55 wordt onderzocht. Een van de opties lokaliseert deze verlenging op de Jules Bordetlaan om de toegankelijkheid van de stadswijk te verbeteren en ze te verbinden met de toekomstige HUB Bordet. In de wijk zal ook worden voorzien in een dienstverlening per bus. De stadswijk zal tussen de 2.500 en 3.500 nieuwe inwoners kunnen huisvesten en de nodige bedrijven en voorzieningen in de stad kunnen integreren. Het doel is dus om een programmatische mix te creëren. Op vlak van versterking van het natuurlijk landschap: dit RPA voorziet in de aanleg van een groot grootstedelijk park ten zuiden van de stadswijk. Dit heeft tot doel de biodiversiteit te verbeteren door een ecologische verbinding te creëren tussen de begraafplaatsen in het westen en het Woluweveld in het oosten. Het park wordt ontworpen om bestaande landschapskwaliteiten te versterken en om een sociale, recreatieve, pedagogische, ecologische en landschapsfunctie te vervullen. Het zal toegankelijk zijn via een noordelijke ingang en een westelijke ingang. Het zal worden doorkruist door een vrijgemaakt gedeelte dat een open ontspanningsruimte zal vormen. Er zal eveneens veel aandacht uitgaan naar de vergroening van de begraafplaatsen om hun ecologische en landschappelijke functie te versterken. Overwegende bovendien dat het RPA de creatie mogelijk maakt van een stadswijk met een programmatische mix, die een gelegenheid vormt voor de realisatie van huisvesting, maar ook van stedelijke industrie, voorzieningen van collectief belang of voor openbare dienstverlening, en van handelszaken; Dat het RPA voorziet in een beperkte verdichting van de betrokken perimeter door het garanderen van de inrichting van openbare ruimten en in het bijzonder van voor het publiek toegankelijke groene ruimten om een goede leefkwaliteit te verzekeren aan de bewoners en gebruikers van de wijk; Dat het RPA ook voorziet in de inrichting van fietspistes, comfortabele voetpaden, ... en is toegespitst op zachte mobiliteit; Overwegende dat het huidige ontwerp van het RPA derhalve in overeenstemming is met de doelstellingen van het GPO; V. Het gewestelijke karakter van het RPA Overwegende dat er in de gewestelijke beleidsverklaring 2014-2019 gesproken wordt over de inrichting van een kwaliteitsvolle openbare ruimte op de site van Defensie; De Regering bepaalt er immers het volgende: "De Regering zal nieuwe groene ruimten creëren in dichtbewoonde gebieden met een groot tekort aan openbaar en privaat groen, en dan meer bepaald in de prioritaire wijken (hoofdstuk 2). Zo is er een park van 10 ha gepland op Tour & Taxis, een stadspark op de Reyerssite, een groene recreatieruimte op Beco West, groene ruimten ter hoogte van de Ninoofsepoort, Josaphat, Weststation, en op termijn op de voormalige NAVO-site en Mabru ..." (pg. 81) "Ingevolge de verhuizing van de NAVO naar het nieuwe hoofdkwartier dat in aanbouw is aan de overkant van de Leopold III-laan leent de oude NAVO-site zich tot reconversie tot een nieuwe stadswijk. De site, die al goed met het openbaar vervoer bereikbaar is, wordt nog vlotter toegankelijk met de aanleg van de Metro Noord (Bordet). Met het oog op de aanleg van een nieuwe gemengde wijk met vrijwaring van de economische activiteiten, zal de Regering aan de hand van de studie betreffende de uitvoering van de OGSO's tegen 2014 de krachtlijnen bepalen voor de ontwikkeling van de site. De Regering zal vervolgens in 2015 een strategie uitwerken voor de aanleg van de Leopold III-laan teneinde er een nieuw kantoorgebied met internationale uitstraling te ontwikkelen. Ook de inplanting van een competentiepool voor digitale en nieuwe technologieën zal worden onderzocht in het licht van een mogelijke complementariteit met het nieuwe Mediacity bij Reyers." (pg. 138). Overwegende dat de "Noordrand" van Brussel - gedekt door de perimeter van het RPA in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en door die van het GRUP in het Vlaams Gewest - zich uitstrekt over zowel het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest als dat van het Vlaams Gewest; Dat twee samenwerkingsakkoorden zijn gesloten om een geïntegreerde en gemeenschappelijke ontwikkeling van site "Defensie" te verzekeren; Overwegende dat de site, gezien haar locatie naast de algemene wijken van de NAVO alsook in de buurt van de luchthaven van Zaventem, een gewestelijke en zelfs internationale reikwijdte heeft; Dat dit RPA bovendien de ambitie heeft om een nieuwe emblematische referentiewijk te creëren die de noordelijke toegangspoort van de stad zal vormen; Overwegende dat het noodzakelijk lijkt om voor deze perimeter een alomvattende strategische en reglementaire gewestelijke inrichtingsvisie te bepalen; dat het richtplan van aanleg daarvoor het meest geschikte instrument lijkt te zijn; VI. Voorafgaand informatie- en participatieproces VI.I. Regelingen voor voorafgaande informatie en participatie Gelet op artikel 30/3, § 1, lid 2 van het BWRO, dat het ontwerp van RPA onderwerpt aan een voorlichtings- en participatieprocedure met het betrokken publiek, georganiseerd door het Bestuur belast met de territoriale planning voordat het door de Regering wordt aangenomen; Gelet op het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3 mei 2018Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 03/05/2018 pub. 09/05/2018 numac 2018030985 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende het informatie en participatieproces voor het publiek voorafgaand aan de uitwerking van de ontwerpen van richtplan van aanleg sluiten betreffende het informatie- en participatieproces voor het publiek voorafgaand aan de uitwerking van de ontwerpen van richtplannen van aanleg, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 9 mei 2018; Gelet op het ministerieel besluit van 7 juni 2019Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 07/06/2019 pub. 14/06/2019 numac 2019041219 bron brussels hoofdstedelijk gewest Ministerieel besluit houdende instructie om over te gaan tot de uitwerking van een ontwerp van richtplan van aanleg voor het gebied "Maximiliaan-Vergote" type ministerieel besluit prom. 07/06/2019 pub. 14/06/2019 numac 2019041217 bron brussels hoofdstedelijk gewest Ministerieel Besluit houdende instructie om over te gaan tot de uitwerking van het Richtplan van Aanleg voor de zone « ex-NAVO/Defensie » type ministerieel besluit prom. 07/06/2019 pub. 14/06/2019 numac 2019041218 bron brussels hoofdstedelijk gewest Ministerieel besluit houdende instructie om over te gaan tot de uitwerking van het Richtplan van Aanleg voor de zone "Heizel" sluiten, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 14 juni 2019, waarbij de minister belast met ruimtelijke ordening het bestuur instructie heeft gegeven om over te gaan tot de uitwerking van een ontwerp-RPA voor de site "ex-NAVO/Defensie"; Overwegende dat het voorafgaande informatie- en participatieproces zoals bedoeld in het besluit van 3 mei 2018 plaats heeft gevonden tijdens de maanden september en oktober 2019; Dat het publiek in dit kader werd gewezen op het feit dat de informatie die is bedoeld in art. 2 § 1 van het besluit van 3 mei 2018 vanaf 2 september 2019 ter beschikking stond van het publiek en dat het publiek opmerkingen kon formuleren tot 30 dagen na de datum van de laatste informatievergadering; Dat er een informatie- en participatievergadering werd georganiseerd op 17 september 2019, tijdens dewelke het bestuur belast met territoriale planning de in art. 2 § 1 van het besluit van 3 mei 2018 bedoelde informatie heeft gegeven en het publiek de mogelijkheid had om vragen en opmerkingen te formuleren; Overwegende dat naar aanleiding van die informatie- en participatiefase een PV werd opgesteld, waarin de opmerkingen van het publiek werden opgenomen en dat dit openbaar werd gemaakt in overeenstemming met artikel 3 van het besluit van 3 mei 2018; Dat dit rapport werd bekendgemaakt op de website van perspective.brussels overeenkomstig de voorschriften van het besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 3 mei 2018 betreffende het informatie- en participatieproces voor het publiek voorafgaand aan de uitwerking van de ontwerpen van richtplan van aanleg; Overwegende de volgende opmerkingen die geformuleerd werden tijdens de informatie- en participatiefase voorafgaand aan de goedkeuring van dit ontwerp-RPA en de antwoorden die daarop in dit stadium van de procedure geboden worden. VII.II. Opmerkingen geformuleerd tijdens de voorafgaande voorlichtings- en participatiefase voor het ontwerp van RPA en de antwoorden die daarop werden gegeven door het ontwerp van RPA Overwegende dat de opmerkingen die tijdens de voorlichtings- en participatiefase voorafgaand aan de goedkeuring van het ontwerp van RPA werden geformuleerd en de antwoorden die er in dit stadium van de procedure op werden gegeven, zijn opgenomen in het besluit van de Regering van 14 september 2023 ter goedkeuring van het ontwerp van RPA "Defensie", dat bij dit besluit is gevoegd en waarnaar voor het overige wordt verwezen; Dat deze opmerkingen en de erop gegeven antwoorden zijn gebaseerd op het ontwerp van RPA zoals het bestond op dat moment en dus geen rekening houden met de wijzigingen aangebracht aan het ontwerp van RPA na openbaar onderzoek, zoals ze zullen worden ontwikkeld in titel XVII van dit besluit; Dat deze antwoorden mutatis mutandis en behalve motivering van het tegendeel, gelden voor het RPA zoals dat definitief wordt goedgekeurd bij dit besluit; VII. Het ontwerp-RPA en zijn ambities Gezien het ontwerp-RPA; Gelet op de goedkeuring van het ontwerp van RPA in eerste lezing door de Regering op 14 september 2023 en de aangebrachte wijzigingen naar aanleiding van het openbaar onderzoek om tot dit RPA te komen; Overwegende dat het ontwerp-RPA uitgaat van de richtsnoeren van het gewestelijk ontwikkelingsplan dat van kracht is sinds de dag waarop het werd goedgekeurd en de grote principes aangeeft voor de inrichting of herinrichting van het grondgebied waarop het betrekking heeft, met name op het vlak van de programmering van de bestemmingen, de structurering van de wegen, de openbare ruimten en het landschap, de kenmerken van de constructies; de bescherming van het erfgoed, mobiliteit en parkeren; Overwegende dat de ambities van RPA "Defensie" worden verdeeld in drie thema's: landschap, mobiliteit en stedelijkheid; Dat deze ambities worden vertaald in een reeks specifieke doelstellingen, waarbij mobiliteit en landschap de structurerende pijlers worden van een samenhangende stedelijke ontwikkeling: - De ontwikkeling van RPA Defensie integreren in een bredere visie in cocreatie met de ontwikkeling van een GRUP voor de Vlaamse delen van de begraafplaatsen en de Defensie-site als onderdeel van het intergewestelijke proces TOP Noordrand; - De site, die momenteel alleen wordt gebruikt voor voorzieningen van openbaar belang, afgesloten is voor het publiek en in de rand gelegen is, laten evolueren naar een nieuwe gemengde en duurzame wijk; - Ervoor zorgen dat de site uitstekend bereikbaar is, zowel door het creëren van efficiënte verbindingen met de omliggende wijken op lokaal niveau als door integratie met de grote stedelijke gebieden; Een landschapsvisie ontwikkelen die de keten van groene ruimten die het Josafatpark in Schaarbeek via de Defensie-site zou kunnen verbinden met de Groene vallei in Zaventem benut en versterkt, en die de grote resterende landschappen die verbonden zijn met open ruimten en transportinfrastructuren versterkt; - Overwegende dat deze ambities zich vertalen in de volgende middelen: - De Leopold III-laan zal worden ontwikkeld als een Park Lane. Dit houdt de creatie in van een doorlopend landschappelijk kader waarin de verschillende vervoerswijzen (voetgangers, fietsers, trams en auto'
  6. s)worden geïntegreerd. De wijk wordt aangesloten op het bestaande openbaarvervoernetwerk en zal het eveneens mogelijk maken om verschillende lijnen te verlengen en nieuwe diensten te creëren. Er wordt voorrang gegeven aan de actieve vervoersmiddelen, en bijgevolg wordt de toegang en de parkeermogelijkheden voor gemotoriseerde vervoersmiddelen worden beperkt; - Het RPA voorziet in een dichte en gemengde stadswijk. De gewenste dichtheid maakt het mogelijk om de omliggende landschappen te behouden en tegelijkertijd de stedelijke intensiteit te genereren die nodig is voor de ontwikkeling van stedelijke praktijken. Daarnaast zal de stadswijk een programmatische mix bevatten om nieuwe woningen te creëren en het bedrijfsleven in de stad te stimuleren. Ten slotte zal de stadswijk gericht zijn op duurzaamheid, zowel in het gebruik ervan als in de gebouwen, die aan de hoogste normen zullen moeten voldoen; - Zo zullen de begraafplaatsen van Brussel, Evere en Schaarbeek, het zuidelijke deel van de Defensiesite en het Woluweveld samen een landschap vormen met een oppervlakte van ongeveer 300 ha met een uniek potentieel als open ruimte voor de Noordrand. Het is de bedoeling dat deze ruimte wordt ervaren en gebruikt als enerzijds de groene long van de grootstad en anderzijds als ecologische verbinding tussen de verschillende groene ruimten. VIII. De stedenbouwkundige principes van het project Overwegende dat het RPA de volgende stedenbouwkundige doelstellingen nastreeft: - Een verdeling van de stadswijk in drie categorieën: een bovenwereld, een tussenwereld en een benedenwereld; - Bovenwereld: vooral toegespitst op huisvesting en bijkomend op tertiaire sector en productie naargelang de affectatiezone waarbinnen de gebouwen zich bevinden. Ontwikkeling van semi-intensieve groendaken voor betere isolatie, betere waterdichtheid en beter waterbeheer, en een ruimte voor biodiversiteit, gecombineerd met energieproductie via hernieuwbare energiebronnen; - Tussenwereld: synergieën creëren op het dak van de benedenwereld tussen bewoners en de productieve activiteiten eronder door landschapsinrichting en de ontwikkeling van gemeenschappelijke ruimtes zoals een moestuin, een kas en een beplant terras; - Benedenwereld: voorzien in gevarieerde aanwendingen op het niveau van de sokkels naargelang de affectatiezone waarbinnen ze zich bevinden, maar voorrang gevend aan een tertiair of productief gebruik of als uitrusting; - Anticiperen op de noodzaak om gebouwde infrastructuur in de toekomst te ontmantelen en/of te converteren. Gebruik maken van duurzame materialen en een omkeerbare uitvoering die meerdere levenscycli mogelijk maken. Overwegende dat het RPA de volgende landschappelijke doelstellingen nastreeft: - De toekomstige wijk zal een hoge dichtheid hebben met een minimum aan verstedelijkte grondoppervlakte; - Performante ecosystemen ontwikkelen om de bestaande omstandigheden te verbeteren en de ecologische en landschappelijke kwaliteit van de wijk te vergroten; - Groene ruimten ontwerpen op een manier die toelaat om te voldoen aan een verscheidenheid van gebruik en behoeften, die bijdragen aan de sociale cohesie en het welzijn van de gebruikers; - De natuur een lengte voorsprong geven in de ontwikkeling van de wijk, zodat ze haar aanwezigheid voor en tijdens de werken kan laten gelden; - De oorspronkelijke ambities en de verschillende rollen die de aanwezigheid van natuur in de stedelijke omgeving speelt op termijn bevestigen door de uitvoering en toepassing van een aangepast beheerplan; - Openbare ruimten en wegen spaarzaam verlichten, rekening houdend met de behoeften voortvloeiend uit het feit dat de ecologische corridor waarin het project zich bevindt deel gaat uitmaken van een netwerk; - Een optimaal, duurzaam koeltenetwerk vereist een systemische aanpak, met als basis drie elkaar versterkende doelstellingen: 1) Een koeltenetwerk door aaneengesloten beplante gebieden: aaneengesloten boomputten en zones in volle grond met vegetatie; 2) maximaal biodiversiteitscorridors zonder onderbreking en op alle niveaus (ondergronds, grond, boomkruin, enz.) mogelijk maken; 3) Dit netwerk gebruiken om geïntegreerd regenwaterbeheer te promoten; - Een netwerk van gedeelde nutsvoorzieningen organiseren om het gebruik van de ondergrond te verminderen en de zones in volle grond te maximaliseren; - Het aantal doorlatende bodems van alle typen zoveel mogelijk vergroten en het regenwater van de openbare ruimten zodanig beheren dat er nullozing is over een periode van 100 jaar, door middel van een infiltratiesysteem in plaats van een buffersysteem. Zoveel mogelijk lichtgekleurde wegverharding gebruiken om warmte-eilanden te voorkomen; - Ervoor zorgen dat het ontwerp van de openbare ruimt en het landschap consistent is met het systeem dat het water infiltreert, opvangt, buffert, behandelt en afvoert; - Meerdere ambities, gericht op het optimaliseren van de infiltratiemogelijkheden, de kwaliteit van de afvloeiingswater en het stabiliseren van de grondwaterniveaus, laten overlappen; - De hoeveelheid en het type water dat wordt verbruikt, optimaliseren, zowel in open ruimtes als in gebouwen; - De watercyclus opwaarderen, zodat deze een toegevoegde waarde krijgt voor de mens en een didactische dimensie krijgt; - Voorkomen dat er enige vervuiling in de watercyclus terechtkomt en grondwaterniveaus zo dicht mogelijk bij hun natuurlijke niveau houden; De projectbeheerder sturen door het opstellen van een waterbeheerplan en gebruikers en lokale autoriteiten betrekken bij het waterbeheer op niveau van de buurt. Overwegende dat het RPA de volgende mobiliteitsdoelstellingen nastreeft: - Streven naar een billijk delen van de openbare ruimte tussen de verschillende vervoerswijzen door het gebruik van de actieve vervoerswijzen en van het openbaar vervoer al in de ontwerpfase aan te moedigen; - Een duurzaam, gemakkelijk te onderhouden wegennet creëren; Rekening houden met vrachtwagenroutes en de organisatie van leveringen; - De evolutie van parkeerplaatsen mogelijk maken om het gebruik ervan te kunnen veranderen. Bijvoorbeeld parkeerplaatsen aanleggen op hetzelfde niveau als het trottoir om elk verstorend effect in geval van evolutie te voorkomen; De bouwplaats zo organiseren dat ze het leven in de buurt niet buitensporig beperkt, vooral voor wat de mobiliteit betreft. IX. Ontwerp milieu-effectenrapportage (ontwerp-MER) Gelet op Richtlijn 2001/42/EG van de Raad van 27 juni 2001 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's; Gelet op artikel 30/3, § 1, 1e lid van het BWRO, dat het ontwerp van het richtplan van aanleg onderwerpt aan een milieueffectenrapport (MER); Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 november 2018Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 29/11/2018 pub. 11/12/2018 numac 2018015186 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 november 2018 tot vaststelling van de structuur van de milieueffectenrapporten behorend bij de uitwerking, wijziging of opheffing van de plannen en verordeningen bedoeld in de Titels II & III van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening sluiten tot vaststelling van de structuur van de milieueffectenrapporten behorend bij de uitwerking, wijziging of opheffing van de plannen en verordeningen bedoeld in de titels II; & III du COBAT ; Gelet op het advies van Leefmilieu Brussel over het ontwerp van bestek van het milieueffectenrapport; Gelet op het MER; Overwegende dat het MER parallel en op een iteratieve manier met het RPA-ontwerp werd uitgewerkt teneinde de impact van de ruimtelijke en programmatische voorstellen op het milieu te evalueren; Overwegende dat het ontwerp van RPA evenals het MER bij Regeringsbesluit van 14 september 2023 werden aangenomen; Overwegende dat het RPA-ontwerp en het bijbehorende MER van 20 oktober tot en met 22 december 2023 ter inzage aan het publiek zijn voorgelegd; Rekening houdend met de wijzigingen die in het RPA-ontwerp zijn aangebracht op basis van de tijdens het openbaar onderzoek naar voren gebrachte standpunten en opmerkingen, en die hebben geleid tot het RPA-ontwerp zoals het hier is aangenomen; Overwegende dat het MER het voorwerp heeft gevormd van een aanvullende nota met het oog op het aanbrengen van enkele verduidelijkingen met betrekking tot de aangebrachte wijzigingen en aantonende dat geen enkele van deze wijzigingen, op zichzelf of in combinatie met de andere wijzigingen, merkbare effecten op het milieu met zich meebrengt; Overwegende dat het MER de volgende aanbevelingen formuleert: - Wat betreft de biodiversiteit: Om een significante negatieve impact van de wijziging van ecotopen op de vleermuizen en relmuizen te vermijden: Ter vermijding van de aanwezigheid van soorten vleermuizen in de te slopen gebouwen, en bijgevolg van de sterfte van deze dieren terwijl ze zijn beschermd, is een voorafgaande studie door een vleermuizenexpert vereist. Bovendien moeten voor elk te behouden gebouw maatregelen worden genomen om de erin levende fauna, bijvoorbeeld vleermuizen en andere soorten, te vrijwaren. Een gebouw in ruïnetoestand kan worden behouden in het bos op een plaats die niet toegankelijk is voor het publiek, om er te zorgen voor bijkomende toevluchtsoorden voor die soorten. o Ter vermijding van een significante negatieve impact veroorzaakt door de fragmentering van het grondgebied en door het barrière-effect: Rekening houdend met de zeldzaamheid van de relmuis en de kwetsbaarheid van haar populaties die een doelsoort kunnen zijn in de zone van het plan, bestaat een verzachtingsmaatregel erin te voorzien in een voldoende dichtheid aan struikgewas en bosranden in de zone van het plan. Er komt geen sportinstallatie (variante van looppiste) in de nieuwe groene zone (en zeker niet in de boszone). Dat zou de mogelijkheid tot creatie van ecotopen alsook de corridorfunctie van de zone sterk reduceren. Deze sportpiste zou bovendien kunnen worden aangelegd in de rand, langsheen de buitengrenzen van de zone en zonder toegang tot de boszone. o Ter vermijding van de significante negatieve impact van de helihavenvariante: Het voorstel van site 2, waarbij de helihavenvariante zich op de open plek zou bevinden, brengt belangrijke negatieve effecten met zich waarvoor geen enkele andere verzachtingsmaatregel bestaat dan een alternatieve site. Het voorstel van site 2 is nog negatiever gezien de impact op open zone Woluweveld. De voorstellen van site 1, 3 en 4 vertonen geen enkele negatieve impact. Omwille van het onvoorzienbare karakter van de landing van een helikopter zal er geen gewenning van de fauna aan deze stimuli plaatsvinden, wat een belangrijke impact zou kunnen veroorzaken. Het is dus belangrijk de locatie van de helihaven goed te kiezen onder de verschillende opties, om de negatieve impacten te vermijden. De helihaven moet buiten het bos, de open plek en Woluweveld worden aangelegd. - Voor wat betreft het archeologische erfgoed: de bepalingen van het Vlaamse decreet betreffende het erfgoed alsook de archeologische clausule betreffende de preventieve archeologische onderzoeken in het kader van de aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning in het Brussels Gewest zullen moeten worden nageleefd voor het project. - Wat betreft lawaai en trillingen: De geluidsimpact van het luchtverkeer is overheersend in de zone van het RPA. De aanbevelingen op het vlak van akoestiek moeten dan ook worden toegespitst op de impact van het lawaai van de vliegtuigen, een uniforme impact die heel wat sterker is dan de door de WGO aanbevolen waarden (meer dan 10 dB(A)). Op basis van de geluidsgegevens is het terrein in zijn huidige staat niet geschikt voor woningbouw. Het geluid zou moeten worden teruggebracht tot minder dan 55 dB(A) Lden om woningbouw te overwegen (zij het met geluidsisolatie) die ten volle ten goede zou komen aan de bewoners. Er worden aanbevelingen op het vlak van akoestiek van de gebouwen geformuleerd (NBN-normen voor de geluidsisolatie) om de impact van de vliegtuigen binnen de woningen te reduceren. Buiten de woningen zouden andere maatregelen (zoals de oriëntatie) moeten worden overwogen om de geluidsomgeving van de bewoners te verbeteren tot een lager niveau voor wat betreft de impact van het straatlawaai (Leopold III-laan). - Wat betreft de luchtkwaliteit: De opvolging maakt het mogelijk te bepalen in welke mate de luchtkwaliteit en de impact van het wegverkeer systematisch verbeteren door de genomen beleidsmaatregelen en de versterking van de emissienormen. Op basis van dit toezicht, gekoppeld aan de mobiliteitsprognoses, is het dan mogelijk te controleren in welke mate bijkomende maatregelen nodig zijn. De algemene NO2-bewaking kan in dit verband als de relevantste worden beschouwd. - In het domein van de menselijke ruimte worden de volgende verzachtingsmaatregelen voorgesteld: ? Gespreide constructie en commercialisering van de gemengde stedelijke zone, wat de impact op het sociaaleconomische weefsel met een graad en de gebruikskwaliteit met een nuance verbetert (BHG); ? Garanderen van een voldoende gediversifieerde mix in de verschillende zones, bijvoorbeeld door te voorzien in minima en maxima: o Voor wat betreft de functies: bijvoorbeeld minimumpercentage van de gelijkvloerse verdieping voor niet-residentiële functies op het grondgebied van Brussel; o Voor wat betreft de nettovloeroppervlakken voor de residentiële eenheden: bijvoorbeeld min ...% meer dan 120m2, max ...% minder dan 85m2 op het grondgebied van Brussel; o Omtrent de vloeroppervlakken voor de commerciële activiteit op het grondgebied van Brussel; o Dat brengt een wijziging met een graad teweeg in de impact op de sociaaleconomische context, de mogelijkheid van gezamenlijk gebruik en de kwaliteit van het gebruik. Dat verbetert ook de interactie met de territoriale context (BHG en VL); ? Integratie van de kmo-zone in het stedelijke weefsel door functionele en recreatieve linken tussen de zones; ? Fietsostrade FR0. Deze maatregel betreft het grondgebied van Vlaanderen maar wijzigt ook het effect in Brussel op de sociaaleconomische context, de mogelijkheid van gezamenlijk gebruik, de kwaliteit van het gebruik met een graad. Hij verbetert ook de interactie met de territoriale context en de ervaring van de ruimte; - De volgende verzachtingsmaatregelen worden voorgesteld voor het aspect materialen en afval: In de groene ruimten is het belangrijk een gedifferentieerd beheer toe te passen om de productie van groenafval te minimaliseren en de biodiversiteit te maximaliseren (compostering of mulching wanneer dat vanuit ecologische invalshoek gepast of mogelijk is). De circulaire economie kan zich ook vertalen in nieuwe constructies waarbij de ontwerpen van gebouwen snel en doeltreffend aanpasbaar worden gemaakt in de tijd. Bijvoorbeeld door kantoren in het BHG zonder grote werken om te vormen in wooneenheden. Aldus kunnen zowel de financiële als de milieu-impact (met inbegrip van de productie van afval) in de toekomst worden geminimaliseerd. Voor de nieuwe bouwprojecten is het ook nodig het hergebruik van de materialen aan te moedigen door te werken met modulaire systemen en met materialen die doeltreffend kunnen worden gedemonteerd en dus gerecupereerd en hergebruikt. De ecologische bouwvormen zijn dus essentieel voor de nieuwe gebouwen. Dat verwijst expliciet naar de flexibiliteit van ontmanteling en constructie, de scheiding van de bouwlagen, de keuze van duurzame materialen, een milieu- en klimaatvriendelijk onderhoud van de gebouwen, enz.; Overwegende dat dit ontwerp van RPA aansluit bij de aanbevelingen van het MER en deze geïntegreerd heeft, met uitzondering van de aspecten die niet behoren tot het detailniveau van het ontwerpplan of de strikte perimeter ervan overschrijden en die op het ogenblik van de vergunningsaanvragen onderzocht zullen moeten worden; Overwegende dat na afloop van het analyseproces de volgende aanbevelingen van het MER echter niet werden opgenomen in dit ontwerpplan: Overwegende dat het MER inschat dat het hergebruik van Gebouw H de voorkeur verdient gezien zijn emblematische waarde en dat anderzijds de sloop van dit gebouw positief wordt beoordeeld omdat dit werk gecombineerd kan worden met de sanering van de grond; Overwegende dat het niet binnen het bestek van het PAD valt om maatregelen ter bescherming van het erfgoed te nemen; Dat het ontwerp van het PAD niettemin bepaalt dat het behoud van het bestaande gebouw de voorkeur geniet en dat elke volledige of gedeeltelijke sloop moet worden gerechtvaardigd door een milieueffectrapport met inbegrip van een koolstofvoetafdruk; Dat de vraag of gebouw H al dan niet moet worden behouden, daarom zal worden onderzocht in de context van vergunningsaanvragen overeenkomstig de regelgevende bepalingen van het PAD; Overwegende dat het MER erop wijst dat de NBN-normen aanbevelingen doen over de akoestiek van gebouwen om de impact van vliegtuiglawaai binnen woningen te verminderen, terwijl buiten woningen andere maatregelen (zoals oriëntatie) moeten worden overwogen om de geluidsomgeving voor bewoners te verbeteren; Overwegende dat het ontwerp-PAD deze aanbeveling van het MER volgt en verder gaat dan de aanbevelingen in de huidige NBN-normen door akoestische normen op te leggen die van toepassing zijn op de gebouwen die bestemd zijn voor huisvesting; Overwegende dat het MER de volgende definitieve samenvatting bevat: "Wat de bodem en het grondwater betreft, zijn de negatieve effecten, in vergelijking met de huidige referentiesituatie, beperkt op het Vlaams grondgebied (noordelijke zone), voor wat veranderingen in bodembedekking en -gebruik, alsook veranderingen in structuur en profiel betreft. In Brussel en het zuidelijke deel van het Vlaams grondgebied zijn deze effectengroepen positief door een aanzienlijke verzachting. De veranderingen betreffende de bodemstabiliteit en de grondwaterkwaliteit zijn neutraal in Vlaanderen en Brussel. Het positieve effect van het plan op de bodem- en grondwaterkwaliteit is beperkt, aangezien de verwijdering van restverontreinigingen gepaard kan gaan met de sloop van gebouwen en ondergrondse structuren." "Voor wat het oppervlaktewater betreft, wordt een (beperkt) positief effect verwacht op de hoeveelheid oppervlaktewater. Het plan voorziet bijvoorbeeld in lokale (directe) infiltratie van regenwater en in een aanzienlijke verzachting, wat een positief effect heeft op de wateropslag en een beperkt positief effect op de afvoer van het regenwater. Bovendien zal de ontwikkeling leiden tot een toename van het huishoudelijk afvalwater, maar er zullen geen of minder overstorten nodig zijn omdat al het regenwater kan infiltreren. Bijgevolg wordt het effect op de kwaliteit van het oppervlaktewater als neutraal beschouwd. Het plan voorziet in maximaal hergebruik van het regenwater, wat resulteert in een beperkte positieve beoordeling van de watervoorziening." "De effecten op de biodiversiteit zijn overwegend positief in vergelijking met referentiesituatie 1. De echte winst voor de natuur zal afhangen van de concrete ontwikkeling van de natuurlijke structuur, die op projectniveau moet worden uitgevoerd. Er kunnen echter negatieve effecten optreden als de helihaven op een open plek zou worden aangelegd. Een heliport op de open plek naast de open ruimte van het Woluweveld zou een nog negatiever effect hebben. Met betrekking tot de vleermuizen die in de gebouwen leven, wordt het effect van het aanbieden en creëren van ecotopen ook negatief beoordeeld in plaats van gematigd positief. De veranderingen in de kenmerken van de habitat door hydrologie of door veranderingen in bodemkwaliteit worden neutraal beoordeeld, net als verstoringen door geluid en beweging. Ten slotte worden de effecten van ecosysteemdiensten en het klimaat positief beoordeeld." "De impact op het landschap, het bouwkundig erfgoed en de archeologie wordt als overwegend positief beschouwd. Het plan voorziet in een logischer structuur en in landschappelijke samenhang, met een economische ontwikkelingszone en andere gebouwen in het noorden, een corridor voor de fauna in het centrum en het behoud en de kwalitatieve verbetering van de begraafplaatsen in het zuiden. Ook de impact op de perceptuele kenmerken zal positief zijn. De ontwikkeling van groene ruimten in de buurt van de begraafplaatsen zal een positieve invloed hebben op de contextuele waarde van dit landschapselement. Er is geen impact op het architecturaal erfgoed. In de zones van het plangebied waar geen opgravingen hebben plaatsgevonden, kan de aanwezigheid van archeologisch erfgoed niet worden uitgesloten. Het effect wordt beoordeeld als beperkt negatief, aangezien er ook indirecte effecten kunnen optreden." "De impact op de mobiliteit is beperkt. De totale impact van het plan op de verschillende netwerken is zeer beperkt. De extra infrastructuur voor voetgangers en fietsers versterkt het lokale netwerk, maar heeft slechts een beperkte functie op grotere schaal. Bovendien is de toegang tot de verschillende vervoerswijzen al zeer goed geregeld in de referentiesituaties en is de impact van het plan verwaarloosbaar. Ook op het gebied van verkeersstromen en levendigheid van het verkeer kunnen we stellen dat het plan niet leidt tot negatieve veranderingen en dat het effect neutraal is." "Op het gebied van geluid en trillingen blijkt uit de beoordeling van de geluidsoverlast die het luchtverkeer op de grond veroorzaakt ten opzichte van de grenswaarden dat steeds aan de criteria wordt voldaan. De sterk aanbevolen bovengrens voor de beheersing van nadelige effecten op de gezondheid door blootstelling aan vliegtuiglawaai zal in het hele plangebied worden overschreden. De toetsing aan de algemene interventiedrempel voor globaal geluid zal volgens de kaarten van de blootstelling aan geluid leiden tot ernstige geluidsoverlast door verkeer aan de noordelijke rand van het stedelijk gebied." "De beoordeling voor wat de lucht betreft, wordt voornamelijk bepaald door veranderingen in de mobiliteit. In de geplande situatie kan het effect op NO2 in beperkte mate als negatief worden beschouwd langs straten met bebouwing. Voor fijn stof is de impact verwaarloosbaar. In het ontwikkelingsscenario is het negatieve effect veel groter, met een negatief effect en een beperkt negatief effect met betrekking tot NO2 langs veel wegen. Wat fijn stof betreft, is er eveneens een beperkt negatief effect langs een beperkt aantal wegen." "De effecten op de menselijke ruimte zijn meestal positief tot zeer positief. De ontwikkeling van de site met een dicht maar gediversifieerd stedelijk programma helpt het stedelijk gebied te versterken en het potentieel van de site volledig te benutten. Het plangebied zal ruimtelijk compatibel zijn met zijn omgeving. Het plan voorziet in een stedelijke mix van functies in het gebied, maar omdat er te weinig concrete voorafgaande voorwaarden in zijn opgenomen om deze mix te garanderen, wordt het effect op de sociaaleconomische context als beperkt negatief beoordeeld. De intensiteit van het gebruik van de ruimte, de mogelijkheden voor gedeeld gebruik en de kwaliteit van het gebruik nemen eveneens navenant toe. Het plan leidt tot de evolutie van de site naar een site met een stedelijke mix, waardoor de intensiteit van het gebruik van de ruimte in de noordelijke zone toeneemt. De aanzienlijke vergroting van de oppervlakte van het park opent nieuwe mogelijkheden voor gedeeld gebruik. Het plan biedt een duidelijke en leesbare structuur, met duidelijke oriëntatiepunten in het gebied. De perceptie van de ruimte wordt dan ook positief beoordeeld. Het positieve effect is iets sterker dan in de reële situatie, waarin de site beperkt toegankelijk was." "Het effect op de menselijke gezondheid is matig negatief wat betreft de veranderingen in de luchtkwaliteit en significant negatief wat betreft de geluidsoverlast. De invloed van het wegverkeer op de luchtkwaliteit wanneer het plan wordt uitgevoerd, kan worden beschouwd als verwaarloosbaar tot negatief voor NO2, afhankelijk van de locatie. Voor PM10 is het effect verwaarloosbaar en voor PM2,5 is het verwaarloosbaar tot maximaal beperkt. Er wordt een relatief grotere impact verwacht, behalve in de buurt van de Holidaystraat. Wat lawaai betreft, lijkt het luchtverkeer de bepalende factor te zijn voor het gebied waarop het plan betrekking heeft. De sterk aanbevolen bovengrens voor de beheersing van nadelige gezondheidseffecten door blootstelling aan lawaai afkomstig van het vliegverkeer zal in het hele plangebied worden overschreden. Door het verkeer wordt er hinder verwacht ter hoogte van de ontwikkeling van de noordelijke rand van het stadsdistrict." "De evaluatie van het microklimaat is zowel positief als negatief. Wat betreft de bezonning en schaduw kan het effect zowel beperkt positief als beperkt negatief zijn, afhankelijk van de oriëntatie van de gebouwen en van andere elementen die schaduwen kunnen werpen. Het plan voorziet in een verzachting en toename van groen en bebossing, wat een beperkte positieve bijdrage zal leveren aan het beperken van het hitte-eilandeffect. Door de afbraak van een aantal gebouwen, om open ruimte te creëren, wordt meer wind verwacht in dit gebied, dat beperkt negatieve wordt beoordeeld voor windcomfort." "Wat energie betreft, zullen de geplande ontwikkelingen het mogelijk maken om op een duurzamere manier met energie om te gaan. Daarnaast is het dankzij nieuwe technologische toepassingen mogelijk om alle functies en activiteiten in het plangebied onafhankelijk te maken van fossiele brandstoffen. In het kader van deze milieubeoordeling worden het gebruik van lokale hernieuwbare energiebronnen en de toepassing van energie-efficiëntietechnieken als positief beschouwd." "De beoordeling op het vlak van materialen en afval is zowel positief als negatief. Door de herontwikkeling van de site zal de productie van verschillende afvalstromen op de studiesite veranderen ten opzichte van de huidige situatie. De veranderingen betreffende zowel de aard als de omvang ervan. Potentiële initiatieven op het gebied van duurzaam afvalbeheer en circulaire economie worden als beperkt positief beoordeeld." "De effecten op het klimaat zijn voornamelijk positief. Het plan streeft naar een duurzame ontwikkeling van de site en de aangrenzende begraafplaatsen. In deze context zijn de in het plan voorgestelde maatregelen gericht op het bereiken van een netto klimaatwinst of ten minste algehele klimaatneutraliteit. Wat de bodem betreft, wordt gestreefd naar een netto verzachting, wat de hittestress zal verminderen, de ecosysteemdiensten zullen worden hersteld, wat kan leiden tot een grotere koolstofopslag, en er zal een meer natuurlijke infiltratie van regenwater mogelijk zijn om uitdroging tegen te gaan. Het regenwater zal ook plaatselijk worden gebufferd om volledige infiltratie in het plangebied mogelijk te maken. De vergroening van het gebied is positief op het vlak van landschap en biodiversiteit. Ze heeft ook positieve effecten op het hitte-eilandeffect, de hittestress en de koolstofopslag in het betreffende gebied. Het voortzetten van de modal shift kan leiden tot een vermindering van het aantal auto's en voertuigen op fossiele brandstoffen. De integratie van de circulaire economie, van duurzaamheid en klimaatbestendigheid heeft een positief effect op het gebied van materialen en afval. Het gebruik van hernieuwbare energiebronnen en energie-efficiënte bouwtechnieken is eveneens positief voor het klimaat." X. Adviezen van instanties, administraties en betrokken gemeenteraden In overeenstemming met artikel 30/5 en het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de openbare onderzoeken op het gebied van ruimtelijke ordening, stedenbouw en milieu, legt de Regering het ontwerpplan tegelijkertijd voor advies voor aan de instanties en administraties en aan de betrokken gemeenteraden; Het ontwerp van RPA moet worden onderworpen aan een openbaar onderzoek in elk van de gemeenten van het Gewest waarop het genoemde ontwerp betrekking heeft, overeenkomstig artikel 30/5, § 1 van het BWRO; Het begrip 'betrokken gemeente' moet worden geïnterpreteerd in het licht van het begrip 'betrokken publiek' of 'waarschijnlijk betrokken publiek' in de zin van richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2001 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's, en in het licht van het begrip 'betrokken publiek' in de zin van het Verdrag van Aarhus betreffende de toegang tot informatie, participatie van het publiek bij het besluitvormingsproces en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden; De betrokken gemeenten zijn dus de gemeenten waarvan de inwoners worden of kunnen worden getroffen door de milieueffecten die door het RPA kunnen worden veroorzaakt. In het MER zijn de gemeenten Evere en Stad Brussel - op het grondgebied waarvan de perimeter van het RPA ligt - aangewezen als de gemeenten waarop het ontwerp van RPA betrekking heeft; Overwegende dat de Regering heeft kennisgenomen van, en rekening gehouden met de uitgebrachte adviezen; Dat deze adviezen, alsook de erop gegeven reacties, kunnen worden samengevat in de termen opgenomen in hoofdstuk XIII van dit besluit; 1. Advies van de Raad voor het Leefmilieu Gelet op het advies van de Raad voor het Leefmilieu van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 21 november 2023 dat in de volgende termen is opgesteld: « 1.Algemene beschouwingen De Raad staat positief tegenover het interregionaal overleg dat in het kader van de opstelling van dit RPA heeft plaatsgevonden en zet de Regering ertoe aan om de ingeslagen weg verder te bewandelen want dit is nodig om tot een goede ruimtelijke ordening te komen. De Raad verwelkomt dat dit ontwerp van RPA heel wat voorschriften bevat die de kwaliteit van het leefmilieu in het algemeen bevorderen: het feit dat er onder beplante zones geen nutsleidingen zullen mogen worden aangelegd, het aanzienlijk volume van ruimten die ontoegankelijk zijn voor het autoverkeer, de hoge graad van doorlaatbaarheid, enz. De Raad merkt op dat de gebouwen in het centrale gedeelte van de nieuwe woonwijk die wordt ontwikkeld (met lagere hoogten dan de omgeving) dreigen ingesloten te zijn. Gelet op de toegepaste hoek (45° ) voor de berekeningen dreigt er zich tijdens de winterperiode tevens een aanzienlijke beschaduwing voor te doen over de lagere gebouwen in het centrale gedeelte: vanwege de breedtegraad van Brussel (50,8 graden noorderbreedte) bereikt de zon alleen een grotere hoogte van 45° tussen april en september, en alleen tijdens de centrale uren van de dag.Zelfs op de zonnewende van juni, die overeenkomt met de hoogste zonnehoogte, is de zon alleen boven 45° tussen 9 uur 's ochtends en 15 uur (zonnetijd). Op elk ander moment van het jaar bevindt de zon zich op een hoogte van minder dan 45°, wat resulteert in een aanzienlijke beschaduwing van de omliggende gebouwen, en met name op straatniveau (in december bereikt de zon in Brussel slechts een maximale hoogte van 16° ). De Raad vestigt de aandacht op het feit dat specifieke afwateringsvereisten, zowel voor afvalwater als voor regenwater, moeten worden bestudeerd zodra er concrete projecten zijn. De Leopold III-laan voor de NAVO heeft bijvoorbeeld alleen een regenwaternet en geen afvalwaternet. Met dit in het achterhoofd verwelkomt de Raad de doelstelling om 80% doorlaatbare grond te bereiken en van 0% regenwaterlozing in afvalwater. Een hoge graad van doorlaatbaarheid zou immers een geïntegreerd beheer van regenwater mogelijk moeten maken. De Raad is verbaasd dat het RPA geen melding maakt van duidelijke doelstellingen op het vlak van collectieve uitrustingen. Bovendien bevatten de documenten, die aan het openbaar onderzoek zijn onderworpen, noch een studie van de behoeften in dit gebied op basis van de huidige bewoners, noch prognoses van toekomstige behoeften als gevolg van de nieuwe woonwijk. Zo vermeldt het ontwerp van RPA dat fietsparkeerplaatsen flexibel kunnen worden ontwikkeld op basis van de mobiliteitsstromen. Volgens de Raad moet er vanaf het begin een groot aantal beveiligde fietsparkeerplaatsen worden voorzien, zodat de stroom van het fietsverkeer zich kan ontwikkelen vanaf de eerste bewoning van de nieuw te bouwen wijk. De Raad vraagt ook dat het ontwerp van RPA voldoende toegankelijke toiletten en waterfonteinen voorziet. De Raad betreurt het dat de berekeningen van de luchtkwaliteit zijn uitgevoerd met verouderde modellen, dit als gevolg van de tijdsdruk. Hoewel het negatieve effect op de luchtkwaliteit naar schatting minimaal zal zijn, kan het er toch toe leiden dat de huidige normen op verschillende locaties worden overschreden. Binnenkort worden nieuwe richtlijnen opgesteld die in ieder geval strenger zullen zijn dan de huidige normen. Het opstellen van dit RPA biedt daarom de gelegenheid om hier nu al rekening mee te houden. 2. Bijzondere beschouwingen 2.1. Aanleg en gezondheid van natuurruimten Talrijke zones zijn onder verschillende vormen als groene ruimten aangewezen: parken, bossen, begraafplaatsen, enz. De Raad wijst erop dat deze groene ruimten niet noodzakelijk altijd extra bescherming krijgen. Sommige delen moeten in het RPA specifieke bescherming krijgen. Hoewel de aanleg van nieuwe groene ruimten op zo'n grote schaal welkom is, vestigt de Raad de aandacht op het feit dat het paradoxaal kan lijken om deze in reeds bebouwde gebieden aan te leggen. Een strategie op gewestelijke (of zelfs metropolitaanse) schaal voor het behoud en de aanleg van groene ruimten, het stimuleren van de ontwikkeling ervan waar deze reeds bestaan (en al een interessante biologische waarde hebben) en het aanmoedigen van de omschakeling van bebouwde gebieden is bovendien essentieel. De Raad merkt op dat de nadruk wordt gelegd op het creëren van beboste gebieden waar nu een heggenlandschap is. De Raad plaatst echter vraagtekens bij de logica van deze keuze: het Gewest heeft geen tekort aan beboste gebieden, maar heeft weinig heggenlandschappen. Vanuit het oogpunt van de landschappelijke diversiteit zou het dus zinvol kunnen zijn om het heggenlandschappelijk aspect te ontwikkelen. De Raad vestigt de aandacht op de biodiversiteit op begraafplaatsen. Het is belangrijk erop te wijzen dat er een polariteit van bestuiverssoorten bestaat; het RPA moet hier bijzondere aandacht aan besteden. De Raad vestigt ook de aandacht van de Regering op de noodzaak om zich ervan te verzekeren dat de bodem niet is vervuild, vooral als deze wordt gebruikt voor de ontwikkeling van stadslandbouw. 2.2. Geluidscomfort van de toekomstige bewoners De Raad vraagt zich af hoe het zit met het geluidscomfort voor de bewoners van de zone omwille van de nabijheid van de luchthaven: de niet-technische samenvatting van het MER (p. 42/604) geeft aan dat het gebruik van buitenruimtes verstoord zal worden door geluidsoverlast. Het verbaast de Raad dat de overheid ervan lijkt uit te gaan dat deze hinder zal verminderd zijn tegen de tijd dat de woningen in gebruik worden genomen

(2030), zonder hiervoor garanties te kunnen bieden. Bovendien zijn er normen vastgesteld voor bouwmaterialen die de impact van lawaai in woningen moeten verminderen. Deze normen zullen waarschijnlijk de bouwkosten opdrijven en uiteindelijk ook de woningprijzen. Zullen deze duurdere woningen kopers vinden in een gebied waar de geluidsomgeving ongeschikt is voor de ontwikkeling van woningbouw en waar de gebruikte dure materialen niets zullen kunnen doen om het lawaai te verminderen zodra de ramen openstaan? De Raad plaatst ook vraagtekens bij de toepassing van deze normen op de collectieve openluchtuitrustingen. 2.3. Nefaste kalender voor de burgerdemocratie De analyse van een RPA is een tijdrovend proces dat een gedetailleerd begrip van het gebied vereist. Hiervoor moeten talloze kaarten en honderden pagina's aan documenten worden ontleed. In totaal beslaat het RPA Defensie 1.182 pagina's, nog afgezien van het heen en weer geloop tussen de essentiële documenten in het Nederlands en het Frans, om te controleren of de versies overeenstemmen. Het is onderworpen aan een openbaar onderzoek van 20 oktober tot 22 december 2023. Voor het RPA Max zijn er 1 032 pagina's en 9 kaarten die tussen 16 oktober en 19 december moeten worden ingezien. Er wordt dus gevraagd om 2 214 pagina's en kaarten te lezen in twee overlappende periodes, in totaal 66 dagen. De Raad merkt op dat een openbaar onderzoek voor RPA van dergelijke omvang een belemmering vormt voor een effectieve behandeling van de dossiers. Hetzelfde geldt voor de burgerparticipatie en het georganiseerde middenveld: de Raad moet vaststellen dat dit geen inclusief proces is waarbij personen, die zich interesseren voor de toekomst van hun stad, de nodige tijd krijgen. Het lezen van deze documenten neemt heel wat tijd in beslag, naast andere professionele en privéverplichtingen van de leden van de Raad, het georganiseerde middenveld en de burgers. De Raad merkt op dat de aanwezige verenigingen tijdens de participatieworkshops over de toekomst van het BWRO hadden gevraagd om een formeel verbod om twee RPA tegelijkertijd aan een openbaar onderzoek te onderwerpen en dat zij dit verzoek uitdrukkelijk hadden gericht aan het bestuur dat voor de RPA bevoegd is. De Raad sluit zich aan bij dit verzoek om een einde te maken aan gelijktijdige openbare onderzoeken voor RPA, en vraagt dan ook aan de Regering om aan te geven of zij bereid is in deze richting te gaan. De Raad betreurt dat tot op heden geen gehoor is gegeven aan dit verzoek en dat de RPA, die momenteel bij haar worden ingediend, zich bijna dag op dag overlappen wat betreft hun openbaar onderzoek (RPA Defensie en RPA Max). Hoewel het positief is dat er informatiesessies worden georganiseerd onder de vorm van een "informatiepunt" in elke wijk, betreurt de Raad dat er geen gezamenlijke presentatie- en discussiebijeenkomst deel uitmaakt van de georganiseerde participatie. Het is één ding om specifieke vragen te kunnen stellen aan een projectmanager, het is iets heel anders om een collectieve discussie bij te wonen waar iedereen alle standpunten hoort. De Raad is van mening dat informatiesessies gepaard moeten gaan met een collectief discussiemoment, bij voorkeur 's avonds om tegemoet te komen aan bewoners die overdag werken. In het geval van deze twee RPA, die gezamenlijk zijn onderworpen aan een openbaar onderzoek, komt de deadline voor het uitbrengen van een advies door de Raad voor het Leefmilieu vóór het "informatiepunt" waarop men vragen kan stellen aan de projectmanager. De Raad vraagt dat de Regering rekening zou houden met deze termijnen bij het organiseren van informatie- en participatiemomenten." 2. Advies van de Stad Brussel Gelet op het advies van de gemeente Stad Brussels van 14 december 2023: "INLEIDING In het kader van het openbaar onderzoek (van 20/10/2023 tot 22/12/2023) met het oog op de goedkeuring van het Richtplan van Aanleg Defensie, legt Perspective (de administratie die verantwoordelijk is voor ruimtelijke ordening in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) het ontwerpplan voor aan de Stad Brussel voor advies. Het ontwerp voor het Richtplan van Aanleg (RPA) Defensie bestaat uit 3 hoofddocumenten: - Een document met het informatieve luik (het uitwerkings- en participatieproces, de status van de projecten, een overzicht van het gebied, een samenvattende diagnose, een definitie van de uitdagingen en een gedeelde visie, en de ambities op het gebied van duurzaamheid); - Een document met het luik strategie en regelgeving; - Een document met het milieueffectrapport (MER). De GRUP/RPA Defensie-perimeter bestrijkt twee gewesten, Brussel en Vlaanderen. Het samenwerkingsakkoord tussen de gewestregeringen heeft tot doel de coördinatie tussen het Brussels en het Vlaams Gewest te regelen voor de uitwerking van een Richtplan van Aanleg (RPA, voor het Brusselse deel van de perimeter) en een Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan (GRUP, voor het Vlaamse deel van de perimeter). Het GRUP-gedeelte werd goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 14/07/2023 en is in openbaar onderzoek tussen 3 oktober en 3 december. De documenten zijn beschikbaar op de volgende link: DSI - Detail - Defensie (vlaanderen.
  1. be)Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld SITUERING De perimeter van het ontwerp van RPA Defensie beslaat 90 hectare langs de Leopold III-laan in het Brussels Gewest (gemeenten Evere en Stad Brussel). Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld DE UITDAGINGEN OP HET GRONDGEBIED 4 doelstellingen - De open ruimten in het gebied verbeteren en met elkaar verbinden door de ontwikkeling van een intergewestelijk grootstedelijk landschapspark van meer dan 45 hectare (waarvan 15 hectare op het Brusselse grondgebied); - Een grootstedelijk netwerk voor actieve mobiliteit uitrollen, met nieuwe verbindingen tussen de Groene Wandeling en routes voor het GEN-fietsnetwerk; - Een nieuwe, duurzame, gemengde wijk creëren langs de Leopold III-Laan, gebaseerd op een groene omgeving van hoge kwaliteit; - De economische dynamiek van dit zeer aantrekkelijke gebied consolideren en versterken, gezien de ligging op de luchthavencorridor, met +- 150.000 m2 aan economische activiteiten (een mix van tertiaire en productieve activiteiten) en +- 50.000 m2 aan faciliteiten, diensten, winkels en hotels. Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 1. Een grootstedelijk landschapspark Het zuidelijke deel van de perimeter, bekend als het 'groot stadspark', is bedoeld om een semi-natuurlijke omgeving te huisvesten (een park voor ecologische doeleinden, educatieve activiteiten en banden met de natuur, een gebied voor stadslandbouw) en een natuurlijke omgeving (dicht bos).Het park wordt zo ontworpen dat het de bestaande landschapskwaliteiten versterkt en een sociale, recreatieve, educatieve, landschappelijke en/of ecologische rol vervult. Het zal toegankelijk zijn via een noordelijke ingang en een westelijke ingang. Het zal worden doorkruist door een open plek die een open ruimte voor ontspanning zal vormen en voetgangers- en fietspaden zal bevatten. Het RPA voorziet in de ontmanteling van de Everestraat, waar gemotoriseerd verkeer over een groot deel verboden zal zijn, met uitzondering van technische voertuigen in verband met de begraafplaatsen. Op de J. Bordetlaan is ter hoogte van gebouw H de aanleg van een nieuwe openbare ruimte en tramhalte gepland. Het wordt de echte toegang tot het park vanuit het centrum van Brussel. Er loopt een studie voor de heraanleg van de J. Bordetlaan en een voorplein voor de begraafplaatsen (Beliris-project). Tot op heden is het definitieve traject van de tram nog niet bepaald. In het reglementaire deel van het grootstedelijk park zijn de volgende bestemmingen opgenomen: - Een parkgebied in het Brussels Gewest en een bosgebied in het Vlaams Gewest, met een open plek van +/- 10ha en +/- 40m breed in het hart van het grote park, dat Gebouw H verbindt met de landbouwgrond van Zaventem. - Een gebied met voorzieningen rond het H-vormige gebouw, omgeven door een rand van handelskernen en openbare voorzieningen. - Een structurerende openbare ruimte gemarkeerd als een grote openbare ruimte op het niveau van Gebouw H langs de Jules Bordetlaan - De gebieden met begraafplaatsen met bomen, waaronder de begraafplaatsen van Stad, Evere en Schaarbeek. Er worden ecologische verbindingen en actieve oversteekplaatsen voorgesteld tussen de verschillende begraafplaatsen. 2. Een grootstedelijk netwerk voor actieve mobiliteit Een van de belangrijkste doelstellingen op het gebied van mobiliteit voor de toekomst van de site van het RPA Defensie is de overgang van een monofunctionele en geïsoleerde wijk naar een nieuwe gemengde wijk, functioneel en verbonden met de grote grootstedelijke entiteiten.Het mobiliteitsproject streeft zowel naar effectieve banden met de omliggende wijken op lokaal niveau als naar een integratie met de grote grootstedelijke logica. Wat actieve mobiliteit betreft, wil het RPA aansluiten op bestaande en toekomstige zachte mobiliteitsroutes (Groene Wandeling, GEN FR0 Ringfietsroute, enz.). Wat betreft gemotoriseerde stromen en stromen binnen de wijk is de ambitie voor de stadswijk om zo dicht mogelijk bij een autovrije wijk te komen. Het RPA Bordet voorziet 2 toegangslussen: - een logistieke lus verbonden met de Leopold III-laan en de Jules Bordetlaan (een andere logistieke lus is ook gepland in Vlaanderen in het GRUP), toegankelijk voor economische activiteiten en het hoofdkwartier van Defensie; - een bewoonde lus voor toegang tot de toekomstige wijk en het hoofdkwartier van Defensie. Op het gebied van openbaar vervoer is er ook een nieuwe buslijn in de wijk gepland rond de lussen die het gebied bedienen. De haltes bevinden zich momenteel aan de rand van de site: - op de Leopold III-laan, met de geplande verlenging van tramlijn 62 in de richting van de luchthaven, met de halte 'Fusee' om de stadswijk te bedienen; - op de Jules Bordetlaan met de verlenging van de lijnen 55/32 en een nieuwe halte ter hoogte van gebouw H. In het reglementaire deel van het RPA worden openbare ruimtes onderverdeeld in 4 categorieën: - structurerende openbare ruimtes met bomen (geel) in deze gebieden, slechts 25% van de oppervlakte is geschikt voor auto's. Deze gebieden omvatten zowel residentiële als logistieke lussen. - De structurerende landschapsruimten met bomen (oranje), die het gebied tussen de stadswijk en het nieuwe hoofdkwartier van Defensie omvatten. Dit is een gebied van 20 meter die een doorlaatbaar fietsvoetpad omvat. De rest van deze strook is beplante volle grond. Maximaal 25% van de oppervlakte van het gebied is berijdbaar. - landschappelijk openbaar wegengebied (turquoise) Dit is gebied voor actieve vervoersmiddelen, maar ze zijn toegankelijk voor onderhoudsvoertuigen en af en toe voor voertuigen van hulpdiensten, verhuizers en bezorgers. Het oppervlak van deze gebieden is volledig waterdoorlatend en minstens 50% van de oppervlakte van deze gebieden bestaat uit beplante volle grond. - de structurerende openbare ruimten met een betere integratie van de omgeving (geel met groene lijnen) hebben betrekking op de openbare ruimte voor Gebouw H aan de kant van Jules Bordet en de Parkway langs de Leopold III -laan. Deze gebieden hebben minstens 40% beplante volle grond en garanderen de toegang tot de begraafplaatsen. 3. Een nieuwe duurzame en gemengde wijk Het RPA Defensie heeft besloten zijn programmering te concentreren in een bewust klein gebied, zodat een aanzienlijk deel van de natuurlijke ruimten behouden blijft.Het is gebaseerd op 3 polen, gegradueerd van noord naar zuid Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 1. Economisch uitstalraam: 3 hectare Een beschermende stedelijke enveloppe die economische spelers huisvest, zoals hoofdkantoren van bedrijven of productiewerkplaatsen op nationale en internationale schaal.2. Het gemengde superblok: 6,5 hectare Een stedelijk superblok als gemengde centraliteit.Deze plaats is een dichte rechthoek van met elkaar verweven programma's: huisvesting, diensten, productie, faciliteiten en buurtvoorzieningen. 3. De bewoonde rand: 3 hectare Een strook die bestaat uit woningen in combinatie met winkels/diensten/voorzieningen en economische activiteiten (een mix van tertiaire en productieve activiteiten) die nodig zijn voor de goede werking van de sector.Wonen en andere activiteiten creëren een interface tussen het landschap en een dichte buurt. De Europese School wordt dan toch niet gebouwd op de site van Defensie. Dit gebied wordt daarom geïntegreerd in de stadswijk. De stadswijk zal uiteindelijk tussen de 2.500 en 3.000 nieuwe inwoners kunnen huisvesten, evenals de nodige bedrijven en voorzieningen. Dit betekent dat er 150.000m2 woningen, 150.000m2 economische activiteiten (tertiair en productief) en 50.000m2 voorzieningen (diensten, winkels en horeca) gepland zijn. Er is een gebied gereserveerd voor de bouw van het toekomstige hoofdkwartier van Defensie, dat een oppervlakte van 12 ha zal beslaan (inclusief gebouw Z). Er is een vergunningsaanvraag ingediend voor de bouw van het nieuwe hoofdkantoor. Op de toekomstige Parkway van de Leopold III-laan is een inspringstrook (Parkway) van maximaal 40 m gepland. De exacte afmetingen van deze inspringstrook zullen worden verfijnd en gekalibreerd in overeenstemming met de programmering langs de Leopold III-laan. Verder onderzoek zal moeten uitwijzen wat de ideale breedte is om landschapskwaliteit te verzoenen met de technische vereisten van de verschillende toekomstige programma's. Een winkelstraat zal door de hele stadswijk lopen en zal ook de Leopold III-laan verbinden met het grootstedelijke park aan de achterkant van de stadswijk. In het reglementaire deel van het RPA omvat het stadswijkgebied verschillende bestemmingen, namelijk: - Twee stedelijke industriezones, één langs de Leopold III-laan en één langs de Da Vinci zuid site. - De rest van de stadswijk bestaat uit een reeks blokken die als sterk gemengde gebieden zijn bestemd. - Aan de rand van het grootstedelijk park is een reeks blokken bestemd als woongebied. - Een ring van commerciële centra en openbare voorzieningen langs de blokken die grenzen aan de belangrijkste commerciële as van de stadswijk, die een verbinding vormt tussen de Leopold III-laan en het grootstedelijk park. - Drie grote openbare ruimten doorkruisen de as handel/voorzieningen: aan de Parkway, die is bestemd als een structurerende openbare ruimte met een verbeterde integratie van de omgeving, in het hart van de stadswijk en aan de rand van de woonwijk, die de hoofdingang tot het grootstedelijke park markeert. - Tussen de gemengde blokken van zowel huisvesting als voorzieningen, is er landschappelijke openbaar wegengebied voorzien. - Een gestructureerd landschap met bomen markeert de overgang tussen de stadswijk en het gebied met voorzieningen van het hoofdkwartier van Defensie. Er wordt een met bomen omzoomde structurerende openbare ruimte gecreëerd in de vorm van een lus rond de gemengde blokken om de nieuwe wijk te verbinden met de Jules Bordetlaan. Het stedelijk industriegebied wordt ontsloten vanaf de Leopold III-laan, waar de mogelijkheid wordt overwogen om een tunnel onder de laan te maken. De Croydonlaan en Bazellaan op de Da Vinci Zuid site zijn verbonden met deze structurerende openbare ruimte. 4. De economische dynamiek van het gebied versterken Het project RPA Defensie stelt de introductie voor van een functionele mix die breekt met het principe van programmering van mono-gebruik dat uiteindelijk het projectgebied heeft geïsoleerd.De bestaande economische dynamiek van het gebied wordt behouden en geconsolideerd, met de bevestiging van stedelijke industriezones in het regelgevende gedeelte van het RPA. Ondanks het opgeven van het RPA Bordet, lijkt het RPA Defensie bepaalde mobiliteitsopties van het RPA Bordet als vanzelfsprekend te beschouwen om het behoud en de ontwikkeling van productieve activiteiten te garanderen, namelijk: - omleiden van verkeerstromen naar de Zweefvliegtuigstraat om de Jules Bordetlaan te vermijden bij de Bordet-hub (p.122 projectie Bordet-hub); - de omlegging van het kruispunt Bordet/Leopold III met de aanleg van een nieuwe kruising tussen de sites Da Vinci Noord en Da Vinci Zuid, via de bouw van een tunnel onder de Leopold III-laan, om ruimte vrij te maken voor een beveiligd platform dat voor actieve mobiliteit bestemd wordt; - het profiel van de Jules Bordetlaan veranderen van een 2x2 rijstroken naar een 2x1 rijstroken gedeelde stedelijke as met een middenberm voor tweerichtingsverkeer voor de tram (p.123). ADVIES VAN DE STAD De Stad Brussel steunt de doelstellingen van het ontwerp van RPA Defensie, die er in het bijzonder op gericht zijn het aanbod van openbare huisvesting, gemeenschapsvoorzieningen en grootschalige toegankelijke groene ruimten in dit deel van de wijk te vergroten. Niettemin herhaalt en vervolledigt de Stad bepaalde opmerkingen die reeds werden gemaakt (College van 8 september 2022) tijdens de opstelling van het RPA Defensie. Klimaatuitdagingen De Stad betreurt het dat, terwijl de kwesties van klimaatverandering en het versterken van de territoriale veerkracht bij klimaat- en milieurisico's een onbetwiste en dringende prioriteit zijn, het ontwerp van dit grootstedelijk landschapspark niet direct gekoppeld is aan de stadswijk met het oog op de globale duurzaamheidsdoelstellingen. De perimeter van het RPA biedt immers interessante mogelijkheden voor het delen van energie en energiegemeenschappen en, in voorkomend geval, het ontwikkelen van energieproductie op basis van zonneenergie en windenergie in de stad. Zodra er sprake is van verstedelijking van open ruimten, zou er een verplichting moeten zijn om vanaf het begin de kwestie van de EPB (maximale eis voor nieuwe gebouwen), energieproductie (het mobiliseren van alle beschikbare technologieën, inclusief geothermische energie, die behoudens vergissing niet wordt genoemd), het delen van energie en energiegemeenschappen te integreren. Het strategische gedeelte gaat in op het concept van een "positieve energiewijk", maar het regelgevende gedeelte bevat geen specifieke, ambitieuze eisen met betrekking tot deze milieukwesties. Het ontwerp van RPA Defensie is daarom een gemiste kans om een echte operationele strategie voor veerkracht te ontwikkelen voor het hele scala aan stedelijke en milieugerelateerde uitdagingen zoals geïntegreerd regenwaterbeheer, vergroening, energieproductie, circulariteit, enz. Over het algemeen verwijst het RPA deze kwesties naar de specifieke geldende regelgeving, naar de GSV of naar toekomstige individuele projecten en de vergunningen die daarvoor nodig zijn, terwijl het ook ambitieuze doelstellingen, strategieën en voorschriften zou kunnen opnemen met betrekking tot de specifieke kenmerken van dit gebied. Bij gebrek aan dergelijke doelstellingen of voorschriften in het RPA (dat nochtans tot doel lijkt te hebben een referentie te zijn voor de planning en regelgeving voor het gebied in kwestie), vraagt de Stad zich af wat hier dan de alternatieve regelgevende basis voor zou zijn. Stadswijk De Stad is geen voorstander van stedenbouw op sokkel (superblok) ten koste van de doorlaatbaarheid van de grond. Hoe kunnen deze sokkels aangenaam worden gemaakt qua zonlicht, waarmee en hoe kan het oppervlak van deze sokkels worden gevuld? Welke kwaliteit voor de binnenterreinen van huizenblokken? Het planten van hoge bomen en het vergroenen van de openbare ruimte (p.453 van het MER) is niet voldoende om het risico van hitte-eilanden, die al aanwezig zijn op de locatie, te voorkomen. De typologie van de ruimten heeft ook een impact. Naast de hoge technische en onderhoudskosten heeft het superbloktype de bijzonderheid dat het losgekoppeld is van de grond en de volle grond. Het bladerdak van de bomen is over het algemeen beperkt in de platen en vervult niet de functie om de stedelijke lucht te koelen en biodiversiteit toe te laten in de binnenterreinen van huizenblokken. Investeren in daken biedt daarentegen een reëel potentieel voor de ontwikkeling van een breed scala aan activiteiten die in het RPA moeten worden aangemoedigd: hangende tuinen, stadslandbouw, rooftop, uitzichtpunten, enz. Bovendien mist de stedelijke opeenvolging met de woonrand zoals voorgesteld in het RPA diversiteit. De tedelijke morfologie moet daarom worden herzien om de wijk meer open te stellen richting het grote grootstedelijke park. Dit zou niet alleen meer groen in de woonwijk brengen, maar ook uitzichten openen vanuit de woningen aan de rand van de woonwijk en vanuit het superblock. Door de hogere afmetingen langs het park genieten momenteel alleen aan deze kant van een groen en aangenaam uitzicht, ten koste van de andere. In het reglementaire deel wordt bijzondere aandacht besteed aan de geluidsisolatie van de woningen, maar dit zou ook moeten gelden voor voorzieningen voor gevoelige functies (kinderdagverblijven, scholen, enz.) in dit gebied, dat onderhevig is aan een breed scala aan overlast. De mix in de stadswijk moet ook worden bekeken in termen van huisvestingsmix: sociale huisvesting, alternatieve en duurzamere huisvesting: CLT - gegroepeerde woningen, enz. Welk percentage sociale woningen zal beschikbaar zijn in de nieuwe wijk? Voorschrift PG.0.11 vermeldt een percentage van min 25% openbare woningen zoals gedefinieerd door de Huisvestingscode, maar specificeert niets in termen van % sociale woningen. Het instrument van de Stad "10 minuten van de Stad" laat zien in welke mate het voor stadswijk voorbehouden gebied moeilijk toegankelijk is en van de Bordet-hub verwijderd is. Op het gebied van voorzieningen ondersteunt de Stad het samengaan van voorzieningen met naburige instellingen (hoofdkwartier of andere grootschalige voorzieningen). De oplossingen voor openbaar vervoer die zich voornamelijk rondom de site bevinden, zijn bij lange na niet in staat om aan deze toekomstige vraag te voldoen, wat toekomstige bewoners zou kunnen aanmoedigen om de auto te gebruiken. Het aanbod van buurtvoorzieningen zal cruciaal zijn voor het bereiken van de "10-minuten stad"-doelstelling in deze nieuwe enclave. Mobiliteit De stad steunt de aanleg van een groot stadspark, dat niet alleen toegankelijk moet zijn voor de bewoners van deze nieuwe wijk, maar voor alle bewoners en gebruikers van de stad. Oost-west- en noord-zuidverbindingen zijn daarom erg belangrijk. De stad betreurt echter dat er geen continuïteit wordt gegeven aan de noord-zuid-voetgangersroutes richting Haren. De nieuwe voetgangersbrug in aanbouw over de Leopold III-laan, die aansluit op de weg naar Sint-Stevens-Woluwe, is niet genoeg. Het zou interessant zijn geweest om na te denken over een extra verbinding/actieve kruising tussen de sites Da Vinci Nord en de NAVO om deze nieuwe stadswijk rechtstreeks met Haren te verbinden. De Parkway is verlaagd (van 50m > 40m) en is beperkt ter hoogte van de stadswijk. Deze daling blijft echter aanzienlijk in termen van actieve mobiliteit. Dit zal de reis voor voetgangers en fietsers waarschijnlijk verlengen, vooral wanneer ze de tramhaltes naar de luchthaven of de Bordet-hub moeten bereiken. Het opgeven van het RPA Bordet doet twijfels rijzen over de verwezenlijking van de grote mobiliteitsambities waarvan het RPA Defensie gewag maakt, zoals de logistieke lus, het bouwen van een tunnel onder de Leopold III-laan tussen de sites Da Vinci Noord en Zuid, het omleiden van verkeerstromen naar de Zweefvliegtuigstraat, de komst van de tram naar de Jules Bordetlaan, de aanleg van een beveiligd platform voor actieve mobiliteit op het Bordet-kruispunt. In haar advies over het RPA Bordet (College van 27.01.2022) had de Stad al vermeld dat het moeilijk was om zich uit te spreken over de logistieke lus zonder te beschikken over verkeerstellingen. De Stad stelt zich vragen over de aansluiting op de Leopold III-laan en de ruimtelijke impact op het Citydev-terrein van de nieuwe weg die door deze lus wordt gecreëerd. Op het vlak van stadslogistiek beschouwde de Stad de Bordet-hub als een potentiële locatie voor een stedelijk distributiecentrum en een mobiliteitsnetwerk voor zachte logistiek ter ondersteuning van duurzame mobiliteit binnen de stadswijk. Bij gebrek aan een RPA voor Bordet vraagt de stad om een grondige studie van deze logistieke lusoptie. Op de plannen van het ontwerp van RPA Defensie is de lus voor woonverkeer alleen bereikbaar via de Jules Bordetlaan. Deze lus kan ook worden gebruikt door economische activiteiten van de Da Vinci Zuid-site. Hoe kunnen bypasses worden vermeden en hoe kunnen huisvestings- en logistieke stromen worden gescheiden, aangezien ze mogelijk conflicteren? Daarnaast voorziet het RPA in een nieuwe buslijn binnen de wijk rond de lussen die het gebied bedienen. Wordt dit een echte nieuwe buslijn of gewoon een pendeldienst die rond de Bordet-hub rijdt? Welke garanties hebben we over deze openbaarvervoersdienst? Die vraag kan men zich stellen als men naar de gevangenis van Haren kijkt, die 3.000 gevangenen herbergt en nog steeds geen oplossing heeft voor openbaar vervoer. Deze kwestie van ontsluiting en toegankelijkheid van de stadswijk is een voorwaarde om een harmonieuze ontwikkeling van het gebied te garanderen. De kwestie van de parkeerplaatsen moet worden herzien, aangezien er tegenstrijdigheden zijn tussen de grote openbare ruimten en de openbare ruimten met een betere integratie van de omgeving, die beide voornamelijk voetgangersgebied zijn en die desondanks opervlakteparkeerplaatsen zouden kunnen herbergen zonder enige gespecificeerde limiet. Bovendien is de Stad geen voorstander van het bouwen van een siloparkeergarage naast gebouw H. Deze zou kunnen worden gesitueerd in de stedelijke industriezone om het parkeren te verdelen tussen economische activiteiten en woningen. Ondergrondse parkeergarages die op de benedenverdieping gelegen zijn, worden ook gepland onder alle blokken van de stadswijk. Het RPA is gebaseerd op het principe van superblokken, waarvan de sokkels parkings kunnen herbergen die converteerbaar zijn naarmate de site zich ontwikkelt. De Stad Brussel is geen voorstander van garages op de benedenverdieping van de gebouwen. Het zijn immers ondoorzichtige oppervlakken die geen interactie aangaan met de openbare ruimte. In deze context moedigt de Stad het Gewest aan om rekening te houden met de gedeelde visie van de Europese wijk, die momenteel te lijden heeft onder de gevolgen van dit soort stadsplanning. Wordt er daarnaast op gewestelijk niveau nagedacht over de locatie van parkeerplaatsen voor toeristische bussen binnen het RPA Defensie, op het grondgebied van de Stad of elders in het BHG? Deze aanpak moet worden aangepast aan elke specifieke situatie: buslijnen tussen steden, toeristenbussen van het centrum, autobussen naar Marokko en andere landen van het Zuiden (Zuidstation). Bovendien zijn de zorgen over de mobiliteit op en rond begraafplaatsen en uitvaartcentra, en in het bijzonder het nieuwe crematorium, niet voldoende bestudeerd en in aanmerking genomen in de huidige procedures en projecten; de behoeften van de verschillende faciliteiten zijn niet verzameld en de specifieke kenmerken van hun werking en gebruik zijn niet op een concrete en bevredigende manier geïntegreerd. Het lijkt daarom essentieel om te zorgen voor de nodige parkeergelegenheid en voldoende, gemakkelijke toegang voor deze zeer bijzondere plaatsen. Economische activiteiten De stedelijke industriezone langs de Leopold III-laan kan vergeleken worden met een sterk gemengd gebied waar alle functies op dezelfde voet worden geplaatst en daardoor niet voldoen aan de ambitie om van de Leopold III-laan een economisch en technologisch uitstalraam te maken. Dit gebied stimuleert niet de ontwikkeling van aantrekkelijke productieve activiteiten, technologische hubs of activiteiten die gericht zijn op de circulaire economie. De voorschriften bevatten geen enkele oppervlaktelimiet voor handelszaken waarvan de aard trouwens niet gespecificeerd is (groothandel, speciaalzaak, supermarkten, winkelcentrum, enz.). Dit geldt ook voor hotels en congrescentra. Voorschrift A.10.8. reproduceert slechts de visie uit het verleden van industrieparken omgeven door een groene rand, zoals momenteel te zien is op de sites van Da Vinci Noord en Zuid. Erfgoed Afgezien van Gebouw H en de atletiekbaan zullen weinig bestaande elementen behouden blijven. Ze voegen echter wel waarde toe en geven de site een identiteit en het is een gedenkplaats, vooral voor het grootstedelijke parkgebied, waar uiteindelijk ontspanningsgebieden zullen komen. Naast het landelijke landschap dat behouden moet blijven, wil de Stad dat er in het RPA Defensie meer rekening wordt gehouden met de identiteit van het gebied en zijn verleden als troef voor de ontwikkeling van de nieuwe wijken (luchtvaartverleden, Tweede Wereldoorlog, voormalig vliegveld dat niet meer bestaat, voormalig NAVO-hoofdkwartier, infrastructuur van Defensie, enz.). De stad betreurt het dat het MER niet de moeite heeft genomen om bepaalde opvallende architecturale kenmerken van de site te vermelden. Het zou ook interessant zijn geweest om de Rotor-studie op te nemen in de bijlagen bij het Plan. De aanbevelingen van het rapport over de erfgoedimpactstudie kunnen worden samengevat in een paar regels die aangeven dat de restauratie van gebouw H de voorkeur verdient (wat betekent dat dit niet gegarandeerd
  2. is)en dat er in dit verband educatieve informatiepanelen moeten worden geïnstalleerd. Dit is bij lange na niet genoeg om de herinnering aan de plek actief in stand te houden. Dit is een gemiste kans om ons naoorlogse erfgoed te benadrukken. Dit erfgoed zou ook bedacht kunnen worden in de zin van overgang/tijdelijke functies in de fasen voor herkwalificering om zo de eventuele verduurzaming van activiteiten te controleren. Bovendien herinnert de Stad eraan dat het gepast is om de reconversie van bestaande gebouwen te bevorderen, en niet om de sloop-wederopbouw van gebouwen te promoten (gebouw H en de voormalige NATO-gebouwen). Conclusies Concluderend brengt de Stad een gunstig advies uit over het ontwerp van RPA Defensie, onder voorbehoud van: - ambities met betrekking tot klimaatuitdagingen moeten in het regelgevend gedeelte van het RPA vertaald worden; - sokkel-stedenbouw niet systematiseren en meer gevarieerde gebouwtypologieën overwegen dan het woon/kantoorblok; - de nieuwe wijk meer openen naar het grote stadspark door meer groen in de woonwijken te introduceren en perspectieven van kwalitatieve uitzichten op het landschap te bieden; - een mix voorzien van alternatieve en duurzame huisvesting en bepalen welk aandeel dat moet worden toegewezen aan sociale huisvesting; - de voorzieningen bundelen en zorgen voor de ontwikkeling van buurtvoorzieningen om de "10-minutenstad" te garanderen; - in het reglementaire deel ook geluidsisolatie opleggen aan de voorzieningen voor gevoelige functies (kinderdagverblijven, scholen, enz.); - over een grondige studie beschikken en garanties bieden voor de voltooiing zonder het RPA Bordet van alle mobiliteitsvoorwaarden (logistieke lus, Parkway, profiel van de Leopold III-laan, parkeerplaatsen voor bedrijven en woningen, openbaarvervoersdiensten naar de nieuwe wijk, zachte mobiliteit en aansluiting op de Bordet-hub, enz.); - Het mobiliteitsprobleem op en rond de verschillende begraafplaatsen en uitvaartcentra binnen de perimeter van het RPA oplossen en rekening houden met de mobiliteits- en parkeerbehoeften van het nieuwe crematorium. - meer aandacht besteden aan de identiteit van het gebied in termen van het verleden (voormalige NAVO, voormalig hoofdkwartier Defensie, voormalig luchthaventerrein, enz.) door te zorgen voor de bevordering van de reconversie van de bestaande gebouwen, in plaats van de sloop-wederopbouw van de gebouwen (gebouw H en voormalige NAVO-gebouwen)." 3. Advies van de Raad voor huisvesting Gelet op het advies van de Raad voor huisvesting van het Brussels Hoofstedelijk Gewest van 15 december 2023: "De Raad wil dat de openbare gronden openbaar blijven en nodigt het Gewest daarom uit de aankoop te overwegen van gronden die toebehoren aan het federale niveau. De ontwerpen van RPA bevatten algemene voorschriften met betrekking tot het opleggen van een minimumpercentage (25%) "openbare" woningen in projecten voor de bouw, uitbreiding of bestemmingswijziging van meer dan 2.500 m2 (3.500 m2 voor het RPA Defensie) aan vloeroppervlakte voor woningen. De definitie van openbare woningen verwijst naar artikel 2, § 2 van de Huisvestingscode, dat sociale huurwoningen, bescheiden huurwoningen (gelijkgesteld met sociale huurwoningen, SVK's, enz.), maar ook middelgrote huurwoningen, en eveneens sociale koopwoningen, bescheiden koopwoningen en middelgrote koopwoningen omvat. De voorwaarden voor de verkoop en wederverkoop van deze woningen, opgelegd door de RPA's, verwijzen naar het besluit stedenbouwkundige lasten en meer bepaald naar de definitie van conventionele woningen in dat besluit. In het besluit wordt de aankoopprijs vastgesteld op € 1.800/m2 (+/- € 2.800/ m2 met indexering op basis van de ABEX-index) (zonder kosten en excl. btw). We wijzen er ook op dat de maximale huurprijs voor deze woningen in de zin van het besluit stedenbouwkundige lasten 6,5%/jaar van de totale kostprijs, inclusief aankoopkosten en belastingen, bedraagt. Deze criteria leiden tot de volgende opmerkingen: - enkel de sociale huurwoningen (Brusselse Huisvestingscode, art. 2, § 2, 1° ), bescheiden huurwoningen (idem, 2° ) en sociale koopwoningen (idem, 4° ) vormen woningen die echt bereikbaar zijn voor de bestaansonzekere doelgroep in het BHG; - bij gebrek aan een aankoop met voorrang door de BGHM of een overname van het beheer/een aankoop door een SVK, die zouden garanderen dat de woningen die overeenkomstig deze voorschriften van het RPA worden gecreëerd, binnen het toepassingsgebied vallen van bepalingen die de toepassing van een sociale of bescheiden huurprijs verzekeren, zullen alle andere operatoren die in aanmerking komen voor een aankoop in de zin van het RPA (gemeenten/OCMW's, stichtingen van openbaar nut, vzw's, maatschappijen met sociaal oogmerk, ...), tenzij ze ook gesubsidieerd worden door een specifiek programma (OOSH - Wijkcontract, Stadsbeleid, ...; CLTB - Community Land Trust) dat maximale verkoopprijzen en/of maximale huurprijzen vastlegt, verkoopprijzen of huurprijzen kunnen vragen die onbereikbaar zijn voor de Brusselse doelgroep die te kampen heeft met huisvestingsproblemen. Zelfs als we geen rekening houden met de aankoopkosten, belastingen en bijkomende kosten, betekent het aankoopbedrag van € 2.800/m2 met een rendement van 6,5%/jaar dat een minimumhuur van € 1.200/maand moet worden gevraagd voor een woning van 80 m2 (we laten Citydev, dat zich richt op de terbeschikkingstelling van koopwoningen, hier buiten beschouwing); - terwijl het besluit stedenbouwkundige lasten lasten oplegt vanaf 1.000 m2 vloeroppervlakte voor woningbouw-, uitbreidings- of bestemmingswijzigingsprojecten, verhogen de RPA's deze drempel tot 2.500 m2 (of zelfs 3.500 m2 voor het RPA Defensie). Vormt het RPA een afwijking van het besluit stedenbouwkundige lasten voor de projecten van minder dan 2.500 m2? Kunnen de twee systemen worden gecombineerd? Anderzijds, terwijl het besluit stedenbouwkundige lasten de drempel voor het automatisch aanvaarden van een voorstel tot realisatie van de ontwikkelaar vastlegt op 15% van de "omkaderde" woningen (woningen gecreëerd voor ION's of AIS'
  3. s)of "gesubsidieerde" woningen (art. 10, § 2), verhogen de RPA's deze drempel de facto tot 25%, maar verwijzen ze enkel naar "conventionele" woningen, d.w.z. woningen die financieel minder bereikbaar zijn dan "omkaderde" woningen. De RPA's zouden een gelegenheid moeten zijn om het systeem van stedenbouwkundige lasten te versterken en een hefboom te vormen om de productie van echt betaalbare woningen voor de bestaansonzekere doelgroep met huisvestingsproblemen te versnellen, vooral omdat de ontwikkeling van vastgoed in de strategische polen waarop de RPA's zijn gericht, onvermijdelijk zal leiden tot een stijging van de grondprijs en dus van de kosten van het kopen en huren in deze perimeters. Tot slot merkt de Raad op dat het RPA de mogelijkheid om terrassen en balkons te bouwen beperkt, wat in strijd lijkt met de voorschriften van de GSV. Wat het akoestisch comfort betreft, plaatst de Raad vraagtekens bij de verenigbaarheid van de ambities van het RPA met de huidige luchtcorridors en verzoekt hij de overheid na te denken over de toekomstige organisatie van de luchtcorridors om de ontwikkeling van het RPA mogelijk te maken. De Adviesraad voor Huisvesting heeft zijn advies uitgebracht in overeenstemming met artikel 97 van de Huisvestingscode. Hij wijst erop dat, bij toepassing van artikel 99, § 2, wanneer de Adviesraad in zijn advies een standpunt uiteenzet dat gesteund wordt door ten minste de helft van de leden, "de Regering de redenen dient te preciseren waarom zij in voorkomend geval van dat standpunt afwijkt". 4. Advies van Perspective Gelet op het advies van de Perspective van 18 december 2023: "Overeenkomstig artikel 30/5 § 1 van het BWRO, communiceert Perspective zijn advies op het ontwerp GRUP « Defensie » zoals goedgekeurd door de Brusselse Regering in eerste lezing op 14 september 2023 en in openbaar onderzoek van 20 oktober tot 22 december 2023. Perspective is de instelling van openbaar belang die onder meer belast is met de uitoefening van de planologische bevoegdheden die worden opgesomd in titel II van het hierboven vermelde BWRO, met onder meer de opstelling van de Richtplannen van Aanleg (RPA). In dat opzicht is de bekendmaking van een advies over de tekst van het ontwerp van RPA 'Defensie' bijzonder omdat ze betrekking heeft op een document waarvan de instelling Perspective als verantwoordelijke wordt beschouwd ten opzichte van de Minister -President, die verantwoordelijk is voor de ruimtelijke ordening, en van de Regering in haar geheel. Toch heeft Perspective, via de bevoegdheid om ontwerp richtplan van aanleg op meerdere momenten van toelichting en overleg die werden georganiseerd om het RPA voor te stellen aan de gemeenten, de burgers, de verenigingen, de economische actoren en een aantal andere stedelijke actoren, een aantal adviezen en overwegingen kunnen verzamelen. Ze maakt daarom van deze fase van de procedure gebruik om elementen naar voren te brengen waarmee rekening zou kunnen worden gehouden om het ontwerp van RPA verder te laten evolueren. Perspective benadrukt graag de unieke en succesvolle samenwerking tussen het Vlaams en het Brussels gewest met de afgestemde opmaak van een RPA en een GRUP (Vlaams gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan) voor de Defensie-zone en dit op basis van een gedeelde project-visie en een gecoördineerd proces. Inter-gewestelijk pionierswerk dat, zo hopen wij, inspirerend kan werken voor toekomstige samenwerkingen tussen het Vlaams en het Brussels gewest. Wij vinden dan ook dat de huidige samenwerking voor de Defensie-zone verdergezet dient te worden waarbij de krachten gebundeld worden i.f.v. een efficiënte realisatie van het kwalitatieve project. We denken hierbij vooral aan de realisatie van het inter-gewestelijk landschapspark met de creatie van 13 ha nieuw parkgebied in het Brussels gewest in combinatie met 33 ha nieuw bosgebied in het Vlaams gewest. Dit parkbos vormt het verbindend element tussen de aanpalende begraafplaatsen en het Woluweveld die samen een groene long (van ong. 200
  4. ha)voor het noordoosten van Brussel en de rand zullen vormen. Een unieke opportuniteit die we samen met het Vlaams gewest verder moeten aanpakken. Perspective wil in het huidige advies vooral de operationele fase van het project benadrukken. Momenteel ontbreekt het namelijk aan een strategie en een operationeel platform m.b.t. de concrete verwezenlijking van de in het RPA opgenomen doelstellingen. Wij zien momenteel volgende operationele pistes die best strategisch gecoördineerd worden: 1. Een realisatie-akkoord met het federale niveau Het Vlaams gewest onderhandeld momenteel met het federale niveau (met de kabinetten Dedo

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.