← België

Koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren

Kort samengevat

Dit Koninklijk Besluit regelt de plaatsing van overheidsopdrachten in de klassieke sectoren en zet Europese richtlijnen om in Belgische wetgeving. Het doel is de wetgeving rond overheidsopdrachten te hervormen en te vereenvoudigen.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

Wettekst

LAG AAN DE KONING Sire, De wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten van 15 juni 2006, hierna « de wet » genoemd, heeft tot doel de gehele wetgeving te hervorm

, met name de definities van de in het besluit gebruikte termen, alsook bepalingen betreffende het toepassingsgebied, de marktverkenning, de communicatiemiddelen, de technische specificaties, de varianten, opties en percelen, bepaalde prijsmodaliteiten en het verbod inzake belangenvermenging en afspraken. Hoofdstuk 2 is gewijd aan de regels omtrent de raming van het bedrag van de opdracht. Hoofdstuk 3 groepeert alle bepalingen inzake bekendmaking. Hoofdstuk 4 omvat de regels inzake de indiening van de aanvragen tot deelneming en de offertes. Hoofdstuk 5 omvat de voorschriften inzake toegangsrecht en kwalitatieve selectie. Hoofdstuk 6 is gewijd aan de gunning van opdrachten bij aanbesteding en offerteaanvraag. Hoofdstuk 7 behandelt de gunning bij onderhandelingsprocedure. Hoofdstuk 8 omvat de bepalingen betreffende de gunning bij concurrentiedialoog. Hoofdstuk 9 groepeert de voorschriften betreffende de specifieke en aanvullende opdrachten en procedures, namelijk de promotieopdracht van werken, het dynamisch aankoopsysteem, de elektronische veiling, de raamovereenkomst, de werkenwedstrijd, de ontwerpenwedstrijd en de gunning van bepaalde juridische diensten. Hoofdstuk 10 behandelt de concessies voor openbare werken en de opdrachten geplaatst in naam van de concessiehouders voor openbare werken. Hoofdstuk 11 bevat de wijzigende en de slotbepalingen. In dit hoofdstuk is de bepaling inzake het correctiemechanisme geschrapt. Deze bepaling vindt immers beter haar plaats in het in voorbereiding zijnde ontwerp van wet betreffende de motivering, informatie en rechtsmiddelen. Een bepaling analoog aan die van artikel 65/34 van de wet van 24 december 1993 zal daarin worden opgenomen. Deze structuur is zo opgevat dat de hoofdstukken 1 tot 5 en 11 in de regel toepasselijk zijn op alle opdrachten en gunningsprocedures, tenzij de wet of dit ontwerp voor een bepaalde opdracht of procedure in een andersluidende regeling beschikken. Voor een overzicht van de artikelen wordt verwezen naar de onderstaande inhoudsopgave. Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1. -

Afdeling 1

. - Inleidende bepaling Artikel 1 Afdeling 2.

- Definities en toepassing belasting over de toegevoegde waarde Art. 2 Afdeling

  1. - Toepassingsgebied Art. 3 en 4 Afdeling
  2. - Marktverkenning Art. 5 Afdeling
  3. - Communicatiemiddelen Art. 6 Afdeling
  4. - Technische specificaties en normen Art. 7 en 8 Afdeling
  5. - Varianten, opties en percelen Art. 9 tot 11 Afdeling
  6. - Onderaanneming Art. 12 Afdeling
  7. - Prijsvaststelling, prijsbestanddelen en prijsherziening Art. 13 tot 20 Afdeling
  8. - Prijsonderzoek Art. 21 Afdeling
  9. - Belangenvermenging en afspraken Art. 22 en 23 HOOFDSTUK
  10. - Raming opdrachtbedrag Art. 24 tot 28 HOOFDSTUK
  11. - Bekendmaking Afdeling
  12. - Algemene bekendmakingsregels Art. 29 tot 31 Afdeling
  13. - Europese drempels Art. 32 en 33 Afdeling
  14. - Europese bekendmaking Art. 34 tot 38 Afdeling
  15. - Belgische bekendmaking Art. 39 tot 41 HOOFDSTUK
  16. - Indiening aanvragen tot deelneming en offertes Afdeling 1 -Termijnen. -

Art. 42tot 45 Afdeling 2.

- Termijnen bij Europese bekendmaking Art. 46 en 47 Afdeling

  1. - Termijnen bij Belgische bekendmaking Art. 48 en 49 Afdeling
  2. - Uitnodiging geselecteerden tot indiening offerte Art. 50 Afdeling
  3. - Indieningsrecht en -wijze aanvragen tot deelneming en offertes Art. 51 tot 56 Afdeling
  4. - Verbintenistermijn Art. 57 HOOFDSTUK
  5. - Selectie kandidaten en inschrijvers - Toegangsrecht en kwalitatieve selectie Afdeling
  6. -

Art. 58tot 60 Afdeling 2.

- Toegangsrecht Art. 61 tot 66 Afdeling

  1. - Kwalitatieve selectie Art. 67 tot 79 HOOFDSTUK
  2. - Gunning bij aanbesteding en offerteaanvraag Afdeling
  3. - Vorm, inhoud en ondertekening offerte Art. 80 tot 82 Afdeling
  4. - Samenvattende opmeting en inventaris Art. 83 en 84 Afdeling
  5. - Interpretatie, fouten en leemten Art. 85 tot 87 Afdeling
  6. - Prijsopgave en percelen Art. 88 en 89 Afdeling
  7. - Indiening offertes Art. 90 en 91 Afdeling
  8. - Opening offertes Art. 92 tot 94 Afdeling
  9. - Onderzoek en regelmatigheid offertes Art. 95 tot 99 Afdeling
  10. - Gunning opdracht Art. 100 en 101 Afdeling
  11. - Sluiting opdracht Art. 102 tot 104 HOOFDSTUK
  12. - Gunning bij onderhandelingsprocedure Afdeling
  13. - Specifieke drempels Art. 105 Afdeling
  14. - Verloop en sluiting Art. 106 tot 110 HOOFDSTUK
  15. - Gunning bij concurrentiedialoog Art. 111 tot 114 HOOFDSTUK
  16. - Specifieke en aanvullende opdrachten en procedures Afdeling
  17. - Promotieopdracht van werken Onderafdeling
  18. -

Art. 115tot 117 Onderafdeling 2.

- Opdrachtdocumenten Art. 118 tot 124 Afdeling

  1. - Dynamisch aankoopsysteem Art. 125 tot 129 Afdeling
  2. - Elektronische veiling Art. 130 tot 135 Afdeling
  3. - Raamovereenkomst Art. 136 tot 138 Afdeling
  4. - Werkenwedstrijd Art. 139 Afdeling
  5. - Ontwerpenwedstrijd Onderafdeling
  6. - Toepassingsvoorwaarden en jury Art. 140 tot 142 Onderafdeling
  7. - Raming en bekendmaking Art. 143 tot 145 Afdeling
  8. - Gunning bepaalde juridische diensten Art. 146 HOOFDSTUK 1
  9. - Concessie voor openbare werken Afdeling 1 - Concessieverplichtingen Art. 147 en 148 Afdeling
  10. - Bekendmaking en selectie Art. 149 en 150 Afdeling
  11. - Indiening aanvragen tot deelneming en offertes Art. 151 tot 153 Afdeling
  12. - Gunningsregels Art. 154 en 155 Afdeling
  13. - Opdrachten te plaatsen door de concessiehouder Art. 156 en 157 HOOFDSTUK 1
  14. - Wijzigende en slotbepalingen Art. 158 tot 163 HOOFDSTUK
  15. -

Afdeling 1

. - Inleidende bepaling Artikel 1.Artikel 1 verwijst naar de Richtlijn 2004/18/EG van 31 maart

  1. Het ontwerp zorgt voor de omzetting van sommige bepalingen van deze richtlijn, in de mate dat deze nog niet werden omgezet door de wet van 15 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/06/2006 pub. 15/02/2007 numac 2006021341 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten sluiten. Afdeling
  2. - Definities en toepassing belasting over de toegevoegde waarde Art. 2.Paragraaf 1 van dit artikel bevat de definities van in de wet en in dit ontwerp van koninklijk besluit gebruikte begrippen. Een dergelijk artikel is niet opgenomen in het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten
  3. Het in 2° omschreven begrip « opdracht » omvat alle soorten opdrachten, overeenkomsten en wedstrijden als bedoeld in artikel 3 van de wet. Deze definitie heeft tot doel herhaalde opsommingen te vermijden die de tekst nodeloos zouden verzwaren. De bepaling onder 3° handelt over een nieuwe vorm van onderhandelingsprocedure met bekendmaking. Deze vorm voldoet aan de definitie van artikel 3, 8°, van de wet. Het gaat dus niet om een nieuwe procedure. Kenmerkend is dat « de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met bekendmaking » slechts één enkele fase omvat : toegangsrecht, kwalitatieve selectie en onderzoek van de inhoud van de offertes. Deze procedure, die is ingevoerd in het kader van de administratieve vereenvoudiging, is op dat vlak vergelijkbaar met de open procedure, in die zin dat de geïnteresseerden onmiddellijk een offerte indienen. In tegenstelling tot bij de open procedure is bij de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met bekendmaking, zoals overigens bij alle andere vormen van onderhandelingsprocedure, evenwel geen zitting voor de opening van de offertes vereist en mag er worden onderhandeld. De vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met bekendmaking is niet vermeld in Richtlijn 2004/18/EG. Het gebruik ervan is dan ook slechts toegestaan voor de opdrachten die de Europese drempels vermeld in artikel 32 niet bereiken en voor zover men zich in een toepassingsgeval van artikel 26, § 2, van de wet bevindt. In het geval van artikel 26, § 2, 1°, d, van de wet voegt artikel 105, § 2, 1°, van dit ontwerp een bijkomende voorwaarde toe voor opdrachten voor werken, in die zin dat daarvoor het bedrag van 600.000 euro niet mag worden bereikt. Het gevolg van haar specifieke vorm, en met name het feit dat ze één enkele fase omvat, is bovendien dat niet alle bepalingen van dit ontwerp die handelen over de onderhandelingsprocedure met bekendmaking zonder meer op haar kunnen worden toegepast. Verder wordt verwezen naar de commentaar van hoofdstuk
  4. De bepalingen onder 4° tot 7° definiëren de verschillende vormen die de opdrachten inzake prijsvaststelling kunnen aannemen. Ze hernemen op een meer nauwkeurige wijze de bepalingen die nu zijn vervat in artikel 86 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten
  5. De bepaling onder 4° verduidelijkt wat wordt bedoeld met een opdracht tegen globale prijs. De draagwijdte ervan wordt niet gewijzigd. De bepaling onder 5° definieert de opdracht tegen prijslijst. De tekst van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten8 gaat niet nader in op de vermelding van de hoeveelheden die vermoedelijk zijn of uitgedrukt worden binnen een vork. Deze verduidelijking is evenwel belangrijk omdat ze de inschrijvers de mogelijkheid biedt de prijs met kennis van zaken vast te stellen, vooral in de gevallen waarin de bestelde hoeveelheden sterk kunnen variëren. Deze posten worden verrekend op basis van de werkelijk bestelde en gebruikte hoeveelheden. De precisering « bestelde » heeft tot doel te vermijden dat de opdrachtnemers meer zouden presteren en factureren dan wat volgens de bestelling was voorzien. De bepaling onder 6° neemt de definitie van de opdracht tegen terugbetaling over die inhoudelijk niet gewijzigd wordt. De formulering « als winst toe te passen verhogingen » is evenwel vervangen door de term « verhogingen » die een ruimere draagwijdte heeft. De verhogingen omvatten niet enkel de winst, maar kunnen ook de administratiekosten, de bouwplaatskosten of andere algemene kosten omvatten. De bepaling onder 7° neemt de definitie van de gemengde opdracht ongewijzigd over. Het tekstvoorstel in het eerste advies van de Raad van State is niet in aanmerking genomen omdat het deze definitie niet verbetert. De bepalingen onder 8° en 9° definiëren de samenvattende opmeting en inventaris en hernemen op een meer precieze wijze de bepalingen van de artikelen 96, § 1, eerste lid, en 97, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten
  6. De bepaling onder 10° verduidelijkt wat wordt bedoeld met een variante. In Richtlijn 2004/18/EG is dit begrip niet gedefinieerd, net zomin trouwens als in het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten
  7. Deze verduidelijking bleek evenwel nuttig teneinde het onderscheid te kunnen maken met de optie. De variante vormt een alternatieve conceptie- of uitvoeringswijze die hetzij op verzoek van de aanbestedende overheid, hetzij op initiatief van de inschrijver, wordt ingediend. Deze alternatieve conceptie-of uitvoeringswijze heeft betrekking op het geheel of een deel van de opdracht, dat altijd noodzakelijk is voor de uitvoering ervan. Bijvoorbeeld, voor een voertuig : een benzinemotor, met een variante die een dieselmotor aanbiedt; voor vensters : ramen in PVC met een variante voor ramen in aluminium. Onder financiële varianten worden varianten verstaan die ofwel passen in het kader van een opdracht voor financiële diensten, ofwel in het kader van de bepalingen betreffende de financiering van andere opdrachten, in het bijzonder van een promotieopdracht van werken. Het spreekt vanzelf dat deze varianten in aanmerking kunnen worden genomen. Daarentegen kan de indiening van twee prijzen voor hetzelfde voorwerp van een opdracht zonder verdere specificering niet als een louter financiële variante worden beschouwd. De bepaling onder 11° definieert het begrip « optie ». Het gaat om een tot dusver nog niet gedefinieerd begrip dat echter gebruikt wordt in Richtlijn 2004/18/EG. De optie vormt ten opzichte van het basisproject een element dat niet strikt noodzakelijk en bijkomstig is voor de uitvoering van de opdracht, dat wordt ingediend hetzij op verzoek van de aanbestedende overheid, hetzij op initiatief van de inschrijver. Het gaat bijvoorbeeld, voor een voertuig : om de levering van een trekhaak; bij een opdracht voor werken, om de aanleg van een bijkomende kelder voor een gebouw. De optie vormt geen voorwaardelijk gedeelte in de zin van artikel 37, § 1, van de wet. De bepalingen onder 12° tot 16° definiëren de technische specificaties, de norm, de Europese technische goedkeuring, de gemeenschappelijke technische specificaties en het technisch referentiekader. Deze begrippen zijn terug te vinden in bijlage VI van Richtlijn 2004/18/EG. Deze definities blijven ongewijzigd ten opzichte van deze vermeld in het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten
  8. Paragraaf 2 van artikel 2 bepaalt dat elk bedrag vermeld in het ontwerp steeds zonder belasting over de toegevoegde waarde is. Deze verduidelijking heeft als bedoeling om de tekst van het besluit niet nodeloos te verzwaren. Afdeling
  9. - Toepassingsgebied Art. 3.Dit artikel bepaalt het toepassingsveld van het ontwerp dat betrekking heeft op de opdrachten die onder titel II van de wet vallen. Art. 4.Paragraaf 1 van dit artikel bevat een bepaling die vergelijkbaar is met die vervat in de artikelen 1, § 1, tweede lid, 27, § 1, tweede lid, en 53, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten
  10. In uitvoering van artikel 12, tweede lid, van de wet, vormt de bijlage 1 van dit besluit een niet-limitatieve lijst van aanbestedende overheden als bedoeld in artikel 2, 1°, c en d, van dezelfde wet. Zoals vermeld in de memorie van toelichting tracht deze lijst zo volledig mogelijk te zijn. Nochtans kan het voorkomen dat personen die beantwoorden aan de definitie van aanbestedende overheid, niet in de lijst zijn opgenomen. Deze personen zijn niettemin aan de toepassing van de wetgeving onderworpen. Omgekeerd zal een persoon die in de lijst voorkomt maar die niet langer beantwoordt aan de definitie van aanbestedende overheid, niet meer onderworpen zijn. Paragraaf 2 behandelt een aangelegenheid die tot op heden geregeld is in de artikelen 1, § 2, 11, 53, § 2, en 63 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten
  11. Deze bepaling betreft enkel de privaatrechtelijke personen die niet beschouwd kunnen worden als aanbestedende overheid omdat ze niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 2, 1°, d De hier besproken paragraaf voert artikel 13 van de wet uit en bepaalt dat de opdrachten voor werken en voor diensten verbonden aan die werken, welke geplaatst worden door privaatrechtelijke personen, tot het toepassingsgebied van de wet en van het besluit behoren wanneer de volgende voorwaarden vervuld zijn : 1° het geraamde bedrag van de opdracht voor werken bereikt de Europese drempel vermeld in artikel 32 van dit ontwerp. In dit verband is evenwel gekozen voor een andere aanpak dan in het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten
  12. De artikelen 11 en 63 van dat besluit bepalen immers dat de reglementering gedeeltelijk van toepassing is zodra de opdracht een geraamd bedrag van 135.000 euro excl. btw bereikt. Er wordt voorgesteld de nieuwe bepaling af te stemmen op die vervat in artikel 8 van de Richtlijn 2004/18/EG, temeer daar het toepassingsgebied ervan beperkt is tot de privaatrechtelijke personen die niet als aanbestedende overheden kunnen worden beschouwd, zoals hiervoor is toegelicht; 2° de opdracht wordt voor meer dan vijftig percent rechtstreeks gesubsidieerd door één of meer aanbestedende overheden als bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet.Voor de toepassing van deze paragraaf worden ook de subsidies die afkomstig zijn van de Europese Unie en toegekend door een aanbestedende overheid in aanmerking genomen, hoewel de Europese Unie geen aanbestedende overheid is in de zin van artikel 2, 1° van de wet. Onder rechtstreekse subsidie dient te worden begrepen, de subsidie die uitsluitend voor de opdracht in kwestie is bestemd. Het percentage van meer dan vijftig percent wordt berekend op het geraamde bedrag van het bouwwerk of de opdracht. Als voorbeeld wordt verwezen naar een bouwwerk waarvan het geraamde bedrag 6 miljoen euro zonder btw bedraagt en dat drie percelen omvat (ruwbouw, speciale technieken en afwerking) : indien het perceel « speciale technieken » geraamd wordt op 3,1 miljoen euro en als enige gesubsidieerd wordt, in dit geval tegen 80 procent, moet men ervan uitgaan dat het percentage van 50 procent niet bereikt is; 3° zoals in het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten8 heeft het voorwerp van de opdracht ofwel betrekking op bouwwerken voor ziekenhuizen, inrichtingen voor sportbeoefening, recreatie en vrijetijdsbesteding, onderwijsgebouwen en gebouwen met een administratieve bestemming, ofwel op werken van civieltechnische aard van de lijst van beroepsactiviteiten die overeenstemt met de statistische nomenclatuur van de economische activiteiten in de Europese Gemeenschap vermeld in bijlage I van de wet, ofwel op diensten die op deze werken of bouwwerken betrekking hebben. De toepasselijkheid van de wet is beperkt tot de plaatsing van deze opdrachten, meer in het bijzonder de bepalingen vervat in titel I en titel II, hoofdstukken I tot IV van de wet. Ook het onderhavige ontwerp is integraal toepasselijk. Deze regeling verschilt van de regeling van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten8 waar ze beperkt is tot de toepasselijkheid van de wet en tot de in dat koninklijk besluit aangeduide bepalingen, m.n. deze inzake de bekendmaking. Zoals het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten8, voert artikel 4, § 2, een basisstelsel in dat geen afbreuk doet aan elke bepaling van een wet, een decreet, een ordonnantie, een besluit of een beslissing - ook al maakt deze laatste het voorwerp uit van een overeenkomst - die de naleving van de wet en van dit ontwerp zou opleggen, zelfs wanneer de toepassingsvoorwaarden van dit artikel niet vervuld zijn. Deze verplichting zou kunnen slaan op zowel titel II, hoofdstuk V, van de wet voor de opdrachten bedoeld in het eerste lid, als op het geheel of een deel van de wet en van dit besluit voor de opdrachten die buiten het eerste lid vallen. Afdeling
  13. - Marktverkenning Art. 5.Dit artikel van het ontwerp dat een marktverkenning toelaat, vormt een nieuwe bepaling waarvan het principe vermeld is in de overweging 8 van Richtlijn 2004/18/EG. Deze bepaling erkent de geldigheid van de praktijk waarbij de aanbestedende overheden de evolutie van de producten en technieken op de markt volgen. Deze marktverkenning moet plaatsvinden vóór het uitschrijven van de gunningsprocedure en mag ook niet leiden tot enige vorm van vooronderhandelingen met bepaalde ondernemingen. Een dergelijke marktverkenning mag bovendien niet tot een verhindering of vertekening van de mededinging leiden, wat met name het geval kan zijn indien de technische specificaties van een overheidsopdracht een fabrikaat of een techniek zouden vermelden welke specifiek betrekking heeft op een bepaalde onderneming, wat in strijd zou zijn met artikel 8, § 2, eerste lid, van het ontwerp. Afdeling
  14. - Communicatiemiddelen Art. 6.Dit artikel zorgt voor de gedeeltelijke uitvoering van artikel 10 van de wet betreffende de communicatiemiddelen. Deze bepaling moet eveneens in verband worden gebracht met de definities van schriftelijk stuk en elektronisch middel vervat in de wet, alsook met de bepalingen van artikel 51 betreffende inzonderheid het gebruik van elektronische middelen voor het indienen van aanvragen tot deelneming of offertes. Artikel 6, § 1, verduidelijkt net zoals artikel 81ter van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten8 en artikel 42, 3, van Richtlijn 2004/18/EG dat, ongeacht of elektronische middelen worden gebruikt, » de mededeling, uitwisseling en opslag van informatie zodanig moeten plaatsvinden dat de integriteit van de gegevens en de vertrouwelijkheid van de offertes en van de aanvragen tot deelneming gewaarborgd worden en dat de aanbestedende overheid pas bij het verstrijken van de voorziene termijn kennisneemt van de inhoud ervan. Paragraaf 2 van artikel 6 bepaalt vervolgens het gevolg dat moet worden gegeven aan een schriftelijk stuk dat met elektronische middelen is opgesteld en dat in de ontvangen versie een macro, een computervirus of een andere schadelijke instructie vertoont. Het is mogelijk dat de ontvangen versie door de bestemmeling in een veiligheidsarchief wordt opgenomen. Indien zulks technisch noodzakelijk is, wordt het document als niet ontvangen beschouwd en wordt de afzender van het schriftelijk stuk hiervan onmiddellijk op de hoogte gebracht. De bestemmeling kan eveneens beslissen het bewuste document te aanvaarden, indien hij meent het zonder risico te kunnen lezen of desinfecteren, teneinde niet enkel zijn computersysteem, maar ook de integriteit van dat document te vrijwaren. De bestemmeling die een dergelijke verrichting overweegt, moet zich ervan vergewissen dat hierdoor de inhoud van het document niet zal worden gewijzigd. De bevoegde overheid is verantwoordelijk voor de eindbeslissing en moet erop toezien dat het gelijkheidsbeginsel wordt nageleefd. Indien het document een aanvraag tot deelneming of een offerte is, is de aanpak evenwel anders. Indien zulks technisch noodzakelijk is, kan de aanvraag tot deelneming of de offerte geweerd worden overeenkomstig artikel 52, § 1, 2°. De selectie- of de gunningsbeslissing moet de verwerping motiveren. Wanneer het ontvangstsysteem van de offertes de macro of de infectie ontdekt, mag de aanbestedende overheid de kandidaat of inschrijver hiervan niet onmiddellijk in kennis stellen. De kandidaten of inschrijvers in kwestie mogen immers niet de kans krijgen om alsnog een schriftelijk stuk in te dienen dat aan de voorschriften voldoet en hun kandidatuur of offerte te regulariseren, aangezien de gelijke behandeling van de concurrenten die een papieren gegevensdrager of klassieke transmissietechnieken gebruiken, hierdoor in het gedrang zou komen. De informatie zal gebeuren volgens de op dat vlak toepasselijke bepalingen. Paragraaf 3 bepaalt dat de aanbestedende overheid het gebruik van elektronische middelen kan toestaan voor de verzending van andere schriftelijke stukken dan de aanvragen tot deelneming of de offertes, zoals bijvoorbeeld verduidelijkingen, prijsverantwoordingen. Dezelfde regel is toepasselijk voor de kandidaten of inschrijvers. Het tweede lid van paragraaf 3 voegt hieraan toe dat wanneer een bepaling van het besluit vermeldt dat een verzending aangetekend moet plaatsvinden of worden bevestigd, dit zowel op papier als via elektronische middelen kan gebeuren. De aangetekende verzending moet een bewijs leveren van de volgende elementen : - de identiteit van afzender en ontvanger; - het feit van de verzending van een bericht evenals de datum en het tijdstip van verzending; - de ontvangst van het bericht door de bestemmeling en de datum en het tijdstip van ontvangst; - de inhoud van het bericht in het geval van een elektronische aangetekende zending. Afdeling
  15. - Technische specificaties en normen Art. 7.Dit artikel heeft betrekking op de technische specificaties als bedoeld in artikel 41 van de wet en met name ook in de artikelen 82bis et 83bis van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten8 en in bijlage IV van Richtlijn 2004/18/EG. Artikel 2, 12° tot 16°, van dit ontwerp bevat een definitie van deze specificaties. Zoals artikel 83bis, § 2, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten8, bepaalt paragraaf 1 van artikel 7 dat de aanbestedende overheid de technische specificaties opneemt in de opdrachtdocumenten. Artikel 23, 1, alsook overweging 29 van Richtlijn 2004/18/EG gaan nader in op een bekommernis die zeer ruim geformuleerd is op Europees niveau. Ze betreft het in overweging nemen van toegankelijkheidscriteria in de technische specificaties, teneinde rekening te houden met de behoeften van alle gebruikers, met inbegrip van personen met een handicap. De paragrafen 2 tot 5 behandelen de technische specificaties, het aantonen van de overeenstemming met de voorschriften van de technische specificaties, naargelang ze werden aangegeven door verwijzing naar normen of functionele eisen, en het voorschrijven van milieukenmerken. De overweging 29 van de Richtlijn luidt als volgt : « De door de aanbestedende diensten opgestelde technische specificaties moeten de openstelling van overheidsopdrachten voor mededinging mogelijk maken; daartoe moet het mogelijk zijn inschrijvingen in te dienen waarin de diversiteit van de technische oplossingen tot uiting komt. Te dien einde moeten enerzijds de technische specificaties kunnen worden opgesteld in termen van prestaties en functionele eisen en moeten anderzijds, bij verwijzing naar de Europese - of bij ontstentenis daarvan naar de nationale - norm, op andere gelijkwaardige oplossingen gebaseerde inschrijvingen door de aanbestedende dienst in overweging worden genomen. Om de gelijkwaardigheid aan te tonen, moeten de inschrijvers elk bewijsmiddel kunnen gebruiken. Overheidsdiensten moeten iedere beslissing dat er geen sprake is van gelijkwaardigheid, kunnen motiveren. Aanbestedende diensten die in de technische specificatie van een bepaalde opdracht milieueisen wensen op te nemen, kunnen de milieukenmerken, zoals een bepaalde productiemethode, en/of het milieueffect van specifieke productgroepen of -diensten voorschrijven. Zij kunnen, zonder dat daartoe een verplichting bestaat, de passende specificaties gebruiken die zijn omschreven in milieukeuren, zoals de Europese milieukeur, (pluri)nationale milieukeuren of een andere milieukeur indien de vereisten voor de keur zijn ontwikkeld en aangenomen op grond van wetenschappelijke gegevens via een proces waaraan de betrokkenen, zoals regeringsinstanties, consumenten, fabrikanten, kleinhandel en milieuorganisaties, kunnen deelnemen en indien de keur toegankelijk en beschikbaar is voor alle betrokken partijen. De aanbestedende diensten moeten, indien mogelijk, technische specificaties vaststellen die rekening houden met de toegankelijkheidscriteria voor gehandicapten of een voor alle gebruikers geschikt ontwerp. De technische specificaties moeten duidelijk worden aangegeven, zodat alle inschrijvers weten waarop de door de aanbestedende dienst gestelde eisen betrekking hebben. » Een toepassingsvoorbeeld van dergelijke technische specificaties kan onder meer worden gevonden in de omzendbrief P&O/DO/1 van 27 januari 2005 betreffende de implementatie van het duurzame ontwikkelingsbeleid bij de overheidsopdrachten van leveringen gelanceerd door aanbestedende overheden van de federale overheid die behoren tot de klassieke sectoren (Belgisch Staatsblad van 4 februari 2005). Art. 8.Paragraaf 1 van dit artikel stemt overeen met artikel 83bis, § 2, eerste zin, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten
  16. Hij zorgt voor de omzetting van artikel 23, 2, van Richtlijn 2004/18/EG dat herinnert aan het principe dat de technische specificaties de inschrijvers gelijke toegang moeten bieden en niet tot ongerechtvaardigde belemmeringen voor de mededinging mogen leiden. Paragraaf 2 bevat in een aangepaste vorm, de bepalingen van artikel 85 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten8 en zorgt voor de omzetting van artikel 23, 8, van Richtlijn 2004/18/EG. Deze bepaling verbiedt de invoering van technische specificaties die producten vermelden van een bepaald fabrikaat of een bepaalde herkomst of van een bijzondere werkwijze, of die verwijzen naar een merk, een octrooi, een bepaalde oorsprong of een bepaalde productie waardoor bepaalde ondernemingen kunnen worden bevoordeeld of geëlimineerd. Een dergelijke verwijzing is slechts uitzonderlijk toegestaan, hetzij wanneer het voorwerp van de opdracht dit rechtvaardigt (bijvoorbeeld voor de aankoop van wisselstukken die, om technische redenen, van een bepaald merk moeten zijn of in geval van een wereldmonopolie), hetzij wanneer een voldoende nauwkeurige en duidelijke beschrijving van het voorwerp van de opdracht conform artikel 7, §§ 2 en 3 niet mogelijk is. In dat laatste geval moet de vermelding of verwijzing vergezeld gaan van de woorden « of gelijkwaardig » (cf. in dat verband het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 24 januari 1995, zaak C-359/93, Commissie van de Europese Gemeenschappen versus Koninkrijk der Nederlanden en de beschikking van het Hof van 3 december 2001, zaak C-59/00, Bent Mousten Vestergaard versus SpOttrup Boligslkab). In dit verband kan ook worden verwezen naar de omzendbrief van de Eerste Minister van 23 juni 2004 betreffende het verbod om in de bepalingen van een opdracht technische specificaties op te nemen die het gewone verloop van de mededinging beperken of uitsluiten (Belgisch Staatsblad van 25 juni 2004) alsook naar de omzendbrief van de Eerste Minister van 8 december 2006 betreffende de technische specificaties van microprocessoren in het kader van federale informaticaopdrachten (Belgisch Staatsblad van 15 december 2006). Afdeling
  17. - Varianten, opties en percelen Art. 9.Paragraaf 1 van dit artikel gaat nader in op de diverse soorten varianten zoals omschreven in artikel 2, punt 10°. De benadering inzake verplichte varianten wordt niet gewijzigd ten opzichte van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten8, terwijl die inzake de facultatieve varianten fundamenteel gewijzigd wordt. Om na te gaan of zowel de basisofferte als de variante regelmatig zijn, is een tweeledig onderzoek vereist. Dit onderzoek betreft in de eerste plaats de indiening van deze verschillende soorten offertes. Als deze fase goed is doorlopen, dient vervolgens de regelmatigheid van elk van de ingediende offertes te worden onderzocht om de eventuele wederzijdse beïnvloeding ervan te bepalen op het gebied van de regelmatigheid. Bij verplichte varianten moet de inschrijver bijvoorbeeld een offerte indienen zowel voor de basisofferte als voor elke verplichte variante, op straffe van volledige onregelmatigheid van zijn offerte. Bij facultatieve varianten kan de inschrijver voortaan een offerte indienen voor één of meerdere varianten en is hij niet langer verplicht een offerte in te dienen voor een basisoplossing. De aanbestedende overheid kan evenwel één bepaalde facultatieve variante als basisoplossing aanduiden en verplichten daarvoor een offerte in te dienen. Deze nieuwe bepalingen bieden meer soepelheid en zijn bedoeld om de mededinging te bevorderen. De afwezigheid van een facultatieve variante leidt dus niet noodzakelijk tot de onregelmatigheid van de basisofferte. Indien enkel een facultatieve variante zonder offerte voor de basisoplossing wordt ingediend, moet de volledige offerte als onregelmatig worden beschouwd indien de opdrachtdocumenten de indiening van een dergelijke offerte oplegden. Anders zal dit niet het geval zijn. De indiening van vrije varianten gebeurt op initiatief van de inschrijver. Bij offerteaanvraag moet de inschrijver nauwkeurig aangeven welke zijn basisofferte is en welke zijn vrije variante(n). Bij onderhandelingsprocedure kan dit in de loop van de onderhandelingen gebeuren. Indien vrije varianten toegestaan zijn, kunnen verschillende varianten betrekking hebben op één of meer posten. De opdrachtdocumenten kunnen hieromtrent evenwel beperkingen opleggen. Voor de opdrachten die verplicht onderworpen zijn aan de Europese bekendmaking gelden twee voorwaarden. Enerzijds moet de aanbestedende overheid in de aankondiging en eventueel in de andere opdrachtdocumenten vermelden of zij de indiening van vrije varianten toelaat. Zo niet zijn ze niet toegelaten en moeten ze gewoon worden afgewezen, aangezien enkel de basisofferte in aanmerking wordt genomen. Anderzijds moet zij de minimumeisen bepalen waaraan deze varianten moeten voldoen (ze kan bijvoorbeeld vermelden dat een vrije variante betrekking mag hebben op een bepaald technisch aspect van de geplande opdracht). Aan deze laatste voorwaarde kan worden voldaan door in het algemeen te verwijzen naar de minimumeisen in de opdrachtdocumenten. Voor de opdrachten die niet verplicht onderworpen zijn aan de Europese bekendmaking, is het indienen van vrije varianten, waarvoor de aanbestedende overheid geen voorafgaande eisen heeft bepaald, steeds mogelijk, tenzij de opdrachtdocumenten die mogelijkheid uitsluiten. Het verbod om vrije varianten in te dienen, kan gepaard gaan met een sanctie van absolute nietigheid in de opdrachtdocumenten. Deze vermelding is evenwel af te raden omdat ze nadelige gevolgen kan hebben voor de mededinging en de economische doeltreffendheid. De aanbestedende overheid kan beslissen een vrije variante niet in aanmerking te nemen. Ze moet haar beslissing evenwel motiveren op basis van bijvoorbeeld technische elementen of andere factoren zoals de prijs, de budgettaire verplichtingen of de uitvoeringstermijnen. Paragraaf 2 expliciteert dat de verschillende soorten varianten bij alle gunningprocedures kunnen worden gebruikt. De vrije variante blijft evenwel uitgesloten bij aanbesteding. Daarnaast verduidelijkt deze paragraaf dat ze, hetzij met een afzonderlijke offerte, hetzij met een deelofferte kunnen worden ingediend. Paragraaf 3 bevat een bepaling die opgenomen is in artikel 24, § 4, van Richtlijn 2004/18/EG, alsook in artikel 84, tweede lid, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten
  18. Volgens deze bepaling mag een variante niet worden afgewezen enkel omwille van het feit dat, indien de aanbestedende overheid ze zou aanvaarden, een opdracht voor diensten een opdracht voor leveringen zou worden of omgekeerd. Dit zou bijvoorbeeld het geval zijn voor een opdracht betreffende de ontwikkeling van software via een opdracht voor diensten, terwijl een concurrent als variante een softwarepakket zou indienen dat voldoet aan de eisen van de aanbestedende overheid. Mede gelet op het advies van de Raad van State, zijn uiteindelijk geen toelichtingen opgenomen over de problematiek van de regelmatigheid van de varianten. Dit uit vrees voor te grote veralgemeningen en te rigide oplossingen die het maken van nuances naargelang de gebruikte gunningswijze in de weg staan. Art. 10.Dit artikel van het ontwerp behandelt de in artikel 2, punt 11°, omschreven opties. Paragraaf 1 maakt een onderscheid tussen de verplichte en vrije opties. In het eerste geval dient de aanbestedende overheid, net zoals bij de verplichte varianten, het voorwerp, de aard en de draagwijdte ervan te omschrijven in de opdrachtdocumenten en zijn de inschrijvers verplicht een bod te doen voor deze opties. Het tweede geval betreft de vrije opties. Deze kunnen op eigen initiatief door de inschrijvers worden ingediend. Volgens paragraaf 2 wordt het bod voor de opties afzonderlijk vermeld in de offerte. Deze bepaling maakt het ook mogelijk om vrije opties in te dienen bij aanbesteding, op voorwaarde dat aan een dergelijke optie geen meerprijs of een andere tegenprestatie wordt verbonden. Dit verschil met de vrije variante, die in het kader van de aanbesteding zoals eerder vermeld niet is toegestaan, is gerechtvaardigd omdat de optie enkel betrekking heeft op een bijkomend element. De mogelijkheid die de aanbestedende overheid wordt geboden om, zelfs bij aanbesteding, vrije opties in aanmerking te nemen kan haar voordelen opleveren, daar aan het bestellen van de optie geen meerprijs kan worden verbonden. Krachtens paragraaf 3 is de aanbestedende overheid nooit verplicht gebruik te maken van een optie bij het sluiten van de opdracht en evenmin tijdens de uitvoering ervan. Wat dit laatste punt betreft, kan het immers interessanter zijn enkel gebruik te maken van een optie tijdens de uitvoering van de opdracht. Een voorbeeld : bij interventievrachtwagens die uitgerust zijn met een zwaailicht, kan in een optie worden voorzien voor een bijkomend zwaailicht. Art. 11.Deze bepaling betreffende de opdrachten in percelen is nieuw. Volgens het eerste lid moeten de opdrachtdocumenten de aard en het voorwerp van de percelen, de verdeling en de kenmerken ervan bepalen. Deze verduidelijking moet de inschrijvers de mogelijkheid bieden om, met kennis van zaken, één of meer percelen te kiezen waarvoor ze een offerte wensen in te dienen. Volgens het tweede lid mag de gunningswijze verschillend zijn per perceel. De term « gunningswijzen » verwijst naar de keuze tussen de aanbesteding, de offerteaanvraag, de onderhandelingsprocedure en de concurrentiedialoog. Deze versoepeling die in het tweede lid werd ingebouwd, dient evenwel op doordachte wijze te worden gebruikt. Het naast elkaar bestaan van diverse gunningswijzen kan immers de beoordeling van de offertes bemoeilijken en zelfs de indiening van prijskortingen onmogelijk maken. Afdeling
  19. - Onderaanneming Art. 12.Dit artikel betreffende de onderaanneming is volledig herwerkt overeenkomstig artikel 25 van Richtlijn 2004/18/EG, zoals gevraagd in de adviezen van de Raad van State. Krachtens het eerste lid van dit artikel kan de inschrijver worden verzocht om in zijn offerte het in onderaanneming gegeven gedeelte van de opdracht en de identiteit van de onderaannemers te vermelden. Deze bepaling is toepasselijk op de opdrachten voor werken, leveringen en diensten. Ze verschilt van die welke momenteel vervat is in artikel 90, § 1, 3°, in die zin dat deze laatste de inschrijver verplicht om de identiteit van de onderaannemers te vermelden voor de opdrachten voor werken, terwijl uit de nieuwe bepaling blijkt dat deze vermelding facultatief is. Bovendien werd de vermelding van de nationaliteit van het tewerkgestelde personeel geschrapt omdat die weinig relevant was. Bij een procedure in twee fasen, wanneer de inschrijver geselecteerd werd rekening houdend met de draagkracht van zijn onderaannemers, moet de offerte voortaan het in onderaanneming gegeven gedeelte van de opdracht bevatten, alsook de identiteit van de onderaannemers. Afdeling
  20. - Prijsvaststelling, prijsbestanddelen en prijsherziening Art. 13.Artikel 13, § 1, eerste lid, van het ontwerp verwijst naar artikel 2, 4° tot 7°, dat de verschillende soorten prijsvaststellingen definieert. Voor sommige specifieke opdrachten en procedures, zoals de promotieopdracht, de ontwerpenwedstrijd of de concessie voor openbare werken, wordt de prijs op een andere wijze vastgesteld. Het tweede lid is hernomen uit artikel 87 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten
  21. Volgens paragraaf 2 moet de inschrijver bij een opdracht tegen globale prijs of voor de forfaitaire posten van een gemengde opdracht, zijn offertebedrag vaststellen volgens zijn eigen bewerkingen, berekeningen en ramingen. Deze bepaling stemt overeen met artikel 24, § 1, van de Algemene aannemingsvoorwaarden en is voortaan eveneens van toepassing op opdrachten voor leveringen en diensten. Art. 14.Dit artikel neemt de bepaling over van artikel 86bis van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten8 die meer bepaald betrekking heeft op de informatie inzake fiscaliteit, milieubescherming, arbeidsbescherming en arbeidsvoorwaarden. Art. 15.Dit artikel herneemt de bepaling van artikel 96, § 4, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten8 betreffende de opgave van de eenheidsprijzen en de globale prijzen voor iedere post van de samenvattende opmeting. Deze bepaling wordt voortaan uitgebreid tot de inventaris van de opdrachten voor leveringen en diensten. Net zoals in de huidige reglementering bepaalt zij, enerzijds, dat de eenheidsprijzen en de globale prijzen van de opdracht worden opgegeven met inachtneming van de betrekkelijke waarde van die post ten opzichte van het totale offertebedrag en, anderzijds, dat alle algemene en financiële kosten over de verschillende posten, in verhouding tot hun belangrijkheid, worden verdeeld. Art. 16.Dit artikel bevat de bepalingen betreffende de prijzen vervat in artikel 100, § 1, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten
  22. Deze bepalingen verdienen logischerwijze immers meer hun plaats in het begin van het ontwerp daar zij, zoals de artikelen 17 tot 19, de elementen bepalen die door de inschrijvers in aanmerking moeten worden genomen bij het opmaken van hun offerte. Artikel 16 vermeldt zodoende, zoals de huidige bepalingen, dat de eenheidsprijzen en de globale prijzen van de offerte alle heffingen omvatten die de opdracht belasten, met uitzondering van de btw. Wat de btw betreft, kan de aanbestedende overheid, net zoals is voorzien in artikel 100 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten8, hetzij bepalen dat zij in een afzonderlijke post van de samenvattende opmeting of van de inventaris wordt vermeld, hetzij de inschrijvers verplichten in de offerte de toepasselijke aanslagvoet(en) mee te delen. Art. 17.Dit artikel stemt overeen met de tekst van artikel 14, § 1, van de Algemene aannemingsvoorwaarden betreffende de aankoopprijs van de octrooirechten en vergoedingen die verschuldigd zijn aan de houders van een octrooi of van een octrooilicentie. Aangezien deze elementen de prijs van de offerte kunnen beïnvloeden, hoort deze bepaling eerder thuis in dit besluit. De bepaling is op expliciete wijze uitgebreid tot alle intellectuele eigendomsrechten die gelinkt kunnen zijn met het voorwerp van de opdracht. Paragraaf 1 betreft enkel de hypothese waarin de aanbestedende overheid zelf overgaat tot de omschrijving de opdracht. Paragraaf 2 betreft de hypothese waarin de inschrijver zelf voor het geheel of een deel een omschrijving geeft van de prestaties die in het kader van de opdrachten zullen worden verricht. Art. 18.Dit artikel neemt een bepaling over van de artikelen 12, § 4, en 19, § 1, van de Algemene aannemingsvoorwaarden, betreffende de keurings- en opleveringskosten. Deze kosten hebben zowel betrekking op de keuring als op de voorlopige en definitieve opleveringen. Deze kosten, met name de reis- en verblijfskosten en de vergoeding van het met de keuring of oplevering belaste personeel, zijn inbegrepen in de eenheidsprijzen en de globale prijzen op voorwaarde dat de opdrachtdocumenten de berekeningswijze van deze kosten bepalen. Zo niet dient de aanbestedende overheid deze kosten te dragen. Art. 19.Dit artikel bevat hoofdzakelijk bepalingen die tot op heden vervat zijn in de artikelen 25, § 1, tweede lid, 49, tweede lid, en 67, tweede lid, van de Algemene aannemingsvoorwaarden. Het stemt overeen met de genoemde bepalingen, behalve dat voor leveringen en diensten de praktijkopleiding, die een basisopleiding omvat, werd toegevoegd. Hierbij kan worden opgemerkt dat ook de kosten verbonden aan het veiligheids- en gezondheidsplan in de algemene kosten moeten zijn begrepen, behalve wanneer bepaalde maatregelen inzake veiligheid en gezondheid die in dat plan zijn opgenomen, betrekking hebben op specifieke posten van de samenvattende opmeting of de inventaris of het voorwerp uitmaken van een of meerdere specifieke posten van de samenvattende opmeting of de inventaris. De verduidelijkingen vermeld in artikel 19 horen eerder thuis bij de voorschriften betreffende de plaatsing van de opdracht, aangezien het gaat om elementen waarmee rekening moet worden gehouden bij het opmaken van de offerte. Art. 20.Paragraaf 1 van dit artikel betreffende de prijsherziening neemt onder meer de bepalingen over van artikel 13, §§ 1 en 2, van de Algemene aannemingsvoorwaarden, maar bevat tamelijk belangrijke wijzigingen en aanvullingen. Zo wordt een volledig eigen prijsherzieningssysteem voor de overheidsopdrachten ingevoerd, dat gesteund is op artikel 6 van de wet. Het laatstgenoemde artikel machtigt de Koning tot het vastleggen van de voorwaarden voor de prijsherziening voor de overheidsopdrachten. Bijgevolg is artikel 57 van de wet van 30 maart 1976 betreffende de economische herstelmaatregelen niet meer toepasselijk op de overheidsopdrachten. Volgens het eerste lid moet voortaan niet enkel in een prijsherzieningsclausule worden voorzien voor de opdrachten voor werken, maar in principe ook voor de opdrachten voor leveringen en diensten. Tot op heden bepaalt artikel 13, § 2, van de Algemene aannemingsvoorwaarden dat de herziening voor deze twee laatste opdrachtcategorieën facultatief is. Het eerste lid vermeldt de voornaamste prijscomponenten die in aanmerking worden genomen : de uurlonen en sociale lasten, alsook, naargelang de aard van de opdracht, één of meer relevante elementen zoals materiaal- en grondstofprijzen of de evolutie van de wisselkoers. Volgens het tweede lid is het essentieel dat de herziening de werkelijke kostprijsstructuur weerspiegelt. Bijgevolg moet de herziening gebaseerd zijn op objectieve en controleerbare parameters en gebruik maken van correcte wegingscoëfficiënten. Afhankelijk van de aard van de opdracht en het al dan niet voorhanden zijn van de voormelde parameters, kan het niettemin moeilijk of zelfs onmogelijk zijn om een herzieningsclausule op te stellen die aan de genoemde voorwaarden voldoet. In dat geval kan de aanbestedende overheid voortaan gebruik maken van de gezondheidsindex, de index van de consumptieprijzen of een andere passende indexformule. Daarnaast moet de herzieningsformule geen vaste factor meer bevatten. Bovendien kan de aanbestedende overheid op gemotiveerde wijze afwijken van de bepalingen van paragraaf
  23. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn voor leningen met vaste rentevoet. Paragraaf 2 verduidelijkt dat de bepalingen van dit artikel niet verplicht van toepassing zijn op de opdrachten waarvan het geraamde bedrag lager is dan 120.000 euro, noch op de opdrachten, ongeacht het bedrag ervan, waarvan de initiële uitvoeringstermijn korter is dan 120 werkdagen of 180 kalenderdagen. De reden ligt bij het geringe nut van een prijsherziening voor dergelijke opdrachten. Afdeling
  24. - Prijsonderzoek Art. 21.Dit artikel betreft het prijsonderzoek dat de aanbestedende overheid verplicht moet voeren. Krachtens paragraaf 1, tweede zin, dat de voorschriften van artikel 88, § 1, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten8 overneemt en veralgemeent, moeten de inschrijvers op verzoek van de aanbestedende overheid alle nodige inlichtingen verstrekken om het prijsonderzoek mogelijk te maken, en dit ongeacht de gunningsprocedure. Deze maatregel is nu enkel van toepassing op de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking. Paragraaf 2 bevat een bepaling die overeenstemt met die van paragraaf 3 van het voormelde artikel
  25. Wanneer de opdrachtdocumenten dit bepalen, en ongeacht de gunningsprocedure, kunnen ter plaatse verificaties van de boekhoudkundige stukken en onderzoeken worden uitgevoerd door de personen die daartoe door de aanbestedende overheid zijn aangewezen. Paragraaf 3 betreffende de abnormaal laag of hoog lijkende prijzen die bij het prijsonderzoek worden vastgesteld, stemt overeen met artikel 110, § 3, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten
  26. Hij voorziet ook in de omzetting van artikel 55 van Richtlijn 2004/18/EG. Zelfs indien uit de opdrachtdocumenten blijkt dat paragraaf 3 niet toepasselijk gemaakt wordt op de onderhandelingsprocedure, kan de aanbestedende overheid die een abnormaal laag of hoog lijkende prijs vaststelt, verificaties uitvoeren bij toepassing van de paragrafen 1 en
  27. Hierbij moet worden opgemerkt dat het niet-limitatief karakter van de opgesomde verantwoordingen die in aanmerking kunnen worden genomen om het normale karakter van een prijs aan te tonen, wordt bevestigd door de toevoeging van de woorden « met name ». Overigers werd artikel 110, § 3, derde lid, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten8 reeds aangepast om het in overeenstemming te brengen met de richtlijn en dit bij het koninklijk besluit van 29 september 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten
  28. Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (arrest van 27 november 2001, C-286/99, Sciaudone) en de Raad van State (RvS, arrest nr. 100.084 van 23 oktober 2001) waren eveneens van oordeel dat de verantwoordingen in de reglementering niet limitatief zijn. In antwoord op een formele opmerking van de Raad van State, wordt erop gewezen dat het begrip « verantwoording » wordt behouden daar het begrip « precisering » niet correct de verplichting in hoofde van de inschrijver weergeeft. Teneinde te vermijden dat de inschrijvers ongegronde verantwoordingen zouden indienen, kan de aanbestedende overheid overeenkomstig paragraaf 1 steeds een prijsanalyse eisen om het normale karakter van de prijs te beoordelen. Ten slotte kan de inschrijver zich ter verantwoording van zijn prijs niet beperken tot een verwijzing naar de prijs van een onderaannemer, vermeerderd met een winstmarge. In dat geval dient de inschrijver de prijs van de onderaannemer te verantwoorden. Het zesde lid van paragraaf 3 neemt in gewijzigde vorm de tekst over van paragraaf 3, laatste lid, van hetzelfde artikel
  29. De nieuwe bepaling heeft een minder ruime toepassing doordat ze voortaan de opdrachten voor diensten van de bijlage II, B, van de wet niet meer omvat en dit ongeacht de gevolgde gunningswijze. Afdeling
  30. - Belangenvermenging en afspraken Art. 22.Dit artikel vormt een nieuwe bepaling inzake belangenconflicten. De persoon die krachtens artikel 8, § 2, tweede lid, van de wet verplicht is zichzelf te wraken, dient het bevoegde orgaan van de aanbestedende overheid hiervan schriftelijk en onverwijld op de hoogte te brengen, die de nodige maatregelen neemt. De wraking wordt geformaliseerd, bijvoorbeeld in een schrijven van de betrokken persoon of in het proces-verbaal van een beraadslagende vergadering. Het doel hiervan is na te gaan of de wraking tijdig is ingeroepen. Men dient eraan te herinneren dat de persoon die verplicht is zich te wraken, een studiebureau belast met de taak van leidend ambtenaar zou kunnen zijn zoals bepaald in de Memorie van toelichting van de wet. Art. 23.Dit artikel betreffende de afspraken bevat een gelijkaardige bepaling als die van artikel 91 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten
  31. Deze bepaling is van toepassing op de offertes en voortaan ook op de aanvragen tot deelneming. Door deel te nemen aan een procedure verklaart een kandidaat of inschrijver zich niet schuldig te hebben gemaakt aan bij artikel 9 van de wet verboden handelingen, overeenkomsten of afspraken. Bovendien moet worden opgemerkt dat krachtens artikel 314 van het Strafwetboek elke afspraak strafbaar is, ongeacht of die gepaard gaat met bedreiging of geweld. HOOFDSTUK
  32. - Raming opdrachtbedrag Art. 24.Dit artikel betreffende de raming van het opdrachtbedrag, groepeert enkele bepalingen van artikel 9 van Richtlijn 2004/18/EG, inzonderheid van de paragrafen 1 tot 3, alsook bepalingen die nu verspreid zijn over de artikelen 2, 28, 54 en 76 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten
  33. Het eerste lid van artikel 24 herinnert aan een algemene regel volgens dewelke de raming van het opdrachtbedrag gebaseerd is op de totale duur en waarde van de opdracht. Hierin zijn begrepen alle verplichte opties, percelen, herhalingen als bedoeld in artikel 26, § 1, 2°, b, van de wet, alle gedeelten als bedoeld in artikel 37, § 1, van de wet en alle verlengingen van de opdracht als bedoeld in artikel 37, § 2, van dezelfde wet. Wanneer voor de oorspronkelijke opdracht is voorzien in één of meer verlengingen in de zin van artikel 37, § 2, van de wet, zal de totale geraamde waarde van de opdracht in principe maximaal 4 jaar kunnen bedragen. Artikel 37, § 2, van de wet bevat voor dergelijke opdrachten met verlengingen immers de regel dat de duur van de opdracht in principe beperkt dient te blijven tot vier jaar na het sluiten van de opdracht. Moeten eveneens in aanmerking worden genomen, alle voor de totale duur van een raamovereenkomst of dynamisch aankoopsysteem geplande opdrachten, alsook het prijzengeld en de betalingen aan de deelnemers. Bijgevolg moet de raming rekening houden met alle elementen die de waarde van het ontwerp kunnen beïnvloeden. Het tweede lid bevat een nieuwe verduidelijking betreffende het tijdstip waarop de raming wordt gemaakt : dit moet gebeuren op het tijdstip van de verzending van de bekend te maken aankondiging of, wanneer deze aankondiging gezien de gunningswijze niet vereist is, op het tijdstip waarop de procedure wordt aangevat, namelijk bij de verzending van de uitnodigingen om een aanvraag tot deelneming of een offerte in te dienen. Het derde lid herinnert aan het principe dat vervat is in artikel 9, § 3, van Richtlijn 2004/18/EG, alsook in de artikelen 2, 28 en 54 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten
  34. Volgens dit principe mag geen enkele opdracht worden gesplitst teneinde die aan de bekendmakingsregels te onttrekken. Indien bijvoorbeeld percelen of gedeelten van werken of bouwwerken toegestaan zijn, mogen deze modaliteiten niet tot gevolg hebben dat de percelen of gedeelten onttrokken worden aan de mededinging via een bekendmaking op Belgisch niveau en, desgevallend, op Europees niveau. Art. 25.Onverminderd de bepalingen van artikel 24 van dit ontwerp, bevat het onderhavige artikel, dat overeenstemt met artikel 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten8, twee verduidelijkingen voor de berekening van de geraamde waarde van een opdracht voor werken : 1° enerzijds dient rekening te worden gehouden met alle geplande werken.Wanneer het een bouwwerk betreft als bedoeld in artikel 3, 2°, van de wet, zoals uiteengezet in de memorie van toelichting, d.w.z. het product van een geheel van bouwkundige of civieltechnische werken dat ertoe bestemd is als zodanig een economische of technische functie te vervullen, moet de waarde van de verschillende opdrachten worden samengeteld om de op elke afzonderlijke opdracht toepasselijke bekendmakingsregels te bepalen op grond van de regel vermeld in artikel 24, derde lid; 2° anderzijds moet ook rekening worden gehouden met de geraamde waarde van de leveringen die nodig zijn voor de uitvoering van de werken of van het bouwwerk en die de aanbestedende overheid ter beschikking stelt van de aannemer.Bijvoorbeeld : de ter beschikkingstelling van een partij straatstenen of andere materialen. Er dient bovendien te worden onderstreept dat, anders dan in de huidige reglementering, deze bepaling, in navolging van de richtlijn, zich niet langer uitstrekt tot de diensten die door de aanbestedende overheid ter beschikking worden gesteld. Aangezien de Europese drempels voor de werken en leveringen verschillend zijn, betekent dit a contrario dat de waarde van de leveringen die niet nodig zijn voor de uitvoering van een opdracht voor werken, niet mag worden toegevoegd aan de waarde van de werken met de bedoeling ze te onttrekken aan de mededinging op Europees niveau. Art. 26.Dit artikel bevat specifieke berekeningsmodaliteiten voor sommige overheidsopdrachten voor leveringen die vervat zijn in artikel 28, eerste en tweede lid, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten
  35. Overeenkomstig het eerste lid, moet bij opdrachten voor leveringen die een zekere regelmaat vertonen of bestemd zijn om in de loop van een bepaalde periode te worden herhaald, worden uitgegaan van de totale geraamde waarde van de opeenvolgende opdrachten over twaalf maanden volgend op de eerste levering of, indien de looptijd van de opdracht meer bedraagt dan twaalf maanden, over de volledige looptijd ervan. Artikel 9, 7, van Richtlijn 2004/18/EG voorziet in twee verschillende ramingswijzen voor dit soort opdrachten. In dit ontwerp wordt gekozen voor de meest strenge ramingswijze om foutieve interpretaties te voorkomen. De formulering « opdrachten voor leveringen die een zekere regelmaat vertonen » heeft betrekking op de aankoop van leveringen van dezelfde aard via afzonderlijke opdrachten die gegund worden tijdens dezelfde referentieperiode, meer bepaald het begrotingsjaar of boekjaar. De formulering « die bestemd zijn om te worden hernieuwd » heeft betrekking op steeds wederkerende behoeften van de aanbestedende overheid. Overeenkomstig het tweede lid zijn specifieke berekeningsmodaliteiten van toepassing wanneer de opdrachten gegund worden in de vorm van huur, huurkoop, leasing of in een vergelijkbare vorm. Bij een opdracht met een bepaalde duur, wordt rekening gehouden met de geraamde totale waarde van de opdracht voor de gehele looptijd ervan. Wanneer deze bepaalde duur meer dan twaalf maanden bedraagt, moet de restwaarde van de leveringen op het einde van de overeenkomst in de raming worden opgenomen. Bij opdrachten van onbepaalde duur, of waarvan de looptijd niet kan worden bepaald, moet het geraamde maandelijkse bedrag van de opdracht vermenigvuldigd worden met achtenveertig. Hier worden bijvoorbeeld de opdrachten met een clausule tot jaarlijkse verlenging bedoeld. Daarentegen moet een opdracht met een maximale looptijd van vijf jaar die een clausule tot jaarlijkse opzegging bevat, beschouwd worden als een opdracht met een bepaalde duur van vijf jaar. In dat geval zullen de vijf jaar in aanmerking worden genomen om de geraamde waarde van de opdracht te bepalen. Ten slotte wordt hier nog herinnerd aan de bepaling van artikel 3, 3°, van de wet die betrekking heeft op de hypothese van een gemengde opdracht van leveringen en werken. Meer bepaald gaat het om de regel volgens dewelke een opdracht die betrekking heeft op het leveren van producten en in bijkomende orde op plaatsing- en installatiewerkzaamheden als een opdracht voor leveringen moet worden beschouwd. Art. 27.Dit artikel bevat sommige berekeningsmodaliteiten die specifiek betrekking hebben op de opdrachten voor diensten en overeenstemmen met de bepalingen van artikel 54 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten
  36. Paragraaf 1 herinnert aan het principe volgens hetwelk de waarde van de opdracht de geraamde totale vergoeding van de dienstverlener bevat. Vervolgens licht de tekst dit principe toe voor de drie categorieën van diensten. De paragrafen 2 en 3 bevatten twee verduidelijkingen over de berekeningswijze van de geraamde waarde van sommige opdrachten voor diensten. Bij een opdracht met een bepaalde duur die niet meer bedraagt dan achtenveertig maanden, moet rekening worden gehouden met de totale geraamde waarde van de opdracht voor de gehele looptijd ervan. Bij een opdracht van onbepaalde duur of waarvan de bepaalde duur meer bedraagt dan achtenveertig maanden, is de berekening daarentegen gebaseerd op de geraamde maandelijkse waarde vermenigvuldigd met achtenveertig. Bij opdrachten voor diensten die een zekere regelmaat vertonen of bestemd zijn om in de loop van een bepaalde periode te worden hernieuwd, worden uitgegaan van de totale geraamde waarde van de opeenvolgende opdrachten over twaalf maanden volgend op de eerste prestatie of, indien de looptijd van de opdracht meer bedraagt dan twaalf maanden, over de volledige looptijd ervan. Paragraaf 4 bepaalt dat bij opdrachten die diensten van zowel bijlage II, A, als bijlage II, B, van de wet omvatten, moet worden bepaald welke van deze beide categorieën de grootste waarde vertegenwoordigt teneinde m.n. na te gaan of een Europese bekendmaking of enkel een Belgische bekendmaking vereist is. De andere hypotheses van gemengde opdrachten worden in artikel 3, 4°, van de wet geregeld. Art. 28.Dit artikel preciseert dat de raming van het opdrachtbedrag bij de aanvang van de procedure bepaalt welke voorschriften erop van toepassing zijn tijdens het volledige verloop ervan tot aan de sluiting van de opdracht. Zo zal bijvoorbeeld een opdracht waarvoor volgens de raming een bekendmaking op Europees niveau vereist is, onderworpen zijn aan de voorschriften die toepasselijk zijn op die opdrachtcategorie, zelfs indien het goed te keuren opdrachtbedrag lager is dan de Europese drempel. Omgekeerd zal een opdracht waarvan het geraamde bedrag beneden de Europese drempel lag, maar waarvan het bedrag van de goed te keuren offerte deze drempel komt te overschrijden, onderworpen blijven aan de volgens de raming toepasselijke regels. De bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie en/of in het Bulletin der Aanbestedingen van een aankondiging betreffende een opdracht waarvoor een dergelijke bekendmaking niet verplicht is, heeft daarentegen geen enkele invloed op het op die opdracht toepasselijke stelsel, uitgaande van zijn geraamde waarde. In de mate dat verwezen wordt naar het geraamde bedrag van de opdracht, is artikel 28 bovendien niet van toepassing op de opdrachten die worden gegund op basis van het goed te keuren bedrag, zoals deze gegund via onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking zoals bedoeld in artikel 26, § 1, 1°, a, van de wet. HOOFDSTUK
  37. - Bekendmaking Afdeling
  38. - Algemene bekendmakingsregels Art. 29.Dit artikel stemt overeen met de bepalingen betreffende de bekendmaking die verspreid zijn over de artikelen 3, 4, 8, 12, 14, 14bis, 29, 30, 34, 38, 40, 40bis, 55, 56, 60, 64, 66 en 66bis van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten
  39. Het bepaalt dat voor de opdrachten die onderworpen zijn aan de Europese bekendmaking, de aankondigingen bekendgemaakt worden in het Publicatieblad van de Europese Unie en in het Bulletin der Aanbestedingen. De aankondiging bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen moet inhoudelijk overeenstemmen met die bestemd voor het Publicatieblad en de bekendmaking ervan mag niet plaatsvinden vóór de datum waarop de aankondiging naar het Bureau voor Publicaties van de Europese Unie wordt verzonden. Hierbij moet worden opgemerkt dat artikel 36, 6, van Richtlijn 2004/18/EG bepaalt dat de inhoud van de aankondiging beperkt is tot ongeveer 650 woorden wanneer deze aankondiging niet met elektronische middelen wordt verzonden overeenkomstig de verzendingswijze bepaald door het Bureau voor Publicaties van de Europese Unie. Opdrachten die enkel onderworpen zijn aan de Belgische bekendmaking, worden bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen. Deze bekendmaking kan nochtans aangevuld worden met inlichtingen die de aanbestedende overheid, conform artikel 40, § 2, laatste lid, verstrekt via een internetadres en die eveneens als officiële bekendmaking gelden. Volgens paragraaf 2 geldt enkel de aankondiging bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie en in het Bulletin der Aanbestedingen, eventueel aangevuld met de inlichtingen verstrekt via het internetadres, zoals vermeld in artikel 40, § 2, laatste lid, als officiële bekendmaking. Geen enkele andere bekendmaking mag plaatsvinden vóór de verzendingsdatum van de aankondiging. Ze mag geen andere informatie bevatten dan die vervat in die aankondiging. De bepaling vermeldt ten slotte dat het verboden is om vóór de verzendingsdatum van de aankondiging met het oog op een officiële bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie en/of in het Bulletin der Aanbestedingen, naargelang het geval, de in de aankondiging vermelde informatie bekend te maken of te verspreiden. Dit verbod heeft hoofdzakelijk betrekking op de elektronische en automatische verspreiding van de informatie vervat in de aankondiging naar geïnteresseerde personen en dit vóór de verzendingsdatum van de aankondiging. De bedoeling hiervan is te vermijden dat sommige inschrijvers op die manier een tijdsvoordeel zouden bekomen omdat zij vóór de bekendmaking op de hoogte zijn gebracht. Om dezelfde reden mag de inhoud van de niet-officiële bekendmaking niet verschillen van die van de officiële bekendmaking, zodat het niet toegestaan is om langs die weg bijkomende informatie mee te delen. Art. 30.Dit artikel vormt een nieuwe bepaling. Wanneer de aanbestedende overheid sommige reeds officieel bekendgemaakte gegevens wenst te verbeteren of aan te vullen, kan zij hetzij een volledig nieuwe aankondiging bekendmaken, hetzij het in bijlage 16 opgenomen model van aankondiging gebruiken. Dankzij dit model kan worden vermeden dat een volledig nieuwe aankondiging moet worden bekendgemaakt, wat een soepeler oplossing biedt wanneer de verbeteringen of wijzigingen eerder beperkt zijn. In geval van de bekendmaking van een volledig nieuwe aankondiging is het wenselijk om daarop de aandacht te vestigen in het veld VI.3 « Andere inlichtingen », teneinde een link te leggen met de eerder bekendgemaakte aankondiging(en). De aanbestedende overheid dient evenwel rekening te houden met de eventuele impact van de aangebrachte verbeteringen of aanvullingen op de ontvangsttermijn voor de aanvragen tot deelneming of de offertes, zoals vermeld in de oorspronkelijke aankondiging. Doorgaans zal zij een verlenging ervan moeten toestaan. Deze dient eventueel te worden verlengd in functie van het belang van de verbeteringen of aanvullingen, opdat de kandidaten of inschrijvers nog over een voldoende termijn zouden beschikken om met het bericht rekening te kunnen houden. Art. 31.Het eerste lid van dit artikel, dat overeenstemt met enkele bepalingen die verspreid zijn over de artikelen 4, 12, 14, 30, 38, 40, 56, 64 en 66 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten8, bepaalt dat de bewijslast van de verzending van de aankondiging van opdracht bij de aanbestedende overheid berust. Het tweede lid bevat de nieuwe bepaling dat de bevestiging van de verzending van de inlichtingen strekt tot bewijs van de bekendmaking van de aankondiging. Afdeling
  40. - Europese drempels Art. 32.Dit artikel vermeldt de Europese drempelbedragen. Het stemt overeen met de artikelen 1, 27 en 53 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten
  41. De opdrachten waarvan de geraamde waarde de in dit artikel vastgelegde bedragen bereikt of overschrijdt, zijn onderworpen aan de Europese bekendmaking. Overeenkomstig artikel 2, § 2, gaat het om bedragen zonder belasting over de toegevoegde waarde. Naargelang de aard van de opdracht, zijn de volgende drempels van toepassing tot 31 december 2011 : 1° voor de werken, 4.845.000 euro, ongeacht de aanbestedende overheid. Het begrip « werken » omvat ook de bouwwerken, zoals uiteengezet in de memorie van toelichting van artikel 3, 2°, van het wetsontwerp; 2° voor de leveringen, 193.000 euro. Deze drempel is evenwel 125.000 euro voor sommige federale aanbestedende overheden bedoeld in bijlage 2 van het ontwerp (de federale overheidsdiensten en programmatorische overheidsdiensten, de Regie der Gebouwen, de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, het Rijksinstituut voor Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen, het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering, de Rijksdienst voor Pensioenen, de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering, het Fonds voor de Beroepsziekten en de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening). Wat het Ministerie van Landsverdediging betreft, is de drempel van 125.000 euro evenwel enkel van toepassing op de producten vermeld in punt 2 van bijlage
  42. Voor de overige leveringen die niet specifiek militair zijn, geldt de gewone drempel van 193.000 euro; 3° voor de diensten bedoeld in bijlage II, A, van de wet, 193.000 euro. Deze drempel is evenwel 125.000 euro voor de federale aanbestedende overheden opgesomd in het voormelde punt 2°, met inbegrip van het Ministerie van Landsverdediging. Ongeacht de aanbestedende overheid, geldt evenwel een gemeenschappelijke drempel van 193.000 euro voor : - sommige telecommunicatiediensten als bedoeld in categorie 5 van bijlage II, A, van de wet. Hierbij moet er ook aan worden herinnerd dat de spraaktelefonie-, telex-, radiotelefonie-, semafoon- en satellietdiensten, die vroeger uitgesloten waren, inmiddels onder het toepassingsgebied van de wetgeving vallen, meer bepaald sinds de wijziging van bijlage 2 van de wet van 24 december 1993 door de koninklijke besluiten van 23 november 2007 en 29 september 2009; - de diensten voor onderzoek en ontwikkeling als bedoeld in categorie 8 van bijlage II, A, van de wet. Deze diensten behoren evenwel enkel tot het toepassingsgebied van de wet indien de resultaten van het onderzoek uitsluitend toebehoren aan de aanbestedende overheid voor het gebruik dat zij ervan maakt bij de uitoefening van haar eigen werkzaamheden en laatstgenoemde de dienstverlening volledig vergoedt; - de diensten bedoeld in bijlage II, B, van de wet. Deze diensten die als niet-prioritair zijn beschouwd voor de voltooiing van de interne markt, zijn enkel verplicht onderworpen aan de Europese bekendmaking van de sluiting van de opdracht, en dit ongeacht de procedure, conform artikel 38, §
  43. Tot nader order worden deze diensten, anders dan die van de bijlage II, A, van de wet, minder belangrijk geacht voor de concurrentie binnen de interne markt. Dat is ook de reden waarom ze niet het voorwerp moeten uitmaken van een voorafgaande Europese bekendmaking. De Europese Commissie kan het bedrag van de Europese drempels herzien overeenkomstig artikel 78 van Richtlijn 2004/18/EG. Dit is de reden waarom de Eerste Minister, op grond van artikel 77, § 2, van de wet belast is met de aanpassing van de bedragen van dit besluit op basis van de door de Europese Commissie verrichte herzieningen. De volgende herziening zal plaatsvinden op 1 januari
  44. Art. 33.Dit artikel betreffende de opdrachten in percelen, herneemt de bepalingen van de artikelen 2, tweede lid, en 54, vierde lid, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten8 en verruimt ze tot de homogene leveringen. Onder homogene leveringen moeten leveringen worden verstaan van dezelfde aard en met dezelfde of een vergelijkbare bestemming : bijvoorbeeld fotokopieerpapier ongeacht het vereiste formaat, kantoormeubelen die een harmonisch geheel moeten vormen of nog voedingsmiddelen van een bepaald assortiment. In dat geval moeten de bedragen van alle percelen worden samengevoegd teneinde te bepalen of de Europese drempel is bereikt. Als dat zo is, zijn alle percelen onderworpen aan de Europese bekendmaking. De aanbestedende overheid kan nochtans gebruik maken van de in dit artikel vermelde mogelijkheid om percelen waarvan het individuele bedrag kleiner is dan 1.000.000 euro voor werken en 80.000 euro voor diensten en nu ook voor homogene leveringen aan de Europese bekendmaking te onttrekken. Hiervoor geldt evenwel als voorwaarde dat het samengevoegde bedrag van de onttrokken percelen niet meer bedraagt dan twintig percent van het bedrag van het geheel van alle percelen. Een dergelijke bepaling maakt het mogelijk deze percelen met een beperkte waarde enkel op nationaal niveau bekend te maken, daar deze immers vooral interessant zijn voor kleine en middelgrote ondernemingen. De waarde van deze percelen wordt niettemin in aanmerking genomen voor de raming van de opdracht overeenkomstig de artikelen 24 tot
  45. Een voorbeeld zou kunnen zijn, een bouwwerk met een geraamd bedrag van 5,5 miljoen euro en verdeeld in vier percelen van respectievelijk : - perceel « ruwbouw » = 4 miljoen euro - perceel « speciale technieken » = 0,7 miljoen euro - perceel « schrijnwerk » = 0,5 miljoen euro - perceel « afwerking » = 0,3 miljoen euro. De aanbestedende overheid mag de percelen « speciale technieken » en « schrijnwerk » niet onttrekken aan de Europese bekendmaking. Alhoewel de individuele waarde van deze verschillende percelen inderdaad minder bedraagt dan 1 miljoen euro, is hun samengevoegd bedrag evenwel hoger dan 20 % van het opdrachtbedrag, d.w.z. 1,1 miljoen euro. De percelen « schrijnwerk » en « afwerking » kunnen daarentegen wel aan de Europese bekendmaking worden onttrokken, omdat de individuele waarde van deze verschillende percelen minder bedraagt dan 1 miljoen euro en hun samengevoegd bedrag lager is dan 20 % van het opdrachtbedrag, d.w.z. 1,1 miljoen euro. Hetzelfde zou gelden voor het perceel « speciale technieken ». In deze gevallen dienen de andere percelen vanzelfsprekend te worden bekendgemaakt op Europees niveau, zelfs indien de totale waarde van die percelen de Europese drempel niet bereikt. In het eerst geciteerde voorbeeld vertegenwoordigen de percelen « ruwbouw » en « speciale technieken » slechts een bedrag van 4,7 miljoen euro. Niettemin moeten ze worden bekendgemaakt omdat rekening moet worden gehouden met de geraamde waarde van de onttrokken percelen bij het bepalen van de globale waarde van de opdracht (rekening houdend met de huidige Europese drempel van 4.845.000 euro). De onttrokken percelen worden gegund bij aanbesteding of offerteaanvraag en bekendgemaakt op Belgisch niveau. Het gebruik van een onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking is evenwel uitgesloten, behoudens in de gevallen bedoeld in artikel 105, § 1, 1° en 2°. Afdeling
  46. - Europese bekendmaking Art. 34.Dit nieuwe artikel bepaalt dat deze afdeling van toepassing is op de opdrachten onder de tweeledige voorwaarde dat ze de Europese drempels bereiken en onderworpen zijn aan de Europese bekendmaking. Deze tweede voorwaarde sluit de opdrachten uit waarop de wet van toepassing is, maar die niet Europees moeten worden bekendgemaakt, zoals sommige opdrachten die geheim zijn verklaard of waarvan de uitvoering gepaard moet gaan met bijzondere veiligheidsmaatregelen als bedoeld in artikel 26, § 1, 1°, b, van de wet. Art. 35.Dit nieuwe artikel somt de aankondigingen op die vorm geven aan de Europese bekendmaking, namelijk de vooraankondiging, de aankondiging van opdracht en de aankondiging van gegunde opdracht. Er wordt verwezen naar de commentaar van artikel 36 en volgende. Art. 36.Dit artikel neemt de bepalingen over betreffende de bekendmaking van de vooraankondiging en de inhoud ervan opgenomen in de artikelen 3, 29 en 55 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten
  47. De bedoelde werken en bouwwerken zijn die waarvan de geraamde waarde minimum 4.845.000 euro bedraagt. Wat de leveringen betreft, heeft de vooraankondiging betrekking op alle opdrachten met een totale waarde van minimum 750.000 euro die individueel waarschijnlijk de drempel voor de Europese bekendmaking bereiken en ingedeeld zijn per productgroep. De « productgroepen » worden aangeduid met de eerste drie cijfers van de basiswoordenlijst van de CPV-nomenclatuur (gemeenschappelijke woordenlijst overheidsopdrachten, goedgekeurd bij Verordening (EG) nr. 213/2008 van de Commissie van 28 november 2007 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2195/2002 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de gemeenschappelijke woordenlijst overheidsopdrachten (CPV) en tot wijziging van de Richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad inzake de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten, in verband met de herziening van de CPV (PBEU L-74 van 15 maart 2008). Zo hebben de drie eerste cijfers 031 bijvoorbeeld betrekking op land- en tuinbouwproducten, de cijfers 302 op computeruitrusting en -benodigdheden, de cijfers 325 op telecommunicatiebenodigdheden en de cijfers 341 op motorvoertuigen. Het is overigens nuttig eraan te herinneren dat de raamovereenkomst valt onder het begrip opdracht als bedoeld in dit ontwerp. Wat de diensten betreft, is de indeling voor hetzelfde totaalbedrag van 750.000 euro gebaseerd op de categorieën van bijlage II, A, van de wet. Artikel 36 bevat de nieuwe verduidelijking dat de bekendmaking van een dergelijke aankondiging slechts verplicht is wanneer de aanbestedende overheid de termijn voor de ontvangst van de offertes wenst in te korten overeenkomstig de artikelen 46 en 47 van het ontwerp. Indien dit niet in haar bedoeling ligt, is de bekendmaking facultatief, maar laat deze geen inkorting van de termijnen toe. Nochtans dient men zich bewust te zijn van het belang dat deze informatie over mogelijke geplande opdrachten voor de ondernemingen kan hebben. De bekendmaking van een vooraankondiging maakt het immers mogelijk dat de ondernemers zich voorbereiden op de deelname aan de aldus aangekondigde procedures en dat de aanbestedende overheden voordeel kunnen halen uit een eventuele verruiming van de mededinging. Dit is de reden waarom § 2 bepaalt dat de bekendmaking van een dergelijke aankondiging zo vlug mogelijk moet gebeuren na het begin van het begrotingsjaar of, voor de werken, na de beslissing tot goedkeuring van het programma waarin de werken of de raamovereenkomsten zijn opgenomen. In die omstandigheden zal een vooraankondiging immers het meest nuttig zijn. Dit belet evenwel niet dat later in de loop van het begrotingsjaar een bekendmaking kan plaatsvinden indien, bijvoorbeeld, nieuwe opdrachten worden uitgeschreven. Bepaalde opdrachten voor leveringen en voor diensten kunnen de drempel voor de Europese bekendmaking bereiken (vandaag, naargelang het geval 125.000 of 193.000 euro) zonder individueel of samen de drempel van 750.000 euro te bereiken. In dat geval is de inkorting van de termijn ingevolge de bekendmaking van een vooraankondiging eveneens mogelijk. Bovendien wordt de bepaling vervat in artikel 35, 1, van Richtlijn 2004/18/EG vooralsnog niet omgezet in dit ontwerp. Volgens deze bepaling kan de aanbestedende overheid de vooraankondiging, via haar kopersprofiel, bekendmaken op een website. Een dergelijke bepaling is immers complex omdat de aanbestedende overheid zelfs in dat geval de Europese Commissie moet informeren over deze bekendmaking via haar kopersprofiel. Bovendien zou het overaanbod van dergelijke websites de ondernemingen minder transparante informatie bieden dan de officiële bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie en in het Bulletin der Aanbestedingen. Art. 37.Dit artikel neemt de bepalingen over van het eerste lid van de artikelen 4, 30, 53, § 4, en 56 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten
  48. Hij is nu ook toepasselijk op de concurrentiedialoog. Artikel 37 is niet van toepassing op de opdrachten voor diensten bedoeld in bijlage II, B, van de wet, want deze zijn niet verplicht onderworpen aan een voorafgaande Europese bekendmaking. Art. 38.Dit artikel stemt overeen met de artikelen 8, 34 en 60 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten8, behalve wat de toelichting over de concurrentiedialoog, het dynamisch aankoopsysteem en de raamovereenkomst betreft. Deze procedures en modaliteiten bestaan heden immers niet. Ongeacht de gebruikte procedure en dus ook in geval van concurrentiedialoog en onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking bij de aanvang van de procedure als bedoeld in artikel 26, § 1, van de wet, wordt een aankondiging van gegunde opdracht bekendgemaakt conform het model in bijlage
  49. Overeenkomstig paragraaf 1 moet deze aankondiging worden verzonden binnen een termijn van achtenveertig dagen na de sluiting van de opdracht. Deze aankondiging is bestemd voor bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie en in het Bulletin der Aanbestedingen. Een aankondiging van gegunde opdracht is evenwel niet vereist voor de opdrachten gesloten via onderhandelingsprocedure op grond van artikel 26, § 2, 1°, b, van de wet, d.w.z. voor de geheime opdrachten, die waarvan de uitvoering gepaard moet gaan met bijzondere veiligheidsmaatregelen en die waarvoor de bescherming van de fundamentele belangen van de veiligheid van het land een gunning via onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking noodzakelijk maakt. Een dergelijke aankondiging moet evenmin worden bekendgemaakt bij de sluiting van elk van de opdrachten die op een raamovereenkomst gebaseerd zijn. Voor de opdrachten gebaseerd op een dynamisch aankoopsysteem, mogen de resultaten nochtans per trimester worden gegroepeerd. Deze aankondiging bevat informatie over de resultaten van de procedure. In dat geval mogen de resultaten van de tijdens een trimester gesloten opdrachten dus worden gegroepeerd en, indien nodig, het voorwerp uitmaken van diverse afzonderlijke aankondigingen, volgens de betrokken leveringen of diensten voor courant gebruik. Volgens paragraaf 2 moet de aanbestedende overheid, wanneer de opdracht betrekking heeft op de diensten zoals vermeld in bijlage II, B, van de wet waarvan het geraamde bedrag de Europese drempel bereikt, evenwel vermelden of zij de bekendmaking van de aankondiging in het Publicatieblad van de Europese Unie aanvaardt. Indien zij die weigert, wordt de aankondiging van gegunde opdracht niet naar het Bulletin der Aanbestedingen verzonden. In tegenstelling tot de Europese Commissie heeft de Federale Overheidsdienst Personeel en Organisatie immers geen bevoegdheid inzake toezicht op de overheidsopdrachten, en die informatie, die niet bestemd is voor publicatie, zou geenszins nuttig zijn voor haar. Volgens paragraaf 3 mag de aanbestedende overheid bepaalde gegevens niet bekendmaken indien de openbaarmaking ervan de toepassing van een wet zou belemmeren, in strijd zou zijn met het algemeen belang, nadelig zou zijn voor de rechtmatige commerciële belangen van ondernemingen of de eerlijke mededinging tussen hen zou kunnen schaden. Deze bepaling wordt onder meer geïllustreerd door de volgende rechtspraak : Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, arrest van 14 februari 2008, zaak C-450/06, Varec; Raad van State, arrest nr. 164.028 van 24 oktober 2006; Grondwettelijk Hof, arrest nr. 118/2007 van 19 september
  50. Afdeling
  51. - Belgische bekendmaking Art. 39.Dit nieuwe artikel leidt afdeling 4 in die de na te leven bekendmakingsregels bevat voor de opdrachten die enkel onderworpen zijn aan de Belgische bekendmaking. Deze afdeling heeft betrekking op de opdrachten voor werken en leveringen, alsook de opdrachten voor diensten zoals vermeld in bijlage II, A, van de wet waarvan de geraamde waarde lager ligt dan de Europese drempels vermeld in artikel 32 van dit besluit. Voor de opdrachten voor diensten, zoals vermeld in bijlage II, B, van de wet, zijn de bepalingen van afdeling 4 van toepassing, ongeacht de geraamde waarde van de opdracht, behalve indien toepassing wordt gemaakt van de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking. Wat de Europese bekendmaking betreft, zijn deze diensten immers enkel onderworpen, onder de voorwaarden van artikel 38, § 2, aan de verplichting om een aankondiging van gegunde opdracht op te stellen wanneer ze de Europese drempels bereiken. Een bekendmaking op Belgisch niveau is daarentegen vereist bij aanbesteding, offerteaanvraag, onderhandelingsprocedure met bekendmaking, vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met bekendmaking en concurrentiedialoog. Art. 40.Dit artikel strekt tot de bekendmaking van een aankondiging van opdracht en stemt gedeeltelijk overeen met de artikelen 12, 13, 14, 38, 39, 40, 64, 65 en 66 van het koninklijk besluit van 8 januari
  52. In dit besluit is evenwel geen sprake van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met bekendmaking en de concurrentiedialoog, die nieuw zijn in dit ontwerp. Enkel de essentiële inlichtingen als bedoeld in paragraaf 2 moeten in de aankondiging worden vermeld. Het in de bepaling onder 2° van paragraaf 2 vermelde begrip « soort opdracht » heeft respectievelijk betrekking op de werken, leveringen en diensten. Het begrip « kostprijs », waarvan sprake in punt 4°, wijst erop dat de eventueel aan de geïnteresseerden gevraagde betaling enkel betrekking mag hebben op de kosten voor het kopiëren en verzenden van de opdrachtdocumenten. Zoals uiteengezet in de commentaar bij artikel 29, kunnen sommige inlichtingen verstrekt worden via een internetadres. Deze laatste mogelijkheid is opgenomen in een nieuwe bepaling. Art. 41.Dit artikel handelt over twee systemen die kunnen worden toegepast bij beperkte procedure en onderhandelingsprocedure met bekendmaking, en die betrekking hebben op de opstelling van een lijst van geselecteerden en op de uitwerking van een kwalificatiesysteem. Overeenkomstig paragraaf 2 kan de bekendmaking van meerdere aankondigingen op Belgisch niveau, voor gelijkaardige opdrachten worden vervangen door één enkele periodieke bekendmaking van een aankondiging die betrekking heeft op het opmaken van een lijst van geselecteerde aannemers, leveranciers en dienstverleners, rekening houdend met de aard en het voorwerp van de betrokken opdrachten. Een vergelijkbare bepaling is opgenomen in de artikelen 14, § 2, 40, § 2 en 66, § 2, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten
  53. Het na te leven model van aankondiging is opgenomen in bijlage 9 van het ontwerp. De geldigheidstermijn van deze lijst wordt door dit ontwerp verlengd van één tot maximum drie jaar vanaf de datum van de selectiebeslissing. Tijdens deze periode blijft de lijst gesloten voor nieuwe kandidaten. Wanneer tijdens de geldigheidsperiode een beroep wordt gedaan op de lijst om een hier bedoelde opdracht te gunnen, moet de aanbestedende overheid alle geselecteerden gelijktijdig verzoeken een offerte in te dienen. Deze lijst moet ervoor zorgen dat de aanbestedende overheden die opdrachten gunnen die in de loop van een bepaalde periode een zekere regelmaat vertonen op grond van de aard en de omvang van de prestaties, de administratieve lasten kunnen verminderen op het vlak van de bekend te maken aankondigingen, terwijl een voldoende transparantie van de procedures gewaarborgd blijft. Wat de opdrachten voor werken betreft, zal de toepassing van het lijstsysteem niet enkel beperkt zijn door de Europese drempel, maar ook op basis van de wetgeving houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken. Er dient te worden onderstreept dat het bestaan van een dergelijke lijst het plaatsen van een afzonderlijke opdracht via de bekendmaking van een aankondiging van opdracht niet in de weg staat. Het voorstel van de Raad van State om een precisering op te nemen in het dispositief is niet gevolgd daar deze mogelijkheid vanzelfsprekend is. Paragraaf 3 voegt een nieuwe bepaling in. De aanbestedende overheid kan voor gelijkaardige opdrachten die niet onderworpen zijn aan een verplichte bekendmaking op Europees niveau, een kwalificatiesysteem instellen dat beheerd wordt op basis van criteria en voorschriften, overeenkomstig hoofdstuk 5, welke aan de belangstellenden worden meegedeeld. Dit systeem staat tijdens de duur ervan permanent open voor belangstellende ondernemingen die een kwalificatie wensen te bekomen. In tegenstelling tot de lijst van geselecteerden, biedt het kwalificatiesysteem de aanbestedende overheid de mogelijkheid een aantal gekwalificeerde ondernemingen te kiezen die zij uitnodigt tot het indienen van een offerte, rekening houdend met het minimumaantal concurrenten als bedoeld in artikel
  54. Volgens paragraaf 3 wordt de aankondiging betreffende het kwalificatiesysteem jaarlijks gepubliceerd, conform het model in bijlage 10 van het ontwerpbesluit, alsook na elke actualisering van de voorschriften en criteria betreffende het toegangsrecht en de kwalitatieve selectie. Het is immers de bedoeling ervoor te zorgen dat het systeem voldoende transparant is. De intrekking van een kwalificatie moet gebaseerd zijn op de toepasselijke kwalificatiecriteria en -voorschriften. Alvorens een beslissing te nemen, moet de aanbestedende overheid haar gemotiveerde intentie tot intrekking schriftelijk mededelen aan de gekwalificeerde in kwestie, die binnen een termijn van vijftien dagen een bezwaarschrift kan indienen. Het laatste lid van paragraaf 3 bepaalt dat, rekening houdend met het voorwerp en de specificaties van elke opdracht uitgeschreven in het kader van dat systeem en met het aantal gekwalificeerde kandidaten, de aanbestedende overheid kan overgaan tot een nieuwe selectie van de gekwalificeerden op grond van de artikelen 67 tot
  55. Deze selectiebeslissing valt uiteraard onder de toepassing van de bepalingen inzake motivering, informatie en rechtsmiddelen. HOOFDSTUK
  56. - Indiening aanvragen tot deelneming en offertes Afdeling
  57. - Termijnen -

Art. 42

.Artikel 42, eerste lid, herinnert aan het algemeen principe volgens hetwelk de termijnen voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming en de offertes, als bedoeld in de artikelen 46 tot 49, minimumtermijnen zijn, die moeten worden bepaald rekening houdend met de complexiteit van de opdracht en met de nodige voorbereidingstijd. Hierbij moet worden opgemerkt dat alle termijnen worden uitgedrukt in kalenderdagen. Ze worden berekend vanaf de verzending van de aankondiging van opdracht of de uitnodiging tot het indienen van een offerte, naargelang het geval, overeenkomstig de modaliteiten van het recht van de Europese Unie, meer bepaald de Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van de Raad van 3 juni 1971 houdende vaststelling van de regels die van toepassing zijn op termijnen, data en aanvangs- en vervaltijden. Volgens artikel 3 van deze verordening : - gaat een in dagen omschreven termijn in bij de aanvang van het eerste uur van de eerste dag ervan en loopt deze af bij het einde van het laatste uur van de laatste dag ervan; - zijn feestdagen, zondagen en zaterdagen bij de termijnen inbegrepen, behalve indien deze dagen daarvan uitdrukkelijk zijn uitgesloten of indien de termijnen in werkdagen zijn omschreven; - geldt dat, indien de laatste dag van een anders dan in uren omschreven termijn een feestdag, een zaterdag of een zondag is, deze termijn afloopt bij het einde van het laatste uur van de daaropvolgende werkdag. Deze laatste bepaling is niet van toepassing op termijnen die met terugwerkende kracht vanaf een bepaalde datum of gebeurtenis worden berekend, wat in het kader van dit ontwerp niet het geval is. Wanneer bijvoorbeeld in het kader van een opdracht gegund via een open procedure waarvoor een bekendmakingstermijn van 52 dagen geldt, de aankondiging is verzonden op 1 maart, begint de termijn te lopen op 2 maart en eindigt deze ten vroegste op 22 april middernacht. De openingszitting van de offertes zal dan niet kunnen plaatsvinden op 22, maar wel op 23 april. Indien 22 april echter op een zaterdag valt, zal de openingszitting ten vroegste kunnen plaatsvinden bij het verstrijken van de eerstvolgende werkdag (dit is maandag 24 om middernacht), d.w.z. op dinsdag 25 april. Het tweede lid handelt over bepaalde omstandigheden die een rol spelen bij de vaststelling van de termijn. Het is geherformuleerd om tegemoet te komen aan een opmerking van de Raad van State. Het derde en vierde lid die overeenstemmen met het eerste lid van de artikelen 7, 15, 33, 41, 59 en 67 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten8, preciseren de omstandigheden waarin de proceduretermijnen moeten worden verlengd. Het laatste lid bevat een nieuwe bepaling ingeval de artikelen 46 tot 49 geen termijnen vaststellen (bijvoorbeeld voor de ontvangst van de offertes bij onderhandelingsprocedure met bekendmaking en bij concurrentiedialoog en voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming bij concurrentiedialoog beneden de Europese drempels). In deze gevallen bepaalt de aanbestedende overheid een passende en redelijke termijn, rekening houdend met de complexiteit van de opdracht. Art. 43.Dit artikel stemt gedeeltelijk overeen met het derde lid van de artikelen 7, 15, 33, 41, 59 en 67 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten

  1. Het bepaalt dat bij open procedure of vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met bekendmaking, de opdrachtdocumenten door de aanbestedende overheid worden verstrekt binnen zes dagen na ontvangst van het verzoek. Een nieuwe bepaling vermeldt evenwel dat dit voorschrift niet van toepassing is indien de aanbestedende overheid via het aangeduid internetadres vrije, rechtstreekse, onmiddellijke en volledige toegang biedt tot de opdrachtdocumenten. Art. 44.Dit artikel stemt gedeeltelijk overeen met het tweede lid van de artikelen 7, 15, 33, 41, 59 en 67 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten
  2. Het bepaalt binnen welke termijn de aanvullende inlichtingen over de opdrachtdocumenten of, bij concurrentiedialoog, over het beschrijvend document, moeten worden verstrekt. Deze kunnen worden meegedeeld tijdens een bij voorkeur in de opdrachtdocumenten aangekondigde informatiesessie georganiseerd door de aanbestedende overheid. Art. 45.Dit artikel vormt een nieuwe bepaling die evenwel niets verandert aan de bestaande praktijk, bij aanbesteding en offerteaanvraag, zoals die voortvloeit uit de toepassing van artikel 106 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten
  3. Indien een openingszitting van de offertes vereist is in het kader van de procedure - dus bij aanbesteding en offerteaanvraag - of indien de opdrachtdocumenten verwijzen naar een openingszitting van de aanvragen tot deelneming of offertes, alhoewel de reglementering die niet oplegt, wordt het uiterste tijdstip voor de indiening bepaald door de datum en het uur van deze zitting. Bijgevolg mag de aanbestedende overheid geen aanvragen tot deelneming of offertes weigeren die bij de voorzitter van de openingszitting vóór die datum en dat uur zijn toegekomen. Indien de opdrachtdocumenten bijvoorbeeld vermelden dat de offertes tegen 12 uur moeten worden ingediend en de openingszitting gepland is om 14 uur, kunnen de offertes tot 14 uur worden ingediend in het lokaal van de openingszitting. Het vrijwillig organiseren van een openingszitting impliceert vanzelfsprekend niet dat de artikelen 92 tot 94 betreffende het verloop van de openingszitting bij aanbesteding en offerteaanvraag eveneens van toepassing zouden zijn. Afdeling
  4. - Termijnen bij Europese bekendmaking Art. 46.Het eerste lid van paragraaf 1 van dit artikel herneemt de bepalingen van de artikelen 5, 31 en 57 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten
  5. Het bepaalt voor de open aanbesteding en open offerteaanvraag, de minimumtermijn voor de ontvangst van de offertes voor de opdrachten onderworpen aan de Europese bekendmaking. Voor het bepalen van het vertrekpunt van de termijn dient te worden herinnerd aan de regel volgens dewelke de datum van verzending van de aankondiging van het Bureau voor Publicaties van de Europese Unie in aanmerking moet worden genomen en niet de datum van verzending naar de Federale Overheidsdienst Personeel en Organisatie. Er dient te worden opgemerkt dat de inkorting van de termijn ten gevolge van de bekendmaking van een vooraankondiging geen formele motivering vereist. Paragraaf 2 is nieuw. Hieruit blijkt dat de termijn voor de ontvangst van de offertes, eventueel ingekort overeenkomstig paragraaf 1, bijkomend met zeven dagen kan worden ingekort indien de aankondiging on line wordt opgesteld en met elektronische middelen wordt verzonden conform het formaat en op de wijze bepaald in paragraaf 2, 1°. Een bijkomende inkorting met vijf dagen is mogelijk indien de aanbestedende overheid vrije, rechtstreekse, onmiddellijke en volledige toegang biedt tot alle opdrachtdocumenten via een internetadres. Deze verschillende termijninkortingen zijn cumuleerbaar. Art. 47.Paragraaf 1 van artikel 47 herneemt de bepalingen van de artikelen 6, § 1, 32, § 1, en 58, § 1, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten
  6. Hij bepaalt voor de beperkte procedures, de onderhandelingsprocedure met bekendmaking en voortaan ook voor de concurrentiedialoog de minimumtermijn voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming bij opdrachten onderworpen aan de Europese bekendmaking. Het tweede en derde lid zijn nieuwe bepalingen die een inkorting van de ontvangsttermijn van de aanvragen tot deelneming mogelijk maken wanneer de aankondiging online wordt opgesteld en via elektronische middelen wordt verzonden, conform het formaat en de verzendingswijze bepaald door het Bureau voor Publicaties van de Europese Unie en de Federale Overheidsdienst Personeel en Organisatie. Volgens het tweede lid kan de termijn met zeven dagen worden ingekort wanneer de aankondiging via elektronische middelen wordt verzonden. Het derde lid, betreffende de versnelde procedure, bepaalt dat de ontvangsttermijn voor de aanvragen tot deelneming bij beperkte procedure en onderhandelingsprocedure met bekendmaking mag worden ingekort tot een minimumtermijn van vijftien dagen vanaf de verzendingsdatum van de aankondiging en tot tien dagen wanneer de aankondiging online wordt opgesteld en via elektronische middelen wordt verzonden, conform het formaat en de voormelde modaliteiten. Het spoedeisend karakter dat het gebruik van een versnelde procedure rechtvaardigt, is verschillend van de dwingende spoed die voortvloeit uit onvoorziene gebeurtenissen die niet te wijten zijn aan de aanbestedende overheid als bedoeld in artikel 26, § 1, 1°, c, van de wet. Deze laatste omstandigheden zouden immers het gebruik van een onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking rechtvaardigen. Het spoedeisend karakter waarvan hier sprake is, vloeit voort uit een rechts- of feitelijke toestand, intern of extern aan de aanbestedende overheid, die een inkorting van de gewone minimumtermijn noodzakelijk maakt in dit stadium van de procedure. In de volgende voorbeelden is de verantwoording in principe aanvaardbaar : - de dienstverlening aan de gebruikers moet worden voortgezet ondanks de onverwachte stopzetting van de activiteiten van de begunstigde; - de onvoorziene toename van de bestellingen van medische apparatuur die het voorwerp uitmaakt van de opdracht op internationaal niveau leidt tot een verlenging van de productietermijnen; - de Europese kredieten (EFRO-programma) of andere subsidies moeten verplicht binnen een bepaalde termijn worden gebruikt; - de resultaten van de studie moeten beschikbaar zijn binnen een termijn die het mogelijk maakt het door de wetgever bepaalde tijdschema voor de invoering van het persoonlijk medisch dossier te respecteren; - de continuïteit en permanentie van een strategisch communicatieplan dienen te worden gewaarborgd, terwijl de omschrijving van de behoeften van de aanbestedende overheid afhankelijk was van haar beheersovereenkomst die te laat werd goedgekeurd; - de werken moeten snel worden opgestart teneinde de betaling van een dwangsom of het verstrijken van de bouwvergunning te vermijden; - de beschikbaarheid van nieuwe infrastructuur is vereist : op de vermoedelijke datum waarop een Grote Prijs F1 zal plaatsvinden; of tegen de begindatum van een nieuw academisch jaar of schooljaar (cf. HJEG, arrest C-24/91 van 18 maart 1992, Universidad Complutense); of op de voorziene datum voor de opvang van vluchtelingen; - de prijs van de betrokken producten is onderhevig aan grote schommelingen op de internationale markt, zodat de leveranciers geen verbintenis kunnen aangaan anders dan op zeer korte termijn. Vormen daarentegen geen aanvaardbare verantwoording, de loutere vermelding dat : - de aankondiging werd verstuurd via elektronische middelen; - de prestaties enkel door personen die een bepaald beroep uitoefenen, mogen worden uitgevoerd; - de gewone termijn niet haalbaar is; - een bepaald artikel van de reglementering betreffende de versnelde procedure van toepassing is. Geen van de bovenstaande voorbeeldlijsten zijn limitatief te interpreteren. Paragraaf 2 handelt over de minimumtermijn voor de ontvangst van de offertes bij beperkte procedure, voor de opdrachten onderworpen aan de Europese bekendmaking en de mogelijke inkortingen van deze termijn. Ten opzichte van de bepalingen van de artikelen 6, § 2, 32, § 2, en 58, § 2, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten8, doen zich de volgende wijzigingen en nieuwigheden voor : - de mogelijke inkorting van de termijnen tot zesentwintig dagen wordt op zesendertig en tweeëntwintig dagen gebracht; - een bijkomende inkorting met vijf dagen is mogelijk wanneer elektronische middelen worden gebruikt overeenkomstig artikel 46, § 2, 2°; - in verband met de versnelde bekendmaking wordt voortaan gepreciseerd dat de snelst mogelijke middelen voor de verzending van de uitnodigingen tot het indienen van een offerte de telefax of de elektronische middelen zijn. Bij onderhandelingsprocedure met bekendmaking en concurrentiedialoog wordt geen termijn bepaald voor de ontvangst van de offertes. Het komt in die gevallen aan de aanbestedende overheid toe om een passende en redelijke termijn te bepalen, rekening houdend met de complexiteit van de opdracht. Afdeling
  7. - Termijnen bij Belgische bekendmaking Art. 48.Dit artikel herneemt gedeeltelijk de bepalingen van het laatste lid van de artikelen 12, 38 en 64 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten8, betreffende de minimumtermijn voor de ontvangst van de offertes bij open procedure, voor de opdrachten onderworpen aan de Belgische bekendmaking. Het is eveneens van toepassing op de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met bekendmaking, aangezien deze, net als de open procedure, uit één enkele fase bestaat. De termijn voor de ontvangst van de offertes bij open procedure, die nu bij algemene regel op zesendertig dagen is vastgesteld, maakt voortaan een minimumtermijn uit. Bovendien wordt deze minimumtermijn voor de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met bekendmaking op tweeëntwintig dagen vastgesteld. Wanneer het om dringende redenen onmogelijk is om bovengenoemde minimumtermijnen na te leven, is voor beide procedures een inkorting tot minimum tien dagen mogelijk. In tegenstelling tot de Europese bekendmaking, geldt voor de vermindering van de termijn op het niveau van de Belgische bekendmaking nog een tweede vereiste. De aankondiging moet namelijk online worden opgesteld, wat het gebruik van de telefax uitsluit, en via elektronische middelen worden verzonden, conform het formaat en de verzendingswijze bepaald door de Federale Overheidsdienst Personeel en Organisatie. Daarentegen is het niet meer noodzakelijk dat tussen de datum van bekendmaking van de aankondiging in het Bulletin der Aanbestedingen en de datum voor de ontvangst van de offertes, een minimumtermijn van zeven dagen wordt nageleefd. Het gebruik van elektronische middelen verzekert immers een zeer vlugge bekendmaking van de aankondigingen van opdrachten. Een dergelijke inkorting mag evenwel het normale verloop van de mededinging niet verhinderen. De aanbestedende overheid zal dus voorzichtig moeten omspringen met deze mogelijkheid. Bovendien moet deze inkorting, alhoewel een uitdrukkelijk gemotiveerde beslissing niet vereist is, gerechtvaardigd worden in het gunningsdossier. Wat betreft de motivering voor de termijninkorting kan worden verwezen naar de voorbeelden vermeld in de commentaar van artikel
  8. Art. 49.Dit artikel herneemt gedeeltelijk de bepalingen van de paragrafen 1, zevende lid, en 3, laatste lid, van de artikelen 14, 40 en 66 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/10/2000 pub. 22/12/2000 numac 2000010017 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure sluiten
  9. Paragraaf 1 bevat de voorschriften inzake de na te leven minimumtermijn voor de o

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.