11 JULI 2021. - Wet tot omzetting van richtlijn 2019/878 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019, van richtlijn 2019/879 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019, van richtlijn 2019/2034 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019, van richtlijn 2019/2177 van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 2019, van richtlijn 2021/338 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2021 en houdende diverse bepalingen
(2)type wet prom. 02/08/2002 pub. 20/11/2002 numac 2002009820 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de misleidende en vergelijkende reclame, de onrechtmatige bedingen en de op afstand gesloten overeenkomsten inzake de vrije beroepen type wet prom. 02/08/2002 pub. 07/08/2002 numac 2002009716 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties sluiten betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, laatst gewijzigd bij de wet van 2 mei 2019Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/1999 pub. 01/06/1999 numac 1999003307 bron ministerie van financien Wet houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen sluiten8, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° er wordt een bepaling onder 10° /1 ingevoegd, luidende: "10° /1 "lidstaat": een Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (EER)";2° het artikel wordt aangevuld met de bepalingen onder 73° tot 76°, luidende: "73° "Verordening 575/2013": Verordening (EU) Nr.575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012; 74° "achtergesteld in aanmerking komend passief": een in aanmerking komend passief dat voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 72bis van Verordening 575/2013, met uitzondering van artikel 72bis, lid 1, punt b), en artikel 72ter, leden 3 tot 5, van die Verordening;75° "aanvullend-tier 1-instrumenten": de instrumenten die voldoen aan de voorwaarden van artikel 52, lid 1, van Verordening 575/2013;76° "tier 2-instrumenten": de instrumenten die voldoen aan de voorwaarden van artikel 63 van Verordening 575/2013". Art. 14.In dezelfde wet wordt een artikel 30quater ingevoegd, luidende: "Art. 30quater.Onverminderd de regels die van toepassing zijn op het grondgebied van een andere lidstaat, zijn alle verkopen en andere overdrachten onder levenden, om niet of onder bezwarende titel, aan niet-professionele cliënten, van achtergestelde in aanmerking komende passiva, van aanvullend-tier 1-instrumenten of van tier 2-instrumenten met een minimumdenominatiebedrag van minder dan 100 000 euro, op het Belgisch grondgebied of vanuit België verboden.". HOOFDSTUK 5 - Wijzigingen van de wet van 28 december 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/12/2011 pub. 30/12/2011 numac 2011021115 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen sluiten op het Afwikkelingsfonds Art. 15.In artikel 6/1, § 4 van de wet van 28 december 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/12/2011 pub. 30/12/2011 numac 2011021115 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen sluiten op het Afwikkelingsfonds, ingevoegd bij de wet van 27 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/1999 pub. 01/06/1999 numac 1999003307 bron ministerie van financien Wet houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen sluiten0, worden de woorden "in aanmerking komende verplichtingen" vervangen door de woorden "bail-inbare schulden". HOOFDSTUK 6 - Wijzigingen in de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003196 bron federale overheidsdienst financien Wet tot invoering van mechanismen voor een macropridentieel beleid en tot vaststelling van de specifieke taken van de Nationale Bank van België in het kader van haar opdracht om bij te dragen tot de stabiliteit van de financiële sector type wet prom. 25/04/2014 pub. 14/05/2014 numac 2014009199 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten op op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen Art. 16.In het opschrift van de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003196 bron federale overheidsdienst financien Wet tot invoering van mechanismen voor een macropridentieel beleid en tot vaststelling van de specifieke taken van de Nationale Bank van België in het kader van haar opdracht om bij te dragen tot de stabiliteit van de financiële sector type wet prom. 25/04/2014 pub. 14/05/2014 numac 2014009199 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen worden de woorden "en beursvennootschappen" geschrapt. Art. 17.In artikel 1 van dezelfde wet worden de paragrafen 2 en 3 vervangen als volgt: " § 2. Om het spaarderspubliek, de beleggers en de soliditeit en de goede werking van het financiële stelsel te beschermen, regelt deze wet de vestiging en de werkzaamheden van, alsook het toezicht op in België werkzame kredietinstellingen, en hun eventuele afwikkeling. Hiertoe bepaalt zij de toezichtsopdracht van de Nationale Bank van België, in haar hoedanigheid van nationale bevoegde autoriteit, met name in het kader van het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme. De Boeken I tot XI en de Bijlagen I tot VI bij deze wet zorgen voor de gedeeltelijke, tot de kredietinstellingen beperkte omzetting - van Richtlijn 2013/36/EU; - van richtlijn 2011/89/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 houdende wijziging van de richtlijnen 98/78/EG, 2002/87/EG, 2006/48/EG en 2009/138/EG betreffende het aanvullende toezicht op financiële entiteiten in een financieel conglomeraat ("FICOD I"-Richtlijn), hierna "de FICOD I-Richtlijn" genoemd; - van richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012, van het Europees Parlement en de Raad, hierna "Richtlijn 2014/59/EU" genoemd; - van Richtlijn 2014/65/EU; - van richtlijn 2014/49/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 inzake de depositogarantiestelsels, hierna "Richtlijn 2014/49/EU" genoemd; evenals - van richtlijn 97/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 maart 1997 inzake de beleggerscompensatiestelsels, hierna "Richtlijn 97/9/EG" genoemd. § 3. Onder "kredietinstelling" wordt verstaan: 1° een Belgische of buitenlandse onderneming waarvan de werkzaamheden bestaan in het van het publiek in ontvangst nemen van gelddeposito's of van andere terugbetaalbare gelden en het verlenen van kredieten voor eigen rekening;en 2° een Belgische of buitenlandse onderneming waarvan de werkzaamheden bestaan in het verrichten van beleggingsdiensten die bestaan in het handelen voor eigen rekening of het overnemen van financiële instrumenten en/of het plaatsen van financiële instrumenten met plaatsingsgarantie, indien:
- a)de onderneming is geen grondstoffen- en emissierechtenhandelaar, instelling voor collectieve belegging, alternatieve instelling voor collectieve belegging of verzekeringsonderneming;
- b)aan een van de volgende voorwaarden is voldaan: (
- i)de totale waarde van de geconsolideerde activa van de onderneming is gelijk aan of bedraagt meer dan 30 miljard euro; (
- ii)de totale waarde van de activa van de onderneming bedraagt minder dan 30 miljard euro, maar de onderneming maakt deel uit van een groep waarin de totale waarde van de geconsolideerde activa van alle ondernemingen binnen die groep, die elk afzonderlijk minder dan 30 miljard euro aan totale activa bezitten, en die beleggingsdiensten verrichten die bestaan in het handelen voor eigen rekening of het overnemen van financiële instrumenten en/of het plaatsen van financiële instrumenten met plaatsingsgarantie, gelijk is aan of meer dan 30 miljard euro bedraagt; of (iii) de totale waarde van de activa van de onderneming bedraagt minder dan 30 miljard euro, maar de onderneming maakt deel uit van een groep waarin de totale waarde van de geconsolideerde activa van alle ondernemingen binnen de groep die beleggingsdiensten verrichten die bestaan in het handelen voor eigen rekening of het overnemen van instrumenten en/of het plaatsen van financiële instrumenten met plaatsingsgarantie, gelijk is aan of meer dan 30 miljard euro bedraagt, wanneer de consoliderende toezichthouder in overleg met het college van bevoegde autoriteiten daartoe beslist om potentiële risico's van omzeiling van de regelgeving en potentiële risico's voor de financiële stabiliteit van de Europese Unie aan te pakken; en
- c)de onderneming valt niet onder de vrijstellingen bedoeld in artikel 4, § 1 van de wet van 25 oktober 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/1999 pub. 01/06/1999 numac 1999003307 bron ministerie van financien Wet houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen sluiten1. Voor de toepassing van punt 2°, b), onder (
- ii)en (iii), worden, wanneer de onderneming deel uitmaakt van een groep uit een derde land, de totale activa van ieder bijkantoor van de groep uit een derde land waaraan een vergunning is verleend in de Europese Unie in de zin van artikel 218/1, § 2, 2° meegerekend in de gecombineerde totale waarde van de activa van alle ondernemingen van de groep. Voor de toepassing van deze wet worden diensten die bestaan in het in ontvangst nemen van terugbetaalbare geldmiddelen en het verlenen van kredieten en die uitsluitend worden aangeboden of verstrekt aan Amerikaanse onderdanen die tewerkgesteld zijn in de militaire bases, of bij de ondersteunende diensten ervan, van het Algemeen Hoofdkwartier van de Geallieerde Mogendheden in Europa (SHAPE) die aanwezig zijn op het Belgische grondgebied in het kader van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO), of bij de vertegenwoordiging van de regering van de Verenigde Staten op het Belgische grondgebied, evenals aan dergelijke personen die gepensioneerd zijn, en aan personen die deel uitmaken van het gezin van de voornoemde Amerikaanse onderdanen, beschouwd als diensten die niet aan het publiek in België worden aangeboden of verstrekt.". Art. 18.In artikel 3 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de bepaling onder 4° wordt vervangen als volgt: "4° de toezichthouder: de Bank of de Europese Centrale Bank, volgens de bevoegdheidsverdeling vastgelegd door of krachtens de GTM-verordening, voor wat betreft het toezicht op de kredietinstellingen;"; 2° er wordt een bepaling onder 8° /8 ingevoegd, luidende: "8° /8 Richtlijn 2015/849/EU: de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en richtlijn 2006/70/EG van de Commissie;"; 3° de bepaling onder 10° wordt vervangen als volgt: "10° bevoegde autoriteit: een overheidsinstantie of een instelling die met toepassing van Richtlijn 2013/36/EU officieel erkend is door het nationaal recht van een lidstaat en die op grond van dat nationaal recht gemachtigd is toezicht uit te oefenen op kredietinstellingen in het kader van het toezichtstelsel van die staat, evenals, in voorkomend geval, de Europese Centrale Bank, uit hoofde van haar bevoegdheden in het kader van het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme;"; 4° de bepaling onder 12° wordt vervangen als volgt: "12° autoriteit van een derde land: een autoriteit die belast is met het toezicht op de kredietinstellingen in een derde land;"; 5° er wordt een bepaling onder 24° /2 ingevoegd, luidende: "24° /2 wet van 18 september 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/1999 pub. 01/06/1999 numac 1999003307 bron ministerie van financien Wet houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen sluiten3: de wet van 18 september 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/1999 pub. 01/06/1999 numac 1999003307 bron ministerie van financien Wet houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen sluiten3 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten;"; 6° de bepaling onder 30° wordt vervangen als volgt: "30° significante kredietinstelling: een kredietinstelling die voldoet aan minstens een van de volgende voorwaarden:
- a)een systeemrelevante kredietinstelling;
- b)een kredietinstelling die krachtens artikel 6, leden 4 en 5, onder b), van de GTM-verordening onder het rechtstreeks toezicht van de Europese Centrale Bank staat;
- c)een kredietinstelling waarvan de waarde van de activa bepaald op grond van artikel 24 van Verordening nr.575/2013 gemiddeld en op individuele basis, of, indien niet beschikbaar, op geconsolideerde basis, meer dan 5 miljard euro bedraagt over de periode van vier jaar die onmiddellijk voorafgaat aan het lopende boekjaar. De toezichthouder kan beslissen dat een kredietinstelling die voldoet aan de voorwaarde onder
- b)en die de onder
- c)bepaalde drempel niet overschrijdt als niet significante kredietinstelling wordt aangemerkt wegens haar omvang, haar interne organisatie en de aard, de omvang, de complexiteit en het grensoverschrijdende karakter van haar werkzaamheden;"; 7° er wordt een bepaling onder 33° /1 ingevoegd, luidende: "33° /1 beursvennootschap: een beleggingsonderneming naar Belgisch of buitenlands recht waarvan de werkzaamheden met name bestaan in het verrichten:
- a)van beleggingsdiensten die bestaan in: - het handelen voor eigen rekening; - het overnemen van financiële instrumenten en/of plaatsen van financiële instrumenten met plaatsingsgarantie; - het plaatsen van financiële instrumenten zonder plaatsingsgarantie; - het uitbaten van multilaterale handelsfaciliteiten; of - het uitbaten van georganiseerde handelsfaciliteiten; en/of;
- b)van nevendiensten die bestaan in: - bewaring en beheer van financiële instrumenten voor rekening van cliënten, met inbegrip van bewaarnemingsdiensten en daarmee samenhangende diensten zoals contanten- en/of zekerhedenbeheer en met uitzondering van het centraal aanhouden van effectenrekeningen op het hoogste niveau; - het verstrekken van kredieten of leningen aan een belegger om deze in staat te stellen een transactie in één of meer financiële instrumenten te verrichten, bij welke transactie de onderneming die het krediet of de lening verstrekt, betrokken is; - valutawisseldiensten voor zover deze samenhangen met het verrichten van beleggingsdiensten; of - diensten in verband met het overnemen van financiële instrumenten; voor zover aan geen enkele van de voorwaarden van artikel 1, § 3, eerste lid, 2°,
- b)is voldaan."; 8° de bepaling onder 38° wordt vervangen als volgt: "38° financiële holding: een financiële instelling waarvan de dochterondernemingen uitsluitend of hoofdzakelijk één of meer kredietinstellingen of financiële instellingen zijn, en die geen gemengde financiële holding is.De dochterondernemingen van een financiële instelling zijn hoofdzakelijk kredietinstellingen of financiële instellingen indien ten minste één van de dochterondernemingen een kredietinstelling is en indien meer dan 50 % van het eigen vermogen, de geconsolideerde activa, de inkomsten, het personeel van de financiële instelling of een andere indicator die als relevant wordt beschouwd door de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de financiële holding is gevestigd, en, indien dit een andere autoriteit is, in overleg met de consoliderende toezichthouder, verbonden is met dochterondernemingen die kredietinstellingen of financiële instellingen zijn;"; 9° de bepaling onder 41° wordt vervangen als volgt: "41° financiële instelling: een onderneming die geen kredietinstelling en evenmin een zuiver industriële holding is en waarvan de hoofdwerkzaamheid bestaat in het verwerven van deelnemingen of in het uitoefenen van een of meer van de werkzaamheden bedoeld in de punten 2 tot 12 en punt 15 van de in artikel 4 opgenomen lijst;"; 10° de bepaling onder 46° wordt vervangen als volgt: "46° kritieke functies: de werkzaamheden, diensten of verrichtingen van een kredietinstelling waarvan het waarschijnlijk is dat de onderbreking tot een verstoring leidt, in België of in een of meer andere lidstaten, van diensten die essentieel zijn voor de reële economie, of de financiële stabiliteit verstoort, wegens de omvang, het marktaandeel, de verwevenheid met entiteiten binnen en buiten de groep, de complexiteit of de grensoverschrijdende werkzaamheden van de kredietinstelling of de groep waarvan zij deel uitmaakt, met bijzondere aandacht voor de vervangbaarheid van die werkzaamheden, diensten of verrichtingen;"; 11° de bepaling onder 50° wordt vervangen als volgt: "50° herstelplan: een plan dat overeenkomstig artikel 108 wordt opgesteld door een kredietinstelling;"; 12° de bepaling onder 51° wordt vervangen als volgt: "51° afwikkelingsplan: een plan dat overeenkomstig artikel 226 voor een kredietinstelling wordt opgesteld door de afwikkelingsautoriteit;"; 13° de bepaling onder 53° wordt vervangen als volgt: "53° afwikkelbaarheid: de mogelijkheid voor een afwikkelingsautoriteit om een kredietinstelling, een groep als bedoeld in artikel 423, 12° of een entiteit als bedoeld in artikel 424 af te wikkelen;"; 14° de bepaling onder 56° wordt vervangen als volgt: "56° saneringsmaatregelen: de maatregelen die bestemd zijn om de financiële positie van een kredietinstelling in stand te houden of te herstellen en van dien aard zijn dat zij de bestaande rechten van derden kunnen aantasten.Voor de in Boek II bedoelde kredietinstellingen bestaan deze maatregelen in:
- a)de afwikkelingsinstrumenten en de desbetreffende afwikkelingsbevoegdheden als bedoeld in Boek II, Titel VIII;
- b)de in artikel 236, § 1, 1° bedoelde aanstelling van een speciaal commissaris;
- c)de schorsing of het verbod tot uitoefening van alle of een deel van de werkzaamheden, als bedoeld in artikel 236, § 1, 4° ;"; 15° de bepaling onder 57° wordt vervangen als volgt: "57° saneringsautoriteiten: de administratieve of rechterlijke autoriteiten die bevoegd zijn op het vlak van saneringsmaatregelen. Voor de in Boek II bedoelde kredietinstellingen zijn dit de afwikkelingsautoriteit en de toezichthouder wat hun respectieve bevoegdheid inzake saneringsmaatregelen betreft;"; 16° de bepaling onder 59° wordt vervangen als volgt: "59° liquidatieprocedure: een collectieve procedure die door administratieve of rechterlijke autoriteiten wordt ingeleid en gecontroleerd teneinde de activa van een kredietinstelling onder toezicht van deze autoriteiten te gelde te maken.Voor de in Boek II bedoelde kredietinstellingen stemt een dergelijke procedure overeen met een faillissement als geregeld bij Boek XX van het wetboek van economisch recht;"; 17° de bepaling onder 60° wordt vervangen als volgt: "60° vereffening: de tegeldemaking van de activa van een kredietinstelling volgens een liquidatieprocedure;"; 18° de bepaling onder 61° wordt vervangen als volgt: "61° liquidatieautoriteiten: de administratieve of rechterlijke autoriteiten die bevoegd zijn op het vlak van liquidatieprocedures. Voor de in Boek II bedoelde kredietinstellingen is dit de insolventierechtbank wat haar bevoegdheid op het gebied van faillissementen betreft;"; 19° de bepaling onder 63° wordt vervangen als volgt: "63° strategische beslissing: 1) een beslissing genomen door een kredietinstelling of door een entiteit waarover zij controle heeft, wanneer deze beslissing een zeker belang heeft en daardoor een globalere impact kan hebben op de instelling, in de mate dat zij gevolgen heeft voor verschillende functies van de instelling, en die betrekking heeft op elke investering, desinvestering, deelneming of strategische samenwerkingsrelatie van de instelling, met name een beslissing tot aankoop of oprichting van een andere instelling, tot oprichting van een joint venture, tot vestiging in een andere staat, tot het sluiten van een samenwerkingsovereenkomst, tot het inbrengen of het kopen van een bedrijfstak, tot het aangaan van een fusie of een splitsing, of in de mate dat zij leidt tot de initiële toelating van de kapitaalvertegenwoordigende effecten tot de handel op een handelsplatform.Bij reglement vastgesteld met toepassing van artikel 12bis, § 2 van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen type wet prom. 22/02/1998 pub. 11/12/2017 numac 2017031761 bron federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten Wet houdende sociale bepalingen. - Bekendmaking overeenkomstig artikel 224, § 3, van de geïndexeerde bedragen van de retributies sluiten kan de Bank nader bepalen welke beslissingen als strategisch moeten worden beschouwd in de zin van deze bepaling, met name rekening houdend met het risicoprofiel en de aard van de werkzaamheden van de instellingen, of, in voorkomend geval, de groep waartoe ze behoren. Zij maakt deze nadere bepalingen openbaar; 2) elke beslissing die gelijkaardige gevolgen heeft voor de kredietinstelling en die genomen wordt door een aandeelhouder die controle uitoefent over de instelling;"; 20° de bepaling onder 64° wordt vervangen als volgt: "64° bijkantoor: een bedrijfszetel die een deel zonder rechtspersoonlijkheid vormt en rechtstreeks, geheel of gedeeltelijk, handelingen verricht die specifiek zijn voor de werkzaamheden van een kredietinstelling;verschillende bedrijfszetels in eenzelfde staat van een kredietinstelling met maatschappelijke zetel in een andere staat worden beschouwd als één enkel bijkantoor;"; 21° de bepaling onder 67° wordt vervangen als volgt: "67° uitzonderlijke overheidssteun: elke staatssteun in de zin van artikel 107, lid 1 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, die aan een kredietinstelling wordt verstrekt om de levensvatbaarheid, liquiditeit of solvabiliteit van deze kredietinstelling te vrijwaren of te herstellen;"; 22° de bepaling onder 75° wordt vervangen als volgt: "75° derde bemiddelaar: een bemiddelaar als bedoeld in artikel 65/1 waarbij een kredietinstelling tegoeden van cliënten deponeert;"; 23° de bepaling onder 83° wordt vervangen als volgt: "83° onafhankelijk bestuurder of onafhankelijk lid van het wettelijk bestuursorgaan: personen die voldoen aan de criteria die zijn vastgesteld door de Europese Bankautoriteit, in voorkomend geval samen met de Europese Autoriteit voor Effecten en Markten, en aan de volgende criteria:
- a)gedurende een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan hun benoeming, noch in de kredietinstelling, noch in een daarmee verbonden vennootschap of persoon zoals bepaald in artikel 1:20 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, een mandaat van uitvoerend lid van het bestuursorgaan, een functie van lid van de directieraad of van het directiecomité of van persoon belast met het dagelijks bestuur hebben uitgeoefend;
- b)niet meer dan drie opeenvolgende mandaten als niet uitvoerend lid in het bestuursorgaan hebben uitgeoefend, zonder dat dit tijdvak langer mag zijn dan twaalf jaar;
- c)gedurende een tijdvak van drie jaar voorafgaand aan hun benoeming, geen deel hebben uitgemaakt van het leidinggevend personeel in de zin van artikel 19, 2°, van de wet van 20 september 1948Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/09/1948 pub. 06/07/2010 numac 2010000388 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende organisatie van het bedrijfsleven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende organisatie van het bedrijfsleven, van de kredietinstelling of van een daarmee verbonden vennootschap of persoon zoals bepaald in artikel 1:20 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen;
- d)geen vergoeding of ander belangrijk voordeel van vermogensrechtelijke aard ontvangen of hebben ontvangen van de kredietinstelling of van een daarmee verbonden vennootschap of persoon zoals bepaald in artikel 1:20 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, buiten de tantièmes en de vergoeding die zij eventueel ontvangen of hebben ontvangen als niet-uitvoerend lid van het bestuursorgaan of als lid van het toezichthoudend orgaan;
- e)
- i)geen maatschappelijke rechten bezitten die een tiende of meer vertegenwoordigen van het kapitaal, van het eigen vermogen of van een soort aandelen of van de stemrechten van de kredietinstelling;
- ii)indien zij maatschappelijke rechten bezitten die een quotum van minder dan 10 % vertegenwoordigen: - mogen die maatschappelijke rechten samen met de maatschappelijke rechten die in dezelfde kredietinstelling worden aangehouden door vennootschappen waarover de onafhankelijke bestuurder controle heeft, geen tiende bereiken van het kapitaal, van het eigen vermogen, van de stemrechten of van een soort aandelen van de kredietinstelling; of - mogen de daden van beschikking over die aandelen of de uitoefening van de daaraan verbonden rechten niet onderworpen zijn aan overeenkomsten of aan eenzijdige verbintenissen die het onafhankelijk lid van het wettelijk bestuursorgaan heeft aangegaan; - in geen geval een aandeelhouder vertegenwoordigen die onder de voorwaarden valt van dit punt;
- f)geen significante zakelijke relatie hebben of in het voorbije boekjaar hebben gehad met de kredietinstelling of met een daarmee verbonden vennootschap of persoon zoals bepaald in artikel 1:20 van het Wetboek van Vennootschappen of Verenigingen, noch rechtstreeks noch als vennoot, aandeelhouder, lid van het bestuursorgaan of lid van het leidinggevend personeel in de zin van artikel 19, 2°, van de wet van 20 september 1948Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/09/1948 pub. 06/07/2010 numac 2010000388 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende organisatie van het bedrijfsleven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende organisatie van het bedrijfsleven, van een vennootschap of persoon die een dergelijke relatie onderhoudt;
- g)in de voorbije drie jaar geen vennoot of werknemer zijn geweest van de huidige of vorige commissaris van de kredietinstelling of van een daarmee verbonden vennootschap of persoon in de zin van artikel 1:20 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen;
- h)geen uitvoerend lid zijn van het bestuursorgaan van een andere vennootschap waarin een uitvoerend lid van het bestuursorgaan van de kredietinstelling zitting heeft in de hoedanigheid van niet-uitvoerend lid van het bestuursorgaan of lid van het toezichthoudend orgaan, en geen andere belangrijke banden hebben met de uitvoerende leden van het bestuursorgaan van de kredietinstelling uit hoofde van functies bij andere vennootschappen of organen;
- i)geen echtgenoot, wettelijk samenwonende partner of bloed- of aanverwanten tot de tweede graad hebben die in de kredietinstelling of in een daarmee verbonden vennootschap of persoon zoals bepaald in artikel 1:20 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, een mandaat van lid van het bestuursorgaan, lid van de directieraad, lid van het directiecomité, persoon belast met het dagelijks bestuur of lid van het leidinggevend personeel, in de zin van artikel 19, 2°, van de wet van 20 september 1948Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/09/1948 pub. 06/07/2010 numac 2010000388 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende organisatie van het bedrijfsleven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende organisatie van het bedrijfsleven, uitoefenen, of die zich in een van de andere in de punten
- a)tot
- h)beschreven gevallen bevinden. Het benoemingsbesluit maakt melding van de motieven op grond waarvan de hoedanigheid van onafhankelijk bestuurder wordt toegekend. De Koning, alsook de statuten, kunnen in bijkomende of strengere criteria voorzien. Mits hiervoor een terdege onderbouwde rechtvaardiging wordt verstrekt en onder voorbehoud van een andersluidende beoordeling door de toezichthouder, die de gegrondheid van deze rechtvaardiging verifieert, kan een kredietinstelling van de voornoemde criteria afwijken.;"; 24° het wordt aangevuld met een bepaling onder 84°, luidende: "84° grondstoffen- en emissierechtenhandelaar: een onderneming waarvan de hoofdactiviteit uitsluitend bestaat in het verrichten van beleggingsdiensten of -activiteiten met betrekking tot grondstoffenderivaten of grondstofgerelateerde derivatencontracten als bedoeld in de punten e), f), g), i en
- j)van artikel 2, eerste lid, 1° van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 05/09/2002 numac 2002009809 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot aanvulling van artikel 33, § 1, eerste lid van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis type wet prom. 02/08/2002 pub. 20/11/2002 numac 2002015133 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Republiek Roemenië inzake politiesamenwerking, en ondertekende Bijlage, gedaan te Boekarest op 14 april 1999