Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot Goedkeuring van het Richtplan van Aanleg "Mediapark"
Kort samengevat
Dit besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering keurt het Richtplan van Aanleg (RPA) "Mediapark" goed, een nieuw instrument voor ruimtelijke ordening dat de ontwikkeling van de Mediapark-site in Brussel reguleert. Het plan heeft als doel een synthese te maken van bestaande instrumenten en strategische doelstellingen te formaliseren in geschreven en grafische voorschriften.
Wat het reguleert
- De grote inrichtingsprincipes van de Mediapark-site, inclusief programma van bestemmingen.
- De structuur van wegen, openbare ruimtes en het landschap binnen de site.
- Kenmerken van gebouwen, bescherming van erfgoed, mobiliteit en parkeren.
- De toepassing van strategische doelstellingen door middel van reglementaire voorschriften.
Wie het aanbelangt
- De Brusselse Hoofdstedelijke Regering en de administratie belast met territoriale planning.
- Inwoners en belanghebbenden in de gemeenten Schaarbeek, Evere en Sint-Lambrechts-Woluwe, met name rond de Mediapark-site.
Kernpunten
- Het RPA is een nieuw instrument voor gewestelijke planning, toegevoegd aan de wet inzake ruimtelijke ordening in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
- Het plan omvat de huidige site van de Belgische openbare radio- en televisieomroepen (RTBF en VRT), gelegen tussen de August Reyerslaan, het Karabiniersplein, de Henri Evenepoelstraat, de Jacques Georginlaan en de Kolonel Bourgstraat.
- De perimeter van het plan strekt zich uit over het grondgebied van Schaarbeek en grenst aan Evere en Sint-Lambrechts-Woluwe.
- Het RPA streeft naar de integratie van economische functies in het stedelijke weefsel, het realiseren van nieuwe woningen, het creëren van een openbaar park en het ontwikkelen van een mediapool.
Wettekst
Wettekst
25 APRIL
- - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot Goedkeuring van het Richtplan van Aanleg "Mediapark" De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op artikel 39 van de Grondwet; Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen, inzonderheid op artikelen 6, § 1, I, 1° en 20; Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, inzonderheid artikel 8; Gelet op het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO) en meer bepaald de artikelen 30/1 tot 30/11 ervan, toegevoegd door de ordonnantie van 30 november 2017 tot hervorming van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening en van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen en tot wijziging van aanverwante wetgevingen; Overwegende dat met deze bepalingen een nieuw instrument voor de gewestelijke planning wordt toegevoegd aan de wet inzake ruimtelijke ordening in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, richtplan van aanleg (RPA) genoemd; Dat dit instrument tot doel heeft een synthese te maken van de bestaande instrumenten, met toevoeging van het strategisch doel van de richtplannen en met opname van een reglementair luik om de toepassing te verzekeren van strategische doelstellingen door deze te formaliseren in geschreven en grafische voorschriften; Dat het RPA de grote inrichtingsprincipes vermeldt, onder andere het programma van de bestemmingen, de structuur van de wegen, de openbare ruimtes en het landschap, de kenmerken van de gebouwen, de bescherming van het erfgoed, mobiliteit en parkeren; Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3 mei 2001Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 03/05/2001 pub. 16/06/2001 numac 2001031193 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende sommige bepalingen betreffende het personeel van Net Brussel, Gewestelijk Agentschap voor Netheid sluiten tot goedkeuring van het gewestelijk bestemmingsplan (GBP) ; Gelet op het Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling (GPDO), goedgekeurd door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering op 12 juli 2018, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 5 november 2018; Gelet op het Ministerieel besluit van 8 mei 2018Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 08/05/2018 pub. 14/05/2018 numac 2018031021 bron brussels hoofdstedelijk gewest Ministerieel besluit houdende instructie om over te gaan tot de uitwerking van het Richtplan van Aanleg voor de zone "Mediapark" sluiten houdende instructie om over te gaan tot de uitwerking van het richtplan van aanleg voor de zone "Mediapark", gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 14 mei 2018; Gelet op het koninklijk besluit van 12 juni 1983 waarbij het Ereperk der Gefusilleerden werd beschermd als landschap; Gelet op artikel 30/3, § 1, lid 2 van het BWRO, dat het ontwerp van RPA onderwerpt aan een informatie- en participatieprocedure met het betrokken publiek, georganiseerd door het Bestuur belast met de territoriale planning voordat het door de Regering wordt aangenomen; Gelet op het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3 mei 2018Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 03/05/2018 pub. 09/05/2018 numac 2018030985 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende het informatie en participatieproces voor het publiek voorafgaand aan de uitwerking van de ontwerpen van richtplan van aanleg sluiten met betrekking tot het informatie- en participatieproces van het publiek vóór de uitwerking van richtplannen van aanleg; Overwegende dat de informatie- en participatieprocedure zoals bedoeld in het besluit van 3 mei 2018 werd ingesteld; Dat het publiek op 5 en 6 juni 2018 werd geïnformeerd en geraadpleegd tijdens vergaderingen in de kantoren van het bestuur belast met de territoriale planning, tijdens dewelke het bestuur de informatie bedoeld in art. 2, § 1 van het besluit van 3 mei 2018 heeft voorgesteld en het aanwezige publiek de mogelijkheid heeft geboden zijn vragen en opmerkingen kenbaar te maken; Dat naar aanleiding van deze vergaderingen een verslag is opgesteld; Dat dit verslag de door het publiek geformuleerde opmerkingen bevat en ter beschikking werd gesteld overeenkomstig artikel 3 van het besluit van 3 mei 2018; Dat er vervolgens een syntheserapport werd opgesteld over deze informatie- en participatiefase; dat dit rapport onder meer de synthese van de belangrijkste opmerkingen en vragen van het betrokken publiek over het bedoelde eerste ontwerp van RPA bevat; dat dit syntheseverslag bij het eerste ontwerp van RPA is gevoegd; Gelet op de opmerkingen die gemaakt zijn tijdens de voorlichtings- en participatieprocedure voor het publiek en de antwoorden die daarop gegeven zijn in deze fase van de procedure, opgenomen in het besluit van de Regering van 30 maart 2023 tot goedkeuring van het tweede ontwerp van richtplan van aanleg "Mediapark", dat als bijlage aan dit besluit is gehecht en waarnaar voor het overige wordt verwezen; Dat deze antwoorden, behoudens andersluidende motivering, geldig zijn ten aanzien van het RPA zoals definitief vastgesteld bij dit besluit voor de aspecten van dit plan die ongewijzigd zijn gebleven; Gelet op het besluit van de Regering tot goedkeuring van het eerste ontwerp van richtplan van aanleg "Mediapark" van 7 februari 2019 en zijn Milieueffectenrapport (MER); Gelet op de bezwaren en opmerkingen die werden gemaakt tijdens het openbaar onderzoek over het eerste ontwerp van richtplan van aanleg dat plaatsvond van 27 februari tot 29 april 2019 in de gemeenten Evere, Schaarbeek en Sint- Lambrechts-Woluwe; Gelet op het advies van de Gemeenten uitgebracht door de gemeenteraden: de gemeenteraad van Sint-Lambrechts-Woluwe van 08.04.2019; de gemeenteraad van Schaarbeek van 04.04.2019; Gelet op het advies van de Economische en Sociale Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 21.03.2019; Gelet op het advies van de Raad voor het Leefmilieu van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 13.03.2019; Gelet op het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van 29.03.2019; Gelet op het advies van de Gewestelijke Mobiliteitscommissie van 25.03.2019; Gelet op het advies van Perspective van 28.03.2019; Gelet op het advies van Leefmilieu Brussel van 14.11.2019; Gelet op het advies van de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie van 19.11.2019; Gelet de antwoorden die zijn gegeven op de genoemde adviezen en bezwaren, zoals vermeld in het besluit van de Regering tot goedkeuring van het tweede ontwerp van richtplan van aanleg "Mediapark" van 30 maart 2023; Dat deze opmerkingen en de daarop gegeven antwoorden werden gegeven op basis van het ontwerp van RPA zoals voorgelegd aan dit eerste openbaar onderzoek; Dat deze antwoorden zoals opgenomen in het besluit van 30 maart 2023, waarnaar voor het overige wordt verwezen, geldig zijn, behoudens andersluidende motivering, ten aanzien van het RPA zoals vastgesteld bij dit besluit voor de aspecten van dit plan die ongewijzigd zijn gebleven; Gelet op de wijzigingen die zijn aangebracht in het eerste ontwerp van RPA en de beslissing om over te gaan tot een nieuw openbaar onderzoek, rekening houdend met de aard van de doorgevoerde wijzigingen; Gelet op het besluit van de Regering tot goedkeuring van het tweede ontwerp van richtplan van aanleg "Mediapark" van 30 maart 2023, het milieueffectenrapport (MER) en het bijbehorende addendum die erbij waren gevoegd; Gelet op het advies van de gemeenten uitgebracht door de gemeenteraden: Gemeenteraad van Sint-Lambrechts-Woluwe op 22.05.2023; Gemeenteraad van Schaarbeek op 13.06.2023; Gemeenteraad van Evere op 29.06.2023; Gelet op het advies van 13.05.2023 van Leefmilieu Brussel; Gelet op het advies van 24.05.2023 van Brupartners; Gelet op het advies van 23.05.2023 van de Raad voor het Leefmilieu voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest; Gelet op het advies van 02.06.2023 van de Adviesraad voor huisvesting; Gelet op het advies van 12.06.2023 van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen; Gelet op het advies van 22.05.2023 van de Gewestelijke Mobiliteitscommissie; Gelet op het advies van 07.07.2023 van Perspective; Gelet op de bezwaren en opmerkingen die werden gemaakt tijdens het openbaar onderzoek over het tweede ontwerp van richtplan van aanleg dat plaatsvond van 24 april tot 1 september 2023 in de gemeenten Evere, Schaarbeek en Sint-Lambrechts-Woluwe in overeenstemming met artikel 30/5, § 1, van het BWRO; Gelet op het advies van 05.10.2023 van de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie, volledig overgenomen in bijlage 4 van dit besluit; Inhoudsopgave I. Perimeter van de site "Mediapark"; II. Inhoud en gevolgen van het richtplan van aanleg; III. Doelstellingen van het Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling die door het ontwerp van richtplan van aanleg "Mediapark" worden nagestreefd; IV. Ambities van het richtplan van aanleg "Mediapark"; V. Stedenbouwkundige principes van het RPA; VI. Milieueffectenrapport en het addendum daarbij; VII. Openbaar onderzoek en adviezen van de raadgevende instanties; VIII. Samenvatting van de adviezen en bezwaren en gevolg dat eraan is gegeven; IX. Samenvatting van de kleine wijzigingen aan het tweede ontwerpplan; X. Opvolging van het RPA XI. Evaluatierapport gelijkekansentest; XII. Geen vereiste van een advies van de afdeling Wetgeving van de Raad van State I. Perimeter van de site "Mediapark" Overwegende dat dit plan betrekking heeft op de huidige site van de Belgische openbare radio- en televisieomroepen, liggende tussen de August Reyerslaan, het Karabiniersplein, de Henri Evenepoelstraat, de Jacques Georginlaan en de Kolonel Bourgstraat; Dat deze perimeter overeenkomt met de perimeter bedoeld in het ministerieel besluit van 8 mei 2018Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 08/05/2018 pub. 14/05/2018 numac 2018031021 bron brussels hoofdstedelijk gewest Ministerieel besluit houdende instructie om over te gaan tot de uitwerking van het Richtplan van Aanleg voor de zone "Mediapark" sluiten; Dat deze perimeter zich uitstrekt over het grondgebied van de gemeente Schaarbeek, evenals de grens van het grondgebied van de naburige gemeentes Evere en Sint-Lambrechts- Woluwe; Dat deze perimeter ligt op de kruising van belangrijke verkeersassen, zijnde de Middenring en de E40-snelweg, en dat deze geniet van een centrale positie op schaal van de Brusselse metropool en verbonden is met de rest van het land en tevens strategisch gelegen is ten opzichte van de luchthaven van Zaventem; Dat deze perimeter overeenkomt met de huidige site van de publieke Belgische radio- en televisieomroepen, de RTBF en de VRT, dat deze zich uitstrekt van de Reyerslaan in het westen tot aan de Georginlaan in het oosten. Dat opdat een coherente ontwikkeling over het geheel kan bekomen worden, de perimeter van het ontwerp ook een streek percelen omvat gelegen ten noorden van de huidige site van de Belgische openbare radio- en televisieomroepen tussen deze laatste en de Henri Evenepoelstraat; twee percelen die toebehoren tot de RTBF gelegen ten zuidwesten van de huidige site van de Belgische openbare radio- en televisieomroepen, achter de doodlopende kolonel Bourgstraat; een strook percelen die op het GBP als woonzone staat aangegeven, eveneens gelegen ten zuidwesten van de huidige site van de Belgische openbare radio- en televisieomroepen; Overwegende dat de site opgenomen in de perimeter van het plan overeenstemt met Hefboomzone nr. 12, "RTBF-VRT" opgenomen in het Gewestelijk Ontwikkelingsplan; Dat het daardoor reeds het voorwerp uitmaakt van een richtplan goedgekeurd door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering op 25 november 2010; Dat de ambitie van dit richtschema, vandaag in de ontwikkelingsfase, is om ruimte terug te winnen op de autostrade, nieuwe woningen te realiseren, een openbaar park te creëren, een mediapool te ontwikkelen en de Leuvensesteenweg opnieuw aan te leggen; Dat deze site overeenstemt met de "Reyerspool", geïdentificeerd in de Algemene beleidsverklaring van de Regering voor legislatuur 2014-2019 als een van de tien "prioritaire polen van territoriale ontwikkeling" en een van de vier "competitiviteitspolen" van het Gewest, gewijd aan communicatie en beeld; Overwegende dat in het richtschema wordt gepleit voor de integratie van de economische functies in het stedelijke weefsel en een aanpassing aan de nieuwe stedelijke omstandigheden; dat, om het voortbestaan van kleine en middelgrote ondernemingen en functiegemengdheid te garanderen, in het richtschema wordt voorgesteld om woningen te vestigen in een gebied voor stedelijke industrie; dat de voorgestelde oplossingen beantwoorden aan de gewestelijke doelstelling om de strategische gebieden te ontwikkelen in een logica van een "duurzame wijk"; dat dit met name het volgende inhield: ? Hoge energie- en milieuprestaties (materialen, waterbeheer, biodiversiteit), ? Door middel van grote projecten die de ontwikkeling van een toegang tot de stad en de vermindering van de impact van de auto tot doel hebben, ? De vergroening van de stad, de openstelling van een park voor het publiek, de opwaardering van de gewestelijke Groene Wandeling, ? Gemengde functies, een case-by-case analyse van leegstaande kantoorruimtes of de haalbaarheid van de reconversie ervan tot woningen. Dat de ontwikkeling van het gebied daarom een antwoord was op de onmiddellijke behoeften aan verbetering op milieuvlak; dat ze ook anticipeerde op de toekomstige veranderingen in de wetgeving en de levensstijlen; Overwegende dat het richtschema "RTBF-VRT", ondanks de goedkeuring ervan door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering in 2010, gedeeltelijk moest worden herbekeken als gevolg van de beslissing van de VRT en de RTBF om nieuwe faciliteiten te bouwen op de Reyers-site; dat de VRT in die periode ook haar aanwezigheid op de site ter discussie heeft gesteld en de mogelijkheid heeft geopend om zich elders in Brussel of in België te vestigen; dat er zich dus nieuwe mogelijkheden voor de site aandienen; Overwegende dat, om de mogelijkheid van de oprichting van een mediapool te objectiveren, een haalbaarheidsstudie is uitgevoerd door Idea Consult (in 2012); dat die studie verschillende vaststellingen onder de aandacht heeft gebracht: ? De identificatie van de economische bedrijfstakken die rond deze activiteit draaien, toont de huidige versnippering van de mediabedrijven over heel Brussel aan; ? Wat het aantal werknemers betreft, is er in en rond Reyers een zeer hoge concentratie van werknemers uit de sector. Dat hieruit mogelijkheden ontstaan om interacties tot stand te brengen tussen drie hoofdpijlers: Ondernemingen, Knowhow en de Overheidssector; dat ze alle drie belang hebben bij integratie in een stadswijk, aangezien iedereen een ambitieus project nodig heeft om te kunnen bestaan, zowel de stad als de potentiële economische cluster op deze site; dat de symbolische waarde van de site dus versterkt is door de studie; dat deze bevinding heeft bijgedragen aan de beslissing van de VRT om binnen de grenzen van zijn huidige zetel te blijven; Overwegende dat in april 2013 een definitiestudie werd uitgevoerd in opdracht van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Agentschap voor Territoriale Ontwikkeling (ATO), in samenwerking met de RTBF, de VRT en de gemeente Schaarbeek op basis van de lessen die uit de vorige werkzaamheden werden getrokken; dat deze studie het mogelijk heeft gemaakt om samen een nieuwe richting te bepalen voor de projecten die op de site worden ontwikkeld; dat het project moest beantwoorden aan de wens van de VRT en de RTBF om hun Brusselse vestigingen volledig te herstructureren; dat de verschillende partners samen de mogelijkheid hebben bestudeerd om een ambitieniveau te bereiken dat overeenstemt met de geboden mogelijkheden; dat deze studie ook gericht was op de vaststelling van een reeks doelstellingen, zowel op het gebied van stadsontwikkeling, governance als planning, die rekening houden met alle nieuwe inzichten over het gebied; dat deze doelstellingen als volgt kunnen worden samengevat: ? Een compact mediacomplex in het hart van de site: De vakgebieden van de RTBF en de VRT evolueren voortdurend. De huidige ruimte- en organisatiebehoeften zijn minder groot, waardoor de bebouwde oppervlakte met 55 % kan worden verminderd ten opzichte van de bestaande situatie: de gebouwen van de VRT en de RTBF zouden dan een oppervlakte van 95.000 m2 in beslag nemen (tegenover 189.000 m2 op dit moment). Hierdoor zouden ook nieuwe economische activiteiten en voorzieningen die aanleunen bij de mediapool, daar hun plaats kunnen vinden, om synergie en samenwerking tussen actoren te bevorderen; ? De combinatie van deze bestaande lage dichtheid met de vermindering van het programma voor de RTBF en de VRT biedt potentieel voor reconversie, waardoor het mogelijk wordt om de vestiging van complementaire functies (met name andere voorzieningen ([]5 %), handel ([]7 %) en de aanleg van de geschikte infrastructuur voor de ontwikkeling van de mediapool te overwegen ([]39 % waarvan []32 % voor de RTBF en de VRT en []7% voor de andere media)); ? Deze nieuwe dynamische wijk zal ook woongelegenheid ([]49 % van de totale bebouwde oppervlakte) bieden, om te zorgen voor leven in deze grote ruimte en om een correcte mix van functies te garanderen. ? Een nieuw park voor het Brussels Gewest: gebruik maken van de aanwezigheid van een grote groene ruimte binnen de VRT- en RTBF-site om een park op gewestelijke schaal te creëren dat de structuur van de grote open ruimten in Brussel zal versterken. Dit park en de nieuw aangelegde openbare ruimten moeten minimaal []40 % van de oppervlakte van het terrein beslaan; ? Het concept van het park: uitgaan van wat er bestaat en het atypische reliëf van de site gebruiken om het stadsproject te definiëren (hoogteverschillen van meer dan 7 m); ? De ambitie van een innovatief duurzaam project met ecologische ambities. Hiervoor zal het stadsproject onder meer de bestaande stedelijke barrières moeten wegnemen. Het project moet functies en voorzieningen voorstellen die toelaten de site verbinden met de rest van de stad. Het zal onder andere ook de plaats van de auto zo veel mogelijk moeten beperken, met inachtneming van de beperkingen van elk van de programma's. Overwegende dat een samenwerkingsovereenkomst werd gesloten voor de heraanleg van de site RTBF-VRT tussen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de gemeente Schaarbeek, de RTBF en de VRT op 9 december 2013; Dat deze overeenkomst gericht is op het uitwerken, de milieukundige beoordeling en de opvolging van de realisatie van een masterplan, vandaag deels weergegeven in het stadsproject "mediapark.brussels"; Dat het GPDO deze visie verderzet en de site identificeert als één van de twaalf prioritaire ontwikkelingspolen in het kader van de mobilisering van het potentieel en de middelen van het grondgebied dat het voorstelt; Dat het GPDO de ideale locatie van de Reyerssite benadrukt, gelegen midden tussen de Europese wijk en het de luchthaven; Overwegende dat het Brusselse Gewest een demografische groei kent; Dat gezien de statistieken en voorspellingen van de Federale Overheidsdienst (Planbureau) en het Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse (BISA) deze groei nog zal aanhouden tot het midden van de 21e eeuw; Dat het mobiliseren van het terrein en beantwoorden aan de huidige en toekomstige behoeftes inzake huisvesting, uitrustingen en bijbehorende diensten onontbeerlijk is; Gelet op de noodzaak om tegemoet te komen aan de vastgestelde nood aan huisvesting, uitrustingen, onder meer voor onderwijs, economische activiteiten, mobiliteit en landschappen op de site door de studie uitgevoerd door het Agentschap voor Ontwikkeling van het Grondgebied en goedgekeurd door de Regering op 18 april 2013; Gelet op de grote gewestelijke uitdaging van het ontwikkelen van een mediacity en de uitzonderlijke concentratie van media- activiteiten in de Reyerswijk, rond de zetels van de radio- en televisieomroepen RTBF en VRT; Overwegende de uitgesproken wens van de RTBF en de VRT om hun installaties te moderniseren en bij te dragen tot de heraanleg van de site waarop zij reeds gevestigd zijn; Overwegende dat de inplanting van het Mediaparkproject op de VRT- en RTBF-site gerechtvaardigd wordt door de volgende argumenten: ? Alle ingrediënten zijn aanwezig om een belangrijke Brusselse wijk te creëren. De aanwezigheid van de VRT en de RTBF vormt een unieke gelegenheid om twee instellingen te presenteren waar de voorstellingen van het land vorm krijgen. Er mag niet uit het oog verloren worden dat deze context van ontwikkeling van de nieuwe VRT- en RTBF-installaties op de Reyers-site een opmerkelijke kans vormt voor de ontwikkeling van hefboomgebied nr. 12 en een reëel hefboomeffect kan hebben op het oosten van Brussel: o Intensivering van de stad aan de oostzijde; o Activering van de grondreserves; o Versnelling van de investeringen in de noodzakelijke mobiliteitsinfrastructuur (metro Middenring en afrit van de E40); o Ontwikkeling van de knooppunten voor het openbaar vervoer Reyers en Diamant als stedelijke polen; o Ontwikkeling van andere subsectoren in het hefboomgebied; o Operationalisering van het Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling; o Ontwikkeling van de mediapool. ? Het project versterkt de bestaande activiteiten op de site. De aanwezigheid van een concentratie van bestaande media-activiteiten in deze wijk rechtvaardigt de oprichting van een mediapool die beantwoordt aan regionale doelstellingen en behoeften. De oprichting van een mediapool op een andere site waar er nog geen (of zeer weinig) media-activiteiten zijn, zou niet even coherent aan deze doelstellingen beantwoorden. ? De aanwezigheid van de VRT en de RTBF op deze site als locomotiefprojecten: deze bedrijven zijn de beste motor om de vitaliteit van de gewenste mediapool te verzekeren; ? Omgekeerd zal het geven van een gewestelijke ambitie aan dit project ook ten goede komen aan de RTBF en de VRT op het vlak van zichtbaarheid, stedelijke sfeer en animatie en opwaardering van het vastgoed. ? De concrete kans voor de ontwikkeling van deze site, dankzij: o de beslissing van de twee tv- zenders om het bestaande gebouw af te breken en een groot deel van de site vrij te maken door de bouw van nieuwe, compactere hoofdzetels; o de verbintenis van het BHG om op deze site een nieuwe gemengde wijk en stadspark te ontwikkelen (bevestigd door de aankoop van de grond door het BHG); Dat de realiteit ter plaatse en de economische situatie het dus mogelijk maken om een grote site te herinrichten, om tegemoet te komen aan de behoeften van de verschillende betrokken partijen, rekening houdend met het feit dat het welslagen van het project in het algemeen belang is en de kansen die het biedt op gewestelijk niveau. Overwegende dat de perimeter waarop dit besluit betrekking heeft, zoals gedefinieerd in de bijlage bij dit besluit, wordt gekenmerkt door een omsloten site die wordt ingenomen door de gebouwen van de VRT en de RTBF, door enkele overgebleven militaire infrastructuren van de "Nationale Schietbaan" in een bosrijke omgeving; Gelet op de aanwezigheid, in het hart van de site, van het Ereperk der Gefusilleerden, een begraafplaats en herdenkingsplaats in verband met de twee wereldoorlogen, beschermd als historisch monument; Gelet op de strategische geografische positie van de site en de noodzaak om deze open te trekken via de aanleg van nieuwe openbare ruimtes en het versterken van de toegankelijkheid voor actieve modi en het openbaar vervoer; Gelet op de kans voor de regionale ontwikkeling om een nieuwe Brusselse buurt aan te leggen die voldoet aan de doelstelling van een sociale mix en die georganiseerd is rond een kwalitatieve groene ruimte; Overwegende dat de perimeter van het plan beperkt is tot de perimeter die strikt noodzakelijk is voor de realisatie en de bereikbaarheid van het stadsproject "mediapark.brussels", ontwikkeld door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de gemeente Schaarbeek, de RTBF en de VRT in het kader van hun overeenkomst van 9 december 2013 en met het oog op de heraanleg van de site RTBF-VRT in de verlenging van het richtplan goedgekeurd voor hefboomzone nr. 12, "RTBF-VRT", voorzien door het oude Gewestelijke Ontwikkelingsplan, en dat het nieuwe GPDO identificeert als één van de twaalf prioritaire interventiepolen ; Dat dit stadsproject een nieuwe Brusselse wijk wenst te creëren, aangelegd rond een stadspark van 8 hectare en toekomstige nieuwe zetels van de RTBF en de VRT en om er een nieuwe mengvorm te ontwikkelen tussen de activiteiten die vallen onder de sector van media en huisvesting; Dat het de plaats van de mediasector binnen de hoofdstad wil versterken via het creëren van een economische en opleidingspool gewijd aan de informatie- en communicatietechnologieën; Dat het de opentrekking voorziet van de hele site door de toegankelijkheid ervan en de doorsteek door actieve modi en het openbaar vervoer te verzekeren, onder meer door het inrichten van oost/west- en noord/zuidverbinding voorbehouden aan actieve modi; Dat het zo voldoet aan de doelstelling die werd vooropgesteld voor de Reyerspool in de algemene beleidsverklaring van de Regering voor de legislatuur 2014-2019 om te beantwoorden aan de demografische groei in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, als volgt bepaald: "huisvesting bouwen die toegankelijk en aangepast is, en die beantwoordt aan de doelstelling van sociale mix, nieuwe openbare ruimtes evenals uitrustingen van algemeen belang met daarbij ook de bevordering van de vestiging van nieuwe bedrijven in Brussel en de garantie van een goede bediening door het openbaar vervoer" met de verzekering van "de levenskwaliteit en de architecturale en landschapskwaliteit van deze nieuwe wijken"; Dat de ontwikkeling en de uitvoering van een dergelijk stadsproject gepaard gaat met het coördineren van de tussenkomsten van meerdere openbare supralokale, gewestelijke, gemeenschaps- en gemeentelijke belanghebbenden; Dat het ontwerp gerechtvaardigd is, zowel door de strategische en reglementaire visie op de aanleg in een gewestelijk kader, als door de diversiteit van de partijen die betrokken zijn bij de realisatie, wat geen enkel ander instrument mogelijk maakt; II. Inhoud en gevolgen van het richtplan van aanleg Gelet op artikel 30/2 van het BWRO, dat de inhoud van een RPA omschrijft: "Het richtplan van aanleg gaat uit van de richtsnoeren van het gewestelijk ontwikkelingsplan dat van kracht is op de dag dat het wordt goedgekeurd en geeft de grote principes aan voor de inrichting of herinrichting van het grondgebied waarop het betrekking heeft, met name op het vlak van: -programmering van de bestemmingen; -de structurering van de wegen, de openbare ruimten en het landschap; -de kenmerken van de constructies; -de bescherming van het erfgoed; - mobiliteit en parkeren" Overwegende dat dit RPA een informatief luik omvat zonder juridische waarde, met een historiek van de site, de diagnose, de uitdagingen en de doelstellingen, de evolutie van het plan, de beschrijving van de bestaande situatie en een handleiding ; Dat dit RPA een strategisch luik omvat, met schriftelijke aanwijzingen en aanbevelingen en schema's; Dat dit strategisch luik een indicatieve waarde heeft en richtlijnen bevat om initiatiefnemers van projecten te gidsen, zonder echter de uitvoering van projecten die er niet exact mee overeenstemmen te verhinderen, omdat er desgevallend, mits motivatie, van afgeweken kan worden, waarbij de inhoud zelf van de opgestelde strategische opties geëerbiedigd wordt; Dat de strategische opties ruimtelijk worden gemaakt en uitgewerkt worden ofwel op het niveau van de perimeter, ofwel op het niveau van de verschillende nauwkeurig geïdentificeerde sites; Dat dit strategisch luik de ambities van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest weerspiegelt voor dit gebied van gewestelijk belang, waarvan de principes toegepast zullen worden in het kader van de uitvoering van meer uitgewerkte projecten; Dat dit RPA een verplicht een reglementair luik bevat, samengesteld uit schriftelijke voorschriften en grafische voorschriften die op het gepaste niveau de invariabele elementen beschrijft waaraan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een verplichtend karakter wil geven om de samenhang van de nagestreefde ontwikkeling te verzekeren; Dat enkel een gecombineerde lezing van de twee strategische en reglementaire luiken het overzicht van de opties van dit RPA biedt; III. Doelstellingen van het Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling die door het ontwerp van richtplan van aanleg "Mediapark" worden nagestreefd Gelet op artikel 30/2 van het BWRO, dat verduidelijkt dat het richtplan van aanleg uitgaat van de richtsnoeren van het RPA dat van kracht is op de dag dat het wordt goedgekeurd; Overwegende dat het GPDO de ruimtelijke ordening en de gewestelijke projecten opdeelt in vier grote thema's, die verschillende strategieën identificeren: 1.Het grondgebied mobiliseren om de basis van de territoriale ontwikkeling vast te leggen en nieuwe wijken te ontwikkelen. oStrategie 1/ Vastgoedpotentieel en vastgoedreserves mobiliseren oStrategie 2/ Een beheerste verdichting voorstellen o Strategie 3/ Toekomstige beleidsdaden voor de sociale huisvesting in Brussel 2.Het grondgebied mobiliseren om een aangename, duurzame en aantrekkelijke leefomgeving te ontwikkelen oStrategie 1/ Voorzieningen ter ondersteuning van het dagelijkse leven oStrategie 2/ De openbare ruimtes en groene ruimtes ter ondersteuning van de kwaliteit van het levenskader oStrategie 3/ Zorgen voor een beter evenwicht tussen de wijken oStrategie 4/ Het stedelijk erfgoed beschermen en in de kijker plaatsen als drager van identiteit en aantrekkelijkheid oStrategie 5/ Het natuurlijk landschap versterken oStrategie 6/ Het natuurlijk erfgoed in het Gewest beschermen en verbeteren 3.Het grondgebied mobiliseren voor de ontwikkeling van de stedelijke economie oStrategie 1/ De economische functies ondersteunen in hun ruimtelijke dimensie oStrategie 2/ De plaats van de economische sectoren herkwalificeren oStrategie 3/ De buurteconomie en de lokale werkgelegenheid ondersteunen 4.Het grondgebied mobiliseren om de multimodale verplaatsingen te bevorderen Overwegende dat het plan past binnen de oriëntaties van het ontwerp van het GPDO, dat gewag maakt van talrijke mogelijkheden tot herstructurering van de ruimte (onafgewerkt of weinig coherent stadsweefsel enz.) onder meer in alle oude industriebuurten met dichte, maar weinig gestructureerde bebouwing; Dat het GPDO de site omvat die is opgenomen in de perimeter van het plan in de Reyerspool, geïdentificeerd als een van de twaalf prioritaire interventiepolen voor stedenbouw geïdentificeerd in de strategie van het mobiliseren van het terreinpotentieel en de terreinvoorraad die voorgesteld worden binnen de as 1 - "Het grondgebied mobiliseren om de basis van de territoriale ontwikkeling vast te leggen en nieuwe wijken te ontwikkelen"; Dat het plan een operationaliseringsmaatregel van het GDPO en zijn eerste as vormt en letterlijk beantwoordt aan de doelstelling die bepaald wordt voor de Reyerspool in de volgende bewoordingen: "De aanleg rond de nieuwe zetels van de RTBF en de VRT van een stadspark van 8 hectaren wordt de kern van een gloednieuwe Brusselse wijk van een uitzonderlijke creatieve, gemengde en geanimeerde kwaliteit", met onder meer de bouw van 2.000 tot 3.000 woningen en uitrustingen die complementair zijn en de ontwikkeling van een competitiviteitspool voor communicatie en beeld, georganiseerd rond een stadspark met een verkeersluwe mobiliteit; Dat het plan, in zijn eerste voorkeursscenario, voorzag in de bouw van 2.000 tot 3.000 woningen om ongeveer 6.000 inwoners te huisvesten; dat naar aanleiding van de klachten die tijdens het eerste onderzoek werden geformuleerd, de sites H en IJK werden geschrapt en de bebouwbare oppervlakten van de gebouwen op het oostelijke deel van de site werden verkleind; dat het park werd uitgebreid met 2 ha tot een totale oppervlakte van 9,8 ha; dat als gevolg daarvan de dichtheid van de site naar beneden werd bijgesteld en het aantal woningen werd teruggebracht tot ongeveer 1.400 woningen; dat deze functie desalniettemin de overheersende functie blijft binnen de perimeter van het plan, en overeenstemt met []49 % van de oppervlakte; dat het plan ondanks deze vermindering van het aantal wooneenheden een sterke functiegemengdheid behoudt en, onder voorbehoud van deze wijziging, volledig in overeenstemming is met de doelstellingen en ambities van het GPDO; Dat het huidige plan anderzijds bijdraagt aan een verhoging van het publieke aandeel en de groene ruimten van de dichtbebouwde wijken, conform de strategie van het gebruik van publieke en groene ruimten als ondersteuning van de levenskwaliteit van as 2 (het grondgebied mobiliseren om een aangename, duurzame en aantrekkelijke leefomgeving te ontwikkelen) door een grote groene publieke ruimte aan te reiken in de zone voor versterking van het groene karakter van de binnenterreinen van huizenblokken; dat het ook het groene netwerk in de wijk versterkt dat in het GPDO als gebrekkig werd geïdentificeerd; Dat het huidige plan ook bijdraagt aan de versterking van de economische as, waarbij hij gelinkt wordt aan de Campus de la Plaine, gericht op de kenniseconomie en de nieuwe technologieën; dat het de plaats van de economische activiteit verduidelijkt, met name verbonden met de communicatiesector, de visuele en de digitale sector binnen het grondgebied via een mediapool; dat het een combinatie met andere stedelijke functies, zoals huisvesting, aanmoedigt, zoals voorzien in de strategieën van as 3van het GPDO - Het grondgebied mobiliseren voor de ontwikkeling van de stedelijke economie; Dat het huidige plan zich inschrijft in een strategie van multimodale verplaatsingen, met een directe verbinding met één van de hoofdtoegangswegen van het gewest, de E40, conform as 4 van het GPDO - Het grondgebied mobiliseren om de multimodale verplaatsingen te bevorderen; IV. Ambities van het richtplan van aanleg "Mediapark" Overwegende dat het huidige plan de volgende doelstellingen beoogt te beantwoorden: -de huidige stedelijke barrières wegnemen; het project moet functies en inrichtingen voorstellen die toelaten het terrein met de rest van de stad te verbinden; -het terrein verdichten en een nieuwe dynamische en structurerende wijk creëren op schaal van de grootstad; -Voorzien in de behoeften van de huidige en toekomstige bewoners door het creëren van openbare voorzieningen; - de aanwezigheid van een grote groene ruimte op de site van de VRT en RTBF benutten om een groot park met gewestelijke uitstraling te creëren dat de structuur van grote open ruimten van Brussel komt versterken; - Een stadsproject ontwerpen om de bestaande biodiversiteit op het terrein te beschermen en in stand te houden door hun habitat te beschermen en instandhoudingsmaatregelen toe te passen; - gebruikmaken van het atypische reliëf van het terrein om het stadsproject te definiëren; - geschikte functies en inrichtingen voorzien om de mediapool te ontwikkelen; - de plaats voor de wagen zoveel mogelijk verminderen met respect voor de beperkingen van elk van de programma's; - anticiperen op veranderende behoeften in termen van openbaarvervoeraanbod ; - toegang tot de site organiseren die een optimale toegankelijkheid garandeert en het residentiële karakter van sommige naburige wegen respecteert ; - een inrichtingsproject voorstellen met milieu- ambities en bijzondere aandacht voor de volgende punten: o de klimaatverandering bestrijden; o de natuurlijke hulpbronnen bewaren; o de afdekkingsgraad van de bodem beperken en nadenken over de infiltratiemogelijkheden om zo weinig mogelijk in de riolering af te voeren; o water gebruiken als element in de samenstelling van de stedelijke inrichting; o het ruimtegebruik optimaliseren; - een redelijk stadsproject ontwerpen dat een evenwicht biedt tussen kwaliteit en kostprijs van de openbare bouwwerken. Dat deze doelstellingen voldoen aan dwingende redenen van groot openbaar belang; V. Stedenbouwkundige principes van het RPA Overwegende dat de grote lijnen van het plan samengevat kunnen worden in 4 grote assen die de stedenbouwkundige principes definiëren specifiek voor de zone ; V.I Reyers opnieuw aantrekkelijk maken Overwegende dat met de projecten mediapark.brussels, Parkway-E40 et de herinrichting van de Reyerslaan een grondige hernieuwing van de Reyerswijk van start gaat; Dat de omgeving van de site in volle transformatie is en dat de auto in de wijk langzaamaan plaats zal maken voor ruimte voor de actieve modi (voetgangers, fietser, etc.); Dat binnen de perimeter, het huidige plan verschillende krijtlijnen definieert om tot een meer aantrekkelijke wijk te komen: - De publieke ruimte ontwikkelen zodat nieuwe buurtcentraliteiten ontstaan in functie van de aantrekkelijkheid van de toekomstige buurt; - Een actieve mobiliteit bevorderen gekoppeld aan openbaar vervoer (centrale weg gereserveerd voor actieve vervoerswijzen en het openbaar vervoer, en integratie van een tramlijn), verbindingen verveelvoudigen en een rationele parkeerstrategie installeren; -Een functionele mix voorstellen; V.II De begane grond van een stedelijk ecosysteem Overwegende dat het project mediapark.brussels zijn functie van mediapool zal bevestigen in zijn relatie met de grond ; Dat de gelijkvloerse verdiepingen de ambitie zullen hebben om zich te openen naar de stad, om de activerende factoren te worden van de nieuwe wijk, stedelijk, levendig en inclusief; Dat opdat deze nieuw stedelijke vergelijking voltooid zou zijn, de activatie van de gelijkvloerse verdieping dient te gebeuren in relatie tot de publieke ruimte, binnen de volgende hiërarchie; - Een "geschikte" parkverdieping als actieve sokkel voor de veelzijdige stad; -"Geschikte" straten en steegjes als functionele stedelijke ruimten; V.III Een stedelijk park met hoge gebruiksdichtheid Overwegende dat het stadspark van 9,8 ha zich onderscheidt doordat het het behoud van de biodiversiteit, de functie van groene long in een wijk met te weinig openbare ruimten combineert met een draagvlak voor meervoudige gebruiksmogelijkheden in open lucht; Dat het park meer bepaald uitwisselingsoppervlak dat ontmoetingen aanmoedigt tussen de verschillende belanghebbenden van het media-ecosysteem. Dat het oostelijke deel van de site wordt versterkt qua plantengroei door de aanleg van het openbare park en het behoud van een beboste perimeter, en algemeen toegankelijk wordt gemaakt, met uitzondering van de perimeters voor een betere bescherming van de biodiversiteit; Dat het park aldus een bestemming op zich vormt op de schaal van de wijk, of zelfs daarbuiten; Dat om deze grote ruimte te kaderen, het plan verschillende krijtlijnen uitzet: - Continuïteit en (bio)diversiteit; - Topografie- en waterbeheer; - Met respect te behandelen erfgoed; V.IV Het verlangen naar een nieuwe relatie stad/natuur Overwegende dat een van de doelstellingen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de productie van kwaliteitsvolle en betaalbare woningen is; Dat het huidige plan alle kwaliteiten heeft om een laboratorium te worden van architecturale typologieën, waaruit verschillende manieren gedestilleerd kunnen worden om in de dichtbebouwde stad te wonen in een nauwe band met de stedelijke natuur; Dat alles dat dit gevoel om in een wijk te wonen met een bijzondere relatie met de natuur versterkt, benadrukt zal moeten worden; Dat het huidige plan verschillende manieren onderscheid om aan deze relatie stad-natuur te werken: - Voor een diversiteit aan woonvormen en habitats; - Een laboratorium van woonkwaliteiten; - Uitkijken op het park en zich beschermen; - Het park laten doordringen in de privépercelen; Dat de natuur ook haar prioriteiten heeft wat de instandhouding van habitats en soorten betreft, met als gevolg dat delen van het park niet openbaar toegankelijk zullen zijn. VI. Milieueffectenrapport en het addendum Gelet op Richtlijn 2001/42/EG van de Raad van 27 juni 2001 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's; Gelet op artikel 30/3 § 1, 1e lid van het BWRO, dat het ontwerp van het richtplan van aanleg onderwerpt aan een milieueffectenrapport (MER); Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 november 2018Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 29/11/2018 pub. 11/12/2018 numac 2018015186 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 november 2018 tot vaststelling van de structuur van de milieueffectenrapporten behorend bij de uitwerking, wijziging of opheffing van de plannen en verordeningen bedoeld in de Titels II & III van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening sluiten tot vaststelling van de structuur van de milieueffectenrapporten behorend bij de uitwerking, wijziging of opheffing van de plannen en verordeningen bedoeld in de titels II & III van het BWRO; Overwegende dat Leefmilieu Brussel een advies heeft uitgebracht over het ontwerp van bestek van het milieueffectenrapport; VI.I Samenvatting van de manier waarop de milieuoverwegingen in het plan werden geïntegreerd en de manier waarop de aanbevelingen van het MER zijn opgevolgd Gelet op artikel 30/6 van het BWRO, dat bepaalt dat het besluit dat het RPA definitief goedkeurt, de manier samenvat waarop de milieuoverwegingen in het RPA werden geïntegreerd; Overwegende dat de ecologische uitdagingen in aanmerking zijn genomen en zijn meegenomen in de denkoefeningen tijdens het hele ontwikkelingsproces van het RPA, dankzij de iteratieve werkzaamheden dat zijn verricht met de gelijktijdige opstelling van het MER en het bijbehorende addendum, waarin de milieueffecten van de verschillende ruimtelijke en programmatische voorstellen zijn beoordeeld; A. Het eerste ontwerpplan Overwegende dat het eerste ontwerp van RPA en het bijbehorende MER van 27 februari tot 29 april 2019 aan een eerste openbaar onderzoek zijn voorgelegd; Overwegende dat alle aanbevelingen van het MER in die fase waren opgevolgd en geïntegreerd in het ontwerp van RPA zoals voorgelegd aan dit eerste openbaar onderzoek, met uitzondering van de aanbevelingen die niet binnen het detailniveau van het plan of binnen zijn voorwerp vallen en waarmee rekening zal moeten worden gehouden in het kader van de operationaliseringsfase van het project; Dat de aanbevelingen "buiten het RPA", d.w.z. de aanbevelingen die niet binnen het detailniveau van het plan of binnen zijn voorwerp vallen, de volgende zijn: Op stedenbouwkundig vlak: ? Werken aan de openbare drempelruimten, waarvan sommige buiten de eigenlijke perimeter zijn gelegen, om de overgang van de wijk naar de site alsook de ontsluiting van de site te verzekeren ? Werken aan de behandeling van de verbindingsruimten tussen het project en het bestaande net om een eenvoudige (en intuïtieve) verbinding tussen de drempelruimten en de site tot stand te brengen en bij te dragen tot een goede integratie van de nieuwe in de bestaande wijk ? Architectuurwedstrijden organiseren voor de huizenblokken die als de meest emblematische voor de wijk zijn geïdentificeerd ? Om de emblematische waarde van deze gebouwenblokken niet te beconcurreren/in het gedrang te brengen, zou de architecturale behandeling van de huizenblokken die bedoeld zijn om een "verkeersluw" stadsweefsel te vormen, soberder moeten blijven Op sociaal en economisch vlak: ? Werken aan de verbinding van de nieuwe activiteiten met de opkomende activiteitensectoren in de wijk: tertiaire en productiesector ? De innoverende concepten valoriseren voor middelgrote, goed verbonden kantoren die kantoren, coworkingruimten per maand, per jaar verhuren ? De media beschouwen als aspect dat op het hele programma kan worden toegepast: huisvesting met toonaangevende domotica, artiestenwoningen, thematische en geconnecteerde handelszaken, wifihotspots in het park, evenementenbeleid in de openbare ruimte waarbij de verbinding tussen kunst en het audiovisuele wordt belicht, enz. ? De verbanden tussen kunst, creatie en dagelijks leven uitbreiden ? De mix van woningtypes op wijkniveau garanderen om aan alle behoeften te voldoen: studenten, gezinnen, senioren, enz. ? Volledige woontrajecten aanbieden, aan de student, aan de onderzoeker, de huisvader, enz. ? Huisvesting als vertrekpunt nemen van de economische activiteit: kunstenaarsateliers, enz. ? Rekening houden met de veroudering van de bevolking, via de programmatie van omkeerbare voorzieningen Op het vlak van mobiliteit: ? De situatie in het algemeen doen evolueren in de richtingen die het gewestelijk beleid uit wil gaan ? Een diagnose van het netwerk (ook dat van het openbaar vervoer) op grotere schaal opstellen ? De aanleg van de wegen in de onmiddellijke omgeving van de site herzien. Deze veranderingen moeten rekening houden met de herontwikkeling van de Reyerslaan en het nieuwe wijkproject ? Alternatieven aanbieden voor de eigen auto: gedeelde voertuigen ? De evolutie van de mobiliteitsstrategie binnen de bedrijven aanmoedigen, in het bijzonder bij VRT en RTBF ? Het aantal zogeheten "bestemmingsparkeerplaatsen" minimaliseren ten opzichte van de huidige normen in het BHG ? Zorgen voor een voldoende aantal parkeerplaatsen verbonden aan de woningen, om de behoeften van de bewoners niet te verschuiven naar de naburige straten ? Het gemeenschappelijk gebruik van auto's aanmoedigen ? Zorgen voor toegangen voor leveringen en bedrijfsvoertuigen binnen de parkings ? Rekening houden met het potentieel voor de (specifieke of gedeelde) parkeerplaatsen voor commerciële activiteiten, naargelang van het tijdsaspect van de site, voor het geval dat het openbaar vervoer niet genoeg mogelijkheden biedt ? Zorgen voor doeltreffende, structurele en aantrekkelijke dienstverlening op het vlak van openbaar vervoer ? De zichtbaarheid en bruikbaarheid verbeteren van de paden tussen de site en de bestaande haltes van het openbaar vervoer ? De inrichtingen voor het inkomende en uitgaande busverkeer op de site, van en naar Diamant, aanpassen ? Busstroken aanleggen voorafgaand aan de kruispunten met verkeerslichten ? Het netwerk van actieve vervoerswijzen op private grond versterken ? Het oversteken van de laan vergemakkelijken door middel van de herkwalificatie van de Middenring ? Voldoende brede voetpaden aanleggen in de buurt van bushaltes ? Het delen en kruisen onder voetgangers en fietsers organiseren, vooral op drukbezochte plaatsen ? Zorgen voor geschikte inrichtingen voor het rollende materieel in de openbare ruimte ? De verblijfsfunctie beter integreren in de openbare ruimte ? Beschutte parcours aanleggen op drukbezochte plaatsen ? Verbindingen tussen de wijken aanleggen door het park heen, die gescheiden zijn van het autoverkeer ? Ervoor zorgen dat het openbaar vervoer en de actieve vervoerswijzen goed naast elkaar kunnen bestaan op de gedeelde wegen ? De mobiliteit en de toegangen voor hulpdiensten tijdens de tijdelijke fasen onderzoeken ? De behoeften aan mobiliteit (onder meer de logistiek voor de bouwwerkzaamheden) en de toegang tot parkeergelegenheid tegelijkertijd bekijken ? Op voorhand communiceren en de routes precies afbakenen tijdens de fase van de bouwwerkzaamheden en de tijdelijke inrichtingen Op het vlak van de akoestiek: ? Maatregelen nemen om de snelheid te verlagen: wegbekleding, vertragingssystemen, enz. ? De zones met bomen kunnen een positieve psycho-akoestische rol spelen en de indruk van geluidsoverlast voor de omwonenden verminderen ? De inrichting bevorderen van leveringsruimten binnen de gebouwen en de manoeuvres van vrachtwagens op de weg beperken ? Strikte werkingstijden opleggen voor lawaaierige activiteiten of activiteiten heel dicht bij de woningen ? Het geluid en de visuele aanwezigheid van de passage van het openbaar vervoer in het park minimaliseren door middel van een passende landschapsarchitectuur ? In geval van verticale functiegemengdheid voorzien in een akoestische isolatie tegen contactgeluiden en luchtgeluiden tussen de toekomstige activiteiten, en dit van bij het ontwerp van de gebouwen ? Voor activiteiten die specifieke geluidshinder veroorzaken, de geluidsisolatie nabij de geluidsbron versterken ? De lawaaierige installaties onderbrengen in van geluidsisolatie voorziene lokalen ? De luchtinlaten en -uitlaten op een ruime afstand van de woongebieden plaatsen. Geluiddempers plaatsen op luchtinlaten en -uitlaten ? Een inrichting van de gebouwen die de geluidsverspreiding tussen de bronnen en de gevoelige gebieden beperkt, bevorderen ? Indien mogelijk, zorgen voor minstens één stille gevel en doorlopende ruimten voor woningen, kantoren en scholen. Op het vlak van de mens: ? De plaatselijke inrichtingen aanpassen om de subjectieve veiligheid te verbeteren: paden, verlichting, rooilijnen, gezichtsvelden, overzichtelijkheid, enz. ? Werken aan de identiteitsdimensie van het imago van de wijk (kunstwerken, verlichting, enz.) ? Levenskwaliteit en een aangename sfeer tussen gebruikers stimuleren door de kwaliteit van de stedelijke inrichtingen ? Een overgangsstrategie opstellen voor de activering van de openbare ruimten door de toekomstige gebruikers Op het vlak van de luchtkwaliteit: ? De ventilatieopeningen van de parkeergarages uit de buurt van verblijfsruimten in open lucht (pleintjes, speelzones, enz.) plaatsen ? Aan de laanzijde een groen scherm creëren om de verspreiding van verkeersgerelateerde verontreiniging op de Reyerslaan te beperken ? De blootstelling van de gevels van de gebouwen en de private ruimten optimaliseren ? De zonaanvoer naar de naburige gebouwen in situaties van onrechtstreekse bezonning optimaliseren, door te kiezen voor gevelbekledingsmaterialen met een hoge albedo en een hoge emissiviteit ? Aerodynamische studies uitvoeren bij de bouw van hoge gebouwen o De onmiddellijke nabijheid van hoge gebouwen verdichten met lagere bouwwerken o Geen doorgangen creëren onder hoge gebouwen o De ingangen niet op de hoeken van gebouwen plaatsen, maar eerder in hun langste gevels o De gebouwen in de richting van de overheersende windrichting uitlijnen o Menselijke activiteiten in zones met ongemakken vermijden o De afstand tussen hoge gebouwen vergroten o Voorzien in luchtonttrekking vanaf de benedenverdieping om de luchtstromen te beperken en oncomfortabele situaties voor de voetgangers te vermijden ? De aanwezigheid van water en vegetatie integreren om hitte-eilanden te bestrijden ? De voorkeur geven aan lage vegetatie om de opwarming van de bodem te beperken Op het vlak van energie: ? Voordeel halen uit de geïdentificeerde mogelijkheden voor de exploitatie van hernieuwbare energie, in het bijzonder door de optimalisering van het zonne- energiepotentieel op de site ? De mogelijkheden identificeren om het verbruik van de verschillende elektronische uitrustingen, in het bijzonder in het mediagedeelte, te verminderen ? Mogelijke vormen van synergie op wijkniveau verkennen met het oog op de gemengde aard van de ontwikkeling ? Overwegen om installaties te creëren waarop de nieuwe gebouwen geleidelijk aan worden aangesloten Op het vlak van de bodems: ? De mogelijkheden optimaliseren voor opslag van overschotten aan uitgegraven materiaal tijdens de tussenfasen van het project ? Het tracé van de netten ontwerpen met inachtneming van de in stand te houden biotoop Op het vlak van water: ? De ambitie voor het beheer van het regenwater behouden, op landschapsniveau en binnen elk bouwwerk ? Afzonderlijke netten aanleggen om het afvalwaterbeheer te onderscheiden van het regenwaterbeheer ? Het tracé van de netten ontwerpen met inachtneming van de in stand te houden biotoop Op het vlak van fauna en flora: ? De integratie van water in de openbare ruimte bevorderen door middel van grachten, greppels, waterpartijen ? De installatie van semi-intensieve groendaken en conventionele extensieve groendaken bevorderen ? Bij het uitwerken van de structuur van het plantennetwerk rekening houden met de schaduwen die de toekomstige gebouwen op het park zullen werpen, de kwaliteit van de beplanting nader omschrijven ? De ontwikkeling van groene ruimten in de private ruimten optimaliseren: o De aanplanting van inheemse plantensoorten en de aanwezigheid van inheemse diersoorten bevorderen ? De impact van de doortocht van het openbaar vervoer door het park minimaliseren ? De aanleg van moestuinen in collectief beheer programmeren ? Bijzondere aandacht schenken aan de fauna op de site: eikelmuizen, kraaien ? Rekening houden met de aanbevelingen van LB Op het vlak van afval: ? Toezicht houden op de ondernemingen om afvalvermindering en beter afvalbeheer te bevorderen ? Een geïntegreerde aanpak op het vlak van "ecoconstructie" ontwikkelen met als de doelstelling te komen tot 90 % (in gewicht) recycling van bouw- en sloopafval ? De visuele impact van de voor afvalopslag gebruikte containers minimaliseren: o Buiten het gezichtsveld o Met beperking van de geluidshinder o Op zo'n manier dat de route vanuit de gebouwen voor de gebruikers optimaal is o Vlot toegankelijk voor de afvalverwijdering naar buiten toe ? Zorgen voor een milieuvriendelijk beheer van de beplante zone om een goed afvalbeheer te garanderen ? Ongewenste stromen (onder meer asbest) scheiden ? Kiezen voor selectieve ontmanteling; B. Het tweede ontwerpplan en het plan Gelet op de wijzigingen die aan het ontwerp van RPA zijn aangebracht op basis van de adviezen en opmerkingen die tijdens het eerste openbaar onderzoek zijn geformuleerd en hieronder staan opgesomd: ? Schrapping van de sites H, I, J en K en de weg die deze huizenblokken bedient, ten gunste van het centrale openbare park en de bescherming van de biodiversiteit. Deze vermindering (evenals de volgende die hierna worden beschreven) leidt tot een daling van de druk van de menselijke activiteit op het park en dus tot een geringere verstoring van de fauna binnen de perimeter; ? Vermindering van de bebouwde oppervlakte en verlaging van de maximumhoogte van de sites M en N: overmindering van 5.000 m2 in totaal voor wat deze twee sites betreft; overlaging van het landschappelijke herkenningspunt tot 50 m in plaats van 70 m hoogte; oherconfiguratie van deze sites tot één enkele site, die nu "J" wordt genoemd; overbreding van de zuidwestelijke ingang van Mediapark om de doorgang van een tramlijn mogelijk te maken; ? Vermindering van de bebouwde oppervlakte en verlaging van de maximale hoogtes van sites A, B, F, G; ? Vermindering van 5.000 m2, verdeeld over -1.000 m2 voor site A, -1.000 m2 voor site B, -2.000m2 voor site F, - 1.000m2 voor site G; ? Verlaging van de maximumhoogte van de landschappelijke herkenningspunten op sites G en F tot 45 m in plaats van 50 m; ? Vermindering van de grondinname van site E; ? Vergroting van de oppervlakte van het park (van 7,5 tot []10 ha) en bevestiging van het bosrijke karakter van het park, in het bijzonder in het oostelijke deel van de perimeter; ? Aanleg van perimeters voor een grotere bescherming van de biodiversiteit binnen het park (min. 2 ha); ? Herconfiguratie van de busroute tot een "centrale weg" die in de eerste plaats bestemd is voor actieve vervoerswijzen en die aan het openbaar vervoer kan worden toegewezen, voor zover nodig. Het tracé van de centrale weg is indicatief. Het is binnen het parkgebied aangeduid in overdruk; ? Aanleg van een continue begroeiing aan de achterzijde van site F; ? Verplichting om de wegen, doorsteken van het park en steegjes te beplanten; ? Verplichting om niet-bebouwde ruimten te beplanten; ? Verplichting om de onbebouwde oppervlakten van sites zodanig aan te leggen dat de biodiversiteit er wordt gemaximaliseerd; ? Verbetering van het beheer van het afvloeiingswater binnen de perimeter; ? Minimalisering van gebouwde parkeerplaatsen en maximalisering van fietsenstallingen bij bouwwerken; ? Een streven om de beginselen van de circulaire economie te bevorderen: zowel bij de uitvoering van het plan als bij het latere functioneren van de wijk; ? Vermindering van de ruimte die door de ondergrondse parking in het parkgebied wordt ingenomen; ? Uitbreiding van het gebied van structurerende ruimten om het tracé van de tramlijn op te nemen; Overwegende dat bij het MER een addendum is gevoegd met het oog op de presentatie en analyse van de mogelijke gevolgen van de wijzigingen die in het eerste ontwerp van RPA zijn aangebracht, op de verschillende gebieden in verband met het milieu; dat op basis daarvan de aanbevelingen van het MER zijn aangepast; dat het tweede ontwerp van RPA in overeenstemming is met deze aanbevelingen, door iteratieve werkzaamheden tijdens het gehele proces van opstelling van dit addendum; Overwegende dat het tweede ontwerp van RPA, en vervolgens het gewijzigde RPA dat slechts een aantal kleine wijzigingen bevat, het merendeel van de tijdens de opstelling van het milieueffectrapport en het bijbehorende addendum gedane aanbevelingen overnemen, zowel at het strategische luik als wat het verordenende luik betreft, met uitzondering van de aspecten die niet binnen de mate van gedetailleerdheid van het plan of binnen het voorwerp ervan vallen en die in het kader van de vergunningsaanvragen zullen moeten worden onderzocht; B.1 De aanbevelingen van het MER Overwegende dat na afloop van het volledige analyseproces, de volgende aanbevelingen van het MER echter niet werden opgenomen in dit plan; Dat in het onderhavige plan niet wordt gespecificeerd dat onder bouwhoogte wordt verstaan "technische verdiepingen inbegrepen" zoals bepaald in titel I van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening, terwijl het volgens het MER beter is dit te specificeren gezien het risico op een impliciete afwijking van deze verordening; Dat het RPA echter geen enkele bepaling bevat tot intrekking van de vereiste om de technische verdiepingen in het dakvolume te integreren, zodat deze regel van toepassing blijft; Dat het huidige RPA in zijn verordenende voorschriften niet voorziet in een maximumgrens voor de huisvestingsfunctie per bebouwbare site, zoals in het MER wordt gesuggereerd; Dat het huidige plan voorziet in verdere maatregelen om een mix van functies per site te waarborgen, zoals het uitsluiten van de huisvestingsfunctie op de benedenverdieping (met uitzondering van de sites F en G en langs de steegjes) en in ieder geval streeft naar een zekere souplesse om ervoor te zorgen dat het plan duurzaam is in de tijd; Dat het huidige plan niet specifiek toestaat dat er grote speciaalzaken boven een bepaalde omvang, zoals in het MER wordt voorgesteld, tot stand worden gebracht; Dat het huidige plan geen winkelcentrum binnen zijn perimeter wil toestaan; dat grote speciaalzaken een te groot risico op mobiliteitseffecten met zich meebrengen en de doelstellingen van het plan zouden ondermijnen; Dat er voorts verschillende aanbevelingen zijn gedaan die echter niet kunnen worden opgenomen in dit plan, dat een gewestelijk planningsinstrument blijft, aangezien ze niet binnen de mate van gedetailleerdheid van dit plan vallen, met dien verstande dat het MER ook bedoeld is om de aandacht van de autoriteiten te vestigen op bepaalde aspecten van het project die in de volgende vergunningsfasen zullen moeten worden behandeld; Dat deze aanbevelingen zijn opgenomen in hoofdstuk 6.2 "Doelstellingen en samenvatting" van het MER, onder het punt "begeleidende aanbevelingen"; Overwegende dat in het MER in de volgende bewoordingen wordt gespecificeerd dat de locatie van het Mediapark-project op de site van de VRT en de RTBF gerechtvaardigd is: "De realiteit ter plaatse en de conjunctuur maken het dus mogelijk om een grote site te herinrichten, om tegemoet te komen aan de behoeften van de verschillende betrokken partijen, rekening houdend met het feit dat het welslagen van het project in het algemeen belang is en de kansen die het biedt op gewestelijk niveau"; Dat de algemene conclusies van het milieueffectenrapport het volgende bevestigen: "Het strategische luik biedt een zeer volledige analyse van het project, met enorm veel details die de rijkdom van de denkoefening en de afwerkingsgraad, die erg fijn is voor deze projectschaal, weergeven. De voorschriften van het verordenende luik van het RPA beschrijven de grote lijnen van het voorkeursscenario, voor de verschillende geanalyseerde thema's (stedelijke morfologie en dichtheid, diversiteit van de functies, mobiliteitsstrategie, gebruiksvormen en hiërarchie van de openbare ruimte, behoud van de biodiversiteit ...). De geformuleerde aanbevelingen en suggesties werden in aanmerking genomen in de laatste versie van het RPA. Er worden nog enkele aandachtspunten naar voren gebracht om bepaalde begrippen te verfijnen. We kunnen echter besluiten dat het ontwerp van RPA een document vormt dat ambitieus is qua inhoud en volledig en begrijpelijk qua vorm." B.2 De aanbevelingen van het addendum Overwegende dat het tweede ontwerpplan, zowel wat het strategische als wat het verordenende luik betreft, het merendeel van de in het kader van het addendum van het MER gedane aanbevelingen overneemt, met uitzondering van de aspecten die niet binnen de mate van gedetailleerdheid van het plan vallen en die in het kader van de vergunningsaanvragen zullen moeten worden onderzocht; Overwegende dat na afloop van het volledige analyseproces, de volgende aanbeveling van het addendum echter niet werd opgenomen in dit plan; Overwegende dat de aanbeveling voor de handhaving van alle beboste ruimten in het oostelijke deel, waarvan de ontbossing niet strikt noodzakelijk is voor de bouw van de gebouwen E, F en G of de centrale weg, niet zal worden gevolgd aangezien een gedeeltelijke ontbossing van het oostelijke deel van de perimeter ook noodzakelijk zal zijn voor de aanleg van de noordboog en de Georginpoort, die een doorslaggevende rol spelen in de bereikbaarheid van de perimeter; Overwegende dat er tijdens het hele analyseproces verschillende aanbevelingen zijn gedaan, die echter niet kunnen worden opgenomen in het RPA, dat een gewestelijk planningsinstrument blijft, aangezien ze niet binnen de mate van gedetailleerdheid van dit plan vallen, met dien verstande dat het addendum bij het MER ook bedoeld is om de aandacht van de autoriteiten te vestigen op bepaalde aspecten van het project die in de volgende vergunningsfasen zullen moeten worden behandeld; Dat de volgende aanbevelingen die niet binnen het detailniveau van het plan of binnen zijn voorwerp vallen onder de operationalisering van het RPA vallen: - Stedenbouw: ? Het tracé van de tramsporen en de kwaliteit van hun landschappelijke inpassing nauwkeurig analyseren. Met name zorgen voor het volgende: o De hinderlijke impact op de activiteiten aan de voet van het gebouw (horecaterrassen) op site B tot een minimum beperken; o Ervoor zorgen dat de Reyerstoren tot zijn recht komt; ? Er moet worden geanticipeerd op de grondinname van de verschillende bouwplaatsen om de negatieve gevolgen van hun overschrijdingen (manoeuvreerzones, opslagruimten, werflokalen enz.) tot een minimum te beperken. Daarbij moet zoveel mogelijk rekening worden gehouden met het uiteindelijke project, met inbegrip van de al dan niet opnieuw in te richten openbare ruimten. ? Tijdelijke installaties (wegen, parkeerterreinen, opslagplaatsen enz.) worden met de grootste zorgvuldigheid aangelegd en gedimensioneerd om het effect op de fauna en flora tot een minimum te beperken (zie het hoofdstuk over de fauna en flora). ? Bij de stedenbouwkundige planning moet erop worden toegezien dat het aantal en de ligging van de bouwplaatsen die tegelijkertijd plaatsvinden, in goede banen worden geleid, zodat er lokaal geen al te problematische situaties ontstaan. De voorkeur gaat uit naar een trapsgewijze fasering, zodat de laatste werkzaamheden pas beginnen als de eerste zijn voltooid. ? Er moet een beheer van het bouwverkeer worden ingevoerd, in het bijzonder via een planning van de toegangen, om het effect van de bouwfase op het natuurlijke en menselijke milieu en op de mobiliteit binnen de wijk tot een minimum te beperken. ? Maatregelen om de geluidshinder tot een minimum te beperken verdienen de voorkeur, vooral tijdens de ontmantelingsfase van de bestaande installaties (werktijden enz.). - Sociaal en economisch ? Gezien het ontbreken van een minimumdrempel voor woningen met sociale doeleinden, moet worden nagegaan hoe een specifieke strategie kan worden vastgesteld om deze doelstelling te bereiken. Dit kan gebeuren via de perceelfiches die later zullen worden opgesteld. ? Het zou raadzaam zijn om tijdens de ontwikkelingen een actieve monitoring te verrichten van de reële behoeften aan voorzieningen en handelszaken, zodat deze zo goed mogelijk kunnen worden aangepast aan de behoeften, die van nature evolueren. De taskforce Voorzieningen alsook hub.brussels kunnen worden ingeschakeld om ondersteuning te bieden. ? Overgangstraject voor de ingebruikneming van de benedenverdiepingen: in het algemeen vereist de ontwikkeling van het Mediapark-project de invoering van een overgangstraject dat de communicatie over het project, het creëren van draagvlak, de organisatie van activiteiten, de actualisering van de terreindiagnose enz. mogelijk maakt. In een eerste fase kunnen daar de te ontmantelen gebouwen voor worden gebruikt, en in een tweede fase de benedenverdiepingen die nog wachten op gebruikers. - Mobiliteit: ? De fasering van de tramlijn zo plannen dat ze operationeel kan zijn zodra de nieuwe gebruikers aankomen. Vanuit het oogpunt van de mobiliteitsstrategie is het van essentieel belang deze grote kans op een modal shift te grijpen. Dit spreekt ook voor zich vanuit het oogpunt van het ontwerp van de openbare ruimten (bouwwerkzaamheden voor de tram vermijden in een net aangelegde openbare ruimte); ? Er vervolgens over waken dat de doorgang van dienstvoertuigen binnen de site zodanig wordt georganiseerd dat het effect op de aangrenzende ruimten en de plaatselijke flora en fauna tot een minimum wordt beperkt. - Akoestiek: ? De bouwwerkzaamheden voor de tram gelijktijdig uitvoeren met de bouwwerkzaamheden voor de naburige gebouwen. - De mens: ? Werken aan de vorming van een identiteit op de site, met de gebruikers en omwonenden van de site. Het kan daarbij gaan om projecten, de architecturale kwaliteit, de programmering van de open ruimten en hun mogelijke toe-eigening. Het programma (ook voor de gebouwen) moet door de plaatselijke gemeenschap te bepalen locaties kunnen behouden. ? De vaststelling van een overgangsstrategie zal noodzakelijk zijn voor de activering van de site, van deze open ruimten door de toekomstige gebruikers, maar ook om adequate oplossingen te bieden in termen van levenskwaliteit gedurende de ontwikkelingsfasen van het project. ? Zorgen voor de kwaliteit van het beheer van de beplante open ruimten zodat het gebruikscomfort voor de verschillende gebruikersgroepen (vallende bladeren, fruit enz.) gewaarborgd is. - Lucht: ? Het gebruik van niet- verontreinigende energiebronnen bevorderen; - Water en waterleidingnet: ? De ambitie voor het regenwaterbeheer in situ moet in de latere ontwikkelingsfasen van het project worden gehandhaafd. Niet alleen wat het landschap betreft, maar ook als ambitie voor het technische waterbeheer binnen elk bouwwerk. ? Bij de evaluatie van de ondoordringbaarheid op de site in de latere ontwikkelingsfasen moet rekening worden gehouden met de ondergrondse bouwwerken. ? De dimensionering en de exacte aansluitingen van de netten moeten worden uitgevoerd in samenspraak met de bevoegde concessiehouders, om de specifieke technische kenmerken na te leven. ? Het tracé van de netwerken zal worden uitgevoerd met inachtneming van de te behouden biotoop. - Fauna en flora: ? Een voor het publiek toegankelijke open plek in het bos kan worden gecreëerd als de ecotonen (bosranden) worden bewerkt om een vegetatiegradiënt (struiken, grassen) en een bufferzone te creëren. Bij de programmering van de open plek in het bos moeten sterke verstoringen voor de bossoorten in de nabijheid worden vermeden; ? Zorgen voor zoveel mogelijk alternatieve habitats voor de eikelmuizen voordat de bestaande habitats worden vernietigd. De aanplantingen moeten zo vroeg mogelijk worden gepland om functionele habitats in verschillende stadia van ontwikkeling aan te bieden, zodat de eikelmuizen op lange termijn verzekerd zijn van een continu aanbod. Bij de keuze van de soorten en het type beplanting moet met deze tijdsvereiste rekening worden gehouden. Een mogelijkheid is het planten van bosschages volgens de Miyawaki- methode (dichte, snelgroeiende bosschages) op plaatsen waar ontharding gewenst is (kinderdagverblijf, parkeerplaats enz.); ? Tijdens de bouwfase de doorgang van machines beperken tot de strikt noodzakelijke gebieden die zullen worden gekozen vanwege hun beperkte impact op de habitats (reeds ontwikkelde gebieden, niet- beboste gebieden); ? De bodems van de beboste gebieden, die ontoegankelijk blijven voor het publiek, niet verontreinigen. De ecotoxische risico's voor de fauna zijn veel kleiner dan de risico's die gepaard gaan met de vernietiging van de boshabitat; ? Houten randen plaatsen langs de paden om voetgangers en honden te ontmoedigen het bos in te gaan en overlast te veroorzaken voor de fauna; ? In het geval van ontbossing, gevoelige perioden voor de fauna vermijden: voortplantingsperiode, overwinteringsperiode enz. Deze aanbeveling kan moeilijk te volgen zijn omdat ze moet worden aangepast aan de aanwezige soorten; ? Grote bomen vóór het kappen controleren op verblijfplaatsen of kraamkolonies van vleermuizen en de boomkruinen controleren op vogelnesten (bv. roeken) en eikelmuizen. In voorkomend geval de nesten verplaatsen naar behouden bomen; ? Vóór de sloop van bestaande gebouwen controleren of er verblijfplaatsen of kraamkolonies van dwergvleermuizen zijn. In voorkomend geval moeten specifieke maatregelen worden genomen; ? In ruimten met beoordeelde fytosanitaire risico's gebruikmaken van beproefde beheerstechnieken. Het gaat om een combinatie van uitdunnen en onderhouden van het onderhout van de volwassen bomen en spontane regeneratie en aanplant van extra bomen en struiken; ? Behoud van de bomen in de buurt van toekomstige verkeersroutes door onopzettelijke beschadiging van takken en wortels en bodemverdichting te voorkomen; ? Een tracé kiezen voor de centrale weg en de noordboog waarbij zo weinig mogelijk bomen hoeven te worden gekapt. Een ecologische verbinding tot stand brengen aan weerszijden van deze doorgangen, zodat de doortocht van de fauna niet wordt belemmerd. Die verbinding kan de vorm aannemen van rijen bomen met brede kruinen die elkaar raken of andere oplossingen (begroeide pergola's, touwen, loopbruggen voor kleine fauna enz.); ? Al te lawaaierige recreatieve activiteiten in de buurt van de beboste gebieden vermijden; ? Andere habitattypes tot stand brengen binnen de open ruimten, met name inheemse bloemenweiden, die de gehele fauna van de site ten goede komen (lijst van planten aan het eind van de paragraaf); ? Bijzondere aandacht besteden aan de essen (Fraxinus excelsior): ze zijn gevoelig voor een schimmelziekte, de anthracnose (boomkanker) van de es. Deze soort liever opnemen in dichte gebieden waar de ruimte door een andere soort zal worden ingenomen als de boom sterft, dan als solitaire boom in een stedelijke omgeving; - Materiaalstromen - afval: Optimalisering van de circulariteit van materialen uit de afbraakwerkzaamheden: £ De voorkeur geven aan het behoud van gebouwen, of de ondergrondse verdiepingen ervan, waar dat technisch mogelijk is. De mogelijkheid om de bestaande ondergrondse parkeergarages te benutten, moet worden onderzocht: hierdoor zouden deze ruimten kunnen worden gevaloriseerd, eventueel om de behoefte aan nieuwe parkeerfaciliteiten te verminderen. Voor deze ruimten zijn andere gebruiksvormen mogelijk: stormbekkens, behoud als opslagruimten enz. £ Selectieve afbraakprocessen toepassen en teruggewonnen materialen opnieuw integreren in de hergebruikcircuits, idealiter voor het hergebruik van bepaalde materialen uit de afbraak rechtstreeks op de site: in de context van de stadsontwikkeling, waar het herstel van oude gebouwen een grote uitdaging is, worden afvalbeperking en de recyclage van materialen zeer belangrijk. £ Een geïntegreerde benadering van "ecoconstructie" ontwikkelen: Het milieueffect van de bouw minimaliseren door preventie, hergebruik en recycling. £ Bij het ontwerp en van de gebouwen anticiperen op de mogelijkheden van gedeeld gebruik van ruimte en aanpasbaarheid van de gebouwen. £ Bij het ontwerpen van open ruimten anticiperen op het mogelijke gedeeld gebruik van gebruiksvormen en de integratie van infrastructuren voor gedeelde diensten . Overwegende dat het addendum bij het MER wijst op de aanwezigheid van eikelmuizen (Eliomys quercinus) binnen de perimeter van het RPA en bepaalde aanbevelingen doet voor de bescherming ervan en de bescherming van fauna en flora binnen de perimeter van het plan; Dat de eikelmuis een soort is die in het hele gewestelijke grondgebied een strikte bescherming geniet en een soort van gewestelijk belang is in de zin van de ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende het natuurbehoud; Dat de habitats van deze eikelmuizen zich meer bepaald in het huidige Georginbos en, in mindere mate, in de groene ruimte aan de voet van de Reyerstoren bevinden; Dat, zoals bevestigd door het addendum bij het MER, sinds 2001 een toename van het aantal waarnemingen van eikelmuizen is vastgesteld, met name in het oosten van Brussel; dat de waarnemingen, bijgewerkt in 2021, deze vaststelling bevestigen; dat Leefmilieu Brussel in zijn overzicht van de staat van de natuur in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gepubliceerd in december 2022, opmerkt dat het verspreidingsgebied van de eikelmuis in Brussel toeneemt; dat Leefmilieu Brussel 21 sites in het Brusselse Gewest heeft vastgesteld waar de eikelmuis is waargenomen; dat deze recente waarnemingen dus geruststellend zijn wat betreft de evolutie van de populatie van de eikelmuis binnen het grondgebied van het Gewest; dat de kwestie van het behoud van de eikelmuis in een gunstige staat van instandhouding dus niet specifiek beperkt is tot de perimeter van het RPA; dat de aanwezigheid van de eikelmuis binnen deze perimeter echter in aanmerking moet worden genomen als een schakel in het verspreidingsgebied van eikelmuizen in Brussel; Dat biodiversiteit een belangrijke maatschappelijke kwestie is, zowel wegens de intrinsieke waarde ervan als wegens de vele diensten die ze aan de Brusselaars levert; Dat het belangrijk is de impact van de stedelijke ontwikkeling op die biodiversiteit te beperken; Overwegende dat in het MER verschillende scenario's zijn beoordeeld en een voorkeursscenario is geselecteerd; Overwegende dat het ontwikkelingsscenario de vermoedelijke evolutie van het gebied beoogt, bij ongewijzigde wetgeving, rekening houdend met een maximalisering van het bouwpotentieel, volgens de mogelijkheden geboden door het GBP en de GSV, wat zou leiden tot een versnippering en een verkleining van de omvang van het park; Dat de huidige planologische situatie die van het GBP is; dat het gebied waarop het huidige ontwerp van RPA betrekking heeft, onder drie bestemmingen valt: een gebied van voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten, een gemengd gebied en een klein begraafplaatsgebied; dat, met uitzondering van het kleine begraafplaatsgebied, het gehele gebied waarop het ontwerp betrekking heeft bebouwbaar is; dat het oostelijke deel van de perimeter van het ontwerp van RPA in de feitelijke toestand bestaat uit een bebost gebied waar een aanzienlijk deel van de eikelmuispopulatie leeft; Dat de planologische toestand van de perimeter in zijn huidige vorm niet geschikt is om de eikelmuispopulatie in een gunstige staat van instandhouding te behouden, aangezien zij bebouwing mogelijk maakt in de beboste gebieden waar het grootste deel van de eikelmuispopulatie leeft; Dat met het ontwikkelingsscenario niet alleen de doelstellingen van het RPA niet kunnen worden bereikt, maar dat het een groter effect op de biodiversiteit zal hebben indien de in het GBP geplande bestemmingen worden uitgevoerd; Dat het derhalve geen bevredigende oplossing is wat betreft de doelstelling om een gunstige staat van instandhouding voor de eikelmuizen te handhaven; Overwegende dat de andere bestudeerde scenario's niet veel verschilden in hun effect op de plaatselijke fauna; Dat het voorkeursscenario en de gevolgen ervan voor de ontwikkeling, het behoud of het herstel van de eikelmuispopulatie en meer in het algemeen van alle in de perimeter aanwezige fauna en flora in een gunstige staat van instandhouding grondig zijn bestudeerd; dat deze overwegingen ertoe hebben geleid dat het eerste ontwerp van RPA op een aantal punten is aangepast, waarbij de door het MER opgestelde aanbevelingen met betrekking tot het onderwerp 'fauna en flora' zijn gevolgd aangezien dat thema binnen de algemeenheidsgraad van het plan valt; Overwegende dat de omvang van het park is vergroot van ongeveer 8 ha in het eerste ontwerp van RPA tot ongeveer 10 ha in het huidige plan; dat deze toename is bereikt door de schrapping van de voormalige sites IJK en H alsmede door de vermindering van de grondinname van site E; Dat naast de schrapping van de voormalige sites IJK en H, de totale dichtheid van het ontwerp van RPA naar beneden is bijgesteld (- 5.000 m2 voor de voormalige sites M en N); - 1.000 m2 voor site A; - 1.000 m2 voor site B; - 2.000 m2 voor site F; - 1.000m2 voor site G); dat deze wijzigingen de eikelmuispopulatie (en de fauna en flora als geheel) in staat zullen stellen te genieten van een grotere oppervlakte aan parkruimten dan oorspronkelijk gepland, waar bovendien de druk van de menselijke activiteit is afgenomen; Dat het eerste ontwerp van RPA ook is herwerkt met betrekking tot het kwalitatieve aspect van het park, door een perimeter van groene ruimten te handhaven die hoofdzakelijk bestemd zijn voor de aanleg van een beboste ruimte; dat het aangepaste RPA ook voorziet in perimeters voor een verhoogde bescherming van de biodiversiteit voor een totale minimumoppervlakte van 2 ha; dat deze perimeters ontoegankelijk zullen worden gemaakt voor het publiek en dat ze diersoorten in staat zullen stellen een habitat van gelijkwaardige kwaliteit te vinden als in een natuurlijke omgeving, met dien verstande dat deze diersoorten van het gehele parkgebied zullen kunnen profiteren; Dat het aangepaste RPA ook voorziet in een groot aantal ecologische verbindingen binnen de perimeter, en meer bepaald binnen de delen van het park die bestemd zijn om meer verhard te worden (Mediaplein, Georginpoort), langs de parkdoorsteken, steegjes en wegen en een achteruitbouwstrook aan de achterzijde van site F; dat deze verbindingen de plaatselijke fauna, waaronder de eikelmuizen, niet alleen in staat zullen stellen zich binnen het park te verplaatsen, maar ook om de buitenkant van de perimeter te bereiken om andere habitatgebieden te bereiken; Dat het aangepaste RPA ook voorziet in de ontwikkeling van bebouwbare gebieden in verband met de biodiversiteit door te eisen dat de gebouwen, de installaties en hun omgeving en de paden, zodanig worden aangelegd dat de biodiversiteit wordt bevorderd en door te voorzien in bepaalde inrichtingen in het parkgebied, zoals nestkastjes; Dat tot slot in het aangepaste RPA ook wordt aanbevolen een specifiek beheersplan voor de eikelmuizen op te stellen, aangezien in dit stadium noch de planning, noch de precieze fasering, noch de organisatie van de bouwplaatsen bekend is; dat dit beheersplan ervoor zal zorgen dat het behoud of het herstel van de eikelmuispopulatie in een gunstige staat van instandhouding niet in het gedrang komt door ondoordachte plannings-, faserings- of projectkeuzes; Overwegende dat deze verschillende maatregelen, die in het algemeen zijn toegelicht, in de richting gaan van de handhaving van de eikelmuispopulatie g, maar ook van de bestaande fauna en flora, terwijl de andere doelstellingen van groot openbaar belang op grond waarvan het plan is aangenomen, in beginsel kunnen worden verwezenlijkt; Overwegende dat de Regering het advies van Leefmilieu Brussel heeft gevraagd over de principiële verenigbaarheid van het gewijzigde ontwerp van RPA met het behoud of het herstel van de eikelmuispopulatie in een gunstige staat van behoud, met dien verstande dat bij de uitvoering ervan afwijkingen zullen moeten worden gevraagd in toepassing van de artikelen 83 en volgende van de ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende het natuurbehoud, die gebaseerd zullen zijn op dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; Uit het advies van Leefmilieu Brussel blijkt dat de aanbevelingen in het MER zodanig zijn opgesteld dat de kernhabitat van de in het gebied aanwezige eikelmuispopulatie kan worden gered en dat zij de basis leggen voor de ontwikkeling van een gebied dat veel meer rekening houdt met de habitat van de eikelmuis dan het eerste ontwerp van RPA; dat het ontwerp niettemin de bestaande situatie wijzigt (evolutie van een gesloten gebied, zonder menselijke activiteit, naar een gebied dat hoofdzakelijk openstaat voor het publiek) en dat de doelstelling van het behoud of het herstel van de eikelmuispopulatie in de perimeter zal afhangen van de details, de precisie en de noodzakelijke samenwerking met specialisten, in elke fase van de ontwikkeling van de perimeter; dat het van essentieel belang is te vertrouwen op de extreme kwaliteit van de ontwikkeling van de openbare ruimten en het latere beheer ervan, maar ook tijdens de werkzaamheden, ongeacht de fase van het RPA; Dat Leefmilieu Brussel erop staat dat elk project dat zal worden uitgevoerd, voldoet aan de aanbevelingen van het MER met betrekking tot de bescherming van de biodiversiteit (waaraan, ter herinnering, het RPA voldoet voor de aanbevelingen met betrekking tot de mate van algemeenheid ervan), alsook aan de "bijlagen 2 en 4" (de "bijlagen 2 en 4" die door LB in haar advies worden genoemd, komen in feite overeen met de bijlagen 1 en 2 van het rapport van Natuurpunt) van het rapport van Natuurpunt; dat Leefmilieu Brussel ook aandringt op twee specifieke punten, namelijk het behoud van verbindingen die de permeabiliteit van de perimeter naar andere terreinen (met name de oost-westverbinding) mogelijk maken, en het behoud van een voldoende dikke bodemlaag voor fruitbomen boven de ondergrondse parking in overdruk met de parkzone; Dat het aangepaste RPA het advies van Leefmilieu Brussel volledig respecteert wat betreft de mate van algemeenheid, door de aanbevelingen van het MER inzake biodiversiteit op te volgen; dat het aangepaste RPA ingaat op de twee specifieke punten die door Leefmilieu Brussel aan de orde zijn gesteld; Dat het strategische luik van het aangepaste RPA bepaalt dat de steegjes, dienstwegen en doorsteken van het park voldoende dicht worden beplant, met bomen waarvan de kronen elkaar raken, en dat aan de rand van de perimeter biologische verbindingen worden aangebracht om de kleine fauna in staat te stellen zich over het terrein en naar de buiten de perimeter van het RPA gelegen vegetatiezones te verplaatsen; dat deze strategische visie is vertaald in het verordenende luik van het aangepaste RPA, dat voorschrijft dat de structurerende ruimten, de steegjes, de wegen en de doorsteken van het park op een continue en regelmatige wijze worden beplant met struiken of bomen, voornamelijk fruitbomen of andere voedende soorten; dat ecologische verbindingen ook worden gewaarborgd door de verplichting dat gebouwen, installaties en hum omgeving en de paden zodanig worden aangelegd dat de biodiversiteit wordt bevorderd, en door het parkgebied, dat hoofdzakelijk voor vegetatie is bestemd en waarin specifieke perimeters zijn voorzien die gunstig zijn voor eikelmuizen en de fauna in het algemeen (perimeters met een verhoogde bescherming van de biodiversiteit en perimeter van groene ruimten); In het strategische luik van het aangepaste RPA wordt bepaald dat ondergrondse parkeerterreinen in het parkgebied tot een minimumhoogte van 2 meter met teelaarde worden bedekt, waardoor de aanplant van grote bomen mogelijk wordt; dat dit parkeergebied in overdruk niet in strijd kan zijn met de bestemming van het parkgebied, dat hoofdzakelijk voor vegetatie is bestemd; Overwegende dat de ordonnantie van 1 maart 2012 inzake het natuurbehoud voorziet in een afwijkingsmechanisme (art. 83 e.v.) voor een reeks handelingen die gevolgen hebben voor soorten die krachtens deze ordonnantie strikte bescherming genieten; Overwegende dat telkens wanneer dat nodig is om dergelijke afwijkingen zal moeten worden verzocht; Dat het RPA, omdat het geen details bevat over de operationele aspecten van de uitvoering ervan (planning, fasering en specifieke projecten), te algemeen van aard is om in het stadium van de goedkeuring van het plan een verzoek om afwijking overeenkomstig de artikelen 83 en volgende te formuleren; Dat dergelijke afwijkingen door de aanvragers van een stedenbouwkundige vergunning moeten worden aangevraagd op basis van het bovengenoemde beheersplan voor de eikelmuispopulatie, zodat die populatie in een gunstige staat van instandhouding kan worden gehouden; Dat deze afwijkingen zullen worden gerechtvaardigd door het grote openbare belang voor het Gewest van de ontwikkeling van de "Mediapark"-site; Dat het GPDO de site die binnen de perimeter van het plan valt, immers in de Reyerspool opneemt, die als een van de twaalf prioritaire interventiepolen voor verstedelijking is opgenomen in de strategie voor de mobilisering van het potentieel en de grondreserves die in het GPDO worden voorgesteld in het kader van as 1 - Het grondgebied mobiliseren om de basis van de territoriale ontwikkeling vast te leggen en nieuwe wijken te ontwikkelen";; Dat in het GPDO met nadruk wordt gewezen op de ideale ligging van de Reyerssite, halverwege tussen de Europese wijk en de luchthaven; Dat het grote gewestelijke belang erin bestaat een mediapool te ontwikkelen die beschikt over passende functies en inrichtingen voor de ontwikkeling ervan binnen de perimeter van het ontwerp van RPA, gerechtvaardigd door de uitzonderlijke concentratie van media- activiteiten in de Reyerswijk rond de zetels van de radio- en tv-omroepen RTBF en VRT; Dat het Brusselse Gewest ook een demografische groei kent die waarschijnlijk tot het midden van de 21e eeuw zal blijven duren; Dat het van essentieel belang is de grondreserve te benutten en tegemoet te komen aan de huidige en toekomstige behoeften aan huisvesting, voorzieningen en bijbehorende diensten door een nieuwe dynamische en structurerende wijk op de schaal van de metropool te creëren; Dat het Gewest ook een park met gewestelijke uitstraling wil ontwikkelen dat grotendeels toegankelijk is voor het publiek in een gebied met een tekort aan groene ruimten; Dat de noodzaak om tegemoet te komen aan de verhoogde nood aan huisvesting, voorzieningen, economische activiteiten, mobiliteit en landschappen op de site wordt bevestigd door de definitiestudie uitgevoerd door het Agentschap voor Territoriale Ontwikkeling en goedgekeurd door de Regering op 18 april 2013; VI.II Redenen voor de keuzen van het plan zoals het is goedgekeurd, rekening houdend met de andere beschouwde redelijke oplossingen Gelet op artikel 30/6 van het BWRO, dat bepaalt dat het besluit dat het RPA definitief goedkeurt, in zijn motivatie de redenen van de keuzen van het plan zoals het werd goedgekeurd, samenvat, rekening houdend met de andere beschouwde redelijke oplossingen; Overwegende dat het MER is uitgewerkt als een iteratieve oefening, die niet alleen tot doel had de programmering van het RPA te beschrijven en de belangrijke voorzienbare gevolgen ervan voor het milieu vast te stellen en te evalueren, maar ook om tijdens de ontwikkeling van het RPA bij te dragen tot de verbetering van dat RPA; Overwegende dat het MER is gestructureerd in drie grote fasen: diagnose, evaluatie en conclusie; dat de evaluatiefase het onderwerp was van talrijke iteraties met het ontwerp van RPA; dat deze iteraties zijn gegroepeerd in 5 hoofdbundels: programmatische analyse, ruimtelijke analyse op basis van contrasterende scenario's, ruimtelijke analyse op basis van varianten op het Masterplan, analyse van het voorkeursscenario, analyse van het ontwerp van RPA; dat de lessen die zijn getrokken uit een analysefase het plan hebben doen evolueren; Dat uit de voorbereidende onderzoeksfasen twee belangrijke aanbevelingen naar voren zijn gekomen voor het vaststellen van de programmering: - enerzijds niet meer dan 425.000 m2 bouwen, zodat het resterende niet- bebouwbare saldo van de site meer marge kan bieden voor een kwaliteitsvolle inrichting op de site; - anderzijds niet opteren voor een alternatief dat de realisatie van een winkelcentrum inhoudt, maar de voorkeur geven aan de creatie van een lokale handelspool, versterkt door een aanbod dat specifiek beantwoordt aan de behoeften van de site; Dat dankzij deze twee programmatische elementen de indeling van het voorgestelde programma verder kon evolueren; Dat op basis van de programmering de te verwachten effecten van vier alternatieven inzake de spatialisatie van het plan zijn gedefinieerd en geanalyseerd in het MER; dat deze alternatieven werden gedefinieerd in termen van het programma van bestemmingen en oppervlakken; Dat aldus vier alternatieven zijn geanalyseerd: alternatief 0 (ontwikkelingsscenario), alternatief 1 (het park als bufferzone), alternatief 2 (het park als ononderbroken tapijt) en alternatief 3 (het park als verzamelplaats voor het wijkleven); Dat de verschillende alternatieven inzake spatialisatie ook opnieuw zijn beoordeeld in het licht van de varianten van het Masterplan; Overwegende dat een voorkeursscenario is opgesteld op basis van de spatialisatie- alternatieven, volgens de aanbevelingen uit de voorgaande studiefasen; Dat het voorkeursscenario de hoofdlijnen van de analyse inzake spatialisatie respecteert, namelijk: - De inachtneming van de ambitie van een Mediapark, met grote flexibiliteit in de aangeboden typologieën; - Realisatie van een omvangrijke openbare ruimte, met een grote plantencomponent; - Het aanbrengen van een hiërarchie in de openbare ruimten om ervoor te zorgen dat de wijk functioneert als een aangename plek om te wonen: de programmering van de gebruiksmogelijkheden in deze ruimten zal worden beïnvloed door de indeling en onderlinge afstemming van de omliggende functies (ruimten voor evenementen, doorgangsruimten, verblijfsruimten, wandelruimten, ruimten om tot rust te komen, enz.); - Het op afstand brengen van het autoverkeer en de integratie van de actieve vervoerswijzen; - De doortocht van een lijn van het openbaar vervoer om de site te bedienen; - Het gemengde karakter van de aangeboden woningtypes; -De integratie van de behoeften aan voorzieningen (kinderdagverblijf, school) als gevolg van de aanwezigheid van nieuwe bewoners; - De integratie van erfgoedelementen in de logica van een architecturaal geheel; Overwegende dat het voorkeursscenario na de eerste openbare raadpleging ter discussie is gesteld en daarom opnieuw is onderzocht in het kader van het addendum bij het MER, voornamelijk met betrekking tot de door het project voorgestelde dichtheid en de bescherming van de biodiversiteit; dat het plan dienovereenkomstig is gewijzigd; Dat, afgezien van deze wijzigingen, de andere fundamentele aspecten van het plan ongewijzigd zijn gebleven, met name: - de perimeter, de media-positionering van de site (met de aanwezigheid van de VRT en de RTBF in hun nieuwe hoofdkantoren); - de functiegemengdheid zoals oorspronkelijk gepland voor het gebied, volgens een verdeling (percentages) die vergelijkbaar is met die van het oorspronkelijke voorkeursscenario; - de openstelling van de openbare ruimten om een openbaar park in het hart van de site te creëren; Dat de analyse door het MER en het bijbehorende addendum het mogelijk hebben gemaakt om de kansen en risico's te identificeren die specifiek zijn voor elk van de belangrijkste strategische kwesties; Dat de Regering deze analyses heeft overgenomen en de nuttige inzichten heeft verwerkt in het plan; Dat het MER en zijn addendum op basis hiervan definitieve aanbevelingen hebben geformuleerd voor de projectontwikkelaars en de overheidsinstanties; Dat de Regering, in de mate zoals uiteengezet in het vorige subhoofdstuk, deze verschillende aanbevelingen heeft overgenomen. VII. Openbaar onderzoek en adviezen van de raadgevende instanties Overwegende dat het eerste ontwerp van RPA is voorgelegd aan een openbaar onderzoek van 27 februari tot 29 april 2019 in overeenstemming met artikel 30/5 van het BWRO en ter advies aan de betrokken gemeenten, de raadgevende instanties en de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie; Overwegende dat, naar aanleiding van de tijdens het openbaar onderzoek geuite bezwaren, de adviezen van de adviesorganen en het advies van de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie, de regering besloten heeft het eerste ontwerp van RPA "Mediapark" ingrijpend te wijzigen; Gelet op artikel 30/6 van het BWRO dat als volgt luidt: 'Na kennis te hebben genomen van de resultaten van het onderzoek en van de uitgebrachte adviezen, kan de Regering binnen zestig dagen na de ontvangst van het advies van de Gewestelijke Commissie of de vervaldag van de haar toebedeelde termijn voor het uitbrengen van dit advies, hetzij het richtplan van aanleg definitief goedkeuren, hetzij beslissen om het te wijzigen. In het eerste geval omkleedt zij haar beslissing met redenen op elk punt waarop zij afwijkt van de adviezen of bezwaren en opmerkingen die werden uitgebracht tijdens het onderzoek. In het tweede geval, behalve wanneer de wijzigingen van ondergeschikt belang zijn en niet van dien aard dat ze noemenswaardige gevolgen kunnen hebben voor de omgeving, wordt het gewijzigde ontwerp opnieuw voorgelegd voor onderzoek, overeenkomstig artikel 30/5 (...)"; Overwegende dat, in het onderhavige geval, de Regering heeft opgemerkt dat de in het ontwerp van RPA aangebrachte wijzigingen niet, geheel of gedeeltelijk, als gering kunnen worden aangemerkt en/of als wijzigingen die geen significante gevolgen kunnen hebben voor het milieu; Overwegende dat, overeenkomstig de artikelen 30/5 en 30/6 van het BWRO, besloten is het gewijzigde ontwerp van RPA opnieuw te toetsen aan de onderzoeksmaatregelen; Overwegende dat het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 30 maart 2023Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 30/03/2023 pub. 11/04/2023 numac 2023030911 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende steun voor investeringen en consultancy voor ondernemingen die worden getroffen door de directe en indirecte economische gevolgen van de Russische agressie tegen Oekraïne type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 30/03/2023 pub. 08/05/2023 numac 2023030923 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 14 oktober 2021 houdende aanwijzing van de leden van de Brusselse Raad voor de gelijkheid tussen vrouwen en mannen type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 30/03/2023 pub. 28/04/2023 numac 2023030934 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering lot goedkeuring van het programma voor het "Stadsvernieuwingscontract - Rondom het Zuidstation" type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 30/03/2023 pub. 19/05/2023 numac 2023030892 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 16 januari 2020 houdende aanduiding van de leden van het Beheerscomité van Actiris type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 30/03/2023 pub. 14/04/2023 numac 2023030922 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 maart 2015 tot regeling van de samenstelling en de werking van het comité van experten op het vlak van niet-ioniserende stralingen sluiten tot goedkeuring van het richtplan van aanleg "Mediapark", in overeenstemming met artikel 30/6 van het BWRO een antwoord biedt op de adviezen van de raadgevende instanties en op de bezwaren en opmerkingen die zijn geformuleerd tijdens dit eerste openbaar onderzoek; Dat deze opmerkingen en de daarop gegeven antwoorden werden gegeven op basis van het ontwerp van RPA zoals voorgelegd aan dit eerste openbaar onderzoek; Dat deze antwoorden zoals opgenomen in het besluit van 30 maart 2023, waarnaar voor het overige wordt verwezen, geldig zijn, behoudens andersluidende motivering, ten aanzien van het RPA zoals vastgesteld bij dit besluit voor de aspecten van dit plan die ongewijzigd zijn gebleven; Overwegende dat het tweede ontwerp van RPA "Mediapark" is voorgelegd aan een openbaar onderzoek in overeenstemming met artikel 30/5 van het BWRO; dat dit openbaar onderzoek plaatsvond van 24 april tot 1 september 2023; Dat het tweede ontwerp ter advies is voorgelegd aan de betrokken gemeenten, de raadgevende instanties en de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie; Overwegende dat de uitgebrachte adviezen en de bezwaren en opmerkingen die werden geformuleerd in het kader van het tweede openbaar onderzoek, evenals de te geven antwoorden erop, kunnen worden samengevat in de bewoordingen die zijn opgenomen in hoofdstuk VIII van dit besluit; VIII. Samenvatting van de adviezen, de opmerkingen en de bezwaren geformuleerd in het kader van het tweede openbaar onderzoek - Motivatie van het regeringsbesluit houdende goedkeuring van het RPA A. ALGEMENE OVERWEGINGEN OVER HET RPA
- ALGEMEEN 1.A. Identiteit en doelstellingen van het RPA Overwegende dat de gemeente Schaarbeek de verbeteringen die in het ontwerp zijn aangebracht in vergelijking met de vorige versie, in het algemeen toejuicht; Overwegende dat Perspective erop wijst dat de tweede versie van het RPA Mediapark werd uitgewerkt en gewijzigd om rekening te houden met de klachten van omwonenden en verenigingen en de adviezen van de geraadpleegde instanties, met name op het gebied van bebouwingsdichtheid, mobiliteit, circulariteit, programmering en vooral de aandacht voor biodiversiteit; Overwegende dat de Regering stelt dat het ontwerp van RPA is herzien, met name om de ambities van het RPA op het gebied van biodiversiteit en natuurbehoud te versterken; dat in de praktijk de voormalige site IJK is geschrapt en de grondinname van de voormalige site H is verkleind; dat het park bijgevolg kon worden vergroot van 8 ha tot 9,8 ha; dat het bosrijke en natuurlijke karakter ervan is geaccentueerd door de bestaande natuur erin te integreren; dat er meer publiek ontoegankelijke gebieden voor verhoogde bescherming van de biodiversiteit moeten worden gecreëerd, met een totale minimumoppervlakte van 2 ha; Dat de globale dichtheid van de site naar beneden is bijgesteld, waardoor de impact op de mobiliteit kan worden verminderd en bepaalde bouwprofielen kunnen worden verkleind; Dat de zuidwestelijke ingang is verbreed om een tram door de site te kunnen laten rijden; Dat het iconische karakter van de Reyerstoren wordt benadrukt; dat de openstelling van de Reyerstoren voor het publiek wordt aanbevolen, met een grotere diversiteit aan mogelijke bestemmingen; dat de mogelijkheid van het creëren van uitbreidingen en paviljoenen aan de voet van de Reyerstoren is toegevoegd; Overwegende dat sommige reclamanten verheugd zijn over de door het ontwerp nagestreefde doelstellingen en/of van mening zijn dat het ontwerp meerwaarde zal verlenen aan de wijk zelf en aan de omliggende wijken; Overwegende dat de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie (GOC) vraagtekens plaatst bij het concept zelf van het RPA Mediapark en zijn symbolische Reyerstoren; dat ze uitnodigt om na te denken over de toekomst van de media over vijftig jaar en de functie van deze infrastructuur; Overwegende dat sommige reclamanten de noodzaak en de wenselijkheid van de oprichting van een mediapool in het algemeen ter discussie stellen; Overwegende dat de Regering verklaart dat op 9 december 2013 een samenwerkingsovereenkomst voor de herontwikkeling van de site van de RTBF-VRT werd gesloten tussen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de gemeente Schaarbeek, de RTBF en de VRT; dat deze overeenkomst bedoeld is om een Masterplan - dat vandaag gedeeltelijk wordt gepresenteerd onder het stadsproject 'mediapark.brussels' - op te stellen, de milieu-impact ervan te evalueren en de uitvoering ervan op te volgen; Dat deze site in het GPDO wordt geïdentificeerd als één van de twaalf prioritaire ontwikkelingspolen in het kader van de strategie van mobilisering van het potentieel en van de geboden grondreserves; Dat de RTBF en de VRT hun faciliteiten willen moderniseren en wensen deel te nemen aan de herontwikkeling van de site waar ze reeds gevestigd zijn; dat het plan de versterking beoogt van de bestaande activiteiten op de site (ongeveer 60 ondernemingen en 5.000 werknemers); dat er voor het Gewest veel op het spel staat bij de ontwikkeling van een mediastad, gebruikmakend van de uitzonderlijke concentratie van media-activiteiten in de Reyerswijk, rond de hoofdkantoren van de radio- en televisiezenders RTBF en de VRT; dat de oprichting van een mediapool op een andere site zonder (of zelfs met weinig) activiteiten in verband met de media het niet mogelijk zou maken om deze uitdaging even samenhangend aan te gaan; dat de aanwezigheid van de VRT en RTBF op deze site een drijvende kracht is om de vitaliteit van de nagestreefde mediapool te garanderen; dat andersom de gewestelijke ambitie van het RPA zou zorgen voor een grotere zichtbaarheid van de bestaande activiteiten op de site en in de omgeving; Dat het plan het mogelijk zal maken om de plaats van de mediasector in de hoofdstad te versterken door de oprichting van een economisch en opleidingscentrum voor informatie- en communicatietechnologieën; Dat de site momenteel bestaat uit een afgesloten ruimte; dat de beslissing om de bestaande VRT- en RTBF-gebouwen af te breken om er compactere gebouwen op te trekken (met een vermindering van de huidige bebouwde oppervlakte met 55%) tot gevolg zal hebben dat een groot deel van de site wordt vrijgemaakt; dat er een reële opportuniteit bestaat om deze site te ontwikkelen door een nieuwe Brusselse wijk te creëren rond de toekomstige nieuwe hoofdkantoren van de RTBF en de VRT, en om er een nieuwe vorm van functiegemengdheid te ontwikkelen tussen activiteiten die tot de mediasector behoren en huisvesting; dat de site zal profiteren van de stedelijke levendige drukte en de valorisatie van de beschikbare grond; Dat in het plan bovendien rekening wordt gehouden met de ontwikkelingscapaciteit van de mediasector in de loop der tijd; dat het aanbeveelt dat de voorgestelde stadsvorm zich in de loop der tijd kan aanpassen aan veranderingen in de ruimtelijke vereisten van de programma's; dat de hoogte van de benedenverdiepingen zo is ontworpen dat ze omkeerbaar is om plaats te bieden aan andere gebruiksvormen; Overwegende dat de GOC aanbeveelt om in de denkoefening over het RPA de kwestie van de programmering en het cultureel beheer op te nemen, waarbij ook rekening moet worden gehouden met het sociaal aspect en de toekomst van de verschillende sectoren in verband met de media; Dat ze zich afvraagt welke rol de Mediapool zou kunnen spelen in het project 'Brussel 2030'; Overwegende dat de Regering erop wijst dat het project Brussel 2030 tot doel heeft verschillende sociale en culturele projecten uit te voeren, met name om steun te verlenen aan de kandidatuur van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest om in 2030 Culturele Hoofdstad van Europa te worden; dat het RPA niet specifiek deel uitmaakt van dit project; Dat ze evenwel benadrukt dat een van de doelstellingen van het RPA de ontwikkeling van een 'mediapool van de 21e eeuw' is; dat het strategische luik ervoor pleit rekening te houden met de ontwikkelingscapaciteit van het plan in de loop van het tijd; dat het stelt dat de stadsvorm die in het plan wordt voorgesteld, zich moet kunnen aanpassen naargelang van de ruimtelijke vereisten van de programma's; dat de hoogte van de benedenverdiepingen omkeerbaar moet zijn om plaats te bieden aan andere gebruiksvormen; dat het ook pleit voor de oprichting van hogescholen die actief zijn op mediagebied; Dat het verordenende luik van het RPA de installatie van voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten op alle sites toestaat; dat de sokkels van toekomstige gebouwen bedoeld zijn om een verscheidenheid aan activiteiten te huisvesten, waaronder een culturele programmering; dat het Mediaplein plaats kan bieden aan een programmering van evenementen in verband met activiteiten op het domein van de media; dat het RPA bijgevolg zou kunnen bijdragen tot de culturele uitstraling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, met inbegrip van de uitstraling die wordt uitgedragen door het project 'Brussel 2030'; dat voor het overige kwesties in verband met cultureel beheer niet binnen het voorwerp van het plan vallen; Overwegende dat sommige reclamanten zich verzetten tegen het RPA Mediapark, omdat ze vinden dat het RPA geen avant-gardistische visie voorstelt teneinde er een voorbeeld van Europese verstedelijking van te maken; Overwegende dat sommige reclamanten zich verzetten tegen het RPA Mediapark wegens het ontbreken van een voorbeeldfunctie voor de verstedelijking van een groot gewestelijk braakliggend terrein, en van mening zijn dat het plan niet bijdraagt aan de verbetering of het behoud van de levenskwaliteit in de omliggende wijken; Overwegende dat een reclamant van mening is dat steden overal ter wereld steeds meer op elkaar lijken en dat hij zich afvraagt hoe dit project toch een bijzondere kwaliteit kan behouden; Overwegende dat het RPA past in het kader van de beleidsoriëntaties van het GPDO en aangeeft welke grote principes voor de inrichting of herinrichting van het grondgebied het voor ogen heeft; dat de ruimtelijke ordening inspeelt op de vastgestelde of voorzienbare gewestelijke en lokale behoeften voor een gegeven grondgebied en tegelijk de levenskwaliteit op dat grondgebied versterkt; Dat dit plan ertoe strekt om een unieke wijk met gemengd gebruik te creëren die specifieke architecturale voorwaarden biedt voor de media- activiteiten in overeenstemming met de doelstellingen van het Gewest; dat het de tools implementeert die nodig zijn om het bestaande medialandschap te transformeren en een stedenbouwkundig model aanbeveelt dat in de loop van de tijd aanpasbaar is; dat het ernaar streeft om verbindingen tot stand te brengen tussen de media en hun directe omgeving, waardoor ontmoetingen, serendipiteit en de ontwikkeling van innovatieve methoden door de kruisbestuiving van competenties in de hand worden gewerkt; Dat het in casu voorziet in de aanleg van een nieuw stadspark van 9,8 hectare in het hart van het project om uitwisselingen tussen de verschillende spelers in het media-ecosysteem aan te moedigen; dat het strategische luik van het ontwerp van RPA bovendien een zeer hoog niveau van architecturale normen vereist om de verschillende activiteiten die gepaard gaan met die toekomstige mediapool, te huisvesten en hun impact op het milieu te beperken; dat de gekozen architectuur aanpasbaar moet zijn om de duurzaamheid van de bouwwerken te garanderen; dat het RPA is uitgerust met zijn eigen indicatoren voor de kwaliteit van het bewonen van een duurzame stad; Dat het duidelijk inzet op de actieve vervoerswijzen, waarmee het ook een antwoord biedt op de klimaat-, milieu- en duurzaamheidsproblematiek; dat het aanbeveelt om transversale maatregelen te ontwikkelen om de natuur en de biodiversiteit te bevorderen en om duurzame en circulaire stedelijke ontwikkelingen te valoriseren; Dat het voor het overige toekomt aan de vergunningverlenende autoriteiten om de voorbeeldfunctie van elk project te onderzoeken in de fase van de afgifte van de vergunningen; 1.B. Aanpassing van het RPA aan crisissen, de klimaatverandering en sociale veranderingen Overwegende dat sommige reclamanten van mening zijn dat het project zou moeten worden herzien in het licht van de recente crisissen (pandemie, energiecrisis, oorlog in Oekraïne ...) om zich aan te passen aan een nieuwe realiteit en te voldoen aan de huidige behoeften op het gebied van individuele ontplooiing en stedelijke ontwikkeling; Overwegende dat de Regering erop wijst dat de reclamanten niet specificeren op welke manier deze op gissingen berustende elementen de door het RPA gevolgde strategieën zouden hebben beïnvloed, noch welke wijzigingen als gevolg daarvan zouden zijn vereist; Dat ze benadrukt dat het RPA rekening houdt met verschillende behoeften die zijn vastgesteld op de schaal van de Reyerswijk, maar ook op gewestelijk niveau; Dat het RPA wil beantwoorden aan verschillende behoeften die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn vastgesteld; dat het een nieuwe gemengde, stedelijke en solidaire wijk wil creëren ter vervanging van de bestaande enclave; dat het plaats zal bieden aan een groot aantal woningen, waaronder openbare huisvesting, om in te spelen op de demografische groei die in het Gewest wordt vastgesteld en op de vraag naar betaalbare woningen, om te voorkomen dat gezinnen de wijk ontvluchten; dat die woningen zo zullen worden gebouwd dat bij het ontwerp zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met biokwalitatieve criteria (hoeveelheid zoninval, doorlopende ruimten, daglicht in de gangen en gemeenschappelijke ruimten, vlotte toegangen, wind, enz.); Dat deze nieuwe wijk ook plaats zal bieden aan openbare voorzieningen om te voldoen aan de behoeften van de bestaande bevolking in de omliggende wijken en van de geplande bevolking; dat in het bijzonder een technische middelbare school is gepland op site F om te voldoen aan de vraag die wordt veroorzaakt door de bevolkingsgroei in het Gewest en de vraag naar betaalbare huisvesting, om te voorkomen dat gezinnen de wijk ontvluchten; Dat deze nieuwe wijk zal worden ontworpen rond een groot stadspark; dat het in de Reyerswijk ontbreekt aan openbare ruimte van goede kwaliteit; dat dit park zal openstaan voor meerdere gebruiksvormen, met respect voor de bestaande biodiversiteit; Overwegende dat reclamanten zich afvragen hoe ecogedragingen in het RPA zijn opgenomen en hoe het RPA de klimatologische, culturele en gedragsveranderingen aanpakt; Overwegende dat reclamanten wijzen op de noodzaak om te anticiperen op de ingrijpende veranderingen in de gedragsmodellen; Overwegende dat Brupartners en de Raad voor het Leefmilieu van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest erop aandringen dat het RPA resulteert in een duurzaam project dat gebaseerd is op de beginselen van de circulaire economie, door de uitvoering van elk van de projecten en in een wijkwerking; Overwegende dat sommige reclamanten verduidelijking willen over de verenigbaarheid van het project met het Akkoord van Parijs en de strijd tegen de opwarming van de aarde; Overwegende dat de Regering erop wijst dat het plan als doel heeft een nieuwe stadsvorm te ontwikkelen; dat het, in de mate die aansluit bij dat doel, anticipeert op bepaalde culturele en gedragsveranderingen; dat het plan in overeenstemming is met de doelstellingen van de Regering inzake duurzame ontwikkeling, de strijd tegen de opwarming van de aarde en de veerkracht tegen de gevolgen van deze opwarming; dat het plan milieudoelstellingen bevat die gericht zijn op de ontwikkeling van een groene, gezonde en milieuvriendelijke buurt; dat deze doelstellingen op gewestelijk niveau moeten worden bekeken en dat de uitvoering van het plan bijdraagt tot de verwezenlijking van de gewestelijke doelstellingen; Dat het strategische luik verschillende milieu- aanbevelingen bevat, met name op het gebied van mobiliteit, doorlatendheid en vergroening van de openbare ruimten, circulariteit, duurzaamheid en geïntegreerd regenwaterbeheer; dat sommige van deze maatregelen ook zijn toegevoegd aan het verordenende luik van het plan; dat het plan bovendien aanbeveelt om transversale maatregelen te ontwikkelen om de natuur en de biodiversiteit te bevorderen en duurzame en circulaire stadsontwikkeling te valoriseren; Dat het plan, op het niveau van zijn perimeter, tot doel heeft om het autoverkeer binnen en rond de site zoveel mogelijk te beperken; dat deze beperking beantwoordt aan de voornoemde doelstellingen; dat het plan door het creëren van functiegemengdheid de redenen voor autoverplaatsingen wil beperken; Dat het plan bovendien heel veel aandacht besteedt aan de actieve vervoerswijzen; dat in dit verband wordt verwezen naar wat hieronder wordt uiteengezet met betrekking tot de benadering van mobiliteit in het RPA en het gebruik van de auto; Dat, gezien de knelpunten op het vlak van mobiliteit en om het gewenste wijkkarakter te respecteren, het strategische luik van het RPA Mediapark buurtwinkels aanbeveelt; Dat het plan de infiltratie van het regenwater aanbeveelt en er daarom voor pleit om zoveel mogelijk oppervlakken in volle grond te behouden; dat het RPA Mediapark is gewijzigd om de bebouwbare oppervlakken te beperken (schrapping van de sites H en IJK, verlaging van de maximaal toegestane vloeroppervlakte op de meeste bebouwbare sites); dat bijgevolg de oppervlakte van het stadspark is vergroot van 8 ha tot 9,8 ha, d.w.z. 49% van de perimeter van het RPA; dat het overgrote deel van dit park zal worden aangelegd in volle grond om het regenwater te absorberen; dat het strategische luik in het bijzonder specificeert dat het Georginbos wordt behouden als oppervlak in volle grond; dat een laag van 2 m aarde zal worden aangelegd boven de eventuele ondergrondse parkeergarage; dat in het parkgebied ook waterpartijen zullen worden aangelegd; dat dankzij de aanwezigheid van de uitgebreide vegetatie die is gepland op de hele site, evenals de waterpartijen en de gebieden in volle grond, de warmte-effecten minder sterk voelbaar zullen zijn; Dat het strategische luik ook de aanbeveling bevat dat de volledige openbare ruimte moet helpen de grondwaterlagen opnieuw aan te vullen en het stedelijk hitte-eilandeffect te bestrijden; Overwegende dat sommige reclamanten nauw betrokken willen worden bij de uitvoering van het beheersplan voor duurzame ontwikkeling waarin het RPA zou voorzien; dat zij erop aandringen dat er nu meteen al acties voor duurzame ontwikkeling worden ondernomen; Overwegende dat de Regering stelt dat er geen wettelijke verplichting bestaat om een beheersplan voor duurzame ontwikkeling op te stellen; dat het niet binnen het voorwerp van het plan en de mate van algemeenheid ervan valt om dit beheersplan of de opstellingsprocedure ervan te definiëren; Dat ze eraan herinnert dat het RPA Mediapark aansluit bij de in het GPDO omschreven duurzaamheidsdoelstellingen; Dat het RPA werd onderworpen aan een analyse van zijn milieueffecten, in overeenstemming met artikel 30/3 van het BWRO; dat het milieueffectrapport specifiek de gevolgen van het project analyseert in termen van circulariteit en, meer in het bijzonder, de kwesties van duurzame bevoorrading, ecodesign, verantwoorde verbruik, hergebruik en recycling, enz.; dat het concludeert dat het RPA een hoog ambitieniveau heeft op deze punten, zodat de gewestelijke doelstellingen inzake circulariteit worden gehaald en er een doorslaggevende invloed wordt uitgeoefend op projecten die in het gebied zullen worden gebouwd; Overwegende dat het strategische luik van het RPA Mediapark zeer hoge architecturale eisen stelt, dat de gekozen architectuur aanpasbaar moet zijn om de duurzaamheid van de bouwwerken te garanderen; dat het heeft voorzien in eigen indicatoren voor het duurzaam bewonen van een stad; Dat het RPA Mediapark duidelijk inzet op de actieve vervoerswijzen, waarmee het ook een antwoord biedt op de klimaat-, milieu- en duurzaamheidsproblematiek; Dat het plan aanbeveelt om transversale maatregelen te ontwikkelen om de natuur en de biodiversiteit te bevorderen en om duurzame en circulaire stedelijke ontwikkelingen te valoriseren; Dat voor meer toelichtingen wordt verwezen naar wat hieronder wordt gezegd over het integreren van ecogedrag en aanpassing aan de klimaatveranderingen; Dat het strategische luik voorziet in de opstelling van een beheersplan voor de eikelmuis; dat dit beheersplan niet specifiek betrekking heeft op de kwestie van duurzame ontwikkeling; dat dit beheersplan niet alleen de eikelmuispopulatie zal opvolgen tijdens de uitvoeringsfase van de site, maar zal vaststellen welke acties en maatregelen nodig zijn om de eikelmuispopulatie op lokaal niveau in een gunstige staat van instandhouding te houden; dat dit beheersplan voor de eikelmuis op die manier verschillende aspecten die verband houden met het behoud van de biodiversiteit, zal behandelen; Dat voor het overige de aspecten van duurzame ontwikkeling zullen worden beoordeeld als onderdeel van vergunningsaanvragen en eventuele effectbeoordelingen van de projecten die het plan moeten uitvoeren; Overwegende dat sommige reclamanten wijzen op de noodzaak om te anticiperen op de ingrijpende veranderingen in de economische modellen; Overwegende dat sommige reclamanten zich baseren op een nog te verschijnen studie, zonder bronvermelding, over de commons en zich afvragen hoe de resultaten van deze studie in het RPA zullen worden opgenomen; Overwegende dat reclamanten zich afvragen hoe het RPA de benadering 'Brussels.Donut', die met de steun van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel Economie en Werkgelegenheid is ontwikkeld, ten uitvoer zal leggen en of het RPA voor advies aan Brussels.Donut is voorgelegd; Overwegende dat reclamanten wensen dat het advies van hub.brussels wordt ingewonnen op het vlak van circulaire economie; Overwegende dat de Regering erop wijst dat de Participatieve studie over de Brusselse commons in oktober 2023 is gepubliceerd, dus na de goedkeuring van het RPA Mediapark; Dat het RPA in de eerste plaats een instrument voor ruimtelijke ordening is waarvan de uitwerkingsprocedure is vastgelegd in de artikelen 30/3 en volgende van het BWRO; dat het past in het kader van de beleidsoriëntaties van het GPDO en aangeeft welke grote principes voor de inrichting of herinrichting van het grondgebied het voor ogen heeft; dat het voor advies is voorgelegd aan de verschillende aangewezen raadgevende instanties; dat het niet vereist is om het RPA voor te leggen aan de adviezen van Brussels.Donut of hub.brussels, of om er overwegingen in op te nemen die geen verband houden met het doel ervan; dat deze aspecten voor het overige niet binnen het doel van het RPA vallen of, in voorkomend geval, binnen de operationaliseringsfase ervan vallen; 1.C. Procedure voor de uitwerking en het concept van het RPA Overwegende dat een reclamant uiting geeft aan zijn algemene ontevredenheid over het gebrek aan adequate democratische waarborgen in het RPA, waarbij hij de nadruk legt op de aanzienlijke territoriale gevolgen op lokale en gewestelijke schaal, alsook op de mogelijkheid voor het RPA om af te wijken van de hogere normen (GBP, GSV ...); dat een reclamant benadrukt dat het problematische karakter van het RPA als instrumen