← België

Koninklijk besluit tot vaststelling van de concurrerende inschrijvingsprocedure, de voorwaarden en de procedure tot toekenning van de domeinconcessies

Kort samengevat

Dit besluit regelt de procedure en voorwaarden voor het toekennen van concessies voor de bouw en exploitatie van installaties voor de productie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen in de Belgische zeegebieden. Het doel is om meer hernieuwbare energie op het Belgische net te brengen en de CO2-uitstoot te verminderen.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
3 JUNI 2024. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de concurrerende inschrijvingsprocedure, de voorwaarden en de procedure tot toekenning van de domeinconcessies en de algemene voorwaarden voor het gebruik van de kavels voor de bouw en exploitatie van een installatie voor de productie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het besluit dat u wordt voorgelegd beoogt uitvoering te geven aan artikel 6/3, § 3, van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 26/06/1999 numac 1999000502 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van artikel 77, tweede lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen type wet prom. 29/04/1999 pub. 24/06/1999 numac 1999022439 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de niet-conventionele praktijken inzake de geneeskunde, de artsenijbereidkunde, de kinesitherapie, de verpleegkunde en de paramedische beroepen sluiten betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna de "elektriciteitswet"), zoals ingevoegd bij de wet van 12 mei 2019Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/01/1999 pub. 12/03/1999 numac 1999022033 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet ter bescherming van het mariene milieu in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België type wet prom. 20/01/1999 pub. 29/04/1999 numac 1999003217 bron ministerie van financien Wet houdende toekenning van begrotingsmiddelen door aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar1998 voor de financiële afhandeling van de verhoging van het quotum van België betreffende de goedkeuring van de resolutie betreffende de elfde algemene herziening van de quota van de leden van het Internationaal Monetair Fonds sluiten4 en laatst gewijzigd bij de wet van 19 december 2023Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/01/1999 pub. 12/03/1999 numac 1999022033 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet ter bescherming van het mariene milieu in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België type wet prom. 20/01/1999 pub. 29/04/1999 numac 1999003217 bron ministerie van financien Wet houdende toekenning van begrotingsmiddelen door aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar1998 voor de financiële afhandeling van de verhoging van het quotum van België betreffende de goedkeuring van de resolutie betreffende de elfde algemene herziening van de quota van de leden van het Internationaal Monetair Fonds sluiten9, waarbij machtiging wordt gegeven aan de Koning om "het verloop van de concurrerende inschrijvingsprocedure, de voorwaarden en procedure tot toekenning van de domeinconcessies en de algemene voorwaarden voor het gebruik van de kavels" te bepalen. Dit betreft de in paragraaf 1 van hetzelfde artikel bedoelde domeinconcessies voor de bouw en exploitatie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen in de zeegebieden die onder de rechtsbevoegdheid van België vallen. De bedoelde kavels zijn de kavels waarvan de locatie, de omvang en het aantal zullen worden vastgesteld bij ministerieel besluit genomen in uitvoering van artikel 6/4 van de elektriciteitswet. Het koninklijk besluit van 22 mei 2019Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/02/2002 pub. 11/08/2004 numac 2004015109 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de volgende Verdragen : type wet prom. 17/02/2002 pub. 15/05/2002 numac 2002015030 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met de volgende Internationale Akten : 1° Overeenkomst, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, gedaan te Brussel op 26 juli 1995. 2° Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, bij de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, gedaan te Dublin op 27 september 1996. 3° Tweede Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, bij de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, en gezamenlijke Verklaring, gedaan te Brussel op 19 juni 1997. 4° Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, betreffende de prejudiciële uitlegging, door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, van de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, en Verklaring, gedaan te Brussel op 29 november 1996. 5° Overeenkomst, opgesteld op basis van artikel K.3, lid 2, onder c), van het Verdrag betreffende de Europese Unie, ter bestrijding van corruptie waarbij ambtenaren van de Europese Gemeenschappen of van de Lidstaten van de Europese Unie betrokken zijn, gedaan te Brussel op 26 mei 1997 type wet prom. 17/02/2002 pub. 04/11/2004 numac 2004015200 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de volgende Verdragen : 1. Overeenkomst betreffende de bouw en de exploitatie van een Europese Synchrotronstralingsinstallatie, en Bijlagen, opgemaakt te Parijs op 16 december 1988; 2. Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en het Koninkrijk der Nederlanden betreffende de gezamenlijke deelname aan de Europese Synchrotronstralingsinstallatie alsook de wijze van uitvoering daarvan, en Uitwisseling van brieven, ondertekend te Brussel op 12 november 1990; 3. Protocol van toetreding van het Koninkrijk der Nederlanden tot de Overeenkomst van 16 december 1988 betreffende de bouw en de exploitatie van een Europese installatie voor synchrotronstraling, en Bijlage, opgemaakt te Parijs op 9 december 1991. - Erratum . Addendum (II) sluiten4 tot vaststelling van het marien ruimtelijk plan voor de periode van 2020 tot 2026 in de Belgische zeegebieden (hierna "marien ruimtelijk plan 2020-2026) heeft een zone afgebakend, bestemd voor de toekenning van domeinconcessies voor de bouw en exploitatie van installaties voor de productie en opslag van energie uit hernieuwbare bronnen en voor de toekenning van domeinconcessies voor de bouw en exploitatie van installaties voor de transmissie van elektriciteit, bestaande uit drie gebieden: Noordhinder Noord, Noordhinder Zuid en Fairybank, tezamen de "Prinses Elisabeth-zone" (PEZ) genoemd. De ontwikkeling van de PEZ voor het opwekken van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen laat toe om een aanzienlijke hoeveelheid extra hernieuwbare energie op het Belgische net te brengen, met een grote bijkomende vermindering van CO2-uitstoot en talrijke andere maatschappelijke, sociale, economische en klimaatvoordelen. Artikel 6/3, § 3, van de elektriciteitswet belast de Koning onder meer met het vaststellen van de ontvankelijkheidscriteria waaraan de kandidaten van de concurrerende inschrijvingsprocedure moeten voldoen (2° ) en met het vaststellen van de objectieve, niet-discriminerende en transparante toekenningscriteria op basis waarvan een rangorde wordt opgemaakt en de domeinconcessie wordt toegewezen (3° ). Daarnaast wordt de Koning ook gelast om, in voorkomend geval, de financiële steun te bepalen waar de concessiehouder overeenkomstig artikel 7 van de elektriciteitswet aanspraak op kan maken voor een maximale duurtijd van twintig jaar (10° ). Mede op basis van aanbevelingen van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG) en van een stakeholderconsultatie werden tenderprincipes voor de PEZ uitgewerkt. Deze beginselen werden getoetst aan de volgende doelstellingen, die ervoor moeten zorgen dat de ontwikkeling van de PEZ gepaard gaat met de grootst mogelijke sociale welvaartswinst. Het gaat om de volgende doelstellingen: - zorgen voor de hoogst mogelijke injectie van hernieuwbare energie in het Belgische net; - de risico's voor investeerders beperken, zodat hernieuwbare elektriciteit tegen de laagst mogelijke kost kan worden geproduceerd; - de laagst mogelijke elektriciteitsprijs hebben voor alle Belgische consumenten met de mogelijkheid van PPA's (Power Purchase Agreements) met vaste prijzen voor onze industrie en burgers; - burgerparticipatie mogelijk maken en dit ook via hernieuwbare energiegemeenschappen; - overwinsten ("windfall profits") vermijden. Er zijn twee aanbestedingsfasen gepland met een eerste aanbesteding voor een eerste lot van maximaal 700 MW (PEZ I) en een tweede fase voor de twee andere loten van maximaal 1400 MW (PEZ II en III) die in het ministerieel besluit bedoeld in artikel 6/4 van de elektriciteitswet gedetailleerd zullen worden beschreven. De betrokken domeinconcessieovereenkomsten zijn niet onderworpen aan de wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/01/1999 pub. 12/03/1999 numac 1999022033 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet ter bescherming van het mariene milieu in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België type wet prom. 20/01/1999 pub. 29/04/1999 numac 1999003217 bron ministerie van financien Wet houdende toekenning van begrotingsmiddelen door aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar1998 voor de financiële afhandeling van de verhoging van het quotum van België betreffende de goedkeuring van de resolutie betreffende de elfde algemene herziening van de quota van de leden van het Internationaal Monetair Fonds sluiten0 betreffende de concessieovereenkomsten. Immers, domeinconcessies in de zin van het Belgisch administratief recht worden, krachtens de preambule van Richtlijn 2014/23/EU en de memorie van toelichting van de Concessiewet, uitdrukkelijk van het toepassingsgebied van deze regelgeving uitgesloten. Deze uitsluiting kan van toepassing worden geacht, op voorwaarde dat het wetsontwerp, de uitvoeringsbesluiten en het bestek voor de concurrerende inschrijvingsprocedure geen al te gedetailleerde eisen inzake de bouw en de exploitatie van de productie-installaties (zullen) vooropstellen. De titularis van de domeinconcessie dient bij het ontplooien van zijn activiteiten op de betrokken kavels, over een aanzienlijke vrijheid te beschikken. Er zal dan ook over gewaakt worden dat de concessiedocumenten geen al te gedetailleerde technische voorschriften (of specificaties) omvatten voor het bouwen of voor de exploitatie van de productie-installaties, behoudens deze gerelateerd aan de aansluiting van de installaties op de Modular Offshore Grid of gerelateerd aan de milieuvergunning. Het is de bedoeling dat de concessiehouder diens gebruiksrecht ten volle voor de private bouw en exploitatie van productie-installaties kan benutten. Er zal bij het opstellen van de concessiedocumenten dus een restrictieve invulling gegeven worden aan de technische en functionele specificaties bedoeld in artikel 27, § 1, 4° van dit besluit. In de inmiddels ingediende aanvraag tot verkrijging van een milieuvergunning, die bedoeld is om aan de concessiehouder te worden overgedragen, wordt voornoemde vergunning verzocht voor een zo ruim mogelijk voorwerp van een toekomstig project zoals bedoeld in artikel 6/3 van de elektriciteits wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 26/06/1999 numac 1999000502 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van artikel 77, tweede lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen type wet prom. 29/04/1999 pub. 24/06/1999 numac 1999022439 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de niet-conventionele praktijken inzake de geneeskunde, de artsenijbereidkunde, de kinesitherapie, de verpleegkunde en de paramedische beroepen sluiten, waarbij voor verscheidene scenario's en parameters van dergelijk project (bijvoorbeeld aantal installaties, individueel vermogen, hoogte, enz.) in ruime bandbreedtes is voorzien teneinde rekening te houden met de steeds evoluerende markt en in het bijzonder teneinde de vrijheid van de concessiehouder om zelf invulling te geven aan zijn gebruiksrecht zo weinig mogelijk te beperken en zodoende een maximale vrijheidsgraad te laten aan de concessiehouder.. Overeenkomstig artikel 6/3, § 3 van de elektriciteits wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 26/06/1999 numac 1999000502 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van artikel 77, tweede lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen type wet prom. 29/04/1999 pub. 24/06/1999 numac 1999022439 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de niet-conventionele praktijken inzake de geneeskunde, de artsenijbereidkunde, de kinesitherapie, de verpleegkunde en de paramedische beroepen sluiten kunnen de concessiedocumenten wel algemene voorwaarden bevatten voor het gebruik van de kavels zoals een minimum te installeren productiecapaciteit, de regels inzake het sluiten van een contractuele band, de toegelaten activiteiten naast de productie van elektriciteit en de vereisten inzake een deugdelijk plan van aanpak op basis waarvan een haalbare en tijdige realisatie en een behoorlijke bouw, exploitatie en ontmanteling redelijkerwijze kan verwacht worden. De concessiedocumenten zullen eveneens een verwijzing bevatten naar een model milieuvergunning alsook naar een model aansluitingscontract die onder bepaalde voorwaarden en binnen bandbreedtes op vlak van bepaalde parameters de private realisatie en private exploitatie van de productie-installaties zullen toelaten. De evaluatie van de door de inschrijver vooropgestelde technieken en middelen in functie van de ontwikkeling van productie-installaties alsook de termijn van realisatie, is ingegeven vanuit de bedoeling om een grote waarschijnlijkheid van realisatie binnen een redelijke termijn na te streven mede in het licht van de Europese doelstellingen waardoor België gebonden is. Indien uit de beschrijving van de door de inschrijver vooropgestelde technieken en middelen de beoogde bijkomende geïnstalleerde capaciteit bijvoorbeeld redelijkerwijze niet technisch haalbaar zou kunnen worden geacht en/of risico's voor de veiligheid met zich zou meebrengen, zou daaraan een gepast gevolg kunnen worden gegeven. Aangezien er voor de procedureregels niet kon teruggevallen worden op de concessiewet of de wet overheidsopdrachten, werkt dit besluit conform artikel 6/3, § 3 van de elekriciteitswet een sui generis regeling uit. Daarbij werd waar passend soms inspiratie gezocht in de voormelde wetgeving, maar dit heeft geen invloed op de juridische kwalificatie van de domeinconcessies. De formele overeenkomsten doen geen afbreuk aan het inhoudelijk onderscheid. De inschrijvers krijgen negen maanden de tijd om hun offerte voor te bereiden, waarna de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie (FOD Economie) drie maanden de tijd krijgt voor de evaluatie van de inschrijvers, die desgewenst met drie maanden kan worden verlengd. Van de inschrijvers wordt dan verwacht dat uiterlijk achtenveertig maanden na de bekendmaking van het winnende bod de volledige productie-installatie operationeel is, dus alle productie-eenheden in dienst genomen zijn. De concessieduur bedraagt veertig jaar (artikel 6/3, § 2, van de elektriciteitswet, zoals gewijzigd door de wet van 23 oktober 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/01/1999 pub. 12/03/1999 numac 1999022033 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet ter bescherming van het mariene milieu in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België type wet prom. 20/01/1999 pub. 29/04/1999 numac 1999003217 bron ministerie van financien Wet houdende toekenning van begrotingsmiddelen door aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar1998 voor de financiële afhandeling van de verhoging van het quotum van België betreffende de goedkeuring van de resolutie betreffende de elfde algemene herziening van de quota van de leden van het Internationaal Monetair Fonds sluiten6), daarin inbegrepen de bouwfase, de exploitatiefase en de ontmantelingsfase. De bouwfase moet voltooid worden binnen de vier jaar. De ontmantelingsfase begint ten laatste vierentwintig maanden voor het verstrijken van de concessieduur en de ontmanteling moet ten laatste bij het verstrijken van de concessieduur voltooid zijn. De volgende ontvankelijkheidscriteria werden weerhouden: 1. technische capaciteit;2. financiële capaciteit;3. vereisten inzake netaansluiting;4. maximale uitoefenprijs (strike price);5. minimaal geïnstalleerde capaciteit;6. minimaal aandeel burgerparticipatie;7. cyberveiligheid;8. uitsluitingsgronden. Wat betreft de gunningscriteria, zullen de kandidaturen geëvalueerd worden op basis van de prijs en het aandeel burgerparticipatie, als volgt: - 90,0000 punten voor het criterium "prijs"; - 10,0000 punten voor het aandeel burgerparticipatie (voor indirecte burgerparticipatie enkel de percentages boven op het minimum aandeel van 1% van de totale investeringskosten). Op basis van aanbevelingen van de CREG wordt als financieringsmechanisme gekozen voor een tweerichtingscontract ter verrekening van verschillen ("two-sided contract for difference") (zie studie (F)2247 van de CREG van 17 juni 2021), maar met de mogelijkheid om een deel van de elektriciteitsproductie te verkopen via een contract met een afnemer ("power purchase agreement", PPA) aan een vaste prijs. Het aandeel van de productie dat via een PPA aan vaste prijs mag worden verkocht is in principe beperkt tot 50%. Een extra mogelijkheid om PPA's aan vaste prijs af te sluiten voor een bijkomend aandeel van 25% is specifiek voorbehouden voor burgers, kmo's en lokale autoriteiten, waaronder gemeenten, onderwijsinstellingen en verenigingen, voor zover deze voldoen aan de voorwaarden voor directe burgerparticipatie zoals bepaald in artikel 21, § 3, van het voorliggende besluit. Deze mogelijkheid laat ook hernieuwbare energiegemeenschappen toe om PPA's aan vaste prijs af te sluiten. Een tweerichtingscontract ter verrekening van verschillen is een ondersteuningsmechanisme waarbij een vast inkomstenniveau (de "strike price") wordt gegarandeerd op basis van de via de groothandelsmarkt geïnde inkomsten. Indien de elektriciteitsprijs op de groothandelsmarkt lager is dan de strike price, dan betaalt de overheid het verschil aan de begunstigde; is de elektriciteitsprijs hoger dan de strike price, dan betaalt de begunstigde het verschil aan de overheid. Tweerichtingscontracten ter verrekening van verschillen spelen een belangrijke rol bij het dichten van de financieringskloof en het verlagen van het risico van investeringen in hernieuwbare energie. Een tweerichtingscontract ter verrekening van verschillen voorziet in een gegarandeerde prijs voor de opgewekte elektriciteit, waardoor het risico voor investeerders afneemt, de stabiliteit van de inkomstenstroom toeneemt en prikkels worden gecreëerd voor kostenverlagingen en innovatie. Tweerichtingscontracten ter verrekening van verschillen verlagen de kapitaalkosten van project gefinancierde activa door zekerheid over de inkomsten te bieden. De kosten van schulden (rentetarieven) en de zekerheid van inkomsten zijn de belangrijkste elementen waarmee rekening moet worden gehouden bij de verlaging van de kapitaalkosten. Aanvullende factoren zijn gebaseerd op de stabiliteit van de regelgeving, die bepalend is voor het risico van investeren in een specifieke markt. Concessiehouders die ondersteund worden door een tweerichtingscontract ter verrekening van verschillen kunnen hun toekomstige inkomsten zeer nauwkeurig voorspellen. En dat geeft banken het vertrouwen dat ze hun leningen kunnen terugbetalen. De hervorming van de EU-regels voor de elektriciteitsmarkt, waarover het Europees Parlement en de Raad op 13 december 2023 een akkoord hebben bereikt (Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordeningen (EU) 2019/943 en (EU) 2019/942 en van Richtlijnen (EU) 2018/2001 en (EU) 2019/944 ter verbetering van het opzet van de elektriciteitsmarkt, 2023/0077(COD)), bevordert het gebruik van tweerichtingscontracten ter verrekening van verschillen en van PPA's als complementaire instrumenten die gericht zijn op het vergroten van de voordelen van goedkope elektriciteitsopwekking voor verbruikers. Volgens de nieuwe regels zullen tweerichtingscontracten ter verrekening van verschillen verplicht worden voor met overheidsmiddelen gefinancierde investeringen in nieuwe installaties voor de productie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen. De optie van "nulsubsidieregeling" ("zero bid") werd eveneens onderzocht maar uiteindelijk niet weerhouden. Bij een zero bid krijgt de winnaar van de concurrerende inschrijvingsprocedure geen financiële ondersteuning van de overheid. Dit is weliswaar gunstig voor de overheidsfinanciën, maar drijft de financieringskosten op. Met tweerichtingscontracten ter verrekening van verschillen zijn banken vaak bereid tot 80% van de aanloopkosten voor de bouw van een windpark of andere installatie voor de productie van elektriciteit uit hernieuwbare energie te lenen. Maar bij blootstelling aan (fluctuerende en marktgestuurde) marktprijzen voor elektriciteit kunnen bankleningen beperkt blijven tot misschien maar 25% van het totale bedrag dat nodig is om een productie-installatie te bouwen. De rest zal moeten worden gefinancierd met eigen vermogen, een veel duurdere manier om de investeringskost te voorzien. De financieringskosten maken een groot deel uit van de totale kosten van projecten en de impact is aanzienlijk. Wanneer een offshore productie-installatie die door een tweerichtingscontract ter verrekening van verschillen wordt ondersteund, hypothetisch, een elektriciteitskost zou hebben van 50 euro/MWh, dan zal diezelfde productie-installatie die zonder dergelijke steun wordt gebouwd, doorgaans een elektriciteitskost van ongeveer 92 euro/MWh hebben. Volgens de CREG zou de keuze voor een zero-bid mechanisme het deelnemersveld beperken en vooral in het voordeel spelen van nutsbedrijven met een productieportefeuille in België. Dit leidt tot hogere prijzen. Bovendien is er geen afroming van eventuele overwinsten. Een tweerichtingscontract ter verrekening van verschillen zorgt daarentegen voor een gelijk speelveld ("level playing field") voor alle partijen, inclusief kleinere of nieuwe partijen en partijen die onafhankelijk zijn van nutsbedrijven met een productieportefeuille in België. Om de financiële ondersteuning door de overheid te beperken zonder echter afbreuk te doen aan het gelijk speelveld, werd in de mogelijkheid voorzien om stroom te verkopen via PPA's aan vaste afnameprijs. De referentieprijs is in dit geval niet de groothandelsprijs op de day-ahead markt (zoals voor het volume van de productie dat buiten de vaste prijs PPA's wordt verkocht), maar de vaste prijs van de PPA min de kosten verbonden aan het afsluiten van een dergelijk contract, die geplafonneerd worden op 3 €/MWh. Voor de stroom die via deze vaste prijs PPA's verkocht wordt, ontvangt de concessiehouder geen steun, maar blijft een terugbetalingsverplichting van kracht indien de referentieprijs, nl. vaste prijs van de PPA min 3€/MWh, hoger ligt dan de strike price. De concessiehouder ontvangt geen vergoeding van de overheid indien deze referentieprijs lager is dan de strike price. Tijdens de eerste zes maanden na de toekenning van de domeinconcessie kunnen PPA's aan vaste prijs afgesloten worden zonder competitief toewijzingsproces, op voorwaarde dat zij een minimumduur van 20 jaar hebben. Daarna moeten de vaste prijs PPA's via een transparant en niet-discriminerend competitief proces toegekend worden. Deze verplichting geldt voor de duur van de ondersteuningsperiode. Door de mogelijkheid te bieden om een deel van de productie aan een hogere prijs te verkopen in het kader van vaste prijs PPA's, is er een prikkel voor de inschrijvers om elektriciteit direct te verkopen aan eindgebruikers. De terugbetaling van de inkomsten uit deze PPA's wordt geactiveerd vanaf de strike price vermeerderd met 3 euro per MWh (d.w.z. als de referentieprijs, die gelijk is aan de vaste prijs van de PPA min drie euro per MWh hoger is dan de strike price) om te vermijden dat grote nutsbedrijven en andere financieel sterkere partijen de domeinconcessie in de wacht zouden kunnen slepen door een zeer lage strike price te bieden met de bedoeling om voor veel hogere prijzen PPA's af te sluiten. Dit zou leiden tot de uitsluiting van kleinere, nieuwe of onafhankelijke partijen die niet in dezelfde mate toegang hebben tot de PPA-markt als andere partijen. Om dezelfde reden wordt ook de omvang van het volume dat onder vaste prijs PPA's gecontracteerd mag worden, beperkt tot 50% van de totale elektriciteitsproductie. Een extra volume van maximum 25% is echter toegestaan voor vaste prijs PPA's met burgers, kmo's en lokale autoriteiten, waaronder gemeenten, onderwijsinstellingen en verenigingen. Dit is gelinkt aan de voorwaarden voor directe burgerparticipatie om de deelnemers in het project ook toegang te geven tot hernieuwbare elektriciteit en dit volgens de geest van hernieuwbare energiegemeenschappen. Een aandeel van 25% kan niet via vaste prijs PPA's verkocht worden om voldoende liquiditeit in de markt te houden. Voor de financiering van een offshore project met concessieduur tot veertig jaar, is een ondersteuningsperiode van twintig jaar aangewezen, zodat voldoende investeringszekerheid kan gegeven worden om de strike price zo laag mogelijk te houden en om ook de elektriciteitsprijs naar de industrie en de burgers zo laag mogelijk te houden. Bovendien wordt het ondersteuningsmechanisme waarin dit besluit voorziet, vastgesteld in een welbepaalde marktcontext; deze marktcontext - en de regels die erop van toepassing zijn - kunnen echter in de loop van de tijd veranderen. Zo kunnen bijvoorbeeld de regels die van toepassing zijn op de definitie van zones voor het indienen van biedingen, regeling of onevenwichten, de regels die van toepassing zijn op het beheer van onevenwichten, de regels die van toepassing zijn op het beheer van congestie op het net, enz. evolueren in overeenstemming met de vereisten van het regulatoire kader op Europees en Belgisch niveau. Het ondersteuningsmechanisme waarin dit besluit voorziet, is zodanig opgezet dat het kan inspelen op mogelijke toekomstige veranderingen in deze marktcontext. Opmerkelijk is het feit dat het gebaseerd is op steun voor productiecapaciteit en de opname van een component om het risico op buitensporige onevenwichtskosten te beperken (met behoud van een stimulans om de verwachte productie in evenwicht te houden). In het kader van de werkgroep die door de transmissienetbeheerder is opgericht (de Princess Elisabeth Zone Task Force, waarvan de werkzaamheden openbaar en toegankelijk zijn via de website van de beheerder), hebben er al besprekingen en uitwisselingen plaatsgevonden over deze verschillende onderwerpen met alle marktspelers. Het is essentieel dat de kandidaat-projectpromotoren zich bewust zijn van deze mogelijke veranderingen in de marktcontext en van de manier waarop dit ondersteuningsmechanisme de potentiële economische risico's ervan wil beperken. Naast de prijs wordt ook de mate van burgerparticipatie weerhouden als toekenningscriterium. Een minimum van 1% van de CAPEX van het volledige project moet worden opengesteld voor burgerparticipatie. Dit geeft uitvoering aan artikel 6/3, § 3, 9°, van de elektriciteitswet zoals laatst gewijzigd 19 december 2023 dat bepaalt dat bij koninklijk besluit dient te worden vastgesteld: "de mate waarin en de wijze waarop burgerparticipatie kan worden voorzien en hernieuwbare energiegemeenschappen kunnen worden betrokken door de titularis van een domeinconcessie, alsook het minimaal te behalen percentage burgerparticipatie". Artikel 6/3, § 3, 9°, van de elektriciteitswet is een omzetting van EU-recht, hetgeen primeert op nationaal recht, inclusief de Belgische Grondwet. Door burgerparticipatie op te nemen worden verplichtingen uit het EU-recht nageleefd: namelijk een gelijk speelveld creëren voor hernieuwbare energiegemeenschappen en het stimuleren van deelname daarvan in tenders, zoals bepaald in overweging 26 van de Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (hierna "RED II"): "De lidstaten moeten ervoor zorgen dat hernieuwbare-energiegemeenschappen op gelijke voet met grote partijen kunnen deelnemen aan beschikbare steunregelingen. Daartoe moeten de lidstaten de mogelijkheid krijgen om maatregelen te nemen, waaronder het verstrekken van informatie en van technische en financiële ondersteuning, om administratieve voorwaarden te beperken, op gemeenschappen gerichte inschrijvingscriteria op te nemen, op maat gesneden inschrijvingsintervallen voor hernieuwbare energiegemeenschappen in te stellen, of toe te staan dat hernieuwbare-energiegemeenschappen worden vergoed met rechtstreekse steun wanneer zij voldoen aan de eisen voor kleine installaties.". Artikel 4, lid 8, van RED II bepaalt dat aanbestedingsprocedures in staat moeten zijn om te zorgen voor een lokaal draagvlak. Een van de elementen die in staat is om dergelijk lokaal draagvlak te vergoten zijn hernieuwbare energiegemeenschappen, zoals uiteengezet in overweging 70 van RED II: "De participatie van lokale burgers en autoriteiten aan projecten op het gebied van hernieuwbare energie via hernieuwbare-energiegemeenschappen heeft tot aanzienlijk meer lokaal draagvlak voor hernieuwbare energie en toegang tot extra particulier kapitaal geleid, met als resultaat lokale investeringen, meer keuze voor de consument en meer participatie van burgers in de energietransitie. Deze lokale betrokkenheid is des te essentiëler wanneer de hernieuwbare-energiecapaciteit toeneemt. Maatregelen om hernieuwbare-energiegemeenschappen in staat te stellen op gelijke voet te concurreren met andere producenten, hebben ook ten doel de participatie van plaatselijke burgers aan projecten op het gebied van hernieuwbare energie, en bijgevolg ook het draagvlak voor hernieuwbare energie, te doen toenemen.". Zo is er bijvoorbeeld de Renewable Energy Support Scheme (RSSS) uit Ireland(1) . Deze steun is toegekend in de vorm van veilingen. De RSSS had daarbij enkele kenmerken ten voordele van hernieuwbare energiegemeenschappen. Zo vormden deze hernieuwbare energiegemeenschappen een voorkeurscategorie tijdens de eerste veiling. Daarnaast waren de gekwalificeerde hernieuwbare energiegemeenschappen onderworpen aan enkele vereenvoudigde vereisten zoals: "a) geen verplichting om biedingsgaranties te stellen in de veilingen (voor projecten die alleen meedingen in de categorie communautaire preferentie); b) geen verplichting om een uitvoeringszekerheid te stellen als de veiling succesvol is (voor projecten die alleen meedingen in de communautaire preferentiecategorie);en c) geen vereiste om de investeringsmogelijkheid aan te bieden in de "Renewable Electricity participatieregeling" (zie paragraaf 2.6.2.2).". Ten slotte werd ook voorzien in subsidies en soft loans voor de hernieuwbare energiegemeenschappen. Volgens de Europese Commissie was dit niet in strijd met overweging 126 van de EEAG dat stelt: "[...] de steun wordt toegekend volgens een concurrerende inschrijvingsprocedure op grond van duidelijke, transparante en niet-discriminerende criteria [...]". De Europese Commissie geeft als reden hiervoor het volgende: "(129) The Commission concludes that the preference category for renewable energy communities can be considered compatible with the requirements of EEAG point 126, and the other features for renewable energy communities can be considered proportionate. This is because Ireland has explained that renewable energy communities have longer term potential, and has proposed controls to limit the size of benefitting projects, evaluate the costs and benefits of these features and the preference category, and limit their size and cost unless sufficient benefits can be quantified.". Een staatssteun regeling voor hernieuwbare energie waarbij specifieke maatregelen ten voordele van hernieuwbare energiegemeenschappen genomen worden is aldus beoordeeld als in overeenstemming met de staatssteunregels en de EEAG. Ook andere landen (Duitsland, Frankrijk en Denemarken) aanvaarden andere kwalificatiecriteria (bepaalde vergunningen niet nodig), voorwaarden (langere realisatietermijn) en steun (bv. hogere steun, extra bonus) voor energiegemeenschappen. In Vlaanderen wordt in aanbestedingen als kwalitatief criterium soms burgerparticipatie gebruikt, bijvoorbeeld in raamcontracten van het Vlaams Energiebedrijf. Burgerparticipatie als verplicht criterium in een concurrerende inschrijvingsprocedure voor een domeinconcessie op de Noordzee is in overeenstemming met het eigendomsrecht. Aangezien geen enkele private ontwikkelaar exclusieve rechten heeft voor de Prinses Elisabeth-zone, wordt er geen bestaand eigendom onteigend. Er bestaat hierin een wezenlijk verschil tussen ontwikkeling van wind op land en op zee. Op land betreft het percelen waarvan private personen eigenaar zijn. Projectontwikkelaars sluiten met deze private grondeigenaars een opstalovereenkomst voor de bouw van een windturbine en dit wordt dan beschouwd als een zakelijk recht. Projectontwikkelaars staan weigerachtig om dit zakelijk recht ook te gebruiken/delen voor burgerparticipatie, en hiertoe gedwongen worden, via omgevingsvergunningen, zou kunnen worden beschouwd als een (gedeeltelijke) onteigening van hun zakelijk recht. De situatie is echter verschillend wanneer de overheid eigenaar is van de grond. In dat geval kan de overheid beslissen (via een concurrerende inschrijvingsprocedure) om slechts een recht van opstal toe te kennen aan een partij die ook burgerparticipatie voorziet. Dat is overigens al toegepast in meerdere steden/gemeenten, zowel voor wind- als zonne-energie. De overheid beslist dan, o.a. op basis van kwalitatieve criteria, welke projectontwikkelaar dit zakelijk recht krijgt. Dit geval (aanbesteding door gemeentelijke overheid) komt goed overeen met het voornemen van de federale regering om een projectontwikkelaar te selecteren bij de toewijzing van een domeinconcessie in de Noordzee. Het betreft hier immers geen grond in eigendom van een private grondeigenaars, maar grond/terrein waarvan de overheid eigenaar is of minstens waarover de overheid de soevereine bevoegdheid heeft om de economische activiteiten te regelen. Burgerparticipatie als verplicht criterium in een concurrerende inschrijvingsprocedure voor een domeinconcessie op de Noordzee is in overeenstemming met het Europees beginsel van vrij verkeer van kapitaal. De overheid legt een voorwaarde op voor een bepaalde en beperkte kapitaalstroom die vanuit een maatschappelijk oogpunt gewenst is, namelijk burgers sterker betrekken bij de energietransitie. Het gaat over kapitaal dat anders de kans niet krijgt om mee te investeren. De overheid creëert een level playing field, zich baserend op het Europees concept van energiegemeenschappen - in toepassing van RED II. Bovendien is de burgerparticipatie niet beperkt tot personen die in België wonen, maar opengesteld naar alle burgers van de EU. Er wordt expliciet voorzien dat de burgerparticipatie open moet staan voor alle burgers die hierbij een verantwoordelijkheid willen opnemen, zonder enige discriminatie op basis van gender, sociale afkomst, ras, politieke voorkeur of religie. Burgerparticipatie als verplicht criterium in een concurrerende inschrijvingsprocedure voor een domeinconcessie op de Noordzee is in overeenstemming met het beginsel van vrijheid vereniging en vrijheid van onderneming zoals voorzien in de Belgische Grondwet. Deze beginselen impliceren dat een ondernemer zelf kan beslissen hoe hij zich organiseert. Dat betekent niet dat de overheid geen voorwaarden kan opleggen aan een onderneming via een aanbestedingsprocedure, een concessie, sociale wetgeving, .... De overheid kan echter niet beslissen over hoe de onderneming zichzelf organiseert om aan die wettelijke voorwaarden tegemoet te komen. Daar waar er via omgevingsvergunningen mogelijks geen sociaaleconomische voorwaarden (bijvoorbeeld burgerparticipatie) statutaire vereisten (NV, CV, BV, ...) of financiële vereisten kunnen worden opgelegd, kan er bij aanbestedingsprocedures of toewijzingsprocedures van concessiezones wel gebruik gemaakt worden van sociaaleconomische criteria (arbeidsnormen, innovatie, burgerparticipatie, ...) op voorwaarde dat voldoende geargumenteerd wordt waarom dat criterium van (maatschappelijk) belang is. Een aanbesteding of concessietoewijzing kan echter geen voorwaarden stellen inzake het statuut van onderneming. Ook de EU-definities van energiegemeenschappen laten dit open: ze stellen socio-economische criteria om erkend te worden als energiegemeenschap, maar laten het open hoe juridische entiteiten (ondernemingen) zichzelf organiseren om hieraan tegemoet te komen. Ook wordt er in dit koninklijk besluit qua financiering voor de minimumparticipatie vrijheid geboden, aangezien dit bijvoorbeeld ook kan via crowdfunding, obligaties of leningen, zonder dat die opsomming limitatief is. Het verplicht stellen van burgerparticipatie als criterium in een concurrerende inschrijvingsprocédure voor een domeinconcessie op de Noordzee vertegenwoordigt de meest doeltreffende weg om het beoogde doel, namelijk het betrekken van burgers bij investeringen, verhoogde acceptatie en steun, etc., te bereiken. Deze verplichting is essentieel omdat het de enige manier is om concreet en meetbaar burgers te laten participeren in de investering van het project. Het dwingt inschrijvers om directe plannen en mogelijkheden voor burgerparticipatie te ontwikkelen, wat resulteert in daadwerkelijke financiële betrokkenheid van de gemeenschap bij het project. Alternatieve benaderingen zouden mogelijk niet hetzelfde niveau van directe financiële participatie van burgers waarborgen. Het is proportioneel aan het doel omdat het stellen van een verplicht criterium voor burgerparticipatie evenredig is aan het belang van het betrekken van de samenleving bij de besluitvorming en investeringen in energieprojecten. Door dit criterium op te nemen, wordt ervoor gezorgd dat elke inschrijver de verantwoordelijkheid neemt voor het inbrengen van een deel van het kapitaal dat openstaat voor burgerparticipatie, wat resulteert in een gebalanceerde betrokkenheid vanuit commerciële en sociale perspectieven. Andere mogelijke benaderingen zouden niet dezelfde directe impact hebben op het daadwerkelijk betrekken van burgers als investeerders in het project. Het verplicht stellen van burgerparticipatie als criterium verzekert een substantiële mate van directe betrokkenheid van burgers bij de financiële aspecten van het energieproject op de Noordzee, waardoor het een unieke en cruciale benadering vormt om dit doel te realiseren. Burgerparticipatie in hernieuwbare energieprojecten beoogt een actieve betrokkenheid van burgers bij de ontwikkeling, financiering, bouw en/of exploitatie van hernieuwbare energieprojecten, zoals wind- of zonneparken. Dit kan in verschillende vormen plaatsvinden. De twee voornaamste vormen zijn: 1) directe burgerparticipatie met rechtstreekse eigendom van de burgers, en mogelijks ook samen met kmo's en lokale autoriteiten, waaronder gemeenten, onderwijsinstellingen en verenigingen in de productie-eenheid en dus betrokkenheid als aandeelhouder.Dit concept wordt ook door de Europese Unie bevorderd via de introductie van de concepten energiegemeenschap van burgers en hernieuwbare energiegemeenschap in respectievelijk de Richtlijn (EU) 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en de Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare energiebronnen. Lidstaten moeten onder meer zorgen voor een faciliterend kader voor energiegemeenschappen en moeten rekening houden met de specifieke kenmerken van hernieuwbare-energiegemeenschappen bij het ontwerpen van steunregelingen. Dit type van burgerparticipatie gaat dus niet enkel over de al dan niet financiële opbrengst als dividend, maar gaat in veel gevallen ook samen met een garantie op de afname van hernieuwbare energie aan een stabiele prijs. Artikel 2, 16), c), van RED II stelt duidelijk dat een hernieuwbare energiegemeenschap als hoofddoel heeft: "het verschaffen van voordelen op milieugebied of op economisch of sociaal gebied aan haar aandeelhouders of leden of aan de lokale gebieden waar zij actief is, en niet het realiseren van winst". Bij de vertaling van het concept `hernieuwbare energiegemeenschap' uit te tenderprincipes werd zoveel als mogelijk aansluiting gezocht bij de Europeesrechtelijke definitie. Burgers, en mogelijks ook samen met kmo's et lokale autoriteiten, waaronder gemeenten, onderwijsinstellingen en verenigingen kunnen op verschillende manieren aan directe burgerparticipatie doen. Burgers, en mogelijks samen met kmo's en lokale autoriteiten, waaronder gemeenten, onderwijsinstellingen en verenigingen kunnen bijvoorbeeld via een hernieuwbare energiegemeenschap (rechtspersoon) deelnemen in het kapitaal van het project. Via het vehikel van de energiegemeenschap kan dan aan alle criteria van directe burgerparticipatie voldaan worden. In de eerste plaats dienen de winsten van de energiegemeenschap te worden aangewend voor het realiseren van een sociale meerwaarde. Dit omvat het versterken van lokale initiatieven voor de energietransitie, zoals bewustmaking, energielevering, programma's voor elektrificatie, het beheren van energievraag en het aanpakken van energiearmoede. Indien er wordt besloten tot een compensatie, voor de inbreng van het kapitaal, aan de leden van de energiegemeenschap, dan moet dit een bescheiden vergoeding zijn. De CREG kan dit controleren in het kader van de periodieke controle op de naleving van de burgerparticipatie (art. 44). Burgers, en mogelijks samen met kmo's en lokale autoriteiten, waaronder gemeenten, onderwijsinstellingen en verenigingen zouden ook individueel rechtstreeks aandelen in het kapitaal van het project kunnen kopen, mits dan aan de voorwaarden van directe burgerparticipatie is voldaan. In dat geval kan er aan de Burgers, en mogelijks samen met kmo's en lokale autoriteiten, waaronder gemeenten, onderwijsinstellingen en verenigingen niet opgelegd worden hoe zij het dividend zou moeten besteden. 2) indirecte burgerparticipatie, dus een zuivere financiële participatie in het project zonder noodzakelijke eigendom, wat onder andere kan gedaan worden via: a) beleggingsfondsen;b) crowdfunding platform;c) financiële coöperaties. Bij beide concepten is het belangrijk om enerzijds duidelijk te communiceren over de financiële opportuniteiten, maar zeker ook de risico's en om anderzijds ook duidelijk te communiceren over het project om de betrokkenheid zo groot mogelijk te houden. Burgerparticipatie kan bijdragen aan het vergroten van de acceptatie en betrokkenheid van de lokale gemeenschap bij hernieuwbare energieprojecten, waardoor de kans op weerstand en vertraging bij de ontwikkeling van deze projecten kan worden verminderd. Daarnaast kan burgerparticipatie bijdragen aan het mobiliseren van privékapitaal en de versterking van de lokale economie en de lokale energieproductie. Er zijn verschillende voordelen verbonden aan burgerparticipatie in energieprojecten. Voor burgerparticipatie in offshore energieprojecten zijn de belangrijkste voordelen: - verhoogde acceptatie en steun: Burgerparticipatie verhoogt de acceptatie en steun voor energieprojecten, omdat belanghebbenden zich betrokken voelen bij het proces en meer vertrouwen hebben in de beslissingen die worden genomen; - verhogen van bewustzijn: burgerparticipatie in offshore projecten kan de kennis van de productie en beschikbaarheid van hernieuwbare energie verhogen en bijgevolg het bewustzijn van het belang van demand-side-management, ook op niveau van burgers, verhogen; - verbeterde besluitvorming: burgerparticipatie zorgt voor een betere besluitvorming door belanghebbenden te betrekken bij het proces en hun inbreng te verzamelen. Dit helpt bij het identificeren van zorgen en het vinden van oplossingen die acceptabel zijn voor alle partijen. Indien we spreken over een hernieuwbare energiegemeenschap die mee investeert in offshore productie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen, dan zijn er bijkomende voordelen, zoals: - sociale en economische voordelen: Burgerparticipatie kan leiden tot sociale en economische voordelen, zoals het terugvloeien van winsten naar lokale initiatieven van hernieuwbare energiegemeenschappen en dus het creëren van lokale banen en het verbeteren van de lokale economie. Ook kan het project beter worden afgestemd op de behoeften van de gemeenschap; - toegang tot hernieuwbare energie aan lage vaste prijzen: participatie van burgers creëert de mogelijkheid tot het afsluiten van coöperatieve PPA's die ervoor zorgen dat de hernieuwbare energie aan lage vaste prijzen toegankelijk is voor de participanten. Er zijn in België al vele burgerinitiatieven voor hernieuwbare energie actief, waar burgers op een rechtstreekse wijze in kunnen participeren, en die op zoek zijn naar bijkomende investeringen om hun inclusieve werking rond lokale energietransitie verder te kunnen uitbouwen. Deze burgerinitiatieven hebben de ervaring om burgers te verenigen rond projecten hernieuwbare energie, maar het ontbreekt hen aan de schaalgrootte en kennis om mee te dingen in de tenderprocedure voor projecten inzake offshore productie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen. Daardoor moeten ze noodgedwongen samenwerken in een groter samenwerkingsverband om de vrijwillige participatie van alle Belgische burgers in deze offshore productie mogelijk te maken. Om burgerparticipatie te bevorderen moeten alle inschrijvers zich ertoe verbinden om voor minstens 1% van de investeringskosten (CAPEX) open te stellen voor directe of indirecte burgerparticipatie (als ontvankelijkheidscriterium). Daarnaast kunnen 10 punten verdiend worden door inschrijvers die het aandeel van burgerparticipatie verhogen (als toekenningscriterium). De doelstelling is om in totaal tot 4% van de CAPEX van het project open te stellen voor burgerparticipatie. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan artikel 6/3, § 3, 9° van de elektriciteitswet, dat bepaalt dat de voorwaarden voor het gebruik van de kavels onder meer betrekking kunnen hebben op "de mate waarin en de wijze waarop burgerparticipatie kan worden voorzien en hernieuwbare energiegemeenschappen kunnen worden betrokken door de titularis van een domeinconcessie alsook het minimaal te behalen percentage burgerparticipatie". Een gedetailleerd participatieplan over hoe deze participatie zal worden bereikt en toegepast, moet in de offerte worden opgenomen, waarbij ook het communicatieplan, dat deel uitmaakt van het participatieplan, voor de burgers moet worden gespecificeerd, met een transparante uiteenzetting van de betrokken risico's en mogelijkheden en het toepasselijke wettelijke kader. Drie jaar na de indienststelling van de installaties zal het beloofde percentage (als toekenningscriterium) worden geverifieerd, rekening houdend met een evaluatie door de bevoegde autoriteit van de door de inschrijver geleverde inspanningen en het volgen van zijn plan van aanpak. Indien de concessiehouder in gebreke blijft, kan een boete opgelegd worden. Artikelsgewijze toelichting TITEL 1. - Algemene bepalingen: definities en voorwerp Artikel 1 definieert een reeks begrippen die in het besluit worden gebruikt. Artikel 2 schrijft voor dat alle aanvragen moeten voldoen aan de ontvankelijkheidscriteria en dat de ontvankelijke aanvragen vervolgens worden geëvalueerd op basis van de toekenningscriteria. Bovendien wordt voorzien in de mogelijkheid voor de Algemene Directie Energie om verduidelijkingen en extra vragen te stellen in het geval van onduidelijkheden in de aanvragen. TITEL 2. - Nadere regels van de concurrerende inschrijvingsprocedure met de voorwaarden en procedure tot toekenning van de domeinconcessies HOOFDSTUK 1. - Ontvankelijkheidscriteria Artikel 3 verduidelijkt dat de inschrijvers de ontvankelijkheidscriteria gedurende de gehele concurrerende inschrijvingsprocedure moeten vervullen. Op basis van de definitie van het begrip "concurrerende inschrijvingsprocedure" omvat dit alle fasen vanaf de voorafgaande marktconsultatie tot en met de sluiting van de domeinconcessie. Een inschrijver kan dus in elk van deze fasen geweerd worden indien hij niet (meer) aan de voorwaarden voldoet. Artikel 4 bepaalt dat er per concurrerende inschrijvingsprocedure voor eenzelfde kavel niet meer dan één aanvraag per inschrijver kan ingediend worden. Dit sluit echter niet uit dat eenzelfde onderneming of burgerinitiatief deelneemt aan verschillende deelnemende consortia, mits daarbij de regels inzake eerlijke mededinging gerespecteerd worden. Om concurrentievervalsing te vermijden zullen personen die bij verschillende deelnemende consortia betrokken zijn desgevallend maatregelen moeten nemen om ongeoorloofde informatie-uitwisseling te vermijden. Om de handhaving van de verplichtingen opgelegd door het besluit mogelijk te maken, bepaalt artikel 5 dat de inschrijver (of, indien de inschrijver een samenwerkingsverband is, elke deelnemer aan dat samenwerkingsverband) een onderneming is met rechtspersoonlijkheid, opgericht overeenkomstig de Belgische wetgeving of de wetgeving van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte of van een ander land voor zover internationale verdragen waardoor België gebonden is vereisen dat zij toegang hebben tot de Belgische markt, en die beschikt over een centrale administratie, een voornaamste vestiging of maatschappelijke zetel die gevestigd is in een dergelijk land. Tot de relevante internationale verdragen behoren onder meer de GPA-overeenkomst van de WTO en de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk. Artikel 6 bepaalt dat de inschrijver bij zijn aanvraag ook een aanvraag voegt voor door andere wetgeving vereiste vergunningen en machtigingen. Zo zal iedere aanvraag ook een aanvraag tot verkrijging van een kabelvergunning moeten bevatten. De belangrijkste voorwaarden van die kabelvergunning, zoals deze inzake ingraafdiepte en locatie van kabeltracés, zullen worden opgenomen in de concessiedocumenten die zodoende deel zullen uitmaken van de tenderdocumentatie (cfr. artikel 27, 14° ). De vergunning vereist krachtens de wet van 11 december 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/01/1999 pub. 12/03/1999 numac 1999022033 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet ter bescherming van het mariene milieu in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België type wet prom. 20/01/1999 pub. 29/04/1999 numac 1999003217 bron ministerie van financien Wet houdende toekenning van begrotingsmiddelen door aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar1998 voor de financiële afhandeling van de verhoging van het quotum van België betreffende de goedkeuring van de resolutie betreffende de elfde algemene herziening van de quota van de leden van het Internationaal Monetair Fonds sluiten7 ter bescherming van het marien milieu en ter organisatie van de mariene ruimtelijke planning in de Belgische zeegebieden zal worden aangevraagd door de administratie en vervolgens overgedragen aan de inschrijver aan wie de domeinconcessie wordt toegekend. Artikel 7 somt een reeks elementen op die elke aanvraag moet bevatten om ontvankelijk te zijn. Er wordt een maximum "strike price" van 95 €/MWh vastgesteld die alle aanvragen moeten respecteren. Deze maximale strike price is gebaseerd op een studie uitgevoerd door 3E. Aanvragen met een hogere "strike price" worden als niet-ontvankelijk aangemerkt. Gezien de recente belangrijke kostinflatie en de onzekerheid over toekomstige koststijgingen of dalingen, en gezien de tendering van het tweede en derde lot op een later moment zal plaatsvinden, wordt er voorzien in een indexatie van de maximale strike price die wordt ingeschreven in het KB Tender vanaf 1 maart 2024 tot 6 maanden voor het indienen van het bod. Deze indexatie geschiedt volgens de formule bepaald in artikel 7, 2°. Er wordt daarnaast een minimum te installeren productiecapaciteit opgelegd. Deze bedraagt 695 MW voor de kavel PEZ I en 1225 MW voor PEZ II en III. Elke inschrijver moet bewijzen dat de beoogde productie-installaties minstens deze productiecapaciteit zullen bereiken conform de technische specificaties zoals gedefinieerd in artikel 27, 4°. Artikel 27, ° 13 verwijst dan weer naar de aansluitingsvoorwaarden van Elia. Als bijlage bij de tenderdocumentatie zullen er een reeks technische vereisten voor de netaansluiting van het project gedeeld worden, waarvan de inschrijver moet bevestigen dat hij hiervan kennis heeft genomen en het project conform zal realiseren. Elke inschrijver moet ook bevestigen dat hij de voorwaarden van de milieuvergunning zal respecteren. De verbintenistermijn moet minstens zeven maanden bedragen. Een minimum van 1% van de CAPEX van het volledige project moet worden opengesteld voor burgerparticipatie. In geval aandelen worden opengesteld, zal de aankoopprijs van het aandeel gebruikt worden om de procentuele waarde van de CAPEX, zoals ingeschat op het moment van financial close, van het project te bepalen. In geval van indirecte burgerparticipatie geldt de financiële inbreng van burgers ten opzichte van de CAPEX zoals ingeschat op het moment van financial close van het project. Een gedetailleerd burgerparticipatieplan over hoe deze participatie zal worden bereikt en toegepast, moet in de aanvraag worden opgenomen, waarbij ook het communicatieplan, dat deel uitmaakt van het burgerparticipatieplan voor de burgers moet worden gespecificeerd, met een transparante uiteenzetting van de betrokken risico's en mogelijkheden en het toepasselijke wettelijke kader. Deze minimumdrempel zal één jaar na de definitieve overnamedatum worden geëvalueerd. Indien op dat moment niet aan dit minimumpercentage wordt voldaan, zal een niet-bevrijdende boete worden opgelegd om ervoor te zorgen dat dit criterium daadwerkelijk wordt gehaald (zie artikel 54). Het "burgerparticipatieplan" wordt hier in het hoofdstuk "ontvankelijkheidscriteria" voor het eerst vermeld omdat het minimumpercentage van 1% burgerparticipatie een ontvankelijkheidcriterium is, zoals afgesproken in de tenderprincipes. Het stelt op deze plaats duidelijk dat het beschrijft hoe minimum 1% van de totale investeringskosten van het project wordt opengesteld voor directe burgerparticipatie of indirecte burgerparticipatie, of een combinatie van beide. Dit moet duidelijk onderscheiden worden van hoe burgerparticipatie als "toekenningscriterium" (verder onder hoofdstuk 2. - Toekenningscriteria) zal worden geëvalueerd. Een inschrijver kan er bijvoorbeeld voor kiezen om 1% minimumparticipatie te realiseren en een lage score te halen op de 10 punten in de toekenningscriteria. In artikel 21 wordt immers uiteengezet op welke wijze inhoudelijk het burgerparticipatieplan beoordeeld zal worden. Artikel 7,9° is opgesteld als volgt: Alinea 1 verduidelijkt wat het burgerparticipatieplan is (= beschrijving bereiken minimum 1% + visie burgerparticipatie in algemeen) én het stelt dat het communicatieplan daar deel van uitmaakt. In dezelfde zin wordt gedefinieerd wat het communicatieplan is. Alinea 2 somt de ontvankelijkheidsvoorwaarden op waaraan het communicatieplan moet voldoen. Inschrijvers moeten in hun inschrijving ook de volgende elementen opnemen: - een gedetailleerd tijdsschema voor de bouw, exploitatie en ontmanteling van de installaties; - een gedetailleerd plan dat beschrijft hoe de best beschikbare technieken inzake duurzaamheid zullen toegepast worden; - een beschrijving van de technieken en middelen die de inschrijver voor ogen heeft voor de realisatie van de werkzaamheden voor de bouw en de exploitatie van de productie-installatie waarop de aanvraag betrekking heeft, waarbij gebruik wordt gemaakt van de best beschikbare technieken die reeds hun deugdelijkheid hebben bewezen door middel van een typecertificaat of door het gebruik in toepassingen op vergelijkbare schaal als het project en waarbij de impact op het marien milieu zoveel mogelijk wordt beperkt. Hier wordt gevraagd om voor assets waar dit gangbaar is, een typecertificaat te voorzien, zoals bijvoorbeeld een IEC-certificaat voor windturbines. Indien de toekenningsprocedure voor een typecertificaat nog lopende is, moet een bewijs hiervan worden ingediend en moet het certificaat bekomen zijn voor de installatie ; - een beschrijving van de technieken en middelen die de inschrijver beoogt in te zetten voor de ontmanteling en verwijdering van de installaties, waarbij de impact op het marien milieu zoveel mogelijk geminimaliseerd wordt en maximaal ingezet wordt op hergebruik van materialen. Wat betreft het tweede streepje hierboven: In artikel 7, 8° wordt specifiek met betrekking tot het ontwerp van de productie-installatie bedoeld onder artikel 7, 3° verzocht om middels een beschrijving aan te tonen dat gebruik wordt gemaakt van de best beschikbare technieken met het oog op de meest duurzame keuze op vlak van herkomst, samenstelling en recycleerbaarheid van materialen en met het oog op het naleven van de milieuvergunning, en dat overeenkomstig artikel 53, 9° en 13°.Het valt niet uit te sluiten dat in een later stadium en desgevallend met betrekking tot de tweede of derde inschrijvingsprocedure, in dat opzicht bijkomende eisen zouden voortvloeien uit toekomstig Europees recht dat mogelijks zou resulteren uit bijvoorbeeld het voorstel voor een verordening van het Europees parlement en de raad tot …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.