← België

Wet op het statuut van en het toezicht op beursvennootschappen en houdende diverse bepalingen

Kort samengevat

Deze wet regelt het statuut en het toezicht op beursvennootschappen en wijzigt bestaande wetten om spaarders, beleggers en de stabiliteit van het financiële stelsel te beschermen. Het omvat de vestiging, werkzaamheden en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen in België.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

Wettekst
Obsah (4)§ 1§ 4§ 5§ 3

Wet op het statuut van en het toezicht op beursvennootschappen en houdende diverse bepalingen (1) FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamer van volks

artikel 74 van de Grondwet. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995

zake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de

stellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties

betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen

zake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële

strumenten. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995

zake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de

stellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties

betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen

zake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële

strumenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 14/05/2014 numac 2014009199 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet

zake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en

zake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen Art. 2.

het opschrift van de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995

zake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de

stellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties

betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen

zake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële

strumenten. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995

zake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de

stellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties

betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen

zake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële

strumenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 14/05/2014 numac 2014009199 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet

zake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en

zake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen worden de woorden "en beursvennootschappen" toegevoegd. Art. 3.

artikel 1 van dezelfde wet worden de paragrafen 2 en 3 vervangen als volgt : " § 2. Om het spaarderspubliek, de beleggers en de soliditeit en de goede werking van het financiële stelsel te beschermen, regelt deze wet de vestiging en de werkzaamheden van, alsook het toezicht op

België werkzame kredietinstellingen en beleggingsondernemingen die de hoedanigheid hebben van beursvennootschap, en hun eventuele afwikkeling. Hiertoe bepaalt zij de toezichtsopdracht van de Nationale Bank van België,

haar hoedanigheid van nationale bevoegde autoriteit, met name

het kader van het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme. De Boeken I tot XI en de Bijlagen I tot VI van deze wet zorgen voor de gedeeltelijke omzetting, die beperkt blijft tot de kredietinstellingen, -van Richtlijn 2013/36/EU; - van Richtlijn 2011/89/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 houdende wijziging van de Richtlijnen 98/78/EG, 2002/87/EG, 2006/48/EG en 2009/138/EG betreffende het aanvullende toezicht op financiële entiteiten

een financieel conglomeraat ("FICOD I"-richtlijn), hierna "FICOD I-richtlijn" genoemd; - van Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad, hierna "Richtlijn 2014/59/EU" genoemd; - van Richtlijn 2014/65/EU; - van Richtlijn 2014/49/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014

zake de depositogarantiestelsels, hierna "Richtlijn 2014/49/EU" genoemd; evenals - van Richtlijn 97/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 maart 1997

zake de beleggerscompensatiestelsels, hierna "Richtlijn 97/9/EG" genoemd. De Boeken I, XI en XII en de Bijlagen I, II en IV tot VI van deze wet zorgen voor de omzetting, die beperkt blijft tot de beleggingsondernemingen die de hoedanigheid hebben van beursvennootschap, - van Richtlijn 2013/36/EU; - van de FICOD I-richtlijn; - van Richtlijn 2014/59/EU; - van Richtlijn 2014/65/EU; evenals - van Richtlijn 97/9/EG. § 3. Onder "kredietinstelling" wordt verstaan een Belgische of buitenlandse onderneming waarvan de werkzaamheden bestaan

het van het publiek

ontvangst nemen van gelddeposito's of van andere terugbetaalbare gelden en het verlenen van kredieten voor eigen rekening. Onder "beursvennootschap" wordt verstaan een beleggingsonderneming naar Belgisch of buitenlands recht waarvan de werkzaamheden met name bestaan

het verrichten a) van beleggingsdiensten die bestaan

: - het handelen voor eigen rekening; - het overnemen van financiële

strumenten en/of plaatsen van financiële

strumenten met plaatsingsgarantie; - het plaatsen van financiële

strumenten zonder plaatsingsgarantie; of - het uitbaten van multilaterale handelsfaciliteiten; en/of b) nevendiensten die bestaan

: - bewaring en beheer van financiële

strumenten voor rekening van cliënten, met

begrip van bewaarneming en daarmee samenhangende diensten, zoals contanten- en/of zekerhedenbeheer; - het verstrekken van kredieten of leningen aan een belegger om deze

staat te stellen een transactie

één of meer financiële

strumenten te verrichten, bij welke transactie de onderneming die het krediet of de lening verstrekt, betrokken is; - valutawisseldiensten voor zover deze samenhangen met het verrichten van beleggingsdiensten; of - diensten

verband met het overnemen van financiële

strumenten.". Art. 4.

artikel 3 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003685 bron ministerie van financien Wet tot oprichting van een beschermingsfonds voor deposito's en financiële

strumenten en tot reorganisatie van de beschermingsregelingen voor deposito's en financiële

strumenten sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de bepaling onder 4° wordt vervangen als volgt : "4° de toezichthouder : de Bank of de Europese Centrale Bank, volgens de bevoegdheidsverdeling vastgelegd door of krachtens de GTM-verordening, voor wat betreft het toezicht op de kredietinstellingen;de Bank voor wat betreft het toezicht op de beursvennootschappen;"; 2° er wordt een bepaling onder 8° /1

gevoegd, luidende : "8° /1 Richtlijn 2014/65/EU : de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële

strumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU;"; 3° er wordt een bepaling onder 8° /2

gevoegd, luidende : "8° /2 Verordening nr.600/2014 : Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten

financiële

strumenten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012;"; 4° er wordt een bepaling onder 8° /3

gevoegd, luidende : "8° /3 Richtlijn 2004/39/EG : Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële

strumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende

trekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad;"; 5°

de bepaling onder 10° worden de woorden "of Richtlijn 2014/65/EU"

gevoegd tussen de woorden "Richtlijn 2013/36/EU" en de woorden "officieel erkend is";6°

de bepaling onder 12° worden de woorden "de kredietinstellingen en de beleggingsondernemingen" vervangen door de woorden "de kredietinstellingen of de beleggingsondernemingen"; 7° er wordt een bepaling onder 24° /1

gevoegd, luidende : "24° /1 wet van 25 oktober 2016 : de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies;"; 8° er wordt een bepaling onder 25° /1

gevoegd, luidende : "25° /1 verbonden agent : een verbonden agent

de zin van artikel 2, 25° van de wet van 25 oktober 2016;"; 9° de bepaling onder 33° wordt vervangen als volgt : "33° beleggingsonderneming : een beleggings-onderneming

de zin van artikel 3, § 1 van de wet van 25 oktober 2016;"; 10° de bepaling onder 38° wordt vervangen als volgt : "38° financiële holding : een financiële

stelling waarvan de dochterondernemingen uitsluitend of hoofdzakelijk één of meer kredietinstellingen, beursvennootschappen of financiële

stellingen zijn, waarbij ten minste een van die dochterondernemingen een kredietinstelling of een beursvennootschap is, en die geen gemengde financiële holding is;"; 11° de bepaling onder 41° wordt vervangen als volgt : "41° financiële

stelling : een onderneming die geen kredietinstelling of beursvennootschap is en waarvan de hoofdbedrijvigheid bestaat

het verwerven van deelnemingen of het verrichten van een of meer van de werkzaamheden bedoeld

de punten 2 tot 12 en 15 van de lijst

artikel 4;"; 12° de bepaling onder 46° wordt vervangen als volgt : "46° kritieke functies : de werkzaamheden, diensten of verrichtingen van een kredietinstelling of een beursvennootschap waarvan het waarschijnlijk is dat de onderbreking tot een verstoring leidt,

België of

een of meer andere lidstaten, van diensten die essentieel zijn voor de reële economie, of de financiële stabiliteit verstoort, wegens de omvang, het marktaandeel, de verwevenheid met entiteiten binnen en buiten de groep, de complexiteit of de grensoverschrijdende werkzaamheden van de kredietinstelling of de beursvennootschap of de groep waarvan zij deel uitmaakt, met bijzondere aandacht voor de vervangbaarheid van die werkzaamheden, diensten of verrichtingen;"; 13° de bepaling onder 50° wordt vervangen als volgt : "50° herstelplan : een plan dat door een kredietinstelling of een beursvennootschap wordt opgesteld overeenkomstig artikel 108 of artikel 557, voor zover dit artikel 108 van toepassing verklaart op de

artikel 499, § 2 bedoelde beursvennootschappen;"; 14° de bepaling onder 51° wordt vervangen als volgt : "51° afwikkelingsplan : een plan dat door de afwikkelingsautoriteit wordt opgesteld voor een kredietinstelling of een beursvennootschap overeenkomstig artikel 226 of artikel 581, voor zover dit artikel 226 van toepassing verklaart op de

artikel 499, § 2 bedoelde beursvennootschappen;"; 15°

de bepaling onder 53° worden de woorden "een beursvennootschap,"

gevoegd tussen de woorden "een kredietinstelling," en "een groep";16°

de bepaling onder 56° worden de volgende wijzigingen aangebracht : a)

de eerste zin worden de woorden "of een beursvennootschap"

gevoegd tussen de woorden "van een kredietinstelling" en de woorden "

stand te houden";b)

de tweede zin worden de woorden "en voor de

Boek XII

, Titel II bedoelde beursvennootschappen"

gevoegd tussen het woord "kredietinstellingen" en de woorden "bestaan deze maatregelen

:";17°

de bepaling onder 57° worden de woorden "en voor de

Boek XII

, Titel II bedoelde beursvennootschappen"

gevoegd tussen het woord "kredietinstellingen" en de woorden "zijn dit de afwikkelingsautoriteit";18°

de bepaling onder 59° worden de volgende wijzigingen aangebracht : a)

de eerste zin worden de woorden "of een beursvennootschap"

gevoegd tussen de woorden "van een kredietinstelling" en de woorden "onder toezicht";b)

de tweede zin worden de woorden "en voor de

Boek XII

, Titel II bedoelde beursvennootschappen"

gevoegd tussen het woord "kredietinstellingen" en de woorden "stemt een dergelijke procedure overeen";19°

de bepaling onder 60° worden de woorden "of een beursvennootschap"

gevoegd tussen de woorden "van een kredietinstelling" en de woorden "volgens een liquidatieprocedure";20°

de bepaling onder 61° worden de woorden "en voor de

Boek XII

, Titel II bedoelde beursvennootschappen"

gevoegd tussen het woord "kredietinstellingen" en de woorden "is dit de rechtbank van koophandel";21°

de bepaling onder 63° wordt het woord "kredietinstelling" vervangen door het woord "

stelling";22°

de bepaling onder 64° worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de woorden "of voor de toegelaten werkzaamheden van een beursvennootschap" worden

gevoegd tussen de woorden "voor de werkzaamheden van een kredietinstelling" en de woorden "; verschillende bedrijfszetels"; b) de woorden "of een vennootschap" worden

gevoegd tussen de woorden "van een

stelling" en de woorden "met maatschappelijke zetel";23°

de bepaling onder 66° worden de woorden "of een beursvennootschap"

gevoegd tussen de woorden "een kredietinstelling" en de woorden "die frequent";24°

de bepaling onder 67° worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de woorden "of een beursvennootschap"

gevoegd tussen de woorden "een kredietinstelling" en de woorden "wordt verstrekt";b) de woorden "of deze beursvennootschap" worden

gevoegd tussen de woorden "van deze kredietinstelling" en de woorden "te vrijwaren";25° er wordt een bepaling onder 71°

gevoegd, luidende : "71° beleggingsdiensten en -activiteiten : de diensten en activiteiten bedoeld

artikel 2, 1° van de wet van 25 oktober 2016"; 26° er wordt een bepaling onder 72°

gevoegd, luidende : "72° nevendiensten : de nevendiensten als omschreven

artikel 2, 2° van de wet van 25 oktober 2016;"; 27° er wordt een bepaling onder 73°

gevoegd, luidende : "73° handelen voor eigen rekening : met eigen kapitaal handelen

één of meer financiële

strumenten, hetgeen resulteert

het uitvoeren van transacties;"; 28° er wordt een bepaling onder 74°

gevoegd, luidende : "74° multilaterale handelsfaciliteit (Multilateral trading facility - MTF) : een door een beursvennootschap, een kredietinstelling of een marktonderneming geëxploiteerd multilateraal systeem dat verschillende koop- en verkoopintenties van derden met betrekking tot financiële

strumenten - binnen dit systeem en volgens niet-discretionaire regels - samenbrengt op zodanige wijze dat er een overeenkomst uit voortvloeit overeenkomstig het bepaalde

Hoofdstuk II

van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.

02/08/2002 pub. 22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 20/11/2002 numac 2002015133 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende

stemming met het Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Republiek Roemenië

zake politiesamenwerking, en ondertekende Bijlage, gedaan te Boekarest op 14 april 1999

(2)type wet prom. 02/08/2002 pub. 24/12/2003 numac 2002015137 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende

stemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Verenigde Arabische Emiraten tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting

zake belastingen naar het

komen en naar het vermogen, en met het Protocol, ondertekend te Washington op 30 september 1996

(2)type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling,

zake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook

zake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten of Titel II van Richtlijn 2014/65/EU;"; 29° er wordt een bepaling onder 75°

gevoegd, luidende : "75° derde bemiddelaar : een bemiddelaar als bedoeld

artikel 65/1, waarbij een kredietinstelling of een beursvennootschap tegoeden van cliënten deponeert;"; 30° er wordt een bepaling onder 76°

gevoegd, luidende : "76° financieel

strument : een financieel

strument als bedoeld

artikel 2, eerste lid, 1° van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 20/11/2002 numac 2002015133 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende

stemming met het Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Republiek Roemenië

zake politiesamenwerking, en ondertekende Bijlage, gedaan te Boekarest op 14 april 1999

(2)type wet prom. 02/08/2002 pub. 24/12/2003 numac 2002015137 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende

stemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Verenigde Arabische Emiraten tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting

zake belastingen naar het

komen en naar het vermogen, en met het Protocol, ondertekend te Washington op 30 september 1996

(2)type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling,

zake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook

zake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten.". Art. 5.

artikel 4, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden "de diensten en activiteiten vermeld

artikel 46, 1° en 2° van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/1995 pub. 29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende

richting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld

artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten" vervangen door de woorden "de diensten en activiteiten vermeld

artikel 2, 1° en 2° van de wet van 25 oktober 2016". Art. 6.

artikel 5, eerste lid, 4°, van dezelfde wet, worden de woorden "op grond van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/1995 pub. 29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende

richting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld

artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten en haar uitvoeringsbesluiten" vervangen door de woorden "op grond van de wet van 25 oktober 2016 en haar uitvoeringsbesluiten". Art. 7.

artikel 20, § 1, 2°, van dezelfde wet wordt een punt r/1)

gevoegd, luidende : "r/1) artikel 107 van de wet van 25 oktober 2016;". Art. 8.

artikel 33, § 2, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden "of van een beheervennootschap van

stellingen voor collectieve belegging" worden vervangen door de woorden ", van een beheervennootschap van

stellingen voor collectieve belegging of van een beheervennootschap van alternatieve

stellingen voor collectieve belegging "; 2°

de Franse versie worden

fine de woorden "et répondent aux exigences de la présente loi." vervangen door de woorden ", et répondant aux exigences de la présente loi.". Art. 9.Artikel 44 wordt aangevuld met een lid, luidende : "Kredietinstellingen die beleggingsdiensten en/of -activiteiten verrichten, moeten zich bovendien aansluiten bij een collectieve beleggers-beschermingsregeling overeenkomstig artikel 384/2 van deze wet.". Art. 10.

artikel 47, vijfde lid, b),

fine van dezelfde wet worden de woorden ", of Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële

strumenten." vervangen door de woorden "of Richtlijn 2014/65/EU.". Art. 11.Artikel 55 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 55.Onverminderd de artikelen 77 en 78 van Verordening nr. 575/2013 mag het eigen vermogen van kredietinstellingen niet dalen onder het bedrag van het overeenkomstig artikel 17, eerste en derde lid vastgestelde minimumkapitaal.". Art. 12.

artikel 62, § 6, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/12/2015 pub. 29/12/2015 numac 2015011517 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging, wat het

stituut voor de Nationale Rekeningen betreft, van de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen type wet prom. 18/12/2015 pub. 31/12/2015 numac 2015009848 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de wet van 19 oktober 2015 houdende wijziging van het burgerlijk procesrecht en houdende diverse bepalingen

zake justitie met betrekking tot het statuut van spoedeisende zaken

geschreven op de rol van de familierechtbank type wet prom. 18/12/2015 pub. 28/12/2015 numac 2015003486 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende fiscale en diverse bepalingen type wet prom. 18/12/2015 pub. 07/03/2017 numac 2017010891 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 19 oktober 2015 houdende wijziging van het burgerlijk procesrecht en houdende diverse bepalingen

zake justitie met betrekking tot het statuut van spoedeisende zaken

geschreven op de rol van de familierechtbank. - Duitse vertaling sluiten, worden de woorden "Richtlijn 2009/65/EG,

de

stellingen voor belegging

schuldvorderingen en" vervangen door de woorden "Richtlijn 2009/65/EG en de

stellingen voor belegging

schuldvorderingen of

een

stelling voor collectieve belegging die geregeld is bij statuten

de zin van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve

stellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, of". Art. 13.

artikel 65 van dezelfde wet, waarvan de bestaande tekst paragraaf 3 zal vormen, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° er worden een paragraaf 1 en een paragraaf 2

gevoegd, luidende : " § 1.Een kredietinstelling mag op om het even welke wijze gebruik maken van financiële

strumenten die aan een cliënt toebehoren mits deze hier vooraf zijn uitdrukkelijke toestemming voor heeft verleend. De financiële

strumenten van de cliënt mogen uitsluitend worden gebruikt onder de voorwaarden waarmee de cliënt

stemt. § 2. De Koning kan, na advies van de Bank en de FSMA, de voorwaarden en regels vaststellen waaraan de door cliënten bij kredietinstellingen verrichte deponeringen van financiële

strumenten moeten voldoen, evenals de voorwaarden en regels voor de handelingen die de kredietinstellingen mogen verrichten met betrekking tot deze financiële

strumenten, met name wat de

paragraaf 1 bedoelde

stemming betreft. De Koning kan meer bepaald de nadere regels vaststellen voor het verlenen van de

paragraaf 1 bedoelde

stemming. Daarnaast kan de Koning tevens regels uitwerken voor de organisatie, de bescherming van en

formatieverstrekking aan de cliënten wat de

ontvangstneming van deze financiële

strumenten door de kredietinstellingen en hun deponering bij andere bemiddelaars betreft."; 2°

paragraaf 3 wordt de laatste zin vervangen als volgt : "Zij neemt ook passende maatregelen om ervoor te zorgen dat de paragrafen 1 en 2 worden nageleefd.". Art. 14.

Boek II

, Titel II, Hoofdstuk III, Afdeling III, Onderafdeling II, van dezelfde wet wordt een artikel 65/1

gevoegd, luidende : "Art. 65/1.§ 1. De kredietinstellingen moeten alle gegevens en rekeningen bijhouden die noodzakelijk zijn om hen op elk ogenblik

staat te stellen de tegoeden die voor een cliënt worden aangehouden onmiddellijk te onderscheiden van de tegoeden die voor andere cliënten worden aangehouden, en van hun eigen tegoeden. Deze gegevens en rekeningen moeten op zodanige wijze worden bijgehouden dat zij steeds accuraat zijn en

zonderheid de voor cliënten aangehouden financiële

strumenten en gelden weerspiegelen. De kredietinstellingen moeten op gezette tijden nagaan of hun

terne rekeningen en gegevens overeenstemmen met die van eventuele derde bemiddelaars die deze tegoeden aanhouden. § 2. De Koning kan, na advies van de Bank, de voorwaarden en nadere regels vaststellen voor de

paragraaf 1 bedoelde vereisten, alsook, meer algemeen, vereisten aangaande de boekhoudkundige organisatie en de boekhoudregels voor het deponeren van financiële

strumenten bij kredietinstellingen.". Art. 15.

artikel 72 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 maart 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003685 bron ministerie van financien Wet tot oprichting van een beschermingsfonds voor deposito's en financiële

strumenten en tot reorganisatie van de beschermingsregelingen voor deposito's en financiële

strumenten sluiten1, wordt paragraaf 1 vervangen als volgt : " § 1. Kredietinstellingen mogen rechtstreeks of onrechtstreeks leningen, kredieten of borgstellingen verlenen : 1° aan de leden van hun wettelijk bestuursorgaan en de leden van hun directiecomité of, bij ontstentenis van een directiecomité, aan de personen belast met de effectieve leiding;2° aan de

artikel 9 bedoelde personen evenals aan de leden van hun verschillende organen en aan de personen die deelnemen aan hun effectieve leiding;3° aan de ondernemingen of

stellingen waarin de

1° bedoelde personen een gekwalificeerde deelneming bezitten of een functie zoals bedoeld

1° uitoefenen, met uitzondering van de ondernemingen of

stellingen waarover de kredietinstelling of haar moederonderneming controle uitoefent;4° aan personen die verbonden zijn met de

1° bedoelde personen, onder de voorwaarden, ten belope van de bedragen en met de waarborgen die voor hun cliënteel gelden.Van deze leningen, kredieten of borgstellingen moet uitdrukkelijk kennis worden gegeven binnen een termijn die het wettelijk bestuursorgaan

staat stelt zich ertegen te verzetten. Ongeacht het orgaan dat moet beslissen, mogen de leden die een rechtstreeks of onrechtstreeks persoonlijk of functioneel belang hebben, geen zitting hebben. De

het eerste lid bedoelde leningen, kredieten en borgstellingen worden ter kennis gebracht van de toezichthouder volgens de frequentie en de regels die hij bepaalt. Wanneer deze verrichtingen niet tegen de normale marktvoorwaarden worden gesloten, kan de toezichthouder eisen dat de overeengekomen voorwaarden worden aangepast op de datum waarop deze verrichtingen uitwerking hadden. Zo niet zijn de leden van het wettelijk bestuursorgaan die de beslissing hebben genomen, tegenover de

stelling hoofdelijk aansprakelijk voor het verschil. De

het eerste en tweede lid bedoelde kennisgevingen aan het wettelijk bestuursorgaan en de toezichthouder dienen niet plaats te vinden wanneer het geheel van leningen, kredieten of borgstellingen aan een bepaalde persoon, onderneming of

stelling het bedrag van 100 000 euro niet overschrijdt.". Art. 16.

artikel 86, vijfde lid, van dezelfde wet, worden de woorden "uiterlijk zes weken na ontvangst van het volledige dossier" vervangen door de woorden "uiterlijk drie maanden na ontvangst van het volledige dossier". Art. 17.

Boek II

, Titel II, Hoofdstuk IV, Afdeling V, Onderafdeling I, van dezelfde wet wordt een artikel 88/1

gevoegd, luidende : "Art. 88/1.

dien de kredietinstelling een beroep wenst te doen op verbonden agenten die op het grondgebied van een andere lidstaat zijn gevestigd, om

die lidstaat beleggingsdiensten en/of -activiteiten alsmede nevendiensten te verrichten, stelt zij de toezichthouder daarvan

kennis en verstrekt zij hem een programma van werkzaamheden, de domiciliëring van de correspondentie

de betrokken lidstaat, de identiteitsgegevens van de verbonden agenten waarop zij van plan is een beroep te doen, evenals een beschrijving van het beoogde gebruik van die verbonden agenten en van de organisatiestructuur, waarbij wordt aangegeven hoe de verbonden agenten hierin passen, met opgave van de rapportagelijnen en de namen van de personen die rechtstreeks verantwoordelijk zijn voor de verbonden agenten. Artikel 86, vierde en vijfde lid, is van toepassing. Tenzij de toezichthouder zich verzet tegen de uitvoering van het project, deelt hij alle

het eerste lid bedoelde gegevens mee aan de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat binnen drie maanden na ontvangst van het volledige dossier met de

het eerste lid bedoelde gegevens. De bepalingen van Titel I van Boek III van deze wet die betrekking hebben op de bijkantoren, zijn op de verbonden agenten van toepassing.". Art. 18.Artikel 89 van dezelfde wet wordt aangevuld met een derde lid, luidende : "Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor wat betreft de wijzigingen

de gegevens bedoeld

artikel 88/1, eerste lid.". Art. 19.

artikel 90 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 18 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/12/2015 pub. 29/12/2015 numac 2015011517 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging, wat het

stituut voor de Nationale Rekeningen betreft, van de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen type wet prom. 18/12/2015 pub. 31/12/2015 numac 2015009848 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de wet van 19 oktober 2015 houdende wijziging van het burgerlijk procesrecht en houdende diverse bepalingen

zake justitie met betrekking tot het statuut van spoedeisende zaken

geschreven op de rol van de familierechtbank type wet prom. 18/12/2015 pub. 28/12/2015 numac 2015003486 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende fiscale en diverse bepalingen type wet prom. 18/12/2015 pub. 07/03/2017 numac 2017010891 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 19 oktober 2015 houdende wijziging van het burgerlijk procesrecht en houdende diverse bepalingen

zake justitie met betrekking tot het statuut van spoedeisende zaken

geschreven op de rol van de familierechtbank. - Duitse vertaling sluiten, waarvan de bestaande tekst van de eerste drie leden paragraaf 1 zal vormen en waarvan het laatste lid paragraaf 3 zal vormen, wordt een nieuwe paragraaf 2

gevoegd, luidende : " § 2.

dien de kredietinstelling van plan is een beroep te doen op

België gevestigde verbonden agenten om op het grondgebied van een andere lidstaat beleggingsdiensten en/of -activiteiten alsmede nevendiensten te verrichten, deelt zij de identiteitsgegevens van deze agenten mee aan de Bank. De Bank deelt deze gegevens uiterlijk een maand na ontvangst ervan mee aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst.". Art. 20.

artikel 120, a), van dezelfde wet worden de woorden "

stellingen voor collectieve belegging met een hefboomeffect" vervangen door de woorden "AICB's die

aanzienlijke mate met hefboomfinanciering werken zoals bedoeld

artikel 111 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 231/2013 van de Commissie van 19 december 2012 tot aanvulling van Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad ten aanzien van vrijstellingen, algemene voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening, bewaarders, hefboomfinanciering, transparantie en toezicht". Art. 21.

artikel 121, § 1er, 1°, van dezelfde wet worden de woorden "

artikel 46, 1°, 1.,

  1. en
  2. tot 8., en 2° van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/1995 pub. 29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende

richting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld

artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten" vervangen door de woorden "

artikel 2, 1°, 2 en 4 tot 8, en 2° van de wet van 25 oktober 2016". Art. 22.

artikel 126, § 2, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden "overeenkomstig de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/1995 pub. 29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende

richting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld

artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten" vervangen door de woorden "overeenkomstig de wet van 25 oktober 2016". Art. 23.

artikel 135 van dezelfde wet wordt het eerste lid aangevuld met de woorden ", evenals alle opnames van telefoongesprekken of elektronische communicatie of andere overzichten van dataverkeer die

het bezit zijn van de kredietinstelling.". Art. 24.

artikel 136 van dezelfde wet worden de woorden "

het kader van deze

specties" vervangen door de woorden "

het kader van het toezicht en met name van de

specties". Art. 25.

Boek II

, Titel III, Hoofdstuk I van dezelfde wet wordt een artikel 136/1

gevoegd, luidende : "Art. 136/1.Onverminderd artikel 66, tweede lid kan de toezichthouder

geval van uitbesteding ook zijn

spectieprerogatieven uitoefenen als bedoeld

artikel 135, tweede lid, bij de ondernemingen waarop de kredietinstellingen een beroep doen

hun hoedanigheid van dienstverleners (uitbesteding - outsourcing), om na te gaan of de voorwaarden waaronder die diensten worden verricht, geen afbreuk kunnen doen aan de naleving door de kredietinstellingen van hun wettelijke en reglementaire verplichtingen. De

de artikelen 136 en 140 bedoelde prerogatieven kunnen, naar analogie, ook worden uitgeoefend ten aanzien van die dienstverleners. De bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat waarvan de kredietinstellingen die onder hun toezichtsbevoegdheid vallen, een beroep doen op

België gevestigde dienstverlenende ondernemingen (uitbesteding - outsourcing), mogen ten aanzien van die dienstverleners de

het eerste lid bedoelde prerogatieven uitoefenen,

voorkomend geval met

schakeling van personen die zij daartoe machtigen. Wanneer zij daarom verzoeken kan de toezichthouder zijn prerogatieven namens die autoriteiten uitoefenen.". Art. 26.

artikel 140, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "depositobescherming" vervangen door de woorden "deposito- en beleggersbescherming". Art. 27.

artikel 141, § 2, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "en 7°, "

gevoegd tussen de woorden "de artikelen 143, § 1, 1° " en de woorden "en 148". Art. 28.

artikel 148 van dezelfde wet wordt het woord "banksector" vervangen door de woorden "bank- en financiële sector". Art. 29.

artikel 164 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

paragraaf 1, 3°, wordt de bepaling onder

  1. c)vervangen als volgt : "
  2. c)een gereglementeerde onderneming die een beleggingsonderneming is, een onderneming die nevendiensten verricht

de zin van artikel 2, 2° van de wet van 25 oktober 2016, een financiële

stelling

de zin van artikel 2, 30° van de wet van 25 oktober 2016;deze ondernemingen behoren tot eenzelfde financiële sector, die de "beleggingsdienstensector" wordt genoemd;"; 2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt : " § 2.Onverminderd artikel 3 van deze wet en paragraaf 1 van dit artikel worden voor de toepassing van het geconsolideerde toezicht zoals opgenomen

de Afdelingen II en IV van dit Hoofdstuk en de uitvoeringsbesluiten en -reglementen ervan verstaan onder : 1° moederkredietinstelling

een lidstaat : een kredietinstelling die een kredietinstelling, een beursvennootschap of een financiële

stelling als dochteronderneming heeft of die een deelneming heeft

een kredietinstelling, beursvennootschap of financiële

stelling en zelf geen dochteronderneming is van een andere kredietinstelling of een beursvennootschap waaraan

dezelfde lidstaat een vergunning is verleend, of van een

dezelfde lidstaat opgerichte financiële holding of gemengde financiële holding;2° Belgische moederkredietinstelling : een kredietinstelling naar Belgisch recht die een kredietinstelling, een beursvennootschap of een financiële

stelling als dochteronderneming heeft of die een deelneming heeft

een dergelijke kredietinstelling, beursvennootschap of financiële

stelling en zelf geen dochterneming is van een andere kredietinstelling of een andere beursvennootschap met zetel

België, of van een financiële holding of gemengde financiële holding met zetel

België;3° EER-moederkredietinstelling : een moeder-kredietinstelling die geen dochteronderneming is van een andere kredietinstelling of een beursvennootschap waaraan

een van de lidstaten een vergunning is verleend, of van een

een van de lidstaten opgerichte financiële holding of gemengde financiële holding;4° Belgische EER-moederkredietinstelling : een moederkredietinstelling naar Belgisch recht die geen dochteronderneming is van een andere kredietinstelling of een beursvennootschap waaraan

een van de lidstaten een vergunning is verleend, of van een

een van de lidstaten opgerichte financiële holding of gemengde financiële holding;5° financiële moederholding

een lidstaat : een financiële holding die zelf geen dochteronderneming is van een kredietinstelling of beursvennootschap waaraan

dezelfde lidstaat een vergunning is verleend, of van een

dezelfde lidstaat opgerichte financiële holding of gemengde financiële holding;6° financiële EER-moederholding : een financiële moederholding die geen dochteronderneming is van een kredietinstelling of beursvennootschap waaraan

een van de lidstaten een vergunning is verleend, of van een

een van de lidstaten opgerichte financiële holding of gemengde financiële holding;7° Belgische financiële EER-moederholding : een financiële moederholding naar Belgisch recht die geen dochteronderneming is van een kredietinstelling of beursvennootschap waaraan

een van de lidstaten een vergunning is verleend, of van een

een van de lidstaten opgerichte financiële holding of gemengde financiële holding;8° gemengde financiële moederholding

een lidstaat : een gemengde financiële holding die zelf geen dochteronderneming is van een kredietinstelling of beursvennootschap waaraan

dezelfde lidstaat een vergunning is verleend, of van een

dezelfde lidstaat opgerichte financiële holding of gemengde financiële holding;9° gemengde financiële EER-moederholding : een gemengde financiële moederholding die geen dochteronderneming is van een kredietinstelling of beursvennootschap waaraan

een van de lidstaten een vergunning is verleend, of van een

een van de lidstaten opgerichte financiële holding of gemengde financiële holding;10° Belgische gemengde financiële EER-moederholding : een gemengde financiële moederholding naar Belgisch recht die geen dochteronderneming is van een kredietinstelling of beursvennootschap waaraan

een van de lidstaten een vergunning is verleend, of van een

een van de lidstaten opgerichte financiële holding of gemengde financiële holding; 11° EER-moederinstelling : een moederonderneming die een kredietinstelling of beursvennootschap

een lidstaat is en die geen dochteronderneming is van een andere kredietinstelling of beursvennootschap waaraan

een van de lidstaten een vergunning is verleend, of van een

een van de lidstaten opgerichte financiële holding of gemengde financiële holding."; 3°

paragraaf 3, 7°, worden de woorden "de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/1995 pub. 29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende

richting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld

artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten," vervangen door de woorden "de wet van 25 oktober 2016, de wet van 19 april 2014 betreffende alternatieve

stellingen voor collectieve belegging en hun beheerders,". Art. 30.

artikel 166 van dezelfde wet worden de woorden ", met uitzondering van de artikelen 15, 16 en 17 van de genoemde Verordening" opgeheven. Art. 31.

artikel 167, § 3, van dezelfde wet worden de woorden "een kredietinstelling, een financiële

stelling of een beheervennootschap van

stellingen voor collectieve belegging" vervangen door de woorden "een kredietinstelling, een beursvennootschap of een financiële

stelling". Art. 32.

artikel 168, § 3, van dezelfde wet worden de woorden "hun groep van kredietinstellingen" vervangen door de woorden "geconsolideerd niveau". Art. 33.

artikel 171 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

paragraaf 1, 2°, worden de woorden "3°, 4° en 5° " vervangen door de woorden "3° tot en met 7° "; 2°

paragraaf 1 wordt de bepaling onder 3° vervangen als volgt : "3°

dien haar moederonderneming een financiële moederholding

een lidstaat of een gemengde financiële moederholding

een lidstaat of een financiële EER-moederholding of gemengde financiële EER-moederholding is, met

de lidstaat van haar maatschappelijke zetel een dochteronderneming die een kredietinstelling of een beursvennootschap is, door de bevoegde autoriteit van die lidstaat;"; 3°

paragraaf 1 wordt de bepaling onder 4° vervangen als volgt : "4°

dien meerdere financiële holdings of gemengde financiële holdings, met hoofdkantoor

diverse lidstaten, moederonderneming zijn van kredietinstellingen of beursvennootschappen

diverse lidstaten waaronder een kredietinstelling naar Belgisch recht, en zich

elk van deze andere lidstaten een kredietinstelling of beursvennootschap bevindt, door de bevoegde autoriteit van de kredietinstelling of beursvennootschap met het hoogste balanstotaal;"; 4°

paragraaf 1 wordt de bepaling onder 5° vervangen als volgt : "5°

dien meerdere kredietinstellingen of beursvennootschappen

diverse lidstaten, waaronder een kredietinstelling naar Belgisch recht, dezelfde financiële holding of gemengde financiële holding als moederonderneming hebben en aan geen van deze kredietinstellingen of beursvennootschappen een vergunning is verleend

de lidstaat waar de financiële holding of gemengde financiële holding is opgericht, door de voor de kredietinstelling of beursvennootschap met het hoogste balanstotaal bevoegde autoriteit.

geval van een kredietinstelling zal deze voor de toepassing van deze wet beschouwd worden als de kredietinstelling die gecontroleerd wordt door een financiële EER-moederholding of gemengde financiële EER-moederholding;"; 5° paragraaf 1 wordt aangevuld met een bepaling onder 6° en een bepaling onder 7°, luidende : "6°

dien haar moederonderneming een EER-moederinstelling is, door de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de EER-moederinstelling haar maatschappelijke zetel heeft; 7°

dien haar moederonderneming een financiële moederholding

een lidstaat of een gemengde financiële moederholding

een lidstaat of een financiële EER-moederholding of gemengde financiële EER-moederholding is, met

de lidstaat van haar maatschappelijke zetel geen dochteronderneming die een kredietinstelling of beursvennootschap is, door de toezichthouder."; 6°

paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "3°, 4° en 5° " vervangen door de woorden "3° tot en met 7° "; 7°

paragraaf 2, vierde lid, worden de woorden "zonder dat een kredietinstelling naar Belgisch recht aanwezig is

het geconsolideerde geheel, zijn de bepalingen die gelden voor de kredietinstellingen als bedoeld

artikel 165, 2°, van overeenkomstige toepassing op de voornoemde holding" vervangen door de woorden "zonder dat een kredietinstelling of beursvennootschap naar Belgisch recht aanwezig is

het geconsolideerde geheel, zijn de bepalingen die gelden voor de kredietinstellingen als bedoeld

artikel 165, 2°, van overeenkomstige toepassing.". Art. 34.

artikel 174 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "voor het toezicht op kredietinstellingen die dochterondernemingen zijn van een EER-moederkredietinstelling" vervangen door de woorden "voor het toezicht op dochterondernemingen van een EER-moederinstelling";2°

paragraaf 1, eerste lid, 1°, worden de woorden "het geconsolideerde eigen vermogen van de groep van kredietinstellingen" vervangen door de woorden "het geconsolideerde eigen vermogen op geconsolideerd niveau" en de woorden "voor elke entiteit binnen de groep van kredietinstellingen" vervangen door de woorden "voor elke entiteit binnen het geconsolideerd geheel";3°

paragraaf 2, eerste lid, 1°, worden de woorden "de risicobeoordeling van de groep van kredietinstellingen" vervangen door de woorden "de risicobeoordeling op geconsolideerde basis";4°

paragraaf 2, eerste lid, 2°, worden de woorden "van de groep van kredietinstellingen" vervangen door de woorden "op geconsolideerde basis";5°

paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden "het toezicht op een kredietinstelling die dochteronderneming is van een EER-moederkredietinstelling" vervangen door de woorden "het toezicht op een dochteronderneming van een EER-moederinstelling". Art. 35.

artikel 178 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

paragraaf 2 worden de woorden "en van Verordening nr.575/2013" vervangen door de woorden ", van Verordening nr. 575/2013 en van Richtlijn 2014/65/EU"; 2°

paragraaf 4, 1°, worden de woorden "op kredietinstellingen die dochterondernemingen zijn" vervangen door de woorden "op dochterondernemingen". Art. 36.

artikel 179, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "kredietinstellingen naar Belgisch recht die dochterondernemingen zijn van een EER-moederkredietinstelling" vervangen door de woorden "dochterondernemingen naar Belgisch recht van een EER-moederinstelling". Art. 37.Artikel 180 van dezelfde wet wordt als volgt gewijzigd : 1° paragraaf 1, eerste lid, wordt vervangen als volgt : " § 1.De toezichthouder werkt voor de uitoefening van het toezicht op geconsolideerde basis nauw samen met de bevoegde autoriteiten die een vergunning hebben verleend aan de entiteiten die

het geconsolideerde toezicht zijn opgenomen. Hij kan aan deze bevoegde autoriteiten vertrouwelijke

formatie meedelen of vragen, wanneer ze van essentieel belang of relevant is voor de uitoefening van de toezichtstaken waarmee hij of deze bevoegde autoriteiten krachtens Richtlijn 2013/36/EU, Verordening nr. 575/2013 en Richtlijn 2014/65/EU zijn belast. Daartoe verstrekken zij elkaar op verzoek alle relevante

formatie en delen elkaar uit eigen beweging alle essentiële

formatie mee."; 2°

paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden ", een beursvennootschap"

gevoegd tussen de woorden "de financiële soliditeit van een kredietinstelling" en de woorden "of een financiële

stelling";3°

paragraaf 2, tweede lid, 2°, worden de woorden "kredietinstellingen van de groep" vervangen door de woorden "entiteiten die deel uitmaken van het geconsolideerd geheel";4°

paragraaf 2, tweede lid, 3°, worden de woorden "kredietinstellingen of andere entiteiten van de groep" vervangen door de woorden "entiteiten die deel uitmaken van het geconsolideerd geheel" en de woorden "en beursvennootschappen"

gevoegd tussen het woord "kredietinstellingen" en de woorden "

de groep". Art. 38.

artikel 181, derde lid, van dezelfde wet worden de woorden "kredietinstellingen naar Belgisch recht die dochterondernemingen zijn van een EER-moederkredietinstelling" vervangen door de woorden "dochterondernemingen naar Belgisch recht van een EER-moederinstelling". Art. 39.

artikel 182 van dezelfde wet worden de woorden "een beursvennootschap,"

gevoegd tussen de woorden "

dien een kredietinstelling," en "een financiële holding". Art. 40.

de Franse tekst van artikel 185, eerste lid, 2°, van dezelfde wet worden de woorden "société financière mixte" vervangen door de woorden "compagnie financière mixte". Art. 41.

artikel 210, § 1, 2°, van dezelfde wet worden de woorden "naargelang het geval, artikel 222 van deze wet, artikel 327 van de wet van 13 maart 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003685 bron ministerie van financien Wet tot oprichting van een beschermingsfonds voor deposito's en financiële

strumenten en tot reorganisatie van de beschermingsregelingen voor deposito's en financiële

strumenten sluiten1 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen of artikel 96 van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/1995 pub. 29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende

richting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld

artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten." vervangen door de woorden "naargelang het geval, de artikelen 222 en 578 van deze wet, voor zover dat laatste artikel 222 van toepassing verklaart op de beursvennootschappen, of artikel 327 van de wet van 13 maart 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003685 bron ministerie van financien Wet tot oprichting van een beschermingsfonds voor deposito's en financiële

strumenten en tot reorganisatie van de beschermingsregelingen voor deposito's en financiële

strumenten sluiten1 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen.". Art. 42.

artikel 212 van dezelfde wet wordt het artikelnummer "77,"

gevoegd tussen het artikelnummer "71," en het artikelnummer "234, § 1". Art. 43.

artikel 225, eerste lid, 5°, van dezelfde wet worden de woorden "met toepassing van de artikelen 77bis en 77ter van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/1995 pub. 29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende

richting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld

artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten" vervangen door de woorden "met toepassing van de artikelen 65 en 65/1". Art. 44.

artikel 234, § 1, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003685 bron ministerie van financien Wet tot oprichting van een beschermingsfonds voor deposito's en financiële

strumenten en tot reorganisatie van de beschermingsregelingen voor deposito's en financiële

strumenten sluiten0, worden de woorden "of een van de voorschriften van de artikelen 3 tot en met 7, 14 tot en met 17 en 24, 25 en 26 van Verordening nr. 600/2014" vervangen door de woorden "of Verordening nr. 600/2014". Art. 45.

artikel 236 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

paragraaf 1 wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt : "2° de vervanging gelasten van alle of een deel van de leden van het wettelijk bestuursorgaan van de

stelling binnen een termijn die hij bepaalt en, zo binnen deze termijn geen vervanging geschiedt,

de plaats van de voltallige bestuurs- en beleidsorganen van de

stelling een of meer voorlopige bestuurders of zaakvoerders aanstellen die alleen of collegiaal, naargelang van het geval, de bevoegdheden hebben van de vervangen personen.De toezichthouder maakt zijn beslissing bekend

het Belgisch Staatsblad. Wanneer de omstandigheden dit rechtvaardigen, kan de toezichthouder een of meer voorlopige bestuurders of zaakvoerders aanstellen zonder vooraf de vervanging te gelasten van alle of een deel van de

het eerste lid bedoelde leiders. Mits de toezichthouder hiermee

stemt, kan of kunnen de voorlopige bestuurder(

  1. s)of zaakvoerder(
  2. s)een algemene vergadering bijeenroepen en de agenda ervan vaststellen. De toezichthouder kan volgens de modaliteiten die hij bepaalt eisen dat de voorlopige bestuurder(
  3. s)of zaakvoerder(
  4. s)aan hem verslag uitbrengen over de financiële positie van de

stelling en over de maatregelen die zij

het kader van hun opdracht hebben genomen, evenals over de financiële positie aan het begin en aan het einde van deze opdracht. De bezoldiging van de voorlopige bestuurder(s) of zaakvoerder(s) wordt vastgesteld door de toezichthouder en gedragen door de

stelling. De toezichthouder kan de voorlopige bestuurder(

  1. s)of zaakvoerder(
  2. s)te allen tijde vervangen, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van een meerderheid van aandeelhouders of vennoten, wanneer zij aantonen dat het beleid van de betrokkenen niet langer de nodige waarborgen biedt;"; 2°

paragraaf 1 wordt een bepaling onder 5° /1

gevoegd, luidende : "5° /1 de

stelling gelasten om een deel of het geheel van haar bedrijf of haar net over te dragen.

dat geval zijn de artikelen 77, lid 1, 4°, en 78 van toepassing als de overdracht plaatsvindt tussen kredietinstellingen of tussen een dergelijke

stelling en andere financiële

stellingen;"; 3°

paragraaf 2 worden de woorden "of wanneer de ernst van de feiten dit rechtvaardigt"

gevoegd tussen de woorden "

uiterst spoedeisende gevallen" en de woorden "de maatregelen als bedoeld". Art. 46.

Boek II

, Titel VIII, Hoofdstuk VI, van dezelfde wet wordt een Afdeling VI

gevoegd, die bestaat uit een artikel 281/1, luidende : "Afdeling VI. - Bevoegdheid met betrekking tot activa, rechten, verbintenissen, aandelen en andere eigendomsinstrumenten die zich

derde landen bevinden Art. 281/1.§ 1. Wanneer bij een afwikkelingsmaatregel actie wordt ondernomen ten aanzien van activa die zich

een derde land bevinden of ten aanzien van aandelen, andere eigendomsinstrumenten, rechten of verbintenissen die onder het recht van een derde land vallen, kan de afwikkelingsautoriteit verlangen dat : 1° de curator of andere persoon die zeggenschap over de kredietinstelling

afwikkeling uitoefent en de ontvanger verplicht zijn alle noodzakelijke stappen te nemen om ervoor te zorgen dat de overdracht, de afschrijving, de omzetting of de maatregel van kracht wordt;2° de curator of andere persoon die zeggenschap over de kredietinstelling

afwikkeling uitoefent, verplicht is de aandelen, andere eigendomsinstrumenten, activa of rechten te houden of de verbintenissen namens de ontvanger te voldoen totdat de overdracht, de afschrijving, de omzetting of de maatregel van kracht wordt;3° de redelijke uitgaven die de ontvanger bij het uitvoeren van een overeenkomstig 1° en 2° vereiste maatregel rechtmatig heeft gemaakt, op een van de manieren als bedoeld

artikel 272 worden vergoed. § 2. Wanneer de afwikkelingsautoriteit vaststelt dat het, ondanks alle noodzakelijke, door de curator of andere persoon genomen maatregelen als bedoeld

paragraaf 1, 1° uiterst twijfelachtig is of de overdracht, de omzetting of de maatregel met betrekking tot bepaalde activa

een derde land of bepaalde aandelen, andere eigendomsinstrumenten, rechten of verbintenissen die onder het recht van een derde land vallen, van kracht wordt, gaat de afwikkelingsautoriteit niet over tot de overdracht, de afschrijving, de omzetting of de maatregel

kwestie.

dien de afwikkelingsautoriteit reeds opdracht tot de overdracht, de afschrijving, de omzetting of de maatregel heeft gegeven, is deze opdracht met betrekking tot de desbetreffende activa, aandelen, eigendomsinstrumenten of verbintenissen nietig.". Art. 47.

Titel VIII

van Boek II van dezelfde wet wordt een Hoofdstuk VI/1

gevoegd, dat uit een artikel 281/2 bestaat, luidende : "HOOFDSTUK VI/

  1. - Bevoegdheid tot handhaving van door andere lidstaten genomen maatregelen Art. 281/2.§
  2. Wanneer een overdracht van aandelen, andere eigendomsinstrumenten of activa, rechten of verbintenissen uitgevoerd met toepassing van Richtlijn 2014/59/EU door de afwikkelingsautoriteit van een andere lidstaat, activa omvat die zich

België bevinden, dan wel rechten of verbintenissen naar Belgisch recht, heeft deze overdracht uitwerking

België of krachtens het Belgische recht. § 2. De afwikkelingsautoriteit verleent aan de afwikkelingsautoriteit van een andere lidstaat bedoeld

paragraaf 1 die de overdracht heeft uitgevoerd of voornemens is uit te voeren, alle redelijke bijstand om te waarborgen dat de aandelen of andere eigendomsinstrumenten of activa, rechten of verbintenissen overeenkomstig alle toepasselijke vereisten aan de ontvanger worden overgedragen. § 3. De aandeelhouders, schuldeisers en derden die door de

paragraaf 1 bedoelde overdracht van aandelen, andere eigendomsinstrumenten, activa, rechten of verbintenissen worden getroffen, zijn niet gerechtigd de overdracht te verhinderen, te betwisten of te vernietigen, zelfs

dien

een dergelijk recht voorzien is door het op de aandelen, andere eigendomsinstrumenten, rechten of verbintenissen toepasselijk recht, onverminderd het bepaalde

Hoofdstuk IX

. § 4.

Wanneer de afwikkelingsautoriteit van een andere lidstaat afschrijvings- of omzettingsbevoegdheden uitoefent, onder meer met betrekking tot kapitaalinstrumenten

overeenstemming met artikel 59 van Richtlijn 2014/59/EU, en de

aanmerking komende schulden of relevante kapitaalinstrumenten van de

stelling

afwikkeling

strumenten of verbintenissen omvatten die vallen onder het Belgische recht of verbintenissen die verschuldigd zijn aan

België gevestigde schuldeisers, wordt de hoofdsom van deze verbintenissen of

strumenten verlaagd of worden deze verbintenissen of

strumenten omgezet op grond van de uitoefening van de afschrijvings- of omzettingsbevoegdheden door de afwikkelingsautoriteit van de andere lidstaat. § 5. De schuldeisers die getroffen worden door de

paragraaf 4 bedoelde uitoefening van afschrijvings- of omzettingsbevoegdheden, zijn niet gerechtigd om de verlaging van de hoofdsom van het

strument of de verbintenissen dan wel, al naar gelang het geval, de omzetting ervan te betwisten, onverminderd het bepaalde

Hoofdstuk IX

. § 6.

geval van overdracht van aandelen, andere eigendomsinstrumenten of activa, van rechten of verbintenissen die activa omvatten die zich

een andere lidstaat bevinden of van rechten of verbintenissen die onder het recht van een andere lidstaat vallen, of

geval van uitoefening van afschrijvings- of omzettingsbevoegdheden, met name ten aanzien van aanvullende kapitaalinstrumenten met toepassing van artikel 250, en wanneer de

aanmerking komende schulden of relevante kapitaalinstrumenten van de

stelling onderworpen zijn aan een afwikkelingsprocedure die

strumenten of verbintenissen omvat die vallen onder het recht van een andere lidstaat of verbintenissen omvat jegens schuldeisers die gevestigd zijn

een andere lidstaat, wordt het volgende bepaald door het Belgisch recht : 1° het recht voor aandeelhouders, schuldeisers en derden om door het

stellen van een beroep op grond van artikel 305 de hierboven bedoelde overdracht van aandelen, andere eigendomsinstrumenten, activa, rechten of verbintenissen te betwisten;2° het recht voor schuldeisers om door het

stellen van een beroep op grond van artikel 305 de verlaging van de hoofdsom of de omzetting van een

strument of verbintenis als bedoeld

paragraaf 4 te betwisten; 3° de

Hoofdstuk VII

bedoelde waarborgen voor de hierboven bedoelde gedeeltelijke overdrachten van activa, rechten of verbintenissen.". Art. 48.Artikel 312 van dezelfde wet wordt aangevuld met een vijfde paragraaf, luidende : " § 5. Wanneer een kredietinstelling die onder het recht van een andere lidstaat ressorteert, een beroep wenst te doen op

België gevestigde verbonden agenten om er beleggingsdiensten en/of -activiteiten alsmede nevendiensten te verrichten, zijn de paragrafen 1, 2 en 4 van overeenkomstige toepassing. Voor de toepassing van deze Titel worden deze verbonden agenten gelijkgesteld met een bijkantoor van de kredietinstelling. De Bank brengt de FSMA op de hoogte van de voor het toezicht op de naleving van de gedragsregels relevante elementen

het

formatiedossier en van de regels met betrekking tot verbonden agenten.". Art. 49.Artikel 313 van dezelfde wet wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende : " § 3. Wanneer een kredietinstelling die onder het recht van een andere lidstaat ressorteert,

België beleggingsdiensten of -activiteiten alsmede nevendiensten wil verrichten met

schakeling van

die andere lidstaat gevestigde verbonden agenten, is paragraaf 1 van overeenkomstige toepassing. De Bank maakt op haar website de identiteitsgegevens bekend van de verbonden agenten waarop de kredietinstelling van plan is een beroep te doen.". Art. 50.

artikel 329 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "met toepassing van Richtlijn 2004/39/EG" vervangen door de woorden "met toepassing van Richtlijn 2014/65/EU en Verordening nr.600/2014"; 2°

paragraaf 1, tweede lid, wordt de laatste zin vervangen als volgt : "De Europese Commissie en Europese Autoriteit voor effecten en markten worden onmiddellijk van deze maatregelen

kennis gesteld."; 3°

paragraaf 1 wordt een derde lid

gevoegd, luidende : "

het

het tweede lid bedoelde geval kan de toezichthouder de zaak voorleggen aan de Europese Autoriteit voor effecten en markten en om haar bijstand verzoeken overeenkomstig artikel 19 van Verordening nr. 1095/2010."; 4°

paragraaf 2 wordt het derde lid opgeheven; 5°

paragraaf 3 wordt een derde lid

gevoegd, luidende : "

dien de

paragraaf 2, eerste en tweede lid bedoelde overtredingen van een kredietinstelling,

weerwil van deze maatregelen, blijven aanhouden, neemt de toezichthouder,

voorkomend geval op verzoek van de FSMA, na de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst daarvan

kennis te hebben gesteld, de nodige maatregelen om de deposanten, de beleggers en andere cliënten en de goede werking van de markten te beschermen."; 6°

paragraaf 4 worden de woorden "en aan de Europese Autoriteit voor effecten en markten"

gevoegd tussen de woorden "aan de Europese Commissie" en de woorden ", volgens de frequentie" en wordt het woord "laatstgenoemde" vervangen door het woord "eerstgenoemde". Art. 51.

artikel 333, § 4, van dezelfde wet worden de woorden "of de beleggers"

gevoegd tussen de woorden "voor de bescherming van de spaarders" en de woorden "of voor een gezond en voorzichtig beleid". Art. 52.Artikel 336 van dezelfde wet, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende : " § 2. Het Belgische bijkantoor van de kredietinstelling kan slechts financiële

strumenten van cliënten

ontvangst nemen

dien, bij opening van een

solventieprocedure tegen de kredietinstelling

het derde land, de wetgeving

zake dergelijke procedures het zakelijk eigendomsrecht als bedoeld

artikel 13, tweede lid van het koninklijk besluit nr. 62 van 10 november 1967 betreffende de bewaargeving van vervangbare financiële

strumenten en de vereffening van transacties op deze

strumenten, gecoördineerd op 27 januari 2004, erkent voor de beleggers die hun financiële

strumenten bij het Belgische bijkantoor hebben gedeponeerd, of

dien deze wetgeving aan de belegger een recht toekent ten gevolge van de bewaargeving van de financiële

strumenten, dat een zakelijk recht vormt op grond waarvan hij een vordering tot teruggave kan uitoefenen op deze financiële

strumenten, met uitsluiting van een louter vorderingsrecht.". Art. 53.

artikel 337 van dezelfde wet wordt het artikelnummer ", 136/1"

gevoegd tussen het artikelnummer "136" en de woorden "en 139 zijn". Art. 54.

artikel 345 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt aangevuld met de woorden "of Verordening nr. 600/2014"; 2°

het tweede lid worden de woorden "Richtlijn 2004/39/EG" vervangen door de woorden "Richtlijn 2014/65/EU". Art. 55.

artikel 346 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 1

, a), worden de woorden "of van Verordening nr.575/2013" vervangen door de woorden ", van Verordening nr. 575/2013 of Verordening nr. 600/2014"; 2°

§ 4

worden de woorden "door de Administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen" vervangen door de woorden "door de Algemene Administratie van de

ning en de

vordering van de Federale Overheidsdienst Financiën";3°

§ 5

worden de woorden "Richtlijn 2004/39/EG" vervangen door de woorden "Richtlijn 2014/65/EU". Art. 56.

artikel 347 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 1

worden de woorden "of Verordening nr.600/2014"

gevoegd tussen de woorden "of op Verordening nr. 575/2013" en de woorden "of

dien zij een

breuk vaststelt"; 2°

§ 3

worden de woorden "door de Administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen" vervangen door de woorden "door de Algemene Administratie van de

ning en de

vordering van de Federale Overheidsdienst Financiën";3°

§ 5

worden de woorden "Richtlijn 2004/39/EG" vervangen door de woorden "Richtlijn 2014/65/EU". Art. 57.Artikel 348 van dezelfde wet wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende : " § 4. De financiële tussenpersonen bedoeld

artikel 2, 9° van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 20/11/2002 numac 2002015133 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende

stemming met het Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Republiek Roemenië

zake politiesamenwerking, en ondertekende Bijlage, gedaan te Boekarest op 14 april 1999

(2)type wet prom. 02/08/2002 pub. 24/12/2003 numac 2002015137 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende

stemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Verenigde Arabische Emiraten tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting

zake belastingen naar het

komen en naar het vermogen, en met het Protocol, ondertekend te Washington op 30 september 1996

(2)type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling,

zake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook

zake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten of diegenen die optreden

naam van een dergelijke tussenpersoon, die financiële

strumenten van een cliënt zonder de krachtens artikel 65, § 1, vereiste toestemming op om het even welke wijze gebruiken

hun eigen voordeel of

het voordeel van derden, worden beschouwd als schuldig aan misbruik van vertrouwen en gestraft met de

artikel 491 van het Strafwetboek bepaalde straffen.". Art. 58.

dezelfde wet wordt het opschrift van Boek VIII vervangen als volgt : "BOEK VIII. BELEGGERS- EN DEPOSITO- BESCHERMINGSREGELINGEN" Art. 59.

Boek VIII

van dezelfde wet wordt een Titel I

gevoegd, die bestaat uit de artikelen 380 tot 384/1, met als opschrift : "Titel I. - Depositobeschermingsregeling" Art. 60.

artikel 380, tweede lid, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

de Franse versie wordt

de laatste zin het woord "égale" vervangen door het woord "équivalente";2° de laatste zin wordt aangevuld met de woorden ", voor wat betreft de gedekte activa en het vastgestelde dekkingsniveau". Art. 61.

artikel 381, tweede lid, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 april 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/04/2016 pub. 12/05/2016 numac 2016003166 bron federale overheidsdienst financien Wet tot omzetting van richtlijn 2014/49/EU

zake depositogarantiestelsels en houdende diverse bepalingen sluiten worden de woorden "een kredietinstelling naar Belgisch recht" vervangen door de woorden "een

artikel 380 bedoelde kredietinstelling". Art. 62.

Boek VIII

van dezelfde wet wordt een Titel II

gevoegd, die de artikelen 384/2 tot 384/6 bevat, luidende : "Titel II. - Beleggersbeschermingsregeling" Art. 384/2.Iedere

België gevestigde kredietinstelling moet deelnemen aan een collectieve beleggersbeschermingsregeling waaraan zij bijdraagt en die tot doel heeft aan bepaalde categorieën van beleggers een schadevergoeding toe te kennen wanneer het faillissement van een dergelijke

stelling is uitgesproken of wanneer de toezichthouder de

artikel 384/3, tweede lid, bedoelde beslissing heeft genomen ten aanzien van een dergelijke

stelling. Het eerste lid geldt niet voor de bijkantoren van kredietinstellingen die onder het recht van een andere lidstaat ressorteren. Het geldt evenmin voor de bijkantoren van kredietinstellingen die onder het recht van een derde land ressorteren en waarvan de verbintenissen door een beleggersbeschermingsregeling van die staat minstens op evenwaardige wijze gedekt zijn als

het kader van de

het eerste lid bedoelde regeling, voor wat betreft de gedekte activa en het vastgestelde dekkingsniveau. Het Garantiefonds neemt het beheer en de verrichtingen van de beleggersbeschermingsregeling waar. Art. 384/3.De toezichthouder

formeert het Garantiefonds zo spoedig mogelijk

geval hij problemen op het spoor komt die waarschijnlijk tot de

terventie van de beleggersbeschermingsregeling zullen leiden. Behalve

de gevallen waarin het faillissement is uitgesproken, neemt de toezichthouder de beslissing waarmee wordt vastgesteld dat een

artikel 384/2 bedoelde kredietinstelling, om redenen die rechtstreeks verband houden met haar financiële positie, niet

staat lijkt te zijn te voldoen aan haar verplichtingen jegens de beleggers tot terugbetaling van de financiële

strumenten die voor hun rekening worden gehouden of die de kredietinstelling verschuldigd is, en dat de kredietinstelling daartoe ook op afzienbare termijn niet

staat zal zijn. Deze vaststelling geschiedt zo spoedig mogelijk en

elk geval uiterlijk vijf werkdagen nadat voor het eerst is vastgesteld dat de kredietinstelling heeft nagelaten een financieel

strument terug te betalen. Het Fonds zorgt voor de

artikel 384/4 bedoelde schadeloosstelling binnen drie maanden nadat de vordering van de belegger

aanmerking is genomen en het bedrag van die vordering is vastgesteld. De toezichthouder kan deze termijn verlengen met ten hoogste drie maanden. Deze verlenging mag enkel worden toegestaan

zeer uitzonderlijke omstandigheden en

specifieke gevallen. De kredietinstelling, of, als deze failliet is, de curator, deelt te allen tijde en op verzoek van het Garantiefonds alle gegevens mee die deze laatste nodig heeft om de

artikel 384/4 bedoelde schadevergoeding toe te kennen aan de beleggers. De Koning kan de nadere regels bepalen voor de uitwisseling van de gegevens tussen de kredietinstelling of curator, enerzijds, en het Garantiefonds, anderzijds.

dien er twijfels rijzen over de juistheid van de gegevens die het Garantiefonds

uitvoering van het vorige lid heeft ontvangen, kijkt de kredietinstelling of de curator deze op zijn verzoek na en deelt

voorkomend geval de verbeterde gegevens mee aan het Garantiefonds. Art. 384/4.Onverminderd eventuele franchises overeenkomstig het Europese recht, voorziet de door het Garantiefonds

gestelde beleggersbeschermingsregeling, tot een bedrag van maximum 20 000 euro per belegger en per kredietinstelling die aan deze regeling deelneemt,

een schadevergoeding voor niet-terugbetaling van financiële

strumenten die voor rekening van de beleggers worden gehouden of die de kredietinstelling verschuldigd is, ongeacht de munteenheid waarin de financiële

strumenten zijn uitgedrukt. Art. 384/5.De Koning bepaalt welke

formatie de kredietinstellingen aan de beleggers moeten verstrekken over de dekking van hun tegoeden

gevolge de voornoemde regeling. De aanwending voor reclamedoeleinden van de

het eerste lid bedoelde

formatie is beperkt tot de loutere vermelding van de beleggersbeschermingsregeling die een garantie biedt voor de financiële

strumenten waarop de reclame betrekking heeft. De Koning kan toestaan dat aanvullende

formatie wordt meegedeeld. De FSMA ziet toe op de naleving van dit artikel en de ter uitvoering ervan genomen besluiten. Voor de uitvoering van deze opdracht beschikt zij over de bevoegdheden bedoeld

de artikelen 34, § 1, 1°, 35, §§ 1 en 2, 36, 36bis en 37 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 20/11/2002 numac 2002015133 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende

stemming met het Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Republiek Roemenië

zake politiesamenwerking, en ondertekende Bijlage, gedaan te Boekarest op 14 april 1999

(2)type wet prom. 02/08/2002 pub. 24/12/2003 numac 2002015137 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende

stemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Verenigde Arabische Emiraten tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting

zake belastingen naar het

komen en naar het vermogen, en met het Protocol, ondertekend te Washington op 30 september 1996

(2)type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling,

zake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook

zake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten. Art. 384/6.Het Garantiefonds treft de nodige maatregelen en schikkingen om de bijkantoren van kredietinstellingen die onder het recht van een andere lidstaat ressorteren,

staat te stellen deel te nemen aan de beleggersbeschermingsregeling die het beheert, teneinde, binnen de grenzen van deze regeling, de waarborgen verstrekt door de regeling waaraan de

stelling

haar staat deelneemt, aan te vullen.

dien het bijkantoor dat de mogelijkheid van het eerste lid heeft benut, zijn verplichtingen ten aanzien van de beleggersbeschermingsregeling niet nakomt, wendt het Garantiefonds zich

samenwerking met de toezichthouder tot de bevoegde autoriteit die de vergunning heeft verleend aan de kredietinstelling waarvan het bijkantoor afhangt.

dien de toestand niet binnen twaalf maanden wordt verholpen, kan het Garantiefonds, op eensluidend advies van deze autoriteit, het bijkantoor uitsluiten na afloop van een opzeggingstermijn van twaalf maanden. De termijnverbintenissen van voor de uitsluiting blijven gedekt door de beschermingsregeling tot ze vervallen. De andere tegoeden die vóór de uitsluiting werden gehouden, blijven nog twaalf maanden gedekt. De beleggers worden door het bijkantoor of, zo niet, door de toezichthouder op de hoogte gebracht van het verval van de dekking.". Art. 63.Artikel 418 van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 64.

Boek IX

, Titel III van dezelfde wet,

gevoegd bij het koninklijk besluit van 26 december 2016, wordt een artikel 419/3

gevoegd, luidende : "Art. 419/3.Voor de toepassing van de artikelen 384/2 tot 384/6 dienen de woorden "het Garantiefonds" begrepen te worden als het Beschermingsfonds voor deposito's en financiële

strumenten dat optreedt krachtens de wet van 17 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003685 bron ministerie van financien Wet tot oprichting van een beschermingsfonds voor deposito's en financiële

strumenten en tot reorganisatie van de beschermingsregelingen voor deposito's en financiële

strumenten sluiten tot oprichting van een beschermingsfonds voor deposito's en financiële

strumenten en tot reorganisatie van de beschermingsregelingen voor deposito's en financiële

strumenten, tot op de datum waarop zijn opdrachten aan het Garantiefonds worden overgedragen.". Art. 65.

artikel 423 van dezelfde wet,

gevoegd bij het koninklijk besluit van 26 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003685 bron ministerie van financien Wet tot oprichting van een beschermingsfonds voor deposito's en financiële

strumenten en tot reorganisatie van de beschermingsregelingen voor deposito's en financiële

strumenten sluiten5, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

de bepaling onder 1° worden de woorden "

de zin van artikel 164, § 2, 3°, " vervangen door de woorden "

de zin van artikel 164, § 2, 3°, en van de artikelen 574 en 575";2°

de bepaling onder 2° worden de woorden "

de zin van artikel 164, § 2, 4°, " vervangen door de woorden "

de zin van artikel 164, § 2, 4°, en van de artikelen 574 en 575"; 3° er wordt een bepaling onder 2° /1

gevoegd, luidende : "2° /1 EER-moederbeursvennootschap, een moederbeursvennootschap die geen dochteronderneming is van een andere beursvennootschap of kredietinstelling waaraan

een andere lidstaat een vergunning is verleend, of van een

een van de lidstaten opgerichte financiële holding of gemengde financiële holding;"; 4° er wordt een bepaling onder 2° /2

gevoegd, luidende : "2° /2 moederbeursvennootschap

een lidstaat, een beursvennootschap die een beursvennootschap, een kredietinstelling of een financiële

stelling als dochteronderneming heeft of die een deelneming heeft

een beursvennootschap, kredietinstelling of financiële

stelling en zelf geen dochteronderneming is van een andere beursvennootschap of een kredietinstelling waaraan

dezelfde lidstaat een vergunning is verleend, of van een

dezelfde lidstaat opgerichte financiële holding of gemengde financiële holding;"; 5° de bepaling onder 10° wordt vervangen als volgt : "10° EER-moederonderneming : een EER-moederkredietinstelling, een EER-moederbeurs-vennootschap, een financiële EER-moeder-holding of een gemengde financiële EER-moederholding;"; 6° de bepaling onder 11° wordt vervangen als volgt : "11° moederonderneming

een lidstaat : een moederkredietinstelling

een lidstaat, een moederbeursvennootschap

een lidstaat, een financiële moederholding

een lidstaat of een gemengde financiële moederholding

een lidstaat;"; 7° de bepaling onder 21° wordt opgeheven. Art. 66.

artikel 424 van dezelfde wet,

gevoegd bij het koninklijk besluit van 26 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003685 bron ministerie van financien Wet tot oprichting van een beschermingsfonds voor deposito's en financiële

strumenten en tot reorganisatie van de beschermingsregelingen voor deposito's en financiële

strumenten sluiten5, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt : "1° kredietinstellingen die onder het recht van een lidstaat ressorteren;"; 2° er wordt een bepaling onder 1° /1

gevoegd, luidende : "1° /1 beursvennootschappen die onder het recht van een lidstaat ressorteren en die overeenkomstig artikel 28, lid 2 van Richtlijn 2013/36/EU een minimumkapitaal hebben van 730 000 euro;"; 3° de bepaling onder 5° wordt vervangen als volgt : "5°

een lidstaat gevestigde bijkantoren van kredietinstellingen of beursvennootschappen die onder het recht van een derde land ressorteren.". Art. 67.

artikel 426, § 2 van dezelfde wet,

gevoegd bij het koninklijk besluit van 26 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003685 bron ministerie van financien Wet tot oprichting van een beschermingsfonds voor deposito's en financiële

strumenten en tot reorganisatie van de beschermingsregelingen voor deposito's en financiële

strumenten sluiten5, worden de woorden "overeenkomstig artikel 108, § 2, tweede lid" vervangen door de woorden "overeenkomstig artikel 110, § 2, tweede lid". Art. 68.

artikel 470 van dezelfde wet,

gevoegd bij het koninklijk besluit van 26 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003685 bron ministerie van financien Wet tot oprichting van een beschermingsfonds voor deposito's en financiële

strumenten en tot reorganisatie van de beschermingsregelingen voor deposito's en financiële

strumenten sluiten5, wordt paragraaf 1 vervangen als volgt : " § 1.

dien een kredietinstelling die onder het recht van een derde land ressorteert of een moederonderneming die onder het recht van een derde land ressorteert, dochterondernemingen heeft

België en

een of meer andere lidstaten of twee of meer bijkantoren heeft die

het licht van de beoordelingscriteria van artikel 51, lid 1, tweede alinea van Richtlijn 2013/36//EU als significant worden aangemerkt door België en door een of meer andere lidstaten, richt de afwikkelingsautoriteit samen met de betrokken buitenlandse afwikkelingsautoriteiten een Europees afwikkelingscollege op.". Art. 69.

artikel 480 van dezelfde wet,

gevoegd bij het koninklijk besluit van 26 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003685 bron ministerie van financien Wet tot oprichting van een beschermingsfonds voor deposito's en financiële

strumenten en tot reorganisatie van de beschermingsregelingen voor deposito's en financiële

strumenten sluiten5, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt : "1° activa van een kredietinstelling of moederonderneming die onder het recht van een derde land ressorteert, die zich

België bevinden of onder het Belgische recht vallen; 2° de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt : 2° rechten of verplichtingen van een kredietinstelling die onder het recht van een derde land ressorteert, die door haar

België gevestigde bijkantoor zijn geboekt, onder het Belgische recht vallen, dan wel

geval met dergelijke rechten en verplichtingen samenhangende vorderingen

België afdwingbaar zijn;". Art. 70.

artikel 483 van dezelfde wet,

gevoegd bij het koninklijk besluit van 26 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003685 bron ministerie van financien Wet tot oprichting van een beschermingsfonds voor deposito's en financiële

strumenten en tot reorganisatie van de beschermingsregelingen voor deposito's en financiële

strumenten sluiten5, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

de Franse tekst wordt de

leidende zin vervangen als volgt : "L'autorité de résolution, après avoir consulté les autorités de résolution étrangères lorsqu'un collège d'autorités de résolution européennes est

stitué, peut, en application de l'article 479, refuser de reconnaître ou d'exécuter des procédures de résolution de pays tiers si elle considère :"; 2° de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt : "2° dat een afwikkelingsmaatregel uit hoofde van artikel 484 met betrekking tot een Belgisch bijkantoor van een kredietinstelling of beursvennootschap die onder het recht van een derde land ressorteert, noodzakelijk is om een of meer afwikkelingsdoelstellingen te verwezenlijken;". Art. 71.

artikel 484 van dezelfde wet,

gevoegd bij het koninklijk besluit van 26 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003685 bron ministerie van financien Wet tot oprichting van een beschermingsfonds voor deposito's en financiële

strumenten en tot reorganisatie van de beschermingsregelingen voor deposito's en financiële

strumenten sluiten5, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt : " § 1.De afwikkelingsautoriteit is bevoegd om een maatregel te nemen ten aanzien van een Belgisch bijkantoor van een kredietinstelling of beursvennootschap die onder het recht van een derde land ressorteert

dien zij niet het voorwerp uitmaakt van een afwikkelingsprocedure met toepassing van het recht van het derde land of

dien deze procedure onder artikel 483 valt. Artikel 287 is van toepassing op de uitoefening van deze bevoegdheid."; 2°

paragraaf 2 wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt : "1° het Belgische bijkantoor van een kredietinstelling of beursvennootschap die onder het recht van een derde land ressorteert, vervult niet langer, of vervult waarschijnlijk niet langer, de respectievelijk door de artikelen 333 en 336 en 603 en 605 opgelegde voorwaarden voor het verlenen van de vergunning en de uitoefening van de werkzaamheden

België, en het valt niet te verwachten dat een maatregel van de particuliere sector, een toezichthouder of de autoriteiten van het betrokken derde land ervoor zou zorgen dat het bijkantoor opnieuw aan de voorwaarden voldoet, dan wel het

gebreke blijven van het bijkantoor binnen een redelijk tijdsbestek zou voorkomen;". Art. 72.

dezelfde wet wordt een Boek XII

gevoegd, dat de artikelen 486 tot 622 bevat, luidende : "Boek XII. - Beursvennootschappen Titel I. - Definities - Algemene bepalingen HOOFDSTUK I. - Definities Art. 486.Voor de toepassing van dit Boek en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, dient te worden verstaan onder : 1° kleine beursvennootschap : een beursvennootschap die aan de volgende twee voorwaarden voldoet : a) totaal bedrag aan

bewaring ontvangen financiële

strumenten minder dan of gelijk aan 5 000 000 000 euro gedurende twee opeenvolgende boekjaren;en b) de beursvennootschap voldoet aan ten minste twee van de volgende criteria : - gemiddeld aantal werknemers gedurende het betrokken boekjaar van minder dan 250 personen; - balanstotaal van minder dan of gelijk aan 43 000 000 euro; - jaarlijkse netto-omzet van minder dan of gelijk aan 50 000 000 euro. De Bank kan beslissen dat een beursvennootschap die voldoet aan de twee voorwaarden van het eerste lid, niet als kleine beursvennootschap kan worden aangemerkt wegens met name haar

terne organisatie en de aard, de omvang, de verwevenheid met entiteiten binnen of buiten de groep, de complexiteit of het grensoverschrijdende karakter van haar werkzaamheden; 2° een significante beursvennootschap,

  1. a)een systeemrelevante beursvennootschap;of
  2. b)een beursvennootschap die niet aan ten minste twee van de volgende criteria voldoet : - gemiddeld aantal werknemers gedurende het betrokken boekjaar van minder dan 250 personen; - balanstotaal van minder dan of gelijk aan 43 000 000 euro; - jaarlijkse netto-omzet van minder dan of gelijk aan 50 000 000 euro. De Bank kan beslissen dat een beursvennootschap die voldoet aan ten minste twee van de criteria bedoeld

b), als significante beursvennootschap kan worden aangemerkt wegens met name haar

terne organisatie en de aard, de omvang, de verwevenheid met entiteiten binnen of buiten de groep, de complexiteit of het grensoverschrijdende karakter van haar werkzaamheden; 3° voor België als contactpunt fungerende autoriteit : de FSMA

haar hoedanigheid van bevoegde autoriteit die als contactpunt is aangewezen met toepassing van artikel 79, lid 1 van Richtlijn 2014/65/EU. HOOFDSTUK II. - Algemene bepalingen Art. 487.Dit Boek regelt de vestiging, de werkzaamheden van, het toezicht op en de eventuele afwikkeling van de beursvennootschappen als bedoeld

artikel 1, paragraaf 3, tweede lid, die

België werkzaam zijn. Art. 488.De bepalingen van de Boeken II tot X die van toepassing worden verklaard, zijn van overeenkomstige toepassing. Wanneer die bepalingen van de Boeken II tot X verwijzingen bevatten naar andere bepalingen van diezelfde Boeken of van de Bijlagen I, II, IV, V en VI, zijn die andere bepalingen waarnaar wordt verwezen, eveneens van overeenkomstige toepassing op de beursvennootschappen, te weten, rekening houdend met de eventuele specifieke kenmerken van beursvennootschappen, overeenkomstig de bepalingen van dit Boek. Art. 489.Wanneer gebruik wordt gemaakt van de term "werkzaamheden die voorkomen op de lijst van artikel 4"

een bepaling van de Boeken II tot X waarnaar verwezen wordt

dit Boek, moet deze term voor de toepassing van deze bepaling op de beursvennootschappen worden opgevat als "beleggingsdiensten en/of -activiteiten alsmede nevendiensten". Evenzo, wanneer gebruik wordt gemaakt van de term "significant

de zin van artikel 3, 30° "

een bepaling van de Boeken II tot X waarnaar verwezen wordt

dit Boek, moet deze term voor de toepassing van deze bepaling op de beursvennootschappen worden opgevat als "significant

de zin van artikel 486, 2° ". Art. 490.Dit Boek regelt samen met de bepalingen van Titel II van de wet van 25 oktober 2016 de aangelegenheden bedoeld

artikel 487, § 1. Titel II. - Beursvennootschappen naar Belgisch recht HOOFDSTUK I. - Toegang tot het bedrijf Afdeling I. - Vergunning Onderafdeling I. - Vergunningsplicht Art. 491.Overeenkomstig artikel 6 van de wet van 25 oktober 2016 en ongeacht waar zij haar werkzaamheden uitoefent, moet iedere beursvennootschap naar Belgisch recht vooraleer haar werkzaamheden aan te vatten een vergunning verkrijgen. Onderafdeling II. - Procedure Art. 492.Artikel 8 is van toepassing, met dien verstande dat de aanvragers

hun vergunningsaanvraag eveneens moeten vermelden welke

artikel 3, 71° en 72°, bedoelde beleggingsdiensten en/of -activiteiten en nevendiensten en,

voorkomend geval,

artikel 499, § 2, vijfde streepje bedoelde dienst zij voornemens zijn te verrichten. Bovendien verduidelijken zij op welke categorieën financiële

strumenten deze diensten en activiteiten betrekking hebben. Art. 493.De artikelen 9 en 10 zijn van toepassing. Art. 494.Artikel 11 is van toepassing, met dien verstande dat : 1° de verwijzingen

het genoemde artikel naar de artikelen 27, 32, 33 en 34 moeten worden gelezen als verwijzingen naar de artikelen 504, 506, 507 en 508;2° paragraaf 2 als volgt moet worden gelezen : "

dien de Bank geen rekening houdt met het advies van de FSMA over de

paragraaf 1, eerste lid bedoelde aangelegenheden, wordt dat met de redenen voor de afwijking vermeld

haar beslissing over de vergunningsaanvraag.Het voornoemde advies van de FSMA over paragraaf 1, eerste lid, 1°, wordt bij de kennisgeving van die beslissing gevoegd.". Art. 495.§ 1. De Bank verleent een vergunning aan beursvennootschappen die voldoen aan de voorwaarden van Afdeling II. Zij spreekt zich uit over de aanvraag binnen zes maanden na de

diening van een volledig dossier. De beslissing over de vergunning vermeldt de beleggingsdiensten en -activiteiten evenals de nevendiensten die de beursvennootschap mag verrichten. Gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig beleid van de beursvennootschap kan de Bank de vergunning van de beursvennootschap beperken tot bepaalde diensten of activiteiten of tot bepaalde categorieën financiële

strumenten, alsook

haar vergunning voor het verrichten van bepaalde diensten of activiteiten of met betrekking tot bepaalde financiële

strumenten voorwaarden stellen. De beslissingen

zake vergunning worden binnen vijftien dagen met een aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs ter kennis gebracht van de aanvragers. § 2.

afwijking van paragraaf 1 zal de Bank,

de gevallen bedoeld

artikel 15, lid 3, tweede en derde alinea van Richtlijn 2004/39/EG, haar beslissingen over de vergunningsaanvraag van beleggingsondernemingen naar Belgisch recht die dochterondernemingen zijn van één of meer moederondernemingen die ressorteren onder het recht van één of meer derde landen, beperken of opschorten, volgens de regels en voor de duur die met toepassing van die bepalingen zijn vastgesteld door de Raad van de Europese Unie of de Europese Commissie. Art. 496.Artikel 13 is van toepassing. Afdeling II - Vergunningsvoorwaarden Onderafdeling I - Algemene bepalingen Art. 497.Behalve met de voorwaarden van deze Afdeling houdt de Bank ook rekening met het vermogen van de aanvragende beursvennootschap om te voldoen aan de

Hoofdstuk II

bedoelde bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden en om haar ontwikkelingsdoelstellingen te verwezenlijken onder de voorwaarden die nodig zijn voor de goede werking van het financiële stelsel en voor de veiligheid van de beleggers. Onderafdeling II - Vennootschapsvorm Art. 498.Artikel 16 is van toepassing. Onderafdeling III - Aanvangskapitaal Art. 499.§ 1. Om een vergunning te kunnen verkrijgen is een kapitaal vereist van ten minste 250 000 euro. Het kapitaal moet volgestort zijn ten belope van het

het eerste lid bepaalde minimumbedrag. § 2. Beursvennootschappen dienen te beschikken over een volgestort kapitaal van ten minste 730 000 euro om : - transacties

financiële

strumenten voor eigen rekening te kunnen verrichten; - uitgiften van financiële

strumenten over te nemen; - borg te staan voor de plaatsing van die uitgiften; - een MTF uit te baten; - als bewaarder op te kunnen treden voor financiële

strumenten van verzekeringsondernemingen,

stellingen voor collectieve belegging of nog voor kredietinstellingen, voor zover deze laatsten handelen voor rekening van hun cliënteel. Voor de toepassing van deze bepaling wordt het volgende niet beschouwd als het verrichten van transacties voor eigen rekening : 1° het houden van posities

financiële

strumenten buiten de handelsportefeuille om eigen middelen te beleggen;2° het houden van financiële

strumenten voor eigen rekening, mits :

  1. a)de posities uitsluitend het resultaat zijn van het feit dat de beursvennootschap niet bij machte is een ontvangen order exact af te sluiten;
  2. b)de totale marktwaarde van deze posities niet meer dan 15 % van het aanvangskapitaal van de beursvennootschap vertegenwoordigt;
  3. c)de beursvennootschap de vereisten

acht neemt die voor de controle van de solvabiliteit en de beperking van de risico's verbonden aan haar werkzaamheden zijn opgelegd bij Verordening nr. 575/2013 en,

voorkomend geval, door of krachtens artikel 552, voor zover dit artikel 96, § 1, 1°, van toepassing verklaart op de beursvennootschappen die de

artikel 2, 1°, 3 en 6 van de wet van 25 oktober 2016 bedoelde activiteiten uitoefenen, en de artikelen 554, 565 en 583, voor zover zij de artikelen 98, 149, 150 en 234, § 2, 1°, van toepassing verklaren op de beursvennootschappen; d) deze posities een

cidenteel en voorlopig karakter hebben en strikt beperkt zijn tot de tijd die voor de uitvoering van de betrokken transactie nodig is. § 3. Voor bestaande vennootschappen die een vergunning aanvragen, worden de uitgiftepremies, de reserves en het overgedragen resultaat, met uitzondering van de herwaarderingsmeerwaarden, voor de toepassing van paragraaf 1 gelijkgesteld met kapitaal. Onderafdeling IV. - Aandeelhouders of vennoten Art. 500.Artikel 18 is van toepassing. Onderafdeling V. - Leiding Art. 501.De artikelen 19 en 20 zijn van toepassing. Onderafdeling VI. - Organisatie Art. 502.De artikelen 21, 22 en 23 zijn van toepassing, met dien verstande dat de verwijzingen

artikel 21 naar de artikelen 27, 32, 33 en 34 moeten worden gelezen als verwijzingen naar de artikelen 504, 506, 507 en 508. Art. 503.De artikelen 24, 25 en 26 zijn van toepassing op beursvennootschappen. Art. 504.Onverminderd de taken van het wettelijk bestuursorgaan richten de beursvennootschappen binnen dit orgaan de volgende comités op : 1° een auditcomité;2° een risicocomité;3° een remuneratiecomité;4° een benoemingscomité, die uitsluitend zijn samengesteld uit leden van het wettelijk bestuursorgaan die er geen uitvoerend lid van zijn en waarvan minstens één lid onafhankelijk is

de zin van artikel 526ter van het Wetboek van Vennootschappen;een lid mag niet

meer dan twee van de voornoemde comités zetelen. Art. 505.De artikelen 28, 29, 30 en 31 zijn van toepassing op beursvennootschappen, met dien verstande dat de verwijzing

artikel 28 naar artikel 27 moet worden gelezen als een verwijzing naar artikel 504. Art. 506.De artikelen 28, 30 en 504 doen geen afbreuk aan de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen over het auditcomité en het remuneratiecomité

genoteerde vennootschappen

de zin van artikel 4 van dit Wetboek. Art. 507.§ 1. Beursvennootschappen die niet significant zijn

de zin van artikel 486, 2°, zijn vrijgesteld van de verplichting om binnen hun wettelijk bestuursorgaan de twee comités als bedoeld

de artikelen 30 en 31 op te richten. Deze vennootschappen kunnen bovendien bepalen dat één enkel comité

staat voor de taken van de comités bedoeld

de artikelen 28 en 29. § 2.

dien er met toepassing van paragraaf 1 geen comités worden opgericht als bedoeld

504, moeten de aan die comités toegewezen taken worden uitgevoerd door het wettelijk bestuursorgaan als geheel. Wanneer de voorzitter van het wettelijk bestuursorgaan

gevolge een met toepassing van artikel 26 toegestane afwijking, een uitvoerend lid is, neemt hij het voorzitterschap van het wettelijk bestuursorgaan niet waar als dit optreedt

de hoedanigheid van één van de

504 bedoelde comités. § 3. De Bank kan toestaan dat een beurvennootschap die een dochteronderneming of een kleindochteronderneming is van een gemengde financiële holding, van een verzekeringsholding, van een financiële holding, van een kredietinstelling, van een verzekerings-onderneming, van een herverzekerings-onderneming, van een andere beleggingsonderneming of van een beheervennootschap van

stellingen voor collectieve belegging of van een beheervennootschap van alternatieve

stellingen voor collectieve belegging, geheel of gedeeltelijk afwijkt van de bepalingen van deze Onderafdeling en kan specifieke voorwaarden vastleggen voor het verlenen van deze afwijkingen, voor zover er binnen de betrokken groepen of subgroepen comités zijn opgericht

de zin van de artikelen 28 tot 31, die bevoegd zijn voor de betrokken beursvennootschap en voldoen aan de vereisten van deze wet. Art. 508.De artikelen 503 tot 507 zijn niet van toepassing op kleine beursvennootschappen

de zin van artikel 486, 1°. Art. 509.De artikelen 35, 36, 37, 38, 39 en 40 zijn van toepassing. Art. 510.De artikelen 41 en 42 zijn van toepassing. Onderafdeling VII. - Hoofdbestuur Art. 511.Artikel 43 is van toepassing. Onderafdeling VIII. - Beleggersbescherming Art. 512.Iedere beursvennootschap moet zich overeenkomstig artikel 613 van deze wet aansluiten bij een collectieve beleggersbeschermingsregeling. HOOFDSTUK II - Bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden Afdeling I - Algemene bepalingen Art. 513.Iedere beursvennootschap moet blijvend voldoen aan de door of krachtens de artikelen 497 tot 512 vastgelegde voorwaarden en de voorwaarden die,

voorkomend geval, opgelegd zijn met toepassing van artikel 495, § 1, derde lid. Zij stelt de Bank

kennis van elke gebeurtenis die afbreuk kan doen aan de naleving van de voorwaarden die met toepassing van artikel 495, § 1, derde lid, zijn opgelegd. Afdeling II. - Wijzigingen

de kapitaalstructuur Art. 514.Artikel 46 is van toepassing. Art. 515.§ 1. De artikelen 47, 48 en 49 zijn van toepassing, met dien verstande dat de Bank als enige bevoegd is voor de

deze artikelen bedoelde beoordeling en dat zij

dit verband geen verplichting tot kennisgeving aan de Europese Centrale Bank heeft. § 2. Op verzoek van de Europese Commissie stelt de Bank haar

kennis van elk op grond van artikel 46 voorgelegd voornemen tot verwerving van een deelneming door een moederonderneming die ressorteert onder het recht van een derde land

een Belgische beursvennootschap, waardoor deze haar dochteronderneming zou worden. De Bank beperkt of schorst de

het eerste lid bedoelde verwerving van een deelneming

de gevallen, onder de voorwaarden en voor de duur die bepaald zijn

artikel 15, leden 3 en 5 van Richtlijn 2004/39/EG. Art. 516.De artikelen 50, 51 en 52 zijn van toepassing. Art. 517.Artikel 53 is van toepassing, met dien verstande dat de Bank als enige bevoegd is voor de beoordeling van de

dit artikel bedoelde

formatie en dat zij

dit verband geen verplichting tot kennisgeving aan de Europese Centrale Bank heeft. Art. 518.Artikel 54 is van toepassing. Afdeling III. - Algemene werkingsvoorwaarden Onderafdeling I. - Minimum eigen vermogen Art. 519.Onverminderd de artikelen 77 en 78 van Verordening nr. 575/2013 mag het eigen vermogen van beursvennootschappen niet dalen onder het bedrag van het overeenkomstig artikel 499 vastgestelde minimumkapitaal. Onderafdeling II. - Leiding en leiders Art. 520.Artikel 56 is van toepassing, met dien verstande dat : 1° de door het wettelijk bestuursorgaan verrichte periodieke beoordeling eveneens betrekking heeft op de doeltreffendheid van de

de artikelen 528, 529 en 533 bedoelde organisatieregeling;2° de verwijzing

artikel 56, § 4, naar artikel 27 moet worden gelezen als een verwijzing naar artikel 504. Art. 521.Artikel 57 is van toepassing, met dien verstande dat de artikelen 8, § 8, tweede lid en 4, § 2, van Bijlage I niet van toepassing zijn. Art. 522.Artikel 58 is van toepassing. Art. 523.Artikel 59 is van toepassing, met dien verstande dat : 1° de

paragraaf 1 bedoelde maatregelen en het

paragraaf 2 bedoelde verslag eveneens betrekking hebben op de doeltreffendheid van de

de artikelen 528, 529 et 533 bedoelde organisatieregeling;2° de Bank het voornoemde verslag ter beschikking stelt van de FSMA volgens de modaliteiten bepaald met toepassing van artikel 138;3° bij de toepassing van de bepalingen van Bijlage I rekening moet worden gehouden met de aard en de specifieke kenmerken van de activiteiten van de beursvennootschap en met het feit dat artikel 8, § 8, tweede lid, en artikel 4, § 2, van de voornoemde Bijlage niet van toepassing zijn. Art. 524.De artikelen 60 en 61 zijn van toepassing. Art. 525.Artikel 62 is van toepassing, met dien verstande dat wanneer de Bank gebruikmaakt van de

paragraaf 7 bedoelde mogelijkheid, zij de Europese Autoriteit voor effecten en markten en de Europese Bankautoriteit daarvan

kennis stelt. Onderafdeling III - Risicobeheer Art. 526.Artikel 63 is van toepassing, met dien verstande dat rekening moet worden gehouden met de aard en de specifieke kenmerken van de werkzaamheden van de beursvennootschap en dat artikel 8, § 8, tweede lid, en artikel 4, § 2, van Bijlage I niet van toepassing zijn. Art. 527.Artikel 64 is van toepassing. Art. 528.Artikel 65 is van toepassing. Daarnaast geldt dat wanneer een beursvennootschap gelden aanhoudt die aan cliënten toebehoren, zij passende maatregelen neemt om de rechten van haar cliënten te beschermen en om te voorkomen dat de aan haar cliënten toebehorende gelden voor haar eigen rekening worden gebruikt. Art. 529.Artikel 65/1 is van toepassing, met dien verstande dat de

paragraaf 2 van het genoemde artikel bedoelde machtiging aan de Koning eveneens betrekking heeft op de vaststelling van de vereisten aangaande de boekhoudkundige organisatie en de boekhoudregels voor het deponeren van gelden bij beursvennootschappen. Onderafdeling IV. - Uitbesteding Art. 530.Artikel 66 is van toepassing. Onderafdeling V. - Het beloningsbeleid en de tenuitvoerlegging ervan Art. 531.De artikelen 67, 68, 69, 70 en 71 zijn van toepassing. Onderafdeling VI. - Verrichtingen die beperkt of verboden zijn, betalingen die nietig kunnen worden verklaard en aanhouden van tegoeden van cliënten Art. 532.Buiten de diensten en werkzaamheden die zij overeenkomstig hun vergunning mogen verrichten en, onverminderd artikel 539, buiten de werkzaamheden die aansluiten bij die diensten of werkzaamheden of die rechtstreeks

het verlengde ervan liggen, of die ermee samenhangen of er een aanvulling op vormen, mogen beursvennootschappen geen andere werkzaamheden verrichten, tenzij met de toestemming van de Bank. Art. 533.§ 1. Beursvennootschappen mogen van hun cliënten geen gelddeposito's ontvangen, met uitzondering van zichtdeposito's en vernieuwbare termijndeposito's van maximum drie maanden die bestemd zijn voor de verwerving van financiële

strumenten of die moeten worden terugbetaald. De duur van vernieuwde termijndeposito's mag niet langer zijn dan één jaar, tenzij voor de betrokken deposito's een langere duur noodzakelijk is

het kader van een met de cliënt gesloten overeenkomst voor vermogensbeheer. § 2. De

paragraaf 1 bedoelde deposito's dienen te worden geplaatst bij een of meer entiteiten die de hoedanigheid hebben van : 1° centrale bank;2° kredietinstelling die onder het recht van een andere lidstaat ressorteert;3° kredietinstelling die onder het recht van een derde land ressorteert;4° erkend geldmarktfonds. De

het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet voor onmiddellijk opeisbare gelden, noch voor binnen een maximumtermijn van drie werkdagen opeisbare gelden of voor gelden die ter dekking van verplichtingen van cliënten zijn verstrekt. De

het eerste lid bedoelde entiteiten mogen op de gelden die op een gezamenlijke of geïndividualiseerde cliëntenrekening zijn geplaatst, geen recht doen gelden

gevolge eigen vorderingen op de beursvennootschap die deze rekening heeft geopend. Beslag onder derden door de schuldeisers van de beursvennootschap op deze rekeningen en hun saldo is evenmin toegestaan. § 3.

dien een

solventieprocedure wordt geopend tegen de beursvennootschap, worden de gelden die met toepassing van paragraaf 2 zijn geplaatst op een gezamenlijke cliëntenrekening of op een geïndividualiseerde rekening die de identificatie van

dividuele cliënten toelaat, met uitzondering van de deposito's die door hun titularis konden worden teruggevorderd, bij bijzonder voorrecht aangewend voor de terugbetaling van de deposito's als bedoeld

paragraaf 1, met uitsluiting van de

paragraaf 2, tweede lid, bedoelde deposito's. § 4. De Koning kan, na advies van de Bank en de FSMA, de voorwaarden en regels vaststellen waaraan de door cliënten bij beursvennootschappen geplaatste gelddeposito's moeten voldoen, evenals de voorwaarden en regels voor de beleggingen die de beursvennootschappen met deze gelden mogen verrichten. Deze voorwaarden en regels hebben tevens betrekking op de regels

zake de organisatie, de bescherming van en de

formatieverstrekking aan de cliënten wat de

ontvangstneming van deze gelden door de beursvennootschappen en hun belegging bij andere bemiddelaars betreft. Om de tegoeden van de cliënten te beschermen kan de Bank, na advies van de FSMA,

uitzonderlijke omstandigheden de met toepassing van het eerste lid vastgestelde bepalingen aanvullen via reglementen vastgesteld met toepassing van artikel 12bis, § 2 van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen sluiten. De Bank stelt de Europese Commissie onverwijld

kennis van alle aanvullende bepalingen die zij overeenkomstig dit lid wil opleggen, en dit ten minste twee maanden vóór de

werkingtreding ervan. De kennisgeving bevat een motivering voor die aanvullende bepalingen. Art. 534.Beursvennootschappen mogen rechtstreeks noch onrechtstreeks leningen of kredieten verstrekken, met uitzondering van : 1° de

artikel 2, 2°, 2, van de wet van 25 oktober 2016 bedoelde leningen en kredieten;2° voorschotten aan ondernemingen waarin de beursvennootschap een deelneming bezit, als wederbelegging van haar eigen vermogen;3° het lenen van financiële

strumenten;4° leningen aan de effectenbeursvennootschappen en de vennootschappen die de gereglementeerde markten besturen, op voorwaarde dat ze er vennoot of lid van zijn. Art. 535.Onverminderd artikel 534, is artikel 72 van toepassing, met dien verstande dat het bedrag van 100 000 euro als bedoeld

paragraaf 1, vierde lid, verlaagd wordt tot 25 000 euro. Art. 536.Artikel 73 is van toepassing. Art. 537.§ 1. Beursvennootschappen mogen enkel een beroep doen op

België gevestigde tussenpersonen

bank- en beleggingsdiensten die naar behoren zijn

geschreven overeenkomstig artikel 5, § 1, van de wet van 22 maart 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2006 pub. 28/04/2006 numac 2006003247 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende de bemiddeling

bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële

strumenten sluiten betreffende de bemiddeling

bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële

strumenten.

dien zij een beroep wensen te doen op

een andere lidstaat gevestigde verbonden agenten, dienen beursvennootschappen zich ervan te vergewissen dat deze personen

de betrokken lidstaat zijn

geschreven

het register bedoeld

artikel 29, lid 3, van Richtlijn 2014/65/EU. Zij vergewissen zich van de beperkingen die

de betrokken lidstaat van toepassing zijn op verbonden agenten. § 2. Beursvennootschappen die samenwerken met verbonden agenten blijven volledig en onvoorwaardelijk verantwoordelijk voor elke handeling of elk verzuim van deze verbonden agenten die voor hun rekening optreden,

het bijzonder wanneer zij deze verbonden agenten toelaten transacties te verrichten met gelden en/of financiële

strumenten van cliënten. De beursvennootschappen zien erop toe dat de verbonden agenten waarmee zij samenwerken kenbaar maken

welke hoedanigheid zij optreden voordat zij zaken doen met een cliënt. §

  1. De beursvennootschappen dienen de werkzaamheden van hun verbonden agenten te controleren. Zij treffen afdoende maatregelen ter voorkoming van de negatieve gevolgen die de eventuele aanvullende activiteiten van de verbonden agenten zouden kunnen hebben op de werkzaamheden die deze agenten voor rekening van de beursvennootschappen verrichten. §
  2. De Bank kan de bepalingen van dit artikel aanvullen via reglementen vastgesteld met toepassing van artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen sluiten. Die reglementen kunnen

zonderheid de verplichtingen bepalen die gelden voor beursvennootschappen die een beroep doen op verbonden agenten. Onderafdeling VII. - Mededeling van

formatie over de situatie van de beursvennootschap Art. 538.Artikel 75 is van toepassing. Afdeling IV. - Wijzigingen

het programma van werkzaamheden en bijzondere verrichtingen Onderafdeling I.

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.