📄 Wettekst
24 DECEMBER 2002. - Programmawet (I) (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij brekrachtingen hetgeen volgt : TITEL I. - Algemene bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
TITEL II. - Sociale Zaken en Pensioenen HOOFDSTUK 1. - Sociaal statuut der zelfstandigen Afdeling 1. - Vereenvoudiging van de bijdragenstructuur
Art. 2.In artikel 11 van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, laatst gewijzigd bij de
programmawet van 10 februari 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998016042
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten
sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1) § 1 wordt vervangen als volgt : « § 1.De bijdragen van de onderworpenen worden uitgedrukt in een percentage van de beroepsinkomsten. »; 2) in § 2, eerste lid, worden de woorden « , vermeerderd volgens de modaliteiten bepaald door de Koning, met het bedrag van de bijdragen bedoeld in de artikelen 12 en 13 van dit besluit » geschrapt;3) § 4, derde lid, wordt opgeheven;4) in § 5, eerste lid, worden de woorden « 112,99 pct.van » geschrapt; 5) in § 5, tweede lid worden de woorden « 112,99 pct.van » geschrapt. Art. 3.In artikel 12 van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het
koninklijk besluit van 20 juli 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021087
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1, eerste lid, wordt vervangen als volgt : « Onverminderd de uitzonderingen bedoeld in de §§ 1bis en 2 zijn de onderworpenen de volgende jaarlijkse bijdragen verschuldigd : 1.19,65 pct. op het gedeelte der beroepsinkomsten dat 15.732,17 EUR niet te boven gaat; 2. 14,16 pct.op het gedeelte der beroepsinkomsten dat 15.732,17 EUR te boven gaat, maar 23.186,08 EUR niet overschrijdt. »; 2° in § 1, tweede lid wordt het bedrag « 152 777 BEF » vervangen door het bedrag « 3.221,08 EUR »; 3° in § 2, eerste lid wordt het bedrag « 16 362 BEF » vervangen door het bedrag « 405,60 EUR »;4° § 2, tweede lid, wordt vervangen als volgt : « Wanneer genoemde inkomsten minstens 405,60 EUR bedragen, is de onderworpene de volgende jaarlijkse bijdragen verschuldigd : 1.19,65 pct. op het gedeelte der beroepsinkomsten dat 15.732,17 EUR niet te boven gaat; 2. 14,16 pct.op het gedeelte der beroepsinkomsten dat 15.732,17 EUR te boven gaat, maar 23.186,08 EUR niet overschrijdt. »; 5° § 2, derde lid, wordt opgeheven;6° § 3 wordt opgeheven. Art. 4.In artikel 13 van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het
koninklijk besluit van 20 juli 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021087
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, eerste lid, wordt het bedrag « 32 724 BEF » vervangen door het bedrag « 811,20 EUR »;2° § 1, tweede lid, wordt vervangen als volgt : « Wanneer bedoelde inkomsten minstens 811,20 EUR belopen, is de onderworpene volgende jaarlijkse bijdragen verschuldigd, vastgesteld op de beroepsinkomsten, bedoeld in artikel 11, §§ 2 en 3 : 1.19,65 pct. op het gedeelte der beroepsinkomsten dat 15.732,17 EUR niet te boven gaat; 2. 14,16 pct.op het gedeelte der beroepsinkomsten dat 15.732,17 EUR te boven gaat, maar 23 186,08 EUR niet overschrijdt »; 3) in § 1, derde lid, wordt het percentage « 12,99 pct.» vervangen door het percentage « 14,70 pct. »; 4) § 2 wordt opgeheven. Art. 5.Artikel 14, § 2, van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het
koninklijk besluit van 20 juli 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021087
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
sluiten7, wordt vervangen als volgt : « § 2. De Koning kan, na advies van het Algemeen Beheerscomité voor het sociaal statuut der zelfstandigen, opgericht bij artikel 107 van de
wet van 30 december 1992Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
04/06/2015
numac
2015000253
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
18/12/1998
numac
1998015163
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting
sluiten0 houdende sociale en diverse bepalingen, en bij een in Ministerraad overlegd besluit, de in de artikelen 12 en 13 bedoelde percentages en het bedrag van de beroepsinkomsten opgenomen in artikel 12, § 1, tweede lid, aanpassen.
Het bedrag van de bijdrageverhoging ingevolge de aanpassing van het bedrag van de beroepsinkomsten opgenomen in artikel 12, § 1, tweede lid, waarvan sprake in het eerste lid, mag evenwel niet meer bedragen dan 175 EUR. ». Art. 6.In artikel 91, § 4, van de
wet van 30 december 1992Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
04/06/2015
numac
2015000253
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
18/12/1998
numac
1998015163
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting
sluiten0 houdende sociale en diverse bepalingen, laatst gewijzigd bij het
koninklijk besluit van 20 juli 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021087
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
sluiten7, worden de woorden « naar aanleiding van een verhoging van de forfaitaire bedragen in toepassing van artikel 14, § 2, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen » geschrapt. Art. 7.Artikel 5, § 2, laatste lid, van het
koninklijk besluit van 30 januari 1997Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/12/1998
pub.
05/01/1999
numac
1998021488
bron
diensten van de eerste minister
Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus
sluiten9 betreffende het pensioenstelsel der zelfstandigen met toepassing van de artikelen 15 en 27 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels en van artikel 3, § 1, 4°, van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese en Monetaire Unie, wordt vervangen als volgt : « Deze inkomsten worden niet in aanmerking genomen voor het gedeelte dat het bedrag van 18.371,36 EUR overschrijdt. Dit bedrag is gebonden aan het indexcijfer der consumptieprijzen 142,75 (1971 = 100). Met het oog op de vaststelling van dat bedrag voor een bepaald jaar wordt het vermenigvuldigd met een breuk die in het begin van elk jaar door de Koning wordt vastgesteld. De noemer van deze breuk is 142,75; de teller duidt het gemiddelde aan van de vermoede indexcijfers der consumptieprijzen (basis 1971 = 100) voor het betrokken jaar. ». Art. 8.Artikel 126, § 2, laatste lid, van de
wet van 15 mei 1984Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/04/1971
pub.
11/06/1998
numac
1998000213
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling
sluiten9 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen, wordt vervangen als volgt : « Deze inkomsten worden niet in aanmerking genomen voor het gedeelte dat het bedrag van 18.371,36 EUR overschrijdt. Dit bedrag is gebonden aan het indexcijfer der consumptieprijzen 142,75 (1971 = 100). Met het oog op de vaststelling van dat bedrag voor een bepaald jaar wordt het vermenigvuldigd met een breuk die in het begin van elk jaar door de Koning wordt vastgesteld. De noemer van deze breuk is 142,75; de teller duidt het gemiddelde aan van de vermoede indexcijfers der consumptieprijzen (basis 1971 = 100) voor het betrokken jaar. ». Afdeling 2. - Sociaal en Fiscaal statuut van de meewerkende echtgenoot
Art. 9.Artikel 15 van de
programmawet van 30 december 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998016042
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten
sluiten2, waarbij een artikel 6bis wordt ingevoegd in het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, wordt opgeheven. Art. 10.Artikel 16 van dezelfde programmawet, waarbij artikel 7, 1°, van hetzelfde besluit wordt opgeheven, treedt in werking op 1 januari 2003. Art. 11.In het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen wordt een artikel 7bis ingevoegd, luidende : « Art. 7bis . - § 1. De echtgenoot of echtgenote van een zelfstandige bedoeld in artikel 2, die, in de loop van een bepaald jaar, geen beroepsactiviteit uitoefent die voor hem rechten opent op uitkeringen in een verplichte regeling voor pensioenen, kinderbijslagen en ziekte- en invaliditeitsverzekering, die minstens gelijkwaardig zijn aan die van het sociaal statuut van zelfstandigen, noch een uitkering geniet in het raam van de sociale zekerheid die voor hem dergelijke eigen rechten opent, wordt vermoed, voor datzelfde jaar, met uitzondering van de kwartalen tijdens dewelke de geholpen zelfstandige geen activiteit uitoefent die de onderwerping aan dit besluit met zich meebrengt, meewerkende echtgenoot te zijn en bijgevolg onderworpen te zijn aan dit besluit als helper in de zin van artikel 6.
Personen bedoeld in voorgaand lid die niet voldoen aan de omschrijving van artikel 6, dienen een verklaring op erewoord waarvan de toepassingsmodaliteiten door de Koning worden bepaald, af te leggen om dit vermoeden te weerleggen. Bij niet-naleving van deze verplichting is er verval van recht op uitkeringen,onverminderd de mogelijkheid voor de Koning om een administratieve boete van maximaal 500 euro op te leggen.
Het toepassingsgebied van dit artikel wordt verruimd tot de ongehuwde helper van een zelfstandige die met die zelfstandige verbonden is door een verklaring van wettelijke samenwoning. De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten inzake betrokken personen. § 2. In afwijking van § 1 is de meewerkende echtgenoot voor de jaren 2003, 2004 en 2005 enkel onderworpen aan de verplichte regeling voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, sector der uitkeringen, overeenkomstig de door de Koning te bepalen regelen en voorwaarden.
Niettemin kan de meewerkende echtgenoot zich voor de jaren 2003, 2004 en 2005 vrijwillig onderwerpen aan dit besluit, overeenkomstig de door de Koning te bepalen regelen en voorwaarden. § 3. In afwijking van § 1 is de meewerkende echtgenoot wiens geboortedatum gelegen is voor 1 januari 1956 enkel onderworpen aan de verplichte regeling voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, sector der uitkeringen. Hij kan zich vrijwillig onderwerpen aan dit besluit overeenkomstig de door de Koning te bepalen regelen en voorwaarden.
Niettemin kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, situaties bepalen waarin de meewerkende echtgenoot wiens geboortedatum gelegen is voor 1 januari 1956 toch onderworpen is aan de bepalingen van § 1. § 4. De toepassing van deze wet mag geen nadeel berokkenen in pensioen, dat daadwerkelijk en voor de eerste maal ingaat, noch aan de meewerkende echtgenoot noch aan de geholpen zelfstandige, zoals bedoeld in artikel 7bis van het koninklijk besluit nr. 38.
De Koning treft alle maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering van deze paragraaf. » Art. 12.In artikel 11, § 2, van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 november 1996, worden het vierde en vijfde lid vervangen als volgt : « Voor de toepassing van deze paragraaf worden de aan de meewerkende echtgenoot overeenkomstig de fiscale wetgeving toebedeelde inkomsten gevoegd bij de inkomsten van de geholpen zelfstandige in het geval waarin de meewerkende echtgenoot enkel onderworpen is aan de verplichte regeling voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, sector uitkeringen.
Voor de berekening van de bijdragen die verschuldigd zijn door een zelfstandige die geholpen wordt door een aan dit besluit onderworpen meewerkende echtgenoot die zich in een periode van begin van bezigheid bevindt, worden de beroepsinkomsten van het refertejaar verminderd met de inkomsten waarop de definitieve bijdragen van de meewerkende echtgenoot worden berekend. De Koning bepaalt welke bijdragen door de geholpen zelfstandige verschuldigd zijn zolang de gegevens betreffende de genoemde inkomsten van de meewerkende echtgenoot niet worden verstrekt. » Art. 13.In artikel 12 van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij de
programmawet van 10 februari 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998016042
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten
sluiten0, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, eerste lid, worden de woorden « de uitzonderingen bedoeld in de §§ 1bis en 2 » vervangen door de woorden « de uitzonderingen bedoeld in de §§ 1bis , 1ter en 2 »;2° een § 1ter wordt ingevoegd, luidende : « § 1ter .In afwijking van § 1, tweede lid, worden voor de berekening van de onder § 1, 1°, bedoelde bijdragen, de beroepsinkomsten van de overeenkomstig artikel 7bis aan dit besluit onderworpen meewerkende echtgenoot geacht de helft van 3.221,08 EUR te bereiken wanneer het referte-inkomen, na toepassing van artikel 11, § 3, de helft van dit bedrag niet bereikt. De aldus vastgestelde bijdragen zijn verschuldigd zelfs zo geen winsten werden verwezenlijkt voor het in artikel 11, § 2, bedoelde refertejaar.
De onderworpene die, voor een bepaald kwartaal, een in toepassing van het eerste lid verminderde bijdrage betaalt, wordt geacht, voor dat kwartaal, een bijdrage betaald te hebben die minstens gelijk is aan de bijdrage bedoeld in § 1, tweede lid. » Art. 14.In artikel 52bis van het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, laatst gewijzigd bij de
programmawet van 30 december 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998016042
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten
sluiten2, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen als volgt : « § 1.Met uitzondering van de meewerkende echtgenoten die enkel onderworpen zijn aan de verplichte regeling voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, sector der uitkeringen, kunnen de zelfstandigen in de zin van artikel 1 van dit besluit, die de voorwaarden vervullen bepaald door de Koning, een verzekeringscontract sluiten teneinde hetzij een aanvullend rustpensioen hetzij een aanvullend rustpensioen en een aanvullend overlevingspensioen ten voordele van de overlevende echtgenoot te vormen. »; 2° in § 2, eerste lid, worden de woorden « in § 1, eerste lid, bedoelde » geschrapt;3° § 2bis wordt vervangen als volgt : « De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, specifieke modaliteiten vaststellen voor de meewerkende echtgenoten die onderworpen zijn aan het koninklijk besluit nr.38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen. »; 4° § 3, tweede lid, wordt geschrapt. Art. 15.Artikel 30 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vervangen bij het koninklijk besluit van 20 december 1996, wordt aangevuld met een 3°, luidende : « 3° bezoldigingen van meewerkende echtgenoten. ». Art. 16.Artikel 33 van hetzelfde Wetboek, opgeheven door het koninklijk besluit van 20 december 1996, wordt hersteld in de volgende lezing : « Art. 33.Bezoldigingen van meewerkende echtgenoten zijn alle toekenningen van een deel van de winst en de baten aan de meewerkende echtgenoot die tijdens het belastbaar tijdperk geen beroepsactiviteit uitoefent die voor hem rechten opent op uitkeringen in een verplichte regeling voor pensioenen, kinderbijslagen en ziekte- en invaliditeitsverzekering die minstens gelijkwaardig zijn aan die van het sociaal statuut van zelfstandigen, noch een uitkering geniet binnen het raam van de sociale zekerheid die voor hem dergelijke eigen rechten opent.
Deze bezoldigingen moeten overeenstemmen met de normale bezoldiging van de prestaties van de meewerkende echtgenoot, doch mogen niet hoger zijn dan 30 pct. van het netto bedrag van de inkomsten van de beroepswerkzaamheid die met de hulp van de echtgenoot wordt uitgeoefend, behoudens indien de prestaties van de meewerkende echtgenoot hem kennelijk recht geven op een groter deel. ». Art. 17.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 33bis ingevoerd, dat luidt als volgt : « Art. 33bis . Voor de toekenning van de in artikel 30, 3°, bedoelde bezoldigingen worden de beroepsinkomsten die afzonderlijk worden belast buiten beschouwing gelaten. ». Art. 18.Artikel 51, 3°, van hetzelfde Wetboek, opgeheven door het koninklijk besluit van 20 december 1996, wordt hersteld in de volgende lezing : « 3° voor bezoldigingen van meewerkende echtgenoten : 5 pct.; ». Art. 19.In artikel 52, 4°, van hetzelfde Wetboek, vervallen de woorden « , buiten zijn echtgenoot ». Art. 20.In artikel 53 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 30 maart 1994, 7 april 1995 en 20 december 1995, bij het koninklijk besluit van 20 december 1996 en bij de wet van 22 december 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het 12° wordt aangevuld met de woorden « , behoudens de in artikel 30, 3°, bedoelde bezoldigingen »;2° het artikel wordt aangevuld als volgt : « 19° voor de belastingplichtigen die in artikel 30, 3°, bedoelde bezoldigingen toekennen, de beroepskosten die eigen zijn aan de in artikel 33, eerste lid, bedoelde meewerkende echtgenoten;20° voor de in artikel 33, eerste lid, bedoelde meewerkende echtgenoten, de beroepskosten die betrekking hebben op de activiteiten van de echtgenoot met wie wordt meegewerkt.» Art. 21.Artikel 57, 1°, van hetzelfde Wetboek, wordt aangevuld met de woorden « , behoudens de in artikel 30, 3°, bedoelde bezoldigingen; ». Art. 22.In artikel 86, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de koninklijk besluiten van 20 december 1996 en 20 juli 2000, worden de woorden « aan de echtgenoot » vervangen door de woorden « aan de niet in artikel 33, eerste lid, bedoelde echtgenoot ». Art. 23.In artikel 1451 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 28 december 1992, 17 november 1998, 25 januari 1999 en 17 mei 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « de artikelen 1452 tot 14516bis » vervangen door de woorden « de artikelen 1452 tot 14516 »;2° het 6° wordt opgeheven. Art. 24.In titel II, hoofdstuk III, afdeling I, onderafdeling IIbis van hetzelfde Wetboek, wordt het onderdeel « G. Bijdragen voor het vrij pensioen van meewerkende echtgenoot van een zelfstandige » dat artikel 14516bis omvat, ingevoegd bij de
wet van 25 januari 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
11/05/1995
pub.
11/06/1999
numac
1999015009
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Volksrepubliek Bangladesh tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen, ondertekend te Brussel op 18 oktober 1990
type
wet
prom.
11/05/1995
pub.
31/01/1998
numac
1997015045
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende goedkeuring van het Verdrag inzake de bescherming van het marien milieu van de Noordoostelijke Atlantische Oceaan, Bijlagen I, II, III en IV, en de Aanhangsels 1 en 2, gedaan te Parijs op 22 september 1992
sluiten6, opgeheven. Art. 25.In artikel 157 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 december 1996 en bij de
wet van 10 augustus 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/04/1997
pub.
27/01/1998
numac
1997015112
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met volgende Internationale Akten :
sluiten7, worden de woorden « , bezoldigingen van bedrijfsleiders » vervangen door de woorden « en de in artikel 30, 2° en 3°, bedoelde bezoldigingen ». Art. 26.In artikel 158 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 20 december 1995 en bij het koninklijk besluit van 20 december 1996, worden de woorden « en bezoldigingen van bedrijfsleiders » vervangen door de woorden « en de in artikel 30, 2° en 3°, bedoelde bezoldigingen ». Art. 27.In artikel 164 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 december 1996 en bij de wet van 6 juli 1997, worden de woorden « en de bezoldigingen van bedrijfsleiders » vervangen door de woorden « en de in artikel 30, 2° en 3°, bedoelde bezoldigingen ». Art. 28.In artikel 166 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 december 1996, worden de woorden « en de bezoldigingen van bedrijfsleiders » vervangen door de woorden « en de in artikel 30, 2° en 3°, bedoelde bezoldigingen ». Art. 29.In artikel 167, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 december 1996, worden de woorden « de bezoldigingen van bedrijfsleiders » vervangen door de woorden « de in artikel 30, 2° en 3°, bedoelde bezoldigingen ». Art. 30.Artikel 171, 2°, a , van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 25 januari 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
11/05/1995
pub.
11/06/1999
numac
1999015009
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Volksrepubliek Bangladesh tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen, ondertekend te Brussel op 18 oktober 1990
type
wet
prom.
11/05/1995
pub.
31/01/1998
numac
1997015045
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende goedkeuring van het Verdrag inzake de bescherming van het marien milieu van de Noordoostelijke Atlantische Oceaan, Bijlagen I, II, III en IV, en de Aanhangsels 1 en 2, gedaan te Parijs op 22 september 1992
sluiten6, wordt opgeheven. Art. 31.In artikel 270, 1°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 december 1996 en bij de wet van 22 december 1998, wordt het woord « bezoldigingen » telkens vervangen door de woorden « in artikel 30, 1° en 2°, bedoelde bezoldigingen ». Art. 32.In artikel 271 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 6 juli 1994 en bij het koninklijk besluit van 20 december 1996, vervallen de woorden « bezoldigingen van bedrijfsleiders ». Art. 33.Artikel 289ter , § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd door de
wet van 10 augustus 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/04/1997
pub.
27/01/1998
numac
1997015112
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met volgende Internationale Akten :
sluiten7, wordt aangevuld met het volgende lid : « Geen belastingkrediet wordt verleend aan de in artikel 33, eerste lid, bedoelde meewerkende echtgenoten wanneer hun bezoldigingen voortkomen uit een activiteitsinkomen dat niet in aanmerking komt voor het belastingkrediet of dat wordt toegekend door een belastingplichtige als bedoeld in het derde lid. ». Art. 34.In artikel 10 van de
wet van 10 augustus 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/04/1997
pub.
27/01/1998
numac
1997015112
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met volgende Internationale Akten :
sluiten7 houdende hervorming van de personenbelasting worden de woorden « aan de echtgenoot » vervangen door de woorden « aan de niet in artikel 33, eerste lid, bedoelde echtgenoot ». Art. 35.Artikel 49, B , van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « B. 1° In hetzelfde artikel wordt het bedrag van 78 EUR telkens vervangen door het bedrag van 220 EUR; 2° § 2 van hetzelfde artikel wordt aangevuld met het volgende lid : « In afwijking van de vorige leden wordt, voor de in artikel 33, eerste lid, bedoelde meewerkende echtgenoten het bedrag van 220 EUR telkens vervangen door het bedrag van 200 EUR.». Art. 36.De artikelen 9 tot 14 treden in werking op 1 januari 2003. Art. 37.§ 1. De artikelen 15 tot 35 treden in werking vanaf aanslagjaar 2004, behalve artikel 34 dat in werking treedt met ingang van aanslagjaar 2005. § 2. In afwijking van de artikelen 15 tot 35 blijft, voor elk van de aanslagjaren 2004 tot 2006, artikel 86 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 van toepassing op de meewerkende echtgenoten : - die tijdens het belastbaar tijdperk geen beroepsactiviteit hebben uitgeoefend waardoor zij eigen rechten openen op uitkeringen in een verplichte regeling voor pensioenen, kinderbijslagen en ziekte- en invaliditeitsverzekering die minstens gelijkwaardig zijn aan die van het sociaal statuut van zelfstandigen, noch een uitkering binnen het raam van de sociale zekerheid hebben genoten die voor hen dergelijke eigen rechten opent; - en die zich tijdens hetzelfde belastbaar tijdperk niet vrijwillig hebben onderworpen aan het sociaal statuut der zelfstandige overeenkomstig artikel 7bis , § 2, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen. § 3. In afwijking van de artikelen 15 tot 35 blijft artikel 86 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 van toepassing op de meewerkende echtgenoten : - die geboren zijn voor 1 januari 1956; - en die, tijdens het belastbaar tijdperk, geen beroepsactiviteit hebben uitgeoefend, waardoor zij eigen rechten openen op uitkeringen in een verplichte regeling voor pensioenen, kinderbijslagen en ziekte- en invaliditeitsverzekering die minstens gelijkwaardig zijn aan die van het sociaal statuut van zelfstandigen, noch een uitkering binnen het raam van de sociale zekerheid hebben ontvangen die voor hen dergelijke eigen rechten openen; - en die zich tijdens hetzelfde belastbaar tijdperk niet vrijwillig hebben onderworpen aan het sociaal statuut der zelfstandige overeenkomstig artikel 7bis , § 3, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen. Afdeling 3. - Pensioen van zelfstandigen
Art. 38.In artikel 3 van het
koninklijk besluit van 30 januari 1997Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/12/1998
pub.
05/01/1999
numac
1998021488
bron
diensten van de eerste minister
Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus
sluiten9 betreffende het pensioenstelsel der zelfstandigen met toepassing van de artikelen 15 en 27 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels en van artikel 3, § 1, 4°, van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese en Monetaire Unie wordt een § 3ter ingevoegd, luidende : « § 3ter. De vermindering voorzien in § 2 is niet van toepassing indien het pensioen voor het eerst en ten vroegste ingaat op 1 januari 2003 en de betrokkene een beroepsloopbaan bewijst van 45 kalenderjaren waarvoor pensioenrechten kunnen worden geopend krachtens een of meerdere wettelijke Belgische of buitenlandse pensioenregelingen, in de zin van § 3.
Voor de toepassing van het eerste lid, worden de kalenderjaren waarvoor pensioenrechten kunnen worden geopend krachtens een buitenlandse regeling vermoed vervuld te zijn in het kader van de werknemersregeling zoals bedoeld in § 3, tweede lid, 2°.
Voor de toepassing van het eerste lid worden de jaren gelijktijdig gepresteerd in verschillende stelsels slechts één maal gerekend. » Art. 39.Artikel 16 van het
koninklijk besluit van 30 januari 1997Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/12/1998
pub.
05/01/1999
numac
1998021488
bron
diensten van de eerste minister
Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus
sluiten9 betreffende het pensioenstelsel der zelfstandigen met toepassing van de artikelen 15 en 27 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels en van artikel 3, § 1, 4°, van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese en Monetaire Unie wordt aangevuld met de volgende leden : « De vermindering voorzien in het derde lid is niet van toepassing indien het pensioen voor het eerst en ten vroegste ingaat op 1 januari 2003 en ten laatste op 1 december 2005 en de betrokkene een beroepsloopbaan bewijst van 43 kalenderjaren waarvoor pensioenrechten kunnen worden geopend krachtens een of meerdere wettelijke Belgische of buitenlandse pensioenregelingen, zoals bedoeld in artikel 3, § 3.
De vermindering voorzien in het derde lid is niet van toepassing indien het pensioen voor het eerst en ten vroegste ingaat op 1 januari 2006 en ten laatste op 1 december 2008 en de betrokkene een beroepsloopbaan bewijst van 44 kalenderjaren waarvoor pensioenrechten kunnen worden geopend krachtens een of meerdere wettelijke Belgische of buitenlandse pensioenregelingen, zoals bedoeld in artikel 3, § 3.
Voor de toepassing van het vijfde en het zesde lid, worden de kalenderjaren waarvoor pensioenrechten kunnen worden geopend krachtens een buitenlandse regeling vermoed vervuld te zijn in het kader van de werknemersregeling bedoeld in artikel 3, § 3, tweede lid, 2°.
Voor de toepassing van het vijfde en het zesde lid worden de jaren gelijktijdig gepresteerd in verschillende stelsels slechts één maal gerekend. » Art. 40.In artikel 131bis van de
wet van 15 mei 1984Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/04/1971
pub.
11/06/1998
numac
1998000213
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling
sluiten9 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen wordt een § 1quater ingevoegd, luidende : « § 1quater . Met ingang van 1 april 2003 worden de bedragen van 7.302,57 EUR, 5.598,95 EUR, 8.201,78 EUR en 6.151,35 EUR, beoogd in § 1, gebracht op respectievelijk 9.307,77 EUR, 6.981,78 EUR, 9.307,77 EUR en 6.981,78 EUR. ». Afdeling 4. - Aanvullende pensioenen zelfstandigen
Onderafdeling 1. - Doel, Toepassingsgebied en Definities Art. 41.Deze afdeling heeft tot doel de betrekkingen te regelen inzake aanvullende pensioenen, met inbegrip van de eventuele solidariteitsprestaties, tussen de zelfstandige, de meewerkende echtgenoot, de zelfstandige helper, de aangeslotene en zijn rechthebbenden, de pensioeninstelling en, in voorkomend geval, de rechtspersoon belast met de organisatie van het solidariteitsstelsel, de pensioenrechten en -reserves te beschermen die voor de aangeslotenen en hun rechthebbenden worden opgebouwd en de doorzichtigheid voor de aangeslotenen te vergroten. Art. 42.Voor de toepassing van deze afdeling en van haar uitvoeringsbesluiten wordt verstaan onder : 1° aanvullend pensioen : het rust- en/of overlevingspensioen bij overlijden van de aangeslotene vóór of na pensionering, of de ermee overeenstemmende kapitaalswaarde, die op basis van de overeenkomstig een pensioenovereenkomst gedane stortingen worden opgebouwd ter aanvulling van een krachtens een wettelijke sociale zekerheidsregeling vastgesteld pensioen;2° pensioeninstelling : een onderneming of instelling bedoeld in artikel 2, § 1 of § 3, 4° en 5°, van de
wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
04/06/2015
numac
2015000253
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
18/12/1998
numac
1998015163
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting
sluiten7 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, die wordt belast met de opbouw van het aanvullend pensioen en/of de uitkering van de prestaties;3° zelfstandige : de verzekeringsplichtige zelfstandige die de voor een hoofdberoep voorziene bijdragen verschuldigd is overeenkomstig artikel 12, § 1, van het koninklijk besluit nr.38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen; 4° meewerkende echtgenoot : de persoon bedoeld in artikel 7bis , § 1, van het koninklijk besluit nr.38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen; 5° helper : de verzekeringsplichtige helper die de voor een hoofdberoep voorziene bijdragen verschuldigd is overeenkomstig artikel 12, § 1, van het koninklijk besluit nr.38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen; 6° aangeslotene : de zelfstandige, de meewerkende echtgenoot en de helper die een pensioenovereenkomst hebben aangegaan en de gewezen zelfstandige, meewerkende echtgenoot en helper die nog steeds actuele of uitgestelde rechten genieten overeenkomstig de pensioenovereenkomst;7° pensioenovereenkomst : de overeenkomst inzake aanvullend pensioen waarin de rechten en de verplichtingen van de aangeslotene, zijn rechthebbenden en van de pensioeninstelling en de regels inzake de opbouw van het aanvullend pensioen en de uitkering van de prestaties worden bepaald;8° verworven reserves : de reserves waarop de aangeslotene op een bepaald ogenblik recht heeft overeenkomstig de pensioenovereenkomst;9° solidariteitsstelsel : het stelsel van solidariteitsprestaties dat wordt ingericht ten voordele van de aangeslotenen en/of hun rechthebbenden;10° solidariteitsreglement : het reglement waarin de rechten en de verplichtingen van de aangeslotenen en/of hun rechthebbenden en van de rechtspersoon die het solidariteitsstelsel inricht, en de regels inzake de uitvoering van het solidariteitsstelsel worden bepaald;11°
wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
04/06/2015
numac
2015000253
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
18/12/1998
numac
1998015163
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting
sluiten7 : de
wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
04/06/2015
numac
2015000253
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
18/12/1998
numac
1998015163
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting
sluiten7 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen;12° Controledienst voor de Verzekeringen : de openbare instelling opgericht bij artikel 29 van de
wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
04/06/2015
numac
2015000253
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
18/12/1998
numac
1998015163
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting
sluiten7. Art. 43.Deze afdeling is van toepassing op de aangeslotenen en hun rechthebbenden, de pensioeninstellingen die worden belast met de opbouw van het aanvullend pensioen en/of de uitkering van de prestaties, de rechtspersonen belast met de organisatie van een solidariteitsstelsel, alsook op de commissarissen en de actuarissen, die bij voormelde instellingen en rechtspersonen zijn aangeduid.
Onderafdeling 2. - De pensioenovereenkomst 1. Algemene bepalingen Art.44. § 1. Met het oog op de opbouw van een aanvullend pensioen kan een zelfstandige, meewerkende echtgenoot of zelfstandige helper een pensioenovereenkomst sluiten bij een pensioeninstelling.
De tekst van de pensioenovereenkomst wordt aan de aangeslotene verstrekt. § 2. De bijdrage die de aangeslotene stort voor de opbouw van het aanvullend pensioen wordt uitgedrukt in een percentage van het bedrijfsinkomen bepaald bij artikel 11, § 2, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen.
Zowel de minimum- als de maximumbijdragevoet worden bepaald door de Koning, op de gezamenlijke voordracht van de minister van Financiën, van de minister van Middenstand en van de minister van Pensioenen.
De maximumbijdragevoet mag evenwel 7 % niet overschrijden van het bedrijfsinkomen vastgesteld binnen de grenzen van een drempel en een plafond bepaald door de Koning, op de gezamenlijke voordracht van de Minister van Financiën, van de Minister van Middenstand en van de Minister van Pensioenen.
De Koning bepaalt hoe de bijdragen worden berekend bij aanvang of hervatting van beroepsactiviteit. Met dit doel bepaalt hij nader wat, in de zin van deze paragraaf, dient verstaan onder aanvang of hervatting van beroepsactiviteit. § 3. Het aandeel van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering in de sociale voordelen toegekend in het kader van de nationale akkoorden en overeenkomsten bedoeld in de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 valt buiten de begrenzing bepaald in § 2. § 4. De Controledienst voor de Verzekeringen maakt om de twee jaar een verslag over de kostenstructuur, de wijze van winstdeling en de toepassing van een afkoopvergoeding. Art. 45.De bijdragen bedoeld door deze wet hebben, inzake de belastingen op de inkomsten, het karakter van bijdragen verschuldigd in uitvoering van de sociale wetgeving, voor zover de aangeslotene tijdens het betreffende jaar effectief en volledig de bijdragen heeft betaald die hij verschuldigd is krachtens het sociaal statuut der zelfstandigen. 2. Bijzondere bepalingen inzake de sociale pensioenovereenkomsten Art.46. § 1. De maximumbijdragevoet bedoeld in artikel 44, § 2, tweede lid, wordt verhoogd met 15 % voor de pensioenovereenkomsten die aan de volgende voorwaarde voldoen : - aan de pensioenovereenkomst is een solidariteitsstelsel verbonden, zoals bedoeld in hoofdstuk VI, waarvan de prestaties worden gefinancierd door een solidariteitsbijdrage van ten minste 10 %, geheven op de door de aangeslotene betaalde bijdrage in het kader van artikel 44, § 2; § 2. De sociale pensioenovereenkomst vermeldt uitdrukkelijk dat zij werd gesloten in toepassing van dit artikel. § 3. De Controledienst Voor de Verzekeringen maakt om de twee jaar een verslag over de kostenstructuur, de wijze van winstdeling en de toepassing van een afkoopvergoeding.
Onderafdeling 3. - Verworven reserves, verworven prestaties en waarborgen Art. 47.De aangeslotene behoudt steeds het recht op de overeenkomstig de pensioenovereenkomst verworven reserves.
Bij pensionering worden de overeengekomen pensioenprestaties voor zover nodig aangevuld tot het gedeelte van de gestorte bijdragen dat niet werd verbruikt voor de dekking van het overlijdensrisico vóór de pensionering en, in voorkomend geval, voor de financiering van de solidariteitsprestaties.
De bepaling van het tweede lid is niet van toepassing bij pensionering binnen vijf jaar na het sluiten van de pensioenovereenkomst. Art. 48.§ 1. De pensioeninstelling deelt ten minste eenmaal per jaar aan de aangeslotenen, behalve aan de rentegenieters, een pensioenfiche mee waarop minstens volgende gegevens worden vermeld : 1° het bedrag van de verworven reserves met vermelding van het bedrag dat overeenstemt met de waarborg bedoeld in artikel 47, tweede lid;2° de variabele elementen waarmee bij de berekening van de bedragen onder 1° wordt rekening gehouden;3° het bedrag van de verworven reserves van het vorige jaar. § 2. De pensioeninstelling deelt op eenvoudig verzoek aan de aangeslotene een historisch overzicht van de gegevens bedoeld in § 1, 1°, mee. Dit overzicht kan worden beperkt tot de periode van aansluiting bij de pensioeninstelling en tot de periode na de inwerkingtreding van deze wet. § 3. De pensioeninstelling deelt ten minste om de vijf jaar het bedrag van de te verwachten rente bij pensionering, zonder aftrek van de belastingen, mee aan alle aangeslotenen vanaf de leeftijd van 45 jaar.
Daarbij wordt uitgegaan van de volgende hypotheses en gegevens : 1° voor de actieve aangeslotenen;a) de laatste stortingen blijven doorlopen;b) de verworven reserves en de nog te storten bijdragen opgerent tegen de maximale referentievoet voor verzekeringsverrichtingen van lange duur die vastgesteld wordt in de uitvoeringsbesluiten van de
wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
04/06/2015
numac
2015000253
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
18/12/1998
numac
1998015163
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting
sluiten7 of de overeengekomen pensioenprestaties;2° voor de gewezen aangeslotenen : de verworven reserves opgerent tegen de maximale referentievoet voor verzekeringsverrichtingen van lange duur die vastgesteld wordt in de uitvoeringsbesluiten van de
wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
04/06/2015
numac
2015000253
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
18/12/1998
numac
1998015163
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting
sluiten7 of de gereduceerde pensioenprestaties. Art. 49.§ 1. Behalve in de gevallen bedoeld in § 2 en voor de overdracht van reserves naar een andere pensioeninstelling bedoeld in artikel 51, kan de aangeslotene het recht op afkoop van zijn reserves enkel uitoefenen of de uitbetaling van zijn prestaties verkrijgen op het ogenblik van zijn pensionering of vanaf het ogenblik waarop hij de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt. § 2. Voorschotten op prestaties of inpandgevingen van pensioenrechten of de mogelijkheid tot toewijzing van de afkoopwaarde aan de wedersamenstelling van een hypothecair krediet mogen enkel worden toegestaan om de aangeslotene in staat te stellen op het grondgebied van de Europese Unie onroerende goederen die belastbare inkomsten opbrengen te verwerven, te bouwen, te verbeteren, te herstellen of te verbouwen. Die voorschotten en leningen moeten worden terugbetaald zodra die goederen uit het vermogen van de aangeslotene verdwijnen.
Indien de pensioenovereenkomst in voorschotten op prestaties of inpandgevingen van pensioenrechten of in de mogelijkheid tot toewijzing van de afkoopwaarde aan de wedersamenstelling van een hypothecair krediet voorziet, dienen de beperkingen vermeld in het eerste lid uitdrukkelijk in de pensioenovereenkomst te worden vermeld. Art. 50.§ 1. Wanneer de prestatie uitgekeerd wordt als een kapitaal, heeft de aangeslotene, of, in geval van overlijden zijn rechthebbenden, het recht om de omvorming in een rente te vragen.
De Koning stelt de berekeningswijze ter zake vast.
De pensioeninstelling brengt de aangeslotene van dit recht op de hoogte twee maanden vóór de pensionering of binnen de twee weken nadat zij van de vervroegde pensionering op de hoogte is gebracht. In geval van overlijden van de aangeslotene brengt de pensioeninstelling de rechthebbenden van dit recht op de hoogte binnen de twee weken nadat zij van het overlijden op de hoogte is gebracht. § 2. Wanneer het jaarlijks bedrag van de rente bij de aanvang ervan minder dan of gelijk aan 500 euro bedraagt, wordt het kapitaal uitbetaald. Het bedrag van 500 euro wordt geïndexeerd volgens de bepalingen van de
wet van 2 augustus 1971Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/04/1971
pub.
11/06/1998
numac
1998000213
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling
sluiten4 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld.
Onderafdeling 4. - Stopzetting van de pensioenovereenkomst en pensionering Art. 51.Een aangeslotene kan ten alle tijde de pensioenovereenkomst stopzetten en een nieuwe pensioenovereenkomst sluiten bij een andere pensioeninstelling.
Een aangeslotene heeft het recht om de verworven reserve over te dragen naar die nieuwe pensioenovereenkomst. Op het ogenblik van de overdracht mag geen verlies van winstdelingen ten laste worden gelegd van de aangeslotene, of van de verworven reserves worden afgetrokken.
De nieuwe pensioeninstelling mag geen acquisitiekosten aanrekenen op de overgedragen reserves.
De pensioeninstelling deelt uiterlijk binnen dertig dagen na de vraag tot overdracht van de reserves schriftelijk of langs elektronische weg het bedrag van de verworven reserves mee Art. 52.De pensioeninstelling deelt uiterlijk binnen dertig dagen na de kennisgeving van de pensionering door de aangeslotenen schriftelijk of langs elektronische weg het bedrag van het opgebouwde pensioenkapitaal, desgevallend aangevuld tot de bedragen gewaarborgd in toepassing van artikel 47, en de daarmee overeenstemmende rente mee.
Onderafdeling 5. - Transparantie Art. 53.De pensioeninstelling stelt elk jaar een verslag op over het beheer van de pensioenovereenkomsten. Dit verslag wordt op verzoek van elke aangeslotene en/of geïnteresseerde ter beschikking gesteld.
Het verslag moet informatie bevatten over de volgende elementen : 1° de beleggingsstrategie op lange en korte termijn en de mate waarin daarbij rekening wordt gehouden met sociale, ethische en leefmilieuaspecten;2° het rendement van de beleggingen;3° de kostenstructuur;4° in voorkomend geval de winstdeling onder de aangeslotenen. Onderafdeling 6. - Solidariteit Art. 54.Het solidariteitsstelsel, bedoeld in artikel 46, § 1, wordt beheerst door een solidariteitsreglement, waarvan de tekst op eenvoudig verzoek aan de aangeslotenen wordt verstrekt.
De Koning bepaalt, bij een een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de solidariteitsprestaties die in aanmerking komen, en die betrekking hebben op de financiering van de opbouw van het aanvullend pensioen gedurende bepaalde periodes van inactiviteit, de vergoedingen van inkomstenverlies in bepaalde gevallen of de verhoging van lopende uitkeringen, met aanduiding van de prestaties die minstens in het solidariteitsstelsel moeten worden opgenomen. Art. 55.De Koning bepaalt de nadere regels inzake de financiering en het beheer van het solidariteitsstelsel. Art. 56.De inrichter van het solidariteitsstelsel wordt aangeduid in de pensioenovereenkomst.
De pensioeninstelling of de rechtspersoon, die het solidariteitsstelsel inricht, beheert het stelsel afgezonderd van zijn andere activiteiten. Art. 57.De bepalingen van artikel 53 zijn van overeenkomstige toepassing.
Onderafdeling 7. - Toezicht Art. 58.Het toezicht op de naleving van de bepalingen van deze afdeling en haar uitvoeringsbesluiten wordt toevertrouwd aan de Controledienst voor de Verzekeringen. Art. 59.De erkende commissarissen, aangeduid overeenkomstig artikel 38 van de
wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
04/06/2015
numac
2015000253
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
18/12/1998
numac
1998015163
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting
sluiten7, en de actuarissen, aangeduid overeenkomstig artikel 40bis van diezelfde wet brengen de Controledienst voor de Verzekeringen op de hoogte van elk feit of elke beslissing waarvan zij bij de uitvoering van hun opdracht kennis hebben gekregen en die een inbreuk op de bepalingen van deze afdeling en haar uitvoeringsbesluiten uitmaken.
Melding te goeder trouw aan de Controledienst voor de Verzekeringen door de erkende commissarissen en de actuarissen van de in het eerste lid bedoelde feiten of beslissingen vormt geen inbreuk op ongeacht welke beperking inzake de openbaarmaking van informatie, opgelegd op grond van een contract of van een wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling, en leidt voor de betrokken personen tot geen enkele vorm van aansprakelijkheid met betrekking tot de inhoud van die melding. Art. 60.Onder de benaming « Raad voor het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen » wordt een orgaan ingesteld dat belast wordt met de regelmatige opvolging van de toepassing van de bepalingen van deze wet en met een periodieke evaluatie hiervan. Hij kan op verzoek of uit eigen beweging adviezen of aanbevelingen formuleren ter attentie van de Controledienst voor de Verzekeringen of van de bevoegde ministers.
Hij wordt daarenboven belast met alle taken die hem krachtens een wet of door de Koning worden toegewezen.
De Raad voor het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen is samengesteld uit telkens twee vertegenwoordigers van het ministerie van Middenstand, van het ministerie van Sociale Zaken en van het ministerie van Financiën, aangeduid door de respectieve bevoegde ministers en uit twee vertegenwoordigers van de Controledienst voor de Verzekeringen, aangeduid door de minister van Economie op voorstel van de Raad van de Controledienst voor de Verzekeringen.
De Raad voor het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen stelt zijn huishoudelijk reglement op. Art. 61.§ 1. Onder de benaming « Commissie voor het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen », wordt een adviesorgaan ingesteld met als opdracht advies te verstrekken over de besluiten die in uitvoering van deze afdeling worden genomen en overleg te plegen omtrent alle vragen inzake de toepassing van deze afdeling en haar uitvoeringsbesluiten die haar door de bevoegde ministers, de Raad voor het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen of door de Controledienst voor de Verzekeringen worden voorgelegd.
De Commissie voor het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen kan uit eigen beweging adviezen geven over alle problemen inzake de toepassing van deze afdeling en haar uitvoeringsbesluiten. § 2. De Commissie voor het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen bestaat uit vijftien leden, benoemd door de Koning omwille van hun ervaring op het vlak van de in deze afdeling geregelde materies : 1° zes leden worden gekozen om de belangen van de zelfstandigen, de meewerkende echtgenoten en de zelfstandige helpers te vertegenwoordigen, op een dubbele lijst voorgedragen door het Algemeen Beheerscomité voor het Sociaal Statuut van de Zelfstandigen;2° twee leden worden gekozen uit de vertegenwoordigers van pensioeninstellingen die in België bedrijvig zijn, op een dubbele lijst voorgedragen door de meest representatieve beroepsorganisaties;3° twee leden worden gekozen uit de vertegenwoordigers van de gepensioneerde zelfstandigen, op een dubbele lijst voorgedragen door het Raadgevend Comité der Gepensioneerden;4° de overige vijf leden moeten deskundig zijn en blijk geven van ervaring op het vlak van de in deze afdeling geregelde materies. § 3. De leden van de Commissie voor het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen worden voor zes jaar benoemd; zij zijn herbenoembaar.
Uitzonderlijk wordt, bij de eerste benoeming, het mandaat van vijf door loting aangewezen leden tot twee jaar beperkt. Het mandaat van vijf andere, eveneens door loting aangewezen leden wordt tot vier jaar beperkt.
De Koning wijst uit de leden de voorzitter van de Commissie voor het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen aan en bepaalt de vergoedingen die de leden zullen genieten. § 4. De Controledienst voor de Verzekeringen neemt het secretariaat van de Commissie voor het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen op zich.
De Commissie voor het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen stelt haar huishoudelijk reglement op.
Onderafdeling 8. - Strafbepalingen Art. 62.Met een gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met een geldboete van 1.000 tot 10.000 euro, of met één van die straffen alleen worden gestraft, de beheerders, zaakvoerders of lasthebbers van pensioeninstellingen en van andere rechtspersonen belast met de organisatie van het solidariteitsstelsel die over de toepassing van deze afdeling wetens en willens onjuiste verklaringen hebben afgelegd aan de Controledienst voor de Verzekeringen of aan de door hem gevolmachtigde persoon, of die hebben geweigerd de ter uitvoering van deze afdeling of haar uitvoeringsbesluiten gevraagde inlichtingen te verstrekken.
Dezelfde straffen zijn van toepassing op de beheerders, commissarissen, aangeduide actuarissen, directeurs, zaakvoerders of lasthebbers van pensioeninstellingen en van andere rechtspersonen belast met de organisatie van het solidariteitsstelsel die niet hebben voldaan aan de verplichtingen hun opgelegd door deze afdeling of haar uitvoeringsbesluiten of die hebben meegewerkt aan de uitvoering van pensioenovereenkomsten die in strijd zijn …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.