Programmawet (1)
Kort samengevat
Deze wet regelt de sociale bijdragen en het sociaal statuut van zelfstandigen en meewerkende echtgenoten, met als doel de bijdragenstructuur te vereenvoudigen en de rechten van meewerkende echtgenoten te verduidelijken.
Wat het regelt
- De vereenvoudiging van de bijdragenstructuur voor zelfstandigen.
- De percentages en bedragen van de jaarlijkse sociale bijdragen voor zelfstandigen.
- Het sociaal en fiscaal statuut van de meewerkende echtgenoot.
- De voorwaarden waaronder meewerkende echtgenoten onderworpen zijn aan de sociale zekerheid.
Wie het aanbelangt
- Zelfstandigen.
- Meewerkende echtgenoten van zelfstandigen, inclusief ongehuwde helpers die wettelijk samenwonen.
Kernpunten
- De bijdragen van zelfstandigen worden uitgedrukt in een percentage van de beroepsinkomsten.
- Zelfstandigen zijn jaarlijkse bijdragen verschuldigd van 19,65% op beroepsinkomsten tot 15.732,17 EUR en 14,16% op het deel tussen 15.732,17 EUR en 23.186,08 EUR.
- Een meewerkende echtgenoot wordt vermoed onderworpen te zijn aan het sociaal statuut der zelfstandigen, tenzij zij een verklaring op erewoord afleggen.
- Voor de jaren 2003, 2004 en 2005 zijn meewerkende echtgenoten enkel verplicht onderworpen aan de ziekte- en invaliditeitsverzekering, maar kunnen zij zich vrijwillig onderwerpen aan het volledige statuut.
Wettekst
wet (I) (1) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij brekrachtingen hetgeen volgt : TITEL I. - Algemene bepaling Artik
artikel 78 van de Grondwet. TITEL II. - Sociale Zaken en Pensioenen HOOFDSTUK
- - Sociaal statuut der zelfstandigen Afdeling
- - Vereenvoudiging van de bijdragenstructuur Art. 2.
artikel 11 van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende
richting van het sociaal statuut der zelfstandigen, laatst gewijzigd bij de programmawet van 10 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1) § 1 wordt vervangen als volgt : « § 1.De bijdragen van de onderworpenen worden uitgedrukt
een percentage van de beroepsinkomsten. »; 2)
§ 2
, eerste lid, worden de woorden « , vermeerderd volgens de modaliteiten bepaald door de Koning, met het bedrag van de bijdragen bedoeld
de artikelen 12 en 13 van dit besluit » geschrapt;3) § 4, derde lid, wordt opgeheven;4)
§ 5
, eerste lid, worden de woorden « 112,99 pct.van » geschrapt; 5)
§ 5, tweede lid worden de woorden « 112,99 pct.van » geschrapt.
Art. 3.
artikel 12 van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1, eerste lid, wordt vervangen als volgt : « Onverminderd de uitzonderingen bedoeld
de §§ 1bis en 2 zijn de onderworpenen de volgende jaarlijkse bijdragen verschuldigd : 1.19,65 pct. op het gedeelte der beroepsinkomsten dat 15.732,17 EUR niet te boven gaat; 2. 14,16 pct.op het gedeelte der beroepsinkomsten dat 15.732,17 EUR te boven gaat, maar 23.186,08 EUR niet overschrijdt. »; 2°
§ 1
, tweede lid wordt het bedrag « 152 777 BEF » vervangen door het bedrag « 3.221,08 EUR »; 3°
§ 2
, eerste lid wordt het bedrag « 16 362 BEF » vervangen door het bedrag « 405,60 EUR »;4° § 2, tweede lid, wordt vervangen als volgt : « Wanneer genoemde
komsten minstens 405,60 EUR bedragen, is de onderworpene de volgende jaarlijkse bijdragen verschuldigd : 1.19,65 pct. op het gedeelte der beroepsinkomsten dat 15.732,17 EUR niet te boven gaat; 2. 14,16 pct.op het gedeelte der beroepsinkomsten dat 15.732,17 EUR te boven gaat, maar 23.186,08 EUR niet overschrijdt. »; 5° § 2, derde lid, wordt opgeheven;6° § 3 wordt opgeheven. Art. 4.
artikel 13 van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 1
, eerste lid, wordt het bedrag « 32 724 BEF » vervangen door het bedrag « 811,20 EUR »;2° § 1, tweede lid, wordt vervangen als volgt : « Wanneer bedoelde
komsten minstens 811,20 EUR belopen, is de onderworpene volgende jaarlijkse bijdragen verschuldigd, vastgesteld op de beroepsinkomsten, bedoeld
artikel 11, §§ 2 en 3 : 1.19,65 pct. op het gedeelte der beroepsinkomsten dat 15.732,17 EUR niet te boven gaat; 2. 14,16 pct.op het gedeelte der beroepsinkomsten dat 15.732,17 EUR te boven gaat, maar 23 186,08 EUR niet overschrijdt »; 3)
§ 1
, derde lid, wordt het percentage « 12,99 pct.» vervangen door het percentage « 14,70 pct. »; 4) § 2 wordt opgeheven. Art. 5.Artikel 14, § 2, van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten7, wordt vervangen als volgt : « § 2. De Koning kan, na advies van het Algemeen Beheerscomité voor het sociaal statuut der zelfstandigen, opgericht bij artikel 107 van de wet van 30 december 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten0 houdende sociale en diverse bepalingen, en bij een
Ministerraad overlegd besluit, de
de artikelen 12 en 13 bedoelde percentages en het bedrag van de beroepsinkomsten opgenomen
artikel 12, § 1, tweede lid, aanpassen. Het bedrag van de bijdrageverhoging
gevolge de aanpassing van het bedrag van de beroepsinkomsten opgenomen
artikel 12, § 1, tweede lid, waarvan sprake
het eerste lid, mag evenwel niet meer bedragen dan 175 EUR. ». Art. 6.
artikel 91, § 4, van de wet van 30 december 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten0 houdende sociale en diverse bepalingen, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten7, worden de woorden « naar aanleiding van een verhoging van de forfaitaire bedragen
toepassing van artikel 14, § 2, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende
richting van het sociaal statuut der zelfstandigen » geschrapt. Art. 7.Artikel 5, § 2, laatste lid, van het koninklijk besluit van 30 januari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten9 betreffende het pensioenstelsel der zelfstandigen met toepassing van de artikelen 15 en 27 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels en van artikel 3, § 1, 4°, van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese en Monetaire Unie, wordt vervangen als volgt : « Deze
komsten worden niet
aanmerking genomen voor het gedeelte dat het bedrag van 18.371,36 EUR overschrijdt. Dit bedrag is gebonden aan het
dexcijfer der consumptieprijzen 142,75 (1971 = 100). Met het oog op de vaststelling van dat bedrag voor een bepaald jaar wordt het vermenigvuldigd met een breuk die
het begin van elk jaar door de Koning wordt vastgesteld. De noemer van deze breuk is 142,75; de teller duidt het gemiddelde aan van de vermoede
dexcijfers der consumptieprijzen (basis 1971 = 100) voor het betrokken jaar. ». Art. 8.Artikel 126, § 2, laatste lid, van de wet van 15 mei 1984Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten9 houdende maatregelen tot harmonisering
de pensioenregelingen, wordt vervangen als volgt : « Deze
komsten worden niet
aanmerking genomen voor het gedeelte dat het bedrag van 18.371,36 EUR overschrijdt. Dit bedrag is gebonden aan het
dexcijfer der consumptieprijzen 142,75 (1971 = 100). Met het oog op de vaststelling van dat bedrag voor een bepaald jaar wordt het vermenigvuldigd met een breuk die
het begin van elk jaar door de Koning wordt vastgesteld. De noemer van deze breuk is 142,75; de teller duidt het gemiddelde aan van de vermoede
dexcijfers der consumptieprijzen (basis 1971 = 100) voor het betrokken jaar. ». Afdeling 2. - Sociaal en Fiscaal statuut van de meewerkende echtgenoot Art. 9.Artikel 15 van de programmawet van 30 december 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten2, waarbij een artikel 6bis wordt
gevoegd
het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende
richting van het sociaal statuut der zelfstandigen, wordt opgeheven. Art. 10.Artikel 16 van dezelfde programmawet, waarbij artikel 7, 1°, van hetzelfde besluit wordt opgeheven, treedt
werking op 1 januari 2003. Art. 11.
het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende
richting van het sociaal statuut der zelfstandigen wordt een artikel 7bis
gevoegd, luidende : « Art. 7bis . - § 1. De echtgenoot of echtgenote van een zelfstandige bedoeld
artikel 2, die,
de loop van een bepaald jaar, geen beroepsactiviteit uitoefent die voor hem rechten opent op uitkeringen
een verplichte regeling voor pensioenen, kinderbijslagen en ziekte- en
validiteitsverzekering, die minstens gelijkwaardig zijn aan die van het sociaal statuut van zelfstandigen, noch een uitkering geniet
het raam van de sociale zekerheid die voor hem dergelijke eigen rechten opent, wordt vermoed, voor datzelfde jaar, met uitzondering van de kwartalen tijdens dewelke de geholpen zelfstandige geen activiteit uitoefent die de onderwerping aan dit besluit met zich meebrengt, meewerkende echtgenoot te zijn en bijgevolg onderworpen te zijn aan dit besluit als helper
de zin van artikel 6. Personen bedoeld
voorgaand lid die niet voldoen aan de omschrijving van artikel 6, dienen een verklaring op erewoord waarvan de toepassingsmodaliteiten door de Koning worden bepaald, af te leggen om dit vermoeden te weerleggen. Bij niet-naleving van deze verplichting is er verval van recht op uitkeringen,onverminderd de mogelijkheid voor de Koning om een administratieve boete van maximaal 500 euro op te leggen. Het toepassingsgebied van dit artikel wordt verruimd tot de ongehuwde helper van een zelfstandige die met die zelfstandige verbonden is door een verklaring van wettelijke samenwoning. De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten
zake betrokken personen. § 2.
afwijking van § 1 is de meewerkende echtgenoot voor de jaren 2003, 2004 en 2005 enkel onderworpen aan de verplichte regeling voor ziekte- en
validiteitsverzekering, sector der uitkeringen, overeenkomstig de door de Koning te bepalen regelen en voorwaarden. Niettemin kan de meewerkende echtgenoot zich voor de jaren 2003, 2004 en 2005 vrijwillig onderwerpen aan dit besluit, overeenkomstig de door de Koning te bepalen regelen en voorwaarden. § 3.
afwijking van § 1 is de meewerkende echtgenoot wiens geboortedatum gelegen is voor 1 januari 1956 enkel onderworpen aan de verplichte regeling voor ziekte- en
validiteitsverzekering, sector der uitkeringen. Hij kan zich vrijwillig onderwerpen aan dit besluit overeenkomstig de door de Koning te bepalen regelen en voorwaarden. Niettemin kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, situaties bepalen waarin de meewerkende echtgenoot wiens geboortedatum gelegen is voor 1 januari 1956 toch onderworpen is aan de bepalingen van § 1. § 4. De toepassing van deze wet mag geen nadeel berokkenen
pensioen, dat daadwerkelijk en voor de eerste maal
gaat, noch aan de meewerkende echtgenoot noch aan de geholpen zelfstandige, zoals bedoeld
artikel 7bis van het koninklijk besluit nr. 38. De Koning treft alle maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering van deze paragraaf. » Art. 12.
artikel 11, § 2, van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 november 1996, worden het vierde en vijfde lid vervangen als volgt : « Voor de toepassing van deze paragraaf worden de aan de meewerkende echtgenoot overeenkomstig de fiscale wetgeving toebedeelde
komsten gevoegd bij de
komsten van de geholpen zelfstandige
het geval waarin de meewerkende echtgenoot enkel onderworpen is aan de verplichte regeling voor ziekte- en
validiteitsverzekering, sector uitkeringen. Voor de berekening van de bijdragen die verschuldigd zijn door een zelfstandige die geholpen wordt door een aan dit besluit onderworpen meewerkende echtgenoot die zich
een periode van begin van bezigheid bevindt, worden de beroepsinkomsten van het refertejaar verminderd met de
komsten waarop de definitieve bijdragen van de meewerkende echtgenoot worden berekend. De Koning bepaalt welke bijdragen door de geholpen zelfstandige verschuldigd zijn zolang de gegevens betreffende de genoemde
komsten van de meewerkende echtgenoot niet worden verstrekt. » Art. 13.
artikel 12 van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij de programmawet van 10 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten0, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 1
, eerste lid, worden de woorden « de uitzonderingen bedoeld
de §§ 1bis en 2 » vervangen door de woorden « de uitzonderingen bedoeld
de §§ 1bis , 1ter en 2 »;2° een § 1ter wordt
gevoegd, luidende : « § 1ter .
afwijking van § 1, tweede lid, worden voor de berekening van de onder § 1, 1°, bedoelde bijdragen, de beroepsinkomsten van de overeenkomstig artikel 7bis aan dit besluit onderworpen meewerkende echtgenoot geacht de helft van 3.221,08 EUR te bereiken wanneer het referte-
komen, na toepassing van artikel 11, § 3, de helft van dit bedrag niet bereikt. De aldus vastgestelde bijdragen zijn verschuldigd zelfs zo geen winsten werden verwezenlijkt voor het
artikel 11, § 2, bedoelde refertejaar. De onderworpene die, voor een bepaald kwartaal, een
toepassing van het eerste lid verminderde bijdrage betaalt, wordt geacht, voor dat kwartaal, een bijdrage betaald te hebben die minstens gelijk is aan de bijdrage bedoeld
§ 1, tweede lid.
» Art. 14.
artikel 52bis van het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, laatst gewijzigd bij de programmawet van 30 december 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten2, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen als volgt : « § 1.Met uitzondering van de meewerkende echtgenoten die enkel onderworpen zijn aan de verplichte regeling voor ziekte- en
validiteitsverzekering, sector der uitkeringen, kunnen de zelfstandigen
de zin van artikel 1 van dit besluit, die de voorwaarden vervullen bepaald door de Koning, een verzekeringscontract sluiten teneinde hetzij een aanvullend rustpensioen hetzij een aanvullend rustpensioen en een aanvullend overlevingspensioen ten voordele van de overlevende echtgenoot te vormen. »; 2°
§ 2
, eerste lid, worden de woorden «
§ 1
, eerste lid, bedoelde » geschrapt;3° § 2bis wordt vervangen als volgt : « De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, specifieke modaliteiten vaststellen voor de meewerkende echtgenoten die onderworpen zijn aan het koninklijk besluit nr.38 van 27 juli 1967 houdende
richting van het sociaal statuut der zelfstandigen. »; 4° § 3, tweede lid, wordt geschrapt. Art. 15.Artikel 30 van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992, vervangen bij het koninklijk besluit van 20 december 1996, wordt aangevuld met een 3°, luidende : « 3° bezoldigingen van meewerkende echtgenoten. ». Art. 16.Artikel 33 van hetzelfde Wetboek, opgeheven door het koninklijk besluit van 20 december 1996, wordt hersteld
de volgende lezing : « Art. 33.Bezoldigingen van meewerkende echtgenoten zijn alle toekenningen van een deel van de winst en de baten aan de meewerkende echtgenoot die tijdens het belastbaar tijdperk geen beroepsactiviteit uitoefent die voor hem rechten opent op uitkeringen
een verplichte regeling voor pensioenen, kinderbijslagen en ziekte- en
validiteitsverzekering die minstens gelijkwaardig zijn aan die van het sociaal statuut van zelfstandigen, noch een uitkering geniet binnen het raam van de sociale zekerheid die voor hem dergelijke eigen rechten opent. Deze bezoldigingen moeten overeenstemmen met de normale bezoldiging van de prestaties van de meewerkende echtgenoot, doch mogen niet hoger zijn dan 30 pct. van het netto bedrag van de
komsten van de beroepswerkzaamheid die met de hulp van de echtgenoot wordt uitgeoefend, behoudens
dien de prestaties van de meewerkende echtgenoot hem kennelijk recht geven op een groter deel. ». Art. 17.
hetzelfde Wetboek wordt een artikel 33bis
gevoerd, dat luidt als volgt : « Art. 33bis . Voor de toekenning van de
artikel 30, 3°, bedoelde bezoldigingen worden de beroepsinkomsten die afzonderlijk worden belast buiten beschouwing gelaten. ». Art. 18.Artikel 51, 3°, van hetzelfde Wetboek, opgeheven door het koninklijk besluit van 20 december 1996, wordt hersteld
de volgende lezing : « 3° voor bezoldigingen van meewerkende echtgenoten : 5 pct.; ». Art. 19.
artikel 52, 4°, van hetzelfde Wetboek, vervallen de woorden « , buiten zijn echtgenoot ». Art. 20.
artikel 53 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 30 maart 1994, 7 april 1995 en 20 december 1995, bij het koninklijk besluit van 20 december 1996 en bij de wet van 22 december 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het 12° wordt aangevuld met de woorden « , behoudens de
artikel 30, 3°, bedoelde bezoldigingen »;2° het artikel wordt aangevuld als volgt : « 19° voor de belastingplichtigen die
artikel 30, 3°, bedoelde bezoldigingen toekennen, de beroepskosten die eigen zijn aan de
artikel 33, eerste lid, bedoelde meewerkende echtgenoten;20° voor de
artikel 33, eerste lid, bedoelde meewerkende echtgenoten, de beroepskosten die betrekking hebben op de activiteiten van de echtgenoot met wie wordt meegewerkt.» Art. 21.Artikel 57, 1°, van hetzelfde Wetboek, wordt aangevuld met de woorden « , behoudens de
artikel 30, 3°, bedoelde bezoldigingen; ». Art. 22.
artikel 86, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de koninklijk besluiten van 20 december 1996 en 20 juli 2000, worden de woorden « aan de echtgenoot » vervangen door de woorden « aan de niet
artikel 33, eerste lid, bedoelde echtgenoot ». Art. 23.
artikel 1451 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 28 december 1992, 17 november 1998, 25 januari 1999 en 17 mei 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid worden de woorden « de artikelen 1452 tot 14516bis » vervangen door de woorden « de artikelen 1452 tot 14516 »;2° het 6° wordt opgeheven. Art. 24.
titel II, hoofdstuk III, afdeling I, onderafdeling IIbis van hetzelfde Wetboek, wordt het onderdeel « G. Bijdragen voor het vrij pensioen van meewerkende echtgenoot van een zelfstandige » dat artikel 14516bis omvat,
gevoegd bij de wet van 25 januari 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/05/1995 pub. 11/06/1999 numac 1999015009 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Volksrepubliek Bangladesh tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting
zake belastingen naar het
komen, ondertekend te Brussel op 18 oktober 1990 type wet prom. 11/05/1995 pub. 31/01/1998 numac 1997015045 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag
zake de bescherming van het marien milieu van de Noordoostelijke Atlantische Oceaan, Bijlagen I, II, III en IV, en de Aanhangsels 1 en 2, gedaan te Parijs op 22 september 1992 sluiten6, opgeheven. Art. 25.
artikel 157 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 december 1996 en bij de wet van 10 augustus 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1997 pub. 27/01/1998 numac 1997015112 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met volgende
ternationale Akten : sluiten7, worden de woorden « , bezoldigingen van bedrijfsleiders » vervangen door de woorden « en de
artikel 30, 2° en 3°, bedoelde bezoldigingen ». Art. 26.
artikel 158 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 20 december 1995 en bij het koninklijk besluit van 20 december 1996, worden de woorden « en bezoldigingen van bedrijfsleiders » vervangen door de woorden « en de
artikel 30, 2° en 3°, bedoelde bezoldigingen ». Art. 27.
artikel 164 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 december 1996 en bij de wet van 6 juli 1997, worden de woorden « en de bezoldigingen van bedrijfsleiders » vervangen door de woorden « en de
artikel 30, 2° en 3°, bedoelde bezoldigingen ». Art. 28.
artikel 166 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 december 1996, worden de woorden « en de bezoldigingen van bedrijfsleiders » vervangen door de woorden « en de
artikel 30, 2° en 3°, bedoelde bezoldigingen ». Art. 29.
artikel 167, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 december 1996, worden de woorden « de bezoldigingen van bedrijfsleiders » vervangen door de woorden « de
artikel 30, 2° en 3°, bedoelde bezoldigingen ». Art. 30.Artikel 171, 2°, a , van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij de wet van 25 januari 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/05/1995 pub. 11/06/1999 numac 1999015009 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Volksrepubliek Bangladesh tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting
zake belastingen naar het
komen, ondertekend te Brussel op 18 oktober 1990 type wet prom. 11/05/1995 pub. 31/01/1998 numac 1997015045 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag
zake de bescherming van het marien milieu van de Noordoostelijke Atlantische Oceaan, Bijlagen I, II, III en IV, en de Aanhangsels 1 en 2, gedaan te Parijs op 22 september 1992 sluiten6, wordt opgeheven. Art. 31.
artikel 270, 1°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 december 1996 en bij de wet van 22 december 1998, wordt het woord « bezoldigingen » telkens vervangen door de woorden «
artikel 30, 1° en 2°, bedoelde bezoldigingen ». Art. 32.
artikel 271 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 6 juli 1994 en bij het koninklijk besluit van 20 december 1996, vervallen de woorden « bezoldigingen van bedrijfsleiders ». Art. 33.Artikel 289ter , § 1, van hetzelfde Wetboek,
gevoegd door de wet van 10 augustus 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1997 pub. 27/01/1998 numac 1997015112 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met volgende
ternationale Akten : sluiten7, wordt aangevuld met het volgende lid : « Geen belastingkrediet wordt verleend aan de
artikel 33, eerste lid, bedoelde meewerkende echtgenoten wanneer hun bezoldigingen voortkomen uit een activiteitsinkomen dat niet
aanmerking komt voor het belastingkrediet of dat wordt toegekend door een belastingplichtige als bedoeld
het derde lid. ». Art. 34.
artikel 10 van de wet van 10 augustus 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1997 pub. 27/01/1998 numac 1997015112 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met volgende
ternationale Akten : sluiten7 houdende hervorming van de personenbelasting worden de woorden « aan de echtgenoot » vervangen door de woorden « aan de niet
artikel 33, eerste lid, bedoelde echtgenoot ». Art. 35.Artikel 49, B , van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « B. 1°
hetzelfde artikel wordt het bedrag van 78 EUR telkens vervangen door het bedrag van 220 EUR; 2° § 2 van hetzelfde artikel wordt aangevuld met het volgende lid : «
afwijking van de vorige leden wordt, voor de
artikel 33, eerste lid, bedoelde meewerkende echtgenoten het bedrag van 220 EUR telkens vervangen door het bedrag van 200 EUR.». Art. 36.De artikelen 9 tot 14 treden
werking op 1 januari
- Art. 37.§
- De artikelen 15 tot 35 treden
werking vanaf aanslagjaar 2004, behalve artikel 34 dat
werking treedt met
gang van aanslagjaar 2005. § 2.
afwijking van de artikelen 15 tot 35 blijft, voor elk van de aanslagjaren 2004 tot 2006, artikel 86 van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992 van toepassing op de meewerkende echtgenoten : - die tijdens het belastbaar tijdperk geen beroepsactiviteit hebben uitgeoefend waardoor zij eigen rechten openen op uitkeringen
een verplichte regeling voor pensioenen, kinderbijslagen en ziekte- en
validiteitsverzekering die minstens gelijkwaardig zijn aan die van het sociaal statuut van zelfstandigen, noch een uitkering binnen het raam van de sociale zekerheid hebben genoten die voor hen dergelijke eigen rechten opent; - en die zich tijdens hetzelfde belastbaar tijdperk niet vrijwillig hebben onderworpen aan het sociaal statuut der zelfstandige overeenkomstig artikel 7bis , § 2, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende
richting van het sociaal statuut der zelfstandigen. § 3.
afwijking van de artikelen 15 tot 35 blijft artikel 86 van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992 van toepassing op de meewerkende echtgenoten : - die geboren zijn voor 1 januari 1956; - en die, tijdens het belastbaar tijdperk, geen beroepsactiviteit hebben uitgeoefend, waardoor zij eigen rechten openen op uitkeringen
een verplichte regeling voor pensioenen, kinderbijslagen en ziekte- en
validiteitsverzekering die minstens gelijkwaardig zijn aan die van het sociaal statuut van zelfstandigen, noch een uitkering binnen het raam van de sociale zekerheid hebben ontvangen die voor hen dergelijke eigen rechten openen; - en die zich tijdens hetzelfde belastbaar tijdperk niet vrijwillig hebben onderworpen aan het sociaal statuut der zelfstandige overeenkomstig artikel 7bis , § 3, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende
richting van het sociaal statuut der zelfstandigen. Afdeling 3. - Pensioen van zelfstandigen Art. 38.
artikel 3 van het koninklijk besluit van 30 januari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten9 betreffende het pensioenstelsel der zelfstandigen met toepassing van de artikelen 15 en 27 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels en van artikel 3, § 1, 4°, van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese en Monetaire Unie wordt een § 3ter
gevoegd, luidende : « § 3ter. De vermindering voorzien
§ 2
is niet van toepassing
dien het pensioen voor het eerst en ten vroegste
gaat op 1 januari 2003 en de betrokkene een beroepsloopbaan bewijst van 45 kalenderjaren waarvoor pensioenrechten kunnen worden geopend krachtens een of meerdere wettelijke Belgische of buitenlandse pensioenregelingen,
de zin van § 3. Voor de toepassing van het eerste lid, worden de kalenderjaren waarvoor pensioenrechten kunnen worden geopend krachtens een buitenlandse regeling vermoed vervuld te zijn
het kader van de werknemersregeling zoals bedoeld
§ 3, tweede lid, 2°.
Voor de toepassing van het eerste lid worden de jaren gelijktijdig gepresteerd
verschillende stelsels slechts één maal gerekend. » Art. 39.Artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 januari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten9 betreffende het pensioenstelsel der zelfstandigen met toepassing van de artikelen 15 en 27 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels en van artikel 3, § 1, 4°, van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese en Monetaire Unie wordt aangevuld met de volgende leden : « De vermindering voorzien
het derde lid is niet van toepassing
dien het pensioen voor het eerst en ten vroegste
gaat op 1 januari 2003 en ten laatste op 1 december 2005 en de betrokkene een beroepsloopbaan bewijst van 43 kalenderjaren waarvoor pensioenrechten kunnen worden geopend krachtens een of meerdere wettelijke Belgische of buitenlandse pensioenregelingen, zoals bedoeld
artikel 3, § 3. De vermindering voorzien
het derde lid is niet van toepassing
dien het pensioen voor het eerst en ten vroegste
gaat op 1 januari 2006 en ten laatste op 1 december 2008 en de betrokkene een beroepsloopbaan bewijst van 44 kalenderjaren waarvoor pensioenrechten kunnen worden geopend krachtens een of meerdere wettelijke Belgische of buitenlandse pensioenregelingen, zoals bedoeld
artikel 3, § 3. Voor de toepassing van het vijfde en het zesde lid, worden de kalenderjaren waarvoor pensioenrechten kunnen worden geopend krachtens een buitenlandse regeling vermoed vervuld te zijn
het kader van de werknemersregeling bedoeld
artikel 3, § 3, tweede lid, 2°. Voor de toepassing van het vijfde en het zesde lid worden de jaren gelijktijdig gepresteerd
verschillende stelsels slechts één maal gerekend. » Art. 40.
artikel 131bis van de wet van 15 mei 1984Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten9 houdende maatregelen tot harmonisering
de pensioenregelingen wordt een § 1quater
gevoegd, luidende : « § 1quater . Met
gang van 1 april 2003 worden de bedragen van 7.302,57 EUR, 5.598,95 EUR, 8.201,78 EUR en 6.151,35 EUR, beoogd
§ 1
, gebracht op respectievelijk 9.307,77 EUR, 6.981,78 EUR, 9.307,77 EUR en 6.981,78 EUR. ». Afdeling
- - Aanvullende pensioenen zelfstandigen Onderafdeling
- - Doel, Toepassingsgebied en Definities Art. 41.Deze afdeling heeft tot doel de betrekkingen te regelen
zake aanvullende pensioenen, met
begrip van de eventuele solidariteitsprestaties, tussen de zelfstandige, de meewerkende echtgenoot, de zelfstandige helper, de aangeslotene en zijn rechthebbenden, de pensioeninstelling en,
voorkomend geval, de rechtspersoon belast met de organisatie van het solidariteitsstelsel, de pensioenrechten en -reserves te beschermen die voor de aangeslotenen en hun rechthebbenden worden opgebouwd en de doorzichtigheid voor de aangeslotenen te vergroten. Art. 42.Voor de toepassing van deze afdeling en van haar uitvoeringsbesluiten wordt verstaan onder : 1° aanvullend pensioen : het rust- en/of overlevingspensioen bij overlijden van de aangeslotene vóór of na pensionering, of de ermee overeenstemmende kapitaalswaarde, die op basis van de overeenkomstig een pensioenovereenkomst gedane stortingen worden opgebouwd ter aanvulling van een krachtens een wettelijke sociale zekerheidsregeling vastgesteld pensioen;2° pensioeninstelling : een onderneming of
stelling bedoeld
artikel 2, § 1 of § 3, 4° en 5°, van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten7 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, die wordt belast met de opbouw van het aanvullend pensioen en/of de uitkering van de prestaties;3° zelfstandige : de verzekeringsplichtige zelfstandige die de voor een hoofdberoep voorziene bijdragen verschuldigd is overeenkomstig artikel 12, § 1, van het koninklijk besluit nr.38 van 27 juli 1967 houdende
richting van het sociaal statuut der zelfstandigen; 4° meewerkende echtgenoot : de persoon bedoeld
artikel 7bis , § 1, van het koninklijk besluit nr.38 van 27 juli 1967 houdende
richting van het sociaal statuut der zelfstandigen; 5° helper : de verzekeringsplichtige helper die de voor een hoofdberoep voorziene bijdragen verschuldigd is overeenkomstig artikel 12, § 1, van het koninklijk besluit nr.38 van 27 juli 1967 houdende
richting van het sociaal statuut der zelfstandigen; 6° aangeslotene : de zelfstandige, de meewerkende echtgenoot en de helper die een pensioenovereenkomst hebben aangegaan en de gewezen zelfstandige, meewerkende echtgenoot en helper die nog steeds actuele of uitgestelde rechten genieten overeenkomstig de pensioenovereenkomst;7° pensioenovereenkomst : de overeenkomst
zake aanvullend pensioen waarin de rechten en de verplichtingen van de aangeslotene, zijn rechthebbenden en van de pensioeninstelling en de regels
zake de opbouw van het aanvullend pensioen en de uitkering van de prestaties worden bepaald;8° verworven reserves : de reserves waarop de aangeslotene op een bepaald ogenblik recht heeft overeenkomstig de pensioenovereenkomst;9° solidariteitsstelsel : het stelsel van solidariteitsprestaties dat wordt
gericht ten voordele van de aangeslotenen en/of hun rechthebbenden;10° solidariteitsreglement : het reglement waarin de rechten en de verplichtingen van de aangeslotenen en/of hun rechthebbenden en van de rechtspersoon die het solidariteitsstelsel
richt, en de regels
zake de uitvoering van het solidariteitsstelsel worden bepaald;11° wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten7 : de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten7 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen;12° Controledienst voor de Verzekeringen : de openbare
stelling opgericht bij artikel 29 van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten7. Art. 43.Deze afdeling is van toepassing op de aangeslotenen en hun rechthebbenden, de pensioeninstellingen die worden belast met de opbouw van het aanvullend pensioen en/of de uitkering van de prestaties, de rechtspersonen belast met de organisatie van een solidariteitsstelsel, alsook op de commissarissen en de actuarissen, die bij voormelde
stellingen en rechtspersonen zijn aangeduid. Onderafdeling
- - De pensioenovereenkomst
- Algemene bepalingen Art.
- §
- Met het oog op de opbouw van een aanvullend pensioen kan een zelfstandige, meewerkende echtgenoot of zelfstandige helper een pensioenovereenkomst sluiten bij een pensioeninstelling. De tekst van de pensioenovereenkomst wordt aan de aangeslotene verstrekt. §
- De bijdrage die de aangeslotene stort voor de opbouw van het aanvullend pensioen wordt uitgedrukt
een percentage van het bedrijfsinkomen bepaald bij artikel 11, § 2, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende
richting van het sociaal statuut der zelfstandigen. Zowel de minimum- als de maximumbijdragevoet worden bepaald door de Koning, op de gezamenlijke voordracht van de minister van Financiën, van de minister van Middenstand en van de minister van Pensioenen. De maximumbijdragevoet mag evenwel 7 % niet overschrijden van het bedrijfsinkomen vastgesteld binnen de grenzen van een drempel en een plafond bepaald door de Koning, op de gezamenlijke voordracht van de Minister van Financiën, van de Minister van Middenstand en van de Minister van Pensioenen. De Koning bepaalt hoe de bijdragen worden berekend bij aanvang of hervatting van beroepsactiviteit. Met dit doel bepaalt hij nader wat,
de zin van deze paragraaf, dient verstaan onder aanvang of hervatting van beroepsactiviteit. § 3. Het aandeel van het Rijksinstituut voor ziekte- en
validiteitsverzekering
de sociale voordelen toegekend
het kader van de nationale akkoorden en overeenkomsten bedoeld
de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 valt buiten de begrenzing bepaald
§ 2. § 4.
De Controledienst voor de Verzekeringen maakt om de twee jaar een verslag over de kostenstructuur, de wijze van winstdeling en de toepassing van een afkoopvergoeding. Art. 45.De bijdragen bedoeld door deze wet hebben,
zake de belastingen op de
komsten, het karakter van bijdragen verschuldigd
uitvoering van de sociale wetgeving, voor zover de aangeslotene tijdens het betreffende jaar effectief en volledig de bijdragen heeft betaald die hij verschuldigd is krachtens het sociaal statuut der zelfstandigen. 2. Bijzondere bepalingen
zake de sociale pensioenovereenkomsten Art.
- §
- De maximumbijdragevoet bedoeld
artikel 44, § 2, tweede lid, wordt verhoogd met 15 % voor de pensioenovereenkomsten die aan de volgende voorwaarde voldoen : - aan de pensioenovereenkomst is een solidariteitsstelsel verbonden, zoals bedoeld
hoofdstuk VI, waarvan de prestaties worden gefinancierd door een solidariteitsbijdrage van ten minste 10 %, geheven op de door de aangeslotene betaalde bijdrage
het kader van artikel 44, § 2; § 2. De sociale pensioenovereenkomst vermeldt uitdrukkelijk dat zij werd gesloten
toepassing van dit artikel. §
- De Controledienst Voor de Verzekeringen maakt om de twee jaar een verslag over de kostenstructuur, de wijze van winstdeling en de toepassing van een afkoopvergoeding. Onderafdeling
- - Verworven reserves, verworven prestaties en waarborgen Art. 47.De aangeslotene behoudt steeds het recht op de overeenkomstig de pensioenovereenkomst verworven reserves. Bij pensionering worden de overeengekomen pensioenprestaties voor zover nodig aangevuld tot het gedeelte van de gestorte bijdragen dat niet werd verbruikt voor de dekking van het overlijdensrisico vóór de pensionering en,
voorkomend geval, voor de financiering van de solidariteitsprestaties. De bepaling van het tweede lid is niet van toepassing bij pensionering binnen vijf jaar na het sluiten van de pensioenovereenkomst. Art. 48.§ 1. De pensioeninstelling deelt ten minste eenmaal per jaar aan de aangeslotenen, behalve aan de rentegenieters, een pensioenfiche mee waarop minstens volgende gegevens worden vermeld : 1° het bedrag van de verworven reserves met vermelding van het bedrag dat overeenstemt met de waarborg bedoeld
artikel 47, tweede lid;2° de variabele elementen waarmee bij de berekening van de bedragen onder 1° wordt rekening gehouden;3° het bedrag van de verworven reserves van het vorige jaar. § 2. De pensioeninstelling deelt op eenvoudig verzoek aan de aangeslotene een historisch overzicht van de gegevens bedoeld
§ 1, 1°, mee.
Dit overzicht kan worden beperkt tot de periode van aansluiting bij de pensioeninstelling en tot de periode na de
werkingtreding van deze wet. § 3. De pensioeninstelling deelt ten minste om de vijf jaar het bedrag van de te verwachten rente bij pensionering, zonder aftrek van de belastingen, mee aan alle aangeslotenen vanaf de leeftijd van 45 jaar. Daarbij wordt uitgegaan van de volgende hypotheses en gegevens : 1° voor de actieve aangeslotenen;a) de laatste stortingen blijven doorlopen;b) de verworven reserves en de nog te storten bijdragen opgerent tegen de maximale referentievoet voor verzekeringsverrichtingen van lange duur die vastgesteld wordt
de uitvoeringsbesluiten van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten7 of de overeengekomen pensioenprestaties;2° voor de gewezen aangeslotenen : de verworven reserves opgerent tegen de maximale referentievoet voor verzekeringsverrichtingen van lange duur die vastgesteld wordt
de uitvoeringsbesluiten van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten7 of de gereduceerde pensioenprestaties. Art. 49.§ 1. Behalve
de gevallen bedoeld
§ 2
en voor de overdracht van reserves naar een andere pensioeninstelling bedoeld
artikel 51, kan de aangeslotene het recht op afkoop van zijn reserves enkel uitoefenen of de uitbetaling van zijn prestaties verkrijgen op het ogenblik van zijn pensionering of vanaf het ogenblik waarop hij de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt. § 2. Voorschotten op prestaties of
pandgevingen van pensioenrechten of de mogelijkheid tot toewijzing van de afkoopwaarde aan de wedersamenstelling van een hypothecair krediet mogen enkel worden toegestaan om de aangeslotene
staat te stellen op het grondgebied van de Europese Unie onroerende goederen die belastbare
komsten opbrengen te verwerven, te bouwen, te verbeteren, te herstellen of te verbouwen. Die voorschotten en leningen moeten worden terugbetaald zodra die goederen uit het vermogen van de aangeslotene verdwijnen.
dien de pensioenovereenkomst
voorschotten op prestaties of
pandgevingen van pensioenrechten of
de mogelijkheid tot toewijzing van de afkoopwaarde aan de wedersamenstelling van een hypothecair krediet voorziet, dienen de beperkingen vermeld
het eerste lid uitdrukkelijk
de pensioenovereenkomst te worden vermeld. Art. 50.§ 1. Wanneer de prestatie uitgekeerd wordt als een kapitaal, heeft de aangeslotene, of,
geval van overlijden zijn rechthebbenden, het recht om de omvorming
een rente te vragen. De Koning stelt de berekeningswijze ter zake vast. De pensioeninstelling brengt de aangeslotene van dit recht op de hoogte twee maanden vóór de pensionering of binnen de twee weken nadat zij van de vervroegde pensionering op de hoogte is gebracht.
geval van overlijden van de aangeslotene brengt de pensioeninstelling de rechthebbenden van dit recht op de hoogte binnen de twee weken nadat zij van het overlijden op de hoogte is gebracht. § 2. Wanneer het jaarlijks bedrag van de rente bij de aanvang ervan minder dan of gelijk aan 500 euro bedraagt, wordt het kapitaal uitbetaald. Het bedrag van 500 euro wordt geïndexeerd volgens de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten4 houdende
richting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het
dexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. Onderafdeling 4. - Stopzetting van de pensioenovereenkomst en pensionering Art. 51.Een aangeslotene kan ten alle tijde de pensioenovereenkomst stopzetten en een nieuwe pensioenovereenkomst sluiten bij een andere pensioeninstelling. Een aangeslotene heeft het recht om de verworven reserve over te dragen naar die nieuwe pensioenovereenkomst. Op het ogenblik van de overdracht mag geen verlies van winstdelingen ten laste worden gelegd van de aangeslotene, of van de verworven reserves worden afgetrokken. De nieuwe pensioeninstelling mag geen acquisitiekosten aanrekenen op de overgedragen reserves. De pensioeninstelling deelt uiterlijk binnen dertig dagen na de vraag tot overdracht van de reserves schriftelijk of langs elektronische weg het bedrag van de verworven reserves mee Art. 52.De pensioeninstelling deelt uiterlijk binnen dertig dagen na de kennisgeving van de pensionering door de aangeslotenen schriftelijk of langs elektronische weg het bedrag van het opgebouwde pensioenkapitaal, desgevallend aangevuld tot de bedragen gewaarborgd
toepassing van artikel 47, en de daarmee overeenstemmende rente mee. Onderafdeling 5. - Transparantie Art. 53.De pensioeninstelling stelt elk jaar een verslag op over het beheer van de pensioenovereenkomsten. Dit verslag wordt op verzoek van elke aangeslotene en/of geïnteresseerde ter beschikking gesteld. Het verslag moet
formatie bevatten over de volgende elementen : 1° de beleggingsstrategie op lange en korte termijn en de mate waarin daarbij rekening wordt gehouden met sociale, ethische en leefmilieuaspecten;2° het rendement van de beleggingen;3° de kostenstructuur;4°
voorkomend geval de winstdeling onder de aangeslotenen. Onderafdeling 6. - Solidariteit Art. 54.Het solidariteitsstelsel, bedoeld
artikel 46, § 1, wordt beheerst door een solidariteitsreglement, waarvan de tekst op eenvoudig verzoek aan de aangeslotenen wordt verstrekt. De Koning bepaalt, bij een een besluit, vastgesteld na overleg
de Ministerraad, de solidariteitsprestaties die
aanmerking komen, en die betrekking hebben op de financiering van de opbouw van het aanvullend pensioen gedurende bepaalde periodes van
activiteit, de vergoedingen van
komstenverlies
bepaalde gevallen of de verhoging van lopende uitkeringen, met aanduiding van de prestaties die minstens
het solidariteitsstelsel moeten worden opgenomen. Art. 55.De Koning bepaalt de nadere regels
zake de financiering en het beheer van het solidariteitsstelsel. Art. 56.De
richter van het solidariteitsstelsel wordt aangeduid
de pensioenovereenkomst. De pensioeninstelling of de rechtspersoon, die het solidariteitsstelsel
richt, beheert het stelsel afgezonderd van zijn andere activiteiten. Art. 57.De bepalingen van artikel 53 zijn van overeenkomstige toepassing. Onderafdeling 7. - Toezicht Art. 58.Het toezicht op de naleving van de bepalingen van deze afdeling en haar uitvoeringsbesluiten wordt toevertrouwd aan de Controledienst voor de Verzekeringen. Art. 59.De erkende commissarissen, aangeduid overeenkomstig artikel 38 van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten7, en de actuarissen, aangeduid overeenkomstig artikel 40bis van diezelfde wet brengen de Controledienst voor de Verzekeringen op de hoogte van elk feit of elke beslissing waarvan zij bij de uitvoering van hun opdracht kennis hebben gekregen en die een
breuk op de bepalingen van deze afdeling en haar uitvoeringsbesluiten uitmaken. Melding te goeder trouw aan de Controledienst voor de Verzekeringen door de erkende commissarissen en de actuarissen van de
het eerste lid bedoelde feiten of beslissingen vormt geen
breuk op ongeacht welke beperking
zake de openbaarmaking van
formatie, opgelegd op grond van een contract of van een wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling, en leidt voor de betrokken personen tot geen enkele vorm van aansprakelijkheid met betrekking tot de
houd van die melding. Art. 60.Onder de benaming « Raad voor het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen » wordt een orgaan
gesteld dat belast wordt met de regelmatige opvolging van de toepassing van de bepalingen van deze wet en met een periodieke evaluatie hiervan. Hij kan op verzoek of uit eigen beweging adviezen of aanbevelingen formuleren ter attentie van de Controledienst voor de Verzekeringen of van de bevoegde ministers. Hij wordt daarenboven belast met alle taken die hem krachtens een wet of door de Koning worden toegewezen. De Raad voor het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen is samengesteld uit telkens twee vertegenwoordigers van het ministerie van Middenstand, van het ministerie van Sociale Zaken en van het ministerie van Financiën, aangeduid door de respectieve bevoegde ministers en uit twee vertegenwoordigers van de Controledienst voor de Verzekeringen, aangeduid door de minister van Economie op voorstel van de Raad van de Controledienst voor de Verzekeringen. De Raad voor het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen stelt zijn huishoudelijk reglement op. Art. 61.§ 1. Onder de benaming « Commissie voor het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen », wordt een adviesorgaan
gesteld met als opdracht advies te verstrekken over de besluiten die
uitvoering van deze afdeling worden genomen en overleg te plegen omtrent alle vragen
zake de toepassing van deze afdeling en haar uitvoeringsbesluiten die haar door de bevoegde ministers, de Raad voor het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen of door de Controledienst voor de Verzekeringen worden voorgelegd. De Commissie voor het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen kan uit eigen beweging adviezen geven over alle problemen
zake de toepassing van deze afdeling en haar uitvoeringsbesluiten. § 2. De Commissie voor het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen bestaat uit vijftien leden, benoemd door de Koning omwille van hun ervaring op het vlak van de
deze afdeling geregelde materies : 1° zes leden worden gekozen om de belangen van de zelfstandigen, de meewerkende echtgenoten en de zelfstandige helpers te vertegenwoordigen, op een dubbele lijst voorgedragen door het Algemeen Beheerscomité voor het Sociaal Statuut van de Zelfstandigen;2° twee leden worden gekozen uit de vertegenwoordigers van pensioeninstellingen die
België bedrijvig zijn, op een dubbele lijst voorgedragen door de meest representatieve beroepsorganisaties;3° twee leden worden gekozen uit de vertegenwoordigers van de gepensioneerde zelfstandigen, op een dubbele lijst voorgedragen door het Raadgevend Comité der Gepensioneerden;4° de overige vijf leden moeten deskundig zijn en blijk geven van ervaring op het vlak van de
deze afdeling geregelde materies. §
- De leden van de Commissie voor het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen worden voor zes jaar benoemd; zij zijn herbenoembaar. Uitzonderlijk wordt, bij de eerste benoeming, het mandaat van vijf door loting aangewezen leden tot twee jaar beperkt. Het mandaat van vijf andere, eveneens door loting aangewezen leden wordt tot vier jaar beperkt. De Koning wijst uit de leden de voorzitter van de Commissie voor het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen aan en bepaalt de vergoedingen die de leden zullen genieten. §
- De Controledienst voor de Verzekeringen neemt het secretariaat van de Commissie voor het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen op zich. De Commissie voor het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen stelt haar huishoudelijk reglement op. Onderafdeling
- - Strafbepalingen Art. 62.Met een gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met een geldboete van 1.000 tot 10.000 euro, of met één van die straffen alleen worden gestraft, de beheerders, zaakvoerders of lasthebbers van pensioeninstellingen en van andere rechtspersonen belast met de organisatie van het solidariteitsstelsel die over de toepassing van deze afdeling wetens en willens onjuiste verklaringen hebben afgelegd aan de Controledienst voor de Verzekeringen of aan de door hem gevolmachtigde persoon, of die hebben geweigerd de ter uitvoering van deze afdeling of haar uitvoeringsbesluiten gevraagde
lichtingen te verstrekken. Dezelfde straffen zijn van toepassing op de beheerders, commissarissen, aangeduide actuarissen, directeurs, zaakvoerders of lasthebbers van pensioeninstellingen en van andere rechtspersonen belast met de organisatie van het solidariteitsstelsel die niet hebben voldaan aan de verplichtingen hun opgelegd door deze afdeling of haar uitvoeringsbesluiten of die hebben meegewerkt aan de uitvoering van pensioenovereenkomsten die
strijd zijn met deze afdeling of haar uitvoeringsbesluiten. Alle bepalingen van boek I van het Strafwetboek, hoofdstuk VII en artikel 85 niet uitgezonderd, zijn toepasselijk op de misdrijven
deze afdeling omschreven, zonder dat het bedrag van de geldboete lager mag zijn dan 40 %van de
deze onderafdeling bepaalde minimumbedragen. Onderafdeling 9. - Overgangsbepalingen Art. 63.Artikel 47, tweede lid, is enkel van toepassing op het deel van de bijdragen dat werd betaald na de datum van
werkingtreding van dat artikel. Art. 64.De pensioeninstelling mag de keuze van de aangeslotene
zake beleggingen beperken en het beleggingsbeleid aanpassen aan de garantievereiste binnen een termijn van één jaar na de
werkingtreding van artikel 47, tweede lid. Art. 65.De formele aanpassing van de bestaande pensioenovereenkomsten dient te zijn beëindigd uiterlijk één jaar na de datum van
werkingtreding van dit artikel. Onderafdeling
- - Wijzigingsbepalingen
- Wijziging aan de Hypotheekwet van 16 december 1851 Art.66.
artikel 19, 4°ter , van de hypotheekwet van 16 december 1851,
gevoegd bij de wet van 18 december 1968 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van nr. 535 van 31 maart 1987 en 19 mei 1995 en de wet van 25 januari 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/05/1995 pub. 11/06/1999 numac 1999015009 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Volksrepubliek Bangladesh tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting
zake belastingen naar het
komen, ondertekend te Brussel op 18 oktober 1990 type wet prom. 11/05/1995 pub. 31/01/1998 numac 1997015045 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag
zake de bescherming van het marien milieu van de Noordoostelijke Atlantische Oceaan, Bijlagen I, II, III en IV, en de Aanhangsels 1 en 2, gedaan te Parijs op 22 september 1992 sluiten6, worden na de woorden « het Sociaal Fonds voor de diamantarbeiders » de woorden « , de pensioeninstellingen en rechtspersonen, belast met de organisatie van het solidariteitsstelsel, bedoeld
de programmawet van 24 december 2002 » toegevoegd. 2. Wijzigingen aan de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten7 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen Art.67.
artikel 2, § 3, eerste lid, van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten7 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen wordt het 4° als volgt vervangen : « 4° de pensioenkassen wiens bedrijvigheid bestaat
het opbouwen van een aanvullend pensioen en/of het uitkeren van de prestaties als bedoeld
de programmawet van 24 december 2002. » Art. 68.
artikel 9, § 2, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 19 juli 1991, worden de woorden « De
artikel 2, § 3, 6°, bedoelde private voorzorgsinstellingen » vervangen door de woorden « De
artikel 2, § 3, 4° en 6°, bedoelde
stellingen ». Art. 69.Artikel 36 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 19 juli 1991, wordt aangevuld met de volgende zin : « Deze kosten hebben
zonderheid betrekking op de werkingskosten van de Controledienst voor de Verzekeringen en de Commissie voor de Verzekeringen, bedoeld
respectievelijk de artikelen 29 en 41, en de Raad voor het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen en de Commissie voor het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen, bedoeld
respectievelijk de artikelen 60 en 61 van de programmawet van 24 december
- ».
- Wijziging aan het koninklijk besluit nr.72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen Art. 70.Artikel 52bis van het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, laatst gewijzigd bij de programmawet van 30 december 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten2, wordt vervangen als volgt : « Art. 52bis.De sociale verzekeringsfondsen voor zelfstandigen, bedoeld
artikel 20 van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende
richting van het sociaal statuut der zelfstandigen, kunnen de bijdragen verschuldigd
toepassing van de programmawet van 24 december 2002 ontvangen. Zij maken de bijdragen over aan de door de betrokken zelfstandigen gekozen pensioeninstelling. De Koning kan nadere regels bepalen voor de toepassing van dit artikel. » 4. Wijzigingen aan de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 Art.71.
artikel 54 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, laatst gewijzigd bij de wet van 24 december 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/05/1995 pub. 11/06/1999 numac 1999015009 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Volksrepubliek Bangladesh tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting
zake belastingen naar het
komen, ondertekend te Brussel op 18 oktober 1990 type wet prom. 11/05/1995 pub. 31/01/1998 numac 1997015045 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag
zake de bescherming van het marien milieu van de Noordoostelijke Atlantische Oceaan, Bijlagen I, II, III en IV, en de Aanhangsels 1 en 2, gedaan te Parijs op 22 september 1992 sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1, tweede lid, wordt vervangen als volgt : « Deze voordelen kunnen onder meer bestaan
een aandeel van het
stituut
de premies of bijdragen voor overeenkomsten die een vervangingsinkomen garanderen bij
validiteit of voor pensioenovereenkomsten die beantwoorden aan de voorwaarden gesteld
artikel 46, § 1, van de programmawet van 24 december 2002 of voor pensioenstelsels of bij ontstentenis van dergelijke stelsels, voor overeenkomsten gesloten bij een pensioeninstelling, erkend
toepassing van artikel 22 van de wet van 12 juli 1957 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor bedienden voor zover die stelsels of overeenkomsten voldoen aan de voorwaarde bedoeld
voormeld artikel 46, § 1.De premies of bijdragen kunnen slechts gestort worden aan ondernemingen of
stellingen bedoeld
artikel 2, § 1 en § 3, 4°, 5° en 6°, van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten7 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. De Koning kan bepalen onder welke voorwaarden en volgens welke modaliteiten de premies of bijdragen van het
stituut kunnen worden gestort. Hij kan de voorwaarden
zake minimale activiteit bepalen waaraan de geneesheren, tandheelkundigen, apothekers en kinesitherapeuten moeten voldoen om recht te hebben op de sociale voordelen. Hij kan de modaliteiten bepalen voor het controleren van deze voorwaarden en de procedure vastleggen voor het terugvorderen van het aandeel van het
stituut
dien aan de voorwaarden niet is voldaan. »; 2° § 1, derde tot en met het tiende lid, en § 1bis worden opgeheven. Onderafdeling 11. - Fiscale bepalingen Art. 72.Artikel 34, § 1, 2°, van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992, gewijzigd bij de wetten van 28 december 1992 en 17 mei 2000, wordt aangevuld als volgt : « alsmede aanvullende pensioenen als bedoeld
titel II, hoofdstuk I, afdeling 4, van de programmawet van 24 december 2002; ». Art. 73.Artikel 38, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 28 juli 1992, 6 augustus 1993, 6 juli 1994 en 21 december 1994, bij het koninklijk besluit van 20 december 1996, bij de wetten van 8 augustus 1997, 8 juni 1998 en 7 april 1999, bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten7, bij de wetten van 22 mei 2001 en 10 juli 2001, bij koninklijk besluit van 13 juli 2001 en bij de wet van 10 augustus 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1997 pub. 27/01/1998 numac 1997015112 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met volgende
ternationale Akten : sluiten7, wordt aangevuld als volgt : « 16° voordelen die ten name van de verkrijger voortvloeien uit de rechtstreekse betaling door het Rijksinstituut voor ziekte- en
validiteitsverzekering van bijdragen of premies aan een pensioeninstelling voor overeenkomsten
uitvoering van de regeling van sociale voordelen voorzien
artikel 54 van de wet van 14 juli 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten2 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen; ». Art. 74.Artikel 39, § 2, 2°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 28 december 1992, 17 mei 2000 en 19 juli 2000, wordt aangevuld als volgt : « d) ze niet geheel of gedeeltelijk zijn gevormd door middel van bijdragen die
aanmerking konden komen als beroepskosten overeenkomstig artikel 52, 7°bis ; ». Art. 75.Artikel 52 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 28 december 1992, 30 maart 1994, 20 december 1995, bij het koninklijk besluit van 20 december 1996 en bij de wet van 22 december 1998, wordt aangevuld als volgt : « 7°bis . tot de
7° bedoelde bijdragen behoren
zonderheid de bijdragen als vermeld
artikel 45 van de programmawet van 24 december 2002, met uitzondering van de premies of bijdragen die door het Rijksinstituut voor ziekte- en
validiteitsverzekering rechtstreeks aan een pensioeninstelling worden betaald voor overeenkomsten
uitvoering van de regeling van sociale voordelen voorzien
artikel 54 van de wet van 14 juli 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten2 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen en die ten name van de verkrijger zijn vrijgesteld
gevolge artikel 38, eerste lid, 16°. ». Art. 76.
artikel 59, derde lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 28 december 1992 en 6 juli 1994, worden de woorden « artikel 52, 7°bis of
»
gevoegd tussen de woorden « met werkgevers- of persoonlijke bijdragen als bedoeld
» en de woorden « artikel 1453 ». Art. 77.Artikel 1454 van hetzelfde wetboek,
gevoegd bij de wet van 28 december 1994 en gewijzigd bij de wet van 10 augustus 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1997 pub. 27/01/1998 numac 1997015112 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met volgende
ternationale Akten : sluiten7, wordt aangevuld als volgt : « 3° die bijdragen niet geheel of gedeeltelijk
aanmerking kunnen komen voor de toepassing van artikel 52, 7°bis . » Art. 78.
artikel 169, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 28 december 1992 en bij het koninklijk besluit van 13 juli 2001, worden de woorden « zoals het van kracht was voordat het door artikel 70 van de programmawet van 24 december 2002, werd vervangen, of van aanvullende pensioenen als bedoeld
titel II, hoofdstuk I, afdeling 4, van de programmawet van ..., »
gevoegd tussen de woorden « of van aanvullende pensioenen overeenkomstig artikel 52bis van het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen » en de woorden « alsmede kapitalen ». Art. 79.
artikel 364ter van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij de wet van 28 december 1992, worden de woorden « , door
artikel 52, 7°bis , vermelde bijdragen »
gevoegd tussen de woorden « die gevormd zijn door werkgeversbijdragen » en de woorden « of door persoonlijke bijdragen ». Onderafdeling 12. - Slotbepalingen Art. 80.De Koning neemt, op gezamenlijke voordracht van de minister van Pensioenen, de minister belast met Middenstand en de minister van Economie en na advies van de Raad voor het Vrij aanvullend pensioen voor Zelfstandigen en de Controledienst voor de Verzekeringen de besluiten die voor de uitvoering van deze wet nodig zijn. Art. 81.Met het oog op de goede uitvoering van de opdrachten die door deze wet aan de Controledienst voor de Verzekeringen worden toegekend, breidt de Koning het organiek kader van het personeel van de Controledienst voor de Verzekeringen, zoals vastgesteld
uitvoering van artikel 34, eerste lid, van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten7, uit binnen een termijn van één jaar vanaf de
werkingtreding van dit artikel. Art. 82.De artikelen 41 tot 71, 80 en 81 treden
werking op 1 januari 2004 behalve voor de artikelen 60 en 61, die op de datum van publicatie van deze wet
het Belgisch Staatsblad
werking treden. De artikelen 72 tot 79 treden
werking vanaf aanslagjaar
- HOOFDSTUK
- - Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers Art. 83.Artikel 107 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, vervangen bij de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten en gewijzigd bij de wet van 25 januari 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/05/1995 pub. 11/06/1999 numac 1999015009 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Volksrepubliek Bangladesh tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting
zake belastingen naar het
komen, ondertekend te Brussel op 18 oktober 1990 type wet prom. 11/05/1995 pub. 31/01/1998 numac 1997015045 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag
zake de bescherming van het marien milieu van de Noordoostelijke Atlantische Oceaan, Bijlagen I, II, III en IV, en de Aanhangsels 1 en 2, gedaan te Parijs op 22 september 1992 sluiten6, wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 107.§ 1. Bij de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers wordt een Fonds voor collectieve uitrustingen en diensten
gesteld, dat kan tegemoetkomen
de opvangkosten voor elk kind dat volgens de huidige wetgeving recht geeft op kinderbijslag. Dat geldt voor de volgende diensten : 1° de diensten die
staan voor de opvang van kinderen van 2,5 tot 12 jaar buiten de normale schooluren;2° de diensten die
staan voor de opvang van zieke kinderen van 0 tot 12 jaar;3° de diensten die, buiten hun normale openingsuren,
staan voor de flexibele opvang van kinderen van 0 tot 12 jaar;4° de diensten die
staan voor de urgentie-opvang van kinderen van 0 tot 3 jaar; Het Fonds wordt beheerd door het Beheerscomité van de Rijksdienst. § 2. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, na advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst : 1° de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de financiering door het Fonds mag gebeuren;2° de voordelen waarop aanspraak kan gemaakt worden ten laste van het Fonds, en de toekenningsvoorwaarden van die voordelen. § 3. Het Beheerscomité van de Rijksdienst bepaalt
een bijzonder reglement alle andere toepassingsmodaliteiten
verband met de werking van het Fonds. Dat reglement treedt
werking na goedkeuring door de minister die bevoegd is voor Sociale Zaken. Deze goedkeuring wordt verleend binnen 3 maanden bij gebreke waarvan ze geacht wordt verleend te zijn. § 4. Het Fonds wordt gefinancierd met alle geldmiddelen die het krijgt toegewezen door of krachtens een wet.
dien de globale uitgaven voor de rechtgevende kinderen opgevangen
de
§ 1
bedoelde diensten de globale geldmiddelen van het Fonds overschrijden, worden de tegemoetkomingen van dat Fonds proportioneel verminderd volgens de nadere regels die
het bijzonder reglement zijn vastgelegd. §
- De werkingskosten van het Fonds worden op dat Fonds aangerekend. §
- Het Beheerscomité van de Rijksdienst geeft ieder jaar vóór 31 maart rekenschap over het beheer van het Fonds aan de minister die bevoegd is voor Sociale Zaken. ». Art. 84.Artikel 83 treedt
werking op een door de Koning bepaalde datum bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad. De Koning legt de overgangsbepalingen vast bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad. HOOFDSTUK
- - Hervorming van de verhoogde kinderbijslag voor kinderen met een aandoening Art. 85.Artikel 47 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, vervangen bij de wet van 29 december 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten7, wordt vervangen bij de volgende bepaling : « Art. 47.§
- De bedragen bedoeld
de artikelen 40 en 50bis worden voor het kind bedoeld
artikel 63, § 1, naargelang de graad van zelfredzaamheid van het kind, verhoogd met een bijslag van 307,81 EUR, 336,94 EUR of 360,19 EUR, onder de voorwaarden bepaald door de Koning. De zelfredzaamheid van het kind wordt geëvalueerd door vergelijking met een kind van dezelfde leeftijd dat niet gehandicapt is. De zelfredzaamheid van het kind kan worden herzien onder de voorwaarden bepaald door de Koning. De Koning bepaalt door wie, volgens welke criteria en op welke wijze de zelfredzaamheid van het kind wordt vastgesteld. Hij kan tevens, bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, de bedragen, bedoeld
het eerste lid, wijzigen.
dien de toekenning van de bijslag, bedoeld
het eerste lid, het gevolg zou zijn van een weigering van behandeling, wordt deze bijslag niet toegekend. De Koning bepaalt door wie en volgens welke regels de weigering van behandeling wordt vastgesteld. § 2. De bedragen bedoeld
de artikelen 40 en 50bis worden voor het kind bedoeld
artikel 63, § 2, naargelang van de ernst van de gevolgen van de aandoening, verhoogd met een bijslag van 60 EUR, 150 EUR, 250 EUR, 350 EUR, 375 EUR of 400 EUR, onder de voorwaarden bepaald door de Koning. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, de bedragen, bedoeld
het eerste lid, wijzigen.
dien de toekenning van de bijslag, bedoeld
het eerste lid, het gevolg zou zijn van een weigering van behandeling, wordt deze bijslag niet toegekend. De Koning bepaalt door wie en volgens welke regels de weigering van behandeling wordt vastgesteld.
afwijking van het eerste lid, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, bepalen onder welke voorwaarden en voor welke periode het kind, dat geboren is na 1 januari 1996, de bijslag geniet met toepassing van § 1. ». Art. 86.Artikel 56septies van dezelfde wetten, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 28 januari 1988Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/05/1995 pub. 11/06/1999 numac 1999015009 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Volksrepubliek Bangladesh tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting
zake belastingen naar het
komen, ondertekend te Brussel op 18 oktober 1990 type wet prom. 11/05/1995 pub. 31/01/1998 numac 1997015045 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag
zake de bescherming van het marien milieu van de Noordoostelijke Atlantische Oceaan, Bijlagen I, II, III en IV, en de Aanhangsels 1 en 2, gedaan te Parijs op 22 september 1992 sluiten00 en de wetten van 22 december 1989 en 29 december 1990, wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 56septies . §
- Het kind dat geboren is uiterlijk op 1 januari 1996 en getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van ten minste 66 pct. is rechthebbend op kinderbijslag voor zichzelf, voor zover er geen ander recht op kinderbijslag bestaat voor dit kind krachtens deze wetten of het koninklijk besluit van 8 april 1976 houdende regeling van de gezinsbijslag ten voordele van de zelfstandigen. De Koning bepaalt door wie, volgens welke criteria en op welke wijze de lichamelijke en geestelijke ongeschiktheid van het kind wordt vastgesteld, alsmede de toekenningsvoorwaarden, de leeftijdsgrens en de bedragen van de kinderbijslag. De vaststelling van de lichamelijke en geestelijke ongeschiktheid kan worden herzien onder de voorwaarden bepaald door de Koning. §
- Het kind dat geboren is na 1 januari 1996 en een aandoening heeft die gevolgen heeft voor hemzelf, op het vlak van de lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid of op het vlak van de activiteit en de participatie, of voor zijn familiale omgeving is rechthebbend op kinderbijslag voor zichzelf, voor zover er geen ander recht op kinderbijslag bestaat voor dit kind krachtens deze wetten of het koninklijk besluit van 8 april 1976 houdende regeling van de gezinsbijslag ten voordele van de zelfstandigen. De Koning bepaalt door wie, volgens welke criteria en op welke wijze de gevolgen van de aandoening bedoeld
het eerste lid, worden vastgesteld, alsmede de toekenningsvoorwaarden, de leeftijdsgrens en de bedragen van de kinderbijslag. De vaststelling van de gevolgen van de aandoening kan worden herzien onder de voorwaarden bepaald door de Koning. § 3.
afwijking van § 2, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, bepalen onder welke voorwaarden en voor welke periode het kind, dat geboren is na 1 januari 1996, de kinderbijslag geniet met toepassing van § 1. § 4. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, de toepassing van § 2, eerste lid, uitbreiden tot bepaalde categorieën van kinderen geboren uiterlijk op 1 januari 1996.
dit geval wijzigt Hij § 1 op overeenkomstige wijze. ». Art. 87.Artikel 63 van dezelfde wetten, vervangen bij de wet van 29 december 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten7, wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 63.§
- De kinderbijslag wordt tot de leeftijd van 21 jaar toegekend ten behoeve van het kind dat geboren is uiterlijk op 1 januari 1996 en getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van ten minste 66 pct. De Koning bepaalt door wie, volgens welke criteria en op welke wijze de lichamelijke en geestelijke ongeschiktheid van het kind wordt vastgesteld, alsmede de voorwaarden waaraan het kind moet voldoen. De vaststelling van de lichamelijke en geestelijke ongeschiktheid kan worden herzien onder de voorwaarden bepaald door de Koning. §
- De kinderbijslag wordt tot de leeftijd van 21 jaar toegekend ten behoeve van het kind dat geboren is na 1 januari 1996 en een aandoening heeft die gevolgen heeft voor hemzelf, op het vlak van de lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid of op het vlak van de activiteit en de participatie, of voor zijn familiale omgeving. De Koning bepaalt door wie, volgens welke criteria en op welke wijze de gevolgen van de aandoening bedoeld
het eerste lid worden vastgesteld, alsmede de voorwaarden waaraan het kind moet voldoen. De vaststelling van de gevolgen van de aandoening kan worden herzien onder de voorwaarden bepaald door de Koning. § 3.
afwijking van § 2, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, bepalen onder welke voorwaarden en voor welke periode het kind, dat geboren is na 1 januari 1996, de kinderbijslag geniet met toepassing van § 1. § 4. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, de toepassing van § 2, eerste lid, uitbreiden tot bepaalde categorieën van kinderen geboren uiterlijk op 1 januari 1996.
dit geval wijzigt Hij § 1 op overeenkomstige wijze. ». Art. 88.De Koning bepaalt de datum van
werkingtreding van dit hoofdstuk. HOOFDSTUK 4. - Andere bepalingen betreffende de gezinsbijslag Art. 89.Artikel 40, tweede lid, van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders,
gevoegd bij het koninklijk besluit van 11 december 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten9, wordt opgeheven. Art. 90.
artikel 42, § 1, eerste lid, van dezelfde wetten, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 21 april 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten5, worden de woorden « en de wet van 20 juli 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten7 tot
stelling van gewaarborgde gezinsbijslag » vervangen door de woorden « , de wet van 20 juli 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten7 tot
stelling van gewaarborgde gezinsbijslag en de
ternationale overeenkomsten van de sociale zekerheid van kracht
België. » Art. 91.
artikel 51 van dezelfde wetten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 3, eerste lid, 3°, tweede zin, gewijzigd bij de wet van 22 december 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten5, wordt vervangen als volgt : « De rechthebbende opent dit recht eveneens voor zijn kleinkinderen en achterkleinkinderen of deze van zijn echtgenoot wanneer deze overeenkomstig artikel 70
een
stelling geplaatst zijn, op voorwaarde dat ze onmiddellijk voor de plaatsing deel uitmaakten van het gezin van deze rechthebbende, of wanneer hij diezelfde kleinkinderen en achterkleinkinderen uitsluitend of hoofdzakelijk op zijn kosten laat opvoeden
een
richting voor onderwijs, opvoeding of verpleging of bij een particulier;»; 2° § 3, eerste lid, 6°, gewijzigd bij de wetten van 22 december 1989, 14 mei 2000 en 12 augustus 2000, wordt vervangen als volgt : « 6° de kinderen van een persoon met wie hij een feitelijk gezin vormt, de kinderen die door deze persoon geadopteerd zijn of onder pleegvoogdij genomen, de kinderen van de gewezen echtgenoot, de kinderen die door de gewezen echtgenoot geadopteerd zijn of onder pleegvoogdij genomen, op voorwaarde dat deze kinderen deel uitmaken van het gezin.De rechthebbende opent dit recht eveneens voor de voormelde kinderen, wanneer deze overeenkomstig artikel 70
een
stelling geplaatst zijn, op voorwaarde dat ze onmiddellijk voor de plaatsing deel uitmaakten van het gezin van deze rechthebbende; ». Art. 92.
artikel 56 van dezelfde wetten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 1
, eerste lid, 1°, gewijzigd bij de wetten van 29 december 1990 en 22 februari 1998, worden de woorden « de werkneemster
bevallingsrust » vervangen door de woorden « de werkneemster gedurende het tijdvak van moederschapsbescherming »;2°
§ 1
, eerste lid, 3°, gewijzigd bij de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten, worden de woorden « de werkneemster
bevallingsrust » en de woorden « of de bevallingsrust » respectievelijk vervangen door de woorden « de werkneemster gedurende het tijdvak van moederschapsbescherming » en de woorden « of het tijdvak van moederschapsbescherming »;3°
§ 2
, eerste lid, 1°,
leidende zin, gewijzigd bij de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten, worden de woorden « de werkneemster
bevallingsrust » vervangen door de woorden « de werkneemster gedurende het tijdvak van moederschapsbescherming »;4°
§ 2
, eerste lid, 1°, a), en 2°, gewijzigd bij de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten, wordt het woord « bevallingsrust » vervangen door het woord « moederschapsbescherming ». Art. 93.
artikel 56quinquies van dezelfde wetten worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 1
, eerste lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 28 januari 1988Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/05/1995 pub. 11/06/1999 numac 1999015009 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Volksrepubliek Bangladesh tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting
zake belastingen naar het
komen, ondertekend te Brussel op 18 oktober 1990 type wet prom. 11/05/1995 pub. 31/01/1998 numac 1997015045 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag
zake de bescherming van het marien milieu van de Noordoostelijke Atlantische Oceaan, Bijlagen I, II, III en IV, en de Aanhangsels 1 en 2, gedaan te Parijs op 22 september 1992 sluiten00 en de wetten van 22 december 1989 en 22 februari 1998, worden de woorden « , een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden geniet »
gevoegd tussen de woorden «
komensvervangende tegemoetkoming geniet » en « of »;2° § 1, tweede lid,
gevoegd bij de wet van 29 december 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten7, wordt vervangen als volgt : « De rechthebbende opent dit recht eveneens ten behoeve van de kinderen waarvan sprake is
het eerste lid, wanneer ze geplaatst zijn
een
stelling overeenkomstig artikel 70, op voorwaarde dat ze onmiddellijk voor de plaatsing deel uitmaakten van het gezin van deze rechthebbende.» Art. 94.Artikel 56sexies , § 1, van dezelfde wetten, gewijzigd bij de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten, wordt aangevuld met het volgende lid : « De voorwaarde van verblijf bepaald
het eerste lid is niet van toepassing op de aanvrager : 1° die valt onder de toepassing van de Verordening (EEG) nr.1408/71 van 14 juni 1971 van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen; 2° die staatloze is;3° die vluchteling is
de zin van de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/03/1997 pub. 15/08/1997 numac 1997016213 bron ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking type wet prom. 17/03/1997 pub. 18/12/1997 numac 1997022733 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, met het oog op de uitoefening van de klinische biologie sluiten9 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;4° die niet bedoeld is onder 1° en die onderdaan is van een Staat die het Europees Sociaal Handvest heeft geratificeerd.» Art. 95.Artikel 57bis , tweede lid, van dezelfde wetten, gewijzigd bij de wetten van 29 april 1996 en 24 december 1999, wordt vervangen als volgt : « De minister van Sociale Zaken of de ambtenaar van het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu die hij aanduidt, kan
behartigenswaardige gevallen vrijstelling verlenen van de voorwaarde van rechthebbende te zijn op ten minste zes maandelijkse forfaitaire bijslagen, bepaald
de artikelen 55, vierde lid, 56, § 1, eerste lid, 3°, 56bis , § 1, 56quater , eerste lid, 2°, 56decies, § 1, 56undecies , tweede lid, of 57, tweede lid,
dien de werknemer de voorwaarde heeft vervuld om aanspraak te maken op ten minste één forfaitaire maandelijkse bijslag krachtens deze wetten
de loop van vijf jaar die de gebeurtenis bedoeld
deze artikelen onmiddellijk voorafgaan. » Art. 96.Artikel 59 van dezelfde wetten, gewijzigd bij de wet van 22 december 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten5, wordt aangevuld met het volgende lid : « Het voordeel van deze wetten kan eveneens niet
geroepen worden door de personen bedoeld
artikel 51, § 2, die een ander beroep uitoefenen dan dat van werknemer verbonden door een arbeidsovereenkomst zoals bedoeld
deze wetten,
dien er
hoofde van deze personen een effectief recht op kinderbijslag bestaat voor een kind overeenkomstig het koninklijk besluit van 8 april 1976 houdende regeling van de gezinsbijslag ten voordele van de zelfstandigen, vooraleer deze personen bedoeld
artikel 51, § 2, rechthebbende worden voor dit kind overeenkomstig dit artikel. » Art. 97.Artikel 60, § 3, 3°, d) , van dezelfde wetten, opgeheven bij de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten, wordt hersteld
de volgende lezing : «
- d)onverminderd punt
- b), wanneer het kind deel uitmaakt van een gezin, samengesteld uit twee rechthebbenden, waarvan de ene een persoon is bedoeld
artikel 51, § 2, en de andere een recht opent op basis van een zelfstandige activiteit, overeenkomstig het koninklijk besluit van 8 april 1976 houdende regeling van de gezinsbijslag ten voordele van de zelfstandigen. Dit recht op kinderbijslag voor een kind
hoofde van deze zelfstandige moet effectief bestaan, vooraleer de persoon bedoeld
artikel 51, § 2, rechthebbende wordt voor dit kind; ». Art. 98.Artikel 64, § 3, tweede lid, van dezelfde wetten, gewijzigd bij de wet van 22 december 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten5, wordt vervangen als volgt : « Na een verandering van voorrangsgerechtigde rechthebbende wordt de toekenning of het verlies van het bedrag bedoeld
artikel 50bis evenwel van kracht overeenkomstig artikel 48, vijfde lid, en wordt de toekenning van de bijslagen bedoeld
de artikelen 42bis en 50ter van kracht overeenkomstig artikel 48, zesde lid. » Art. 99.
artikel 68, tweede lid, van dezelfde wetten, gewijzigd bij de wetten van 1 augustus 1985, 22 december 1989 en 21 maart 1991, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « bij postassignatie of » worden geschrapt;2° de woorden « een Belgische openbare financiële
stelling of bij een bank of private spaarkas onderworpen aan de controle van de Bankcommissie » worden vervangen door de woorden « of bij een kredietinstelling onderworpen aan de controle van de Commissie van het Bank- en Financiewezen.» Art. 100.
artikel 69 van dezelfde wetten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° Er wordt een § 2bis
gevoegd, luidende : « § 2bis .
afwijking van de §§ 1 en 2, bepaalt de Koning de persoon die kan aangeduid worden als bijslagtrekkende
het geval van een ontvoering van het kind. Hij bepaalt eveneens wat er moet verstaan worden onder ontvoering alsook de periode tijdens welke deze persoon bijslagtrekkende kan zijn. »; 2° § 3, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 21 april 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten5, wordt vervangen als volgt : « § 3.
het belang van het kind, kan de vader, de moeder, de adoptant, de pleegvoogd, de toeziende voogd, de curator of de rechthebbende, volgens het geval, overeenkomstig artikel 594, 8°, van het Gerechtelijk Wetboek, verzet aantekenen tegen de betaling aan de persoon bedoeld
de §§ 1, 2 of 2bis . » Art. 101.
dezelfde wetten wordt een artikel 70ter
gevoegd, luidende : « Art. 70ter . Wanneer een kind bij een particulier geplaatst is door bemiddeling of ten laste van een openbare overheid, is aan de bijslagtrekkende die onmiddellijk voor de plaatsingsmaatregel(en) kinderbijslag voor dat kind ontving, een forfaitaire bijslag verschuldigd, waarvan het bedrag en de toekenningsvoorwaarden door de Koning worden vastgelegd bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad. Het recht op de forfaitaire bijslag ontstaat of verdwijnt de eerste dag van de maand die volgt op de mededeling aan de bevoegde kinderbijslaginstelling van de beslissing genomen door de overheid die wordt aangewezen door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, waaruit blijkt of de toekenningsvoorwaarden bedoeld
het eerste lid al dan niet vervuld zijn. » Art. 102.Artikel 73bis , § 1, tweede lid, van dezelfde wetten, wordt vervangen als volgt : « Het kraamgeld wordt ook verleend
dien geen recht op kinderbijslag krachtens deze wetten bestaat, op voorwaarde dat het een kind betreft waarvoor een akte van aangifte van een levenloos kind werd opgesteld door de ambtenaar van de burgerlijke stand. » Art. 103.Artikel 73quater , § 3, van dezelfde wetten,
gevoegd bij de wet van 30 december 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten0, wordt vervangen als volgt : « § 3. De minister van Sociale Zaken of de ambtenaar van het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu die hij aanduidt, kan evenwel de adoptiepremie toekennen
behartigenswaardige gevallen, wanneer de voorwaarden van § 1, 2° of 4° niet zijn vervuld. De minister van Sociale Zaken heeft dezelfde bevoegdheid
zake categorieën van behartigenswaardige gevallen. Hij dient dan wel vooraf het advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers
te winnen. » Art. 104.
artikel 101 van dezelfde wetten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het derde lid, 2°, gewijzigd bij de wet van 29 april 1996, worden de woorden « de Regie der Luchtwegen » vervangen door de woorden « BELGOCONTROL, BIAC »;2°
het derde lid, 3° en 4°, gewijzigd bij de wet van 29 april 1996, worden de woorden « de Regie der Luchtwegen » vervangen door de woorden « BELGOCONTROL, BIAC ». Art. 105.
artikel 120, eerste lid, van dezelfde wetten, gewijzigd bij de wet van 30 december 2001, worden de woorden « drie jaar » vervangen door de woorden « vijf jaar ». Art. 106.
artikel 1 van de wet van 20 juli 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten7 tot
stelling van gewaarborgde gezinsbijslag, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het vijfde lid, gewijzigd bij de wet van 29 april 1996, wordt aangevuld als volgt : « 4° de persoon die niet bedoeld is onder 1° en die onderdaan is van een Staat die het Europees Sociaal Handvest heeft geratificeerd.»; 2° het zevende lid, gewijzigd bij de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten, wordt aangevuld als volgt : « 5° de adoptiepremie.» Art. 107.Artikel 5, derde lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen,
gevoegd bij de wet van 24 mei 1994 en gewijzigd bij de wetten van 21 december 1994, 30 november 1998 en 27 april 1999, wordt aangevuld als volgt : « 14° de minister van Sociale Zaken. » Art. 108.Dit hoofdstuk treedt
werking op de eerste dag van de maand na die waarin deze wet is bekendgemaakt
het Belgisch Staatsblad , met uitzondering van : 1° artikel 90 dat uitwerking heeft met
gang van 1 juli 2001;2° artikel 92 dat uitwerking heeft met
gang van 6 oktober 1996;3° de artikelen 96 en 97 die
werking treden de eerste dag van het tweede trimester volgend op dit gedurende welk deze wet
het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt;4° artikel 98 dat uitwerking heeft met
gang van 1 oktober 2000;5° artikel 100, 1°, dat uitwerking heeft met
gang van 1 juli 1998;6° artikel 104 dat uitwerking heeft met
gang van 1 oktober 1998,
de mate dat het verwijst naar BIAC, en met
gang van 2 oktober 1998,
de mate dat het verwijst naar BELGOCONTROL. HOOFDSTUK 5. - Maatregelen betreffende de onderwerping Afdeling I. - Maatregelen betreffende de lokale mandatarissen Art. 109.
artikel 19, § 4, van de nieuwe gemeentewet, vervangen bij de wet van 12 augustus 2001, en gewijzigd bij de wet van 23 maart 2001, wordt tussen het eerste en het tweede lid het volgende lid
gevoegd : « Worden eveneens onderworpen aan de bovenvermelde stelsels, de burgemeesters en schepenen onderworpen aan de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten2 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/05/1995 pub. 11/06/1999 numac 1999015009 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Volksrepubliek Bangladesh tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting
zake belastingen naar het
komen, ondertekend te Brussel op 18 oktober 1990 type wet prom. 11/05/1995 pub. 31/01/1998 numac 1997015045 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag
zake de bescherming van het marien milieu van de Noordoostelijke Atlantische Oceaan, Bijlagen I, II, III en IV, en de Aanhangsels 1 en 2, gedaan te Parijs op 22 september 1992 sluiten02 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders of aan het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende
richting van het sociaal statuut der zelfstandigen,
dien ze zonder de toepassing van de huidige bepaling enkel prestaties
zake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging zouden genieten mits betaling van bijkomende persoonlijke bijdragen. » Art. 110.
artikel 37quater van de wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten4 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers,
gevoegd bij de wet van 23 maart 2001, wordt tussen het eerste en het tweede lid het volgende lid
gevoegd : « Worden eveneens onderworpen aan de bovenvermelde stelsels, de voorzitters van openbare centra voor maatschappelijk welzijn of hun vervangers onderworpen aan de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten2 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/05/1995 pub. 11/06/1999 numac 1999015009 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Volksrepubliek Bangladesh tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting
zake belastingen naar het
komen, ondertekend te Brussel op 18 oktober 1990 type wet prom. 11/05/1995 pub. 31/01/1998 numac 1997015045 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag
zake de bescherming van het marien milieu van de Noordoostelijke Atlantische Oceaan, Bijlagen I, II, III en IV, en de Aanhangsels 1 en 2, gedaan te Parijs op 22 september 1992 sluiten02 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, of aan het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende
richting van het sociaal statuut der zelfstandigen,
dien ze zonder de toepassing van de huidige bepaling enkel prestaties
zake de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging zouden genieten mits betaling van bijkomende persoonlijke bijdragen. » Afdeling II. - Diverse bepalingen Art. 111.
de Franse tekst van artikel 42, derde lid, van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten2 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/05/1995 pub. 11/06/1999 numac 1999015009 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Volksrepubliek Bangladesh tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting
zake belastingen naar het
komen, ondertekend te Brussel op 18 oktober 1990 type wet prom. 11/05/1995 pub. 31/01/1998 numac 1997015045 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag
zake de bescherming van het marien milieu van de Noordoostelijke Atlantische Oceaan, Bijlagen I, II, III en IV, en de Aanhangsels 1 en 2, gedaan te Parijs op 22 september 1992 sluiten02 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders wordt het woord « suspendue » vervangen door het woord «
terrompue ». Art. 112.Artikel 2, § 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 25 april 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten7 houdende vrijstelling van bepaalde werkgeversbijdragen ten behoeve van de ondernemingen behorende tot de baggersector met toepassing van artikel 7, § 2, van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen, gewijzigd bij de wet van 26 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/05/1995 pub. 11/06/1999 numac 1999015009 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Volksrepubliek Bangladesh tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting
zake belastingen naar het
komen, ondertekend te Brussel op 18 oktober 1990 type wet prom. 11/05/1995 pub. 31/01/1998 numac 1997015045 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag
zake de bescherming van het marien milieu van de Noordoostelijke Atlantische Oceaan, Bijlagen I, II, III en IV, en de Aanhangsels 1 en 2, gedaan te Parijs op 22 september 1992 sluiten4, wordt vervangen als volgt : « De werkgevers, bedoeld
artikel 1, moeten ten minste een gelijkwaardig arbeidsvolume aan boord van schepen, waarvoor een zeebrief kan worden voorgelegd, aantonen en dit
vergelijking met het overeenstemmende kwartaal van 1996. » Art. 113.
artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de wet van 26 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/05/1995 pub. 11/06/1999 numac 1999015009 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Volksrepubliek Bangladesh tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting
zake belastingen naar het
komen, ondertekend te Brussel op 18 oktober 1990 type wet prom. 11/05/1995 pub. 31/01/1998 numac 1997015045 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag
zake de bescherming van het marien milieu van de Noordoostelijke Atlantische Oceaan, Bijlagen I, II, III en IV, en de Aanhangsels 1 en 2, gedaan te Parijs op 22 september 1992 sluiten4, worden de woorden « 31 december 2002 » vervangen door de worden « 31 december 2003 ». Art. 114.De bepalingen van dit hoofdstuk treden
werking op de datum waarop zij zijn bekendgemaakt aan het Belgisch Staatsblad , met uitzondering : - van artikel 109 dat uitwerking heeft met
gang van 1 januari 2001; - van artikel 110 dat uitwerking heeft met
gang van 1 april 2001; - van artikel 111 dat uitwerking heeft met
gang van 16 februari
- HOOFDSTUK
- - Wijzigingen betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap Art. 115.De woorden « gehandicapte » en « gehandicapten »
het opschrift en
de bepalingen van de wet van 27 februari 1987Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/03/1997 pub. 15/08/1997 numac 1997016213 bron ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking type wet prom. 17/03/1997 pub. 18/12/1997 numac 1997022733 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, met het oog op de uitoefening van de klinische biologie sluiten5 betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten worden respectievelijk vervangen door de woorden « persoon met een handicap » en « personen met een handicap ». Evenzo worden de woorden « Ministerie van Sociale Voorzorg » en « Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu »
dezelfde wet vervangen door de woorden « Bestuursdirectie van de uitkeringen aan personen met een handicap ». Art. 116.Artikel 1 van dezelfde wet wordt aangevuld met het volgende lid : « Om de
het eerste lid beoogde tegemoetkomingen te kunnen genieten moet voldaan zijn aan de voorwaarden van de artikelen 2, 4 en 7. » Art. 117.Artikel 2 van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij de wet van 30 december 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten0, wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 2.§ 1. De
komensvervangende tegemoetkoming wordt toegekend aan de persoon met een handicap die op het ogenblik van het
dienen van de aanvraag ten minste 21 jaar en minder dan 65 jaar is, van wie is vastgesteld dat zijn lichamelijke of psychische toestand zijn verdienvermogen heeft verminderd tot een derde of minder van wat een gezonde persoon door het uitoefenen van een beroep op de algemene arbeidsmarkt kan verdienen. De algemene arbeidsmarkt omvat niet de beschutte tewerkstelling. § 2. De
tegratietegemoetkoming wordt toegekend aan de persoon met een handicap die op het ogenblik van het
dienen van de aanvraag ten minste 21 jaar en minder dan 65 jaar is, van wie een gebrek aan of een vermindering van zelfredzaamheid is vastgesteld. § 3. De tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden wordt toegekend aan de persoon met een handicap die ten minste 65 jaar oud is van wie een gebrek aan of een vermindering van zelfredzaamheid is vastgesteld. De tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden wordt niet toegekend aan de persoon met een handicap die een
komensvervangende tegemoetkoming of een
tegratietegemoetkoming geniet. » Art. 118.Artikel 4 van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij de wet van 22 februari 1998Re