← België

Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende vaststelling van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening

Kort samengevat

Dit besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering stelt het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening vast, door bestaande wetgevende bepalingen te codificeren en te vereenvoudigen. Het doel is een formele vereenvoudiging zonder de oorspronkelijke principes aan te tasten.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

Wettekst
Obsah (4)Art. 16Art. 23Art. 31Art. 40

Wetboek van Ruimtelijke Ordening ADVIES 36.651/4 36.652/4 VAN DE AFDELING WETGEVING VAN DE RAAD VAN STATE De RAAD VAN STATE, afdeling wetgeving, vierde kamer, op 20 februari 2004 door de Minister-Voor

HOOFDSTUK II. - Gewestelijk ontwikkelingsplan Afdeling I. -

Afdeling II

. - Inhoud Afdeling III.

- Uitwerkingsprocedure Afdeling IV. - Wijzigingsprocedure Afdeling V. - Gevolgen van het ontwerpplan en van het plan Afdeling VI. - Opvolging van het plan HOOFDSTUK III. - Gewestelijk bestemmingsplan Afdeling I. -

Afdeling III

. - Uitwerkingsprocedure Afdeling IV.

- Wijzigingsprocedure Afdeling V. - Gevolgen van het plan Afdeling VI. - Opvolging van het plan HOOFDSTUK IV. - Gemeentelijk ontwikkelingsplan Afdeling I. -

Afdeling II

. - Inhoud Afdeling III.

- Uitwerkingsprocedure Afdeling IV. - Wijzigingsprocedure Afdeling V. - Gevolgen van het ontwerpplan en van het plan Afdeling VI. - Opvolging van het plan HOOFDSTUK V. - Bijzonder bestemmingsplan Afdeling I. -

Afdeling II

. - Inhoud Afdeling III.

- Uitwerkingsprocedure Afdeling IV. - Wijzigingsprocedure Afdeling V. - Opmaak en wijziging op initiatief van de Regering Afdeling VI. - Opheffingsprocedure Afdeling VII. - Gevolgen van het plan Afdeling VIII. - Opvolging van het plan HOOFDSTUK VI. - Onteigening en vergoeding Afdeling I. - Beginsel Afdeling II. - Procedure Afdeling III. - Vergoedingen Afdeling IV. - Uitvoeringstermijn voor de onteigeningen Afdeling V. - Vergoeding van de waardeverminderingen HOOFDSTUK VII. - Ruilverkaveling en herverkaveling TITRE III. - STEDENBOUWKUNDIGE VERORDENINGEN Hoofdstuk I. -

Hoofdstuk II

. - Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen Hoofdstuk III.

- Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen Hoofdstuk III. - Gevolgen van de gewestelijke en gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen Hoofdstuk IV. - Wijziging van de gewestelijke en gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen TITEL IV. - VERGUNNINGEN EN ATTEST HOOFDSTUK I. - Stedenbouwkundige vergunning Afdeling I. - Handelingen en werken onderworpen aan een stedenbouwkundige vergunning Afdeling II. - Stedenbouwkundige lasten Afdeling III. - Verval en verlenging Afdeling IV. - Vergunning van beperkte duur HOOFDSTUK II. - Verkavelingsvergunning Afdeling I. - Handelingen onderworpen aan een verkavelingsvergunning Afdeling Il. - Gevolgen van de verkavelingsvergunning Afdeling III. - Stedenbouwkundige lasten Afdeling IV. - Vervaltermijn Afdeling V. - Wijziging van de verkavelingsvergunning HOOFDSTUK III. - Indiening en behandeling van de vergunningsaanvragen en beroepen Afdeling I. - Indiening van de aanvraag Afdeling II. - Voorafgaande effectenbeoordeling van bepaalde projecten Onderafdeling

  1. - Aanvragen onderworpen aan een effectenstudie Onderafdeling
  2. - Aanvragen die onderworpen worden aan een effectenverslag Afdeling III. - Speciale regelen van openbaarmaking Afdeling IV. - Beslissing van het college van burgemeester en schepenen Afdeling V. - Schorsing en vernietiging van de vergunning Afdeling VI. - Aanhangigmaking van de gemachtigde ambtenaar Afdeling VII. - Beroep bij het Stedenbouwkundig College Afdeling VIII. - Beroep bij de Regering Afdeling IX. - Vergunningen aangevraagd door een publiekrechtelijk rechtspersoon voor werken van openbaar nut of voor een beschermd of op de bewaarlijst ingeschreven goed of waarvoor de inschrijvings- of beschermingsprocedure geopend is, of voor een niet-uitgebate bedrijfsruimte Afdeling X. - Gezamenlijke bepalingen voor de beslissingen Afdeling XI. - Bijzondere bepalingen voor de verkavelingsvergunning HOOFDSTUK IV. - Stedenbouwkundig attest Afdeling I. - Begrip Afdeling II. - Afgifteprocedure Afdeling III. - Gevolgen van het stedenbouwkundig attest TITEL V. - BESCHERMING VAN HET ONROERENDE ERFGOED HOOFDSTUK I. -

HOOFDSTUK II. - De inventaris en het register van het onroerend erfgoed HOOFDSTUK III. - De bewaarlijst Afdeling

  1. - Het inschrijven op de bewaarlijst en het opleggen van bijzondere behoudsvoorwaarden Afdeling
  2. - Gevolgen Afdeling
  3. -Royering van de bewaarlijst en wijziging van de behoudsvoorwaarden HOOFDSTUK IV. - De bescherming Afdeling
  4. - Beschermingsprocedure. Afdeling
  5. - Gevolgen van de bescherming. Afdeling
  6. - Procedure tot opheffing van de bescherming. HOOFDSTUK V. - Beheer, werken en toelagen. HOOFDSTUK VI. - Onteigening. HOOFDSTUK VII. - Opgravingen, peilingen en archeologische vondsten Afdeling
  7. - De personen die ertoe gemachtigd zijn opgravingen en peilingen uit te voeren Afdeling
  8. - De opgravingen en peilingen van openbaar nut Afdeling
  9. - De opgravingen en peilingen naar aanleiding van een vergunningsaanvraag Afdeling
  10. - De archeologische vondsten Afdeling
  11. - De vergoedingen Afdeling
  12. - Het toezicht op de roerende archeologische goederen Afdeling
  13. - De toelagen HOOFDSTUK VIII. - Bijzondere bepaling TITEL VI. - DE NIET-UITGEBATE BEDRIJFSRUIMTEN HOOFDSTUK I. -

HOOFDSTUK II. - De inventaris van de niet-uitgebate bedrijfsruimten HOOFDSTUK III. - Rehabilitatie en herbestemming HOOFDSTUK IV. - Onteigening TITEL VII. - Het voorkooprecht HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK II. - De aan het voorkooprecht onderhevige perimeter HOOFDSTUK III. - De houders van het voorkooprecht HOOFDSTUK IV. - De uitoefening van het voorkooprecht Afdeling

  1. - De aan het voorkooprecht onderworpen vastgoedoperaties Afdeling
  2. - De onderhandse overdracht Afdeling
  3. - De openbare verkoop Afdeling
  4. - De onteigening HOOFDSTUK V. - Formaliteiten en vordering tot nietigverklaring TITEL VIII. - INLICHTINGEN EN INFORMATIE HOOFDSTUK I. - Stedenbouwkundige inlichtingen HOOFDSTUK II. - Mededeling van inlichtingen en documenten inzake planning en stedenbouw HOOFDSTUK III. - De publiciteit voor de verkoop en de verhuring TITEL IX. - FISCALE MAATREGELEN HOOFDSTUK I. - Taksen op de niet-bebouwde percelen HOOFDSTUK II. - Taksen op de ruimten opgenomen in de inventaris van de niet-uitgebate bedrijfsruimten HOOFDSTUK III. - Immunisatie en vrijstelling betreffende bepaalde goederen die vallen onder het beschermd of op de bewaarlijst ingeschreven erfgoed TITEL X. - MISDRIJVEN EN STRAFBEPALINGEN HOOFDSTUK I. - Misdrijven Afdeling I. - Handelingen die als misdrijf gelden Afdeling II. - Vaststelling van de misdrijven Afdeling III. - Stopzettingsprocedure van de in overtreding uitgevoerde handelingen en werken Afdeling IV. - Ambsthalve uitvoering HOOFDSTUK II. - Strafbepalingen HOOFDSTUK III. - Overschrijving HOOFDSTUK IV. - Dading TITEL XI. - SLOTBEPALINGEN HOOFDSTUK I. - Slot- en overgangsbepalingen van de ordonnantie van 29 augustus 1991 houdende organisatie van de planning en de stedenbouw Afdeling
  5. - Implementatie van de Europese richtlijnen Afdeling
  6. - Opheffingsbepalingen Afdeling
  7. - Overgangs- en slotbepalingen HOOFDSTUK II. - Overgangs- en eindbepalingen van de ordonnantie van 4 maart 1993 inzake het behoud van het onroerend erfgoed HOOFDSTUK III. - Overgangs- en eindbepalingen van de ordonnantie van 18 december 2003 betreffende de rehabilitatie en de herbestemming van de niet-uitgebate bedrijfruimten Bijlage A. - Aan een effectenstudie onderworpen projecten Bijlage B. - Aan een effectenrapport onderworpen projecten Bijlage C. - Inhoud van het milieueffectenrapport van de plannen Bijlage D. - Criteria voor de vaststelling van de mogelijke aanzienlijke effecten van plannen Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 9 april 200
  8. Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering : J. SIMONET, Minister-Voorzitter van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Stadsvernieuwing en Wetenschappelijk Onderzoek Bijlage II. - Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening TITEL I. - ALGEMENE BEPALINGEN HOOFDSTUK I. - Doelstellingen Artikel 1.Dit wetboek regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.

(2)Het integreert de ordonnantie van 19 februari 2004 betreffende sommige bepalingen inzake ruimtelijke ordening die met name bedoeld is om de richtlijn 96/82/EG van de Raad van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, de richtlijn 97/11/EG van de Raad van 3 maart 1997 houdende wijziging van de richtlijn 85/337/EEG betreffende de evaluatie van de milieu-effectenbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten en de richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 27 juni 2001 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's, in zijn toepassingssfeer te verwerken. Art. 2.De ontwikkeling van het Gewest, samen met de ordening van zijn grondgebied, wordt nagestreefd om, op een duurzame manier, tegemoet te komen aan de sociale, economische, patrimoniale en milieubehoeften van de gemeenschap door het kwalitatief beheer van het levenskader, door het zuinig gebruik van de bodem en zijn rijkdommen en door de instandhouding en de ontwikkeling van het cultureel, natuurlijk en landschappelijk erfgoed.
(4)Art. 3.Bij de tenuitvoerlegging van dit Wetboek, stellen de administratieve instanties alles in het werk om de sociale en economische vooruitgang met de kwaliteit van het leven te verzoenen, en de inwoners van het Gewest ervan te verzekeren dat een harmonieuze ordening in acht wordt genomen.
(6)Art. 4.Elk jaar bij de bespreking van de begroting en uiterlijk op 31 december legt de Regering op het bureau van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad een verslag neer over de stand van zaken en de vooruitzichten inzake de ontwikkeling en de stedebouw en over de uitvoering van de gewestelijke en gemeentelijke plannen voor.
(8)HOOFDSTUK II. - Machtiging Art. 5.De Regering duidt de ambtenaren aan van het Bestuur Ruimtelijke Ordening en Huisvesting hierna het Bestuur genoemd, welke gemachtigd worden voor de in dit Wetboek nader omschreven doelstellingen. Zij worden "gemachtigde ambtenaren" genoemd.
(10)HOOFDSTUK III. - Openbaar onderzoek Art. 6.De Regering bepaalt de nadere regels van het openbaar onderzoek in naleving van de volgende beginselen : 1° de duur van een openbaar onderzoek mag niet korter dan vijftien dagen zijn;2° ten minste de helft van de voorgeschreven termijn van een openbaar onderzoek valt buiten de periode van de zomer-, Paas- en Kerstschoolvakanties;3° de dossiers zijn ten minste één werkdag per week tot 20 uur toegankelijk;4° iedereen kan technische uitleg krijgen volgens de door de Regering bepaalde regels;5° iedereen kan schriftelijk of, indien nodig, mondeling opmerkingen en bezwaren maken vóór de sluiting van het openbaar onderzoek. De Regering of de gemeenten kunnen zelf beslissen over bijkomende vormen van openbaarmaking en raadpleging. De Regering bepaalt onder welke voorwaarden subsidies worden verleend voor het uitvoeren van de bepalingen van dit artikel.
(12)HOOFDSTUK IV. - Adviescommissies Afdeling I. - De Gewestelijke Ontwikkelings Commissie Art. 7.Er wordt een Gewestelijke Ontwikkelingscommissie opgericht, hierna de "Gewestelijke Commissie" genoemd. De Gewestelijke Commissie is belast met het uitbrengen van een met redenen omkleed advies over de ontwerpen van gewestelijk ontwikkelingsplan, van gewestelijk bestemmingsplan, van gewestelijke stedenbouwkundigeverordeningen en over de ontwerpen van gemeentelijke ontwikkelingsplannen. De Gewestelijke Commissie kan, inzake de uitvoering of de aanpassing van de plannen en verordeningen waarover zij zich moet uitspreken, opmerkingen maken of suggesties voordragen bij de Regering. Zij stelt algemene richtlijnen voor in verband met het voorbereiden en het opmaken van ontwikkelings- en bestemmingsplannen alsmede van stedenbouwkundige verordeningen. De Regering kan bovendien alle kwesties met betrekking tot de ontwikkeling van het Gewest aan de Gewestelijke Commissie voorleggen. De adviezen, opmerkingen, suggesties en voorstellen van richtlijnen worden met eenparigheid van stemmen geformuleerd. Bij ontstentenis van eenparigheid bestaat het advies uit de weergave van alle standpunten die tijdens de werkzaamheden naar voor werden gebracht. De Gewestelijke Commissie overhandigt de Regering, uiterlijk op 30 juni van elk jaar, een verslag over haar activiteiten. De Regering bepaalt de regels voor de samenstelling en de werking van de gewestelijke Commissie in naleving van de volgende beginselen : 1. de vertegenwoordiging van de adviesorganen wier deskundigheid zich situeert op economisch en sociaal vlak, op dat van monumenten en landschappen, van het milieu en de mobiliteit, waarvan de lijst door de Regering wordt vastgesteld;2. de vertegenwoordiging van de gemeenten;3. de aanwijzing van onafhankelijke experts;4. het horen van de afgevaardigden van de Regering of van de gemeenten die de in het tweede lid bedoelde ontwerpen hebben uitgewerkt. De Gewestelijke Commissie kan onderverdeeld worden in gespecialiseerde secties. De leden van de Gewestelijke Commissie worden door de Regering aangewezen bij elke volledige vernieuwing van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad en uiterlijk op de 1e januari die volgt op zijn installatie.
(14)Art. 8.De Gewestelijke Commissie wordt bijgestaan door een vast secretariaat. De opdrachten van dit secretariaat zijn onder meer : 1° de voorbereiding van het in artikel 7 bedoelde jaarverslag;2° een register met de door de Gewestelijke Commissie uitgebrachte adviezen ter beschikking van de bevolking houden.
(16)Afdeling II. - De overlegcommissies Art. 9.Voor elke gemeente van het Gewest wordt een overlegcommissie opgericht. Alvorens een bijzonder bestemmingsplan, een onteigeningsplan dat in uitvoering van een dergelijk plan wordt opgesteld en een gemeentelijke stedenbouwkundigeverordening worden aangenomen, is een voorafgaand advies van de overlegcommissie vereist. Dergelijk advies is eveneens vereist alvorens een stedenbouwkundigevergunning, een verkavelingsvergunning of een stedebouwkundig attest wordt afgegeven, telkens dit bij verordening of bij een plan is voorzien, of wanneer deze vergunnings- of attestaanvragen aan de in artikelen 150 en 151 bedoelde speciale regelen van openbaarmaking werden onderworpen. Op aanvraag van de Regering, de gemachtigde ambtenaar of het college van burgemeester en schepenen brengt de overlegcommissie advies uit over alle kwesties die betrekking hebben op de plaatselijke ordening en kan dienaangaande alle nuttige voorstellen formuleren. De Regering bepaalt de samenstelling, de organisatie en de werking van de overlegcommissies in navolging van de volgende beginselen : 1° de vertegenwoordiging van de gemeenten;2° de vertegenwoordiging van de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij van Brussel;3° de aanwijzing van het bestuur van de stedebouw en de ruimtelijke ordening naast die van de betrokken gewestelijke besturen als leden van de commissies;4° het horen van de natuurlijke of rechtspersonen die erom vragen tijdens het openbaar onderzoek;5° de onthouding van de leden van de overlegcommissies over de vergunnings- of attestaanvragen die uitgaan van het orgaan dat zij vertegenwoordigen met uitzondering van de beambten van het bestuur van de stedebouw en de ruimtelijke ordening;6° de terbeschikkingstelling voor de bevolking van een register met de notulen van de vergaderingen en met de door de commissies uitgebrachte adviezen.
(18)Art. 10.De Regering bepaalt onder welke voorwaarden aan de gemeenten subsidies worden verleend voor de werking van de overlegcommissies.
(20)Afdeling III. - De Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen Art. 11.§ 1. Er wordt een Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen opgericht. Haar opdracht bestaat erin de adviezen te verstrekken die door of krachtens dit Wetboek
(22)zijn vereist. Zij kan eveneens de Regering op aanvraag van deze laatste of op eigen initiatief, van advies dienen over iedere aangelegenheid die betrekking heeft op een goed dat tot het onroerende erfgoed behoort. Zij kan haar eveneens aanbevelingen doen voor het

beleid inzake de problematiek van het behoud. Ter uitvoering van de bevoegdheden inzake advies en aanbevelingen die haar krachtens de voorgaande leden zijn toegekend, verzekert de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen het behoud van de goederen die onder het onroerend erfgoed vallen, die ingeschreven zijn op de bewaarlijst of beschermd zijn te verzekeren en te waakt ze over hun herbestemming wanneer ze niet uitgebaat of niet gebruikt worden. §

  1. De Regering stelt de samenstelling, de organisatie en de regels van onverenigbaarheid van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen vast en past daarbij de volgende principes toe :
  2. De Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen is samengesteld uit 18 leden die door de Regering benoemd worden.Twaalf worden gekozen op basis van een dubbele lijst die door de Hoofdstedelijke Raad voorgelegd wordt en zes worden gekozen op de voordracht van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen.
  3. De Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen is samengesteld uit leden die afkomstig zijn van alle kringen die bij het behoud betrokken zijn, verenigingen inbegrepen. De leden van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen zijn bekend om hun bekwaamheid inzake het behoud van het onroerende erfgoed. Elk van de volgende vakgebieden is vertegenwoordigd : natuurlijk erfgoed, archeologie, historisch onderzoek, architecturaal erfgoed, restauratietechnieken. Bovendien omvat de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen ten minste een licentiaat of doctor in de archeologie en kunstgeschiedenis, een licentiaat of doctor in de geschiedenis en een architect.
  4. De leden van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen worden benoemd voor een vernieuwbaar mandaat van zes jaar.
  5. De Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen wordt om de drie jaar voor de helft vernieuwd. §
  6. De Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen keurt een huishoudelijk reglement goed dat ze ter goedkeuring voorlegt aan de Regering. De adviezen, de opmerkingen, aanbevelingen en suggesties van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, worden bij gewone meerderheid van de aanwezige leden geformuleerd. Behalve voor adviezen mag de minderheid haar mening laten opnemen in de notulen. §
  7. De Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen wordt bijgestaan door een vast secretariaat. De Regering wijst de ambtenaren van de Administratie van het Erfgoed aan die belast worden met dit secretariaat. Het secretariaat heeft met name als taak het secretariaat en de interne administratie van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen te verzekeren.

(24)HOOFDSTUK V. - Stedenbouwkundig college Art. 12.Er wordt een Stedenbouwkundig College opgericht dat bevoegd is voor de behandeling van beroepen tegen de beslissingen van het college van burgemeester en schepenen of van de gemachtigde ambtenaar, overeenkomstig afdeling VII van hoofdstuk III, titel IV. Het Stedenbouwkundig College bestaat uit negen deskundigen benoemd door de Regering op een dubbele lijst van kandidaten voorgedragen door de Brusselse Hoofdstedelijke Raad. De mandaten worden voor zes jaar toegekend en zijn hernieuwbaar. Het Stedenbouwkundig College wordt om de drie jaar vernieuwd voor de helft. De Regering bepaalt de organisatie en de werking van het Stedenbouwkundig College, de vergoeding van zijn leden alsmede de onverenigbaarheidsregels. Het secretariaat wordt door ambtenaren van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest waargenomen.
(26)TITEL II. - PLANNING HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Art. 13.De ontwikkeling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de ordening van zijn grondgebied wordt bepaald voor de volgende plannen :
  1. het gewestelijk ontwikkelingsplan;
  2. het gewestelijk bestemmingsplan;
  3. de gemeentelijke ontwikkelingsplannen;
  4. het bijzonder bestemmingsplan.
(28)Art. 14.De Regering erkent de natuurlijke dan wel privaat- of publiekrechtelijke rechtspersonen die door de gemeenteraad kunnen worden aangewezen om mee te werken aan het opmaken van de gemeentelijke ontwikkelingsplannen en van de bijzondere bestemmingsplannen en die in het kader van de uitwerking van een bijzonder bestemmingsplan of van een gemeentelijk ontwikkelingsplan belast kunnen worden met de evaluatie van de effecten. Ze bepaalt de voorwaarden van deze erkenning.
(30)Art. 15.De Regering bepaalt onder welke voorwaarden door het Gewest subsidies worden verleend voor het uitwerken van de gemeentelijke plannen.
(32)HOOFDSTUK II. - Gewestelijk ontwikkelingsplan Afdeling I. -

Art. 16

.De Brusselse Hoofdstedelijke Regering stelt een gewestelijk ontwikkelingsplan vast dat van toepassing is op het volledig Brussels Hoofdstedelijk grondgebied. Binnen de zes maanden die volgen op de maand van de installatie van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad maakt de Regering een rapport over haar intentie om over te gaan tot een eventuele volledige of gedeeltelijke wijziging van het gewestelijk ontwikkelingsplan ter informatie over aan de Brusselse Hoofdstedelijke Raad.

(34)Afdeling II. - Inhoud Art. 17.Het gewestelijk ontwikkelingsplan is een instrument voor de globale planning van de gewestelijke ontwikkeling in het kader van de duurzame ontwikkeling. Het bepaalt : 1° de algemene en sectorale doelstellingen evenals de ontwikkelingsprioriteiten, met inbegrip van die inzake ruimtelijke ordening, vereist door de economische, sociale, culturele behoeften en die inzake verplaatsingen en milieu;2° de transversaal en sectoraal in te zetten middelen om de alzo gedefinieerde doelstellingen en prioriteiten te bereiken, met name door de kaartsgewijze voorstelling van sommige van die maatregelen;3° de vaststelling van de prioritaire interventiegebieden van het Gewest;4° in voorkomend geval de aan de normatieve bepalingen, plannen en programma's die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kunnen worden toegepast in functie van de alzo gepreciseerde doelstellingen en middelen, aan te brengen wijzigingen.
(36)Afdeling III. - Uitwerkingsprocedure Art. 18.§
  1. De Regering maakt het ontwerp van gewestelijk ontwikkelingsplan op en maakt een milieu-effectenrapport. Daartoe werkt de Regering een ontwerp-bestek van een milieueffectenrapport betreffende het geplande project uit. Het milieu-effectenrapport bevat de in bijlage C van dit Wetboek opgesomde informatie. De Regering legt het ontwerp-bestek van het milieueffectenrapport voor advies voor aan de Gewestelijke Commissie, aan het Bestuur en aan het Brussels Instituut voor Milieubeheer. De adviezen slaan op de omvang en de nauwkeurigheid van de informatie die het rapport moet bevatten. De adviezen worden overgemaakt binnen de dertig dagen na de aanvraag van de Regering. Bij ontstentenis worden de adviezen geacht gunstig voor het ontwerp-bestek te zijn. In het licht van de over het ontwerp-bestek van het milieueffectenrapport uitgebrachte adviezen, legt de Regering het bestek van dit rapport vast rekening houdend met de informatie die redelijkerwijze gevraagd kan worden, met de bestaande know-how en evaluatiemethoden, met de nauwkeurigheidsgraad van het plan, en met het feit dat bepaalde aspecten ervan geïntegreerd moeten kunnen worden op een ander planologisch niveau waar het verkieslijk kan zijn de evaluatie te maken om een herhaling ervan te vermijden. §
  2. Op verzoek van de Regering en binnen de door haar vastgestelde termijn, brengt elk gewestelijk bestuur en elke gewestelijke instelling van openbaar nut die elementen naar voren die tot haar bevoegdheid behoren met name ten aanzien van het ontwerp-bestek van het milieueffectenrapport. De Regering voegt aan het ontwerpplan de lijst van deze besturen en instellingen toe. De Regering brengt de Gewestelijke Commissie regelmatig op de hoogte van de evolutie van de voorafgaande studies, en deelt haar de resultaten ervan mee. De Gewestelijke Commissie kan op elk ogenblik opmerkingen maken of suggesties voordragen die zij nuttig acht. §
  3. De Regering stelt het ontwerp-plan en het milieueffectenrapport vast en deelt deze onverwijld mede aan de Brusselse Hoofdstedelijke Raad, samen met de eventuele, onder de tweede paragraaf bedoelde opmerkingen of suggesties. Het ontwerp-plan treedt in werking vijftien dagen na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. De Regering keurt het ontwerp van plan goed dat in werking treedt in de loop van het kalenderjaar dat volgt op dat van de installatie van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad. §
  4. De Regering onderwerpt het ontwerp-plan en het milieueffectenrapport aan een openbaar onderzoek. De documenten die aan een openbaar onderzoek onderworpen worden omvatten de delen van het vigerende plan die niet gewijzigd zijn. Het openbaar onderzoek wordt aangekondigd door aanplakking in elke gemeente van het Gewest, door een bericht in het Belgisch Staatsblad en in ten minste drie Nederlandstalige en drie Franstalige dagbladen die in het Gewest worden verspreid, alsmede door een mededeling op radio en televisie volgens de door de Regering bepaalde regels. In deze aankondiging worden de begin- en einddatum van het onderzoek vermeld. Na deze aankondigingen wordt het ontwerp-plan en het milieueffectenrapport gedurende zestig dagen ter inzage van de bevolking neergelegd in het gemeentehuis van elke gemeente van het Gewest. De bezwaren en opmerkingen, waarvan door de indiener een afschrift aan het college van burgemeester en schepenen van de betrokken gemeenten kan worden gestuurd, worden aan de Regering toegezonden binnen de termijn van het onderzoek bij een ter post aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs. De Regering deelt aan de Brusselse Hoofdstedelijke Raad binnen dertig dagen na de sluiting van het openbaar onderzoek een afschrift van de bezwaren en opmerkingen mede. De Regering legt, gelijktijdig met het onderzoek, het ontwerp-plan en het milieueffectenrapport voor advies voor aan het Bestuur en aan het Brussels Instituut voor Milieubeheer. Het advies wordt overgemaakt binnen de vijfenveertig dagen na de aanvraag van de Regering. Eens de termijn vervallen wordt het niet uitgebrachte advies geacht gunstig te zijn. Na het verstrijken van de termijn van het onderzoek beschikken de gemeenteraden en de adviesorganen, waarvan de lijst door de Regering wordt vastgesteld, over een termijn van zestig dagen om hun advies uit te brengen en het aan de Regering mede te delen. Na deze termijn worden de niet uitgebrachte adviezen geacht gunstig te zijn. De Regering deelt aan de Brusselse Hoofdstedelijke Raad binnen de vijftien dagen na het verstrijken van deze termijn een exemplaar van deze adviezen mede. §
  5. Samen met het milieueffectenrapport, de bezwaren, de opmerkingen en de adviezen wordt het ontwerp-plan door de Regering aan de Gewestelijke Commissie voorgelegd. De Gewestelijke Commissie brengt haar advies uit en deelt het mede aan de Regering binnen negentig dagen na ontvangst van het volledige dossier, bij ontstentenis waarvan haar advies gunstig wordt geacht. Indien op het ogenblik dat de Gewestelijke Commissie haar advies moet uitbrengen zij niet geldig samengesteld is bij gebreke van de aanwijzing van haar leden binnen de bij artikel 7 bepaalde termijn, gaat de termijn van negentig dagen in vanaf de aanwijzing van haar leden. De Regering deelt aan de Brusselse Hoofdstedelijke Raad een exemplaar van dit advies mede binnen vijftien dagen na ontvangst ervan. Minstens de helft van de termijn van negentig dagen valt buiten de schoolvakantieperioden. §
  6. Wanneer het ontwerp-plan belangrijke gevolgen kan hebben voor het milieu van een ander Gewest, van een andere lid-Staat van de Europese Unie of van een andere Staat-medeondertekenaar van het Verdrag van Espoo van 25 februari 1991 inzake milieu-effectrapportage in grensoverschrijdend verband, wordt het ontwerp-plan, samen met het milieueffectenrapport en de eventuele informatie over de grensoverschrijdende effecten overgemaakt aan de bevoegde autoriteiten van dit Gewest, van deze andere lid-Staat van de Europese Unie of van deze andere Staat-medeondertekenaar van het verdrag van Espoo. De Regering bepaalt : 1° de instanties die belast zijn met het overmaken van de documenten aan de in voorgaand lid bedoelde autoriteiten;2° de modaliteiten volgens welke de bevoegde autoriteiten van Gewesten of Staten die getroffen kunnen worden, mogen deelnemen aan de evaluatieprocedure van de milieu-effecten;3° de modaliteiten volgens welke het plan, de onder paragraaf 4, vierde lid en in paragraaf 5, eerste lid van dit artikel bedoelde uitgebrachte adviezen en de in artikel 22 gedefinieerde afhandelingsmodaliteiten aan de onder voorgaand lid bedoelde autoriteiten worden overgemaakt.
(38)Art. 19.Binnen twaalf maanden volgend op de goedkeuring van het ontwerp-plan, stelt de Regering het plan definitief vast dat, in de motivering, samenvat hoe de milieuoverwegingen in het plan geïntegreerd werden en hoe het milieueffectenrapport en de adviezen, bezwaren en opmerkingen aangaande het ontwerp-plan in overweging werden genomen evenals de redenen die geleid hebben tot de keuze van het plan zoals het werd goedgekeurd, rekening houdend met de overwogen andere redelijke oplossingen. De Regering deelt het plan onverwijld aan de Brusselse Hoofdstedelijke Raad mede. Wanneer de Regering van het advies van de Gewestelijke Commissie afwijkt, wordt haar beslissing met redenen omkleed. Het besluit van de Regering houdende goedkeuring van het plan wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt, waarbij tevens het advies van de Gewestelijke Commissie wordt afgedrukt, en de in artikel 22
(40)gedefinieerde afhandelingsmodaliteiten van het plan gepreciseerd worden. Het plan treedt in werking vijftien dagen na zijn bekendmaking. Binnen drie dagen na deze bekendmaking ligt het volledige plan ter beschikking van de bevolking in elk gemeentehuis. Binnen dezelfde termijn wordt het plan overgemaakt aan de Gewestelijke Commissie en aan de in de uitwerkingsprocedure van het ontwerp-plan geraadpleegde organismen en besturen.
(42)Afdeling IV. - Wijzigingsprocedure Art. 20.§
  1. De Regering beslist over de wijziging van het gewestelijk ontwikkelingsplan bij een met redenen omkleed besluit. §
  2. De wijzigingsprocedure is onderworpen aan de bepalingen van de artikelen 18 en
  3. §
  4. Evenwel, wanneer zij meent dat de geplande wijzigingen van ondergeschikt belang zijn en niet van dien aard zijn dat ze een noemenswaardige weerslag op het milieu kunnen hebben rekening houdend met de in bijlage D van dit Wetboek opgesomde criteria, vraagt de Regering het advies van de Gewestelijke Commissie, van het Bestuur en van het Brussels Instituut voor Milieubeheer. De adviezen hebben betrekking op het ontbreken van aanzienlijke effecten van de geplande wijzigingen. De adviezen worden overgemaakt binnen dertig dagen na de aanvraag van de Regering. Bij ontstentenis worden de adviezen geacht gunstig te zijn. Zijn niet van ondergeschikt belang, die wijzigingen die rechtstreeks betrekking hebben op een gebied dat een bestemming gekregen heeft overeenkomstig de richtlijnen 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979 betreffende het behoud van de in het wild levende vogels en 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 betreffende het behoud van de natuurlijke habitat evenals van de ongerepte fauna en flora of die rechtstreeks betrekking hebben op gebieden waarin vestigingen kunnen komen die een risico van zware ongevallen inhouden waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken in de zin van de richtlijn 96/82/EEG van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren verbonden aan de zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, of die de inschrijving voorzien, in het plan, van gebieden die voor huisvesting bestemd zijn, door het publiek worden bezocht en een bijzonder natuurlijk belang inhouden, of die verbindingswegen omvatten en die in de nabijheid zijn gelegen van dergelijke vestigingen of van gebieden waarin ze zijn toegelaten. In het licht van de uitgebrachte adviezen bepaalt de Regering, in een met redenen omklede beslissing, of de planwijziging het voorwerp van een milieu-effectenrapport moet zijn. In die hypothese stelt de Regering het gewijzigd ontwerp-plan vast dat de weergave is van de onder het voorgaand lid bedoelde beslissing en van haar motivering. De Regering onderwerpt het gewijzigd ontwerp-plan aan een openbaar onderzoek en raadpleging overeenkomstig artikel 18, § 4, en vraagt vervolgens het advies van de Gewestelijke Commissie overeenkomstig artikel 18, §
  5. De Regering stelt het gewijzigd plan definitief vast volgens de modaliteiten van artikel 19 en gaat over tot de in dit artikel bepaalde formaliteiten inzake bekendmaking.
(44)Afdeling V. - Gevolgen van het ontwerp-plan en van het plan Art. 21.Alle bepalingen van het ontwerp-plan en van het plan zijn richtinggevend. Het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, het gewestelijk bestemmingsplan, het ontwerp van gemeentelijk ontwikkelingsplan, het gemeentelijk ontwikkelingsplan en het bijzonder bestemmingsplan kunnen er slechts van afwijken als de redenen hiervoor uitdrukkelijk worden vermeld. Het toekennen door de Regering van hulp aan natuurlijke dan wel privaat- of publiekrechtelijke rechtspersonen mag slechts gebeuren in naleving van de bepalingen van het plan of van het ontwerp-plan. Het gewestelijk ontwikkelingsplan houdt op te golden zodra het nieuwe ontwerp van gewestelijk ontwikkelingsplan in werking is getreden.
(46)Afdeling VI. - Opvolging van het plan Art. 22.De Regering duidt de gemachtigde ambtenaren van het Bestuur Ruimtelijke Ordening en Huisvesting aan, die haar jaarlijks een verslag voorleggen over de follow-up van de belangrijke effecten van de inwerkingtreding van het gewestelijk ontwikkelingsplan op het milieu om met name de onvoorziene negatieve gevolgen in een vroegtijdig stadium te identificeren en van de eventueel aan te brengen correcturen. Deze verslagen worden op het bureau van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad neergelegd en zijn het voorwerp van een voor het publiek toegankelijke publicatie.
(48)HOOFDSTUK III. - Gewestelijk bestemmingsplan Afdeling I. -

Art. 23.Het gewestelijk bestemmingsplan is van toepassing op het volledige grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

(50)Afdeling II. - Inhoud Art. 24.Het gewestelijk bestemmingsplan gaat uit van de richtsnoeren van het gewestelijk ontwikkelingsplan dat van kracht is op de dag dat het wordt goedgekeurd. Het vermeldt : 1° de bestaande rechts- en feitelijke toestand;2° de algemene bestemming van de verschillende delen van het grondgebied en de voorschriften die erop betrekking hebben;3° de maatregelen van aanleg voor de belangrijkste verkeerswegen;4° de delen waar een bijzondere bescherming gerechtvaardigd is om culturele, sociale, historische, esthetische of economische redenen of om redenen van milieubescherming. Het kan de wijzigingen vermelden die moeten worden aangebracht aan de gemeentelijke ontwikkelingsplannen en aan de bijzondere bestemmingsplannen. Het kan bovendien voorschriften betreffende de plaatsing en de omvang van de bouwwerken en voorschriften van esthetische aard bevatten.
(52)Afdeling III. - Uitwerkingsprocedure Art. 25.§
  1. De Regering maakt het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan op en maakt een milieueffectenrapport. Daartoe werkt de Regering een ontwerp-bestek uit van een milieueffectenrapport betreffende het geplande project. Het milieueffectenrapport bevat de in bijlage C van dit Wetboek opgesomde informatie. De Regering legt het ontwerp-bestek van het milieueffectenrapport voor advies voor aan de Gewestelijke Commissie, aan het Bestuur en aan het Brussels Instituut voor Milieubeheer. De adviezen slaan op de omvang en de nauwkeurigheid van de informatie die het rapport moet bevatten. De adviezen worden overgemaakt binnen dertig dagen na de aanvraag van de Regering. Bij ontstentenis worden de adviezen geacht gunstig voor het ontwerp-bestek te zijn. In het licht van de over het ontwerp-bestek van het milieueffectenrapport uitgebrachte adviezen, legt de Regering het bestek van dit rapport vast rekening houdend met de informatie die redelijkerwijze gevraagd kan worden, met de bestaande know-how en evaluatiemethoden, met de nauwkeurigheidsgraad van het plan, en met het feit dat bepaalde aspecten ervan geïntegreerd moeten kunnen worden op een ander planologisch niveau waar het verkieslijk kan zijn de evaluatie te maken om een herhaling ervan te vermijden. §
  2. Op aanvraag van de Regering en binnen de door haar bepaalde termijn brengt elk gewestelijk bestuur en elke instelling van openbaar nut de elementen naar voren die tot zijn bevoegdheid behoren met name ten aanzien van het ontwerp-bestek van het milieu-effectenrapport. De Regering brengt de Gewestelijke Commissie regelmatig op de hoogte van de evolutie van de voorafgaande studies, en deelt haar de resultaten ervan mee. De Gewestelijke Commissie kan op elk ogenblik opmerkingen maken of suggesties voordragen die zij nuttig acht. §
  3. De Regering stelt het ontwerp-plan en het milieueffectenrapport vast en deelt ze onverwijld mede aan de Brusselse Hoofdstedelijke Raad samen met de in paragraaf 2 bedoelde eventuele opmerkingen of suggesties. Het ontwerp-plan wordt van kracht vijftien dagen nadat het in het Belgisch Staatsblad werd bekendgemaakt. §
  4. De Regering onderwerpt het ontwerp-plan en het milieueffectenrapport aan een openbaar onderzoek. Dit onderzoek wordt aangekondigd door aanplakking in elke gemeente van het Gewest, door een bericht in het Belgisch Staatsblad en in ten minste drie Nederlandstalige en drie Franstalige dagbladen die in het Gewest worden verspreid alsmede door een mededeling op radio en televisie volgens de door de Regering bepaalde regels. In deze aankondiging worden de begin- en einddatum van het onderzoek vermeld. Na deze aankondigingen worden het ontwerp-plan en het milieueffectenrapport gedurende zestig dagen ter inzage van de bevolking gelegd in het gemeentehuis van elke gemeente van het Gewest. De bezwaren en opmerkingen, waarvan door de indiener een afschrift aan het college van burgemeester en schepenen van de betrokken gemeenten kan worden gestuurd, worden aan de Regering toegezonden binnen de termijn van het onderzoek bij een ter post aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs. De Regering deelt aan de Brusselse Hoofdstedelijke Raad binnen dertig dagen na de sluiting van het openbaar onderzoek een afschrift van de bezwaren en opmerkingen mede. De Regering legt, gelijktijdig met het onderzoek, het ontwerp-plan en het milieueffectenrapport voor advies voor aan het Bestuur en aan het Brussels Instituut voor Milieubeheer. Het advies wordt overgemaakt binnen vijfenveertig dagen na de aanvraag van de Regering. Eens de termijn vervallen wordt het niet overgemaakt advies geacht gunstig te zijn. Na het verstrijken van de termijn van het onderzoek beschikken de gemeenteraden en de adviesorganen, waarvan de lijst door de Regering wordt vastgesteld, over een termijn van zestig dagen om hun advies uit te brengen en het aan de Regering mede te delen. Na deze termijn worden de niet-uitgebrachte adviezen geacht gunstig te zijn. De Regering deelt aan de Brusselse Hoofdstedelijke Raad binnen vijftien dagen na het verstrijken van deze termijn een exemplaar van deze adviezen mede. §
  5. Samen met het milieu-effectenrapport, de bezwaren, de opmerkingen en de adviezen wordt het ontwerp-plan door de Regering aan de Gewestelijke Commissie voorgelegd. De Gewestelijke Commissie brengt haar advies uit en deelt het mede aan de Regering binnen negentig dagen na ontvangst van het volledige dossier, bij ontstentenis waarvan haar advies gunstig wordt geacht. Indien op het ogenblik dat de Gewestelijke Commissie haar advies moet uitbrengen zij niet geldig is samengesteld bij gebreke aan de aanwijzing van haar leden binnen de bij artikel 7 bepaalde termijn gaat de termijn van negentig dagen in vanaf de aanwijzing van haar leden. De Regering deelt aan de Brusselse Hoofdstedelijke Raad een exemplaar van dit advies mede binnen vijftien dagen na ontvangst ervan. Minstens de helft van de termijn van negentig dagen valt buiten de schoolvakantieperioden. §
  6. Wanneer het ontwerp-plan belangrijke gevolgen kan hebben voor het milieu van een ander Gewest, van een andere lid-Staat van de Europese Unie of van een andere Staat-medeondertekenaar van het Verdrag van Espoo van 25 februari 1991 inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband, wordt het ontwerp-plan, samen met het milieueffectenrapport en de eventuele informatie over de grensoverschrijdende effecten overgemaakt aan de bevoegde autoriteiten van dit Gewest, van deze andere lidstaat van de Europese Unie of van deze andere Staat-medeondertekenaar van het verdrag van Espoo. De Regering bepaalt : 1° de instanties die belast zijn met het overmaken van de documenten aan de in voorgaand lid bedoelde autoriteiten;2° de modaliteiten volgens welke de bevoegde autoriteiten van Gewesten of Staten die getroffen kunnen worden, mogen deelnemen aan de evaluatieprocedure van de milieueffecten;3° de modaliteiten volgens welke het plan, de onder paragraaf 4, vierde lid en in paragraaf 5, eerste lid van dit artikel bedoelde uitgebrachte adviezen en de in artikel 30 bedoelde afhandelingsmodaliteiten aan de onder voorgaand lid bedoelde autoriteiten worden overgemaakt.
(54)Art. 26.Binnen twaalf maanden volgend op de vaststelling van het ontwerp-plan, stelt de Regering het plan definitief vast dat, in de motivering samenvat hoe de milieuoverwegingen in het plan geïntegreerd werden en hoe het milieueffectenrapport en de adviezen, bezwaren en opmerkingen aangaande het ontwerp-plan in overweging werden genomen evenals de redenen die geleid hebben tot de keuze van het plan zoals het werd goedgekeurd, rekening houdend met de overwogen andere redelijke oplossingen. De Regering deelt het plan onverwijld aan de Brusselse Hoofdstedelijke Raad mede. Wanneer de Regering van het advies van de Gewestelijke Commissie afwijkt, wordt haar beslissing met redenen omkleed. Het besluit van de Regering houdende goedkeuring van het plan wordt, samen met het advies van de Gewestelijke Commissie, in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt en preciseert de in artikel 30 gedefinieerde afhandelingsmodaliteiten. Het plan treedt in werking vijftien dagen na zijn bekendmaking. Binnen drie dagen na deze bekendmaking ligt het volledige plan ter beschikking van de bevolking in elk gemeentehuis. Binnen dezelfde termijn wordt het plan overgemaakt aan de Gewestelijke Commissie en aan de in de uitwerkingsprocedure van het ontwerpplan geraadpleegde besturen.
(56)Afdeling IV. - Wijzigingsprocedure Art. 27.§ 1 Wanneer het gewestelijk ontwikkelingsplan aanduidt dat het aangewezen is om het gewestelijk bestemmingsplan te wijzigen, wordt het ontwerp tot wijziging van dit plan aangenomen binnen twaalf maanden na de aanneming van het gewestelijk ontwikkelingsplan. De wijzigingsprocedure is onderworpen aan de bepalingen van de artikelen 25 en
  1. §
  2. Evenwel, wanneer zij meent dat de geplande wijzigingen van ondergeschikt belang zijn en niet van dien aard zijn dat ze een noemenswaardige weerslag op het milieu kunnen hebben rekening houdend met de in bijlage D van dit Wetboek opgesomde criteria, vraagt de Regering het advies van de Gewestelijke Commissie en van het Brussels Instituut voor Milieubeheer. De adviezen hebben betrekking op het ontbreken van noemenswaardige effecten van de geplande wijzigingen. De adviezen worden overgemaakt binnen dertig dagen na de aanvraag van de Regering. Bij ontstentenis worden de adviezen geacht gunstig te zijn. Zijn niet van ondergeschikt belang, die wijzigingen die betrekking hebben op een gebied dat een bestemming gekregen heeft overeenkomstig de richtlijnen 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979 betreffende het behoud van de in het wild levende vogels en 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 betreffende het behoud van de natuurlijke habitat evenals van de ongerepte fauna en flora of die betrekking hebben op gebieden waarin vestigingen kunnen komen die een risico van zware ongevallen inhouden waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken in de zin van de richtlijn 96/82/EEG van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren verbonden aan de zwaarste ongevallen die gevaarlijke substanties inhouden, of die de inschrijving voorzien, in het plan, van gebieden die voor huisvesting bestemd zijn, door het publiek worden bezocht en een bijzonder natuurlijk belang inhouden, of die verbindingswegen omvatten en die in de nabijheid zijn gelegen van dergelijke vestigingen of van gebieden waarin ze zijn toegelaten. In het licht van de uitgebrachte adviezen bepaalt de Regering, in een met redenen omklede beslissing, of de planwijziging het voorwerp van een milieu-effectenrapport moet zijn. In die hypothese stelt de Regering het gewijzigd ontwerp-plan vast dat de weergave van de onder het voorgaand lid bedoelde beslissing en van haar motivering is. De Regering onderwerpt het gewijzigd ontwerp-plan aan een openbaar onderzoek en raadpleging overeenkomstig artikel 25, § 4, en vraagt vervolgens het advies van de Gewestelijke Commissie overeenkomstig artikel 25, §
  3. De Regering stelt het gewijzigd plan definitief vast volgens de modaliteiten van artikel 26 en gaat over tot de in dit artikel bepaalde formaliteiten inzake bekendmaking.
(58)Afdeling V. - Gevolgen van het plan Art. 28.Alle bepalingen van het gewestelijk bestemmingsplan hebben bindende kracht en verordenende waarde. Het blijft van kracht tot wanneer het gedeeltelijk of geheel gewijzigd of opgeheven wordt.
(60)Art. 29.De bepalingen van het gewestelijk bestemmingsplan kunnen beperkingen op het gebruik van de eigendom inhouden, met inbegrip van bouwverbod.
(62)Afdeling VI. - Opvolging van het plan Art. 30.De Regering duidt de gemachtigde ambtenaren van het Bestuur Ruimtelijke Ordening en Huisvesting aan die haar jaarlijks een verslag voorleggen over de follow-up van de belangrijke effecten van de inwerkingtreding van het gewestelijk bestemmingsplan op het milieu om met name de onvoorziene negatieve gevolgen in een vroegtijdig stadium te identificeren en van de eventueel aan te brengen correcturen. Deze verslagen worden op het bureau van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad neergelegd en zijn het voorwerp van een voor het publiek toegankelijke publicatie.
(64)HOOFDSTUK IV. - Gemeentelijk ontwikkelingsplan Afdeling I. -

Art. 31

.Elke gemeente van het Gewest stelt een gemeentelijk ontwikkelingsplan vast dat van toepassing is op haar volledig grondgebied. Binnen zes maanden die volgen op de maand van de installatie van de gemeenteraad legt het college van burgemeester en schepenen een rapport over het nut van het overgaan tot een eventuele volledige of gedeeltelijke wijziging van het gemeentelijk ontwikkelingsplan voor aan de gemeenteraad.

(66)Afdeling II. - Inhoud Art. 32.Het gemeentelijk ontwikkelingsplan kadert, met inachtneming van het gewestelijk bestemmingsplan, in de oriëntaties van het gewestelijk ontwikkelingsplan en vormt een globaal instrument voor de planning van de gemeentelijke ontwikkeling in het kader van de duurzame ontwikkeling. Het bepaalt : 1° de algemene en sectorale doelstellingen evenals de ontwikkelingsprioriteiten, met inbegrip van die inzake ruimtelijke ordening, vereist door de economische, sociale, culturele behoeften en die inzake verplaatsingen en milieu;2° de transversaal en sectoraal in te zetten middelen om de alzo gedefinieerde doelstellingen en prioriteiten te bereiken, met name door de kaartsgewijze uitdrukking van sommige van die maatregelen;3° de vaststelling van de prioritaire interventiegebieden van het gemeente;4° in voorkomend geval de aan de door de gemeente uitgewerkte normatieve bepalingen, plannen en programma's in functie van de alzo gepreciseerde doelstellingen en middelen, aan te brengen wijzigingen. De Regering bepaalt de uitvoeringsmodaliteiten van dit artikel.
(68)Afdeling III. - Uitwerkingsprocedure Art. 33.De gemeenteraad duidt een erkend ontwerper aan en belast hem met het opmaken van het gemeentelijk ontwikkelingsplan en met het opmaken van het milieu-effectenrapport. Hiertoe werkt de projectleider een ontwerp-bestek van een milieueffectenrapport betreffende het geplande project uit en maakt het over aan het college van burgemeester en schepenen. Het milieu-effectenrapport bevat de in bijlage C van dit Wetboek opgesomde informatie. Het college van burgemeester en schepenen legt het ontwerp-bestek van het milieu-effectenrapport ter advies voor aan de Gewestelijke Commissie, aan het Bestuur en aan het Brussels Instituut voor Milieubeheer. De adviezen hebben betrekking op de omvang en de nauwkeurigheid van de informatie die het rapport moet bevatten. De adviezen worden binnen dertig dagen na de aanvraag aan het college van burgemeester en schepenen overgemaakt. Bij ontstentenis worden de adviezen geacht gunstig voor het ontwerp-bestek te zijn. In het licht van de over het ontwerp-bestek van milieu-effectenrapport uitgebrachte adviezen, legt de gemeenteraad het bestek van het milieueffectenrapport vast rekening houdend met de informatie die redelijkerwijze gevraagd kan worden, met de bestaande know-how en evaluatiemethoden, met de nauwkeurigheidsgraad van het plan, en met het feit dat bepaalde aspecten ervan geïntegreerd moeten kunnen worden op een ander planologisch niveau waar het verkieslijk kan zijn de evaluatie te maken om een herhaling ervan te vermijden. Hij brengt die ter kennis van de projectleider.
(70)Art. 34.§
  1. De gemeenteraad neemt voorlopig het ontwerpplan en het milieu-effectenrapport aan en maakt ze over aan de Regering. Het milieu-effectenrapport kan met name gegrond worden op nuttige informatie die tijdens andere, voorheen uitgevoerde milieuevaluaties bekomen werd en, in het bijzonder, ter gelegenheid van de vaststelling van het gewestelijk ontwikkelingsplan, het gewestelijk bestemmingsplan of van een bijzonder bestemmingsplan. §
  2. De Regering keurt het ontwerpplan goed, of weigert dit te doen, binnen zestig dagen na ontvangst ervan. Wanneer zij haar goedkeuring weigert, of bijzondere voorwaarden aan haar goedkeuring verbindt, nodigt de Regering de gemeenteraad uit om haar een nieuw gewijzigd ontwerp-plan voor goedkeuring voor te leggen. Het besluit van de Regering houdende weigering van de goedkeuring wordt met redenen omkleed. Indien de regering binnen de voorgeschreven termijn geen beslissing neemt, wordt het ontwerp-plan geacht te zijn goedgekeurd. Het besluit van de Regering tot goedkeuring van het ontwerpplan of naargelang het geval, het advies van de Regering tot vaststelling dat de goedkeuring van het ontwerpplan geacht wordt te hebben plaatsgevonden, worden bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Het ontwerp-plan wordt van kracht vijftien dagen na deze bekendmaking. §
  3. De gemeenteraad onderwerpt het ontwerp-plan en het milieueffectenrapport aan een openbaar onderzoek. De documenten die aan een openbaar onderzoek onderworpen worden omvatten de delen van het vigerende plan die niet gewijzigd zijn. Het openbaar onderzoek wordt aangekondigd zowel door aanplakking als door een bericht in het Belgisch Staatsblad en in ten minste drie Nederlandstalige en drie Franstalige dagbladen, die in het Gewest worden verspreid volgens de door de Regering bepaalde regels. Het ontwerp-plan en het milieueffectenrapport worden vervolgens gedurende vijfenveertig dagen in het gemeentehuis ter inzage gelegd van de bevolking. Het begin en het einde van deze termijn worden in de aankondiging aangegeven. De bezwaren en opmerkingen worden binnen deze termijn aan het college van burgemeester en schepenen ter kennis gebracht en bij het proces-verbaal van sluiting van het onderzoek gevoegd. Dit proces-verbaal wordt door het college opgemaakt binnen vijftien dagen na het verstrijken van de termijn.
(72)Art. 35.§
  1. Het college van burgemeester en schepenen legt, gelijktijdig met het onderzoek, het ontwerpplan en het milieu-effectenrapport voor advies voor aan het Bestuur en aan het Brussels Instituut voor Milieubeheer. De adviezen worden overgemaakt binnen dertig dagen na de aanvraag van het college van burgemeester en schepenen. Eens de termijn vervallen worden de niet uitgebrachte adviezen geacht gunstig te zijn. §
  2. Het ontwerp-plan, vergezeld van het milieu-effectenrapport, wordt samen met de bezwaren, opmerkingen en het proces-verbaal van afsluiting van het openbaar onderzoek, binnen twintig dagen na de afsluiting van het onderzoek aan de Gewestelijke Commissie voorgelegd. Die raadpleegt de besturen en instanties waarvan de Regering de lijst vaststelt. Die besturen en instanties brengen hun advies uit binnen dertig dagen na de aanvraag van de Gewestelijke Commissie. Bij ontstentenis van advies binnen die termijn, worden die besturen en instanties geacht een gunstig advies gegeven te hebben. Minstens de helft van de termijn van dertig dagen valt buiten de schoolvakantieperioden. De Gewestelijke Commissie brengt advies uit binnen negentig dagen na ontvangst van het volledig dossier, zoniet wordt dit advies als gunstig beschouwd. Indien op het ogenblik dat de Gewestelijke Commissie haar advies moet uitbrengen, zij niet geldig is samengesteld bij gebreke van aanwijzing van haar leden binnen de onder artikel 7 voorgeschreven termijn, gaat de termijn van negentig dagen in vanaf de aanwijzing van haar leden. Ten minste de helft van de termijn van negentig dagen valt buiten de perioden van de schoolvakanties. §
  3. Wanneer het ontwerp-plan belangrijke gevolgen kan hebben voor het milieu van een ander Gewest, van een andere lidstaat van de Europese Unie of van een andere Staat-medeondertekenaar van het Verdrag van Espoo van 25 februari 1991 inzake milieu-effectrapportage in grensoverschrijdend verband, wordt het ontwerp-plan, samen met het milieueffectenrapport en de eventuele informatie over de grensoverschrijdende effecten overgemaakt aan de bevoegde autoriteiten van dit Gewest, van deze andere lid-Staat van de Europese Unie of van deze andere Staat-medeondertekenaar van het verdrag van Espoo. De Regering bepaalt : 1° de instanties die belast zijn met het overmaken van de documenten aan de in voorgaand lid bedoelde autoriteiten;2° de modaliteiten volgens welke de bevoegde autoriteiten van Gewesten of Staten die getroffen kunnen worden, mogen deelnemen aan de evaluatieprocedure van de milieueffecten;3° de modaliteiten volgens welke het plan, de onder de paragrafen 1 en 2 van dit artikel bedoelde uitgebrachte adviezen en de in artikel 39 gedefinieerde afhandelingsmodaliteiten aan de onder het voorgaand lid bedoelde autoriteiten worden overgemaakt. §
  4. Binnen zestig dagen na het advies van de Gewestelijke Commissie neemt de gemeenteraad, na kennis te hebben genomen van de uitslag van het onderzoek en van het advies, het plan definitief aan. Wanneer de beslissing van de gemeenteraad van het advies van de Gewestelijke Commissie afwijkt, wordt deze met redenen omkleed. In de motivering vat het plan samen hoe de milieuoverwegingen in het plan geïntegreerd werden en hoe het milieu-effectenrapport en de adviezen, bezwaren en opmerkingen aangaande het ontwerp-plan in overweging werden genomen evenals de redenen die geleid hebben tot de keuze van het plan zoals het werd goedgekeurd, rekening houdend met de overwogen andere redelijke oplossingen.
(74)Art. 36.Het gemeentelijk ontwikkelingsplan wordt goedgekeurd door de Regering. De Regering verleent haar goedkeuring binnen twee maanden na ontvangst van het volledig dossier. Deze termijn kan door een met redenen omkleed besluit met twee maanden worden verlengd. Bij ontstentenis van kennisgeving van de beslissing van de Regering binnen deze termijnen kan het college van burgemeester en schepenen bij een ter post aangetekende brief een aanmaning aan de Regering toezenden. Indien het college van burgemeester en schepenen na het verstrijken van een nieuwe termijn van twee maanden met ingang van de afgifte bij de post van de aangetekende brief met de aanmaning, geen kennisgeving van de beslissing van de Regering heeft ontvangen, wordt het plan geacht goedgekeurd te zijn. Het besluit van de Regering houdende weigering van de goedkeuring wordt met redenen omkleed. Het besluit van de Regering houdende goedkeuring van het plan wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Het plan treedt in werking vijftien dagen na zijn bekendmaking. Het volledig plan en het advies van de Gewestelijke Commissie liggen, binnen drie dagen na die bekendmaking, ter beschikking van de bevolking in het gemeentehuis. Binnen diezelfde termijn wordt het volledig plan aan de Gewestelijke Commissie en aan de in de uitwerkingsprocedure van het ontwerpplan geraadpleegde instanties en besturen overgemaakt. Het terbeschikkingstellen aan het publiek en het overmaken van de plannen aan de in het voorgaand lid bedoelde overheden preciseren de in artikel 39 gedefinieerde afhandelingsmodaliteiten.
(76)Afdeling IV. - Wijzigingsprocedure Art. 37.§
  1. De gemeenteraad wijzigt het gemeentelijk ontwikkelingsplan ofwel op eigen initiatief, mits toelating van de Regering, ofwel op een met redenen omkleed verzoek van deze laatste. §
  2. De wijzigingsprocedure wordt aan de bepalingen van de artikelen 33 tot 36 onderworpen. §
  3. Evenwel, wanneer zij meent dat de geplande wijzigingen van ondergeschikt belang zijn en niet van dien aard zijn dat ze een noemenswaardige weerslag op het milieu kunnen hebben rekening houdend met de in bijlage D van dit Wetboek opgesomde criteria, vraagt de gemeenteraad het advies van de Gewestelijke Commissie, van het Bestuur en van het Brussels Instituut voor Milieubeheer. De adviezen hebben betrekking op het ontbreken van aanzienlijke effecten van de geplande wijzigingen. De adviezen worden binnen dertig dagen na de aanvraag aan het college van burgemeester en schepenen overgemaakt. Bij ontstentenis worden de adviezen geacht gunstig te zijn. Zijn niet van ondergeschikt belang, die wijzigingen die betrekking hebben op een gebied dat een bestemming gekregen heeft overeenkomstig de richtlijnen 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979 betreffende het behoud van de in het wild levende vogels en 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 betreffende het behoud van de natuurlijke habitat evenals van de ongerepte fauna en flora of die betrekking hebben op gebieden waarin vestigingen kunnen komen die een risico voor zware ongevallen inhouden waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken in de zin van de richtlijn 96/82/EEG van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren verbonden aan de zwaarste ongevallen die gevaarlijke substanties inhouden of die de inschrijving voorzien, in het plan, van gebieden die voor huisvesting bestemd zijn, door het publiek worden bezocht en een natuurlijk belang inhouden, of die verbindingswegen omvatten en die in de nabijheid zijn gelegen van dergelijke vestigingen of van gebieden waarin ze zijn toegelaten. In het licht van de uitgebrachte adviezen bepaalt de gemeenteraad, in een met redenen omklede beslissing, of het gewijzigde ontwerp-plan niet het voorwerp van een milieueffectenrapport moet zijn. In die hypothese stelt de gemeenteraad het gewijzigd ontwerp-plan vast die de weergave is van de onder het voorgaand lid bedoelde beslissing en van haar motivering. Hij belast het college van burgemeester en schepenen ermee het te onderwerpen aan een openbaar onderzoek en raadpleging overeenkomstig artikelen 34, § 3 en 35, § 1, en vraagt vervolgens het advies van de Gewestelijke Commissie overeenkomstig artikel 35, § 2.
(78)Binnen zestig dagen na het advies van de Gewestelijke Commissie stelt de gemeenteraad het gewijzigd plan definitief vast en motiveert zijn beslissing wanneer die afwijkt van het advies van de Gewestelijke Commissie. De Regering keurt het gewijzigd plan goed overeenkomstig artikel 36. Het besluit van de Regering en het gewijzigd plan zijn het voorwerp van de in dit artikel bepaalde formaliteiten inzake bekendmaking.
(80)Afdeling V. - Gevolgen van het ontwerpplan en van het plan Art. 38.Het ontwerp-plan en het plan zijn richtinggevend in al hun bepalingen. Het bijzonder bestemmingsplan mag er slechts van afwijken als de redenen hiervoor uitdrukkelijk worden vermeld. Het toekennen van hulp aan natuurlijke dan wel privaat- of publiekrechtelijke rechtspersonen mag slechts gebeuren in naleving van de bepalingen van het plan of van het ontwerp-plan. Het gemeentelijke ontwikkelingsplan houdt op te gelden zodra het nieuwe ontwerp van gemeentelijk ontwikkelingsplan aangenomen door de gemeenteraad, in werking is getreden.
(82)Afdeling VI. - Opvolging van het plan Art. 39.Het college van burgemeester en schepenen legt om de drie jaar een rapport over de follow-up van de belangrijke effecten van de inwerkingtreding van de gemeentelijke ontwikkelingsplannen op het milieu voor aan de gemeenteraad om met name de onvoorziene negatieve gevolgen in een vroegtijdig stadium te identificeren en over de eventueel aan te brengen correcturen. Het publiek wordt op de hoogte gebracht volgens de modaliteiten voorzien in artikel 112 van de nieuwe gemeentewet.
(84)HOOFDSTUK V. - Bijzonder bestemmingsplan Afdeling I. -

Art. 40

.Elke gemeente van het Gewest neemt hetzij uit eigen beweging, hetzij binnen de termijn die haar door de Regering wordt opgelegd, bijzondere bestemmingsplannen aan.

(86)Afdeling II. - Inhoud Art. 41.Het bijzonder bestemmingsplan geeft een nadere omschrijving van het gewestelijk bestemmingsplan, gaat uit van de richtsnoeren van het gemeentelijk ontwikkelingsplan en vult ze aan. Het vermeldt onder meer voor het gedeelte van het gemeentelijk grondgebied dat het bestrijkt : 1° de bestaande rechts- en feitelijke toestand;2° de gedetailleerde bestemming van de verschillende gebieden en de voorschriften die erop betrekking hebben;3° de voorschriften met betrekking tot de plaatsing en de omvang van de bouwwerken;4° de voorschriften inzake de esthetische aard van de bouwwerken en hun omgeving;5° het tracé en de maatregelen van aanleg van de verkeerswegen en de voorschriften die erop betrekking hebben. Het plan kan de voor zijn realisatie noodzakelijke omstandigheden, de omvang en de bestemming van de stedenbouwkundige lasten bepalen, overeenkomstig de artikelen 100 en 112. Bij het plan wordt een memorie van toelichting, zonder verordenende waarde gevoegd, en in voorkomend geval, het milieu-effectenrapport, en een bijlage die indien nodig de bepalingen vermeldt die krachtens artikel 42 van het gewestelijk bestemmingsplan
(88)afwijken. De Regering stelt de nadere regels voor de uitvoering van dit artikel vast.
(90)Art. 42.Het bijzonder bestemmingsplan mag afwijken van het vigerende gewestelijk bestemmingsplan, mits behoorlijk met redenen omkleed en onder de volgende voorwaarden : 1° er mag geen afbreuk worden gedaan aan de wezenlijke elementen van het gewestelijk bestemmingsplan noch aan de bepalingen van dit plan die de aan de bijzondere bestemmingsplannen aan te brengen wijzigingen aanduiden;2° de afwijking moet gegrond zijn op economische, sociale, culturele of milieubehoeften die niet bestonden op het ogenblik dat het gewestelijk bestemmingsplan werd vastgesteld of goedgekeurd;3° er moet worden aangetoond dat de nieuwe bestemming beantwoordt aan de bestaande feitelijke mogelijkheden van aanleg. In dergelijk geval houden de bepalingen van het gewestelijk bestemmingsplan waarvan wordt afgeweken op te gelden.
(92)Afdeling III. - Uitwerkingsprocedure Art. 43.§
  1. De ontwerpen van bijzondere bestemmingsplannen en de herziening ervan die aanzienlijk gevolgen kunnen hebben op het milieu, worden onderworpen aan een milieu-effectenrapport. Het milieueffectenrapport bevat de in bijlage C van dit Wetboek opgesomde informatie. §
  2. Evenwel wanneer hij, rekening houdend met de in bijlage D van dit Wetboek opgesomde criteria meent dat het geplande bijzonder bestemmingsplan of de herziening ervan niet van die aard is aanzienlijke gevolgen te kunnen hebben voor het milieu, kan de gemeenteraad, overeenkomstig de in artikel 44, vastgelegde procedure, beslissen dat het plan niet aan een milieu-effectenrapport onderworpen moet worden. Wordt verondersteld aanzienlijk afbreuk te kunnen doen aan het milieu, het bijzonder bestemmingsplan voorzien in de perimeter waarbinnen een gebied gelegen is dat aangeduid is overeenkomstig de richtlijnen 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979 betreffende het behoud van de in het wild levende vogels en 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 betreffende het behoud van de natuurlijke habitat evenals van de ongerepte fauna en flora of die betrekking hebben op gebieden waarin vestigingen kunnen komen die een belangrijk risico kunnen inhouden voor personen, goederen of het milieu in de zin van de richtlijn 96/82/EEG van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren verbonden aan de zwaarste ongevallen die gevaarlijke substanties inhouden of die de inschrijving voorzien, in het plan, van gebieden die voor huisvesting bestemd zijn, door het publiek worden bezocht en een natuurlijk belang inhouden, of die verbindingswegen omvatten en die in de nabijheid zijn gelegen van dergelijke vestigingen of van gebieden waarin ze zijn toegelaten.
(94)Art. 44.Wanneer hij meent, overeenkomstig artikel 43, § 2, eerste lid, dat het geplande bijzonder bestemmingsplan of de herziening ervan niet van dien aard zijn dat zij aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen hebben, vraagt de gemeenteraad het advies van het Bestuur en van het Brussels Instituut voor Milieubeheer. De adviezen hebben betrekking op het ontbreken van aanzienlijke effecten van het geplande plan. De adviezen worden binnen dertig dagen van de aanvraag aan het college van burgemeester en schepenen overgemaakt. Bij ontstentenis worden de adviezen geacht gunstig te zijn. In het licht van de uitgebrachte adviezen bepaalt de gemeenteraad, in een met redenen omklede beslissing, of het ontwerp-plan niet het voorwerp van een milieu-effectenrapport moet zijn. In die hypothese wordt de procedure voortgezet overeenkomstig de artikelen 48 tot 50.
(96)Art. 45.Wanneer het ontwerp-plan aan een effectenevaluatie onderworpen is, duidt de gemeenteraad een erkend projectleider aan die hij belast met de uitwerking en de realisatie van het milieu-effectenrapport. De projectleider maakt een ontwerp-bestek op van het milieueffectenrapport betreffende het geplande project en maakt het over aan het college van burgemeester en schepenen. Het college van burgemeester en schepenen legt het voorontwerp van bestek van het milieu-effectenrapport voor advies voor aan de Gewestelijke Commissie, aan het Bestuur en aan het Brussels Instituut voor Milieubeheer. De adviezen slaan op de omvang en de nauwkeurigheid van de informatie die het rapport moet bevatten. De adviezen worden overgemaakt binnen dertig dagen na de aanvraag van het college van burgemeester en schepenen. Bij ontstentenis worden de adviezen geacht gunstig voor het voorontwerp van bestek te zijn. In het licht van de over het ontwerp-bestek van het milieu-effectenrapport uitgebrachte adviezen, legt het college van burgemeester en schepenen het ontwerp-bestek van dit rapport vast rekening houdend met de informatie die redelijkerwijze gevraagd kan worden, met de bestaande know-how en evaluatiemethoden, met de nauwkeurigheidsgraad van het plan, en met het feit dat bepaalde aspecten ervan geïntegreerd moeten kunnen worden op een ander planologisch niveau waar het verkieslijk kan zijn de evaluatie te maken om een herhaling ervan te vermijden.
(98)Art. 46.§
  1. De Regering bepaalt de samenstelling van het begeleidingscomité waarin minstens één vertegenwoordiger van iedere gemeente op wier grondgebied het project moet worden uitgevoerd, één vertegenwoordiger van het Brussels Instituut voor Milieubeheer en één vertegenwoordiger van het Bestuur zetelt. De Regering bepaalt de werking van het begeleidingscomité, alsook de onverenigbaarheidsregels. Het begeleidingscomité wordt ermee belast de procedure tot uitvoering van de milieu-effectenrapport te volgen. Het secretariaat van het begeleidingscomité wordt door het Bestuur waargenomen. §
  2. De Regering informeert het college van burgemeester en schepenen en het bestuur over de beslissing van samenstelling van het begeleidingscomité. Binnen tien dagen na ontvangst van die beslissing, roept het Bestuur het begeleidingscomité samen en deelt hem de beslissing van aanstelling van de projectleider en het ontwerp-bestek van het milieueffectenrapport mede. Binnen tien dagen na ontvangst van deze documenten : 1° spreekt het begeleidingscomité zich uit over de keuze van de projectleider;2° legt het begeleidingscomité het bestek van het milieu-effectenrapport definitief vast rekening houdend met de informatie die redelijkerwijze gevraagd kan worden, met de bestaande know-how en evaluatiemethoden, met de nauwkeurigheidsgraad van het plan, en met het feit dat bepaalde aspecten ervan geïntegreerd moeten kunnen worden op een ander planologisch niveau waar het verkieslijk kan zijn de evaluatie te maken om een herhaling ervan te vermijden;3° bepaalt het begeleidingscomité de termijn waarbinnen het milieueffectenrapport moet worden verricht;4° deelt het begeleidingscomité zijn beslissing mede aan het college van burgemeester en schepenen. Indien het begeleidingscomité niet instemt met de keuze van de projectleider, verzoekt het de gemeenteraad
(100)nieuwe voorstellen te doen. Het begeleidingscomité beslist over de keuze van de projectleider en brengt zijn beslissing ter kennis van het college van burgemeester en schepenen binnen vijftien dagen na ontvangst van de nieuwe voorstellen. § 3. Indien het begeleidingscomité zijn beslissing niet binnen de in paragraaf 2 bedoelde termijn heeft medegedeeld, kan het college van burgemeester en schepenen het dossier bij de Regering aanhangig maken. Binnen zestig dagen te rekenen vanaf de aanhangigmaking spreekt de Regering zich uit over de in § 2, 1° tot 3°, bedoelde punten en brengt haar beslissing ter kennis van het college van burgemeester en schepenen. Wanneer de Regering de keuze van de projectleider niet goedkeurt, verzoekt zij de gemeenteraad
(102)haar nieuwe voorstellen te doen. De Regering beslist over de keuze van de projectleider en maakt haar beslissing kenbaar aan het college van burgemeester en schepenen binnen vijftien dagen na de ontvangst van de nieuwe voorstellen. Wanneer de Regering haar beslissing niet kenbaar maakt binnen de gestelde termijnen, kan het college van burgemeester en schepenen, per aangetekend schrijven, een rappelbrief richten aan de Regering. Wanneer er opnieuw dertig dagen verstreken zijn na het verzenden van de bij ter post aangetekende rappelbrief en de Regering haar beslissing nog niet kenbaar heeft gemaakt, worden het ontwerp-bestek alsmede de keuze van de projectleider geacht bevestigd te zijn. De termijn binnen welke het milieu-effectenrapport uitgevoerd moet worden, bedraagt maximum zes maanden. §
  1. Op basis van de beslissingen die overeenkomstig de §§ 2 of 3 getroffen worden, legt de gemeenteraad de nadere uitwerking van het ontwerp van bijzonder bestemmingsplan en van het milieu-effectenrapport in de handen van de projectleider. Het effectenrapport kan met name gegrond worden op nuttige informatie die tijdens andere, voorheen uitgevoerde milieu-evaluaties bekomen werd en, in het bijzonder, ter gelegenheid van de goedkeuring van het gewestelijk ontwikkelingsplan, het gewestelijk bestemmingsplan of van een gemeentelijk ontwikkelingsplan. §
  2. De projectleider brengt het begeleidingscomité geregeld op de hoogte van de evolutie van het milieu-effectenrapport. Hij geeft antwoord op de vragen en opmerkingen van het begeleidingscomité.
(104)Art. 47.§
  1. Wanneer de projectleider van oordeel is dat het milieu-effectenrapport volledig is, maakt het college van burgemeester en schepenen het ontwerp-plan, samen met het effectenrapport over aan het begeleidingscomité. §
  2. Wanneer het begeleidingscomité van oordeel is dat het milieueffectenrapport volledig is, moet het binnen dertig dagen na ontvangst van bedoelde studie : 1° het milieueffectenrapport sluiten;2° de lijst vastleggen van de bij de effecten van het vooropgestelde plan betrokken gemeenten van het Gewest, van de andere Gewesten en van de lidstaten van de Europese Unie of van de andere Staten-medeondertekenaar van het Verdrag van Espoo van 25 februari 1991 inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband;3° zijn beslissing aan het college van burgemeester en schepenen ter kennis brengen. Indien het begeleidingscomité beslist dat het milieueffectenrapport niet conform het bestek is, deelt het binnen dezelfde termijn aan het college van burgemeester en schepenen mede welke aanvullende elementen gerealiseerd moeten worden of welke wijzigingen moeten worden aangebracht en verantwoordt het zijn beslissing. In dit geval deelt het aan het college van burgemeester en schepenen mede binnen welke termijn deze hem toegezonden moeten worden. Indien het begeleidingscomité de termijn bedoeld in het tweede en in het derde lid niet in acht neemt, kan het college van burgemeester en schepenen zijn dossier bij de Regering aanhangig maken. Deze mogelijkheid wordt hem eveneens geboden wanneer het begeleidingscomité verklaart dat het milieu-effectenrapport onvolledig is. De Regering treedt in de plaats van het begeleidingscomité. De Regering deelt haar beslissing mede binnen dertig dagen na de aanhangigmaking.
(106)Art. 48.§
  1. De gemeenteraad stelt het ontwerp-plan voorlopig vast, samen met, in voorkomend geval, het milieu-effectenrapport wanneer dit rapport vereist is, en maakt het over aan de Regering. Het milieu-effectenrapport kan meer bepaald gegrond worden op nuttige informatie die bekomen is naar aanleiding van eerder uitgevoerde milieuevaluaties en, meer bepaald, naar aanleiding van de goedkeuring van het gewestelijk ontwikkelingsplan, het gewestelijk bestemmingsplan of een gemeentelijk ontwikkelingsplan. De Regering hecht al dan niet haar goedkeuring aan het ontwerp-plan binnen zestig dagen na ontvangst ervan. Zij weigert haar goedkeuring te geven wanneer het ontwerp niet verenigbaar is met een door de Regering vastgesteld ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan. Wanneer zij haar goedkeuring weigert, of er bijzondere voorwaarden aan vastkoppelt, vraagt de Regering de gemeenteraad haar een nieuw ontwerp-plan, samen met het aan de aangebrachte aanpassingen aangepast milieu-effectenrapport wanneer dit rapport vereist is, ter goedkeuring voor te leggen. Het besluit van de Regering houdende weigering van goedkeuring wordt met redenen omkleed. Bij ontstentenis van beslissing van de Regering binnen de vastgestelde termijn, wordt het ontwerp-plan geacht te zijn goedgekeurd. Het besluit van de Regering houdende goedkeuring van het ontwerp-plan of, naargelang het geval, het advies van de Regering houdende vaststelling dat het ontwerp-plan geacht is goedgekeurd te zijn, wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Het ontwerp-plan treedt in werking vijftien dagen na deze bekendmaking. §
  2. De gemeenteraad onderwerpt het ontwerp-plan samen met, in voorkomend geval, het milieu-effectenrapport wanneer dit rapport vereist is, aan een openbaar onderzoek. Het openbaar onderzoek wordt aangekondigd zowel door aanplakking als door een bericht in het Belgisch Staatsblad en in ten minste drie Nederlandstalige en drie Franstalige dagbladen die in het Gewest worden verspreid volgens de door de Regering bepaalde regels. Het ontwerp-plan, in voorkomend geval vergezeld van het milieueffectenrapport, wordt vervolgens gedurende dertig dagen in het gemeentehuis ter inzage van de bevolking gelegd. Het begin en het einde van deze termijn worden in de aankondiging aangegeven. Bezwaren en opmerkingen worden binnen deze termijn aan het college van burgemeester en schepenen ter kennis gebracht en bij het proces-verbaal van sluiting van het onderzoek gevoegd. Dit proces-verbaal wordt door het college opgemaakt binnen vijftien dagen na het verstrijken van de termijn. §
  3. Het college van burgemeester en schepenen legt, gelijktijdig met het onderzoek, het ontwerp-plan en, in voorkomend geval, het milieu-effectenrapport voor advies voor aan het Bestuur en aan het Brussels Instituut voor Milieubeheer. De adviezen worden overgemaakt binnen dertig dagen na de aanvraag van het college van burgemeester en schepenen. Eens de termijn vervallen worden de niet uitgebrachte adviezen geacht gunstig te zijn. §
  4. Daarenboven, wanneer het begeleidingscomité of de Regering bepaald heeft dat andere gemeenten bij de effecten van het vooropgestelde plan betrokken zijn, onderwerpt het college van burgemeester en schepenen van deze gemeenten het ontwerp-plan, vergezeld van het milieu-effectenrapport, aan een openbaar onderzoek van dertig dagen. De Regering stelt de datum vast waarop de openbare onderzoeken ten laatste dienen gesloten te zijn. §
  5. Wanneer het ontwerp-plan belangrijke gevolgen kan hebben voor het milieu van een ander Gewest, van een andere lidstaat van de Europese Unie of van een andere Staat-medeondertekenaar van het Verdrag van Espoo van 25 februari 1991 inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband, wordt het ontwerp-plan, samen met het milieu-effectenrapport en de eventuele informatie over de grensoverschrijdende effecten overgemaakt aan de bevoegde autoriteiten van dit andere Gewest, van deze andere lidstaat van de Europese Unie of van deze andere Staat-medeondertekenaar van het verdrag van Espoo. De Regering bepaalt : 1° de instanties die belast zijn met het overmaken van de documenten aan de in voorgaand lid bedoelde autoriteiten;2° de modaliteiten volgens welke de bevoegde autoriteiten van Gewesten of Staten die getroffen kunnen worden, mogen deelnemen aan de evaluatieprocedure van de milieueffecten;3° de modaliteiten volgens welke het plan, de in § 3 en in artikel 49, tweede, vierde en vijfde lid, bedoelde uitgebrachte adviezen over het ontwerpplan en de in artikel 68 gedefinieerde afhandelingsmodaliteiten aan de onder voorgaand lid bedoelde autoriteiten worden overgemaakt.
(108)Art. 49.Het ontwerp-plan, in voorkomend geval vergezeld van het milieu-effectenrapport, wordt, samen met de bezwaren, de opmerkingen en het proces-verbaal van sluiting van het onderzoek, binnen twintig dagen na sluiting van het onderzoek aan de overlegcommissie voorgelegd. Die raadpleegt de besturen en instanties waarvan de Regering de lijst vaststelt. Die besturen en instanties brengen hun advies uit binnen dertig dagen na de aanvraag van de gewestelijke commissie. Bij ontstentenis van advies binnen die termijn, worden die besturen en instanties geacht een gunstig advies gegeven te hebben. Wanneer het begeleidingscomité of de Regering heeft bepaald dat andere gemeenten bij de effecten van de vooropgestelde aanleg betrokken zijn, zetelen ook hun vertegenwoordigers in de overlegcommissie. De overlegcommissie brengt haar advies uit binnen de zestig dagen na ontvangst van de onder het eerste lid bedoelde documenten. Bij ontstentenis van advies binnen die termijn, wordt de overlegcommissie geacht een gunstig advies te hebben gegeven. Wanneer het ontwerp-plan bepalingen bevat die afwijken van het gewestelijk bestemmingsplan, worden het volledig dossier en het advies van de overlegcommissie aan de Gewestelijke Commissie overgemaakt. Deze laatste brengt advies uit over de gepastheid van de gevraagde afwijking binnen dertig dagen na ontvangst van het dossier. Bij ontstentenis van advies binnen die termijn, wordt de Gewestelijke Commissie geacht een gunstig advies te hebben gegeven. Indien op het ogenblik dat de Gewestelijke Commissie haar advies moet uitbrengen, zij niet geldig is samengesteld bij gebreke van de aanwijzing van haar leden binnen de onder artikel 7 voorgeschreven termijn, gaat de termijn van dertig dagen in vanaf de aanwijzing van haar leden. Ten minste de helft van de termijnen van dertig en zestig dagen valt buiten de perioden van de schoolvakanties.
(110)Art. 50.§
  1. Na kennis te hebben genomen van de resultaten van het onderzoek en van het advies of de adviezen, uitgebracht overeenkomstig artikel 49, tweede, vierde en vijfde lid, kan de gemeenteraad, binnen zestig dagen na ontvangst van het advies van de overlegcommissie en, in voorkomend geval, het advies van de Gewestelijke Commissie, hetzij het plan definitief goedkeuren, hetzij beslissen het te wijzigen. In het eerste geval omkleedt zij haar beslissing met redenen op elk punt waarop zij afwijkt van het advies of de adviezen of van de tijdens het onderzoek uitgebrachte bezwaren en opmerkingen. In het tweede geval, behalve wanneer de wijziging van ondergeschikt belang is en niet van die aard is dat ze een noemenswaardige weerslag op het milieu kan hebben, wordt overgegaan tot een nieuw onderzoek overeenkomstig de in artikel 48 voorziene vormen en termijnen. Het plan is, in zijn motivering, de samenvatting van hoe de milieuoverwegingen in het plan geïntegreerd werden en hoe het milieu-effectenrapport en de adviezen, bezwaren en opmerkingen aangaande het ontwerp-plan in overweging werden genomen evenals de redenen die geleid hebben tot de keuze van het plan zoals het werd goedgekeurd, rekening houdend met de overwogen andere redelijke oplossingen. Wanneer het bijzonder bestemmingsplan niet aan een effectenevaluatie onderworpen wordt, neemt het de in artikel 44, tweede lid bedoelde beslissing en haar motivering over. §
  2. Het bijzonder bestemmingsplan wordt door de Regering goedgekeurd. Zij weigert haar goedkeuring wanneer het plan niet verenigbaar is met een door de Regering vastgesteld ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan. De Regering kan de goedkeuring van een bijzonder bestemmingsplan aan de goedkeuring van een onteigeningsplan onderwerpen. De Regering verleent haar goedkeuring binnen zestig dagen na ontvangst van het volledig dossier. Deze termijn kan door een met redenen omkleed besluit met zestig dagen verlengd worden. Bij ontstentenis van kennisgeving van de beslissing van de Regering binnen deze termijnen, kan het college van burgemeester en schepenen een herinnering bij een ter post aangetekende brief aan de Regering toezenden. Indien het college van burgemeester en schepenen na het verstrijken van een nieuwe termijn van twee maanden met ingang van de afgifte bij de post van de aangetekende brief met de aanmaning, de beslissing van de Regering niet heeft ontvangen, wordt het plan geacht te zijn geweigerd. Het besluit van de Regering houdende weigering van de goedkeuring wordt met redenen omkleed. Het besluit houdende goedkeuring van het plan wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Het plan treedt in werking vijftien dagen na zijn bekendmaking. Het volledig plan ligt, binnen drie dagen na die bekendmaking, ter beschikking van de bevolking in het gemeentehuis. Het volledig plan wordt aan de Gewestelijke Commissie en aan de in de uitwerkingsprocedure van het ontwerp-plan geraadpleegde instanties en besturen overgemaakt. Het ter beschikking stellen voor het publiek en het overmaken van de plannen aan de in het voorgaand lid bedoelde overheden preciseren de in artikel 68 gedefinieerde afhandelingsmodaliteiten. §
  3. Ten minste de helft van de in dit artikel voorgeschreven termijnen valt buiten de perioden van de schoolvakanties.
(112)Art. 51.Eén derde van de personen, die ten minste achttien jaar oud zijn en, eigenaar of niet, woonachtig binnen de perimeter die ze bepalen en in de belendende huizenblokken, kan de gemeenteraad verzoeken te beslissen over de opmaak van een bijzonder bestemmingsplan voor deze perimeter. De aanvraag, die bij een ter post aangetekende brief aan het college van burgemeester en schepenen wordt gericht, dient in elk geval het volgende te bevatten : 1° de opgave van de perimeter van het voorgestelde plan;2° een uiteenzetting van de behoeften waaraan moet worden voldaan en van de doelstellingen van de vooropgestelde aanleg rekening houdend met deze behoeften. Het college van burgemeester en schepenen legt de aanvraag uiterlijk drie maanden na de indiening ervan aan de gemeenteraad voor. Indien de gemeenteraad de aanvraag verwerpt, wordt zijn beslissing met redenen omkleed. Willigt hij haar in, dan wordt de procedure aangevat overeenkomstig de artikelen 43 tot 50.
(114)Afdeling IV. - Wijzigingsprocedure Art. 52.De gemeenteraad kan uit eigen beweging of op verzoek, geformuleerd overeenkomstig de bepalingen van artikel 51, beslissen een bijzonder bestemmingsplan te wijzigen. De bepalingen tot regeling van de uitwerking van de bijzondere bestemmingsplannen gelden voor de wijziging ervan. Het ontwerp tot wijziging dat ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de Regering bevat als bijlage de gecoördineerde grafische en woordelijke voorschriften van het gehele gewijzigde plan.
(116)Afdeling V. - Opmaak en wijziging op initiatief van de Regering Art. 53.De Regering kan bij een met redenen omk

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.