9 JULI 2021. - Decreet over het onderwijs XXXI
(1)Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt: DECREET over het onderwijs XXXI HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling Artikel 1.Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid. HOOFDSTUK 2. - Wijziging van de wet van 4 augustus 1986 tot regeling van de oppensioenstelling van de leden van het onderwijzend personeel van het universitair onderwijs en tot wijziging van andere bepalingen van de onderwijswetgeving Art. 2.In artikel 2, § 1, eerste lid, van de wet van 4 augustus 1986 tot regeling van de oppensioenstelling van de leden van het onderwijzend personeel van het universitair onderwijs en tot wijziging van andere bepalingen van de onderwijswetgeving wordt de zinsnede "tijdens hetwelk zij 65 jaar worden" vervangen door de woorden "waarin zij de wettelijke pensioenleeftijd bereiken" en wordt de zinsnede "hun 65ste verjaardag" vervangen door de woorden "het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd". HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991 Art. 3.Aan artikel 4, § 5, van het decreet Rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/03/1999 pub. 15/09/1999 numac 1999036096 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de subsidiëring van studenten- en leerlingenkoepelverenigingen type decreet prom. 30/03/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999035537 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de leerlingenraden in het secundair onderwijs type decreet prom. 30/03/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999035580 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van de artikelen 78 en 79 van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 25 januari 1995 sluiten3, worden een derde en vierde lid toegevoegd, die luiden als volgt: "In afwijking van het eerste en tweede lid is de rechtspersoon die bevoegdheid draagt voor de scholengemeenschapsinstelling bevoegd voor de aanstelling en vaste benoeming van de personeelsleden van deze instelling, evenals voor het toekennen van een afwezigheid, een verlof, een terbeschikkingstelling, een affectatie, een zorgkrediet en een loopbaanonderbreking. Hetzelfde geldt binnen het provinciaal onderwijs.". Art. 4.In artikel 5 van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 15 maart 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/09/1999 numac 1999036051 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begroting 1999 sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in punt 1° wordt tussen de zinsnede "de scholen en de centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs van het secundair onderwijs," en de woorden "de academies voor deeltijds kunstonderwijs" de zinsnede "de scholengemeenschapsinstellingen," ingevoegd;2° in punt 5° wordt de zinsnede "volgens artikel 33, § 1, 4° en 5°, of artikel 84undevicies" vervangen door de zinsnede "volgens artikel 33, § 1, 4°, 5° en 6°, artikel 84undevicies of artikel 84vicies sexies, § 1, 4°, 5° en 6° ";3° in punt 28° wordt tussen de zinsnede "de centrumbesturen van de centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs," en de woorden "de centrumbesturen van de centra voor volwassenenonderwijs" de zinsnede "de rechtspersonen die bevoegdheid dragen voor de scholengemeenschapsinstellingen," ingevoegd. Art. 5.In artikel 6, § 4, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 6 juli 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/09/1999 numac 1999036051 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begroting 1999 sluiten4 en gewijzigd bij het decreet van 15 maart 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/09/1999 numac 1999036051 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begroting 1999 sluiten7, wordt de zinsnede "maximaal 580 dagen" vervangen door de zinsnede "maximaal 290 dagen". Art. 6.In artikel 20bis, § 1, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 15 maart 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/09/1999 numac 1999036051 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begroting 1999 sluiten7, worden de woorden "of in voorkomend geval in de functiebeschrijving van het personeelslid" opgeheven. Art. 7.In artikel 21 van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 21 december 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035979 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers type decreet prom. 14/07/1998 pub. 22/08/1998 numac 1998035879 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende instemming met het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het Recht van de Zee, en de bijlagen, ondertekend in Montego Bay op 10 december 1982, en de Overeenkomst inzake de toepassing van deel XI van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het Recht van de Zee van 10 december 1982, en de bijlage, ondertekend in New York op 28 juli 1994 type decreet prom. 14/07/1998 pub. 10/09/1998 numac 1998035996 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot wijziging van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn type decreet prom. 14/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998035839 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de euro sluiten3, wordt paragraaf 2 opnieuw opgenomen in de volgende lezing: " § 2. De inrichtende macht moet de beëindiging van een tijdelijke aanstelling van bepaalde duur steeds schriftelijk motiveren en meedelen aan het personeelslid.". Art. 8.In artikel 23 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 14 februari 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/02/2003 pub. 01/07/2003 numac 2003035650 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XIV sluiten en het laatst gewijzigd bij het decreet van 15 maart 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/09/1999 numac 1999036051 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begroting 1999 sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt: " § 3.Een personeelslid heeft recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur voor een ambt als vermeld in paragraaf 5, als hij in een of meer instellingen of CLB's van dezelfde inrichtende macht voldoet aan de volgende voorwaarden: 1° een dienstanciënniteit verworven hebben van ten minste 290 dagen, waarvan 200 dagen effectief gepresteerd zijn, waarbij de volgende dagen ook worden beschouwd als effectief gepresteerde dagen: zaterdagen, zondagen, wettelijke verlofdagen en schoolvakanties, voor zover die binnen de aanstellingsperiode vallen.Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tot een maximum van 70 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voor zover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen; 2° uiterlijk op 30 juni van het schooljaar in de instelling of instellingen of in het CLB of de CLB's waar het personeelslid de dienstanciënniteit, vermeld in punt 1°, heeft verworven voor het betrokken ambt van de eerste evaluator een positieve beoordeling gekregen hebben.Als het personeelslid uiterlijk op 30 juni van het schooljaar in de instelling of instellingen of het CLB of de CLB's waar hij de in punt 1° vermelde voorwaarden bereikt geen beoordeling heeft gekregen van de eerste evaluator, wordt die voorwaarde voor die instellingen of instellingen geacht vervuld te zijn. De eerste evaluator kan een van de volgende beoordelingen toekennen: een positieve beoordeling, een beoordeling met werkpunten of een negatieve beoordeling. Als de eerste evaluator oordeelt dat het personeelslid voldoet om het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur te verwerven, kent hij een positieve beoordeling toe. Het tijdelijke personeelslid kan de dienstanciënniteit die hij in de instelling of in het CLB heeft verworven, inroepen voor het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur als vermeld in het eerste lid. Onverminderd de toepassing van hoofdstuk VIter kan de eerste evaluator ook oordelen dat het personeelslid nog niet voldoet om het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur te verwerven en het personeelslid een beoordeling met werkpunten geven. De eerste evaluator maakt daartoe een verslag op waarin die beslissing en de werkpunten opgenomen worden, samen met het traject dat tijdens de aanvangsbegeleiding is afgelegd. De beoordeling met werkpunten heeft tot gevolg dat het tijdelijke personeelslid de dienstanciënniteit die hij in het ambt heeft verworven in de instelling of het CLB waar hij deze beoordeling heeft gekregen, nog niet kan inroepen voor het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur als vermeld in het eerste lid. Het personeelslid moet dan nog bijkomend 200 effectieve dagen presteren, voordat hij in aanmerking komt voor het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur. Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tijdens die bijkomende periode tot een maximum van 70 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voor zover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen. Het personeelslid dat niet akkoord gaat met de beoordeling met werkpunten kan verhaal halen bij de inrichtende macht. De inrichtende macht gaat vervolgens na of de beoordeling met werkpunten redelijk is en dit het uitstel van het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur rechtvaardigt, rekening houdend met het traject van aanvangsbegeleiding dat het personeelslid heeft doorlopen. De inrichtende macht bevestigt of vernietigt de beoordeling met werkpunten. Zowel het personeelslid als de eerste evaluator kunnen aan de inrichtende macht vragen om gehoord te worden. De inrichtende macht hoort in dat geval beide partijen voordat hij een beslissing neemt. Het tijdelijke personeelslid dat van de eerste evaluator een beoordeling met werkpunten heeft gekregen, heeft het daaropvolgende schooljaar of later in een instelling of CLB van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort recht op een nieuwe tijdelijke aanstelling van bepaalde duur in het ambt waarvoor de beoordeling met werkpunten is toegekend. Dit recht op een nieuwe tijdelijke aanstelling van bepaalde duur geldt pas nadat in toepassing van dit artikel een betrekking is toegekend aan de personeelsleden die het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur hebben verworven. Het tijdelijke personeelslid verliest dit recht op een nieuwe tijdelijke aanstelling van bepaalde duur in het betrokken ambt als hij vanaf het ogenblik waarop hij de beoordeling met werkpunten heeft gekregen vijf opeenvolgende schooljaren geen diensten heeft gepresteerd in een of meer instellingen of CLB's van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren. Bij een nieuwe aanstelling van het personeelslid in het betrokken ambt wordt, conform de werkpunten die de eerste evaluator in het verslag van de beoordeling heeft opgenomen, een aangepast traject van aanvangsbegeleiding opgesteld dat het personeelslid tijdens die bijkomende periode moet volgen. Uiterlijk op 30 juni van het schooljaar waarin het tijdelijke personeelslid de bijkomende 200 effectieve dagen heeft gepresteerd, moet hij van de eerste evaluator een nieuwe beoordeling krijgen. Dat kan slechts een positieve beoordeling of een negatieve beoordeling zijn. Als het personeelslid van de eerste evaluator geen beoordeling krijgt, geldt dit als een positieve beoordeling. Onverminderd de toepassing van hoofdstuk Vter kan de eerste evaluator ook oordelen dat het personeelslid niet voldoet om het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur te verwerven en het personeelslid een negatieve beoordeling geven. De eerste evaluator maakt daartoe een verslag op waarin die beslissing en de motivering worden opgenomen, samen met het traject dat tijdens de aanvangsbegeleiding is afgelegd. De negatieve beoordeling heeft tot gevolg dat het tijdelijke personeelslid de dienstanciënniteit die hij in het ambt heeft verworven in de instelling of het CLB waar hij de negatieve beoordeling heeft gekregen niet kan inroepen om zich bij de inrichtende macht kandidaat te stellen voor het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in het ambt in kwestie, zoals bepaald in paragraaf 7. Het personeelslid dat niet akkoord gaat met de negatieve beoordeling kan verhaal halen bij de inrichtende macht. De inrichtende macht gaat vervolgens na of de negatieve beoordeling redelijk en verantwoord is, rekening houdend met het traject van aanvangsbegeleiding dat het personeelslid heeft doorlopen. De inrichtende macht bevestigt of vernietigt de negatieve beoordeling. Zowel het personeelslid als de eerste evaluator kunnen aan de inrichtende macht vragen om gehoord te worden. De inrichtende macht hoort in dat geval beide partijen voordat ze een beslissing neemt. Als een personeelslid dat van de eerste evaluator een negatieve beoordeling heeft gekregen voor de prestaties die hij in een ambt in de instelling of het CLB heeft verricht, het daaropvolgende schooljaar of later in de instelling of het CLB waar hij deze negatieve beoordeling heeft gekregen in het betrokken ambt een nieuwe tijdelijke aanstelling van bepaalde duur krijgt, dan wordt de eerdere negatieve beoordeling omgezet in een beoordeling met werkpunten. Het personeelslid moet dan in het betrokken ambt in de instelling of in het CLB bijkomend 200 effectieve dagen presteren, onder de voorwaarden vermeld in het vierde en vijfde lid, voordat hij in aanmerking komt voor het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur. Bij de nieuwe tijdelijke aanstelling van het personeelslid in het betrokken ambt wordt, conform de motivering die de eerste evaluator in het verslag van de negatieve beoordeling heeft opgenomen, een aangepast traject van aanvangsbegeleiding opgesteld dat het personeelslid tijdens die bijkomende periode moet volgen. De beoordeling van de leerkracht levensbeschouwelijk onderricht moet voor de vakinhoudelijke en vaktechnische aspecten ook het akkoord wegdragen van de bevoegde instantie van de betrokken eredienst of de niet-confessionele zedenleer. Dat akkoord blijkt uit de ondertekening van dit deel van de beoordeling in kwestie door een afgevaardigde van de bevoegde instantie. In het bevoegde lokaal comité worden algemene afspraken onderhandeld over de beoordeling. Daarbij moet alleszins rekening gehouden worden met de volgende principes: - een eerste evaluator kan aan een tijdelijk personeelslid dat gespreid over meerdere schooljaren in eenzelfde ambt voor bepaalde duur is aangesteld in een of meer instellingen of CLB's van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren slechts twee maal een negatieve beoordeling of een beoordeling met werkpunten toekennen. Als het personeelslid in een instelling of CLB van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort opnieuw tijdelijk wordt aangesteld voor bepaalde duur in een ambt waarvoor hij eerder al twee negatieve beoordelingen heeft gekregen, ofwel een beoordeling met werkpunten gevolgd door negatieve beoordeling heeft gekregen, ofwel een negatieve beoordeling gevolgd door een beoordeling met werkpunten heeft gekregen, dan kan de eerste evaluator in een instelling of CLB van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort in dat ambt geen derde beoordeling meer toekennen die een negatieve beoordeling is of die een beoordeling met werkpunten is. Als de eerste evaluator van dit personeelslid van mening is dat het personeelslid niet in aanmerking komt voor een nieuwe of verdere tijdelijke aanstelling, dan kan hij dit enkel doen via een evaluatie met eindconclusie onvoldoende, als vermeld in hoofdstuk Vter; - als een tijdelijk personeelslid in hetzelfde ambt een tijdelijke aanstelling van bepaalde duur heeft in meerdere instellingen of CLB's van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren, dan tellen voor de toepassing van het hiervoor vermelde principe alle negatieve beoordelingen en beoordelingen met werkpunten die in hetzelfde schooljaar zijn toegekend samen als één beoordeling. Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt voor betrekkingen in alle instellingen of CLB's van de inrichtende macht waarbij het recht is verworven en waar het personeelslid van de eerste evaluator een positieve beoordeling of geen beoordeling heeft gekregen. Om een beroep te doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur stelt het personeelslid zich, op straffe van verlies van zijn recht voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat bij de inrichtende macht. Het personeelslid kan dat naar keuze doen met een ter post aangetekende brief of op een wijze die die door de inrichtende macht, na onderhandeling in het bevoegde onderhandelingscomité, wordt vastgelegd en die, wat tegenstelbaarheid betreft, minimaal dezelfde garanties biedt als een ter post aangetekende brief. De inrichtende macht deelt de mogelijkheden van mededeling van de kandidaatstelling mee aan alle personeelsleden en maakt dit ook openbaar. Die kandidaatstelling geldt voor alle betrekkingen waarvoor het recht is verworven. Als de kandidatuur van het personeelslid aan alle voorwaarden voldoet, als vermeld in het eerste lid, dan geldt dat vanaf dat ogenblik als een over de schooljaren doorlopende kandidatuur voor dat ambt. Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt niet voor de personeelsleden, vermeld in hoofdstuk IVbis, voor wat betreft het volume van hun vastbenoemde opdracht, waarvoor ze een verlof hebben verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen."; 2° in paragraaf 5, vierde lid, wordt de zinsnede "maximaal 490 dagen" vervangen door de zinsnede "maximaal 200 dagen";3° in paragraaf 7, 2°, worden de woorden "de pedagogische entiteit" telkens vervangen door de zinsnede "de pedagogische entiteit, vermeld in artikel 47septies, § 2,";4° aan paragraaf 7 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "Een personeelslid dat aangesteld is voor bepaalde duur en dat op het einde van het schooljaar een negatieve beoordeling heeft gekregen als vermeld in paragraaf 3, zesde lid, kan de diensten die hij tot dat ogenblik presteerde in de instelling waar hij de negatieve beoordeling kreeg niet meer in aanmerking nemen voor de berekening van de anciënniteit zoals bedoeld in paragraaf 3 en 4 van dit artikel of van artikel 77bis, maar beperkt tot de diensten die gepresteerd werden in het ambt waarvoor hij de negatieve beoordeling kreeg.Het personeelslid kan daarenboven de diensten die hij gepresteerd heeft bij andere instellingen of CLB's van de inrichtende macht die niet behoren tot een scholengemeenschap in het ambt waarvoor hij een negatieve beoordeling kreeg, niet aanwenden om in de instelling of het CLB waar hij die negatieve beoordeling kreeg het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in te roepen zoals bedoeld in paragraaf 3 of in artikel 77bis."; 5° in paragraaf 7bis, 2° en 3°, worden de woorden "de pedagogische entiteit" telkens vervangen door de zinsnede "de pedagogische entiteit, vermeld in artikel 47septies, § 2,";6° in paragraaf 7ter, 2°, worden de woorden "de pedagogische entiteit" telkens vervangen door de zinsnede "de pedagogische entiteit, vermeld in artikel 47septies, § 2,";7° in paragraaf 7quater, tweede lid, worden de woorden "de pedagogische entiteit" vervangen door de zinsnede "de pedagogische entiteit, vermeld in artikel 47septies, § 2,"; 8° aan paragraaf 7quater wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "Als een tijdelijk personeelslid na een negatieve beoordeling in een ambt volgens artikel 23, § 3, zesde lid, of artikel 23bis, § 3, zesde lid, opnieuw wordt aangeworven in dat ambt in de instelling of het CLB van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort waar hij voor dat ambt een negatieve beoordeling heeft gekregen, kan hij voor het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur opnieuw beroep doen op de diensten die hij vóór de negatieve beoordeling presteerde."; 9° aan paragraaf 10 wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt: "Deze voorwaarde geldt enkel voor de instellingen of CLB's van de inrichtende macht waar het personeelslid van de eerste evaluator een positieve beoordeling of geen beoordeling heeft gekregen.". Art. 9.In artikel 23bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035979 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers type decreet prom. 14/07/1998 pub. 22/08/1998 numac 1998035879 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende instemming met het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het Recht van de Zee, en de bijlagen, ondertekend in Montego Bay op 10 december 1982, en de Overeenkomst inzake de toepassing van deel XI van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het Recht van de Zee van 10 december 1982, en de bijlage, ondertekend in New York op 28 juli 1994 type decreet prom. 14/07/1998 pub. 10/09/1998 numac 1998035996 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot wijziging van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn type decreet prom. 14/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998035839 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de euro sluiten, vervangen bij het decreet van 14 februari 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/02/2003 pub. 01/07/2003 numac 2003035650 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XIV sluiten en het laatst gewijzigd bij het decreet van 15 maart 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/09/1999 numac 1999036051 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begroting 1999 sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt: " § 3.Een personeelslid heeft recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur voor een ambt, vermeld in paragraaf 5, als hij in een of meer instellingen van dezelfde scholengemeenschap voldoet aan de volgende voorwaarden: 1° een dienstanciënniteit verworven hebben van ten minste 290 dagen, waarvan 200 dagen effectief gepresteerd zijn, waarbij de volgende dagen ook worden beschouwd als effectief gepresteerde dagen: zaterdagen, zondagen, wettelijke verlofdagen en schoolvakanties, voor zover die binnen de aanstellingsperiode vallen.Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tot een maximum van 70 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voor zover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen; 2° uiterlijk op 30 juni van het schooljaar in de instelling of instellingen waar het personeelslid de dienstanciënniteit, vermeld in punt 1°, heeft verworven voor het betrokken ambt van de eerste evaluator een positieve beoordeling gekregen hebben.Als het personeelslid uiterlijk op 30 juni van het schooljaar in de instelling of instellingen waar hij de in punt 1° vermelde voorwaarden bereikt geen beoordeling heeft gekregen van de eerste evaluator, wordt die voorwaarde voor die instellingen of instellingen geacht vervuld te zijn. De eerste evaluator kan een van de volgende beoordelingen toekennen: een positieve beoordeling, een beoordeling met werkpunten of een negatieve beoordeling. Als de eerste evaluator oordeelt dat het personeelslid voldoet om het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur te verwerven, kent hij een positieve beoordeling toe. Het tijdelijke personeelslid kan de dienstanciënniteit die hij in de instelling heeft verworven, inroepen voor het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur, als vermeld in het eerste lid. Onverminderd de toepassing van hoofdstuk VIter kan de eerste evaluator ook oordelen dat het personeelslid nog niet voldoet om het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur te verwerven en het personeelslid een beoordeling met werkpunten geven. De eerste evaluator maakt daartoe een verslag op waarin die beslissing en de werkpunten opgenomen worden, samen met het traject dat tijdens de aanvangsbegeleiding is afgelegd. De beoordeling met werkpunten heeft tot gevolg dat het tijdelijke personeelslid de dienstanciënniteit die hij in het ambt heeft verworven in de instelling waar hij deze beoordeling heeft gekregen, nog niet kan inroepen voor het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur, als vermeld in het eerste lid. Het personeelslid moet dan nog bijkomend 200 effectieve dagen presteren, voordat hij in aanmerking komt voor het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur. Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tijdens die bijkomende periode tot een maximum van 70 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voor zover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen. Het personeelslid dat niet akkoord gaat met de beoordeling met werkpunten kan verhaal halen bij de inrichtende macht. De inrichtende macht gaat vervolgens na of de beoordeling met werkpunten redelijk is en dit het uitstel van het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur rechtvaardigt, rekening houdend met het traject van aanvangsbegeleiding dat het personeelslid heeft doorlopen. De inrichtende macht bevestigt of vernietigt de beoordeling met werkpunten. Zowel het personeelslid als de eerste evaluator kunnen aan de inrichtende macht vragen om gehoord te worden. De inrichtende macht hoort in dat geval beide partijen voordat hij een beslissing neemt. Het tijdelijke personeelslid dat van de eerste evaluator een beoordeling met werkpunten heeft gekregen, heeft het daaropvolgende schooljaar of later in een instelling van de scholengemeenschap recht op een nieuwe tijdelijke aanstelling van bepaalde duur in het ambt waarvoor de beoordeling met werkpunten is toegekend. Dit recht op een nieuwe tijdelijke aanstelling van bepaalde duur geldt pas nadat in toepassing van dit artikel een betrekking is toegekend aan de personeelsleden die het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur hebben verworven. Het tijdelijke personeelslid verliest dit recht op een nieuwe tijdelijke aanstelling van bepaalde duur in het betrokken ambt als hij vanaf het ogenblik waarop hij de beoordeling met werkpunten heeft gekregen vijf opeenvolgende schooljaren geen diensten heeft gepresteerd in een of meer instellingen van de scholengemeenschap. Bij een nieuwe aanstelling van het personeelslid in het betrokken ambt wordt, conform de werkpunten die de eerste evaluator in het verslag van de beoordeling heeft opgenomen, een aangepast traject van aanvangsbegeleiding opgesteld dat het personeelslid tijdens die bijkomende periode moet volgen. Uiterlijk op 30 juni van het schooljaar waarin het tijdelijke personeelslid de bijkomende 200 effectieve dagen heeft gepresteerd, moet hij van de eerste evaluator een nieuwe beoordeling krijgen. Dat kan slechts een positieve beoordeling of een negatieve beoordeling zijn. Als het personeelslid van de eerste evaluator geen beoordeling krijgt, geldt dit als een positieve beoordeling. Onverminderd de toepassing van hoofdstuk Vter kan de eerste evaluator ook oordelen dat het personeelslid niet voldoet om het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur te verwerven en het personeelslid een negatieve beoordeling geven. De eerste evaluator maakt daartoe een verslag op waarin die beslissing en de motivering worden opgenomen, samen met het traject dat tijdens de aanvangsbegeleiding is afgelegd. De negatieve beoordeling heeft tot gevolg dat het tijdelijke personeelslid de dienstanciënniteit die hij in het ambt heeft verworven in de instelling waar hij de negatieve beoordeling heeft gekregen niet kan inroepen om zich bij de inrichtende macht kandidaat te stellen voor het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in het ambt in kwestie, zoals bepaald in paragraaf 7. Het personeelslid dat niet akkoord gaat met de negatieve beoordeling kan verhaal halen bij de inrichtende macht. De inrichtende macht gaat vervolgens na of de negatieve beoordeling redelijk en verantwoord is, rekening houdend met het traject van aanvangsbegeleiding dat het personeelslid heeft doorlopen. De inrichtende macht bevestigt of vernietigt de negatieve beoordeling. Zowel het personeelslid als de eerste evaluator kunnen aan de inrichtende macht vragen om gehoord te worden. De inrichtende macht hoort in dat geval beide partijen voordat ze een beslissing neemt. Als een personeelslid dat van de eerste evaluator een negatieve beoordeling heeft gekregen voor de prestaties die hij in een ambt in de instelling heeft verricht, het daaropvolgende schooljaar of later in de instelling waar hij deze negatieve beoordeling heeft gekregen in het betrokken ambt een nieuwe tijdelijke aanstelling van bepaalde duur krijgt, dan wordt de eerdere negatieve beoordeling omgezet in een beoordeling met werkpunten. Het personeelslid moet dan in het betrokken ambt in de instelling bijkomend 200 effectieve dagen presteren, onder de voorwaarden vermeld in het vierde en vijfde lid, voordat hij in aanmerking komt voor het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur. Bij de nieuwe tijdelijke aanstelling van het personeelslid in het betrokken ambt wordt, conform de motivering die de eerste evaluator in het verslag van de negatieve beoordeling heeft opgenomen, een aangepast traject van aanvangsbegeleiding opgesteld dat het personeelslid tijdens die bijkomende periode moet volgen. De beoordeling van de leerkracht levensbeschouwelijk onderricht moet voor de vakinhoudelijke en vaktechnische aspecten ook het akkoord wegdragen van de bevoegde instantie van de betrokken eredienst of de niet-confessionele zedenleer. Dat akkoord blijkt uit de ondertekening van dit deel van de beoordeling in kwestie door een afgevaardigde van de bevoegde instantie. In het bevoegde lokaal comité van de scholengemeenschap worden algemene afspraken onderhandeld over de beoordeling. Daarbij moet alleszins rekening gehouden worden met de volgende principes: - een eerste evaluator kan aan een tijdelijk personeelslid dat gespreid over meerdere schooljaren in eenzelfde ambt voor bepaalde duur is aangesteld in een of meer instellingen van dezelfde scholengemeenschap slechts twee maal een negatieve beoordeling of een beoordeling met werkpunten toekennen. Als het personeelslid in een instelling van de scholengemeenschap opnieuw tijdelijk wordt aangesteld voor bepaalde duur in een ambt waarvoor hij eerder al twee negatieve beoordelingen heeft gekregen, ofwel een beoordeling met werkpunten gevolgd door negatieve beoordeling heeft gekregen, ofwel een negatieve beoordeling gevolgd door een beoordeling met werkpunten heeft gekregen, dan kan de eerste evaluator in een instelling van de scholengemeenschap in dat ambt geen derde beoordeling meer toekennen die een negatieve beoordeling is of een beoordeling met werkpunten is. Als de eerste evaluator van dit personeelslid van mening is dat het personeelslid niet in aanmerking komt voor een nieuwe of verdere tijdelijke aanstelling, dan kan hij dit enkel doen via een evaluatie met eindconclusie onvoldoende als vermeld in hoofdstuk Vter; - als een tijdelijk personeelslid in hetzelfde ambt een tijdelijke aanstelling van bepaalde duur heeft in meerdere instellingen van dezelfde scholengemeenschap, dan tellen voor de toepassing van het hiervoor vermelde principe alle negatieve beoordelingen en beoordelingen met werkpunten die in hetzelfde schooljaar zijn toegekend samen als één beoordeling. Als het personeelslid het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven in een of meer instellingen van een scholengemeenschap, dan geldt dat recht voor betrekkingen in de instelling of instellingen waar het personeelslid van de eerste evaluator een positieve beoordeling heeft gekregen, evenals in alle instellingen van die scholengemeenschap waar het personeelslid van de eerste evaluator geen beoordeling heeft gekregen. Om een beroep te doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur stelt het personeelslid zich, op straffe van verlies van zijn recht voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat bij de inrichtende macht van een van de instellingen van de scholengemeenschap. Het personeelslid kan dat naar keuze doen met een ter post aangetekende brief of op een wijze die door de scholengemeenschap, na onderhandeling in het bevoegde onderhandelingscomité, wordt vastgelegd en die, wat tegenstelbaarheid betreft, minimaal dezelfde garanties biedt als een ter post aangetekende brief. De scholengemeenschap deelt de mogelijkheden van mededeling van de kandidaatstelling mee aan alle personeelsleden en maakt dit ook openbaar. Die kandidaatstelling geldt voor alle betrekkingen waarvoor het recht is verworven en voor alle instellingen van de scholengemeenschap in kwestie. Als het personeelslid diensten heeft gepresteerd bij een andere inrichtende macht dan die waarbij hij zijn kandidatuur stelt, voegt hij bij zijn kandidaatstelling een lijst met de gepresteerde diensten om zijn aanspraak op het recht op een aanstelling van doorlopende duur te staven. Als de kandidatuur van het personeelslid aan alle voorwaarden voldoet, als vermeld in het eerste lid, dan geldt dat vanaf dat ogenblik als een over de schooljaren doorlopende kandidatuur voor dat ambt. Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt niet voor de personeelsleden, vermeld in hoofdstuk IVbis, voor wat betreft het volume van hun vastbenoemde opdracht, waarvoor ze een verlof hebben verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen."; 2° in paragraaf 5, vierde lid, wordt de zinsnede "maximaal 490 dagen" vervangen door de zinsnede "maximaal 200 dagen";3° in paragraaf 7, 2°, worden de woorden "de pedagogische entiteit" telkens vervangen door de zinsnede "de pedagogische entiteit, vermeld in artikel 47septies, § 2,";4° aan paragraaf 7 wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "Een personeelslid dat aangesteld is voor bepaalde duur en dat op het einde van het schooljaar een negatieve beoordeling heeft gekregen, als vermeld in paragraaf 3, zesde lid, kan de diensten die hij tot dat ogenblik presteerde in de instelling waar hij de negatieve beoordeling kreeg niet meer in aanmerking nemen voor de berekening van de anciënniteit zoals bedoeld in paragraaf 3 en 4 van dit artikel of van artikel 77ter, maar beperkt tot de diensten die gepresteerd werden in het ambt waarvoor hij de negatieve beoordeling kreeg.Het personeelslid kan daarenboven de diensten die hij gepresteerd heeft bij andere instellingen van de scholengemeenschap in het ambt waarvoor hij een negatieve beoordeling kreeg, niet aanwenden om in de instelling waar hij die negatieve beoordeling kreeg het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in te roepen zoals bedoeld in paragraaf 3 of in artikel 77ter."; 5° in paragraaf 7bis, 2° en 3°, worden de woorden "de pedagogische entiteit" telkens vervangen door de zinsnede "de pedagogische entiteit, vermeld in artikel 47septies, § 2,";6° in paragraaf 7ter, 2°, worden de woorden "de pedagogische entiteit" telkens vervangen door de zinsnede "de pedagogische entiteit, vermeld in artikel 47septies, § 2,";7° in paragraaf 7quater, tweede lid, worden de woorden "de pedagogische entiteit" vervangen door de zinsnede "de pedagogische entiteit, vermeld in artikel 47septies, § 2,"; 8° aan paragraaf 7quater wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "Als een tijdelijk personeelslid na een negatieve beoordeling in een ambt volgens artikel 23, § 3, zesde lid, of artikel 23bis, § 3, zesde lid, opnieuw wordt aangeworven in dat ambt in de instelling waar hij voor dat ambt een negatieve beoordeling heeft gekregen, kan hij voor het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur opnieuw beroep doen op de diensten die hij vóór de negatieve beoordeling presteerde."; 9° aan paragraaf 10 wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt: "Deze voorwaarde geldt enkel voor de instellingen van de scholengemeenschap waar het personeelslid van de eerste evaluator een positieve beoordeling of geen beoordeling heeft gekregen.". Art. 10.In artikel 25, vierde lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035979 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers type decreet prom. 14/07/1998 pub. 22/08/1998 numac 1998035879 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende instemming met het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het Recht van de Zee, en de bijlagen, ondertekend in Montego Bay op 10 december 1982, en de Overeenkomst inzake de toepassing van deel XI van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het Recht van de Zee van 10 december 1982, en de bijlage, ondertekend in New York op 28 juli 1994 type decreet prom. 14/07/1998 pub. 10/09/1998 numac 1998035996 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot wijziging van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn type decreet prom. 14/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998035839 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de euro sluiten8, wordt de zin "Het personeelslid kan binnen vijf kalenderdagen na de ontvangst van het ontslag om dringende redenen met een aangetekende brief beroep aantekenen bij de bevoegde kamer van beroep, vermeld in artikel 69." vervangen door de zin "Het personeelslid kan binnen vijf kalenderdagen vanaf de dag nadat de post de schriftelijke mededeling van het ontslag om dringende redenen voor het eerst heeft aangeboden, met een aangetekende brief beroep aantekenen bij de bevoegde kamer van beroep, vermeld in artikel 69.". Art. 11.In artikel 31 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 14 februari 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/02/2003 pub. 01/07/2003 numac 2003035650 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XIV sluiten en gewijzigd bij de decreten van 7 juli 2006, 6 juli 2018 en 15 maart 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt punt 1° vervangen door wat volgt: "1° op 31 augustus voorafgaand aan de datum waarop de benoeming ingaat ten minste 360 dagen dienstanciënniteit heeft in het bedoelde ambt bij de inrichtende macht.De inrichtende macht kan ook dienstanciënniteit in aanmerking nemen die het personeelslid heeft verworven in instellingen die tot een andere inrichtende macht behoren. Als het een leraar betreft in het bezit van een voldoende geacht of gelijkwaardig geacht bekwaamheidsbewijs moeten de 360 dagen zijn gepresteerd in de opleiding, de module, het vak of de specialiteit van de vacant verklaarde betrekking;"; 2° in paragraaf 1, eerste lid, 3°, wordt de zin "Behoort de instelling of het CLB waar het personeelslid voor doorlopende duur is aangesteld, niet tot een scholengemeenschap, dan vervult het personeelslid deze voorwaarde voor alle instellingen of CLB's van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren." vervangen door de zin "Behoort de instelling of het CLB waar het personeelslid voor doorlopende duur is aangesteld, niet tot een scholengemeenschap, dan vervult het personeelslid deze voorwaarde voor alle instellingen of CLB's van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren, maar niet voor die instelling of instellingen waar het personeelslid van de eerste evaluator als laatste beoordeling een negatieve beoordeling heeft gekregen, als vermeld in artikel 23, § 3, of in artikel 23bis, § 3, tenzij de inrichtende macht instemt met een vaste benoeming in de instelling."; 3° in paragraaf 1, eerste lid, 3°, wordt de zin "Behoort de instelling waar het personeelslid voor doorlopende duur is aangesteld, tot een scholengemeenschap, dan vervult het personeelslid deze voorwaarde voor alle instellingen van de scholengemeenschap." vervangen door de zin "Behoort de instelling waar het personeelslid voor doorlopende duur is aangesteld, tot een scholengemeenschap, dan vervult het personeelslid deze voorwaarde voor alle instellingen van de scholengemeenschap, maar niet voor die instelling of instellingen waar het personeelslid van de eerste evaluator als laatste beoordeling een negatieve beoordeling heeft gekregen, als vermeld in artikel 23, § 3, of in artikel 23bis, § 3, tenzij de inrichtende macht instemt met een vaste benoeming in de instelling."; 4° paragraaf 5 wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing: " § 5.De inrichtende macht legt criteria vast die ze zal hanteren om een vaste benoeming toe te kennen als er meerdere personeelsleden zijn die zich kandidaat hebben gesteld voor eenzelfde betrekking. Deze criteria worden onderhandeld in het daartoe bevoegde lokaal comité."; 5° paragraaf 7 wordt opgeheven. Art. 12.In artikel 33 van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/09/1999 numac 1999036051 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begroting 1999 sluiten4, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° aan paragraaf 1, eerste lid, wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt: "6° de betrekking of het deel van de betrekking in een wervingsambt van het bestuursen onderwijzend personeel van een vastbenoemd personeelslid waarvoor dat personeelslid op 15 oktober van dat schooljaar voor een volledig schooljaar afwezig is omwille van een of meer van volgende verlofstelsels:
- a)verlof wegens bijzondere opdracht zoals bepaald in artikel 51quater van dit decreet;
- b)verlof wegens opdracht zoals bepaald in artikel 51quater van dit decreet;
- c)verlof voor vakbondsopdrachten zoals bepaald in artikel 53 van het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs of zoals bepaald in het koninklijk besluit van 16 december 1981 betreffende het syndicaal verlof in het gesubsidieerd onderwijs;
- d)verlof om een ambt uit te oefenen in een ministerieel kabinet zoals bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juli 1995 betreffende het verlof om een ambt uit te oefenen in een ministerieel kabinet van een lid van een gemeenschapsof gewestregering, van een lid van de Federale Regering of van een gewestelijk staatssecretaris, en bij een secretariaat, de cel algemene beleidscoördinatie en een cel algemeen beleid bij een lid van de Federale Regering door personeelsleden van het onderwijs en van de centra voor leerlingenbegeleiding;
- e)verlof erkende politieke groepen zoals bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 1991 betreffende het verlof dat aan de personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medischsociale centra wordt verleend voor het verrichten van bepaalde prestaties ten behoeve van in de wetgevende vergaderingen van de Staat en van de gemeenschappen en of de gewesten erkende politieke groepen, respectievelijk ten behoeve van de voorzitters van die groepen;
- f)politiek verlof zoals bepaald in artikel 29 tot en met artikel 36bis van het decreet van 28 april 1993 betreffende het onderwijs IV;
- g)verlof voor verminderde prestaties zoals bepaald in hoofdstuk II van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 1990 betreffende het verlof en de afwezigheid voor verminderde prestaties;
- h)afwezigheid voor verminderde prestaties zoals bepaald in hoofdstuk III van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 1990 betreffende het verlof en de afwezigheid voor verminderde prestaties."; 2° in paragraaf 4 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- a)het eerste lid wordt vervangen door wat volgt: "In afwijking van paragraaf 1, eerste lid, bepaalt de inrichtende macht afzonderlijk voor haar Centra voor Volwassenenonderwijs en voor haar academies voor deeltijds kunstonderwijs jaarlijks op basis van een beleidsplan en na onderhandelingen in het bevoegde lokale onderhandelingscomité welke vacante betrekkingen ze meedeelt in respectievelijk de centra voor volwassenenonderwijs en de academies voor deeltijds kunstonderwijs.";
- b)in het tweede lid wordt de zinsnede "vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 4° en 5°, " vervangen door de zinsnede "vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 4°, 5° en 6°, ". Art. 13.In artikel 35bis, § 2, 3°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035979 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers type decreet prom. 14/07/1998 pub. 22/08/1998 numac 1998035879 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende instemming met het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het Recht van de Zee, en de bijlagen, ondertekend in Montego Bay op 10 december 1982, en de Overeenkomst inzake de toepassing van deel XI van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het Recht van de Zee van 10 december 1982, en de bijlage, ondertekend in New York op 28 juli 1994 type decreet prom. 14/07/1998 pub. 10/09/1998 numac 1998035996 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot wijziging van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn type decreet prom. 14/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998035839 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de euro sluiten en gewijzigd bij de decreten van 3 juli 2015 en 6 juli 2018, wordt de zinsnede "vanaf 1 januari" vervangen door de zinsnede "vanaf 1 februari". Art. 14.Aan artikel 36ter, § 2, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/02/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997035724 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1988 type decreet prom. 25/02/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997035730 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1987 sluiten8, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "In afwijking van het eerste lid kan het ambt van ICT-coördinator door een voltijdse of deeltijdse betrekking worden ingevuld.". Art. 15.In titel II, hoofdstuk III, van hetzelfde decreet wordt het opschrift van afdeling 5 vervangen door wat volgt: "Afdeling 5. Inzetbaarheid van de personeelsleden binnen de scholengemeenschappen". Art. 16.Artikel 36octies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 10 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 10/07/2003 pub. 24/10/2003 numac 2003201478 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het landschap basisonderwijs type decreet prom. 10/07/2003 pub. 02/09/2003 numac 2003035932 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het Podiumkunstendecreet van 18 mei 1999 type decreet prom. 10/07/2003 pub. 11/08/2003 numac 2003035867 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het Elektriciteitsdecreet van 17 juli 2000, wat de invoering van een systeem van warmtekrachtcertificaten betreft sluiten en het laatst gewijzigd bij het decreet van 21 december 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035979 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers type decreet prom. 14/07/1998 pub. 22/08/1998 numac 1998035879 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende instemming met het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het Recht van de Zee, en de bijlagen, ondertekend in Montego Bay op 10 december 1982, en de Overeenkomst inzake de toepassing van deel XI van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het Recht van de Zee van 10 december 1982, en de bijlage, ondertekend in New York op 28 juli 1994 type decreet prom. 14/07/1998 pub. 10/09/1998 numac 1998035996 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot wijziging van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn type decreet prom. 14/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998035839 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de euro sluiten3, wordt vervangen door wat volgt: "Art. 36octies.Zonder afbreuk te doen aan de principes dat een personeelslid wordt aangesteld in of geaffecteerd aan een instelling, kunnen in het basisonderwijs: 1° de leden van het bestuurspersoneel van de instellingen die de scholengemeenschap vormen, voor de vervulling van opdrachten voor de totaliteit van de scholengemeenschap worden ingezet;2° de leden van het onderwijzend personeel van de instellingen die de scholengemeenschap vormen, voor de vervulling van opdrachten voor andere instellingen van de scholengemeenschap worden ingezet;3° de leden van het beleidsen ondersteunend personeel van de instellingen die de scholengemeenschap vormen, voor de vervulling van opdrachten voor en in andere instellingen van de scholengemeenschap of voor de totaliteit van de scholengemeenschap worden ingezet;4° in afwijking van punt 2° de personeelsleden die zijn aangesteld met overgedragen lestijden, worden ingezet voor de vervulling van opdrachten voor en in andere instellingen van de scholengemeenschap. Daarover moet vooraf in het lokaal comité worden onderhandeld. Zonder afbreuk te doen aan de principes dat een personeelslid wordt aangesteld in of geaffecteerd aan een instelling, kunnen in het secundair onderwijs: 1° de leden van het bestuurspersoneel van de instellingen die de scholengemeenschap vormen, voor de vervulling van opdrachten voor de totaliteit van de scholengemeenschap worden ingezet;2° de leden van het ondersteunend personeel van de instellingen die de scholengemeenschap vormen, als ze daarmee instemmen, voor de vervulling van opdrachten voor en in andere instellingen van de scholengemeenschap of voor de totaliteit van de scholengemeenschap worden ingezet. Bij de toepassing van het eerste lid, 3° en 4°, en het tweede lid, 2°, worden minstens de volgende principes gehanteerd: 1° het personeelslid wordt altijd aangesteld in of geaffecteerd aan de instelling waar de betrekking reglementair wordt ingericht;2° de afstand over de openbare weg tussen de instelling van aanstelling of affectatie en de instelling waar het personeelslid wordt ingezet mag nooit meer dan 25 kilometer bedragen.Dat geldt niet als het personeelslid ermee instemt om over een grotere afstand ingezet te worden; 3° er wordt altijd rekening gehouden met de statutaire toestand van het personeelslid die conform dit decreet is bepaald. De bepalingen over de inzetbaarheid, vermeld in het eerste tot en met het derde lid, worden, onverminderd artikel 20 en 45, opgenomen in de overeenkomst of het besluit waarin de aanstelling wordt vastgesteld, alsook in de functiebeschrijving, vermeld in hoofdstuk Vbis.". Art. 17.In titel II, hoofdstuk III, van hetzelfde decreet wordt het opschrift van afdeling 6 vervangen door wat volgt: "Afdeling 6. Inzetbaarheid van de personeelsleden tewerkgesteld in de scholengemeenschapsinstellingen of aangesteld ter ondersteuning van de werking van een scholengemeenschap". Art. 18.Artikel 36novies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 juni 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035979 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers type decreet prom. 14/07/1998 pub. 22/08/1998 numac 1998035879 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende instemming met het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het Recht van de Zee, en de bijlagen, ondertekend in Montego Bay op 10 december 1982, en de Overeenkomst inzake de toepassing van deel XI van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het Recht van de Zee van 10 december 1982, en de bijlage, ondertekend in New York op 28 juli 1994 type decreet prom. 14/07/1998 pub. 10/09/1998 numac 1998035996 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot wijziging van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn type decreet prom. 14/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998035839 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de euro sluiten1, wordt vervangen door wat volgt: "Art. 36novies.Zonder afbreuk te doen aan de principes dat een personeelslid wordt aangesteld in of geaffecteerd aan een instelling, kunnen in afwijking van artikel 36octies de personeelsleden, die zijn aangesteld in of geaffecteerd aan een scholengemeenschapsinstelling of die zijn aangesteld in een functie of een betrekking die wordt ingericht ter ondersteuning van de werking van de scholengemeenschap, worden ingezet voor de vervulling van opdrachten voor en in andere instellingen van de scholengemeenschap of voor de vervulling van opdrachten voor de totaliteit van de scholengemeenschap. Bij de toepassing van het eerste lid, worden minstens de volgende principes gehanteerd: 1° het personeelslid wordt altijd aangesteld in of geaffecteerd aan de instelling waar de betrekking reglementair wordt ingericht;2° de afstand over de openbare weg tussen de instelling van aanstelling of affectatie en de instelling waar het personeelslid wordt ingezet mag nooit meer dan 25 kilometer bedragen.Dat geldt niet als het personeelslid ermee instemt om over een grotere afstand ingezet te worden; 3° er wordt altijd rekening gehouden met de statutaire toestand van het personeelslid die conform dit decreet is bepaald. De bepalingen over de inzetbaarheid, vermeld in het eerste en het tweede lid, worden, onverminderd artikel 20 en 45, opgenomen in de overeenkomst of het besluit waarin de aanstelling wordt vastgesteld, alsook in de functiebeschrijving, vermeld in hoofdstuk Vbis.". Art. 19.In artikel 44quinquies decies/2, § 2, 1°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035979 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers type decreet prom. 14/07/1998 pub. 22/08/1998 numac 1998035879 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende instemming met het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het Recht van de Zee, en de bijlagen, ondertekend in Montego Bay op 10 december 1982, en de Overeenkomst inzake de toepassing van deel XI van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het Recht van de Zee van 10 december 1982, en de bijlage, ondertekend in New York op 28 juli 1994 type decreet prom. 14/07/1998 pub. 10/09/1998 numac 1998035996 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot wijziging van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn type decreet prom. 14/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998035839 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de euro sluiten8, wordt de zinsnede "de geïndividualiseerde functiebeschrijving zoals bepaald in artikel 47sexies" vervangen door de woorden "de functiebeschrijving". Art. 20.In artikel 44quinquies decies/3, § 2, 1°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035979 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers type decreet prom. 14/07/1998 pub. 22/08/1998 numac 1998035879 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende instemming met het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het Recht van de Zee, en de bijlagen, ondertekend in Montego Bay op 10 december 1982, en de Overeenkomst inzake de toepassing van deel XI van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het Recht van de Zee van 10 december 1982, en de bijlage, ondertekend in New York op 28 juli 1994 type decreet prom. 14/07/1998 pub. 10/09/1998 numac 1998035996 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot wijziging van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn type decreet prom. 14/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998035839 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de euro sluiten8, wordt de zinsnede "de geïndividualiseerde functiebeschrijving zoals bepaald in artikel 47sexies" vervangen door de woorden "de functiebeschrijving". Art. 21.Artikel 47bis, § 2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/02/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997035724 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1988 type decreet prom. 25/02/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997035730 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1987 sluiten0, wordt vervangen door wat volgt: " § 2. Voor de bepalingen van dit hoofdstuk wordt onder "instelling" desgevallend ook een pedagogische entiteit verstaan die bestaat uit alle instellingen voor secundair onderwijs, die behoren tot dezelfde inrichtende macht en liggen binnen eenzelfde kadastraal perceel of aaneensluitende kadastrale percelen, of gescheiden door hetzij maximaal twee kadastrale percelen, hetzij door een weg. De vestigingsplaatsen die op deze locatie liggen en die behoren tot andere dan de hiervoor vermelde instellingen, behoren niet tot de pedagogische entiteit.". Art. 22.In artikel 47ter van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/02/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997035724 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1988 type decreet prom. 25/02/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997035730 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1987 sluiten0 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 15 maart 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/09/1999 numac 1999036051 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begroting 1999 sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 wordt het woord "geïndividualiseerde" opgeheven;2° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt: " § 2.Een functiebeschrijving is verplicht voor elk personeelslid en wordt door de eerste evaluator ondertekend. Voor de beheerder van een internaat, de directeur, de adviseur-coördinator van de pedagogische begeleidingsdienst en in voorkomend geval de adjunct-directeur of - voor het CLB - de coördinator wordt de functiebeschrijving ondertekend door de inrichtende macht. Voor de directeur, belast met de functie directeur coördinatie-scholengemeenschap, wordt de functiebeschrijving ondertekend door de evaluator aangeduid door de scholengemeenschap. De functiebeschrijving wordt bij de aanstelling overhandigd. Het betrokken personeelslid ondertekent de functiebeschrijving voor kennisname."; 3° in paragraaf 3 worden de volgende wijzigingen aangebracht: - aan het eerste lid wordt een zin toegevoegd die luidt als volgt: "De kerntaken die moeten worden opgenomen in de functiebeschrijvingen kunnen op deze manier per ambt, en desgevallend binnen het ambt per functie, worden vastgelegd."; - aan het tweede lid wordt een zin toegevoegd die luidt als volgt: "De kerntaken die moeten worden opgenomen in de functiebeschrijvingen kunnen op deze manier per ambt, en desgevallend binnen het ambt per functie worden vastgelegd."; 4° in paragraaf 4, 2°, worden de volgende wijzigingen aangebracht: - in het eerste streepje worden tussen de woorden "Deze bepaling is evenwel niet van toepassing voor personeelsleden die tewerkgesteld zijn" en de woorden "ter ondersteuning van of op het niveau van de scholengemeenschap" de woorden "in een scholengemeenschapsinstelling of" ingevoegd; - het vierde streepje wordt vervangen door wat volgt: "- de eerste evaluator heeft als voornaamste taak het personeelslid voldoende coaching en begeleiding te bezorgen. Er kan daarbij in delegatie of externe hulp voorzien worden voor de opname van het concrete begeleidingstraject. De eerste evaluator moet regelmatig functioneringsgesprekken houden met het personeelslid. Bovendien heeft het personeelslid op diens verzoek recht op een functioneringsgesprek. Van het functioneringsgesprek kan een verslag worden opgemaakt waarin eventueel persoonsen ontwikkelingsgerichte doelstellingen worden opgenomen;"; 5° paragraaf 5 wordt vervangen door wat volgt: " § 5.In afwijking van paragraaf 4 worden de beheerder van een internaat, de directeur en de adviseur-coördinator van de pedagogische begeleidingsdienst geëvalueerd door de inrichtende macht. De inrichtende macht heeft als voornaamste taak het personeelslid voldoende coaching en begeleiding te bezorgen. Er kan daarbij in delegatie of externe hulp voorzien worden voor de opname van het concrete begeleidingstraject. De inrichtende macht moet regelmatig functioneringsgesprekken houden met het personeelslid. Bovendien heeft het personeelslid op diens verzoek recht op een functioneringsgesprek. Van het functioneringsgesprek kan een verslag worden opgemaakt waarin eventueel persoonsen ontwikkelingsgerichte doelstellingen worden opgenomen. In afwijking van het eerste lid wordt de directeur, belast met de functie directeur coördinatie-scholengemeenschap, geëvalueerd door de evaluator die in overleg wordt aangeduid door de scholengemeenschap. Hij heeft als voornaamste taak het personeelslid voldoende coaching en begeleiding te bezorgen. Er kan daarbij in delegatie of externe hulp voorzien worden voor de opname van het concrete begeleidingstraject. De evaluator moet regelmatig functioneringsgesprekken houden met het personeelslid. Bovendien heeft het personeelslid op diens verzoek recht op een functioneringsgesprek. Van het functioneringsgesprek kan een verslag worden opgemaakt waarin eventueel persoonsen ontwikkelingsgerichte doelstellingen worden opgenomen. In afwijking van paragraaf 4 wordt het personeelslid dat belast is met het mandaat van coördinerend directeur geëvalueerd door de instantie die hem met het mandaat belast heeft. De instantie die de evaluatie op zich neemt, heeft als voornaamste taak het personeelslid voldoende coaching en begeleiding te bezorgen. Er kan daarbij in delegatie of externe hulp voorzien worden voor de opname van het concrete begeleidingstraject. De instantie die de evaluatie op zich neemt moet regelmatig functioneringsgesprekken houden met het personeelslid. Bovendien heeft het personeelslid op diens verzoek recht op een functioneringsgesprek. Van het functioneringsgesprek kan een verslag worden opgemaakt waarin eventueel persoonsen ontwikkelingsgerichte doelstellingen worden opgenomen."; 6° paragraaf 6 wordt vervangen door wat volgt: " § 6.In afwijking van paragraaf 4 kan de inrichtende macht voor de evaluatie van de adjunct-directeur of - voor het CLB - van de coördinator kiezen om ofwel zelf de adjunct-directeur of - voor het CLB - de coördinator te evalueren ofwel de directeur aan te duiden als eerste evaluator en zelf de rol van tweede evaluator op zich te nemen. Indien de inrichtende macht ervoor kiest om de adjunct-directeur of - voor het CLB - de coördinator zelf te evalueren, dan heeft ze als voornaamste taak het personeelslid voldoende coaching en begeleiding te bezorgen. De eerste evaluator of desgevallend de inrichtende macht moet regelmatig functioneringsgesprekken houden met het personeelslid. Bovendien heeft het personeelslid op diens verzoek recht op een functioneringsgesprek. Van het functioneringsgesprek kan een verslag worden opgemaakt waarin eventueel persoonsen ontwikkelingsgerichte doelstellingen worden opgenomen."; 7° paragraaf 7 wordt vervangen door wat volgt: " § 7.Een opleiding tot evaluator is verplicht voor wie als evaluator wordt aangesteld. Evaluatoren moeten binnen de twee jaar na hun aanduiding als evaluator een opleiding tot evaluator succesvol afgerond hebben. Evaluatoren die al voor 1 september 2021 als evaluator aangeduid waren en nog geen opleiding hadden gevolgd, krijgen daarvoor de tijd tot 1 september 2023. Wie na deze termijn niet aan deze voorwaarde voldoet kan niet evalueren."; 8° paragraaf 8 wordt vervangen door wat volgt: " § 8.De functiebeschrijving, die moet vastgelegd worden per ambt en per instelling, bevat de kerntaken van het personeelslid. De kerntaken omvatten de taken eigen aan de functie, de professionalisering, en het overleg en de samenwerking met directie, collega's en desgevallend CLB en ouders. Wanneer zijn kerntaken wijzigen, krijgt het personeelslid een nieuwe functiebeschrijving. Daarbij wordt rekening gehouden met de algemene afspraken die in uitvoering van paragraaf 3 zijn vastgelegd met de bepalingen van het arbeidsreglement en, in het gesubsidieerd vrij onderwijs, met de bepalingen van de arbeidsovereenkomst.". Art. 23.Artikel 47ter/1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035979 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers type decreet prom. 14/07/1998 pub. 22/08/1998 numac 1998035879 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende instemming met het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het Recht van de Zee, en de bijlagen, ondertekend in Montego Bay op 10 december 1982, en de Overeenkomst inzake de toepassing van deel XI van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het Recht van de Zee van 10 december 1982, en de bijlage, ondertekend in New York op 28 juli 1994 type decreet prom. 14/07/1998 pub. 10/09/1998 numac 1998035996 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot wijziging van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn type decreet prom. 14/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998035839 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de euro sluiten0 en gewijzigd bij het decreet van 16 maart 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/09/1999 numac 1999036051 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begroting 1999 sluiten5, wordt vervangen door wat volgt: "Art. 47ter/1. § 1. De lijst van de instellingsgebonden opdrachten wordt opgemaakt door de directeur en onderhandeld in het lokaal comité. De instellingsgebonden opdrachten worden niet opgenomen in de functiebeschrijving. Een overzicht van de verdeling van de instellingsgebonden opdrachten op schoolniveau wordt aan alle personeelsleden bezorgd. § 2. Bij het verdelen van de instellingsgebonden opdrachten tussen alle personeelsleden houdt de inrichtende macht rekening met onder andere: 1° de aard van de kerntaken van de personeelsleden in de instelling, het voltijds of deeltijds karakter ervan en de tijd die hieraan besteed wordt;2° het principe van de billijke verdeling van de instellingsgebonden opdrachten, inzonderheid met betrekking tot personeelsleden die nog in andere instellingen werkzaam zijn;3° de competenties van de personeelsleden. Bij het toewijzen van instellingsgebonden opdrachten aan personeelsleden moet de inrichtende macht bovendien rekening houden met de tijd die de personeelsleden besteden aan hun vertegenwoordiging in lokale inspraakorganen opgericht door of krachtens een wet of een decreet, en met de tijd die een vakbondsafgevaardigde besteedt aan zijn vertegenwoordiging in de Vlaamse Onderwijsraad. § 3. Voor de personeelsleden aangesteld in een wervingsambt van het bestuursen onderwijzend personeel kunnen naast de kerntaken, ook een beperkt aantal instellingsgebonden opdrachten worden gevraagd, zoals: - het opnemen van verantwoordelijkheden die het lesof klasgebeuren overschrijden; - het opnemen van een of andere specifieke rol of opdracht; - het vervangen van afwezige leraars en aanvullend toezicht houden; - vertegenwoordiging in schoolexterne organen.". Art. 24.In artikel 47quater van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/02/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997035724 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1988 type decreet prom. 25/02/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997035730 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1987 sluiten0 en gewijzigd bij de decreten van 4 juli 2008 en 1 juli 2011, wordt het derde lid opgeheven. Art. 25.Artikel 47quinquies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/02/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997035724 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1988 type decreet prom. 25/02/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997035730 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1987 sluiten0 en gewijzigd bij het decreet van 1 juli 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035979 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers type decreet prom. 14/07/1998 pub. 22/08/1998 numac 1998035879 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende instemming met het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het Recht van de Zee, en de bijlagen, ondertekend in Montego Bay op 10 december 1982, en de Overeenkomst inzake de toepassing van deel XI van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het Recht van de Zee van 10 december 1982, en de bijlage, ondertekend in New York op 28 juli 1994 type decreet prom. 14/07/1998 pub. 10/09/1998 numac 1998035996 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot wijziging van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn type decreet prom. 14/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998035839 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de euro sluiten0, wordt vervangen door wat volgt: "Art. 47quinquies.§ 1. Voor de wervingsambten van het bestuursen onderwijzend personeel wordt, voor zover dit ambt een lesopdracht omvat, bij het vastleggen van de functiebeschrijvingen, onverminderd artikel 47ter en 47ter/1, rekening gehouden met het volgende principe: De kerntaak van de leraar is het lesgeven, in de brede zin van het woord. Het gaat om een geïntegreerde lerarenopdracht, die betrekking heeft op alles wat als vanzelfsprekend bij het lerarenberoep hoort, vertrekkend vanuit de brede professionaliteit van de lesgever. Tot deze geïntegreerde lerarenopdracht behoren kerntaken zoals: - de planning en voorbereiding van lessen; - het lesgeven zelf; - de klaseigen leerlingenbegeleiding; - de evaluatie van de leerlingen en cursisten; - de professionalisering; - het overleg en de samenwerking met directie, collega's, en desgevallend CLB en ouders. § 2. Een personeelslid in een wervingsambt van het bestuursen onderwijzend personeel kan belast worden met een specifieke functie op voorwaarde dat de inrichtende macht daarvoor omkaderingsmiddelen aanwendt. In dat geval worden voor dit personeelslid in afwijking van paragraaf 1 - of aanvullend op paragraaf 1 indien het personeelslid belast wordt met zowel een lesopdracht als een specifieke functiespecifieke taken opgenomen in de functiebeschrijving. De criteria die worden gebruikt om voor die specifieke taken al dan niet omkaderingsmiddelen aan te wenden en om ze te verdelen onder alle personeelsleden alsook de criteria voor de verdeling van de omkaderingsmiddelen worden onderhandeld in het lokaal comité. § 3. In afwijking van paragraaf 1 en 2 kan voor de wervingsambten van het bestuursen onderwijzend personeel in het basisonderwijs in de functiebeschrijving enkel de geïntegreerde lerarenopdracht worden opgenomen, die bestaat uit de hoofdopdracht en de volgende kerntaken: - de planning en voorbereiding van lessen; - de klaseigen leerlingenbegeleiding; - de evaluatie van de leerlingen; - de professionalisering; - het overleg en de samenwerking met directie, collega's, CLB en ouders.". Art. 26.Artikel 47sexies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/02/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997035724 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1988 type decreet prom. 25/02/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997035730 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1987 sluiten0 en gewijzigd bij de decreten van 8 mei 2009 en 27 april 2018, wordt opgeheven. Art. 27.Artikel 47septies, § 2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/02/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997035724 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1988 type decreet prom. 25/02/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997035730 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1987 sluiten0, wordt vervangen door wat volgt: " § 2. Voor de bepalingen van dit hoofdstuk wordt onder "instelling" desgevallend ook een pedagogische entiteit verstaan die bestaat uit alle instellingen voor secundair onderwijs, die behoren tot de inrichtende macht en liggen binnen eenzelfde kadastraal perceel of aaneensluitende kadastrale percelen, of gescheiden door hetzij maximaal twee kadastrale percelen, hetzij door een weg. De vestigingsplaatsen die op deze locatie liggen en die behoren tot andere dan de hiervoor vermelde instellingen, behoren niet tot de pedagogische entiteit.". Art. 28.Aan artikel 47octies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/02/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997035724 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1988 type decreet prom. 25/02/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997035730 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1987 sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° aan paragraaf 1 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "Een personeelslid moet geëvalueerd worden op diens volledige functioneren op basis van zijn functiebeschrijving en van de persoonsen ontwikkelingsgerichte doelstellingen in de verslagen van de functioneringsgesprekken."; 2° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt: " § 2.Een personeelslid voor wie geen functiebeschrijving werd opgesteld volgens de bepalingen van hoofdstuk Vbis, voor wie geen persoonsen ontwikkelingsgerichte doelstellingen werden opgenomen in de verslagen van zijn functioneringsgesprekken of voor wie niet in voldoende mate kan aangetoond worden dat de nodige coaching en begeleiding werd voorzien, kan niet worden geëvalueerd. Als aan een personeelslid het verslag van het eerste formele functioneringsgesprek werd overhandigd met daarin de persoonsen ontwikkelingsgerichte doelstellingen van het personeelslid en een duidelijke weergave van de tekortkomingen die zich stellen, moet een termijn van minimum 120 dagen effectieve prestaties gerespecteerd worden - waarbij de volgende dagen ook worden beschouwd als effectief gepresteerde dagen: zaterdagen, zondagen, wettelijke verlofdagen en schoolvakanties, met uitzondering van de zomervakantie - vooraleer een evaluatieverslag met als eindconclusie "onvoldoende" kan overhandigd worden."; 3° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt: " § 3.Evaluatoren doen met het oog op de evaluatie zelf een aantal vaststellingen, en kunnen bijkomend een beroep doen op informatie die zij verkregen hebben van derden.". Art. 29.Aan artikel 47decies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/02/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997035724 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1988 type decreet prom. 25/02/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997035730 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1987 sluiten0 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/09/1999 numac 1999036051 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begroting 1999 sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, tweede lid, wordt het woord "afspraken" vervangen door de woorden "persoonsen ontwikkelingsgerichte doelstellingen";2° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht: - in het tweede lid worden tussen de woorden "de coördinator," en de woorden "beschrijft op zorgvuldige wijze" de zinsnede "door de evaluator aangeduid door de scholengemeenschap voor de directeur belast met de functie van directeur coördinatie-scholengemeenschap of door de instantie die met de evaluatie belast is voor het personeelslid belast met het mandaat van coördinerend directeur," ingevoegd; - in het tweede lid wordt het woord "eventueel" opgeheven; - in het vierde lid wordt de zinsnede "- op straffe van nietigheid -" opgeheven. Art. 30.In artikel 47undecies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/02/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997035724 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1988 type decreet prom. 25/02/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997035730 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1987 sluiten0 en gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° aan paragraaf 1 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "In afwijking van het eerste lid is een evaluatieverslag met eindconclusie "onvoldoende" onmogelijk voor een personeelslid aangesteld in een wervingsambt van het bestuursen onderwijzend personeel en belast met een specifieke functie, zoals vermeld in artikel 47quinquies, § 2, voor zover hij voordien belast was met een lesopdracht en daarvoor geen functioneringsverslag met persoonsen ontwikkelingsgerichte doelstellingen heeft gekregen dat aanleiding gaf tot een evaluatie met eindconclusie "onvoldoende".Hetzelfde geldt voor het personeelslid dat die specifieke functie combineert met een lesopdracht en voor die lesopdracht geen persoonsen ontwikkelingsgerichte doelstellingen heeft gekregen in zijn functioneringsverslag die aanleiding geven tot een evaluatie met eindconclusie "onvoldoende"."; 2° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt: " § 3.Na een evaluatie met eindconclusie "onvoldoende", en voor zover deze niet leidt tot het ontslag zoals bedoeld in dit hoofdstuk, moet betrokkene een nieuwe evaluatie krijgen. Deze nieuwe evaluatie kan ten vroegste plaatsvinden na een periode van minstens 120 dagen effectieve prestaties, waarbij de volgende dagen ook worden beschouwd als effectief gepresteerde dagen: zaterdagen, zondagen, wettelijke verlofdagen en schoolvakanties, met uitzondering van de zomervakantie. Deze periode start op het ogenblik dat het evaluatieverslag wordt voorgelegd aan het betrokken personeelslid overeenkomstig artikel 47decies, § 2. Bovendien moet een periode van minstens 12 maanden gerespecteerd worden sinds aan betrokkene het verslag van het eerste formele functioneringsgesprek werd overhandigd, bedoeld in artikel 47octies, § 2.". Art. 31.Artikel 47duodecies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/02/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997035724 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1988 type decreet prom. 25/02/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997035730 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1987 sluiten0, wordt opgeheven. Art. 32.Aan artikel 47septiesdecies, § 5, 1°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/02/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997035724 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1988 type decreet prom. 25/02/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997035730 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1987 sluiten0 en gewijzigd bij het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/02/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997035724 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1988 type decreet prom. 25/02/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997035730 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1987 sluiten8, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° na de woorden "en desgevallend de adjunct-directeur" wordt de zinsnede "of door de evaluator aangeduid door de scholengemeenschap voor de directeur belast met de functie van directeur coördinatie-scholengemeenschap" toegevoegd; 2° er wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt: "Indien de beroepsmogelijkheden in strijd met artikel 47decies, § 2, niet vermeld zijn in het evaluatieverslag, dan neemt de termijn van twintig kalenderdagen een aanvang vier maanden nadat aan de betrokkene de kopie van het evaluatieverslag met eindconclusie "onvoldoende" werd overhandigd;". Art. 33.In artikel 51decies, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 6 juli 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/09/1999 numac 1999036051 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begroting 1999 sluiten4 en gewijzigd bij het decreet van 18 december 2020Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/07/2001 pub. 27/11/2001 numac 2001036320 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek sluiten0, wordt de zinsnede "artikel 33, § 1, 4° en 5°, artikel 84undevicies of artikel 84vicies septies" vervangen door de zinsnede "artikel 33, § 1, 4°, 5° en 6°, artikel 84undevicies of artikel 84vicies sexies, § 1, 4°, 5° en 6° ". Art. 34.Aan artikel 68, § 2, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 4 juli 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/02/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997035724 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1988 type decreet prom. 25/02/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997035730 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1987 sluiten6, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "De afwijkingen voorzien in het eerste lid gelden niet voor de scholengemeenschapsinstellingen.". Art. 35.In artikel 74, § 5, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/02/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997035724 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1988 type decreet prom. 25/02/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997035730 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1987 sluiten8, wordt de zinsnede "artikel 23, § 3, of 23bis, § 3, van dit decreet, of in artikel 21, § 3, of 21bis, § 3," vervangen door de zinsnede "artikel 23, § 3, of artikel 77bis en artikel 23bis, § 3, of artikel 77ter van dit decreet of in artikel 21, § 3, of artikel 100quater decies en artikel 21bis, § 3, of artikel 100quinquies decies". Art. 36.In artikel 77bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 15 maart 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/09/1999 numac 1999036051 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begroting 1999 sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 worden het derde en vierde lid vervangen door wat volgt: "Om een beroep te doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur stelt het personeelslid zich, op straffe van verlies ervan voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat bij de inrichtende macht.Het personeelslid kan dat naar keuze doen met een ter post aangetekende brief of op een wijze die door de inrichtende macht, na onderhandeling in het bevoegde onderhandelingscomité, wordt vastgelegd en die, wat tegenstelbaarheid betreft, minimaal dezelfde garanties biedt als een ter post aangetekende brief. De inrichtende macht deelt de mogelijkheden van mededeling van de kandidaatstelling mee aan alle personeelsleden en maakt dit ook openbaar. Die kandidaatstelling geldt voor alle betrekkingen waarvoor het recht is verworven. Als de kandidatuur van het personeelslid aan alle voorwaarden voldoet, dan geldt dat vanaf dat ogenblik als een over de schooljaren doorlopende kandidatuur voor dat ambt."; 2° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede "In afwijking van paragraaf 1 en 3 en van artikel 23, § 3," vervangen door de zinsnede "In afwijking van paragraaf 1, 3, 4, 5, 6, 7 en 9 en van artikel 23, § 3,";3° in paragraaf 2 worden het derde en vierde lid vervangen door wat volgt: "Om een beroep te doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur stelt het personeelslid zich, op straffe van verlies ervan voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat bij de inrichtende macht.Het personeelslid kan dat naar keuze doen met een ter post aangetekende brief of op een wijze die door de inrichtende macht, na onderhandeling in het bevoegde onderhandelingscomité, wordt vastgelegd en die, wat tegenstelbaarheid betreft, minimaal dezelfde garanties biedt als een ter post aangetekende brief. De inrichtende macht deelt de mogelijkheden van mededeling van de kandidaatstelling mee aan alle personeelsleden en maakt dit ook openbaar. Die kandidaatstelling geldt voor alle betrekkingen waarvoor het recht is verworven. Als de kandidatuur van het personeelslid aan alle voorwaarden voldoet, dan geldt dat vanaf dat ogenblik als een over de schooljaren doorlopende kandidatuur voor dat ambt."; 4° in paragraaf 3, eerste lid, wordt de zinsnede "In afwijking van paragraaf 1 en 2 en van artikel 23, § 3," vervangen door de zinsnede "In afwijking van paragraaf 1, 2, 4, 5, 6, 7 en 9 en van artikel 23, § 3,";5° in paragraaf 3 wordt het zevende lid vervangen door wat volgt: "Om een beroep te doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur stelt het personeelslid zich, op straffe van verlies ervan voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat bij de inrichtende macht.Het personeelslid kan dat naar keuze doen met een ter post aangetekende brief of op een wijze die door de inrichtende macht, na onderhandeling in het bevoegde onderhandelingscomité, wordt vastgelegd en die, wat tegenstelbaarheid betreft, minimaal dezelfde garanties biedt als een ter post aangetekende brief. De inrichtende macht deelt de mogelijkheden van mededeling van de kandidaatstelling mee aan alle personeelsleden en maakt dit ook openbaar. Die kandidaatstelling geldt voor alle betrekkingen waarvoor het recht is verworven. Als de kandidatuur van het personeelslid aan alle voorwaarden voldoet, dan geldt dat vanaf dat ogenblik als een over de schooljaren doorlopende kandidatuur voor dat ambt."; 6° een paragraaf 4, een paragraaf 5, een paragraaf 6, een paragraaf 7, een paragraaf 8 en een paragraaf 9 worden toegevoegd, die luiden als volgt: " § 4.In afwijking van paragraaf 1, 2, 3, 5, 6, 7 en 9 en van artikel 23, § 3, heeft een personeelslid op of na 1 september 2021 recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur voor een ambt, vermeld in artikel 23, § 5, als hij in een of meer instellingen of CLB's van dezelfde inrichtende macht voldoet aan de volgende voorwaarden: 1° uiterlijk op 30 juni 2020 in het betrokken ambt gespreid over ten minste twee schooljaren een dienstanciënniteit verworven hebben van ten minste 580 dagen, waarvan 400 effectief gepresteerd zijn, waarbij de volgende dagen ook worden beschouwd als effectief gepresteerde dagen: zaterdagen, zondagen, wettelijke verlofdagen en schoolvakanties, voor zover die binnen de aanstellingsperiode vallen. Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tot een maximum van 140 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voor zover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen; 2° voor het betrokken ambt uiterlijk op 30 juni 2020 geen beoordeling met werkpunten, als vermeld in het tweede lid, gekregen hebben van de eerste evaluator.Als het personeelslid uiterlijk op 30 juni 2020 geen beoordeling heeft gekregen, wordt die voorwaarde geacht vervuld te zijn; 3° tijdens het schooljaar 2020-2021 of later in het betrokken ambt niet tijdelijk aangesteld zijn voor doorlopende duur in een of meer instellingen of CLB's van dezelfde inrichtende macht. Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt voor betrekkingen in alle instellingen of CLB's van de inrichtende macht waarbij het recht is verworven. Om een beroep te doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur stelt het personeelslid zich, op straffe van verlies ervan voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat bij de inrichtende macht. Het personeelslid kan dat naar keuze doen met een ter post aangetekende brief of op een wijze die door de inrichtende macht, na onderhandeling in het bevoegde onderhandelingscomité, wordt vastgelegd en die, wat tegenstelbaarheid betreft, minimaal dezelfde garanties biedt als een ter post aangetekende brief. De inrichtende macht deelt de mogelijkheden van mededeling van de kandidaatstelling mee aan alle personeelsleden en maakt dit ook openbaar. Die kandidaatstelling geldt voor alle betrekkingen waarvoor het recht is verworven. Als de kandidatuur van het personeelslid aan alle voorwaarden voldoet, dan geldt dat vanaf dat ogenblik als een over de schooljaren doorlopende kandidatuur voor dat ambt. Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt niet voor de personeelsleden, vermeld in hoofdstuk IVbis, voor wat betreft het volume van hun vastbenoemde opdracht, waarvoor ze een verlof hebben verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. § 5. In afwijking van paragraaf 1, 2, 3, 4, 6, 7 en 9 en van artikel 23, § 3, heeft een personeelslid op of na 1 september 2021 recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur voor een ambt, vermeld in artikel 23, § 5, als hij in een of meer instellingen of CLB's van dezelfde inrichtende macht voldoet aan de volgende voorwaarden: 1° na 1 september 2019 en uiterlijk op 30 juni 2021 in het betrokken ambt gespreid over ten minste twee schooljaren een dienstanciënniteit verworven hebben van ten minste 580 dagen, waarvan 400 dagen effectief gepresteerd zijn, waarbij de volgende dagen ook worden beschouwd als effectief gepresteerde dagen: zaterdagen, zondagen, wettelijke verlofdagen en schoolvakanties, voor zover die binnen de aanstellingsperiode vallen.Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tot een maximum van 140 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voor zover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen; 2° voor het betrokken ambt na 1 september 2019 en uiterlijk op 30 juni 2021 geen beoordeling met werkpunten gekregen hebben van de eerste evaluator.Als het personeelslid na 1 september 2019 en uiterlijk op 30 juni 2021 geen beoordeling heeft gekregen, wordt deze voorwaarde geacht vervuld te zijn. Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt voor betrekkingen in alle instellingen of CLB's van de inrichtende macht waarbij het recht is verworven. Om een beroep te doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur stelt het personeelslid zich, op straffe van verlies ervan voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat bij de inrichtende macht. Het personeelslid kan dat naar keuze doen met een ter post aangetekende brief of op een wijze die door de inrichtende macht, na onderhandeling in het bevoegde onderhandelingscomité, wordt vastgelegd en die, wat tegenstelbaarheid betreft, minimaal dezelfde garanties biedt als een ter post aangetekende brief. De inrichtende macht deelt de mogelijkheden van mededeling van de kandidaatstelling mee aan alle personeelsleden en maakt dit ook openbaar. Die kandidaatstelling geldt voor alle betrekkingen waarvoor het recht is verworven. Als de kandidatuur van het personeelslid aan alle voorwaarden voldoet, dan geldt dat vanaf dat ogenblik als een over de schooljaren doorlopende kandidatuur voor dat ambt. Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt niet voor de personeelsleden, vermeld in hoofdstuk IVbis, voor wat betreft het volume van hun vastbenoemde opdracht, waarvoor ze een verlof hebben verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. § 6. In afwijking van paragraaf 1 tot en met 5, van paragraaf 7 en 9 en van artikel 23, § 3, heeft een personeelslid op of na 1 september 2022 recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur, zoals bepaald in het tweede lid, voor een ambt, vermeld in artikel 23, § 5, als hij in een of meer instellingen of CLB's van dezelfde inrichtende macht voldoet aan de volgende voorwaarden: 1° uiterlijk op 30 juni 2021 in het betrokken ambt gespreid over ten minste twee schooljaren een dienstanciënniteit verworven hebben van ten minste 580 dagen, waarvan 400 dagen effectief gepresteerd zijn, waarbij de volgende dagen ook worden beschouwd als effectief gepresteerde dagen: zaterdagen, zondagen, wettelijke verlofdagen en schoolvakanties, voor zover die binnen de aanstellingsperiode vallen. Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tot een maximum van 140 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voor zover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen; 2° voor het betrokken ambt en uiterlijk op 30 juni 2021 een beoordeling met werkpunten gekregen hebben waarin de eerste evaluator oordeelde dat het personeelslid nog niet voldoet om het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur te verwerven;3° na 31 augustus 2021 tijdelijk aangesteld worden in het betrokken ambt in een of meer instellingen of CLB's van dezelfde inrichtende macht. Het tijdelijke personeelslid dat aan de voorwaarden van het eerste lid voldoet, verwerft het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur op of na 1 september 2022 als dat dit personeelslid uiterlijk op 30 juni 2022 of later bijkomend 200 dagen effectieve prestaties heeft gepresteerd in het betrokken ambt in een of meer instellingen of CLB's van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren en in toepassing van hoofdstuk Vter uiterlijk op het einde van die termijn geen definitieve evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" gekregen heeft. Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tijdens deze bijkomende periode tot een maximum van 70 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voorzover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen. Het tijdelijke personeelslid dat van de eerste evaluator tijdens het schooljaar 2020-2021 en uiterlijk op 30 juni 2021 een beoordeling met werkpunten heeft gekregen, heeft op 1 september 2021 of later in een instelling of CLB van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort recht op een nieuwe tijdelijke aanstelling van bepaalde duur in het ambt waarvoor de beoordeling is toegekend. Het tijdelijke personeelslid verliest dit recht op een nieuwe tijdelijke aanstelling van bepaalde duur in het betrokken ambt als hij vanaf het ogenblik waarop hij de beoordeling met werkpunten heeft gekregen vijf opeenvolgende schooljaren geen diensten heeft gepresteerd in een of meer instellingen of CLB's van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren. Dit recht op een nieuwe tijdelijke aanstelling van bepaalde duur geldt pas nadat in toepassing van artikel 23 een betrekking is toegekend aan de personeelsleden die het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur hebben verworven. Bij een nieuwe aanstelling van het personeelslid in het betrokken ambt wordt, conform de werkpunten die de eerste evaluator in het verslag van de beoordeling heeft opgenomen, een aangepast traject van aanvangsbegeleiding opgesteld dat het personeelslid tijdens de bijkomende periode van 200 dagen effectieve prestaties moet volgen. Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt voor betrekkingen in alle instellingen of CLB's van de inrichtende macht waarbij het recht is verworven. Om een beroep te doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur stelt het personeelslid zich, op straffe van verlies ervan voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat bij de inrichtende macht. Het personeelslid kan dat naar keuze doen met een ter post aangetekende brief of op een wijze die door de inrichtende macht, na onderhandeling in het bevoegde onderhandelingscomité, wordt vastgelegd en die, wat tegenstelbaarheid betreft, minimaal dezelfde garanties biedt als een ter post aangetekende brief. De inrichtende macht deelt de mogelijkheden van mededeling van de kandidaatstelling mee aan alle personeelsleden en maakt dit ook openbaar. Die kandidaatstelling geldt voor alle betrekkingen waarvoor het recht is verworven. Als de kandidatuur van het personeelslid aan alle voorwaarden voldoet, dan geldt dat vanaf dat ogenblik als een over de schooljaren doorlopende kandidatuur voor dat ambt. Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt niet voor de personeelsleden, vermeld in hoofdstuk IVbis, voor wat betreft het volume van hun vastbenoemde opdracht, waarvoor ze een verlof hebben verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. § 7. In afwijking van paragraaf 1 tot en met 6, van paragraaf 9 en van artikel 23, § 3, heeft een personeelslid op of na 1 september 2022 recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur voor een ambt, vermeld in artikel 23, § 5, als hij in een of meer instellingen of CLB's van dezelfde inrichtende macht voldoet aan de volgende voorwaarden: 1° uiterlijk op 30 juni 2021 in het betrokken ambt een dienstanciënniteit verworven hebben van ten minste 290 dagen en ten hoogste 579 dagen;2° na 31 augustus 2021 tijdelijk aangesteld worden in het betrokken ambt in een of meer instellingen of CLB's van dezelfde inrichtende macht;3° op 30 juni 2022 of later in het betrokken ambt gespreid over ten minste twee schooljaren een dienstanciënniteit verworven hebben van ten minste 580 dagen, waarvan 400 dagen effectief gepresteerd zijn, waarbij de volgende dagen ook worden beschouwd als effectief gepresteerde dagen: zaterdagen, zondagen, wettelijke verlofdagen en schoolvakanties, voor zover die binnen de aanstellingsperiode vallen. Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tot een maximum van 140 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voor zover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen; 4° voor het betrokken ambt uiterlijk op 30 juni van het schooljaar waarin het personeelslid de in punt 3° vereiste dienstanciënniteit heeft verworven geen beoordeling met werkpunten, als vermeld in het tweede lid, gekregen hebben van de eerste evaluator.Als het personeelslid uiterlijk op 30 juni van het schooljaar waarin hij de in punt 3° vereiste dienstanciënniteit heeft verworven geen beoordeling heeft gekregen, wordt deze voorwaarde geacht vervuld te zijn. Onverminderd de toepassing van hoofdstuk Vter kan de eerste evaluator ook oordelen dat het personeelslid nog niet voldoet om het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur te verwerven en het personeelslid een beoordeling met werkpunten geven. De eerste evaluator maakt daartoe een verslag op waarin die beslissing en de werkpunten opgenomen worden, samen met het traject dat tijdens de aanvangsbegeleiding werd afgelegd. In dat geval moet het personeelslid bijkomend 200 dagen effectieve dagen presteren waarna hij het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur verwerft, op voorwaarde dat het personeelslid in toepassing van hoofdstuk Vter uiterlijk op het einde van die termijn geen definitieve evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" heeft gekregen. Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tijdens deze bijkomende periode tot een maximum van 70 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voorzover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen. Het tijdelijke personeelslid dat van de eerste evaluator op 30 juni 2022 of later een beoordeling met werkpunten heeft gekregen waaruit blijkt dat hij nog niet voldoet om het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur te verwerven, heeft het daaropvolgende schooljaar of later in een instelling of CLB van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort recht op een nieuwe tijdelijke aanstelling van bepaalde duur in het ambt waarvoor de beoordeling is toegekend. Dit recht op een nieuwe tijdelijke aanstelling van bepaalde duur geldt pas nadat in toepassing van artikel 23 een betrekking is toegekend aan de personeelsleden die het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur hebben verworven. Het tijdelijke personeelslid verliest dit recht op een nieuwe tijdelijke aanstelling van bepaalde duur in het betrokken ambt als hij vanaf het ogenblik waarop hij de beoordeling met werkpunten heeft gekregen vijf opeenvolgende schooljaren geen diensten heeft gepresteerd in een of meer instellingen of CLB's van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren. Bij een nieuwe aanstelling van het personeelslid in het betrokken ambt wordt, conform de werkpunten die de eerste evaluator in het verslag van de beoordeling heeft opgenomen, een aangepast traject van aanvangsbegeleiding opgesteld dat het personeelslid tijdens de bijkomende periode van 200 dagen effectieve prestaties moet volgen. Het personeelslid dat niet akkoord gaat met de beoordeling met werkpunten, vermeld in het tweede lid, kan verhaal halen bij de inrichtende macht. De inrichtende macht gaat vervolgens na of de beoordeling met werkpunten redelijk is en of die het uitstel van het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur rechtvaardigt, rekening houdend met het traject van aanvangsbegeleiding dat het personeelslid heeft doorlopen. De inrichtende macht bevestigt of vernietigt de beoordeling met werkpunten. Zowel het personeelslid als de eerste evaluator kunnen aan de inrichtende macht vragen om gehoord te worden. De inrichtende macht hoort in dat geval beide partijen voordat ze een beslissing neemt. De beoordeling van de leerkracht levensbeschouwelijk onderricht moet voor de vakinhoudelijke en vaktechnische aspecten ook het akkoord wegdragen van de bevoegde instantie van de betrokken eredienst of de niet-confessionele zedenleer. Dat akkoord blijkt uit de ondertekening van dit deel van de beoordeling in kwestie door een afgevaardigde van de bevoegde instantie. In het bevoegde lokaal comité worden algemene afspraken onderhandeld over de beoordeling. Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt voor betrekkingen in alle instellingen of CLB's van de inrichtende macht waarbij het recht is verworven. Om een beroep te doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur stelt het personeelslid zich, op straffe van verlies ervan voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat bij de inrichtende macht. Het personeelslid kan dat naar keuze doen met een ter post aangetekende brief of op een wijze die door de inrichtende macht, na onderhandeling in het bevoegde onderhandelingscomité, wordt vastgelegd en die, wat tegenstelbaarheid betreft, minimaal dezelfde garanties biedt als een ter post aangetekende brief. De inrichtende macht deelt de mogelijkheden van mededeling van de kandidaatstelling mee aan alle personeelsleden en maakt dit ook openbaar. Die kandidaatstelling geldt voor alle betrekkingen waarvoor het recht is verworven. Als de kandidatuur van het personeelslid aan alle voorwaarden voldoet, dan geldt dat vanaf dat ogenblik als een over de schooljaren doorlopende kandidatuur voor dat ambt. Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt niet voor de personeelsleden, vermeld in hoofdstuk IVbis, voor wat betreft het volume van hun vastbenoemde opdracht, waarvoor ze een verlof hebben verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. § 8. Het tijdelijke personeelslid dat voor 31 augustus 2021 in een of meer instellingen of CLB's van dezelfde inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren in een ambt reeds dienstanciënniteit heeft verworven en niet voldoet aan de voorwaarden van paragraaf 1 tot en met 7 of van paragraaf 9, kan voor het betrokken ambt het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur enkel verwerven als het personeelslid op of na 1 september 2021 een nieuwe tijdelijke aanstelling krijgt in het betrokken ambt in een of meer instellingen of CLB's van dezelfde inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren en op 30 juni daaropvolgend beantwoordt aan de voorwaarden van artikel 23, § 3. De voormelde dienstanciënniteit die het tijdelijke personeelslid voor 31 augustus 2021 al heeft verworven, geldt daarbij vanaf 1 september 2021 voor de toepassing van artikel 23, § 3. § 9. In afwijking van de paragrafen 1 tot en met 8 en van artikel 23, § 3, verwerft het tijdelijke personeelslid dat op 1 juli 2021 door een inrichtende macht vast benoemd wordt in een ambt volgens artikel 84vicies septies, § 2, 3° of 4°, vanaf 1 september 2021 in dat ambt het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur. Dat recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt voor alle instellingen en CLB's van de inrichtende macht die niet behoren tot een scholengemeenschap.". Art. 37.In artikel 77ter van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 15 maart 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/09/1999 numac 1999036051 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begroting 1999 sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 wordt het derde lid vervangen door wat volgt: "Om een beroep te doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur stelt het personeelslid zich, op straffe van verlies van zijn recht voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat bij de inrichtende macht van een van de instellingen van de scholengemeenschap.Het personeelslid kan dat naar keuze doen met een ter post aangetekende brief of op een wijze die door de scholengemeenschap na onderhandeling in het bevoegde onderhandelingscomité, wordt vastgelegd en die, wat tegenstelbaarheid betreft, minimaal dezelfde garanties biedt als een ter post aangetekende brief. De scholengemeenschap deelt de mogelijkheden van mededeling van de kandidaatstelling mee aan alle personeelsleden en maakt dit ook openbaar. Die kandidaatstelling geldt voor alle betrekkingen waarvoor het recht is verworven en voor alle instellingen van de scholengemeenschap in kwestie."; 2° in paragraaf 1 wordt het vijfde lid vervangen door wat volgt: "Als de kandidatuur van het personeelslid aan alle voorwaarden voldoet, dan geldt dat vanaf dat ogenblik als een over de schooljaren doorlopende kandidatuur voor dat ambt."; 3° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede "In afwijking van paragraaf 1 en 3 en van artikel 23bis, § 3," vervangen door de zinsnede "In afwijking van paragraaf 1, 3, 4, 5, 6, 7 en 9 en van artikel 23bis, § 3,";4° in paragraaf 2 wordt het derde lid vervangen door wat volgt: "Om een beroep te doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur stelt het personeelslid zich, op straffe van verlies van zijn recht voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat bij de inrichtende macht van een van de instellingen van de scholengemeenschap.Het personeelslid kan dat naar keuze doen met een ter post aangetekende brief of op een wijze die door de scholengemeenschap na onderhandeling in het bevoegde onderhandelingscomité, wordt vastgelegd en die, wat tegenstelbaarheid betreft, minimaal dezelfde garanties biedt als een ter post aangetekende brief. De scholengemeenschap deelt de mogelijkheden van mededeling van de kandidaatstelling mee aan alle personeelsleden en maakt dit ook openbaar. Die kandidaatstelling geldt voor alle betrekkingen waarvoor het recht is verworven en voor alle instelling