📄 Wettekst
9 JULI 2021. - Decreet over het onderwijs XXXI (1)
Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt: DECREET over het onderwijs XXXI HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling Artikel 1.Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid. HOOFDSTUK 2. - Wijziging van de wet van 4 augustus 1986 tot regeling van de oppensioenstelling van de leden van het onderwijzend personeel van het universitair onderwijs en tot wijziging van andere bepalingen van de onderwijswetgeving Art. 2.In artikel 2, § 1, eerste lid, van de wet van 4 augustus 1986 tot regeling van de oppensioenstelling van de leden van het onderwijzend personeel van het universitair onderwijs en tot wijziging van andere bepalingen van de onderwijswetgeving wordt de zinsnede "tijdens hetwelk zij 65 jaar worden" vervangen door de woorden "waarin zij de wettelijke pensioenleeftijd bereiken" en wordt de zinsnede "hun 65ste verjaardag" vervangen door de woorden "het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd". HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991 Art. 3.Aan artikel 4, § 5, van het decreet Rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 16 juni 2017Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
30/03/1999
pub.
15/09/1999
numac
1999036096
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende de subsidiëring van studenten- en leerlingenkoepelverenigingen
type
decreet
prom.
30/03/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999035537
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende de leerlingenraden in het secundair onderwijs
type
decreet
prom.
30/03/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999035580
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van de artikelen 78 en 79 van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 25 januari 1995
sluiten3, worden een derde en vierde lid toegevoegd, die luiden als volgt: "In afwijking van het eerste en tweede lid is de rechtspersoon die bevoegdheid draagt voor de scholengemeenschapsinstelling bevoegd voor de aanstelling en vaste benoeming van de personeelsleden van deze instelling, evenals voor het toekennen van een afwezigheid, een verlof, een terbeschikkingstelling, een affectatie, een zorgkrediet en een loopbaanonderbreking.
Hetzelfde geldt binnen het provinciaal onderwijs.". Art. 4.In artikel 5 van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 15 maart 2019Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
30/09/1999
numac
1999036051
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begroting 1999
sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in punt 1° wordt tussen de zinsnede "de scholen en de centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs van het secundair onderwijs," en de woorden "de academies voor deeltijds kunstonderwijs" de zinsnede "de scholengemeenschapsinstellingen," ingevoegd;2° in punt 5° wordt de zinsnede "volgens artikel 33, § 1, 4° en 5°, of artikel 84undevicies" vervangen door de zinsnede "volgens artikel 33, § 1, 4°, 5° en 6°, artikel 84undevicies of artikel 84vicies sexies, § 1, 4°, 5° en 6° ";3° in punt 28° wordt tussen de zinsnede "de centrumbesturen van de centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs," en de woorden "de centrumbesturen van de centra voor volwassenenonderwijs" de zinsnede "de rechtspersonen die bevoegdheid dragen voor de scholengemeenschapsinstellingen," ingevoegd. Art. 5.In artikel 6, § 4, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het
decreet van 6 juli 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
30/09/1999
numac
1999036051
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begroting 1999
sluiten4 en gewijzigd bij het
decreet van 15 maart 2019Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
30/09/1999
numac
1999036051
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begroting 1999
sluiten7, wordt de zinsnede "maximaal 580 dagen" vervangen door de zinsnede "maximaal 290 dagen". Art. 6.In artikel 20bis, § 1, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het
decreet van 15 maart 2019Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
30/09/1999
numac
1999036051
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begroting 1999
sluiten7, worden de woorden "of in voorkomend geval in de functiebeschrijving van het personeelslid" opgeheven. Art. 7.In artikel 21 van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 21 december 2012Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035973
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs IX
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035933
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035979
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
22/08/1998
numac
1998035879
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende instemming met het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het Recht van de Zee, en de bijlagen, ondertekend in Montego Bay op 10 december 1982, en de Overeenkomst inzake de toepassing van deel XI van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het Recht van de Zee van 10 december 1982, en de bijlage, ondertekend in New York op 28 juli 1994
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
10/09/1998
numac
1998035996
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot wijziging van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
31/07/1998
numac
1998035839
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende de euro
sluiten3, wordt paragraaf 2 opnieuw opgenomen in de volgende lezing: " § 2. De inrichtende macht moet de beëindiging van een tijdelijke aanstelling van bepaalde duur steeds schriftelijk motiveren en meedelen aan het personeelslid.". Art. 8.In artikel 23 van hetzelfde decreet, vervangen bij het
decreet van 14 februari 2003Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
14/02/2003
pub.
01/07/2003
numac
2003035650
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs XIV
sluiten en het laatst gewijzigd bij het
decreet van 15 maart 2019Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
30/09/1999
numac
1999036051
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begroting 1999
sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt: " § 3.Een personeelslid heeft recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur voor een ambt als vermeld in paragraaf 5, als hij in een of meer instellingen of CLB's van dezelfde inrichtende macht voldoet aan de volgende voorwaarden: 1° een dienstanciënniteit verworven hebben van ten minste 290 dagen, waarvan 200 dagen effectief gepresteerd zijn, waarbij de volgende dagen ook worden beschouwd als effectief gepresteerde dagen: zaterdagen, zondagen, wettelijke verlofdagen en schoolvakanties, voor zover die binnen de aanstellingsperiode vallen.Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tot een maximum van 70 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voor zover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen; 2° uiterlijk op 30 juni van het schooljaar in de instelling of instellingen of in het CLB of de CLB's waar het personeelslid de dienstanciënniteit, vermeld in punt 1°, heeft verworven voor het betrokken ambt van de eerste evaluator een positieve beoordeling gekregen hebben.Als het personeelslid uiterlijk op 30 juni van het schooljaar in de instelling of instellingen of het CLB of de CLB's waar hij de in punt 1° vermelde voorwaarden bereikt geen beoordeling heeft gekregen van de eerste evaluator, wordt die voorwaarde voor die instellingen of instellingen geacht vervuld te zijn.
De eerste evaluator kan een van de volgende beoordelingen toekennen: een positieve beoordeling, een beoordeling met werkpunten of een negatieve beoordeling.
Als de eerste evaluator oordeelt dat het personeelslid voldoet om het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur te verwerven, kent hij een positieve beoordeling toe. Het tijdelijke personeelslid kan de dienstanciënniteit die hij in de instelling of in het CLB heeft verworven, inroepen voor het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur als vermeld in het eerste lid.
Onverminderd de toepassing van hoofdstuk VIter kan de eerste evaluator ook oordelen dat het personeelslid nog niet voldoet om het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur te verwerven en het personeelslid een beoordeling met werkpunten geven. De eerste evaluator maakt daartoe een verslag op waarin die beslissing en de werkpunten opgenomen worden, samen met het traject dat tijdens de aanvangsbegeleiding is afgelegd. De beoordeling met werkpunten heeft tot gevolg dat het tijdelijke personeelslid de dienstanciënniteit die hij in het ambt heeft verworven in de instelling of het CLB waar hij deze beoordeling heeft gekregen, nog niet kan inroepen voor het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur als vermeld in het eerste lid. Het personeelslid moet dan nog bijkomend 200 effectieve dagen presteren, voordat hij in aanmerking komt voor het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur. Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tijdens die bijkomende periode tot een maximum van 70 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voor zover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen. Het personeelslid dat niet akkoord gaat met de beoordeling met werkpunten kan verhaal halen bij de inrichtende macht. De inrichtende macht gaat vervolgens na of de beoordeling met werkpunten redelijk is en dit het uitstel van het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur rechtvaardigt, rekening houdend met het traject van aanvangsbegeleiding dat het personeelslid heeft doorlopen. De inrichtende macht bevestigt of vernietigt de beoordeling met werkpunten. Zowel het personeelslid als de eerste evaluator kunnen aan de inrichtende macht vragen om gehoord te worden. De inrichtende macht hoort in dat geval beide partijen voordat hij een beslissing neemt.
Het tijdelijke personeelslid dat van de eerste evaluator een beoordeling met werkpunten heeft gekregen, heeft het daaropvolgende schooljaar of later in een instelling of CLB van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort recht op een nieuwe tijdelijke aanstelling van bepaalde duur in het ambt waarvoor de beoordeling met werkpunten is toegekend. Dit recht op een nieuwe tijdelijke aanstelling van bepaalde duur geldt pas nadat in toepassing van dit artikel een betrekking is toegekend aan de personeelsleden die het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur hebben verworven. Het tijdelijke personeelslid verliest dit recht op een nieuwe tijdelijke aanstelling van bepaalde duur in het betrokken ambt als hij vanaf het ogenblik waarop hij de beoordeling met werkpunten heeft gekregen vijf opeenvolgende schooljaren geen diensten heeft gepresteerd in een of meer instellingen of CLB's van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren. Bij een nieuwe aanstelling van het personeelslid in het betrokken ambt wordt, conform de werkpunten die de eerste evaluator in het verslag van de beoordeling heeft opgenomen, een aangepast traject van aanvangsbegeleiding opgesteld dat het personeelslid tijdens die bijkomende periode moet volgen. Uiterlijk op 30 juni van het schooljaar waarin het tijdelijke personeelslid de bijkomende 200 effectieve dagen heeft gepresteerd, moet hij van de eerste evaluator een nieuwe beoordeling krijgen. Dat kan slechts een positieve beoordeling of een negatieve beoordeling zijn. Als het personeelslid van de eerste evaluator geen beoordeling krijgt, geldt dit als een positieve beoordeling.
Onverminderd de toepassing van hoofdstuk Vter kan de eerste evaluator ook oordelen dat het personeelslid niet voldoet om het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur te verwerven en het personeelslid een negatieve beoordeling geven. De eerste evaluator maakt daartoe een verslag op waarin die beslissing en de motivering worden opgenomen, samen met het traject dat tijdens de aanvangsbegeleiding is afgelegd. De negatieve beoordeling heeft tot gevolg dat het tijdelijke personeelslid de dienstanciënniteit die hij in het ambt heeft verworven in de instelling of het CLB waar hij de negatieve beoordeling heeft gekregen niet kan inroepen om zich bij de inrichtende macht kandidaat te stellen voor het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in het ambt in kwestie, zoals bepaald in paragraaf 7. Het personeelslid dat niet akkoord gaat met de negatieve beoordeling kan verhaal halen bij de inrichtende macht. De inrichtende macht gaat vervolgens na of de negatieve beoordeling redelijk en verantwoord is, rekening houdend met het traject van aanvangsbegeleiding dat het personeelslid heeft doorlopen.
De inrichtende macht bevestigt of vernietigt de negatieve beoordeling.
Zowel het personeelslid als de eerste evaluator kunnen aan de inrichtende macht vragen om gehoord te worden. De inrichtende macht hoort in dat geval beide partijen voordat ze een beslissing neemt.
Als een personeelslid dat van de eerste evaluator een negatieve beoordeling heeft gekregen voor de prestaties die hij in een ambt in de instelling of het CLB heeft verricht, het daaropvolgende schooljaar of later in de instelling of het CLB waar hij deze negatieve beoordeling heeft gekregen in het betrokken ambt een nieuwe tijdelijke aanstelling van bepaalde duur krijgt, dan wordt de eerdere negatieve beoordeling omgezet in een beoordeling met werkpunten. Het personeelslid moet dan in het betrokken ambt in de instelling of in het CLB bijkomend 200 effectieve dagen presteren, onder de voorwaarden vermeld in het vierde en vijfde lid, voordat hij in aanmerking komt voor het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur. Bij de nieuwe tijdelijke aanstelling van het personeelslid in het betrokken ambt wordt, conform de motivering die de eerste evaluator in het verslag van de negatieve beoordeling heeft opgenomen, een aangepast traject van aanvangsbegeleiding opgesteld dat het personeelslid tijdens die bijkomende periode moet volgen.
De beoordeling van de leerkracht levensbeschouwelijk onderricht moet voor de vakinhoudelijke en vaktechnische aspecten ook het akkoord wegdragen van de bevoegde instantie van de betrokken eredienst of de niet-confessionele zedenleer. Dat akkoord blijkt uit de ondertekening van dit deel van de beoordeling in kwestie door een afgevaardigde van de bevoegde instantie.
In het bevoegde lokaal comité worden algemene afspraken onderhandeld over de beoordeling. Daarbij moet alleszins rekening gehouden worden met de volgende principes: - een eerste evaluator kan aan een tijdelijk personeelslid dat gespreid over meerdere schooljaren in eenzelfde ambt voor bepaalde duur is aangesteld in een of meer instellingen of CLB's van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren slechts twee maal een negatieve beoordeling of een beoordeling met werkpunten toekennen. Als het personeelslid in een instelling of CLB van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort opnieuw tijdelijk wordt aangesteld voor bepaalde duur in een ambt waarvoor hij eerder al twee negatieve beoordelingen heeft gekregen, ofwel een beoordeling met werkpunten gevolgd door negatieve beoordeling heeft gekregen, ofwel een negatieve beoordeling gevolgd door een beoordeling met werkpunten heeft gekregen, dan kan de eerste evaluator in een instelling of CLB van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort in dat ambt geen derde beoordeling meer toekennen die een negatieve beoordeling is of die een beoordeling met werkpunten is. Als de eerste evaluator van dit personeelslid van mening is dat het personeelslid niet in aanmerking komt voor een nieuwe of verdere tijdelijke aanstelling, dan kan hij dit enkel doen via een evaluatie met eindconclusie onvoldoende, als vermeld in hoofdstuk Vter; - als een tijdelijk personeelslid in hetzelfde ambt een tijdelijke aanstelling van bepaalde duur heeft in meerdere instellingen of CLB's van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren, dan tellen voor de toepassing van het hiervoor vermelde principe alle negatieve beoordelingen en beoordelingen met werkpunten die in hetzelfde schooljaar zijn toegekend samen als één beoordeling.
Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt voor betrekkingen in alle instellingen of CLB's van de inrichtende macht waarbij het recht is verworven en waar het personeelslid van de eerste evaluator een positieve beoordeling of geen beoordeling heeft gekregen.
Om een beroep te doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur stelt het personeelslid zich, op straffe van verlies van zijn recht voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat bij de inrichtende macht. Het personeelslid kan dat naar keuze doen met een ter post aangetekende brief of op een wijze die die door de inrichtende macht, na onderhandeling in het bevoegde onderhandelingscomité, wordt vastgelegd en die, wat tegenstelbaarheid betreft, minimaal dezelfde garanties biedt als een ter post aangetekende brief. De inrichtende macht deelt de mogelijkheden van mededeling van de kandidaatstelling mee aan alle personeelsleden en maakt dit ook openbaar. Die kandidaatstelling geldt voor alle betrekkingen waarvoor het recht is verworven. Als de kandidatuur van het personeelslid aan alle voorwaarden voldoet, als vermeld in het eerste lid, dan geldt dat vanaf dat ogenblik als een over de schooljaren doorlopende kandidatuur voor dat ambt.
Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt niet voor de personeelsleden, vermeld in hoofdstuk IVbis, voor wat betreft het volume van hun vastbenoemde opdracht, waarvoor ze een verlof hebben verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen."; 2° in paragraaf 5, vierde lid, wordt de zinsnede "maximaal 490 dagen" vervangen door de zinsnede "maximaal 200 dagen";3° in paragraaf 7, 2°, worden de woorden "de pedagogische entiteit" telkens vervangen door de zinsnede "de pedagogische entiteit, vermeld in artikel 47septies, § 2,";4° aan paragraaf 7 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "Een personeelslid dat aangesteld is voor bepaalde duur en dat op het einde van het schooljaar een negatieve beoordeling heeft gekregen als vermeld in paragraaf 3, zesde lid, kan de diensten die hij tot dat ogenblik presteerde in de instelling waar hij de negatieve beoordeling kreeg niet meer in aanmerking nemen voor de berekening van de anciënniteit zoals bedoeld in paragraaf 3 en 4 van dit artikel of van artikel 77bis, maar beperkt tot de diensten die gepresteerd werden in het ambt waarvoor hij de negatieve beoordeling kreeg.Het personeelslid kan daarenboven de diensten die hij gepresteerd heeft bij andere instellingen of CLB's van de inrichtende macht die niet behoren tot een scholengemeenschap in het ambt waarvoor hij een negatieve beoordeling kreeg, niet aanwenden om in de instelling of het CLB waar hij die negatieve beoordeling kreeg het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in te roepen zoals bedoeld in paragraaf 3 of in artikel 77bis."; 5° in paragraaf 7bis, 2° en 3°, worden de woorden "de pedagogische entiteit" telkens vervangen door de zinsnede "de pedagogische entiteit, vermeld in artikel 47septies, § 2,";6° in paragraaf 7ter, 2°, worden de woorden "de pedagogische entiteit" telkens vervangen door de zinsnede "de pedagogische entiteit, vermeld in artikel 47septies, § 2,";7° in paragraaf 7quater, tweede lid, worden de woorden "de pedagogische entiteit" vervangen door de zinsnede "de pedagogische entiteit, vermeld in artikel 47septies, § 2,"; 8° aan paragraaf 7quater wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "Als een tijdelijk personeelslid na een negatieve beoordeling in een ambt volgens artikel 23, § 3, zesde lid, of artikel 23bis, § 3, zesde lid, opnieuw wordt aangeworven in dat ambt in de instelling of het CLB van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort waar hij voor dat ambt een negatieve beoordeling heeft gekregen, kan hij voor het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur opnieuw beroep doen op de diensten die hij vóór de negatieve beoordeling presteerde."; 9° aan paragraaf 10 wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt: "Deze voorwaarde geldt enkel voor de instellingen of CLB's van de inrichtende macht waar het personeelslid van de eerste evaluator een positieve beoordeling of geen beoordeling heeft gekregen.". Art. 9.In artikel 23bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het
decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035973
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs IX
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035933
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035979
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
22/08/1998
numac
1998035879
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende instemming met het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het Recht van de Zee, en de bijlagen, ondertekend in Montego Bay op 10 december 1982, en de Overeenkomst inzake de toepassing van deel XI van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het Recht van de Zee van 10 december 1982, en de bijlage, ondertekend in New York op 28 juli 1994
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
10/09/1998
numac
1998035996
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot wijziging van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
31/07/1998
numac
1998035839
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende de euro
sluiten, vervangen bij het
decreet van 14 februari 2003Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
14/02/2003
pub.
01/07/2003
numac
2003035650
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs XIV
sluiten en het laatst gewijzigd bij het
decreet van 15 maart 2019Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
30/09/1999
numac
1999036051
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begroting 1999
sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt: " § 3.Een personeelslid heeft recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur voor een ambt, vermeld in paragraaf 5, als hij in een of meer instellingen van dezelfde scholengemeenschap voldoet aan de volgende voorwaarden: 1° een dienstanciënniteit verworven hebben van ten minste 290 dagen, waarvan 200 dagen effectief gepresteerd zijn, waarbij de volgende dagen ook worden beschouwd als effectief gepresteerde dagen: zaterdagen, zondagen, wettelijke verlofdagen en schoolvakanties, voor zover die binnen de aanstellingsperiode vallen.Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tot een maximum van 70 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voor zover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen; 2° uiterlijk op 30 juni van het schooljaar in de instelling of instellingen waar het personeelslid de dienstanciënniteit, vermeld in punt 1°, heeft verworven voor het betrokken ambt van de eerste evaluator een positieve beoordeling gekregen hebben.Als het personeelslid uiterlijk op 30 juni van het schooljaar in de instelling of instellingen waar hij de in punt 1° vermelde voorwaarden bereikt geen beoordeling heeft gekregen van de eerste evaluator, wordt die voorwaarde voor die instellingen of instellingen geacht vervuld te zijn.
De eerste evaluator kan een van de volgende beoordelingen toekennen: een positieve beoordeling, een beoordeling met werkpunten of een negatieve beoordeling.
Als de eerste evaluator oordeelt dat het personeelslid voldoet om het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur te verwerven, kent hij een positieve beoordeling toe. Het tijdelijke personeelslid kan de dienstanciënniteit die hij in de instelling heeft verworven, inroepen voor het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur, als vermeld in het eerste lid.
Onverminderd de toepassing van hoofdstuk VIter kan de eerste evaluator ook oordelen dat het personeelslid nog niet voldoet om het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur te verwerven en het personeelslid een beoordeling met werkpunten geven. De eerste evaluator maakt daartoe een verslag op waarin die beslissing en de werkpunten opgenomen worden, samen met het traject dat tijdens de aanvangsbegeleiding is afgelegd. De beoordeling met werkpunten heeft tot gevolg dat het tijdelijke personeelslid de dienstanciënniteit die hij in het ambt heeft verworven in de instelling waar hij deze beoordeling heeft gekregen, nog niet kan inroepen voor het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur, als vermeld in het eerste lid. Het personeelslid moet dan nog bijkomend 200 effectieve dagen presteren, voordat hij in aanmerking komt voor het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur. Het zwangerschapsverlof en de periode van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming worden tijdens die bijkomende periode tot een maximum van 70 dagen meegerekend als effectief gepresteerde dagen voor zover die dagen binnen de aanstellingsperiode vallen. Het personeelslid dat niet akkoord gaat met de beoordeling met werkpunten kan verhaal halen bij de inrichtende macht. De inrichtende macht gaat vervolgens na of de beoordeling met werkpunten redelijk is en dit het uitstel van het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur rechtvaardigt, rekening houdend met het traject van aanvangsbegeleiding dat het personeelslid heeft doorlopen. De inrichtende macht bevestigt of vernietigt de beoordeling met werkpunten. Zowel het personeelslid als de eerste evaluator kunnen aan de inrichtende macht vragen om gehoord te worden. De inrichtende macht hoort in dat geval beide partijen voordat hij een beslissing neemt.
Het tijdelijke personeelslid dat van de eerste evaluator een beoordeling met werkpunten heeft gekregen, heeft het daaropvolgende schooljaar of later in een instelling van de scholengemeenschap recht op een nieuwe tijdelijke aanstelling van bepaalde duur in het ambt waarvoor de beoordeling met werkpunten is toegekend. Dit recht op een nieuwe tijdelijke aanstelling van bepaalde duur geldt pas nadat in toepassing van dit artikel een betrekking is toegekend aan de personeelsleden die het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur hebben verworven. Het tijdelijke personeelslid verliest dit recht op een nieuwe tijdelijke aanstelling van bepaalde duur in het betrokken ambt als hij vanaf het ogenblik waarop hij de beoordeling met werkpunten heeft gekregen vijf opeenvolgende schooljaren geen diensten heeft gepresteerd in een of meer instellingen van de scholengemeenschap. Bij een nieuwe aanstelling van het personeelslid in het betrokken ambt wordt, conform de werkpunten die de eerste evaluator in het verslag van de beoordeling heeft opgenomen, een aangepast traject van aanvangsbegeleiding opgesteld dat het personeelslid tijdens die bijkomende periode moet volgen.
Uiterlijk op 30 juni van het schooljaar waarin het tijdelijke personeelslid de bijkomende 200 effectieve dagen heeft gepresteerd, moet hij van de eerste evaluator een nieuwe beoordeling krijgen. Dat kan slechts een positieve beoordeling of een negatieve beoordeling zijn. Als het personeelslid van de eerste evaluator geen beoordeling krijgt, geldt dit als een positieve beoordeling.
Onverminderd de toepassing van hoofdstuk Vter kan de eerste evaluator ook oordelen dat het personeelslid niet voldoet om het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur te verwerven en het personeelslid een negatieve beoordeling geven. De eerste evaluator maakt daartoe een verslag op waarin die beslissing en de motivering worden opgenomen, samen met het traject dat tijdens de aanvangsbegeleiding is afgelegd. De negatieve beoordeling heeft tot gevolg dat het tijdelijke personeelslid de dienstanciënniteit die hij in het ambt heeft verworven in de instelling waar hij de negatieve beoordeling heeft gekregen niet kan inroepen om zich bij de inrichtende macht kandidaat te stellen voor het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in het ambt in kwestie, zoals bepaald in paragraaf 7. Het personeelslid dat niet akkoord gaat met de negatieve beoordeling kan verhaal halen bij de inrichtende macht. De inrichtende macht gaat vervolgens na of de negatieve beoordeling redelijk en verantwoord is, rekening houdend met het traject van aanvangsbegeleiding dat het personeelslid heeft doorlopen.
De inrichtende macht bevestigt of vernietigt de negatieve beoordeling.
Zowel het personeelslid als de eerste evaluator kunnen aan de inrichtende macht vragen om gehoord te worden. De inrichtende macht hoort in dat geval beide partijen voordat ze een beslissing neemt.
Als een personeelslid dat van de eerste evaluator een negatieve beoordeling heeft gekregen voor de prestaties die hij in een ambt in de instelling heeft verricht, het daaropvolgende schooljaar of later in de instelling waar hij deze negatieve beoordeling heeft gekregen in het betrokken ambt een nieuwe tijdelijke aanstelling van bepaalde duur krijgt, dan wordt de eerdere negatieve beoordeling omgezet in een beoordeling met werkpunten. Het personeelslid moet dan in het betrokken ambt in de instelling bijkomend 200 effectieve dagen presteren, onder de voorwaarden vermeld in het vierde en vijfde lid, voordat hij in aanmerking komt voor het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur. Bij de nieuwe tijdelijke aanstelling van het personeelslid in het betrokken ambt wordt, conform de motivering die de eerste evaluator in het verslag van de negatieve beoordeling heeft opgenomen, een aangepast traject van aanvangsbegeleiding opgesteld dat het personeelslid tijdens die bijkomende periode moet volgen.
De beoordeling van de leerkracht levensbeschouwelijk onderricht moet voor de vakinhoudelijke en vaktechnische aspecten ook het akkoord wegdragen van de bevoegde instantie van de betrokken eredienst of de niet-confessionele zedenleer. Dat akkoord blijkt uit de ondertekening van dit deel van de beoordeling in kwestie door een afgevaardigde van de bevoegde instantie.
In het bevoegde lokaal comité van de scholengemeenschap worden algemene afspraken onderhandeld over de beoordeling. Daarbij moet alleszins rekening gehouden worden met de volgende principes: - een eerste evaluator kan aan een tijdelijk personeelslid dat gespreid over meerdere schooljaren in eenzelfde ambt voor bepaalde duur is aangesteld in een of meer instellingen van dezelfde scholengemeenschap slechts twee maal een negatieve beoordeling of een beoordeling met werkpunten toekennen. Als het personeelslid in een instelling van de scholengemeenschap opnieuw tijdelijk wordt aangesteld voor bepaalde duur in een ambt waarvoor hij eerder al twee negatieve beoordelingen heeft gekregen, ofwel een beoordeling met werkpunten gevolgd door negatieve beoordeling heeft gekregen, ofwel een negatieve beoordeling gevolgd door een beoordeling met werkpunten heeft gekregen, dan kan de eerste evaluator in een instelling van de scholengemeenschap in dat ambt geen derde beoordeling meer toekennen die een negatieve beoordeling is of een beoordeling met werkpunten is.
Als de eerste evaluator van dit personeelslid van mening is dat het personeelslid niet in aanmerking komt voor een nieuwe of verdere tijdelijke aanstelling, dan kan hij dit enkel doen via een evaluatie met eindconclusie onvoldoende als vermeld in hoofdstuk Vter; - als een tijdelijk personeelslid in hetzelfde ambt een tijdelijke aanstelling van bepaalde duur heeft in meerdere instellingen van dezelfde scholengemeenschap, dan tellen voor de toepassing van het hiervoor vermelde principe alle negatieve beoordelingen en beoordelingen met werkpunten die in hetzelfde schooljaar zijn toegekend samen als één beoordeling.
Als het personeelslid het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven in een of meer instellingen van een scholengemeenschap, dan geldt dat recht voor betrekkingen in de instelling of instellingen waar het personeelslid van de eerste evaluator een positieve beoordeling heeft gekregen, evenals in alle instellingen van die scholengemeenschap waar het personeelslid van de eerste evaluator geen beoordeling heeft gekregen.
Om een beroep te doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur stelt het personeelslid zich, op straffe van verlies van zijn recht voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat bij de inrichtende macht van een van de instellingen van de scholengemeenschap. Het personeelslid kan dat naar keuze doen met een ter post aangetekende brief of op een wijze die door de scholengemeenschap, na onderhandeling in het bevoegde onderhandelingscomité, wordt vastgelegd en die, wat tegenstelbaarheid betreft, minimaal dezelfde garanties biedt als een ter post aangetekende brief. De scholengemeenschap deelt de mogelijkheden van mededeling van de kandidaatstelling mee aan alle personeelsleden en maakt dit ook openbaar. Die kandidaatstelling geldt voor alle betrekkingen waarvoor het recht is verworven en voor alle instellingen van de scholengemeenschap in kwestie.
Als het personeelslid diensten heeft gepresteerd bij een andere inrichtende macht dan die waarbij hij zijn kandidatuur stelt, voegt hij bij zijn kandidaatstelling een lijst met de gepresteerde diensten om zijn aanspraak op het recht op een aanstelling van doorlopende duur te staven.
Als de kandidatuur van het personeelslid aan alle voorwaarden voldoet, als vermeld in het eerste lid, dan geldt dat vanaf dat ogenblik als een over de schooljaren doorlopende kandidatuur voor dat ambt.
Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt niet voor de personeelsleden, vermeld in hoofdstuk IVbis, voor wat betreft het volume van hun vastbenoemde opdracht, waarvoor ze een verlof hebben verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen."; 2° in paragraaf 5, vierde lid, wordt de zinsnede "maximaal 490 dagen" vervangen door de zinsnede "maximaal 200 dagen";3° in paragraaf 7, 2°, worden de woorden "de pedagogische entiteit" telkens vervangen door de zinsnede "de pedagogische entiteit, vermeld in artikel 47septies, § 2,";4° aan paragraaf 7 wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "Een personeelslid dat aangesteld is voor bepaalde duur en dat op het einde van het schooljaar een negatieve beoordeling heeft gekregen, als vermeld in paragraaf 3, zesde lid, kan de diensten die hij tot dat ogenblik presteerde in de instelling waar hij de negatieve beoordeling kreeg niet meer in aanmerking nemen voor de berekening van de anciënniteit zoals bedoeld in paragraaf 3 en 4 van dit artikel of van artikel 77ter, maar beperkt tot de diensten die gepresteerd werden in het ambt waarvoor hij de negatieve beoordeling kreeg.Het personeelslid kan daarenboven de diensten die hij gepresteerd heeft bij andere instellingen van de scholengemeenschap in het ambt waarvoor hij een negatieve beoordeling kreeg, niet aanwenden om in de instelling waar hij die negatieve beoordeling kreeg het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in te roepen zoals bedoeld in paragraaf 3 of in artikel 77ter."; 5° in paragraaf 7bis, 2° en 3°, worden de woorden "de pedagogische entiteit" telkens vervangen door de zinsnede "de pedagogische entiteit, vermeld in artikel 47septies, § 2,";6° in paragraaf 7ter, 2°, worden de woorden "de pedagogische entiteit" telkens vervangen door de zinsnede "de pedagogische entiteit, vermeld in artikel 47septies, § 2,";7° in paragraaf 7quater, tweede lid, worden de woorden "de pedagogische entiteit" vervangen door de zinsnede "de pedagogische entiteit, vermeld in artikel 47septies, § 2,"; 8° aan paragraaf 7quater wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "Als een tijdelijk personeelslid na een negatieve beoordeling in een ambt volgens artikel 23, § 3, zesde lid, of artikel 23bis, § 3, zesde lid, opnieuw wordt aangeworven in dat ambt in de instelling waar hij voor dat ambt een negatieve beoordeling heeft gekregen, kan hij voor het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur opnieuw beroep doen op de diensten die hij vóór de negatieve beoordeling presteerde."; 9° aan paragraaf 10 wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt: "Deze voorwaarde geldt enkel voor de instellingen van de scholengemeenschap waar het personeelslid van de eerste evaluator een positieve beoordeling of geen beoordeling heeft gekregen.". Art. 10.In artikel 25, vierde lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het
decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035973
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs IX
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035933
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035979
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
22/08/1998
numac
1998035879
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende instemming met het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het Recht van de Zee, en de bijlagen, ondertekend in Montego Bay op 10 december 1982, en de Overeenkomst inzake de toepassing van deel XI van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het Recht van de Zee van 10 december 1982, en de bijlage, ondertekend in New York op 28 juli 1994
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
10/09/1998
numac
1998035996
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot wijziging van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
31/07/1998
numac
1998035839
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende de euro
sluiten8, wordt de zin "Het personeelslid kan binnen vijf kalenderdagen na de ontvangst van het ontslag om dringende redenen met een aangetekende brief beroep aantekenen bij de bevoegde kamer van beroep, vermeld in artikel 69." vervangen door de zin "Het personeelslid kan binnen vijf kalenderdagen vanaf de dag nadat de post de schriftelijke mededeling van het ontslag om dringende redenen voor het eerst heeft aangeboden, met een aangetekende brief beroep aantekenen bij de bevoegde kamer van beroep, vermeld in artikel 69.". Art. 11.In artikel 31 van hetzelfde decreet, vervangen bij het
decreet van 14 februari 2003Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
14/02/2003
pub.
01/07/2003
numac
2003035650
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs XIV
sluiten en gewijzigd bij de decreten van 7 juli 2006, 6 juli 2018 en 15 maart 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt punt 1° vervangen door wat volgt: "1° op 31 augustus voorafgaand aan de datum waarop de benoeming ingaat ten minste 360 dagen dienstanciënniteit heeft in het bedoelde ambt bij de inrichtende macht.De inrichtende macht kan ook dienstanciënniteit in aanmerking nemen die het personeelslid heeft verworven in instellingen die tot een andere inrichtende macht behoren. Als het een leraar betreft in het bezit van een voldoende geacht of gelijkwaardig geacht bekwaamheidsbewijs moeten de 360 dagen zijn gepresteerd in de opleiding, de module, het vak of de specialiteit van de vacant verklaarde betrekking;"; 2° in paragraaf 1, eerste lid, 3°, wordt de zin "Behoort de instelling of het CLB waar het personeelslid voor doorlopende duur is aangesteld, niet tot een scholengemeenschap, dan vervult het personeelslid deze voorwaarde voor alle instellingen of CLB's van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren." vervangen door de zin "Behoort de instelling of het CLB waar het personeelslid voor doorlopende duur is aangesteld, niet tot een scholengemeenschap, dan vervult het personeelslid deze voorwaarde voor alle instellingen of CLB's van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren, maar niet voor die instelling of instellingen waar het personeelslid van de eerste evaluator als laatste beoordeling een negatieve beoordeling heeft gekregen, als vermeld in artikel 23, § 3, of in artikel 23bis, § 3, tenzij de inrichtende macht instemt met een vaste benoeming in de instelling."; 3° in paragraaf 1, eerste lid, 3°, wordt de zin "Behoort de instelling waar het personeelslid voor doorlopende duur is aangesteld, tot een scholengemeenschap, dan vervult het personeelslid deze voorwaarde voor alle instellingen van de scholengemeenschap." vervangen door de zin "Behoort de instelling waar het personeelslid voor doorlopende duur is aangesteld, tot een scholengemeenschap, dan vervult het personeelslid deze voorwaarde voor alle instellingen van de scholengemeenschap, maar niet voor die instelling of instellingen waar het personeelslid van de eerste evaluator als laatste beoordeling een negatieve beoordeling heeft gekregen, als vermeld in artikel 23, § 3, of in artikel 23bis, § 3, tenzij de inrichtende macht instemt met een vaste benoeming in de instelling."; 4° paragraaf 5 wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing: " § 5.De inrichtende macht legt criteria vast die ze zal hanteren om een vaste benoeming toe te kennen als er meerdere personeelsleden zijn die zich kandidaat hebben gesteld voor eenzelfde betrekking. Deze criteria worden onderhandeld in het daartoe bevoegde lokaal comité."; 5° paragraaf 7 wordt opgeheven. Art. 12.In artikel 33 van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 6 juli 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
30/09/1999
numac
1999036051
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begroting 1999
sluiten4, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° aan paragraaf 1, eerste lid, wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt: "6° de betrekking of het deel van de betrekking in een wervingsambt van het bestuursen onderwijzend personeel van een vastbenoemd personeelslid waarvoor dat personeelslid op 15 oktober van dat schooljaar voor een volledig schooljaar afwezig is omwille van een of meer van volgende verlofstelsels: a) verlof wegens bijzondere opdracht zoals bepaald in artikel 51quater van dit decreet;b) verlof wegens opdracht zoals bepaald in artikel 51quater van dit decreet;c) verlof voor vakbondsopdrachten zoals bepaald in artikel 53 van het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs of zoals bepaald in het koninklijk besluit van 16 december 1981 betreffende het syndicaal verlof in het gesubsidieerd onderwijs;d) verlof om een ambt uit te oefenen in een ministerieel kabinet zoals bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juli 1995 betreffende het verlof om een ambt uit te oefenen in een ministerieel kabinet van een lid van een gemeenschapsof gewestregering, van een lid van de Federale Regering of van een gewestelijk staatssecretaris, en bij een secretariaat, de cel algemene beleidscoördinatie en een cel algemeen beleid bij een lid van de Federale Regering door personeelsleden van het onderwijs en van de centra voor leerlingenbegeleiding;e) verlof erkende politieke groepen zoals bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 1991 betreffende het verlof dat aan de personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medischsociale centra wordt verleend voor het verrichten van bepaalde prestaties ten behoeve van in de wetgevende vergaderingen van de Staat en van de gemeenschappen en of de gewesten erkende politieke groepen, respectievelijk ten behoeve van de voorzitters van die groepen;f) politiek verlof zoals bepaald in artikel 29 tot en met artikel 36bis van het decreet van 28 april 1993 betreffende het onderwijs IV;g) verlof voor verminderde prestaties zoals bepaald in hoofdstuk II van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 1990 betreffende het verlof en de afwezigheid voor verminderde prestaties; h) afwezigheid voor verminderde prestaties zoals bepaald in hoofdstuk III van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 1990 betreffende het verlof en de afwezigheid voor verminderde prestaties."; 2° in paragraaf 4 worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) het eerste lid wordt vervangen door wat volgt: "In afwijking van paragraaf 1, eerste lid, bepaalt de inrichtende macht afzonderlijk voor haar Centra voor Volwassenenonderwijs en voor haar academies voor deeltijds kunstonderwijs jaarlijks op basis van een beleidsplan en na onderhandelingen in het bevoegde lokale onderhandelingscomité welke vacante betrekkingen ze meedeelt in respectievelijk de centra voor volwassenenonderwijs en de academies voor deeltijds kunstonderwijs."; b) in het tweede lid wordt de zinsnede "vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 4° en 5°, " vervangen door de zinsnede "vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 4°, 5° en 6°, ". Art. 13.In artikel 35bis, § 2, 3°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het
decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035973
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs IX
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035933
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035979
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
22/08/1998
numac
1998035879
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende instemming met het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het Recht van de Zee, en de bijlagen, ondertekend in Montego Bay op 10 december 1982, en de Overeenkomst inzake de toepassing van deel XI van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het Recht van de Zee van 10 december 1982, en de bijlage, ondertekend in New York op 28 juli 1994
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
10/09/1998
numac
1998035996
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot wijziging van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
31/07/1998
numac
1998035839
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende de euro
sluiten en gewijzigd bij de decreten van 3 juli 2015 en 6 juli 2018, wordt de zinsnede "vanaf 1 januari" vervangen door de zinsnede "vanaf 1 februari". Art. 14.Aan artikel 36ter, § 2, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het
decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
25/02/1997
pub.
05/07/1997
numac
1997035724
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1988
type
decreet
prom.
25/02/1997
pub.
05/07/1997
numac
1997035730
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1987
sluiten8, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "In afwijking van het eerste lid kan het ambt van ICT-coördinator door een voltijdse of deeltijdse betrekking worden ingevuld.". Art. 15.In titel II, hoofdstuk III, van hetzelfde decreet wordt het opschrift van afdeling 5 vervangen door wat volgt: "Afdeling 5. Inzetbaarheid van de personeelsleden binnen de scholengemeenschappen". Art. 16.Artikel 36octies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het
decreet van 10 juli 2003Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
10/07/2003
pub.
24/10/2003
numac
2003201478
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het landschap basisonderwijs
type
decreet
prom.
10/07/2003
pub.
02/09/2003
numac
2003035932
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het Podiumkunstendecreet van 18 mei 1999
type
decreet
prom.
10/07/2003
pub.
11/08/2003
numac
2003035867
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het Elektriciteitsdecreet van 17 juli 2000, wat de invoering van een systeem van warmtekrachtcertificaten betreft
sluiten en het laatst gewijzigd bij het
decreet van 21 december 2012Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035973
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs IX
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035933
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035979
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
22/08/1998
numac
1998035879
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende instemming met het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het Recht van de Zee, en de bijlagen, ondertekend in Montego Bay op 10 december 1982, en de Overeenkomst inzake de toepassing van deel XI van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het Recht van de Zee van 10 december 1982, en de bijlage, ondertekend in New York op 28 juli 1994
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
10/09/1998
numac
1998035996
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot wijziging van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
31/07/1998
numac
1998035839
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende de euro
sluiten3, wordt vervangen door wat volgt: "Art. 36octies.Zonder afbreuk te doen aan de principes dat een personeelslid wordt aangesteld in of geaffecteerd aan een instelling, kunnen in het basisonderwijs: 1° de leden van het bestuurspersoneel van de instellingen die de scholengemeenschap vormen, voor de vervulling van opdrachten voor de totaliteit van de scholengemeenschap worden ingezet;2° de leden van het onderwijzend personeel van de instellingen die de scholengemeenschap vormen, voor de vervulling van opdrachten voor andere instellingen van de scholengemeenschap worden ingezet;3° de leden van het beleidsen ondersteunend personeel van de instellingen die de scholengemeenschap vormen, voor de vervulling van opdrachten voor en in andere instellingen van de scholengemeenschap of voor de totaliteit van de scholengemeenschap worden ingezet;4° in afwijking van punt 2° de personeelsleden die zijn aangesteld met overgedragen lestijden, worden ingezet voor de vervulling van opdrachten voor en in andere instellingen van de scholengemeenschap. Daarover moet vooraf in het lokaal comité worden onderhandeld.
Zonder afbreuk te doen aan de principes dat een personeelslid wordt aangesteld in of geaffecteerd aan een instelling, kunnen in het secundair onderwijs: 1° de leden van het bestuurspersoneel van de instellingen die de scholengemeenschap vormen, voor de vervulling van opdrachten voor de totaliteit van de scholengemeenschap worden ingezet;2° de leden van het ondersteunend personeel van de instellingen die de scholengemeenschap vormen, als ze daarmee instemmen, voor de vervulling van opdrachten voor en in andere instellingen van de scholengemeenschap of voor de totaliteit van de scholengemeenschap worden ingezet. Bij de toepassing van het eerste lid, 3° en 4°, en het tweede lid, 2°, worden minstens de volgende principes gehanteerd: 1° het personeelslid wordt altijd aangesteld in of geaffecteerd aan de instelling waar de betrekking reglementair wordt ingericht;2° de afstand over de openbare weg tussen de instelling van aanstelling of affectatie en de instelling waar het personeelslid wordt ingezet mag nooit meer dan 25 kilometer bedragen.Dat geldt niet als het personeelslid ermee instemt om over een grotere afstand ingezet te worden; 3° er wordt altijd rekening gehouden met de statutaire toestand van het personeelslid die conform dit decreet is bepaald. De bepalingen over de inzetbaarheid, vermeld in het eerste tot en met het derde lid, worden, onverminderd artikel 20 en 45, opgenomen in de overeenkomst of het besluit waarin de aanstelling wordt vastgesteld, alsook in de functiebeschrijving, vermeld in hoofdstuk Vbis.". Art. 17.In titel II, hoofdstuk III, van hetzelfde decreet wordt het opschrift van afdeling 6 vervangen door wat volgt: "Afdeling 6. Inzetbaarheid van de personeelsleden tewerkgesteld in de scholengemeenschapsinstellingen of aangesteld ter ondersteuning van de werking van een scholengemeenschap". Art. 18.Artikel 36novies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het
decreet van 17 juni 2011Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035973
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs IX
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035933
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035979
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
22/08/1998
numac
1998035879
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende instemming met het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het Recht van de Zee, en de bijlagen, ondertekend in Montego Bay op 10 december 1982, en de Overeenkomst inzake de toepassing van deel XI van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het Recht van de Zee van 10 december 1982, en de bijlage, ondertekend in New York op 28 juli 1994
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
10/09/1998
numac
1998035996
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot wijziging van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
31/07/1998
numac
1998035839
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende de euro
sluiten1, wordt vervangen door wat volgt: "Art. 36novies.Zonder afbreuk te doen aan de principes dat een personeelslid wordt aangesteld in of geaffecteerd aan een instelling, kunnen in afwijking van artikel 36octies de personeelsleden, die zijn aangesteld in of geaffecteerd aan een scholengemeenschapsinstelling of die zijn aangesteld in een functie of een betrekking die wordt ingericht ter ondersteuning van de werking van de scholengemeenschap, worden ingezet voor de vervulling van opdrachten voor en in andere instellingen van de scholengemeenschap of voor de vervulling van opdrachten voor de totaliteit van de scholengemeenschap.
Bij de toepassing van het eerste lid, worden minstens de volgende principes gehanteerd: 1° het personeelslid wordt altijd aangesteld in of geaffecteerd aan de instelling waar de betrekking reglementair wordt ingericht;2° de afstand over de openbare weg tussen de instelling van aanstelling of affectatie en de instelling waar het personeelslid wordt ingezet mag nooit meer dan 25 kilometer bedragen.Dat geldt niet als het personeelslid ermee instemt om over een grotere afstand ingezet te worden; 3° er wordt altijd rekening gehouden met de statutaire toestand van het personeelslid die conform dit decreet is bepaald. De bepalingen over de inzetbaarheid, vermeld in het eerste en het tweede lid, worden, onverminderd artikel 20 en 45, opgenomen in de overeenkomst of het besluit waarin de aanstelling wordt vastgesteld, alsook in de functiebeschrijving, vermeld in hoofdstuk Vbis.". Art. 19.In artikel 44quinquies decies/2, § 2, 1°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het
decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035973
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs IX
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035933
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035979
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
22/08/1998
numac
1998035879
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende instemming met het Verdr …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.