ECLI:NL:PHR:2026:169
PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 23/04841 Zitting 10 februari 2026 CONCLUSIE P.M. Frielink In de zaak [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964, hierna: de verdachte 1Het cassatieberoep 1.1 De verdachte is bij arrest van 7 december 2023 (parketnummer 20-001456-20) door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor – kort gezegd – de mensensmokkel van 15 vluchtelingen veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft het hof de verdachte voor de duur van 10 jaren het recht ontzet om het beroep van beroepsmatige dienstverlening in het vreemdelingrechtelijke domein uit te oefenen. Ten slotte heeft het hof de teruggave gelast aan de verdachte en de rechthebbende van in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen.
1.2 Er bestaat samenhang met de zaak 23/04842. In die zaak concludeer ik vandaag ook.
1.3 Het cassatieberoep is op 12 december 2023 ingesteld namens de verdachte. R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, hebben drie middelen van cassatie voorgesteld. In het eerste middel wordt geklaagd over de bewezenverklaring van het onder 6 ten laste gelegde feit. In het tweede middel wordt geklaagd over de bewezenverklaring van de onder 1, 4, 5, 7, 8 en 9 ten laste gelegde feiten. In het derde middel wordt geklaagd over het opgelegde beroepsverbod.
1.4 Deze conclusie leidt tot de slotsom dat het eerste en het tweede middel falen. Het derde middel slaagt deels, maar behoeft niet tot terugwijzing te leiden.
2De ontvankelijkheid van het cassatieberoep 2.1 In deze zaak is er reden expliciet de ontvankelijkheid van het cassatieberoep aan de orde te stellen.
2.2 Op 7 december 2023 heeft het hof uitspraak gedaan in deze zaak.
2.3 Op 12 december 2023 is namens de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het hof. De cassatieakte houdt in dat het cassatieberoep op 12 december 2023 is ingesteld door de in de akte genoemde griffier bij het hof en dat deze griffier “blijkens de aan deze akte gehechte bijzondere volmacht ontvangen d.d. 12 december 2023” schriftelijk gemachtigd is om namens de verdachte beroep in cassatie in te stellen tegen het arrest van het hof van 7 december 2023.
2.4 Aan de cassatieakte is een e-mailbericht gehecht, dat op 12 december 2023 om 10:30 uur namens de raadsman van de verdachte is verzonden aan de strafgriffie van het hof. Dit e-mailbericht houdt het volgende in: “Geachte heer/mevrouw, Bijgaand doe ik u toekomen een verzoek en machtiging tot instellen van cassatie in opgemelde zaken. Kortheidshalve verwijs ik u naar de inhoud daarvan.
Vriendelijk verzoek ik u mij de ontvangst van bijgaand schrijven schriftelijk te bevestigen.
Vertrouwende u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd, verblijf ik, Met vriendelijke groet, [betrokkene 1] Stagiaire Juridisch Medewerkster”
2.5 Aan de cassatieakte is verder gehecht een brief van de raadsman van de verdachte van 12 december 2023, waarin de griffiemedewerker wordt gemachtigd om namens de verdachte beroep in cassatie in te stellen. De brief luidt als volgt: “Edelgrootachtbare heer, vrouwe, Hierbij verzoek en machtig ik u cassatie in te stellen tegen de volgende uitspraak:
Uitspraak d.d. 7 december 2023 in de zaak met bovenstaand parketnummer waarvan cliënt heden in kennis werd gesteld.
Ik ben door cliënt bepaaldelijk gevolmachtigd tot het instellen van dit rechtsmiddel.
Gegevens cliënt:
De [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964, voor deze zaak domicilie kiezende te [plaats] aan de [a-straat 1] ten kantore van zijn advocaat mr. [betrokkene 2] .
U wordt vriendelijk verzocht een afschrift van de akte rechtsmiddel te mailen naar [e-mailadres 1] alsmede het origineel per post aan mij te doen toekomen.
Ik dank u alvast voor de te nemen moeite.
Hoogachtend, [betrokkene 2] Advocaat”
2.6 De bovengenoemde brief is – vermoedelijk als gevolg van het scannen daarvan – moeilijk leesbaar. Daardoor kan ik niet met zekerheid vaststellen of de brief is voorzien van een handtekening van de raadsman.
Het juridisch kader 2.7 De volgende wettelijke bepalingen zijn van belang bij de beoordeling van de ontvankelijkheid van het cassatieberoep:
2.8 Een door de verdachte bepaaldelijk gevolmachtigde advocaat kan op de wijze als omschreven in art. 450 Sv beroep in cassatie instellen tegen een arrest van het hof door middel van het verlenen van een daartoe strekkende schriftelijke bijzondere volmacht aan een griffiemedewerker van het hof. Een schriftelijke volmacht van een advocaat aan een griffiemedewerker om beroep in cassatie in te stellen moet inhouden de verklaring van de advocaat dat hij door de verdachte bepaaldelijk is gevolmachtigd tot het instellen van cassatieberoep tegen het arrest van het hof en moet zijn voorzien van een handtekening van de advocaat. Een volmacht die niet is voorzien van een handtekening van de advocaat, is onvolkomen. In cassatie kan een dergelijk verzuim echter voor gedekt worden gehouden indien na het instellen van het cassatieberoep door het indienen van een rechtsgeldige cassatieschriftuur blijkt dat de verdachte het betreffende rechtsmiddel heeft willen doen instellen.
2.9 Op grond van art. 4.2.12. van het Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden geldt een document dat door een procesdeelnemer in het webportaal van de Hoge Raad in strafzaken is geplaatst als ondertekend door die procesdeelnemer.
De bespreking van de ontvankelijkheid van het cassatieberoep 2.10 De onder randnr. 2.5 weergegeven en aan de strafgriffie van het hof toegezonden volmacht van de raadsman van de verdachte houdt weliswaar in dat hij gemachtigd is om beroep in cassatie in te stellen, maar de volmacht is (mogelijk) niet voorzien van een handtekening van de raadsman. De volmacht voldoet (mogelijk) dus niet aan de onder randnr. 2.8 genoemde voorwaarden, zodat deze (mogelijk) onvolkomen is.
2.11 Uit de omstandigheden dat namens de verdachte tijdig een cassatieschriftuur is geplaatst in het webportaal van de Hoge Raad in strafzaken en die schriftuur inhoudt de verklaring van de advocaten dat zij tot indiening daarvan bepaaldelijk zijn gevolmachtigd door de verdachte, moet worden afgeleid dat aan de (mogelijk) onvolkomen volmacht bij het instellen van het cassatieberoep de wens van de verdachte ten grondslag heeft gelegen om (op rechtsgeldige wijze) beroep in cassatie te doen instellen, zodat die (mogelijk) onvolkomen volmacht in het onderhavige geval niet hoeft te leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het cassatieberoep.
3Het eerste middel 3.1 In het middel wordt geklaagd dat “ten aanzien van het onder feit 6 bewezenverklaarde (verkort weergegeven: [betrokkene 3] uit winstbejag gelegenheid, middelen of inlichtingen [verschaffen] tot het zich verschaffen van verblijf in Nederland, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk is, terwijl het feit wordt begaan in de uitoefening van zijn beroep) uit de bewijsmiddelen niet althans niet zonder meer kan volgen dat [betrokkene 3] in strijd met de waarheid een verklaring bij de IND heeft afgelegd; verdachte [betrokkene 3] kenbaar heeft gemaakt welke vragen die [betrokkene 3] bij haar geho(o)r(en) bij IND moet beantwoorden en/of welke documenten zij (aan IND) moet verstrekken en/of welke antwoorden zij op de vragen bij de geho(o)r(en) bij de IND moet geven, en ten behoeve van het/de geho(o)r(en) bij IND een (geheel of gedeeltelijk) fictief vluchtverhaal en/of asielmotief aan die [betrokkene 3] kenbaar heeft gemaakt en [betrokkene 3] informatie verstrekt over procedures, regels en richtlijnen en/of informatie verstrekt met betrekking tot hoe men procedures, regels en richtlijnen (met valse informatie en/of documenten) kan doorlopen en/of omzeilen, zodat de bewezenverklaring onvoldoende met redenen is omkleed.”
3.2 Ten laste van de verdachte is onder 6 bewezenverklaard dat hij: “in de periode van 30 oktober 2017 tot en met 1 maart 2018 te [plaats] en/of elders in Nederland, in de uitoefening van zijn beroep (te weten als eigenaar en juridisch adviseur van rechtskundig adviesbureau " [A] ") een persoon, te weten [betrokkene 3] , geboren [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats] uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, en genoemde persoon daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, immers heeft hij, verdachte, tegen betaling van een geldbedrag aan die [betrokkene 3] , al dan niet middels tussenkomst van [betrokkene 4] en/of haar zus [betrokkene 5] en/of (een) ander(en), kenbaar gemaakt welke vragen die [betrokkene 3] bij haar geho(o)r(en) bij IND moet beantwoorden en/of welke documenten zij (aan IND) moet verstrekken en/of welke antwoorden zij op de vragen bij de geho(o)r(en) bij de IND moet geven, en ten behoeve van het/de geho(o)r(en) bij IND een (geheel of gedeeltelijk) fictief vluchtverhaal en/of asielmotief aan die [betrokkene 3] kenbaar gemaakt, en genoemd vluchtverhaal of asielrelaas op schrift gesteld opgenomen zodat die [betrokkene 3] dat verhaal al dan niet middels tussenkomst van [betrokkene 4] en/of haar zus [betrokkene 5] kon leren/bestuderen en die [betrokkene 3] getraind, al dan niet middels tussenkomst van [betrokkene 4] en/of haar zus [betrokkene 5] geïnstrueerd in het presenteren van genoemd vluchtverhaal en/of asielmotief ten behoeve van het/de geho(o)r(en) bij IND en/of die [betrokkene 3] informatie verstrekt over procedures, regels en richtlijnen en/of informatie verstrekt met betrekking tot hoe men procedures, regels en richtlijnen (met valse informatie en/of documenten) kan doorlopen en/of omzeilen, zulks terwijl verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat verblijf wederrechtelijk was;”
3.3 Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen: “Algemene bewijsmiddelen 1. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep d.d. 7 maart 2023, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte;
Ik heb met iedereen een intakegesprek gehad.
U vraagt mij of het klopt dat ik een tarief van € 100,- per uur hanteerde of een contract afsloot voor € 4.000,- voor het totaal. Het was wisselend. De ene keer betaalde de klant mij per uur en de andere keer was het een contract en hielden we het contractbedrag aan. Het klopt dat de betaling een mix van contante bedragen en girale overschrijvingen was.
Ik wil het een en ander over de contracten uitleggen. Als u de vertaling van het contract leest ziet u dat het gaat om een complete zaak. Ik regel alles. Het gaat niet alleen om een asielverhaal. Zolang de betrokkenen zich hadden gemeld voor asiel waren ze niet meer illegaal. Het klopt dat ik met asielzoekers heb geoefend wat zij moesten zeggen bij de IND. Ik geef ze ook allerlei informatie en papieren. Ook gaf ik ze Cloud Files, namelijk opnamen van onze gesprekken.
Als ze verklaren over allerlei dromen, dan zeg ik bijvoorbeeld dat ik denk dat de ene droom beter is om over te verklaren. Ik selecteer en ik stroomlijn de verhalen.
Ik neem iemand aan als cliënt als ik vind dat diegene een status moet krijgen.
De biografieformulieren zijn een basis. Later gaan we uren met elkaar praten over iedere vraag. Ik spreek de personen afzonderlijk.
Ik erken in alle dossiers dat ik de in de tenlastelegging genoemde asielzoekers heb bijgestaan en dat er door of namens hen verschillende bedragen zijn betaald voor mijn diensten.
Op basis van deze melding is door de verbalisanten een mutatie gesteld, voorzien van mutatienummer: 17-009842. In deze mutatie [is], kort samengevat, te lezen dat:
Ik, [verbalisant 1] , heb op Google gezocht op de naam van [alias verdachte] in combinatie met advocaat en [plaats] . (pagina 93) Ik heb vervolgens in onze operationele politie-informatiesystemen gezocht naar de naam [alias verdachte] en/of [alias verdachte] al dan niet in combinatie met het bedrijf [A] . Ik zag hierbij een aantal treffers te weten:
15-099880 Hierin wordt een Iraanse asielzoeker ondervraagd waarin hij het volgende verklaart: “Ik ben met een groep Syriërs gereisd. Ik ben gereisd via Turkije-Griekenland-Kroatië-Slovenië-Oostenrijk en Duitsland. Mijn bestemming vandaag was [plaats] . Daar zit mijn advocaat, ik ken alleen zijn voornaam en dat is [alias verdachte] . Zijn kantoor zit aan de [b-straat 1] in [plaats] . Het telefoonnummer van de advocaat is [telefoonnummer 1] . Het schijnt dat de advocaat dit vaker doet. Hij wist nog niet te vertellen of dat hij gehuisvest zou worden door de advocaat. Maar betrokkene schijnt vaker asielzoekers op deze manier te helpen.”
16-035357 Hierin wordt een MMA-melding gedaan aangaande mensensmokkel waarbij het bedrijf [A] wordt genoemd en twee personen genaamd [betrokkene 8] geboren op [geboortedatum] -1978 te [plaats] en [verdachte] geboren op [geboortedatum] -1964 te [plaats] . In de melding staat het volgende:
De medewerkers van het bedrijf Hope Immigration aan de [b-straat 1] in [plaats] smokkelen personen naar Nederland. De naam van de eigenaar van het bedrijf is [alias verdachte] en hij werkt samen met [betrokkene 8] . Ze benaderen personen in verschillende AZC's om hun verblijfsprocedure op te starten. Ze vertellen dan dat ze een 100 procent verblijfsstatus kunnen regelen voor de asielzoekers. Uiteraard moeten ze hier flink voor betalen. 5000 euro voor een procedure vanuit Nederland. (pagina 94) Ik zag dat deze MMA-melding reeds veredeld was door een informatierechercheur werkzaam bij de Koninklijke Marechaussee. Ik zag hierbij dat door collega [betrokkene 9] is vastgesteld door middel van paspoortfoto van [verdachte] en de foto op de facebookpagina van [alias verdachte] [dat het] om dezelfde persoon gaat.
Op vrijdag 23-06-2017 heb ik, verbalisant, de Kamer van Koophandel (KvK)-gegevens van het bedrijf [A] op de internetsite van de KvK bevraagd. Hierop heb ik middels mail een uitdraai van het Uittreksel Handelsregister Kamer van Koophandel ontvangen. Onderzoek KvK-gegevens Op vrijdag 23-06-2017 heb ik onderzoek verricht naar de door de KvK verstrekte gegevens. Hieruit is onder andere het navolgende gebleken:
Onderneming:
KvK-nummer: [nummer 1] Handelsnaam: [A] Rechtsvorm: Eenmanszaak Werkzame personen: 1 (één) Activiteiten: Rechtskundige adviesbureaus Immigratie, asiel en juridisch advies Bezoekadres: [b-straat 1] te [plaats] Eigenaar:
Naam: [verdachte] Geboortedatum: [geboortedatum] -1964 Geboorteplaats: [geboorteplaats] Datum in functie: 14-02-2011 7. Het proces-verbaal van verhoor d.d. 1 maart 2017 (pagina’s 146-150), voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 6] ; (pagina 147) Het komt er op neer dat [alias verdachte] tegen forse betaling verhalen verzint, welke asielzoekers moeten helpen bij de IND om een verblijfsvergunning te krijgen. Asielzoekers moeten tweemaal een verklaring afleggen over het feit waarom zij asiel zouden moeten krijgen. Dit betreft dan een reisverhaal en verhaal waarom zij hun land van herkomst hebben moeten verlaten. [alias verdachte] maakt dit soort verhalen voor verschillende nationaliteiten.
Het [telefoonnummer 1] staat geregistreerd op naam van het Rechtskundig adviesbureau [A] ;
Uit eerder onderzoek blijkt [verdachte] gebruik te maken van een valse naam, zijnde [alias verdachte] ;
Uit de tapgesprekken blijkt dat aan het [telefoonnummer 1] een voicemail gekoppeld is welke de naam [alias verdachte] opgeeft;
Uit de tapgesprekken blijkt dat de gebruiker van [telefoonnummer 1] zich bijna altijd voorstelt als [alias verdachte] of [alias verdachte] ;
Uit de tapgesprekken blijkt tevens dat de gebruiker van [telefoonnummer 1] zich soms ook voorstelt als [verdachte] ;
Een beëdigde tolk heeft de stem van de deelnemers van de tapgesprekken, die [alias verdachte] en die [verdachte] worden genoemd vergeleken. Hierbij kwam naar voren dat dit allemaal één en dezelfde persoon is. (pagina 177) Naar aanleiding van bovenstaande onderzoeksinformatie kan geconcludeerd worden dat de man die [alias verdachte] en [verdachte] genoemd wordt, de gebruiker is van het [telefoonnummer 1] .
Er zijn veel meer mensen die een afwijzing hebben van IND, deze hebben nu uw hulp/ondersteuning en die van ex-moslims nodig. Wanneer dit op zijn plek valt/bekend wordt, kan het van groot belang zijn. Concreet heb ik nu 3/4 zaken die nog bij de rechtbank lopen. Een andere voorbeeld is iemand die erg actief is geweest en heeft anti-islamitische activiteiten verricht, had een soort anti-islambibliotheek, verspreidde boeken, op Telegram was hij/zij actief, hij/zij is afgewezen omdat zij vinden dat hij/zij theologisch gezien niet heeft kunnen uitleggen tot welke stroming hij/zij behoort, theïsme, atheïsme, agnosticisme of deïsme. Mijn vraag is of u deze mensen kan helpen. Een brief van ex-moslims kan hen goed helpen in hun procedure. [betrokkene 11] : Sinds 2/3 dagen schrijft een vrouw mij, zij zegt: [alias verdachte] heeft u voorgesteld. [alias verdachte] : Ja, zij heet [betrokkene 12] . [betrokkene 11] : Klopt, ik heb haar kort geantwoord, dat wij, ex-moslims in Duitsland actief zijn en [wij] nemen geen leden in het buitenland [aan]. Ik heb haar niet gezegd dat wij een slechte ervaring hadden met iemand daar die later naar een rechtse partij is gegaan. Ik heb tegen haar gezegd dat wij daar geen kantoor/vestiging hebben en daarom geen leden kunnen aannemen. Dat wij als stichting ex-moslims geen verklaringen geven, hier in Duitsland zijn wij ook mee doende, wij hebben aan iedereen moeten uitleggen dat wij geen asielstichting zijn, maar in de praktijk zijn wij wel met vluchtelingen bezig. [alias verdachte] : Dat zal fijn zijn, dit is ook een mogelijkheid voor een nieuwe instelling/stichting, feit is dat veel mensen echt geen christen willen worden, maar zij hebben geen andere keuze. [betrokkene 11] : Dat weet ik. [alias verdachte] . Zij hebben er echt een hekel aan maar zij moeten wel, want tot nu toe werden zij als een ongelovige niet geaccepteerd. Er was en is ook geen stichting of vereniging die deze mensen kon helpen. Op dit moment zijn ze ook erg streng voor christenen. Ik ben met iets nieuws begonnen en dat is dat zelfs mensen die bekeerd zijn tot het christendom, in dat proces, [er]achter komen dat dat ook onzin is en worden zij ongelovig. Zij gaan het christendom en [de] islam ontkennen en bekritiseren. Zij moeten asiel krijgen. Ik ben pas geleden hiermee begonnen. Eerste persoon/geval is al hiermee bezig, er komen meer mensen. Wij moeten de richting van de stroom die naar de kerk loopt/gaat veranderen naar atheïsme. [betrokkene 11] : Dit is heel goed. [alias verdachte] : Ik schrijf je ook een samenvatting van de case van een aantal mensen, ik kan zelf ook [een] brief schrijven en dat jij alleen tekent. Maar ik stuur eerst een samenvatting van hun levensverhaal.
[betrokkene 11] : OK, wij praten later weer verder.
A: Dit is helemaal fout. Een visum is alleen voor toegang tot het land. Ik heb hier lang voor gestudeerd dus ik weet waar ik het over heb.
V: een toeristenvisum is alleen voor kort verblijf en niet voor asiel aan te vragen?
A: Dit is mijn definitie van een visum. En waarom niet. 99% van de asielzoekers komen op deze manier Nederland binnen. (pagina 1059) A: Het belangrijkste is dat ze middels een visum hiernaartoe komen en dan kan ik gaan kijken wat de mogelijkheden zijn. Soms adviseer ik mensen dat ze op basis van een investering en werk een vergunning kunnen krijgen. Ik heb gezegd dat als u asiel wil aanvragen ze gegronde redenen moeten hebben om niet terug naar Iran te kunnen. Ik doe helemaal niks voor visums te regelen. Ik verleen niemand toegang tot Nederland. Ik ga pas met mensen in zee als ze rechtmatig in Nederland zijn. (…) Feit 6: [betrokkene 3] 77. Het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg d.d. 2, 15 en 30 juni 2020, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte;
Ik heb haar geholpen. Er is niks mee dat ik heb gezegd dat ze naar zo’n club (het hof begrijpt hier: een homoclub) moest gaan. Naar [betrokkene 3] heb ik gesprekken gestuurd die wij samen hebben gevoerd.
Op 07-02-2018 werden door de ING bank de gevorderde gegevens verstrekt naar aanleiding van een vordering historische gegevensverstrekking (126nd) ten aanzien van de [verdachte] [geboortedatum] -1964. De ontvangen gegevens betreffen de volgende gegevens:
Ontv.
Omschrijving (pagina 671) 27-12-2017 [betrokkene 13] [rekeningnummer 3] € 200,00 [betrokkene 3] 79. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 20 juni 2018 (pagina’s 1051-1061), voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte; (pagina 1053) V: Wat zegt de naam [betrokkene 3] jou?
A: Dit is een mevrouw van Koerdische afkomst uit Irak. Ze spreekt ook geen Farsi, Engels of Nederlands. Een vriendin van haar heeft me benaderd om haar te helpen. Deze vriendin heet [betrokkene 4] .
V: Is dit de [betrokkene 4] (het hof begrijpt hier: [betrokkene 4]) waar wij in het 5de verhoor ook over hebben gesproken?
A. Ja.
V: Waarover hebt u contact met haar?
A: Over haar asielaanvraag.
V: Wanneer is zij klant bij jou geweest?
A: Ik weet het niet meer precies maar ik denk dat dit in het begin van het vierde kwartaal van 2017 is geweest. Ik weet niet precies meer te vertellen wanneer ik voor het eerst en voor het laatst met haar contact heb gehad. Het contact duurde ongeveer een maand en in deze maand heb ik haar ongeveer 5 of 6 keer voor een uur gezien. Het belangrijkste is dat ik geen contract met haar had afgesloten. Ik werkte op uurbasis voor haar, Ik rekende 100,- euro per uur.
V: Waaruit bestond het advies waar zij om vroeg?
A: Ze was naar Nederland gekomen maar kreeg een Dublin-procedure. Hierdoor was ze illegaal hier en zat ze in een moeilijke situatie. Na de Dublin-procedure heeft ze asiel aangevraagd en is ze in contact met mij gekomen. (pagina 1054) V: [betrokkene 3] heeft haar levensverhaal toch aan u verteld. En u heeft gezegd dat ze wel asiel kon krijgen toch? Maar was haar eigen verhaal dan niet genoeg om asiel te krijgen. Waarom moest ze extra dingen leren?
A: Nee haar verhaal was niet voldoende. Als een vrouw zegt dat ze asiel wil omdat ze geen hoofddoek wil dragen lukt dat nooit bij de IND. Mijn mening is dat deze mensen wel een status moeten krijgen. Het probleem is dat ze niet weten hoe ze het moeten vertellen. Ze moeten het vertellen in het kader zoals de IND het wil horen volgens het vluchtelingenverdrag van Geneve. (pagina 1056) V: Heeft u nadat u bovenstaande informatie heeft verstrekt aan [betrokkene 3] , nog contact met haar gehad?
A: Ik denk nog één keer. Haar gehoor was uitgesteld en heb hierna nog een keer contact met haar gehad. Dat uitstellen kwam volgens mij omdat haar identiteit ter discussie stond.
V: Wat heb je afgesproken met hun over de kosten?
A: 100 euro per uur en ze kreeg nog wat korting. Geen contract.
V: Waar zijn deze kosten op gebaseerd?
A: Mijn standaard uurtarief.
V: Hoe zijn deze kosten voldaan?
A: Contant betaald. Dit denk ik tenminste.
V: [betrokkene 3] heeft ook via de bank geld naar u overgemaakt. Weet u dat niet meer?
A: Dat is inderdaad mogelijk. (pagina 1057) V: Maar nu moest ze haar eigen tekst van haar interview gaan leren?
A: Ik heb een aantal dingen zoals interviews en notities van andere homoseksuelen opgestuurd naar [betrokkene 3] . Dit moest ze doornemen. Om het asielverhaal goed te kunnen vertellen is dit cruciaal. Het is heel belangrijk hoe iemand het formuleert en vertelt. Het is heel moeilijk voor zulke vrouwen om hierover te praten.
Tijdens de doorzoeking werd in de kantoorruimte, in het bureau rechts, twee papieren met daarop notities met namen en bedragen aangetroffen.
Op de twee papieren, A4-formaat staan verschillende data weergegeven.
De data lopen vanaf 26 september tot en met 10 november. Achter elke datum staat een naam en een bedrag weergegeven.
In de notities staan ook namen die tijdens het onderzoek naar voren zijn gekomen, welke hieronder zijn weergegeven.
Op betreffende data in de agenda werd een tijdstip en naam vermeld. Hierin kwamen verschillende namen uit het zaaksdossier naar voren.
Hierbij een overzicht van de vreemdelingen en het aantal keren dat zij vermeld staan in de agenda met een datum en tijdstip. (pagina 1313) Zaakdossier 6 [betrokkene 3] , 3 vermeldingen op de volgende data:
7-11-2017 om 14:00 uur, 29-11-2017 om 12:00 uur, 1-12-2017 14:30 uur.
Ik ben een paar keer naar een disco gegaan.
Was het een disco speciaal voor LHBT of gemengd?
Het was in [plaats] , een disco voor LHBT.
Hoe heet die disco?
Betrokkene schrijft de naam op: [B] .
Hoe wist u dat die disco er was?
Via Google. Ik was in [plaats] . Ik heb hem gevonden en ben er heengegaan.
Daarbij zijn in het kader van waarheidsvinding, ingevolge artikel 94 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering, goederen in beslag genomen, welke nader zijn onderzocht. Hieruit kwam het volgende:
PV-203 Tijdens de doorzoeking werd in de kantoorruimte, in de archiefkast een notitie in de taal Farsi aangetroffen met daarop verschillende namen en daarbij informatie over deze personen. De notulen zijn vertaald door een Farsi vertaler, welke gebruikmaakt van het registratienummer Het goed is opgeslagen onder de vindplaatscode: B.01.06.011.001 (pagina 2927) Uit de vertaling van deze notities blijkt dat er wordt gesproken over [betrokkene 3] (zaaksdossier 6).
Bovenaan bij de notities staat er onder elkaar: [betrokkene 3] 29-11-2011 Om 12:00 uur 3-5-1983 [geboorteplaats] .
Daaronder komt er een opsomming.
Achter 1 staat de naam [betrokkene 16] en daar staat achter: zus 1982 in 2004 gehuwd met een vreemde, overleden in 2013, hartinfarct, beroep was winkelier en taxichauffeur.
Bij 2 staat: [betrokkene 17] , zus 1985 in 2000 gehuwd met de broer van [betrokkene 18] En achter 3 staat: [betrokkene 40] broer, gehuwd in 2015 met een vreemde.
Onder de opsomming staan de woorden: Vader: [betrokkene 19] 1950, overleden in 1995, het woord Gemeenteambtenaar is doorgestreept, militair.
En daaronder staat: Moeder: [betrokkene 20] 1965, vroeger naaister, nu krijgt ze pensioen van vader.
Hierna komt een stukje aantekeningen over de biografie van [betrokkene 3] .
In juli 2015 kwam ik in Ankara aan- 2 dagen Ankara - Istanbul , 15 juli van Turkije. Bulgarije: 16 juli 2015, 2015 van Bulgarije, daarna kwam ik naar Nederland. 20 oktober was ik in Nederland, ik was een jaar ondergedoken, ik was in de woning van mijn tante. Voor de tweede keer heb ik mij op 17 juli 2017 aangemeld.
Als laatste staat geschreven [betrokkene 3] in totaal 5 uur= 500 euro + 8 uur.
500%=200 [nummer 3] = [betrokkene 21] Woensdag 12 uur ’s middags Tijdens de doorzoeking werd in de kantoorruimte, in de archiefkast, een agenda van 2017 aangetroffen met daarin aantekeningen in de Farsi taal. Deze aantekeningen zijn vertaald door een Farsi vertaler, welke gebruikmaakt van het registratienummer 1258.
Het goed is opgeslagen onder de vindplaatscode: B.01.06.005.002 Op betreffende data in de agenda werd een tijdstip en naam vermeld. Hierin kwamen verschillende namen uit het zaaksdossier naar voren, waaronder de naam: [betrokkene 3] . Bij [betrokkene 3] , werden de 3 onderstaande vermeldingen op de volgende data weergegeven:
7-11 -2017 om 14:00 uur;
29-1 1-2017 om 12:00 uur;
1-12-2017 om 14:30 uur.
A: Hij heet [alias verdachte] . (pagina 2938) O: Gesprek 12265 op 4 december 201 7 om 13:05 uur [betrokkene 5] heeft contact met [alias verdachte] .
V: Waar gaat dit gesprek over?
A: Hij heeft mij verteld dat het vroeger strafbaar was in Nederland om homoseksueel te zijn. Ik heb gevraagd wat ik moest zeggen om niet bang te zijn. [alias verdachte] zei: je hoeft niet bang te zijn. Ik was bang bij instanties. [alias verdachte] heeft mij gerustgesteld.
V: In het gesprek wordt gesproken over notities. Wat voor notities?
A: Ik heb geen notities gezien. Ik heb het mondeling gehoord dat vroeger honderden homoseksuelen zijn vermoord. Dit was voorinformatie over homoseksuelen in Nederland. Ik heb dit van [betrokkene 5] gehoord. De notities kwamen van [alias verdachte] .
V: Je kreeg dus te horen wat je moest vertellen bij de IND met betrekking tot homoseksuelen.
A: Ja. Ik heb mijn eigen verhaal verteld en [alias verdachte] heeft het aangedikt.
[alias verdachte] : Hallo lieve [betrokkene 5] . [betrokkene 5] : Naar welk emailadres heb jij het gestuurd? [alias verdachte] : Ik heb eentje gestuurd naar [e-mailadres 2] , het was een Gmail, is teruggekomen. [betrokkene 5] : Nee, [e-mailadres 3] [alias verdachte] : Stuur het op, dan mail ik het, kijk, er is aantal notitie 's, jullie moeten voor gaan zitten, [betrokkene 3] (FN) moet komen en jullie moeten deze een voor een voor haar lezen, zij moet het zelf opschrijven en mee aan de slag. [betrokkene 5] : Ja, wij moeten het voor haar.... [alias verdachte] : Ja, je moet het voor haar vertalen, alles is in het Farsi. [betrokkene 5] : Kan zij niet bij jou komen zodat jij met haar werkt? [alias verdachte] . Nee, zij moet eerst wat ik stuur, lezen en weten en voorbereid zijn, daarna ga ik haar vragen daarover stellen. Maar zij moet het eerst weten, zij moet haar case weten, het is de tekst van haar interview, dat moet zij lezen en daarna oefen ik met haar. (pagina 2948-2949) Beller: [telefoonnummer 1] Naam: [alias verdachte] Tnv: [A] [c-straat 1] [plaats] Datum: 04-12-2017 16:48:42 Duur: 00:10:39 Sessienr: 12324 Aard: Spraak Gebelde: [telefoonnummer 3] Naam: 022 vrouw [betrokkene 5] Tnv: [betrokkene 14] [d-straat 2] [plaats] [alias verdachte] […] 022 vrouw [betrokkene 5] (NG). [betrokkene 5] : Hallo [alias verdachte] . [alias verdachte] : Hallo [betrokkene 5] . [betrokkene 5] : Maar zij zijn goed, de uitleg, zij is ook bij de advocaat geweest en gezegd dat zij het niet wil. Het was dezelfde advocaat van 2 jaar geleden. Ik geloof dat advocaat had gezegd Farsi te zijn, maar de naam [betrokkene 22] is geen Iraanse naam. [alias verdachte] : Ik heb ze omgezet naar pdf, zo kan je hem op je mobiel openen. [betrokkene 5] : ik denk dat [betrokkene 15] haar een afspraak gaat geven. [alias verdachte] : Weten jullie wanneer? [betrokkene 5] : Nee, zij wacht op een afspraak, wanneer moet zij klaar voor zijn, 8e? 9e? 10e? Kunnen wij het niet uitstellen? Haar afspraak op 11 december? [betrokkene 15] zei dat het niet nodig is maar zij weet niet wat wij willen doen. [alias verdachte] : Wacht even, ik stuur eerst dit op. Het is gelukt, kijk maar of je het kan openen. (pagina 2950) Beller: [telefoonnummer 1] Naam: [alias verdachte] Tnv: [A] [c-straat 1] [plaats] Datum 04-12-2017 17:02:53 Duur: 00:06:35 Sessienr: 12329 Aard: Spraak Gebelde: [telefoonnummer 3] Naam: 022 vrouw [betrokkene 5] Tnv: [betrokkene 14] [d-straat 2] [plaats] [alias verdachte] […] 022 vrouw [betrokkene 5] (SH). [betrokkene 5] : Hallo [alias verdachte] . [alias verdachte] : Hallo, ik doe het op een andere manier, ik stuur het via Telegram als tekst, kijk maar of je het kan lezen.
[betrokkene 5] : Ik heb op Telegram grote letters, wacht, ik kijk, Yes, dit is goed, perfect, reden voor asiel, perfect, helemaal goed, algemene vragen, perfect, 2013, alle jaren zijn er ook, relaties, alles wat jij op hebt geschreven. [alias verdachte] : OK, ik stuur het dan zo door. [betrokkene 5] : Laatste is: Wist iemand in uw omgeving en of uw familie dat u zich afkeerde van Islam? Klopt het? [alias verdachte] : Ja, ik stuur de rest ook op deze manier op. [betrokkene 5] : OK, ik zal het voor haar lezen en vertalen, maar wie geeft antwoord op deze vragen? Bijvoorbeeld of iemand wist dat zij geen moslim meer was? [alias verdachte] : Ik leg het later uit, nee, niemand wist het. Jullie moeten nu de vragen met antwoorden oefenen. [betrokkene 5] : OK, prima, zeker. Dank je. [alias verdachte] : Ik heb de tweede ook al gestuurd. Informatie in Nederland. [betrokkene 5] : Waar moet ik beginnen? [alias verdachte] : Vanaf de eerste. [betrokkene 5] : Enzovoort, de vragen zonder antwoorden hoeft nu niet? [alias verdachte] : Klopt, ik geef later de antwoorden mee, ik stuur eentje, dat uitgebreider is via WhatsApp. [betrokkene 5] : Waarom? Is Telegram niet veilig? [alias verdachte] : Daar is het beter leesbaar. [betrokkene 5] : Ik zie hier ook geen problemen, alles is goed leesbaar. Laatste heb je ook opgestuurd? Laatste gaat over: praten over het gedrag, klopt het? Is er nog meer? [alias verdachte] : Ja. [betrokkene 5] : Ik hoop dat [betrokkene 3] alles kan onthouden. [alias verdachte] : Dat moet ze. [betrokkene 5] : Is er nog meer? [alias verdachte] : Voorlopig dit, er is nog meer maar dat doe ik later. [betrokkene 5] : Eerst kijken hoe het er hiermee gaat, kan zij niet alsof doen dat zij ziek is om alles uit te stellen? [alias verdachte] : Je moet met [betrokkene 15] (FN) hierover hebben. [betrokkene 5] : Ja, ik zeg tegen haar dat zij ziek is en nu niet in staat.... [alias verdachte] : Ja. [betrokkene 5] : 2 weken uitstellen, of volgende maand? [alias verdachte] : Ja, zeg dat zij psychisch niet klaar voor is, het is veel beter als het in januari gepland wordt. [betrokkene 5] : Ja, want eigenlijk maakt het niet uit he? [alias verdachte] : Klopt. [betrokkene 5] : Laatste zin hierin is: Volgende week praten wij over hoe wij ons onrustige geest/hoofd rustig kunnen maken d.m.v. wetenschap. Klopt het? [alias verdachte] : Ja. (pagina 2951) Beller: [telefoonnummer 3] Naam: 022 vrouw [betrokkene 5] Tnv:
Datum: 06-12-2017 11:19:47 Duur: 00:01:19 Sessienr: 12554 Aard: Spraak Gebelde: [telefoonnummer 1] Naam: [alias verdachte] Tnv: [A] [c-straat 1] [plaats] [alias verdachte] WGD 022 vrouw [betrokkene 5] (SH). [betrokkene 5] spreekt de voicemail van [alias verdachte] in: Hallo [alias verdachte] , [betrokkene 3] is aan het voorbereiden, zij is tevreden, [betrokkene 4] is met haar bezig, met oefenen. [betrokkene 3] heeft morgen om 2 uur een afspraak met mevrouw [betrokkene 15] , [betrokkene 3] wil, ik denk dat vrijdag goed is, 11e moet zij gaan, woensdag vragen zij haar case, ik denk dat goed is dat zij vrijdag bij jou komt als nodig is kan zij dan nog 1 keer komen, wij wachten jouw bericht af.
A: Dat [alias verdachte] zei dat [betrokkene 3] naar homoclubs moest gaan. Dat ze zich niet hoefde te schamen.
O: [alias verdachte] zegt in dit gesprek dat alle notities in Farsi zijn. Hij zegt: “zij moet eerst wat ik stuur, lezen en weten en voorbereid zijn, daarna ga ik haar vragen daarover stellen. Maar zij moet het eerst weten, zij moet haar case weten, het is de tekst van haar interview, dat moet zij lezen en daarna oefen ik met haar”.
V: Wat heeft u hierop te zeggen?
A: [alias verdachte] heeft wat informatie gegeven over een aantal homoclubs in Nederland. Bijvoorbeeld in welke stad deze te vinden zijn en vanaf welke leeftijd homoseksualiteit toegestaan is.
V: Wat is haar case?
A: Dat ze lesbienne is.
O: Op dezelfde dag, om 16:48 uur vindt er wederom een telefoongesprek (sessienummer 12324) plaats tussen [alias verdachte] en uw zus [betrokkene 5] . Dit heeft weer betrekking op het versturen van notities. Het lijkt erop dat het gelukt is. Bijlage 5 V: Welke notities heeft [verdachte] gestuurd?
A: Ik denk welke locaties zij moest bezoeken enz.
V: Welke bestanden heeft je zus van [verdachte] ontvangen, die uiteindelijk voor [betrokkene 3] bestemd waren, die door jullie vertaald moesten worden A: Welke locaties [betrokkene 3] moest bezoeken.
V: Nogmaals, klopt het dat [verdachte] een case samenstelt welke niet berust op de waarheid?
A: dat is iets tussen [betrokkene 3] en [alias verdachte] . Ik hoor daar niet bij. Ik denk dat [betrokkene 3] haar verhaal heeft verteld aan [alias verdachte] en dat [alias verdachte] dit vervolgens in orde heeft gemaakt en op papier heeft gezet.
O: Op 4-12-2017 om 16:48 uur, gesprekssessienummer 12324, belt u met [verdachte] . Hierin geeft u aan dat u de e-mail(s) niet kan openen en liever via Telegram ontvangt. U geeft aan dat u bepaalde stukken niet goed kan lezen omdat het te klein is. Vervolgens heeft u het met [verdachte] erover dat u stukken toegestuurd krijgt over homoseksualiteit.
V: Wat kunt u daarover verklaren?
A: Ik ken de tekst inhoudelijk niet meer. Ik denk wel dat [betrokkene 3] een kort verhaal had welke door [alias verdachte] tot een lang verhaal is gemaakt.
O: Wij lezen u een telefoongesprek voor dat plaats heeft gevonden op 04-12-2017 om 17:02 uur, gesprekssessienummer 12329. U heeft telefonisch contact met [verdachte] . Hieruit blijkt namelijk dat u minimaal 3 stukken heeft ontvangen van [verdachte] en dat u inhoudelijk bekend bent met die stukken. Uit dit telefoongesprek stellen wij dus de conclusie dat u dondersgoed weet waar het over gaat.
V: Klopt het dat het asielverhaal van [betrokkene 3] , een verhaal is dat geschreven is door [verdachte] ?
A: Ja. Ik kan mij dit gesprek herinneren. Ik kan niet alle details herinneren maar ik ga ook niet ontkennen.”
3.4 Het hof heeft in zijn arrest met betrekking tot de in het middel bestreden bewezenverklaring de volgende bewijsoverwegingen opgenomen (met weglating van voetnoten): “Bewijsoverwegingen De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.
Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft. (…) Artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht Het hof stelt voorop dat voor een bewezenverklaring ingevolge artikel 197a, eerste en tweede lid van het Wetboek van Strafrecht is vereist dat wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte een ander behulpzaam is geweest bij het verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland (lid 1) en dat de verdachte uit winstbejag een ander behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk is (lid 2).
Naar vaste rechtspraak dient het bestanddeel ‘behulpzaam bij’ in artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht in overeenkomstige zin te worden uitgelegd als in artikel 48 van het Wetboek van Strafrecht, waarin medeplichtigheid in algemene zin strafbaar is gesteld. Daarbij gaat het er onder meer om of de verdachte het verblijf van de vreemdeling in Nederland op enigerlei [wijze] heeft bevorderd of gemakkelijk gemaakt. In lijn met het doel en de strekking van artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht, te weten het tegengaan van mensensmokkel wordt naar algemeen spraakgebruik onder ‘het verblijven in Nederland’ bedoeld ‘het zich ophouden in Nederland’. Deze behulpzaamheid is naar bestendige jurisprudentie strafbaar zodra daardoor de mogelijkheden tot wederrechtelijk verblijf worden verruimd. Het begrip ‘wederrechtelijk’ in de delictsomschrijving van artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht dient gelet op de wetsgeschiedenis uitgelegd te worden als ‘zonder enig subjectief recht of enige bevoegdheid’ verblijven in Nederland. In welke gevallen een vreemdeling het recht heeft om in Nederland te verblijven, is bepaald in de Vreemdelingenwet 2000.
Wederrechtelijk verblijf Het hof staat allereerst voor de vraag of de vreemdelingen rechtmatig in Nederland verbleven. Ingevolge artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000 verblijft een vreemdeling rechtmatig in Nederland indien de vreemdeling een verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd heeft verkregen, dan wel een gemeenschapsonderdaan is van de Europese Unie dan wel in afwachting is van de beslissing op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning.
Alle in de tenlastelegging genoemde vreemdelingen hadden op het moment van binnenkomst in Nederland ofwel de Iraanse ofwel de Irakese nationaliteit. Uit de verordening (EU) 2018/1806 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld is op te maken welke vreemdelingen voorafgaande aan het inreizen in de Europese Unie, waaronder Nederland, een visum moeten verkrijgen. Hieruit is af te leiden dat onderdanen uit Iran en Irak een visum nodig hebben om de binnengrenzen van Europa te betreden.
Uit het dossier is gebleken dat de vreemdelingen op een toeristenvisum, een ander reisvisum of zonder visum Nederland hebben betreden. Voor degenen die geen visum hebben aangevraagd geldt dat zij ten tijde van het overschrijden van de binnengrenzen wederrechtelijk in Nederland verbleven. Ten aanzien van de vreemdelingen met een visum geldt in beginsel dat zij legaal in Nederland verbleven en er dus geen sprake is van wederrechtelijk verblijf. Indien echter blijkt dat de vreemdeling voorafgaande aan de aanvraag van het visum al van plan was om asiel in Nederland aan te vragen en na het verlopen van het visum niet meer terugkeert naar het land van herkomst, maakt dit dat de inreis in en de doorreis door Nederland als wederrechtelijk moeten worden aangemerkt.
Het gaat er dus om of de verdachte wist of ernstige redenen had om te vermoeden dat de vreemdelingen die hij ‘geholpen’ heeft wederrechtelijk in Nederland waren. Gelet op het feit dat de verdachte als juridisch adviseur werkte en zich daarbij voorstond op zijn kennis van het migratie- en asielrecht, is het hof van oordeel dat de verdachte ten aanzien van de bij hem komende vreemdelingen een verzwaarde onderzoeksplicht had om te achterhalen of de vreemdelingen wederrechtelijk in Nederland verbleven. Daar valt naar het oordeel van het hof ook onder dat de verdachte in casu moest onderzoeken of de vreemdeling de tijdelijke verblijfstitel op oneigenlijke gronden had verkregen. Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte in een aantal, hieronder nader te noemen gevallen, op de hoogte was van het feit dat de vreemdeling geen visum had.
In andere gevallen heeft de verdachte voorafgaande aan het inreizen contact gehad met de vreemdeling waardoor hij wist dat het komende verblijf wederrechtelijk zou zijn, nu de vreemdeling geen enkele intentie had om terug te keren naar het land van herkomst en daarom het toeristenvisum op oneigenlijke gronden is verkregen. In een aantal gevallen heeft de verdachte de vreemdeling middellijk of onmiddellijk geadviseerd eerst op een toeristenvisum naar Nederland te komen en dan bij hem te komen om het asielverhaal te gaan voorbereiden. Tevens is de verdachte berekenend te werk gegaan door zich ervan te vergewissen tot wanneer het visum zou lopen en heeft de verdachte ervoor gezorgd dat de vreemdeling zich vlak voor het einde van de duur van een visum is gaan melden bij een aanmeldcentrum.
De verdachte was in alle gevallen zonder meer op de hoogte van het gegeven dat de vreemdeling, met of zonder visum, geen enkele intentie had om terug te gaan naar het land van herkomst. Dienaangaande wist de verdachte of had hij ernstige redenen om te vermoeden, gelet op zijn juridische kennis, dat alle in de tenlastelegging genoemde vreemdelingen om die reden wederrechtelijk in Nederland waren.
Op het punt van de wederrechtelijkheid van het verblijf heeft de verdediging tot slot het verweer gevoerd dat er geen sprake kan zijn van wederrechtelijk verblijf omdat er nog geen onherroepelijke uitspraak is over de asielstatus. Dit verweer verwerpt het hof. Het feit dat de vreemdelingen na het aanvragen van asiel in afwachting van de beslissing hierop rechtmatig in Nederland verblijven ingevolge artikel 8 van het Vreemdelingenbesluit 2000, maakt niet dat de wederrechtelijkheid van de toegang of het verblijf van vóór de aanvraag tot asiel daarmee komt te vervallen.
Onverwijld melden Met betrekking tot het verweer dat een vreemdeling zich na aankomst in Nederland niet onverwijld hoeft te melden omdat hij of zij recht heeft op het voorbereiden van het asielgehoor, overweegt het hof als volgt.
Indien een vreemdeling asiel zoekt in Nederland dient de vreemdeling zich ingevolge artikel 3.108c van het Vreemdelingenbesluit 2000 onverwijld te melden bij een aanmeldcentrum op Schiphol (per vliegtuig of boot) of in Ter Apel (over land). Op dat moment gaat de vreemdeling naar de IND voor een voorregistratie. Binnen een aantal maanden na de aanmelding krijgt de vreemdeling een uitnodiging voor een aanmeldgehoor. Daarna krijgt de vreemdeling rust- en voorbereidingstijd (RVT) waar hij/zij zich kan voorbereiden op de Algemene Asielprocedure (AA). Gedurende die tijd krijgt de vreemdeling voorlichting over de asielprocedure en helpt een advocaat met de voorbereiding van het gesprek met de IND over het asielverhaal. Daarna zal de vreemdeling een nader gehoor krijgen bij de IND.
Het niet onverwijld melden van de vreemdeling kan afbreuk doen aan de gestelde noodzaak tot internationale bescherming. Temeer als de vreemdeling stelt dat hij bescherming nodig heeft omdat hij of zij moet vrezen voor de autoriteiten in het thuisland. Het ligt dan ook voor de hand dat de vreemdeling meteen bescherming zoekt in Nederland door zich onverwijld te melden bij een van de aanmeldcentra.
Gelet op het vorenstaande verwerpt het hof het verweer van de verdediging dat de vreemdeling zich niet onverwijld hoeft te melden. Het hof verwerpt ook het verweer van de verdediging dat de handelingen van de verdachte enkel hebben plaatsgevonden gedurende de RVT, nu ingevolge het bovenstaande de RVT pas aanvangt nadat een aanmeldgehoor heeft plaatsgevonden en de aanleiding voor de asielaanvraag ruim voor deze periode is ontstaan.
Daar komt naar het oordeel van het hof bij dat de verdachte een bijdrage heeft geleverd aan het zich niet onverwijld melden van de vreemdeling. Zo heeft de verdachte in de gevallen waarbij de vreemdeling een visum had aan hem of haar gevraagd tot wanneer het visum geldig was, zodat hij genoeg tijd had om de vreemdeling voor te bereiden. Pas na het voorbereiden heeft de verdachte de vreemdeling geadviseerd zich te melden bij een aanmeldcentrum. Naar het oordeel van het hof heeft de verdachte daarmee willens en wetens de vreemdeling verkeerd geadviseerd en heeft hij in strijd met het Vreemdelingbesluit 2000 gehandeld.
Advies bij het ordenen van het asielverhaal of in strijd met de waarheid (onderdelen van) een verhaal verzinnen?
De verdediging heeft bepleit dat de verdachte enkel van zijn rol als adviseur gebruik heeft gemaakt. Daartoe heeft de verdediging bepleit dat het helpen van een vreemdeling met zijn verhaal niet maakt dat het asielverhaal vals is. De verdachte heeft naar het oordeel van de verdediging enkel geholpen met het op een rijtje krijgen van de gebeurtenissen en het geven van aanwijzingen, hetgeen bij de rol van een advocaat in de asielprocedure past. Het hof zal hieronder per feit vaststellen welke van de ten laste gelegde handelingen bewezen worden verklaard of niet. Daarbij weegt het hof de vraag of de asielverhalen in kwestie vanuit de vreemdelingen zelf op tafel zijn gelegd of dat deze zijn aangereikt door de verdachte met een bijbehorend pakket aan diensten dat ervoor moesten zorgen dat de verhalen goed ingeprent zouden worden en zouden leiden tot het gewenste resultaat, namelijk een verblijfsvergunning op grond van het recht op asiel. Een dergelijk asielverhaal dient, uit de aard der zaak, op waarheid te berusten. Een juridisch adviseur, zoals de verdachte zich noemde, mag de vreemdeling helpen met het structureren van het verhaal en mag helpen om de stukken ter onderbouwing van het verhaal te achterhalen.
Een juridisch adviseur mag niet het verhaal, althans onderdelen daarvan, aandikken of compleet verzinnen. Het hof deelt de conclusie van de verdediging dat onder ‘onderbouwen’ ook ‘aandikken’ mag worden verstaan, niet. Aandikken is naar het oordeel van het hof feiten erbij verzinnen of overdrijven om het verhaal kansrijker te maken en dit is per definitie niet toegestaan.
Uit het dossier leidt het hof af dat de verdachte eigenaar was van het rechtskundig adviesbureau [A] gevestigd te [plaats] . De verdachte is adviseur in het immigratierecht. Tevens volgt uit het onderzoek dat de verdachte meerdere contracten heeft afgesloten met de in de tenlastelegging genoemde vreemdelingen waarbij de vreemdelingen bedragen tussen de € 2.000,- en € 7.000,- moesten betalen. Uit de contracten volgt dat de verdachte hulp en begeleiding biedt bij de ordening van de hoofdlijn van de asielaanvraag, alsmede hulp bij ordening van de chronologie en de reden van het asielverzoek. Daarbij heeft de verdachte in vele gevallen de garantie gegeven dat de vreemdeling een verblijfsvergunning asiel zou verkrijgen.
Het hof stelt op grond van het dossier vast dat het bedrijfsmodel van de verdachte was ingericht op het tegen betaling van een bepaald bedrag (veelal duizenden euro’s) per zogenoemde ‘case', geven van een garantie dat de vreemdeling de gevraagde verblijfsvergunning asiel zou verkrijgen. De verdachte leverde deze garantie veelal op voorhand zonder daarbij op de hoogte te zijn van het feitelijke asielverhaal van de vreemdeling. Het is naar het oordeel van het hof onmogelijk om dit te bereiken zonder dat daarbij de waarheid in voorkomend geval geweld wordt aangedaan.
Dit blijkt ook uit het feit dat in alle contracten een verplichting voor de vreemdelingen is opgenomen die inhoudt dat zij alle aanwijzingen van het bedrijf moeten opvolgen en dat zij niet zomaar zonder overleg met het bedrijf anders mogen verklaren dan is besproken. Zo staat er in het contract het volgende ‘continu medewerking verlenen aan de verzoeker en het geven van alle documenten die betrekking hebben op het dossier van het asielverzoek aan het bedrijf: het uitvoeren van suggesties en begeleiding door het bedrijf is een noodzakelijke en belangrijke voorwaarde voor het succes van dit dossier’ en ‘als de verzoeker onafhankelijk en zonder overleg met ons en buiten de afgesproken kaders tijdens de asielprocedure handelt of iets zegt zonder overleg of vragen naar onze mening in zijn/haar interview wordt dit gezien als het vernietigen van de verplichtingen en het bedrijf heeft het recht om uit zelfbescherming voor de volgende diensten nieuwe kosten in rekening (te) brengen.’ Het hof is voorts gebleken dat de verdachte op zoek is gegaan naar andere mogelijkheden om een sluitend verhaal te kunnen maken, waarbij hij eraan refereert dat sommige vreemdelingen principieel niet in staat zijn te vertellen dat ze bekeerd zijn tot het christendom. Hij maakt daarbij gebruik van het feit dat het beleid van de IND is veranderd en dat er enkel geloofsafval hoeft te worden aangeleverd.
Het hof heeft vastgesteld dat er cases zijn waarbij de verdachte van het ene naar het andere verhaal overgaat, als het ene niet heeft gewerkt, wordt vervolgens het andere geprobeerd.
Tot slot stelt het hof vast dat in de meeste gevallen de vreemdelingen bij de IND vertellen dat ze eigenlijk niet van plan waren om asiel te vragen maar dat er tijdens hun verblijf in Nederland “iets” is voorgevallen in Iran waardoor ze niet meer terug konden. Deze modus operandi is kenmerkend voor de verdachte. Het zijn allemaal evenzoveel bewijsmiddelen die ondersteunen dat het de verdachte in het geheel niet om het echte vluchtelingenverhaal is te doen, maar enkel om een goede case om de begeerde verblijfstitel binnen te kunnen halen.
Uit winstbejag Ten aanzien van alle feiten overweegt het hof voor wat betreft het bestanddeel winstbejag als volgt.
Ingevolge de wetsgeschiedenis omvat het begrip winstbejag ‘teneinde rechtstreeks of onrechtstreeks, een financieel of ander materieel voordeel te verkrijgen’. Ingevolge jurisprudentie van de Hoge Raad is van winstbejag sprake ‘indien het handelen van de dader is ingegeven door een gerichtheid op verrijking, waarbij het niet noodzakelijk hoeft te gaan om een op geld waardeerbaar voordeel en evenmin bepalend is of het beoogde voordeel daadwerkelijk is behaald’.
De verdachte had een juridisch advieskantoor in [plaats] waar hij tegen betaling de vreemdelingen ‘adviseerde’ over de asielprocedure. Veel van de vreemdelingen dachten dat de verdachte een advocaat was die hen kon helpen met de asielaanvraag. Als de verdachte de zaak van de vreemdeling aannam liet de verdachte de vreemdelingen, zoals genoemd in 8 van de 9 ten laste gelegde feiten, een contract ondertekenen. In de contracten werd een bedrag afgesproken voor de hulp van de verdachte, deze bedragen varieerden tussen de € 2.000,- en € 9.000,-. In de zaak van [betrokkene 3] (feit 6) hanteerde de verdachte een uurtarief van € 100,- per uur. Uit de administratie van de verdachte, in de vorm van kwitanties, is af te leiden dat de vreemdelingen na het afsluiten van het contract een deel contant betaalden. Een ander deel werd weer betaald via de bankrekening van de verdachte. In alle gevallen hebben de vreemdelingen de verdachte betaald voor zijn handelingen. Dit maakt naar het oordeel van het hof genoegzaam duidelijk dat de verdachte handelde uit winstbejag. Dat volgens de verdachte niet het gehele contractbedrag is betaald is hierbij niet van belang. Het handelen van de verdachte was namelijk gericht op betaling en dus op verrijking.
Start onderzoek Op 2 februari 2017 is een melding van een tolk binnengekomen. Deze tolk was aanwezig geweest bij een verhoor van een verdachte die was aangehouden wegens het bezit van een vals document. Tijdens dit verhoor gaf de tolk te kennen dat hij, op basis van de afgelegde verklaring, iets herkende wat hem bekend voorkwam en wat hij vaker had gehoord bij Iraanse vreemdelingen. De tolk had informatie aangaande een persoon welke valse documenten regelde voor Iraanse asielzoekers. Deze persoon is volgens hem genaamd [alias verdachte] . Een internetzoekopdracht naar [alias verdachte] leidde naar het advieskantoor [A] . Vergelijkingsonderzoek naar de foto van de persoon [alias verdachte] leverde op dat deze persoon dezelfde is als de [verdachte] .
Naar aanleiding van de melding van de tolk is de verdachte bevraagd in het politie-informatiesysteem. Hieruit bleek dat op 24 november 2015 een Iraanse vreemdeling heeft verklaard over een advocaat [alias verdachte] die vaker asielzoekers helpt. Voorts is op 28 april 2016 een MMA-melding binnengekomen aangaande mensensmokkel waarbij het bedrijf [A] wordt genoemd alsmede de namen [betrokkene 8] en [verdachte] . In deze melding staat dat ze zich bezighouden met mensensmokkel en dat ze 100% garantie geven op het regelen van een verblijfsstatus voor de asielzoekers. Deze asielzoekers moeten hier flink voor betalen. Verder bleek [verdachte] voor te komen in een mensensmokkelonderzoek uit 2012 op Schiphol. Naar aanleiding van het vorenstaande is er het onderzoek Ambrose opgestart waarbij onderzoek is gedaan naar mensensmokkel door de verdachte. (…) Bewijsoverwegingen voor feit 6: [betrokkene 3] is met haar eigen paspoort met daarin een vals visum Nederland ingereisd. In 2015 heeft [betrokkene 3] zich voor het eerst gemeld bij een aanmeldcentrum. Op 8 juni 2016 is haar asielaanvraag definitief afgewezen in verband met de Dublinclaim. [betrokkene 3] heeft na afwijzing van de aanvraag nooit Nederland verlaten. Op 17 juli 2017 heeft [betrokkene 3] zich voor de tweede keer gemeld bij een aanmeldcentrum in Budel en op 18 juli 2017 heeft ze voor de tweede keer een verblijfsvergunning aangevraagd. Na de afwijzing van de eerdere asielaanvraag was [betrokkene 3] aldus wederrechtelijk in Nederland.
De verdachte heeft verklaard dat hij [betrokkene 3] heeft geholpen, maar dat hij geen contract met haar heeft afgesloten. Bij [betrokkene 3] rekende de verdachte een uurtarief van € 100,- per uur. Uit de agenda van de verdachte volgt dat [betrokkene 3] vanaf 7 november 2017 afspraken heeft gehad met de verdachte. Voorts volgt uit de bankafschriften van de verdachte dat [betrokkene 3] op 27 december 2017 aan de verdachte een bedrag heeft overgemaakt van € 200,-. Gelet hierop gaat het hof er dan ook van uit dat de verdachte [betrokkene 3] tegen betaling heeft geholpen en hij zodoende geldelijk gewin heeft gehad.
De verdachte heeft verklaard dat [betrokkene 3] wederrechtelijk in Nederland was. Voorts heeft hij erkend dat hij tegen [betrokkene 3] heeft gezegd dat ze naar een homoclub moest gaan. Volgens de verdachte was het levensverhaal van [betrokkene 3] niet voldoende. De verdachte heeft daartoe een aantal dingen zoals interviews en notities van andere homoseksuelen opgestuurd naar [betrokkene 3] die ze moest doornemen.
Uit de tapgesprekken kan worden afgeleid dat [betrokkene 3] het verhaal van de verdachte moest oefenen. [betrokkene 3] heeft zelf verklaard dat ze haar eigen verhaal heeft verteld maar dat de verdachte het verhaal heeft aangedikt. [betrokkene 14] zegt iets soortgelijks als ze verklaart dat [betrokkene 3] een kort verhaal had welke door de verdachte tot een lang verhaal is gemaakt.
Uit de tapgesprekken volgt tenslotte dat de verdachte ‘een case’ voor [betrokkene 3] gaat schrijven, dat die voor haar vertaald gaat worden, dat [betrokkene 3] één keer naar een homoclub moet gaan om te zien hoe dat eruit ziet en dat er met [betrokkene 3] moet worden geoefend op de notities. De verdachte zegt het letterlijk zo: ‘Nee. zij moet eerst wat ik stuur lezen en weten en voorbereid zijn, daarna ga ik haar vragen daarover stellen. Maar zij moet het eerst weten, zij moet haar case weten, het is de tekst van haar interview, dat moet zij lezen en daarna oefen ik met haar.’ Het hof leidt uit het samenstel van bewijsmiddelen af dat de verdachte het asielverhaal voor [betrokkene 3] minst genomen flink heeft aangedikt en daarmee in strijd met de waarheid heeft gehandeld.
Door dit alles te doen is de verdachte behulpzaam geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland van deze vreemdelinge door haar daartoe de gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen. Dit alles heeft de verdachte voorts gedaan uit winstbejag en uit hoofde van zijn beroep als juridisch adviseur.”
De bespreking van het eerste middel 3.5 Uit de bewijsvoering van het hof kan over het onder 6 bewezen verklaarde feit onder meer het volgende worden afgeleid. De verdachte heeft alle in de tenlastelegging genoemde vreemdelingen, waaronder [betrokkene 3] , bijgestaan. De verdachte heeft met alle vreemdelingen een intakegesprek gevoerd en heeft met hen uren gesproken over de vragen die door de IND aan de vreemdelingen konden worden gesteld. De verdachte heeft met de vreemdelingen geoefend wat zij moesten zeggen bij de IND. De verdachte selecteerde en stroomlijnde de door de vreemdelingen bij de IND te vertellen verhalen.
3.6 Meer specifiek over [betrokkene 3] volgt uit de bewijsvoering dat de verdachte in een periode van ongeveer één maand vijf à zes keren ongeveer één uur lang met haar contact heeft gehad. Het levensverhaal van [betrokkene 3] was volgens de verdachte onvoldoende voor het ingewilligd krijgen van haar (tweede) asielaanvraag. De verdachte heeft de ‘case’ (het asielverhaal) van [betrokkene 3] , te weten dat zij een lesbienne is, op schrift gesteld. De verdachte heeft meerdere documenten, waaronder de case van [betrokkene 3] , haar af te nemen interview/gehoor bij de IND, notities over homoseksualiteit en homoclubs in Nederland en interviews van andere homoseksuelen, middels tussenkomst van [betrokkene 4] en haar zus [betrokkene 5] opgestuurd naar [betrokkene 3] .
Die notities en interviews waren cruciaal voor het door [betrokkene 3] goed kunnen vertellen van haar asielverhaal. In de door de verdachte aangeleverde documenten zijn ook vragen opgenomen die de IND mogelijk zal stellen aan [betrokkene 3] . De verdachte zou de antwoorden op de vragen nog nasturen. [betrokkene 3] moest met de hulp van [betrokkene 4] en haar zus [betrokkene 5] de door de verdachte opgestuurde documenten, het door de verdachte opgeschreven asielverhaal van [betrokkene 3] , de vragen van de IND en de daarop door haar te geven antwoorden goed inprenten. Nadat [betrokkene 3] in opdracht van de verdachte haar verhaal had geoefend, zou de verdachte haar daarover vragen stellen en zou hij met haar het interview/gehoor bij de IND oefenen. [betrokkene 3] moest van de verdachte binnen haar ‘case’ blijven, waarbij zij heel kort moest vertellen dat zij lesbienne is.
Zij moest het vooral niet hebben over de afwijzing van haar eerdere asielaanvraag. [betrokkene 3] kreeg te horen wat zij bij de IND moest vertellen met betrekking tot homoseksuelen. Zij moest ook in opdracht van de verdachte een homoclub in Nederland bezoeken. Zij moest de naam van de club onthouden en zij moest in staat zijn de binnenkant van de club te beschrijven aangezien volgens de verdachte daarover bij de IND vragen zouden worden gesteld. Volgens de verdachte zou [betrokkene 3] bij de IND ook kunnen verklaren dat het bezoeken van de club geen goede ervaring was en dat zij er verder niet over wilde praten. [betrokkene 3] heeft ook een paar keer een LBHT-disco bezocht. Het asielverhaal van [betrokkene 3] is een door de verdachte geschreven verhaal.
Volgens [betrokkene 3] heeft zij haar eigen asielverhaal verteld. Dat verhaal is door de verdachte op z’n minst genomen (flink) aangedikt.
3.7 Het voorgaande in onderlinge samenhang bezien, acht ik het bepaald niet onbegrijpelijk dat het hof heeft geoordeeld dat de verdachte aan [betrokkene 3] ten behoeve van haar geho(o)r(en) bij de IND een (geheel of gedeeltelijk) fictief vluchtverhaal en/of asielmotief kenbaar heeft gemaakt, dat vluchtverhaal en/of asielrelaas op schrift heeft gesteld zodat [betrokkene 3] dat verhaal kon leren/bestuderen en die [betrokkene 3] heeft getraind/geïnstrueerd in het presenteren van genoemd vluchtverhaal en/of asielmotief. Evenmin acht ik het onbegrijpelijk dat het hof heeft geconcludeerd dat de verdachte aan [betrokkene 3] kenbaar heeft gemaakt welke vragen zij bij haar geho(o)r(en) bij de IND moest beantwoorden en welke antwoorden zij op de vragen bij haar geho(o)r(en) moest geven. Verder ligt in het bewezen verklaarde handelen van de verdachte besloten dat hij [betrokkene 3] informatie heeft verstrekt over de asielprocedure in Nederland en de daarbij behorende regels en richtlijnen en hoe die procedure (met valse informatie) kan worden doorlopen/omzeild. In zoverre faalt het middel.
3.8 De klacht dat uit hetgeen het hof in de bewijsmiddelen heeft vastgesteld niet (voldoende) blijkt dat [betrokkene 3] in strijd met de waarheid een verklaring bij de IND heeft afgelegd faalt reeds op de grond dat dit niet is ten laste gelegd en bewezenverklaard. Overigens meen ik dat uit de bewijsvoering van het hof wel degelijk volgt dat [betrokkene 3] in strijd met de waarheid een verklaring bij de IND heeft afgelegd. Uit de bewijsvoering volgt immers dat haar eigen levensverhaal onvoldoende was voor het ingewilligd krijgen van haar (tweede) asielaanvraag en dat zij het door de verdachte (flink) aangedikte verhaal heeft verteld bij de IND. Ook in zoverre faalt deze klacht.
3.9 De stellers van het middel wijzen er echter terecht op dat uit de bewijsvoering van het hof niet blijkt dat de verdachte aan [betrokkene 3] kenbaar heeft gemaakt welke documenten zij (aan de IND) moest verstrekken. Dat hoeft echter niet tot cassatie te leiden. Bij schrapping van de zinsnede “en/of welke documenten zij (aan IND) moet verstrekken” uit de bewezenverklaring worden de aard en de ernst van het bewezenverklaarde namelijk niet aangetast, terwijl ook de kwalificatie ongewijzigd blijft.
3.10 Het middel faalt.
4Het tweede middel 4.1 In het middel wordt geklaagd dat “ten aanzien [van] de onder (…) 1, 4, 5, 7, 8 en 9 bewezen verklaarde feiten [het] klaarblijkelijke oordeel van het hof dat altijd het overeengekomen bedrag uit het contract volledig aan verdachte is betaald, niet kan worden afgeleid uit de gebezigde bewijsvoering voor deze feiten zodat de bewezenverklaring (telkens) onvoldoende met redenen is omkleed.”
4.2 Ten laste van de verdachte is onder 1, 4, 5, 7, 8 en 9 bewezenverklaard dat hij: “1. in de periode van 1 oktober 2017 tot en met 15 december 2017 te [plaats] en/of elders in Nederland, in de uitoefening van zijn beroep (te weten als eigenaar en juridisch adviseur van rechtskundig adviesbureau “ [A] ”) personen, te weten [betrokkene 23] , geboren op [geboortedatum] 1976 te [geboorteplaats] (Iran) en [betrokkene 24] , geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats] (Iran) uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, en genoemde personen daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft immers heeft hij, verdachte tegen betaling van geldbedragen aan die [betrokkene 23] en/of die [betrokkene 24] kenbaar gemaakt welke vragen die [betrokkene 23] en/of die [betrokkene 24] bij zijn/haar/hun geho(o)r(en) bij IND moet(en) beantwoorden en/of welke documenten hij/zij (aan IND) moet(en) verstrekken en/of welke antwoorden zij op de vragen bij de geho(o)r(en) bij de IND moet(en) geven, en ten behoeve van het/de geho(o)r(en) bij IND een (geheel of gedeeltelijk) fictie(f)ve vluchtverha(a)l(en) en/of asielmotie(f)ven aan die [betrokkene 23] en/of die [betrokkene 24] kenbaar gemaakt, en die [betrokkene 23] en/of die [betrokkene 24] getraind en/of geïnstrueerd in het presenteren van dat/die vluchtverha(a)l(en) en/of asielmotie(f)ven ten behoeve van de gehoren bij de IND en die [betrokkene 23] en/of die [betrokkene 24] informatie verstrekt over procedures, regels en richtlijnen en/of informatie verstrekt met betrekking tot hoe men procedures, regels en richtlijnen kan doorlopen en/of omzeilen, zulks terwijl verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat verblijf wederrechtelijk was; (…) 4. in de periode van 1 november 2017 tot en met 1 mei 2018 te [plaats] en/of elders in Nederland, in de uitoefening van zijn beroep (te weten als eigenaar en juridisch adviseur van rechtskundig adviesbureau “ [A] ”), personen, te weten [betrokkene 25] (geboren [geboortedatum] 1981) en (zijn partner) [betrokkene 26] (geboren [geboortedatum] 1989) en [betrokkene 27] (geboren [geboortedatum] 1978) en (zijn partner) [betrokkene 37] (geboren [geboortedatum] 1979) behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot Nederland, en bovengenoemde personen daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, en uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, en genoemde personen daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft
immers heeft hij, verdachte tegen betaling van een geldbedrag die [betrokkene 25] en/of [betrokkene 26] en/of [betrokkene 27] en/of [betrokkene 37] in laten reizen met een visum wetende dat zij asiel zou(den) aanvragen en een tijdschema gemaakt en aan die [betrokkene 25] en/of [betrokkene 26] en/of [betrokkene 27] en/of [betrokkene 37] , al dan niet middels tussenkomst van (een) ander(en), kenbaar gemaakt welke vragen zij/zij bij haar/zijn/hun geho(o)r(en) bij IND moet(en) beantwoorden en/of welke documenten zij (aan IND) moet(en) verstrekken ten behoeve van het/de geho(o)r(en) bij IND en/of welke antwoorden zij op de vragen bij de geho(o)r(en) bij de IND moet(en) geven, en ten behoeve van het/de geho(o)r(en) bij IND (geheel of gedeeltelijk) fictie(f)ve vluchtverha(a)l(en) of asielmotie(f)ven aan die [betrokkene 25] en/of [betrokkene 26] , [betrokkene 27] en/of [betrokkene 37] kenbaar gemaakt, en die [betrokkene 25] en/of [betrokkene 26] en/of [betrokkene 27] en/of [betrokkene 37] getraind en/of geïnstrueerd in het presenteren van dat/die vluchtverha(a)l(en) en/of asielmotie(f) ven ten behoeve van de gehoren bij IND en die [betrokkene 25] en/of [betrokkene 26] en/of [betrokkene 27] en/of [betrokkene 37] informatie verstrekt over procedures, regels en richtlijnen en/of informatie verschaft met betrekking tot hoe men procedures, regels en richtlijnen kan doorlopen en/of omzeilen, zulks terwijl verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk was;
ten behoeve van het/de geho(o)r(en) bij IND een (geheel of gedeeltelijk) fictie(f)ve vluchtverha(a)l(en) of asielmotie(f)ven aan die [betrokkene 29] en/of die [betrokkene 30] en/of die [betrokkene 31] kenbaar gemaakt, genoemd(e) vluchtverha(a)l(en) en/ofasielmotie(f) ven op schrift gesteld en/of op een geluidsdrager opgenomen zodat die [betrokkene 29] en/of die [betrokkene 30] en/of die [betrokkene 31] dat verhaal kon leren/bestuderen en die [betrokkene 29] en/of [betrokkene 30] en/of [betrokkene 31] getraind en/of geïnstrueerd in het presenteren van dat/die vluchtverha(a)l(en) en/of asielmotie(f)ven ten behoeve van de gehoren bij IND en die [betrokkene 29] en/of [betrokkene 30] en/of [betrokkene 31] informatie verschaft over procedures, regels en richtlijnen en/of informatie verschaft met betrekking tot hoe men procedures, regels en richtlijnen kan doorlopen en/of omzeilen, zulks terwijl verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dal verblijf wederrechtelijk was;
4.3 De bewezenverklaring van het onder 1, 4, 5, 7, 8 en 9 tenlastegelegde steunt op onder meer de “algemene bewijsmiddelen” zoals weergegeven onder randnr. 3.3. Daarnaast heeft het hof onder meer de volgende op de afzonderlijke feiten betrekking hebbende bewijsmiddelen tot het bewijs gebezigd: “Feit 1: [betrokkene 23] en [betrokkene 24] 14. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep d.d. 7 maart 2023, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte;
Het klopt dat ik een contract heb afgesloten met [betrokkene 23] (het hof begrijpt hier: [betrokkene 23]) en zijn vrouw (het hof begrijpt hier: [betrokkene 24]). In het dossier zitten tapgesprekken tussen mij en [betrokkene 23] . Het klopt dat ik telefonisch contact heb gehad met [betrokkene 23] . (…) 16. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 29 maart 2018 (pagina’s 1014-1022), voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte; (pagina 1016) V: Wat zegt de naam [betrokkene 23] jou?
A: Dat is een gezin dat bij mij is gekomen. [betrokkene 23] heeft zich bekeerd. Dat is [betrokkene 23] (het hof begrijpt hier: [betrokkene 23]). Ik heb hen voorbereid op hun verhoor.
V: Wanneer zijn zij als klanten bij jou geweest?
A: Ik denk het laatste kwartaal van 2017. Rond oktober, november denk ik.
V: Waarvoor kwamen zij bij jou?
A: Over een asielverzoek. Ze wilden weten of en hoe ze dat moesten doen.
V: Wanneer was het eerste contact met de familie [betrokkene 23] ?
A: Dat weet ik niet meer.
V: Weet u wel hoe vaak u contact heeft gehad?
A: Misschien 5 of 6 keer. (pagina 1017) V: Wat heb je afgesproken met [betrokkene 23] over de kosten?
A: Ik denk dat het een contract van 7000 euro was. Ze hadden ongeveer 4 of 5000 al betaald. Dit ging om [betrokkene 23] (het hof begrijpt hier: [betrokkene 23]) en zijn vrouw (het hof begrijpt hier: [betrokkene 24]). En hun twee kinderen.
V: Waar zijn deze kosten op gebaseerd?
A: Dat is op basis van mijn werkzaamheden. Ik vraag nooit geld voor kinderen vandaar dat het maar 7000 voor 4 personen was.
V: Hoe zijn deze kosten voldaan?
A: Ik weet dat niet meer precies. Ik weet nog wel dat ze een deel contant hebben betaald. (…) 17. Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek beslag B.01.04.001.008 d.d. 19 april 2018, met bijlagen (pagina’s 1170-1180), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 9] (pagina 1170) Op woensdag 07 maart 2018 werd een doorzoeking ter inbeslagneming uitgevoerd in de kantoorruimte gelegen in het pand aan de [b-straat 1] te [plaats] (locatie B). Dit is de kantoorruimte van [verdachte] geboren op [geboortedatum] 1964 in [plaats] .
Tijdens de doorzoeking werd in de kantoorruimte, in de archiefkast een contract aangetroffen. Dit contract was opgesteld in de taal Farsi en betreft het contract van [betrokkene 23] en [betrokkene 24] (het hof begrijpt hier steeds: [betrokkene 24]). Dit contract is vertaald, door een Farsi vertaler, welke gebruik maakt van het registratienummer 1258. (pagina 1176) De vertaalde pagina's van de in het Farsi opgestelde en getekend contract Contract voor juridisch advies met betrekking tot het asielverzoek van [betrokkene 23] en [betrokkene 24] Op basis van dit contract werkt ons bureau, als uw juridisch adviseur, gedurende de gehele procedure tot aan het verkrijgen van de verblijfstatus door u, de verzoeker.
Dit contract is gemaakt tussen het bedrijf Juridisch adviesbureau met betrekking tot immigratie en asielzaken ( [A] ) met registratienummer [nummer 1] en heeft toestemming voor activiteiten op het gebied van juridisch advies inzake immigratie, visa en asielzaken op het adres van: ( [b-straat 1] [plaats] , Nederland), met als directie [alias verdachte] . In dit contract wordt hij verder als “het bedrijf” genoemd, dit is de ene partij.
Dhr/mevr.: [betrokkene 23] en [betrokkene 24] Het land van verzoek: Nederland In dit contract wordt hij/zij “de verzoeker” genoemd, dit is de andere partij Artikel 1: De inhoud van dit contract:
1-Bieden van dienstverlening m.b.t. begeleiding en ordening van het interview van het asielverzoek en verdedigen van de case (vertaler: de “asiel” zaak). Na het sluiten van het contract, neemt het bedrijf zo spoedig mogelijk contact met de verzoeker op. Ook de verzoeker zal op de hoogte worden gehouden van alle handelingen gaande zijn/haar zaak. (…) Artikel 3: Het bedrag, stappen en voorwaarden van betalingen.
3-1- De totale kosten van het contract bedragen 7000 euro. Inclusief de BTW van 21% (1470 euro), wordt het totaal te betalen bedrag 8470 euro.
Noot: Het bedrag van 1470 euro van de BTW is een speciale korting, die het bedrijf op zich neemt, daarom is het totale te betalen bedrag 7000 euro. (pagina 1177) 3-2- Het bedrag van 6000 euro wordt betaald bij het sluiten van het contract.
3- 3- Het bedrag van 1000 euro wordt na het verkrijgen van de verblijfstatus betaald. (…) De directeur Handtekening (getekend) 02-10-2017 De verzoeker (getekend, tweemaal) (…) 20. Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek beslag B.01.02.006.001 (kwitanties) d.d. 27 maart 2018, met bijlagen (pagina’s 1181-1193), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 6] ; (pagina 1181) Op woensdag 07 maart 2018 werd een doorzoeking ter inbeslagneming uitgevoerd in de kantoorruimte gelegen in het pand aan de [b-straat 1] te [plaats] (locatie B). Dit is de kantoorruimte van [verdachte] geboren op [geboortedatum] 1964 in [plaats] .
Tijdens de doorzoeking werd in de kantoorruimte, in het bureau rechts, kwitantieboeken aangetroffen.
Hieruit kwam het volgende:
Kwitantie: [betrokkene 23] , bedrag: € 4000,-, datum: 02-10-2017 Kwitantie: [betrokkene 23] , bedrag: € 2000,-, datum: 06-10-2017 21. Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek beslag B.01.02.006.0.02 d.d. 28 maart 2018, met bijlagen (pagina’s 1194-1196), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 6] ; (pagina 1194) Op woensdag 07 maart 2018 werd een doorzoeking ter inbeslagneming uitgevoerd in de kantoorruimte gelegen in het pand aan de [b-straat 1] te [plaats] (locatie B).
Tijdens de doorzoeking werd in de kantoorruimte, in het bureau rechts, twee papieren met daarop notities met namen en bedragen aangetroffen, Op de twee papieren, A4-formaat staan verschillende data weergegeven.
De data lopen vanaf 26 september tot en met 10 november. Achter elke datum staat een naam en een bedrag weergegeven.
In de notities staan ook namen die tijdens het onderzoek naar voren zijn gekomen, welke hieronder zijn weergegeven.
Tijdens de doorzoeking werd in de kantoorruimte, in het bureau links, drie papieren met daarop notities met namen en bedragen aangetroffen.
Het goed is opgeslagen onder de vindplaatscode: B.01.01.011.001 Hieruit kwam het volgende:
Het betreft een tijdschema van [betrokkene 23] en [betrokkene 24] , waarin het volgende staat weergegeven
WGD […] man [betrokkene 34] (NG). [betrokkene 34] : Iets anders; mijn broer en zus komen woensdagochtend met een KLM-vlucht aan. Ik wil dat zij heel snel gaan. Zoals [betrokkene 35] , zich snel gaan melden en dat het voor het nieuwjaar is afgerond. [alias verdachte] : Woensdag? Tot wanneer hebben zij een visum? [betrokkene 34] : Zij hebben allemaal een multi voor 2 jaar. [alias verdachte] Maar nu willen zij blijven? [betrokkene 34] : Ja, allemaal, mijn zus en haar man, mijn broer en zijn vrouw. [alias verdachte] : Alle vier? [betrokkene 34] : Ja, alle vier. [alias verdachte] : OK. Ik moet hen spreken, ik denk dat we veel tijd nodig hebben. Vier personen voorbereiden kost veel tijd. (pagina 384) [alias verdachte] : We kunnen hen ook in groepen sturen. In 2 groepen. [betrokkene 34] : Ja, dat kan ook. Wat jij wilt. Ik wil woensdag gelijk met hen langskomen, zodat jij de afspraken plant, hen het programma geeft, dat zij ook weten wat zij moeten doen. [alias verdachte] : Is goed. [betrokkene 34] : Maar de afrekening mag niet voor 4 personen zijn. [alias verdachte] : Hoe dan? [betrokkene 34] : Het gaat eigenlijk om 2. [betrokkene 34] : [betrokkene 36] en [betrokkene 37] , mijn broer en zus, moet je tellen voor 1 persoon. Zij komen met hun partners. [alias verdachte] : We moeten het nu goed afspreken, ik vraag voor 4 persoon: 9. [betrokkene 34] : Doe maar 8, ik heb zoveel mensen naar je doorgestuurd. [alias verdachte] : Nee, 8 is voor 2 personen. [betrokkene 34] : Het zijn [er] ook maar 2. [alias verdachte] : Nee, zij betalen 8, en 1000 nadat zij een status hebben.
A: [betrokkene 37] was volgens mij een actrice en een atheïst. Hier was ze ook wel actief in. [betrokkene 27] was meer onder invloed van zijn vrouw. [betrokkene 27] is een agnost volgens mij.
V: Wanneer zijn zij klant bij jou geweest?
A: Ik weet het niet precies maar dit was ergens in de laatste 3 maanden van 2017. (pagina 1873) V: Wat voor advies heeft u hen gegeven?
A: Ik heb [een] paar keer met hen gesproken. Hebben het gehad over hun levensverhaal. Ik heb hen verteld over eventuele vragen die ze kunnen krijgen bij de IND. Ik heb met hen deze vragen beoefend zodat er geen misverstanden zouden kunnen ontstaan.
V: Heeft u nog informatie aan hen meegegeven en/of verteld wat ze moesten gaan doen?
A: Ik heb hen eerdergenoemd document gegeven met die voorbeeldvragen en antwoorden.
V: Wat kun je ons dus vertellen over [betrokkene 26] en [betrokkene 25] ?
A: Ik weet nog dat [betrokkene 26] christen was maar [betrokkene 25] had geen geloof. De problemen waren volgens mij vooral rondom [betrokkene 31] .
V: Wanneer zijn zij klant bij jou geweest?
A. Hetzelfde. Laatste 3 maanden van 2017. Ze waren alle vier samen. (pagina 1874) V: Wat heb je afgesproken met deze vier personen over de kosten?
A: Ik heb van hen vier, 2000,- euro per persoon gevraagd.
V: Waarom maar 2000,- aangezien je eerder verklaard hebt dat je normaal 4000,- [euro] vraagt per persoon?
A: Ik heb ook al verteld dat ik meestal niet daadwerkelijk 4000,- krijg maar alleen de aanbetaling van bijvoorbeeld 2 of 3000,- euro. Als ze een status hadden zou ik meestal de rest krijgen maar dat gebeurde vaak niet. In het contract met deze vier personen stond volgens mij 8000,- euro of 9000 - euro. Ze hebben volgens mij al 8000,- euro betaald.
V: Hoe zijn deze kosten voldaan?
A: Contant.
Tijdens de doorzoeking werden in de kantoorruimte, in het bureau rechts, kwitantieboeken aangetroffen. Hieruit kwam het volgende:
Kwitantie: [betrokkene 38] , bedrag: € 8000,-, datum: 01-11-2017 (…) 59. De volgende in het politiedossier gevoegde verslagen van telefoongesprekken (pagina’s 2030-2056), voor zover inhoudende: (pagina 2038-2039) Beller: [telefoonnummer 4] Naam: […] man [betrokkene 34] Tnv: [betrokkene 34] [e-straat 1] [plaats] Datum: 31-10-2017 13:57:34 Duur: 00:03:35 Sessienr: 6938 Aard: Spraak Gebelde: [telefoonnummer 1] Naam: [alias verdachte] Tnv: [alias verdachte] WGD […] man [betrokkene 34] (NG). [betrokkene 34] : Hallo [alias verdachte] . [alias verdachte] : Hallo [betrokkene 34] . [betrokkene 34] : Even heel kort, morgenochtend komen de jongens/mensen aan. Ik dacht gelijk vanuit [plaats] naar jou te komen, zodat zij/wij een aanbetaling kunnen doen, een contract kunnen krijgen en dat jij alles voor hen regelt. Zo besparen we tijd. [alias verdachte] : OK. Morgen.... Hoe laat is...? [betrokkene 34] : Zij komen om 7 uur aan in [plaats] . Jij moet precies om 11 uur op kantoor zijn? Kan dat niet eerder? [alias verdachte] : Het kan ook om 10 uur. [betrokkene 34] : OK, om 7 uur....zodra ik vertrek bel ik je, is dat goed? [alias verdachte] Ja. [betrokkene 34] : 7 uur, ik denk dat zij om 8 uur eruit komen, het is ongeveer 2 uur afstand vanuit [plaats] , ik ben er om 10 uur. Jij kan hen dan hun schema geven zodat zij weten wanneer ze moeten komen. [alias verdachte] : Ik zie jullie morgen om 10 uur. [betrokkene 34] : Ja, ik kom met hen. Ik heb hen al gezegd dat zij alvast 8 moeten geven, 1 blijft over (…) nadat zij een status hebben. Heb jij mijn mail ontvangen over [betrokkene 7] ? [betrokkene 34] : [alias verdachte] wil je morgen a.u.b. de zaken voor deze mensen snel regelen? Ik moet naar Iran voor zaken en kan niet de hele tijd bij hen blijven. [alias verdachte] : OK.
Tijdens de doorzoeking werd in de kantoorruimte, in de archiefkast een contract aangetroffen in de taal Farsi, van de familie [betrokkene 38] (…). Dit contract is vertaald, door een Farsi vertaler, welke gebruik maakt van het registratienummer 1258. Het goed is opgeslagen onder de vindplaatscode: B.01.04.001.004 Hieruit kwam het volgende:
Dhr/mevr.: Familie [betrokkene 38] bestaande uit: [betrokkene 25] , [betrokkene 26] , [betrokkene 37] en [betrokkene 27] Het land van verzoek: Nederland In dit contract worden zij "de verzoeker" genoemd, dit is de andere partij.
Artikel 1: De inhoud van dit contract:
1-Geven van dienstverlening m.b.t. begeleiding en ordening van het interview van het asielverzoek en verdedigen van de case (vertaler: de “asiel-”zaak). Na het sluiten van het contract, neemt het bedrijf zo spoedig mogelijk contact met de verzoeker op. Ook de verzoeker zal op de hoogte worden gehouden van alle handelingen gaande zijn/haar zaak.
Artikel 3: Het bedrag, stappen en voorwaarden van betalingen.
3-1- De totale kosten van het contract bedragen 9.000 euro. Inclusief btw van 21% (1.890 euro), wordt het totaal te betalen bedrag 10.890 euro.
Noot: Het bedrag van 1.890 euro van de btw is een speciale korting van het bedrijf, die het bedrijf op zich neemt, daarom is het [totaal te betalen] bedrag 9.000 euro. Er moet wel vermeld worden dat als u het contract voortijdig beëindigt, het btw-bedrag door het bedrijf wordt ingehouden.
3-2- Het bedrag van 8.000 euro wordt betaald bij het sluiten van het contract. (pagina 2077) 3-3- Het bedrag van 1.000 euro wordt na het verkrijgen van de verblijfstatus betaald. (…) (pagina 2080) Artikel 10: De exemplaren van het contract Dit contract, bestaande uit 10 artikelen, is in twee exemplaren opgesteld, getekend door beide partijen, ieder heeft een exemplaar en alle exemplaren hebben dezelfde waarde.
De directeur, Handtekening (getekend) 01-11-2017 De verzoeker [betrokkene 25] (getekend) [betrokkene 27] (getekend) [betrokkene 37] (getekend) [betrokkene 26] (getekend) (…) 62. Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek digitaal beslag B.01.02.018/2018-067.02 d.d. 24 september 2018, met bijlagen (pagina’s 2107-2112), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 6] ; (pagina 2107) Op woensdag 07 maart 2018 werd een doorzoeking ter inbeslagneming uitgevoerd in de kantoorruimte gelegen in het pand aan de [b-straat 1] te [plaats] (locatie B). Dit is de kantoorruimte van de [verdachte] geboren op [geboortedatum] 1964 in [plaats] waarbij (…) in het kader van waarheidsvinding, ingevolge artikel 94 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering, goederen in beslag [zijn] genomen.
Tijdens de doorzoeking werd in de kantoorruimte, bureau rechts, een router aangetroffen. Het goed is opgeslagen onder de vindplaatscode: B.01.02.018 Onderzoek digitaal beslag Door collega's werkzaam bij de Koninklijke Marechaussee, Brigade Recherche, Afdelinq Specialistische Opsporing, Sectie Forensische Techniek is de router onderzocht en veiliggesteld door het maken van een image. De image heeft het zaaknummer: 2018-067 Ik, verbalisant, heb onderzoek gedaan aan de router. Op de router stonden documenten in de taal Farsi, welke zijn vertaald door een beëdigde tolk. Uit één van de documenten kwam het volgende: - Een tijdschema voor [betrokkene 25] en [betrokkene 26] (ZD04), met daarin tekenen contract, betalen bedrag, primaire informatie en primaire materialen, verzamelen van de informatie en casematerialen, de interviews en evaluatie en updaten van de case. (pagina 2111) Vertaling tijdschema [betrokkene 25] en [betrokkene 26] Dag Uur Uitleg werkzaamheden 1 1 november 2017 Tekenen van het contract en betalen van de eerste 4.000 euro (…) 63. Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek digitaal beslag B.01.02.018/2018-067.01 d.d. 24 september 2018, met bijlagen (pagina’s 2113-2118), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 6] ; (pagina 2113) Op woensdag 07 maart 2018 werd een doorzoeking ter inbeslagneming uitgevoerd in de kantoorruimte gelegen in het pand aan de [b-straat 1] te [plaats] (locatie B). Dit is de kantoorruimte van de [verdachte] geboren op [geboortedatum] 1964 in [plaats] waarbij (…) in het kader van waarheidsvinding, ingevolge artikel 94 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering, goederen in beslag [zijn] genomen.
Tijdens de doorzoeking werd in de kantoorruimte, bureau rechts, een router aangetroffen. Het goed is opgeslagen onder de vindplaatscode: B.01.02.018 Onderzoek digitaal beslag Door collega’s werkzaam bij de Koninklijke Marechaussee, Brigade Recherche, Afdelinq Specialistische Opsporing, Sectie Forensische Techniek is de router onderzocht en veiliggesteld door het maken van een image. De image heeft het zaaknummer: 2018-067 Ik, verbalisant, heb onderzoek gedaan aan de router. Op de router stonden documenten in de taal Farsi, welke zijn vertaald door een beëdigde tolk.
Uit één van de documenten kwam het volgende:
A: Die ken ik wel. Die kwam bij mij voornamelijk voor haar zus [betrokkene 4] .
V: Wat kun je allemaal over [betrokkene 4] vertellen?
A: [betrokkene 4] is een vrouw die heel veel problemen heeft gehad van jongs af aan. Vanwege haar problemen is ze afgekeerd van de islam en is christen geworden. Ik ben van mening dat ze een status moet krijgen.
V: Waarom kwam [betrokkene 4] bij u?
A: Ik heb met haar gesproken over haar levensloop. Ze vroeg hoe ze zich moest voorbereiden op haar asielverzoek. Ik heb haar, op basis van haar verhaal, hierop voorbereid.
V: Wanneer is ze voor het eerst bij u gekomen?
A: In 2017 maar ik heb geen idee meer welke maand.
V: Wat kun je verder over haar vertellen, over haar problemen bijvoorbeeld vroeger?
A: Ze had haar levensverhaal verteld en ik heb haar geadviseerd wat ze moest doen. (pagina 1003) V:Wat heb je afgesproken met [betrokkene 4] over de kosten?
A: Ik denk dat we een contract hebben afgesloten van 3500 of 4000 euro? Ik weet niet precies of ze al 3000 of 3 00 euro heeft betaald.
V: Kan het zijn dat [betrokkene 4] met u contact heeft opgenomen in het begin van 2017?
A: Dat zou kunnen.
Tijdens de doorzoeking werden in de kantoorruimte, in het bureau rechts, kwitantieboeken aangetroffen. Hieruit kwam het volgende:
Kwitantie: [betrokkene 4] , bedrag: € 2500,-, datum: 01-03-2017 Kwitantie: [betrokkene 4] . bedrag: € 1000.-, datum: 26-04-2017 (…) 73. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 3 april 2018 (pagina’s 2646-2649), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [betrokkene 4] ; (pagina 2648) A: Ik heb een contract afgesloten. (…) 75. Het proces-verbaal [van] bevindingen vertaalde stukken [betrokkene 4] d.d. 10 oktober 2018, met bijlagen (pagina’s 2724-2797), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 8] ; (pagina 2724) Op woensdag 07 maart 2018 werd een doorzoeking ter inbeslagneming uitgevoerd in het kantoor van verdachte [verdachte] gelegen aan de [b-straat 1] te [plaats] . Tijdens deze doorzoeking zijn er diverse goederen in beslag genomen welke nader zijn onderzocht. Hieruit kwamen de onderstaande goederen welke betrekking hebben op zaakdossier 5 van [betrokkene 4] . (pagina 2725) B.01.02.006.001:
Dit betreft een kwitantieboek. In dit kwitantieboek zaten twee kwitanties met de naam [betrokkene 4] . Op de eerste kwitantie is de datum 01-03-2017 te zien met de naam van [betrokkene 4] , handtekening en een bedrag van € 2.500,-. Op de tweede kwitantie is de datum 26-04-2017 te zien met de naam van [betrokkene 4] , handtekening en een bedrag van € 1.000,-. (…) B.01.03.003/2018-068.01:
Dit document betreft een contract tussen het bedrijf [A] en [betrokkene 4] . Hierbij is er een bedrag afgesproken van 4000 euro wat in 3 termijnen moet worden voldaan. 2500 euro bij het tekenen van het contract, 1000 euro voor de aanmelding en 500 euro bij verkrijgen status in Nederland. Het betreffende document is niet ondertekend daar het een digitaal bestand is. (…) Feit 7: [betrokkene 29] , [betrokkene 30] en [betrokkene 31] (…) 93. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 8 mei 2018 (pagina’s 1028-1038), voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte; (pagina 1033) V: We willen het nu even over iets anders gaan hebben. Wat zegt de naam [betrokkene 29] jou? A. Ze was één van mijn klanten. Ze was christen. Ze is bij mij gekomen en we hebben haar voorbereid voor haar asielverzoek.
V:Hoe is u contact met haar?
A: lk heb al lang geen contact met haar maar vroeger had ik wel contact en dat was toen wel goed. Dit contact was denk ik de laatste 3 maanden van 2017.
V: Wat zeggen de namen [betrokkene 30] en [betrokkene 31] jou?
A: [betrokkene 30] en [betrokkene 31] zijn dochters van [betrokkene 29] . Ze zijn slimme meisjes en geloofde diep in het christendom.
V: Wanneer heb je voor het laatst contact met hen gehad?
A: Ik denk december.
V: Waarvoor kwamen zij bij jou?
A: Om voorbereiding te krijgen voor hun asielprocedure. (pagina 1034) V: Heeft u hen nog iets meegegeven toen ze bij u weggingen?
A: Ik geef iedereen stukken mee. Bijvoorbeeld de standaardvragen die tijdens het aanmeldproces worden gesteld.
V: Dus u heeft niets toegevoegd aan hun verhaal?
A: Misschien kleine dingen en onderdelen.
V:Wat heb je afgesproken met hen over de kosten?
A:lk denk dat ik al 5000,- euro heb gekregen van hen.
V: Moeten ze nu nog iets betalen?
A: Het contract moest in delen betaald worden. Ik weet het niet precies maar ik denk dat ze in totaal 7 of 8000 euro moeten betalen. (…)