ECLI:NL:RBAMS:2024:4264
vonnis RECHTBANK AMSTERDAM afdeling privaatrecht zaaknummer / rolnummer: C/13/731682 / HA ZA 23-329 Vonnis van 17 juli 2024 in de zaak van de stichting STICHTING INITIATIEVEN COLLECTIEVE ACTIES MASSASCHADE ICAM, gevestigd te Amsterdam, eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het (deels voorwaardelijke) incident, advocaat mr. D.M. Linders te Amsterdam, tegen 1. de publiekrechtelijke rechtspersoon STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport), zetelend te Den Haag, gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het (deels voorwaardelijke) incident, advocaat mr. G.J. Zwenne te Den Haag, 2. de vereniging PUBLIEKE GEZONDHEID EN VEILIGHEID NEDERLAND, gevestigd te Utrecht, 3. de stichting STICHTING PROJECTENBUREAU PUBLIEKE GEZONDHEID EN VEILIGHEID NEDERLAND, gevestigd te Utrecht, 4. de stichting STICHTING VERENIGINGSBUREAU PUBLIEKE GEZONDHEID EN VEILIGHEID NEDERLAND, gevestigd te Utrecht, 5. de stichting STICHTING LANDELIJKE COÖRDINATIE COVID-19 BESTRIJDING, gevestigd te Utrecht, gedaagden in de hoofdzaak, gedaagden in het (deels voorwaardelijke) incident, advocaat mr. E.P.M. Thole te Amsterdam, 6. de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTELIJKE GEZONDHEIDSDIENST (GGD) AMSTERDAM-AMSTELLAND, zetelend te Amsterdam, 7. de publiekrechtelijke rechtspersoon GGD BRABANT-ZUIDOOST, zetelend te Eindhoven, 8. de publiekrechtelijke rechtspersoon DIENST GEZONDHEID & JEUGD ZUID-HOLLAND ZUID, zetelend te Dordrecht, 9. de publiekrechtelijke rechtspersoon GGD DRENTHE, zetelend te Assen, 10. de publiekrechtelijke rechtspersoon GGD FLEVOLAND, zetelend te Lelystad, 11. de publiekrechtelijke rechtspersoon VEILIGHEIDSREGIO FRYSLÂN, zetelend te Leeuwarden, 12. de publiekrechtelijke rechtspersoon VEILIGHEIDS- EN GEZONDHEIDSREGIO GELDERLAND-MIDDEN (VGGM), zetelend te Arnhem, 13. de publiekrechtelijke rechtspersoon GGD GELDERLAND-ZUID, zetelend te Nijmegen, 14. de publiekrechtelijke rechtspersoon GGD GOOI & VECHTSTREEK, zetelend te Bussum, 15. de publiekrechtelijke rechtspersoon GGD GRONINGEN, zetelend te Groningen, 16. de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING GEMEENTELIJKE GEZONDHEIDSDIENST EN VEILIG THUIS HAAGLANDEN, zetelend te Den Haag, 17. de publiekrechtelijke rechtspersoon GGD HART VOOR BRABANT, zetelend te 's-Hertogenbosch, 18. de publiekrechtelijke rechtspersoon REGIONALE DIENST OPENBARE GEZONDHEIDZORG HOLLANDS MIDDEN, zetelend te Leiden, 19. de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTELIJKE GEZONDHEIDSDIENST HOLLANDS NOORDEN, zetelend te Alkmaar, 20. de publiekrechtelijke rechtspersoon GGD IJSSELLAND, zetelend te Zwolle,
Eiseres zal hierna ICAM genoemd worden. Gedaagde sub 1 zal hierna de Staat genoemd worden. Gedaagden sub 2 tot en met 5 zullen hierna gezamenlijk GGD GHOR genoemd worden. Gedaagden sub 6 tot en met 34 zullen hierna gezamenlijk de GGD’en c.s. genoemd worden.
Opgemerkt zij dat ICAM gedaagden gezamenlijk in haar processtukken aanduidt als Gedaagden maar ook wel als de Staat c.s.
1De procedure 1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De zaak in het kort 2.1.
Deze zaak gaat over de persoonsgegevens van de personen die zich tijdens de coronapandemie door de GGD’en hebben laten testen en/of vaccineren en over de persoonsgegevens van personen naar wie door de GGD’en tijdens de coronapandemie een bron- en contactonderzoek is ingesteld.
2.2.
Vaststaat dat er medewerkers van de GGD’en zijn geweest die toegang hadden tot de IT-systemen en die persoonsgegevens ter beschikking hebben gesteld van derden. Dit wordt wel aangeduid als het coronadatalek.
2.3.
ICAM heeft ten behoeve van de hiervoor onder 2.1 bedoelde personen vorderingen ingesteld tegen een aantal gedaagden, onder wie de GGD’en. ICAM wil onder meer dat de gedaagden worden veroordeeld tot het betalen van schadevergoeding, niet alleen aan de personen van wie vast staat dat hun persoonsgegevens aan derden zijn verstrekt, maar ook aan iedereen die moet vrezen dat zijn persoonsgegevens in verkeerde handen zijn gevallen. En dat geldt volgens ICAM voor iedereen die gegevens aan een GGD heeft verstrekt.
2.4.
De wet stelt een aantal formele vereisten aan ICAM en de door haar ingestelde vorderingen. In dit vonnis gaat de rechtbank na of aan deze vereisten is voldaan.
2.5.
De rechtbank acht ICAM ontvankelijk, maar niet tegen alle gedaagden, want een aantal gedaagden heeft in het coronadatalek geen rol gespeeld.De vorderingen tot schadevergoeding zijn niet ontvankelijk. Schadevergoeding wegens de vrees dat gegevens in verkeerde handen zouden kunnen komen, zonder dat vast staat dat dit het geval is, is volgens Europese rechtspraak niet mogelijk. Voor de gevallen waarin wel vaststaat dat de gegevens in verkeerde handen zijn gekomen geldt dat de GGD’en een financiële tegemoetkoming hebben aangeboden, die door de meeste benadeelden is geaccepteerd, waarmee zij afstand hebben gedaan van een vordering tot schadevergoeding. Er blijft slechts een beperkte groep van benadeelden over. ICAM heeft niet aannemelijk kunnen maken dat zij voor die groep representatief is. Ook in haar vordering tot schadevergoeding voor deze groep is ICAM daarom niet ontvankelijk.
Er zal nu wel verder worden geprocedeerd over de overige vorderingen. Daarover wil de rechtbank eerst meer informatie.
3De in dit stadium vaststaande en relevante feiten In de hoofdzaak en in het (deels voorwaardelijke) incident 3.1.
Op 28 januari 2021 stond op www.ggdghor.nl:
Veelgestelde vragen en antwoorden over datadiefstal Laatste update: 28 januari 2021 Hier vindt u veelgestelde vragen en de antwoorden over de datadiefstal die recent heeft plaatsgevonden. We vullen deze vragen steeds aan met de laatste informatie die wij hebben. (…).
We kunnen ons voorstellen dat de datadiefstal vragen oproept en mogelijk uw vertrouwen schaadt. Dit vinden wij heel erg. We willen u zo goed mogelijk informeren en daarom vullen wij deze veelgestelde vragen steeds aan met nieuwe informatie.
Er loopt op dit moment een politieonderzoek, waardoor we nog niet precies weten hoe groot de datadiefstal is. Ook mogen we bepaalde details nog niet delen, omdat dit mogelijk het onderzoek in gevaar brengt. (…) Top 3 meest gestelde vragen Wat is er precies gebeurd?
Er zijn persoonsgegevens gestolen. Deze gegevens gaan over het testen op corona en mogelijk het bron- en contactonderzoek en bevatten onder andere naam, adres, BSN, testuitslag en testlocatie. Of de gegevens ook zijn verkocht en om wiens gegevens het gaat, maakt deel uit van het politieonderzoek. Meer informatie is te vinden op de site van de politie.
Zijn mijn gegevens gestolen?
Dat kunnen wij nu nog niet zeggen. Dit maakt onderdeel uit van het politieonderzoek. Op het moment dat vast komt te staan dat uw gegevens gestolen zijn, dan is het onze plicht u daarover te informeren en dat zullen wij dan ook doen.
Wat zijn de mogelijke gevolgen? Welk risico loop ik als criminelen mijn persoonsgegevens hebben? En waarop moet ik letten?
De website van de politie beschrijft de mogelijke gevolgen goed:
Via een tip van een journalist van RTL afgelopen vrijdag.
Wat hebben jullie gedaan na deze tip?
We hebben meteen contact opgenomen met de politie, aangifte gedaan en een melding gedaan bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Vervolgens hebben wij controles uitgevoerd in onze systemen én volledige toegang gegeven aan de politie tot onze systemen om de opsporing zo goed mogelijk plaats te kunnen laten vinden.
Vragen (beveiliging) persoonlijke gegevens Staan de gegevens van alle Nederlanders in jullie systemen?
Nee, in onze systemen staan alleen de gegevens van mensen die de afgelopen tijd met de GGD te maken hebben gehad voor een testafspraak, bron- en contactonderzoek of een vaccinatie.
Welke informatie leggen jullie van mensen vast?
Wij leggen persoonsgegevens vast zoals naam, adres, woonplaats, telefoonnummer/e-mailadres, BSN, geslacht en geboortedatum. Daarnaast, afhankelijk van het contact, ook test- en/of vaccineerafspraken en testresultaten. Is er sprake van een bron en contactonderzoek, dan wordt daarin ook de informatie uit de bron- en contactonderzoek gesprekken vastgelegd (in HPZone). Dit is onder andere: noodzakelijke medische gegevens (bijvoorbeeld klachten/symptomen en huisarts), waar iemand is geweest en met wie hij/zij in contact is geweest. Ook wordt informatie vastgelegd van bron(nen) en nauwe contacten. Deze informatie is beperkt.
Hebben evenveel mensen toegang tot mijn gegevens bij vaccineren?
De medische gegevens die bij vaccinaties worden vastgelegd zijn afgeschermd en niet zichtbaar voor medewerkers die zich met testen bezighouden. Omdat iedereen maar één dossier heeft en iedereen zich ook kan laten testen zijn persoonsgegevens wel in te zien.
Welke maatregelen hebben jullie om misbruik te voorkomen?
Dat zijn er verschillende:
Hoe controleren jullie zelf hoe medewerkers omgaan met de persoonsinformatie?
Wij controleren op verschillende manieren hoe onze medewerkers omgaan met de informatie in onze systemen. En dat heeft eerder geleid tot de ontdekking van onregelmatigheden en tot het nemen van maatregelen. Daarnaast beschermen we ons tegen aanvallen op onze systemen van buiten. Wij verwerken grote volumes gegevens, en deze actie is in onze controles niet naar voren gekomen.
Welke nieuwe maatregelen nemen jullie?
Er zijn verschillende maatregelen genomen om uw gegevens beter te beschermen en de kans op diefstal te verkleinen. Wat deze maatregelen zijn, kunnen wij u nog niet vertellen in het belang van het politie onderzoek.
Vragen over systemen Om welke systemen gaat het?
Het gaat om CoronIT. Dit is het administratiesysteem voor het test- en vaccinatieproces en de communicatie hierover. Dus als je een afspraak maakt voor een coronatest via het callcenter, de coronatest website of een arts, komen je persoonsgegevens in CoronIT. Ook als je een afspraak maakt voor een vaccinatie.
Daarnaast lijkt er ook sprake te zijn van HPZone. HPZone is een elektronisch dossier wat de GGD’en gebruiken om het bron- en contactonderzoek uit te voeren. Als iemand een positieve testuitslag heeft en deze gemeld wordt bij de GGD, dan wordt een dossier van deze persoon in HPZone aangemaakt.
Wat doen medewerkers in de systemen?
Medewerkers van het callcenter (inbound – die gebeld worden) kunnen via CoronIT testafspraken en vaccinatieafspraken maken. Verder kunnen de (outbound – die mensen bellen) callagents de testuitslagen zien, aangezien zij mensen, zonder DigiD, bellen met hun testuitslag.
Bron- en contactonderzoekers leggen alle gegevens rondom een besmetting vast in HP-zone.
3.2.
Bij brief van 8 november 2021 heeft de Autoriteit Persoonsgegevens (hierna: de AP), voor zover hier van belang, aan GGD GHOR geschreven:
Naar aanleiding van het op 22 januari 2021 door GGD GHOR Nederland (hierna: GGD GHOR), mede namens de regionale GGD’en aan de Autoriteit Persoonsgegevens (hierna: AP) gemelde datalek, de zorgwekkende berichtgeving in de media over de diefstal van en handel in persoonsgegevens afkomstig uit de systemen van GGD GHOR en de GGD’en alsmede de vele bezorgde signalen die de AP hierover vervolgens ontving, heeft de AP aangekondigd het toezicht op de GGD te intensiveren en in dat kader onderzoek te doen. De AP heeft onderzocht of door GGD GHOR en twee onderzochte GGD’en passende technische en organisatorische maatregelen zijn getroffen om de persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van testen, vaccineren en bron- en contractonderzoek in verband met de coronapandemie passend te beveiligen. Met deze eindbrief informeert de AP u over de bevindingen van het onderzoek.
De AP is zich ervan bewust dat met het uitbreken van de pandemie de GGD’en en GGD GHOR voor een enorme opgave werden gesteld. Zij kregen de opdracht in zeer korte tijd zorg te dragen voor het op grote schaal testen van personen, het uitvoeren van bron- en contactonderzoek en het vaccineren van personen. De werkzaamheden om dit te realiseren werden onder grote tijdsdruk verricht.
Tegelijkertijd geldt dat van een uitzonderlijk grote groep burgers in dit verband bijzondere persoonsgegevens betreffende hun gezondheid werden en worden verwerkt en dat een grote groep, veelal speciaal voor dit doel aangetrokken, tijdelijke medewerkers hiertoe toegang hebben. Het treffen van technische en organisatorische maatregelen die zijn afgestemd op de hiermee gepaard gaande risico’s voor de persoonsgegevens is dan ook van zeer groot belang. De bereidheid van burgers om zich te laten testen en vaccineren of medewerking te verlenen aan bron- en contactonderzoek hangt immers ook samen met het vertrouwen in de wijze waarop in dat kader persoonsgegevens van burgers worden verwerkt en beveiligd. Mede hierom besloot de AP onderzoek te doen.
Conclusie De AP constateert dat een aantal aangekondigde verbetermaatregelen zijn getroffen waardoor het risico op datalekken is verminderd. Wel ziet de AP nog wezenlijke risico’s voor de beveiliging van persoonsgegevens die aanvullende verbetermaatregelen vereisen. Het gaat hier in het bijzonder om risico’s die verband houden met het grote aantal partijen dat betrokken is bij de verwerkingen van persoonsgegevens in verband met het testen, vaccineren en bron- en contactonderzoek. In ieder geval zijn dit de 25 regionale GGD’en, de landelijke koepelorganisatie GGD GHOR, zes landelijke partnerorganisaties (callcenters en alarmcentrales), diverse uitzendbureaus en IT-leveranciers. Duidelijke afspraken tussen de betrokken organisaties over bepaalde beveiligingsaspecten rondom de systemen die voor bron- en contactonderzoek worden gebruikt ontbreken. Dit geldt bijvoorbeeld ten aanzien van het autorisatiebeheer en de controle van logbestanden. Hierdoor is onvoldoende duidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is en wie welke maatregelen in dit verband dient te treffen. Dat vergroot de kans op nieuwe tekortkomingen in de beveiliging van persoonsgegevens.
Verder werken het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, GGD GHOR en de GGD’en aan het vervangen van de systemen voor bron- en contactonderzoek (HP Zone en HP Zone Lite). In dit kader merkt de AP op dat vervanging van een systeem niet zonder meer leidt tot een betere beveiliging van de persoonsgegevens die daarin worden verwerkt. Hierbij wil de AP benadrukken dat bij de ontwikkeling en implementatie van een nieuw systeem nadrukkelijk rekening moet worden gehouden met de uit de Algemene verordening gegevensbescherming (hierna: AVG) voortvloeiende verplichtingen, zoals het vroegtijdig uitvoeren van een risicoanalyse in de vorm van een gegevensbeschermingseffectbeoordeling (artikel 35 AVG), de toepassing van gegevensbescherming door ontwerp en door standaardinstellingen (artikel 25 AVG) en het treffen van passende technische en organisatorische maatregelen ter beveiliging van persoonsgegevens (artikel 32 AVG), zoals bijvoorbeeld logging, controle op de logging en autorisatiebeheer.
Onderzoek De AP heeft in het bijzonder onderzocht of voldoende verbetermaatregelen zijn getroffen met het oog op toegangsbeveiliging, verleende autorisaties en autorisatiebeheer, logging van de gebruikte systemen, controle op deze logging en om het ongeoorloofd exporteren/printen van persoonsgegevens uit de systemen te voorkomen. Ook heeft de AP gecontroleerd of de aangekondigde maatregelen met betrekking tot beperking van de zoekfuncties van gebruikers in de systemen ook daadwerkelijk zijn getroffen. Daarnaast is onderzocht of de betrokkenen die geraakt zijn door het datalek in overeenstemming met de AVG zijn geïnformeerd over de inbreuk in verband met hun persoonsgegevens. Tenslotte heeft de AP – naar aanleiding van nieuwe zorgelijke berichtgeving in de media in februari 2021 – onderzocht of de website www.coronatest.nl aan de beveiligingseisen voldoet die gelden voor aansluiting op DigiD.
Het onderzoek was gericht op de systemen die worden gebruikt voor het verwerken van persoonsgegevens in het kader van de coronapandemie, namelijk voor het testen en vaccineren (CoronIT) en bron- en contractonderzoek (HPZone en HPZone Lite).
In het kader van het onderzoek heeft de AP controles uitgevoerd bij GGD GHOR en steeksproefgewijs bij twee regionale GGD’en en een van de landelijke partners die capaciteit leveren voor het uitvoeren van bron- en contactonderzoek. Onderstaande bevindingen zijn gebaseerd op de informatie die de AP tijdens het onderzoek heeft verzameld. (…) Ter afsluiting De AP heeft onderzoek gedaan bij GGD GHOR en twee (regionale) GGD’en naar de beveiliging van persoonsgegevens die in het kader van de coronapandemie worden verwerkt in CoronIT, HPZone en HPZone Lite. Deze systemen worden door alle 25 GGD’en gebruikt en de beveiliging van de daarin verwerkte persoonsgegevens is dus mede afhankelijk van maatregelen die alle 25 GGD’en afzonderlijk dan wel gezamenlijk treffen om de persoonsgegevens passend te beveiligen. De bevindingen van de AP zijn dan ook relevant voor alle 25 GGD’en. De AP verwacht daarom dat alle GGD’en de in deze brief genoemde noodzakelijke verbetermaatregelen – voor zover zij dat nog niet hebben gedaan – zullen treffen om een passend niveau van beveiliging van persoonsgegevens te waarborgen. Mede met het oog hierop zal deze brief ook aan de overige 23 GGD’en worden gezonden.
Informatiebeveiliging is een continu proces waarin risico’s en maatregelen periodiek moeten worden (her)beoordeeld zodat de technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen steeds zijn afgestemd op de actuele risico’s voor betrokkenen. Om deze reden benadrukt de AP met klem het belang om audits gericht op informatiebeveiliging te blijven uitvoeren en risico’s en maatregelen periodiek te (her)beoordelen zodat, waar nodig, (aanvullende) technische en organisatorische maatregelen ter beveiliging van de (bijzondere) persoonsgegevens die worden verwerkt tijdig kunnen worden genomen.
De AP heeft inmiddels de bevindingen van het onderzoek in een gesprek aan GGD GHOR toegelicht en zal erop toezien dat noodzakelijke verbeteringen tijdig worden doorgevoerd. De AP verzoekt GGD GHOR dan ook om uiterlijk op 1 maart 2022 in een voortgangsrapportage op elk van de in deze brief aangegeven punten aan te geven welke verbetermaatregelen daadwerkelijk zijn of worden getroffen om de geïdentificeerde risico’s ten aanzien van de beveiliging van persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van de coronapandemie te verminderen. Dit betreft zowel de huidige systemen zolang deze nog worden gebruikt voor de bestrijding van de coronapandemie als de vervangende systemen wanneer deze in productie worden genomen. Mocht de in de voortgangsrapportage genoemde implementatie van verbetermaatregelen onverhoopt vertraging oplopen, dan verwacht de AP daarover door GGD GHOR onverwijld te worden geïnformeerd.
3.3.
ICAM is op 25 november 2021 opgericht door [naam 1] .
Haar statuten luiden, voor zover hier van belang:
Doel Artikel 3.
3.1 De Stichting stelt zich ten doel om als onafhankelijke organisatie en zonder winstoogmerk de belangen te behartigen van Gedupeerden, zijnde groepen natuurlijke personen, vennootschappen en/of rechtspersonen, in Nederland en/of daarbuiten, die zijn of dreigen te worden geraakt in een gelijksoortig belang in de zin van artikel 3:305a BW (of een vergelijkbare of daarvoor in de plaats tredende (wettelijke) regeling) en daardoor op enige derde(n) een of meer vordering(en) hebben verband houdend met door deze natuurlijke personen, vennootschappen en/of rechtspersonen geleden en/of te lijden Massaschade.
3.2 In het bijzonder valt onder het doel van de Stichting: a. a) Het optreden tegen (dreigende) inbreuken op het recht van burgers, consumenten, vennootschappen en/of rechtspersonen op bescherming van de persoonlijke levenssfeer en bescherming van persoonsgegevens, waaronder in het bijzonder tegen inbreuken door de overheid en/of overheidsinstanties, zoals de Staat en andere publiekrechtelijke rechtspersonen, waaronder begrepen het verhalen van Massaschade die deze Gedupeerden lijden en/of hebben geleden ten gevolge van inbreuken op genoemde rechten, waaronder begrepen overtredingen van de EU Algemene Verordening Gegevensbescherming (Verordening (EU) 2016/679) en/of enige daaruit voortvloeiende nationale wet- of regelgeving, beleidsregels, gedragscodes of normen;
3.3 De Stichting tracht haar doel te bereiken met alle haar rechtens toekomende middelen, waaronder begrepen, zonder daartoe beperkt te zijn: a. a) Het in naam van de Stichting en/of in naam van de Gedupeerden starten en/of ondersteunen van juridische procedures, zoals civiele, strafrechtelijke of bestuursrechtelijke procedures, het instellen van (rechts)vorderingen of verzoeken, waaronder vorderingen of verzoeken tot het vergoeden, compenseren en/of ongedaan maken van Massaschade, het terugbetalen van onverschuldigd betaalde bedragen, het ongedaan maken van ongerechtvaardigde verrijking, het verkrijgen van verklaringen voor recht en het treffen van (voorlopige) voorzieningen, en het indienen van klachten bij toezichthoudende instanties, een en ander in Nederland en in andere jurisdicties indien nodig en mogelijk, waaronder begrepen procedures, vorderingen, verzoeken en klachten zoals bedoeld in: i. i) Artikel 3:305a lid 1 BW;
3.4 De Stichting is een organisatie zonder winstoogmerk. Onder winstoogmerk wordt niet verstaan het nastreven van een door de Stichting te ontvangen of te bedingen marktconforme vergoeding voor gemaakte kosten, gelopen risico’s of geleverde diensten, met inbegrip van een eventuele redelijke opslag ten behoeve van (toekomstige) collectieve belangenbehartiging en van kosten voor gebruik van eigen vermogen of vreemd vermogen.
3.5 De Stichting onderschrijft de Claimcode. De Stichting zal haar statuten, organisatie en werkwijze zoveel mogelijk inrichten overeenkomstig de Claimcode of zal, indien daarvan wordt afgeweken, toelichten waarom zij daarvan afwijkt.
Organen en governance structuur Artikel 4.
4.1 De Stichting kent de volgende organen: a. een Bestuur; b. een Raad van Toezicht; en c. een gemeenschappelijke vergadering van Bestuur en Raad van Toezicht.
4.2 De Stichting kent Deelnemers. (…) Bestuur; samenstelling, benoeming, schorsing, ontslag Artikel 6.
6.1 Het Bestuur bestaat uit een door de Raad van Toezicht vast te stellen aantal Bestuurders van ten minste drie.
6.2 Het Bestuur is zodanig samengesteld dat de Bestuurders ten opzichte van elkaar, de Raad van Toezicht, een eventuele Financier en de Deelnemers onafhankelijk en kritisch kunnen opereren. Daarnaast is het Bestuur zodanig samengesteld dat het beschikt over de specifieke deskundigheid die noodzakelijk is voor een adequate behartiging van de in Artikel 3 omschreven belangen.
6.3 Ten minste één Bestuurder beschikt over de specifieke ervaring en juridische expertise die noodzakelijk is voor een adequate behartiging van de in Artikel 3 omschreven belangen. Ten minste één Bestuurder beschikt over de specifieke ervaring en financiële expertise die noodzakelijk is voor een adequate behartiging van de in Artikel 3 omschreven belangen.
6.4 De vereiste specifieke deskundigheid, ervaring en expertise van het Bestuur zoals bedoeld in Artikel 6.2 en 6.3 kan, waar dat nodig is ten aanzien van specifieke Claims, mede worden ingevuld door middel van ondersteuning door Claim-specifieke commissies of adviseurs.
Bestuur; taken en bevoegdheden Artikel 7.
7.1 Het Bestuur is belast met het besturen van de Stichting. Bij de vervulling van hun taak richten de Bestuurders zich naar het belang van de Stichting en de met haar verbonden organisatie. (…) 7.3 Het Bestuur legt ten minste één keer per jaar verantwoording af aan de Raad van Toezicht over de vaststelling en uitvoering van het (financieel) beleid en de op verwezenlijking van de statutaire doelstelling gerichte strategie.
7.4 Het Bestuur is verplicht om elke voorgenomen substantiële wijziging in de governance structuur van de Stichting en in de naleving van de Claimcode ter bespreking voor te leggen aan de Raad van Toezicht. Het Bestuur zal het voorafgaande als een afzonderlijk agendapunt op de agenda van de vergadering zetten. (…) Bestuur; besluitvorming Artikel 9. (…) 9.10 Aan de goedkeuring van de Raad van Toezicht zijn onderworpen besluiten van het Bestuur omtrent: (…) d. het aanhangig maken van ene gerechtelijke procedure; e. het sluiten van een schikkingsovereenkomst; f. het aangaan of beëindigen van enige financieringsovereenkomst; en g. het vaststellen of wijzigen van de jaarlijkse begroting.
9.11 De Raad van Toezicht kan in zijn daartoe strekkend besluit duidelijk te omschrijven andere besluiten van het Bestuur aan zijn goedkeuring onderwerpen. De Raad van Toezicht deelt een dergelijk besluit onverwijld schriftelijk aan het Bestuur mede. (…).
Website Artikel 12.
Het Bestuur houdt een algemeen toegankelijke Website in stand waarop de voor de belanghebbenden van de Stichting van belang zijnde informatie wordt geplaatst, waaronder in elk geval wordt verstaan: a. de Statuten; b. het doel en de middelen van de Stichting; (…) i. een overzicht van de aan Deelnemers gevraagde bijdrage(n); (…) m. een plan van aanpak op hoofdlijnen op basis waarvan een potentiële Deelnemer kan beoordelen of de aard en werkwijze van de Stichting aansluiten bij zijn of haar belangen; n. een overzicht van de wijze waarop personen tot bescherming van wier belangen de rechtsvordering strekt zich kunnen aansluiten bij de Stichting en de wijze waarop zij deze aansluiting kunnen beëindigen; o. indien een bijdrage wordt gevraagd van de personen tot bescherming van wier belangen de rechtsvordering strekt: inzicht in de berekening van deze bijdrage; p. een overzicht van de stand van zaken in door de Stichting gestarte gerechtelijke procedures; q. een overzicht van de hoofdlijnen van door de Stichting gesloten vaststellingsovereenkomsten; r. het laatst vastgestelde bestuursverslag, welke binnen acht (8) dagen na vaststelling op de Website wordt gepubliceerd; s. voor zover van toepassing, dat sprake is van externe financiering, de identiteit en woonplaats van de Financier, de systematiek op hoofdlijnen van de met de Financier overeengekomen vergoeding(en) en overeengekomen diensten en, indien van toepassing, het percentage van een in of buiten rechte toe te kennen collectieve (schade)vergoeding die in de vorm van een vergoeding toekomt aan de Financier.
Raad van Toezicht; samenstelling, benoeming, defungeren Artikel 13.
13.1 De Raad van Toezicht bestaat uit ten minste drie leden, waarvan er maximaal één, niet zijnde de voorzitter, kan worden benoemd op voordracht van een eventuele Financier. Een dergelijke benoeming wordt gepubliceerd op de Website. Het aantal leden wordt vastgesteld door de Raad van Toezicht. Slechts natuurlijke personen kunnen lid van de Raad van Toezicht zijn.
13.2 De Raad van Toezicht is zodanig samengesteld dat de leden ten opzichte van elkaar en het Bestuur en ten aanzien van de door de Stichting behartigde belangen, onafhankelijk en kritisch kunnen opereren. Ten minste één lid van de Raad van Toezicht beschikt over de specifieke ervaring en juridische expertise die noodzakelijk is voor een adequate behartiging van en adequaat toezicht op de in Artikel 3 omschreven belangen. Ten minste één lid van de Raad van Toezicht beschikt over de specifieke ervaring en financiële expertise die noodzakelijk is voor een adequate behartiging van en adequaat toezicht op de in Artikel 3 omschreven belangen. (…).
Raad van Toezicht; taak en bevoegdheden Artikel 14.
14.1 De Raad van Toezicht heeft tot taak toezicht te houden op het beleid en de strategie van het Bestuur en op de algemene gang van zaken in de Stichting. De Raad van Toezicht staat het Bestuur met raad terzijde. Bij de vervulling van hun taken richten de leden van de Raad van Toezicht zich naar het belang van de Stichting en de met haar verbonden organisatie. (…). (…) Deelnemers Artikel 19.
19.1 De Stichting kan onder meer om organisatorische, proces-technische en/of financiële redenen Deelnemers kennen per specifieke Claim. (…) 19.3.
Het Bestuur kan een reglement vaststellen waarin nadere regels en voorschriften worden vastgelegd ter zake van de (organisatie van de) Deelnemers. Het besluit tot vaststelling of wijziging van een dergelijk reglement behoeft de voorgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht.
Naleving en handhaving Claimcode Artikel 20.
20.1 De hoofdlijnen van de governancestructuur van de Stichting worden elk jaar op een voor het publiek toegankelijk deel van de Website uiteengezet met de uitdrukkelijke toelichting in hoeverre zij daarvan afwijkt.
20.2 De over ieder boekjaar op de Website gepubliceerde informatie over de governancestructuur blijft voor het publiek toegankelijk zolang de Stichting actief is.
20.3 Artikel 7.4 is van toepassing op een wijziging in de governancestructuur van de Stichting.
Externe financiering Artikel 21.
De Stichting kan ten behoeve van de financiering van statutaire werkzaamheden een overeenkomst aangaan met een Financier. Het Bestuur vergewist zich ervan dat individuele Bestuurders en leden van de Raad van Toezicht, alsmede de door de Stichting ingeschakelde advocaat of andere dienstverleners zelfstandig en onafhankelijk zijn van de Financier en de aan deze rechtstreeks of middellijk verbonden (recht)personen, alsmede dat de Financering en de aan deze rechtstreeks of middellijk verbonden (rechts)personen onafhankelijk zijn van de wederpartij in de collectieve actie. De overeenkomst voorziet in een regeling die de in de vorige volzin bedoelde zelfstandigheid en onafhankelijkheid waarborgt. Het Bestuur ziet erop toe dat de financieringsvoorwaarden (waaronder begrepen de omvang en systematiek van de overeen te komen vergoeding) redelijkerwijs niet strijdig zijn met het collectieve belang van de (rechts)personen ten behoeve van wie de Stichting krachtens Artikel 3 optreedt.
Tot eerste leden van het Bestuur zijn benoemd [naam 1] voornoemd, [naam 2] en [naam 3] .
Tot eerste leden van de Raad van Toezicht zijn benoemd [naam 4] , [naam 5] en [naam 6] . Laatstgenoemde is op 21 juni 2022 onverwacht overleden. In zijn plaats is op 30 oktober 2023 benoemd [naam 7] .
3.4.
Bij brieven van 8 februari 2022 heeft ICAM gedaagden, met uitzondering van Stichting Landelijke Coördinatie COVID-19 Bestrijding (gedaagde sub 5), (onder meer) uitgenodigd tot het voeren van overleg als bedoeld in artikel 3:305a lid 3 onder c Burgerlijk Wetboek (BW).
Bij brief van 22 november 2022 heeft ICAM Stichting Landelijke Coördinatie COVID-19 Bestrijding (gedaagde sub 5) (onder meer) uitgenodigd tot het voeren van overleg als bedoeld in artikel 3:305a lid 3 onder c BW.
Het op deze brieven gevolgde overleg heeft er niet toe geleid dat ICAM het gevorderde heeft bereikt.
3.5.
Bij brieven van 15 februari 2022 heeft ICAM (onder andere) gedaagden op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) verzocht om informatie en/of documenten.
3.6.
Bij brief van 25 april 2022 heeft GGD GHOR, voor zover hier van belang, aan 1.247 van de 1.373 personen wier persoonsgegevens – naar door de politie is vastgesteld – uit de GGD-systemen zijn ontvreemd, voor zover hier van belang, geschreven:
Vorig jaar stuurden wij u een brief over de diefstal van uw persoonsgegevens uit één van de computersystemen van de GGD. Met deze brief willen we u laten weten dat de politie onderzoek heeft gedaan en wat de uitkomst daarvan is.
Wij vinden het heel vervelend dat deze datadiefstal heeft plaatsgevonden. Daarom willen we graag een financieel gebaar maken voor uw ongemak. Hierover leest u ook meer in deze brief.
Datadiefstal Wij lieten u vorig jaar al weten dat persoonsgegevens zijn gestolen uit CoronIT. Dit is het computersysteem dat de GGD gebruikt bij het bestrijden van de COVID-19 pandemie. Wij hebben vorig jaar meteen bij de politie aangifte gedaan. Die startte een uitgebreid onderzoek en heeft een aantal verdachten aangehouden. De politie heeft vastgesteld dat er foto’s (schermafdrukken) waren gemaakt van gegevens in CoronIT. Dit is verboden en daarom heeft de rechter hiervoor al een aantal verdachten veroordeeld. De andere verdachten moeten nog voor de rechter komen.
Financieel gebaar Nu het politieonderzoek naar de datadiefstal klaar is, weten we dat helaas ook foto’s gemaakt zijn van uw gegevens. We vinden dit heel vervelend en zeggen daarom nog een keer sorry. Voor eventueel ongemak willen wij u 500 euro aanbieden. U kunt zelf kiezen of u van dit aanbod gebruik wilt maken of niet.
Wat vragen wij u te doen?
U kunt één keuze aankruisen op de antwoordbrief (die is aan deze brief vastgeniet). Hieronder staat welke keuzes u hebt:
Vóór 1 juli 2022 in de brievenbus doen Heeft u uw keuze aangekruist? Dan kunt u de ingevulde antwoordbrief los maken van deze brief en in de antwoordenvelop doen. Een postzegel is niet nodig. Plak deze envelop goed dicht en doe deze vóór 1 juli 2022 op de post.
Als u kiest voor keuze 1, krijgt u het bedrag binnen zes weken nadat wij uw antwoordbrief hebben ontvangen.
De bij deze brief gevoegde bijlage Vragen en antwoorden luidt, voor zover hier van belang:
Waarom bieden jullie een financieel gebaar aan?
Uw gegevens zijn door de politie gevonden bij de verdachten. We vinden dit heel vervelend. Daarom willen wij een financieel gebaar maken voor uw mogelijke ongemak. (…) Waarom is de hoogte van het bedrag 500 euro?
Wij vinden dit onder de omstandigheden waaronder de datadiefstal zich voorgedaan een gepast bedrag. (…) Wat als ik niet reageer voor 1 juli 2022?
Als u niet voor 1 juli 2022 reageert, dan gaan wij ervan uit dat u geen gebruik wilt maken van het aanbod.
Jullie gaan een gebaar maken naar circa 1250 mensen. Waarom niet naar andere mensen?
Bij het politieonderzoek naar de datadiefstal zijn gegevens van circa 1250 personen gevonden. De politie heeft geen aanwijzingen gevonden dat grootschalige databestanden in omloop en verhandeld zouden zijn. Wij bieden alleen die mensen 500 euro aan waarvan de politie schermafdrukken van hun gegevens gevonden heeft bij de verdachten. (…) Hoe staat het op dit moment met de beveiliging van jullie systemen? Kan zoiets in de toekomst nog een keer gebeuren?
Geen enkele organisatie kan 100% garantie geven. Echter, dataveiligheid en privacy zijn integrale onderdelen van onze werkprocedures. Het is een doorlopend proces waarbij we continu de veiligheid van onze systemen analyseren en verbeteren. We spannen ons in om de data van alle Nederlanders goed te beschermen en beveiligen tegen onrechtmatige inzage en misbruik. Intern zijn extra veiligheidsmaatregelen getroffen en uit voorzorg zijn diverse systeemaanpassingen gedaan.
Wat gebeurt er als nieuwe screenshots bij (andere) verdachten worden aangetroffen?
Als er nieuwe feiten bekend worden, dan zullen wij weer aangifte doen bij de politie.
De bij de brief van 25 april 2022 gevoegde bijlage Antwoordbrief luidt, voor zover hier van belang:
Keuze financieel gebaar (…) Graag één van de vakjes aankruisen om uw keuze aan ons door te geven. (…). □ Ja, ik maak gebruik van het aanbod van GGD GHOR Nederland en ontvang graag €500 op de volgende rekening die op mijn naam staat: (…).
Als wij het bedrag van €500 op uw bankrekening hebben betaald, geeft u ons finale kwijting. Lees onderaan deze pagina wat dat voor u betekent. □ Nee, ik wil geen gebruik maken van het aanbod van GGD GHOR Nederland. (…).
Wat is finale kwijting?
Dit betekent dat u ermee akkoord gaat dat wij tegenover u geen verplichtingen hebben die te maken hebben met de datadiefstal uit de coronasystemen van de GGD. Dit geldt dan voor verplichtingen van GGD GHOR Nederland, de GGD’en of andere overheidsinstanties (zoals de gemeente of de landelijke overheid).
Ongeveer 80% van deze 1.247 personen heeft het aanbod aanvaard.
GGD GHOR heeft de overige 126 personen onlangs hetzelfde aanbod gedaan.
4Het geschil 4.1.
ICAM vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, IN HET INCIDENT A. Verzoek tot een bevel ex artikel 22 Rv de Staat c.s. op grond van artikel 22 Rv beveelt om de in paragraaf 10.2.1 (van de dagvaarding; rechtbank) opgesomde informatie en/of documenten in het geding te brengen;
B. Voorwaardelijke vordering: inzage en afschrift ex artikel 843a Rv indien of voor zover de rechtbank verzoek A niet honoreert: primair B.I. Gedaagden beveelt om binnen tien (10) dagen na betekening van het vonnis in incident een digitaal afschrift van de Bescheiden (zoals genoemd in paragraaf 10.2.1 van de dagvaarding) te verstrekken aan ICAM; subsidiair B.II. Gedaagden beveelt om binnen tien (10) dagen na betekening van het vonnis in incident een digitaal afschrift van de Bescheiden te verstrekken aan de advocaten van ICAM en aan een door de rechtbank tef benoemen deskundige, waarbij door Gedaagden ten aanzien van ieder document gemotiveerd wordt aangegeven welk onderdeel of welke onderdelen vertrouwelijk zouden zijn, waarna de deskundige in samenspraak met de advocaten van ICAM en de advocaten van de Gedaagden zal bepalen welke bescheiden of gedeelten van bescheiden vertrouwelijk moeten blijven en welke documenten of gedeelten niet, waarbij als vertrouwelijk aangemerkte Bescheiden vernietigd zullen worden en als vertrouwelijk aan te merken gedeelten van Bescheiden zullen worden zwartgemaakt;
B.III. daarbij bepaalt dat de deskundige en de advocaten van ICAM aan geheimhouding gebonden zijn ten aanzien van de als vertrouwelijk aangemerkte Bescheiden en de als vertrouwelijk aan te merken gedeelten van Bescheiden;
B.IV. bepaalt dat indien de deskundige, de advocaten van ICAM en de advocaten van Gedaagden niet tot overeenstemming komen over de vraag welke gedeelten vertrouwelijk moeten blijven en welke gedeelten niet, de deskundige hierover bindend zal besluiten;
B.V. bepaalt dat de deskundige binnen vijf (5) dagen na voltooiing van de door hem of haar te plegen vaststelling een digitaal afschrift van de Bescheiden, met uitzondering van hetgeen als vertrouwelijk is aangemerkt, zal verstrekken aan ICAM; meer subsidiair B.VI. Gedaagden beveelt om binnen tien (10) dagen na betekening van het vonnis in incident inzage, afschrift of uittreksel van de Bescheiden te verstrekken aan ICAM op een wijze zoals door de rechtbank in goede justitie te bepalen;
C. Deskundigenonderzoek naar (de omvang en gevolgen van) het datalek C.I. een door de rechtbank te benoemen deskundige opdracht geeft om in overleg met Gedaagden en ICAM te onderzoeken wat de omvang en risico’s van het datalek zijn, althans zijn geweest, met inbegrip van de vraag van hoeveel en van welke (categorieën van) personen persoonsgegevens uit de GGD-systemen onbevoegd konden worden, zijn en/of kunnen worden ingezien en/of ontvreemd, zulks met opdracht aan de deskundige om binnen acht (8) weken na het vonnis in incident van zijn of haar bevindingen schriftelijk en gedetailleerd verslag te doen aan de rechtbank en ICAM;
C.II. Gedaagden beveelt om aan het onderzoek van en de rapportage door de deskundige volledig en onvoorwaardelijk medewerking te verlenen en aan de deskundige alle informatie te verschaffen die de deskundige relevant acht voor de uitvoering van zijn of haar onderzoek;
D. Melding aan Gedupeerden D.I. Gedaagden beveelt om binnen vier (4) weken na betekening van het vonnis in incident, althans binnen vier (4) weken na het beschikbaar komen van het in vordering C bedoelde rapport, alle Gedupeerden van wie persoonsgegevens in de GGD-systemen onbevoegd konden worden, zijn en/of kunnen worden ingezien en/of ontvreemd, hierover zoveel mogelijk op individuele basis schriftelijk te informeren, onder vermelding van de (mogelijke) gevolgen en risico’s daarvan, en om van die informatieverschaffing binnen twee (2) weken na het informeren van de Gedupeerden schriftelijk en gedetailleerd verslag te doen aan de rechtbank;
E. Beschikbaar houden van gegevens E.I. Gedaagden beveelt om, ieder voor zover zij hierover beschikken, de hierna genoemde informatie en gegevens van alle Gedupeerden te bewaren en beschikbaar te houden voor zolang dat nodig is (i) om tot volledige en correcte melding aan de Gedupeerden over te gaan zoals bedoeld in vordering D en (ii) om tot volledige en correcte uitbetaling van schadevergoeding over te kunnen gaan: a. a) voor- en achternaam;
E.II. een door de rechtbank te benoemen deskundige opdracht geeft om periodiek te controleren of (blijvend) aan het bevel op grond van vordering E.I wordt voldaan, zulks met opdracht aan de deskundige om van zijn of haar bevindingen iedere drie (3) maanden schriftelijk en gedetailleerd verslag te doen aan de rechtbank en ICAM;
E.III. Gedaagden beveelt om aan het onderzoek van en de rapportage door de deskundige volledig en onvoorwaardelijk medewerking te verlenen en aan de deskundige alle informatie te verschaffen die de deskundige relevant acht voor de uitvoering van zijn of haar onderzoek;
F. Kostenvergoeding F.I. Gedaagden op de voet van 1018l lid 2 Rv hoofdelijk veroordeelt in de redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten van het incident, waaronder de nader te begroten kosten verbonden aan het verkrijgen van inzage, afschrift of uittreksel en waaronder de advocaatkosten en de kosten voor de deskundige(n);
G. Dwangsommen G.I. Gedaagden hoofdelijk beveelt een dwangsom te betalen van € 250.000,- (zegge: tweehonderdenvijftigduizend euro) voor iedere dag (een gedeelte van een dag als een gehele gerekend) dat zij geheel of gedeeltelijk in strijd handelen met de bevelen op grond van de verzoeken c.q. vorderingen A, B, C.II, D en/of E, met een maximum van € 100.000.000,- (zegge honderd miljoen euro).
IN DE HOOFDZAAK H. Exclusieve belangenbehartiger ICAM aanwijst als exclusieve belangenbehartiger in de zin van artikel 1018e lid 1 Rv;
I. De vertegenwoordigde groep personen in het kader van artikel 1018e lid 2 Rv bepaalt dat ICAM in deze collectieve vordering de belangen behartigt van alle Gedupeerden, zijnde: a. a) alle natuurlijke personen van wie persoonsgegevens zijn verwerkt in één van of beide GGD-systemen in de periode tussen ingebruikname daarvan in verband met de bestrijding van corona en 1 februari 2021, bijvoorbeeld omdat zij een afspraak hebben gemaakt bij een GGD om te testen of vaccineren in verband met corona of omdat zij onderdeel zijn geweest van bron- en contactonderzoek in verband met corona, met uitzondering van de personen die deel uitmaken van Gedupeerden Categorie B (“Gedupeerden Categorie A”);
J. Opt-out / Opt-in J.I. Gedaagden beveelt om de uitspraak op grond van artikel 1018e lid 1 en 2 Rv, vergezeld van een eenvoudige samenvatting, alsmede vertalingen van de uitspraak en de samenvatting in tenminste dezelfde talen als waarin de website www.prikkenzonderafspraak.nl van de Rijksoverheid wordt aangeboden, binnen vier (4) weken na de datum van de uitspraak te plaatsen op (i) de website van GGD GHOR, (ii) de websites van de GGD’en en (iii) een speciaal daarvoor in het leven te roepen website van de Rijksoverheid, zodanig dat deze door de Gedupeerden ten behoeve van latere kennisneming kunnen worden opgeslagen;
J.II. Gedaagden beveelt om binnen vier (4) weken na de datum van de uitspraak op grond van artikel 1018e lid 1 en 2 Rv alle Gedupeerden bij gewone brief mededeling te doen van de aanwijzing van de Exclusieve Belangenbehartiger, de collectieve vordering en de nauw omschreven groep personen wier belangen de Exclusieve Belangenbehartiger in deze collectieve vordering behartigt;
J.III. Gedaagden beveelt om binnen vier (4) weken na de datum van de uitspraak op grond van artikel 1018e lid 1 en 2 Rv aankondiging te doen van de aanwijzing van de Exclusieve Belangenbehartiger en de collectieve vordering en de nauw omschreven groep personen wier belangen de Exclusieve Belangenbehartiger in deze collectieve vordering behartigt, zulks in alle landelijke en regionale nieuwsbladen van Nederland en met een inhoud en op een wijze zoals door de rechtbank in goede justitie te bepalen na uitlating van partijen daarover;
J.IV. bepaalt dat (de wettelijk vertegenwoordiger(s) van) iedere persoon met woonplaats of verblijf in Nederland die behoort tot de groep Gedupeerden, gedurende een periode van drie (3) maanden na de aankondiging in de zin van artikel 1018f lid 3 Rv de mogelijkheid heeft om door middel van een schriftelijke mededeling aan de griffie van de rechtbank te laten weten zich van de behartiging van zijn of haar belangen in deze collectieve vordering te willen bevrijden (Opt-out);
J.V. bepaalt dat (de wettelijk vertegenwoordiger(s) van) iedere persoon zonder woonplaats of verblijf in Nederland die behoort tot de groep Gedupeerden, gedurende een periode van zes (6) maanden na de aankondiging in de zin van artikel 1018f lid 3 Rv de mogelijkheid heeft om door middel van een schriftelijke mededeling aan de griffie van de rechtbank te laten weten in te stemmen met de behartiging van zijn of haar belangen in deze collectieve vordering (Opt-in);
K. Verklaringen voor recht K.I. voor recht verklaart dat de Gedaagden ieder voor zich zelfstandig dan wel gezamenlijk met één of meer andere Gedaagden, in de zin van de AVG moeten worden aangemerkt als verwerkingsverantwoordelijken voor de gegevensverwerkingen in de GGD-systemen CoronIT en/of HPZone Lite;
K.II. voor recht verklaart dat de Gedaagden, althans de als verwerkingsverantwoordelijken aan te merken Gedaagden, in strijd handelen met, althans in strijd hebben gehandeld met: a. a) artikel 8 EVRM; en/of
K.III. voor recht verklaart dat de Gedaagden jegens de Gedupeerden onrechtmatig handelen, althans onrechtmatig hebben gehandeld op grond van artikel 6:162 BW;
K.IV. voor recht verklaart dat de Gedaagden, althans de als verwerkingsverantwoordelijken aan te merken Gedaagden, op grond van artikel 82 AVG en/of artikel 6:162 BW hoofdelijk aansprakelijk zijn voor alle schade die door de Gedupeerden is geleden en nog zal worden geleden ten gevolge van het GGD-datalek;
L. Beëindigen van de inbreuk en verbeteren van beveiligingsmaatregelen L.I. Gedaagden, althans de als verwerkingsverantwoordelijken aan te merken Gedaagden, beveelt om binnen drie maanden na het in deze zaak te wijzen vonnis alle in het lichaam van de dagvaarding omschreven inbreuken op het EVRM, het Handvest, de AVG en specifieke zorgwetgeving en al het in het lichaam van de dagvaarding omschreven onrechtmatig handelen, te staken en gestaakt te houden;
L.II. de betreffende Gedaagden beveelt om mee te werken aan beoordeling en controle van alle genomen maatregelen ter uitvoering van het bevel op grond van vordering L.I door een door de rechtbank aan te wijzen deskundige, zulks met opdracht aan de deskundige om binnen zes maanden na het in deze zaak te wijzen vonnis van zijn of haar bevindingen schriftelijk en gedetailleerd verslag te doen aan ICAM;
M. Immateriële schadevergoeding primair M.I. Gedaagden hoofdelijk veroordeelt tot vergoeding van de immateriële schade van iedere Gedupeerde en die immateriële schade begroot op: a. a) een bedrag van € 500,- (zegge: vijfhonderd euro) per Gedupeerde binnen Gedupeerden Categorie A;
N. Materiële schadevergoeding primair N.I. Gedaagden hoofdelijk veroordeelt tot vergoeding van de materiële schade van iedere Gedupeerde en die materiële schade begroot op een bedrag van € 50,- (zegge: vijftig euro) per Gedupeerde, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het in deze zaak te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat dit onverlet laat dat de Gedupeerden individueel gerechtigd zijn tot een hogere vergoeding voor materiële schade indien op enig moment blijkt dat die hoger is; subsidiair N.II. een bedrag of bedragen door de rechtbank in goede justitie te bepalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het in deze zaak te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat dit onverlet laat dat de Gedupeerden individueel gerechtigd zijn tot een hogere vergoeding voor materiële schade indien op enig moment blijkt dat die hoger is; meer subsidiair N.III. bepaalt dat de door de Gedupeerden geleden materiële schade nader zal worden opgemaakt bij staat en zal worden vereffend volgens de wet;
O. Kostenvergoedingen primair O.I. Gedaagden hoofdelijk veroordeelt tot vergoeding aan ICAM van: a. a) de volledige door ICAM gemaakte buitengerechtelijke kosten;
P. Schadeafwikkeling primair P.I. een door de rechtbank te benoemen deskundige op het vlak van de uitvoering en afhandeling van collectieve schadeafwikkeling opdracht te geven om in overleg met Gedaagden en ICAM tot de inning en verdeling van alle in deze procedure toegekende schadevergoedingen over te gaan;
P.II. Gedaagden hoofdelijk beveelt om binnen een maand na het in deze zaak te wijzen vonnis over te gaan tot voldoening van de bedragen bedoeld in vorderingen M en N op een door de deskundige daartoe specifiek in te richten kwaliteitsrekening;
P.III. Gedaagden beveelt volledig en onvoorwaardelijk medewerking te verlenen aan de schadeafwikkeling door de deskundige conform door de deskundige te geven instructies en aan de deskundige alle informatie te verschaffen die de deskundige relevant acht voor de uitvoering van zijn of haar taken in dat verband;
P.IV. Gedaagden hoofdelijk beveelt om de kosten die gemoeid zijn met de werkzaamheden van de deskundige, alsmede alle bijkomende kosten, te vermeerderen met BTW indien van toepassing, te vergoeden, steeds halfjaarlijks vooraf te voldoen op basis van de deskundige vast te stellen redelijke voorschotbedragen en na afronding af te rekenen op basis van nacalculatie;
P.V. bepaalt dat enig bedrag aan schadevergoeding dat na afhandeling van de schadeafwikkeling nog resteert en niet aan de Gedupeerden kan worden uitbetaald, door de deskundige zal worden uitgekeerd aan één of meer door ICAM aan te wijzen organisaties zonder winstoogmerk die actief zijn op het gebied van privacybescherming en beveiliging van persoonsgegevens;
P.VI. bepaalt dat de Gedupeerden die in aanmerking wensen te komen voor betaling van schadevergoeding, daarvoor dienen in te stemmen met een bindendadviesprocedure met betrekking tot de vaststelling door de deskundige van het recht op schadevergoeding en met betrekking tot de verdeling van de schadevergoeding, waarbij een door de rechtbank, na uitlating daarover door ICAM en Gedaagden, aan te wijzen onafhankelijke persoon met voldoende deskundigheid als bindend adviseur zal optreden; subsidiair P.VII. de collectieve schadeafwikkeling zodanig vorm te geven als de rechtbank geraden acht op basis van (een) door ICAM en/of Gedaagden op grond van artikel 1018i Rv over te leggen voorstel(len) voor een collectieve schadeafwikkeling;
Q. Dwangsommen Q.I. Gedaagden hoofdelijk beveelt een dwangsom te betalen van € 250.000,- (zegge: tweehonderdenvijftigduizend euro) voor iedere dag (een gedeelte van een dag als een gehele gerekend) dat zij geheel of gedeeltelijk in strijd handelen met de bevelen op grond van vordering J, L, P.II en/of P.III, met een maximum van € 100.000.000,- (zegge: honderd miljoen euro).
4.2.
Hoofdstuk 1 (Inleiding) van de dagvaarding luidt, voor zover hier van belang:
1.1.
Kern van deze zaak 1. Stichting ICAM behartigt de belangen van ruim 6,5 miljoen mensen van wie zeer privacygevoelige informatie blootgesteld is geweest aan diefstal. Het betreft persoonsgegevens uit de IT-systemen van de GGD’en, verzameld en gebruikt in verband met de bestrijding van corona. Stichting ICAM wordt actief gesteund door 133.691 Deelnemers. Zij willen meer zorgvuldigheid van de Nederlandse overheid bij de omgang met gevoelige informatie van burgers, opheldering over de exacte omvang en impact van het GGD-datalek en compensatie voor de schade die het datalek heeft veroorzaakt voor alle getroffenen.
1.2 Belang en doel van deze zaak 14. Stichting ICAM is een artikel 3:305a-belangenorganisatie. Zij komt in deze procedure op voor de belangen van alle natuurlijke personen van wie persoonsgegevens zijn verwerkt in één of beide GGD-systemen ten tijde van het GGD-datalek (de Gedupeerden, zoals gedefinieerd in productie A.1). Deze groep personen valt uiteen in twee categorieën: a. a) Personen waarvan onzeker is of hun persoonsgegevens als gevolg van het GGD-datalek zijn ontvreemd (Gedupeerden Categorie A, zoals gedefinieerd in productie A.1). Dit betrof in januari 2021 circa 6,5 miljoen personen. Dat het minder personen zijn kan in ieder geval niet aangetoond worden. Een deel van de vorderingen ziet erop om meer helderheid te verkrijgen over de omvang van het GGD-datalek;
1.2.1 Helderheid over (de omvang en gevolgen van) het GGD-datalek 16. De Gedupeerden hebben belang bij transparantie over het GGD-datalek, de omvang daarvan en de (potentiële) gevolgen voor hun rechten en vrijheden. Momenteel is onduidelijk van hoeveel Betrokkenen daadwerkelijk gegevens zijn ontvreemd. De Staat c.s. geven daarover onduidelijke en onvolledige informatie en houden belangrijke stukken en informatie achter (…). Door de onduidelijke informatievoorziening verkeren miljoenen Gedupeerden in onzekerheid over de vraag of hun persoonsgegevens ontvreemd zijn of niet, of zelfs in de onterechte veronderstelling dat dat niet het geval is. Indien zij juist en volledig geïnformeerd worden over de kans dat hun gegevens in criminele handen terecht zijn gekomen, kunnen zij zich tegen eventueel misbruik van de gegevens beter wapenen. Wanneer duidelijk zou worden dat van bepaalde Gedupeerden daadwerkelijk uitgesloten kan worden dat hun persoonsgegevens zijn ontvreemd, neemt dat hun onzekerheid en daarmee een zware last weg.
1.2.2 Beëindiging van de inbreuk 18. De Gedupeerden hebben belang bij beëindiging van de inbreuk. Volgens de AP voldoen de Staat c.s. namelijk nog altijd niet aan hun (beveiligings)verplichtingen onder de AVG (…). De vorderingen sub 11.5 zien erop dat deze inbreuk wordt beëindigd.
1.2.3 Betere beveiliging van IT-systemen en persoonsgegevens door de overheid 19. De Gedupeerden hebben er belang bij dat de overheid ertoe wordt bewogen in zijn algemeenheid een hoger niveau van informatiebeveiliging na te streven. De door Stichting ICAM in deze zaak ingestelde collectieve schadevordering dient mede dit doel.
De impact van dit lek op Nederlanders blijkt behoorlijk groot te zijn geweest’, stelt Stephan Idema , die bij KPMG leiding geeft aan het privacyteam. ‘Zo wilde één op de vijf ondervraagden (22%) zich door het GGD-lek minder snel laten testen op het coronavirus.’ Deze uitkomst sluit aan bij cijfers van het RIVM. Begin maart maakte het instituut bekend dat 35% van de Nederlanders zich bij klachten liet testen op corona. Begin januari was dat volgens het RIVM nog 50%. Idema : ‘Deze afname zien we dus terug in de groep van respondenten – één op de vijf – die aangaf dat ze na het GGD-lek minder snel een coronatest zouden doen.’ 23. Bovendien heeft de overheid een belangrijke voorbeeldfunctie waar het gaat om naleving van de AVG en het voldoen aan beveiligingseisen. Als de overheid al zo laks omgaat met de regels, waarom zouden burgers en bedrijven zich daar dan wel aan houden?
1.2.4 Vergoeding van de schade van de Gedupeerden 26. Alle Gedupeerden van het GGD-datalek hebben schade geleden. Die dient te worden vergoed. Dat geldt voor zowel de Gedupeerden Categorie A als de Gedupeerden Categorie B. De Gedupeerden lijden immateriële schade doordat zij de controle over hun persoonsgegevens kwijt zijn. Dat levert bovendien reële gevoelens van onzekerheid, stress en angst op (…). Zij moeten continu waakzaam zijn. De Gedupeerden lijden materiële schade doordat zij, voor zover mogelijk, persoonsgegevens moeten (laten) aanpassen en continu moeten controleren of hun gegevens door criminelen niet gebruikt worden om bijvoorbeeld bankgegevens te wijzigen of bestellingen te doen op hun naam (…).
4.3.
ICAM licht in nummer 47 van de dagvaarding haar verzoek respectievelijk vordering in het (voorwaardelijk) incident als volgt toe:
Nu de uitkomst van de Woo-procedures nog niet bekend is en de Staat c.s. er alles aan lijken te doen om informatie achter te houden, verzoekt Stichting ICAM de rechtbank om de Staat c.s. te bevelen om bepaalde stukken in het geding te brengen ex artikel 22 Rv en stelt Stichting ICAM een aantal incidentele vorderingen in die erop zijn gericht om duidelijkheid te krijgen over (de omvang en gevolgen van) het GGD-datalek, waaronder een exhibitievordering ex artikel 843a Rv en een vordering tot het bevelen van een deskundigenbericht (…).
4.4.
De Staat, GGD GHOR en de GGD’en c.s. hebben ieder op de voet van artikel 1018c lid 5, laatste volzin, Rv een conclusie van antwoord genomen die zich (voornamelijk) beperkt tot de verweren die betrekking hebben op het onder a tot en met c van dat artikellid genoemde.
4.4.1.
De Staat concludeert tot niet-ontvankelijkheid van ICAM.
4.4.2.
GGD GHOR concludeert tot niet-ontvankelijkheid van ICAM in haar vorderingen, althans tot afwijzing van deze vorderingen, met veroordeling van ICAM in de kosten van het geding, alsmede in de gebruikelijke nakosten (zowel zonder als met betekening), te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na datum van het vonnis, een en ander bij vonnis, voor zover rechtens mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
4.4.3.
De GGD’en c.s. concluderen dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, (i) bepaalt dat ICAM niet-ontvankelijk is in haar vorderingen jegens hen; (ii) ICAM veroordeelt in de kosten van het geding, inclusief nakosten, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en – voor het geval voldoening van de kosten niet binnen voornoemde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de kosten te rekenen vanaf veertien dagen na dagtekening van het vonnis; (iii) ICAM ten aanzien van de veiligheidsregio’s (gedaagden sub 31 en 32), de gemeenten (gedaagden sub 33 en 34), GGD Gooi & Vechtstreek (gedaagde sub 14) en GGD Amsterdam-Amstelland (gedaagde sub 6) ICAM veroordeelt in de reële proceskosten.
5De beoordeling in de hoofdzaak Inleiding 5.1.
ICAM heeft op 28 maart 2023 vorderingen ingesteld als bedoeld in artikel 3:305a BW. Op grond van artikel 1018b lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is op de procedure betreffende de door ICAM ingestelde vorderingen titel 14A (Van rechtspleging in zaken betreffende een collectieve actie en collectieve schadeafwikkeling) van het derde boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing.
5.2.
Artikel 1018c Rv luidde op 28 maart 2023, voor zover hier van belang:
In afwijking van artikel 128, derde lid, mag de verweerder volstaan met de verweren die betrekking hebben op het onder a tot en met c genoemde, totdat hierover is beslist.
5.3.
Artikel 3:305a BW luidde op 28 maart 2023, voor zover hier van belang:
1°. de statuten van de rechtspersoon;
2°. de bestuursstructuur van de rechtspersoon;
3°. de laatst vastgestelde jaarlijkse verantwoording op hoofdlijnen van het toezichthoudend orgaan over het door haar uitgevoerde toezicht;
4°. het laatst vastgestelde bestuursverslag;
5°. de bezoldiging van bestuurders en de leden van het toezichthoudend orgaan;
6°. de doelstellingen en werkwijzen van de rechtspersoon;
7°. een overzicht van de stand van zaken in lopende procedures;
8°. indien een bijdrage wordt gevraagd van de personen tot bescherming van wier belangen de rechtsvordering strekt: inzicht in de berekening van deze bijdrage;
9°. een overzicht van de wijze waarop personen tot bescherming van wier belangen de rechtsvordering strekt zich kunnen aansluiten bij de rechtspersoon en de wijze waarop zij deze aansluiting kunnen beëindigen; e. voldoende ervaring en deskundigheid ten aanzien van het instellen en voeren van de rechtsvordering.
1°. de rechtspersoon genoegzaam aannemelijk maakt dat het merendeel van de personen tot bescherming van wier belangen de rechtsvordering strekt, zijn gewone verblijfplaats in Nederland heeft; of 2°. degene tegen wie de rechtsvordering zich richt, woonplaats in Nederland heeft en bijkomende omstandigheden wijzen op voldoende verbondenheid met de Nederlandse rechtssfeer; of 3°. de gebeurtenis of de gebeurtenissen waarop de rechtsvordering betrekking heeft, in Nederland heeft of hebben plaatsgevonden; c. de rechtspersoon in de gegeven omstandigheden voldoende heeft getracht het gevorderde door het voeren van overleg met de verweerder te bereiken. Een termijn van twee weken na de ontvangst door de verweerder van een verzoek tot overleg onder vermelding van het gevorderde, is daarvoor in elk geval voldoende.
5.4.
Met ingang van 25 juni 2023 zijn artikel 3:305a BW en titel 14A van het derde boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering gewijzigd. Op grond van artikel 119a Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek en artikel VI van de Implementatiewet richtlijn representatieve vorderingen voor consumenten blijven in deze zaak van toepassing artikel 3:305a BW en titel 14A van het derde boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zoals deze golden ten tijde van het instellen van de vorderingen. Het zijn dan ook deze bepalingen die in dit vonnis zullen worden toegepast. Omwille van de leesbaarheid zal bij inmiddels gewijzigde artikelen niet worden vermeld dat het om verouderde artikelen gaat.
Artikel 1018c lid 1 Rv 5.5.
Op grond van artikel 1018c lid 1 Rv moet de dagvaarding waarmee een collectieve vordering wordt ingesteld een aantal omschrijvingen en gegevens bevatten.
5.5.1.
ICAM geeft in de dagvaarding geen afzonderlijke omschrijving van de gebeurtenis of de gebeurtenissen waarop haar collectieve vordering betrekking heeft. Zij verwijst in nummer 725 onder a naar “de eerdere hoofdstukken van deze Dagvaarding”. Uit die hoofdstukken blijkt dat het gaat om onvoldoende bescherming van persoonsgegevens waardoor medewerkers van de GGD’en die toegang hadden tot de IT-systemen zich deze persoonsgegevens hebben toegeëigend, althans hebben kunnen toe-eigenen, en deze persoonsgegevens ter beschikking van derden (personen zonder toegang tot de IT-systemen van de GGD’en) hebben gesteld, althans hebben kunnen stellen.
5.5.2.
ICAM omschrijft de personen tot bescherming van wier belangen haar collectieve vordering strekt in nummer 14 van de dagvaarding als “alle natuurlijke personen van wie persoonsgegevens zijn verwerkt in één of beide GGD-systemen ten tijde van het GGD-datalek”. ICAM onderscheidt binnen deze groep twee categorieën: “Personen waarvan onzeker is of hun persoonsgegevens als gevolg van het GGD-datalek zijn ontvreemd (Gedupeerden Categorie A (…))” en “Personen waarvan vaststaat of zal worden vastgesteld dat hun persoonsgegevens als gevolg van het GGD-datalek door ongeautoriseerde personen zijn ingezien of bij ongeautoriseerde personen in handen zijn gekomen (Gedupeerden Categorie B (…))”. ICAM definieert Gedupeerden Categorie A nader als: “Alle natuurlijke personen van wie persoonsgegevens zijn verwerkt in één van of beide GGD-systemen in de periode tussen ingebruikname daarvan in verband met de bestrijding van corona en 1 februari 2021, bijvoorbeeld omdat zij een afspraak hebben gemaakt bij een GGD om te testen of vaccineren in verband met corona of omdat zij onderdeel zijn geweest van bron- en contactonderzoek in verband met corona, met uitzondering van de personen die deel uitmaken van Gedupeerden Categorie B”.
ICAM definieert Gedupeerden Categorie B nader als: “Alle natuurlijke personen van wie persoonsgegevens zijn verwerkt in één van of beide GGD-systemen in de periode tussen ingebruikname daarvan in verband met de bestrijding van corona en 1 februari 2021, bijvoorbeeld omdat zij een afspraak hebben gemaakt bij een GGD om te testen of vaccineren in verband met corona of omdat zij onderdeel zijn geweest van bron- en contactonderzoek in verband met corona, en waarvan vaststaat of zal worden vastgesteld dat hun persoonsgegevens als gevolg van het GGD-datalek door ongeautoriseerde personen zijn ingezien of bij ongeautoriseerde personen in handen zijn gekomen, zoals door het ongeoorloofd inzien, downloaden, exporteren, printen, kopiëren, fotograferen en/of (…) aanbieden, verhandelen, ontvangen of op andere wijze delen van de persoonsgegevens”.
Categorie A bestond volgens ICAM in januari 2021 uit ongeveer 6,5 miljoen personen.
5.5.3.
Voor een omschrijving van de mate waarin de te beantwoorden feitelijke en rechtsvragen gemeenschappelijk zijn verwijst ICAM in nummer 725 onder c van de dagvaarding naar de paragrafen 9.1.1 (Gelijksoortige belangen die zich voor bundeling lenen) en 9.4.1 (Feitelijke en rechtsvragen zijn voldoende gemeenschappelijk).
5.5.4.
Voor een omschrijving van de wijze waarop voldaan is aan de ontvankelijkheidseisen van artikel 3:305a leden 1 tot en met 3 BW verwijst ICAM in nummer 725 onder d van de dagvaarding naar paragraaf 9.1 (Stichting ICAM is ontvankelijk onder artikel 3:305a BW). Naar aanleiding van paragraaf 3 (Preliminair punt van procesorde: ICAM heeft de ontvankelijkheidsvereisten onvoldoende onderbouwd) van de conclusie van antwoord van GGD GHOR en paragraaf II (Punt van procesorde) van de conclusie van antwoord van de GGD’en c.s. overweegt de rechtbank dat de omschrijvingseis van artikel 1018c lid 1 onder d Rv moet worden onderscheiden van de ontvankelijkheidseisen van artikel 3:305a leden 1 tot en met 3 BW. Als, zoals GGD GHOR en de GGD’en c.s. aanvoeren, de omschrijving de ontvankelijkheid inhoudelijk niet kan dragen, zal dit blijken bij de hierna uit te voeren ontvankelijkheidstoetsing.
5.5.5.
Voor de gegevens die de rechter in staat stellen om voor deze collectieve vordering een Exclusieve Belangenbehartiger aan te wijzen, voor het geval andere collectieve vorderingen voor dezelfde gebeurtenis overeenkomstig artikel 1018d Rv worden ingesteld, verwijst ICAM in nummer 725 onder e van de dagvaarding naar paragraaf 9.4.2 (Stichting ICAM als Exclusieve Belangenbehartiger).
5.5.6.
Voor haar verplichting om van de zaak aantekening te maken in het centraal register voor collectieve vorderingen en om te vermelden wat ingevolge artikel 1018c Rv de gevolgen zijn van die aantekening verwijst ICAM in nummer 725 onder f van de dagvaarding naar paragraaf 9.4.3 (Aantekening in het centraal register (…) voor collectieve vorderingen en de gevolgen daarvan).
Artikel 1018c lid 2 Rv 5.6.
De rechtbank stelt vast dat voldaan is aan de op straffe van niet-ontvankelijkheid voorgeschreven handelingen als bedoeld in artikel 1018c lid 2 Rv. De op 28 maart 2023 uitgebrachte dagvaardingen zijn op dezelfde datum aangetekend in het centraal register voor collectieve vorderingen en zijn op 29 maart 2023 ingekomen ter griffie van deze rechtbank.
Inleiding tot de ontvankelijkheidstoetsing 5.7.
Bij wijze van inleiding tot de ontvankelijkheidstoetsing overweegt de rechtbank het volgende.
5.7.1.
De ontvankelijkheidseisen van artikel 3:305a BW en artikel 1018c lid 5 Rv betreffen enerzijds ICAM zelf en anderzijds de door ICAM ingestelde vorderingen.
5.7.2.
De rechter toetst zo nodig (ook) ambtshalve of zich een van de gronden a tot en met c van artikel 1018c lid 5 Rv voordoet, aldus de Memorie van Toelichting bij de WAMCA.
5.7.3.
Artikel 1018c lid 5 onder c Rv noemt als toetsingsmoment het moment waarop het geding aanhangig wordt (in dit geval: 28 maart 2023). Voor artikel 1018c lid 5 onder a en b Rv is het toetsingsmoment de datum waarop de ontvankelijkheidsbeslissing wordt genomen.
5.7.4.
In dit geval is voor de ontvankelijkheid van ICAM en de door haar ingestelde vorderingen tevens van belang artikel 80 (Vertegenwoordiging van betrokkenen) Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), dat luidt:
Voorts is van belang artikel 37 Uitvoeringswet AVG, dat luidt:
Een verwerking kan niet ten grondslag worden gelegd aan een vordering als bedoeld in artikel 305a, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, voor zover degene die door deze verwerking wordt getroffen, daartegen bezwaar heeft.
5.7.5.
De omstandigheid dat de minister voor Rechtsbescherming op 18 april 2024 ICAM op haar aanvraag heeft aangewezen als bevoegde instantie als bedoeld in artikel 3:305e BW is voor de in dit vonnis uit te voeren ontvankelijkheidstoetsing niet relevant. Dit betreft namelijk een aanwijzing als bedoeld in artikel 4 lid 3 van de Richtlijn representatieve vorderingen, te weten een “aanwijzing als bevoegde instantie voor het instellen van grensoverschrijdende representatieve vorderingen”. Uit de aan genoemde Richtlijn voorafgaande overweging 23 blijkt dat als een bevoegde instantie een representatieve vordering instelt in de lidstaat waar zij is aangewezen, die representatieve vordering moet worden beschouwd als een binnenlandse representatieve vordering. Dus is in dit geval de aanwijzing van ICAM als bevoegde instantie voor het instellen van grensoverschrijdende representatieve vorderingen van geen betekenis voor de beoordeling van haar ontvankelijkheid in deze binnenlandse representatieve vordering.
Zie ook artikel 4 lid 6 van de Richtlijn representatieve vorderingen: “De lidstaten kunnen een instantie op haar verzoek op ad-hocbasis aanwijzen als een instantie die bevoegd is voor het instellen van een welbepaalde binnenlandse representatieve vordering, mits die instantie voldoet aan de criteria om als bevoegde instantie te worden aangewezen in het nationaal recht.”
Deze situatie doet zich hier voor.
5.7.6.
Hierna zal eerst de ontvankelijkheid van ICAM zelf worden beoordeeld en vervolgens haar ontvankelijkheid in de door haar ingestelde vorderingen. Op de daartoe meest geëigende plaatsen zal tevens worden ingegaan op de daar relevante AVG-bepaling(en).
Stichting (artikelen 3:305a lid 1 BW en 80 AVG) 5.8.
ICAM is een stichting in de zin van artikel 2:285 lid 1 BW en daarmee zowel een stichting in de zin van artikel 3:305a lid 1 BW als een organisatie in de zin van artikel 80 AVG.
Belangen van andere personen (artikelen 3:305a lid 1 BW en 80 AVG) 5.9.
ICAM heeft vorderingen ingesteld die strekken tot bescherming van de belangen van de personen voor wie zij opkomt. Dit betreft ook de uitoefening, onafhankelijk van de opdracht van de betrokkenen, van de in artikel 79 AVG bedoelde rechten op de voet van artikel 80 lid 2 AVG. Dit betreft voorts ook de uitoefening, namens de betrokkenen, van het in artikel 82 bedoelde recht op schadevergoeding op de voet van artikel 80 lid 1 AVG. Op de vraag of het Nederlandse recht in dit laatste voorziet, komt de rechtbank, zo nodig, hierna terug.
Statuten (artikelen 3:305a lid 1 BW en 80 AVG) 5.10.
De artikelen 3:305a lid 1 BW en 80 AVG stellen eisen aan de statuten van de belangenorganisatie. Artikel 80 AVG schrijft voorts voor dat de belangenorganisatie actief is op het gebied van de bescherming van de rechten en vrijheden van de betrokkene in verband met de bescherming van diens persoonsgegevens.
5.10.1.
Tussen partijen is niet in geschil dat ICAM de belangen tot bescherming waarvan haar vorderingen strekken ingevolge haar statuten behartigt. De rechtbank ziet geen aanleiding om hierover ambtshalve anders te oordelen.
5.10.2.
Tussen partijen is ook niet in geschil dat de statutaire doelstellingen van ICAM het algemeen belang dienen. De rechtbank ziet geen aanleiding om hierover ambtshalve anders te oordelen.
5.10.3.
De Staat en GGD GHOR voeren aan dat ICAM niet, althans niet voldoende, actief is op het gebied van de bescherming van de rechten en vrijheden van de betrokkene in verband met de bescherming van diens persoonsgegevens. Zij wijzen erop dat ICAM op 25 november 2021 is opgericht, dat de collectieve actie van deze zaak haar eerste collectieve actie is en dat haar tweede collectieve actie niet over het in artikel 80 AVG bedoelde gebied gaat.
De rechtbank neemt het oordeel van deze rechtbank van 30 juni 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:3307 (Facebook) over en maakt het tot het hare: aan het actief zijn op het gebied van gegevensbescherming als bedoeld in artikel 80 AVG hoeven vanuit een oogpunt van effectieve uitoefening van handhavingsmogelijkheden geen hoge eisen te worden gesteld. Ook uit de considerans bij de AVG blijkt niet dat dit begrip restrictief zou moeten worden uitgelegd.
Volgens artikel 3.2 onder a van haar statuten rekent ICAM in het bijzonder tot haar doel het optreden tegen (dreigende) inbreuken op het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer en bescherming van persoonsgegevens, waaronder in het bijzonder tegen inbreuken door de overheid en/of overheidsinstanties.
ICAM noemt in de dagvaarding een aantal activiteiten die zij sinds haar oprichting heeft ondernomen. Haar activiteiten komen op dit moment vooral tot uitdrukking in deze zaak. Gelet hierop ontplooit ICAM daadwerkelijk activiteiten en is voldaan aan het vereiste dat ICAM actief is op het in artikel 80 AVG bedoelde gebied.
Waarborgvereiste (artikel 3:305a leden 1 en 2 BW) 5.11.
Het in artikel 3:305a leden 1 en 2 BW geregelde waarborgvereiste bestaat uit twee delen.
Representativiteitsvereiste (artikel 3:305a leden 1 en 2 BW) 5.12.
Dit betreft allereerst het representativiteitsvereiste.
5.12.1.
De Staat, GGD GHOR en de GGD’en c.s. voeren aan dat ICAM niet aan dit vereiste voldoet. Volgens hen is het door ICAM gehanteerde aanmeldproces gebrekkig en is de door ICAM gestelde aanhang in elk geval niet voldoende.
5.12.2.
De rechtbank stelt voorop dat onder de achterban van ICAM is te verstaan het deel van de personen voor wie zij opkomt dat zich met het oog op haar collectieve vordering aan haar heeft verbonden.
5.12.3.
De rechtbank stelt verder voorop dat de enkele omstandigheid dat sommige personen voor wie ICAM opkomt niet achter haar collectieve vordering staan niet aan haar representativiteit in de weg hoeft te staan.
5.12.4.
De rechtbank stelt vast dat ICAM geen onderscheid heeft gemaakt tussen Categorie A en Categorie B, in die zin dat zij stelt dat zij voor elke categorie een voldoende achterban heeft. ICAM stelt in dit verband wel dat Categorie B mede bestaat uit personen die niet weten en ook niet kunnen weten dat zij tot deze categorie behoren. De rechtbank komt hierna onder 5.20.20 op dit punt terug.
5.12.5.
ICAM heeft in het geding gebracht een Rapport constateringen Stichting ICAM v. de Staat, gedateerd 9 april 2024, van DigiJuris B.V. (hierna: DigiJuris) te Deventer en een proces-verbaal van constatering, gedateerd 11 april 2024, van W.L.D. Karsseboom , kandidaat-gerechtsdeurwaarder werkzaam op het kantoor van mr. S.J.W. van der Putten , gerechtsdeurwaarder te Amsterdam.
Paragraaf 3 (Werkwijze) van het rapport van DigiJuris luidt, voor zover hier van belang:
In het bijzijn van de deurwaarder is het aanmeldproces op de website van ICAM doorlopen. De deurwaarder heeft hiervan in zijn proces-verbaal een beschrijving opgenomen.
Paragraaf 5 (Conclusies) van het rapport van DigiJuris luidt:
Terugkomend op het informatieverzoek van ICAM trekken wij de volgende conclusies:
Volwassenen Minderjarigen Aantal unieke, niet-geannuleerde aanmeldingen waarvan leeftijd klopt 118.504 19.740 Waarvan voor- en achternaam >2 karakters 118.051 19.689 Waarvan woonplaats >2 karakters 117.839 n.v.t.
Waarvan correct e-mailadres 117.668 18.983 Waarvan correcte geboortedatum 117.642 18.974 Aantal unieke aanmeldingen waarbij voor- en achternaam, woonplaats, e-mailadres én geboortedatum correct zijn ingevoerd 117.642 18.974 4. Het aantal belanghebbenden dat (waarschijnlijk) in Nederland woonachtig is onderverdeeld in de volgende categorieën: a. Nederlandse woonplaats: 117.156 volwassenen en 18.161 minderjarigen; b. Geen Nederlandse woonplaats, maar wel een Nederlands e-maildomein: 90 volwassenen en 12 minderjarigen;
Aantal unieke, valide aanmeldingen volwassenen Aantal unieke, valide aanmeldingen minderjarigen December 2021 (…) (…) (…) (…) (…) Maart 2024 (…) (…) (blank), geen datum (…) (…) Totaal 117.642 18.974 7. Het aantal belanghebbenden per categorie is:
Aantal unieke, valide aanmeldingen volwassenen Aantal unieke, valide aanmeldingen minderjarigen 11. Coronatest 20.527 8.886 12. Vaccinatie 17.274 855 13. Bron- en contactonderzoek 629 236 14. ‘Ik weet het niet’ 1.591 248 15. Test en vaccinatie (A) 44.889 3.227 16. Test en brononderzoek (B) 9.610 3.721 17. Vaccinatie en brononderzoek (C) 975 40 18. Test, vaccinatie en brononderzoek (D) 21.582 1.593 19. Combinatie van ‘Ik weet het niet’ en ander antwoord (E) 564 170 20. Geen antwoord ingevuld 1 0 Totaal 117.642 18.974 8. Met betrekking tot de authenticiteit van (de gegevens in) de database hebben wij kunnen vaststellen dat de aan ons gerapporteerde tabellen overeenkomen met de niet-manipuleerbare gegevens in Typeform.
5.12.6.
De door DigiJuris vastgestelde absolute aantallen zijn naar het oordeel van de rechtbank voldoende om ICAM representatief te achten. De omstandigheid dat het hier gaat om een beperkt percentage van alle personen voor wie wordt opgekomen doet hieraan niet af.
Overige vereisten 5.13.
Artikel 3:305a lid 2 BW stelt in het kader van het waarborgvereiste voorts een aantal vereisten, gericht op transparantie en een goede governance. Deze vereisten zullen hierna achtereenvolgens worden behandeld.
Toezichthoudend orgaan 5.13.1.
De Staat en de GGD’en c.s. voeren aan dat de Raad van Toezicht van ICAM in de periode tussen het overlijden van [naam 6] op 21 juni 2022 en de benoeming van [naam 7] op 30 oktober 2023 niet voldeed aan artikel 13.1 van haar statuten. De Staat en de GGD’en c.s. wijzen erop dat ICAM in deze periode dit geding aanhangig heeft gemaakt.
5.13.2.
De rechtbank overweegt dat artikel 3:305a lid 2 onder a BW geen minimumaantal leden van de raad van toezicht voorschrijft. De na het overlijden van [naam 6] resterende twee leden van de Raad van Toezicht van ICAM hebben ook in de periode tussen 21 juni 2022 en 30 oktober 2023 hun statutaire taken en bevoegdheden rechtsgeldig kunnen uitoefenen. De Raad van Toezicht is sinds 30 oktober 2023 weer op sterkte. De overeenkomst met de procesfinancier – waarover hierna onder 5.13.4 meer – was al vóór 21 juni 2022 tot stand gekomen. Bovendien is voor de ontvankelijkheidstoets op grond van artikel 1018 c lid 5 onder a Rv in samenhang met artikel 3:305 lid 2 onder a BW het toetsmoment de datum waarop de ontvankelijkheidsbeslissing wordt genomen. Het tijdelijk onderbezet zijn van de Raad van Toezicht is dus geen reden om ICAM niet ontvankelijk te verklaren.
Deelname aan of vertegenwoordiging bij de besluitvorming 5.13.3.
De Staat, GGD GHOR en de GGD’en c.s. voeren aan dat ICAM niet beschikt over passende en doeltreffende mechanismen voor de deelname aan of vertegenwoordiging bij de besluitvorming van de personen tot bescherming van wier belangen de rechtsvordering strekt.
5.13.4.
De rechtbank overweegt dat de Memorie van Toelichting bij de WAMCA, voor zover hier van belang, luidt:
Het is aan de belangenorganisatie zelf om te bepalen op welke manier zij invulling wenst te geven aan deze bepaling. Wanneer de belangenorganisatie als vereniging is georganiseerd, kan de vertegenwoordiging bij de besluitvorming worden geregeld via de ledenvergadering. Stichtingen zullen daarom op een andere manier moeten borgen dat aangeslotenen voldoende inspraak hebben op de besluitvorming bij de stichting. Een mogelijkheid is om aangeslotenen in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over bepaalde besluiten. Wanneer een belangenorganisatie is ingericht overeenkomstig de Claimcode kan worden aangenomen dat is voldaan aan het vereiste van dit onderdeel.
ICAM stelt dat zij is ingericht overeenkomstig de Claimcode. Niet, althans niet voldoende, gesteld of gebleken is dat, niettemin, door ICAM niet is voldaan aan het vereiste van artikel 3:305a lid 2 onder b BW.
Voldoende middelen en zeggenschap 5.13.5.
Artikel 3:305a lid 2 onder c BW bevat twee voorschriften: (i) de belangenorganisatie moet beschikken over voldoende middelen om de kosten voor het instellen van een rechtsvordering te dragen en (ii) de zeggenschap moet in voldoende mate bij de belangenorganisatie liggen. Het eerste voorschrift is te verstaan als beschikken over voldoende middelen om de redelijkerwijs voorzienbare kosten van het – al dan niet in een bepaalde aanleg – ten einde toe voeren van de procedure te dragen.
5.13.6.
Bij de rolbeslissing van 7 februari 2024 heeft de rechtbank ICAM op de voet van artikel 22 Rv bevolen de overeenkomst met haar procesfinancier op de in die rolbeslissing vermelde wijze in het geding te brengen. ICAM heeft daarop haar overeenkomst, gedateerd 12 juli 2021, met [bedrijf] te [plaats] in het geding gebracht. Aan de rechtbank heeft zij een versie zonder onleesbaar gemaakte delen overgelegd, inclusief bijlagen. Zij heeft daarbij bevestigd dat de aldus verstrekte stukken alle met haar procesfinancier gemaakte afspraken bevatten. De rechtbank heeft zich ervan vergewist dat ICAM over voldoende middelen beschikt om de kosten voor het instellen van haar rechtsvordering te dragen en dat daarbij de zeggenschap over de rechtsvordering in voldoende mate bij haar ligt.
Internetpagina 5.13.7.
Artikel 3:305a lid 2 onder d BW schrijft voor dat de belangenorganisatie beschikt over een algemeen toegankelijke internetpagina, waarop de in deze bepaling beschreven informatie beschikbaar is.
5.13.8.
Het debat over deze bepaling spitst zich toe op het inzicht in de berekening van de bijdrage die wordt gevraagd van de personen tot bescherming van wier belangen de rechtsvordering strekt. ICAM wijst op deze passage op haar website:
Kost het geld om mee te doen? Deelnemen aan deze actie kost jou niets. Dit is een bewuste keuze geweest, in lijn met de missie van onze stichting dat kosten voor gedupeerden geen rol horen te spelen bij het halen van hun recht. ICAM heeft geen winstoogmerk. De procedure wordt gevoerd op basis van “no cure, no pay”. Alle kosten worden betaald door ICAM en je hoeft dus zelf niets te betalen. Alleen als er een schadevergoeding wordt toegekend, vraagt ICAM om een no cure, no pay-vergoeding om de gemaakte kosten en de risico’s te dekken. De no cure, no pay-vergoeding bedraagt 20% van de voor jou geïncasseerde schadevergoeding. ICAM zal proberen om de no cure, no pay-vergoeding door de gedaagde partijen te laten betalen, zodat je ook die vergoeding niet hoeft te betalen.
Naar het oordeel van de rechtbank geeft deze passage voldoende inzicht in de berekening van de bijdrage van de personen voor wie ICAM opkomt.
Conclusie met betrekking tot het waarborgvereiste 5.13.9.
ICAM voldoet aan het representativiteitsvereiste en aan de overige vereisten van artikel 3:305a lid 2 BW.
Artikel 3:305a lid 3 BW 5.14.
Artikel 3:305a lid 3 BW bevat drie, uiteenlopende, ontvankelijkheidseisen.
Geen winstoogmerk (artikel 3:305a lid 3 onder a BW) 5.14.1.
Niet, althans niet voldoende, gesteld of gebleken is dat de bestuurders betrokken bij de oprichting van ICAM, of hun opvolgers, een rechtstreeks of middellijk winstoogmerk hebben, dat via ICAM wordt gerealiseerd.
Band met de Nederlandse rechtssfeer (artikel 3:305a lid 3 onder b BW) 5.14.2.
Gedaagden zijn allen in Nederland gevestigd en het coronadatalek heeft zich in Nederland voorgedaan, zodat aan dit vereiste voldaan.
Overleg (artikel 3:305a lid 3 onder c BW) 5.14.3.
Gesteld noch gebleken is dat ICAM in de gegeven omstandigheden onvoldoende heeft getracht het gevorderde door het voeren van overleg met de Staat, GGD GHOR en de GGD’en c.s. te bereiken.
Geen winstoogmerk (artikel 80 lid 1 AVG) 5.14.4.