Rechtbank Midden-Nederland – ECLI:NL:RBMNE:2026:2734
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Lelystad Parketnummers: 16.402217.24; 16.046929.24 (t.t.z. gevoegd); 16.353321.25 (t.t.z. gevoegd) Tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer van 19 mei 2026 in de strafzaak van: [verdachte] , geboren op [1986] in [geboorteplaats] (Irak), gedetineerd in de [verblijfplaats] , hierna: de verdachte.
1Zitting De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 1 april 2026. Het onderzoek is gesloten op 19 mei 2026.
Op de zitting waren aanwezig: de verdachte; de officier van justitie: mr. M. de Nooij; de advocaten van de verdachte: mr. C.J. Nierop en mr. M.B. Mobach (hierna: de advocaat); de benadeelde partij: ING: gemachtigde mevrouw [gemachtigde 1] ; de benadeelde partij: PGGM: gemachtigden de heer [gemachtigde 2] , mevrouw [gemachtigde 3] en mevrouw [gemachtigde 4] ; de benadeelde partij: de heer [slachtoffer 1] .
2Tenlastelegging De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
16.402217.24 in de periode van 6 januari 2024 tot en met 18 december 2024 in Almere , althans in Nederland: feit 1: meerdere banken heeft opgelicht door zich voor te doen als verschillende klanten en zo betaalproducten aan te vragen, toegang te verkrijgen tot internetbankieren, betaalpassen te activeren met een activatiecode of/en met aangevraagde betaalpassen transacties te doen; feit 2: van meerdere personen poststukken heeft gestolen door middel van braak, verbreking of valse sleutel; feit 3: (grote) geldbedragen heeft gestolen van meerdere personen door middel van een valse sleutel; feit 4: opzettelijk en wederrechtelijk persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van meerdere personen heeft misbruikt; feit 5: gegevensdragers met daarop lijsten en documenten met persoonsgegevens van een groot aantal personen onder meer heeft vervaardigd en voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat de gegevens bestemd waren tot het plegen van strafbare feiten; feit 6: zich schuldig heeft gemaakt aan computervredebreuk bij meerdere banken en/of DigiD door zich voor te doen als meerdere rekeninghouders; feit 7: opzettelijk de computergegevens van verschillende banken en/of DigiD heeft gemanipuleerd door gegevens van rekeninghouders te veranderen;
16.046929.24 op 9 februari 2024 in Almere van meerdere personen poststukken heeft gestolen;
16.353321.25 in de periode van 1 april 2025 tot en met 2 juli 2025 in Almere , althans in Nederland (voor zover niet anders aangegeven): feit 1: meerdere financiële instanties en/of overheidsinstellingen heeft opgelicht door zich voor te doen als verschillende klanten; feit 2: poststukken van twee personen heeft gestolen; feit 3: op 17 juni 2025 in Almere , althans Nederland samen met een ander door middel van een valse sleutel € 750,- heeft gestolen van [slachtoffer 9] door middel van een valse sleutel; feit 4: opzettelijk en wederrechtelijk persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van meerdere personen heeft misbruikt; feit 5: gegevensdragers met daarop lijsten en documenten met persoonsgegevens van een groot aantal personen onder meer heeft vervaardigd en voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat de gegevens bestemd waren tot het plegen van strafbare feiten; feit 6: zich schuldig heeft gemaakt aan computervredebreuk bij meerdere financiële instanties en/of overheidsinstellingen door zich voor te doen als meerdere rekeninghouders; feit 7: opzettelijk de computergegevens van verschillende financiële instanties en/of overheidsinstellingen heeft gemanipuleerd door gegevens te veranderen; feit 8: in de periode van 20 december 2021 tot en met 12 februari 2025 in Almere , althans in Nederland, zich schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrift.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.
3Bewijs 3.1.
Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte alle tenlastegelegde feiten heeft gepleegd. Daarbij heeft de officier van justitie voor parketnummer 16.402217.24 wel vrijspraak gevorderd voor de onder feit 6 genoemde slachtoffers [aangeefster 1] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] . Voor parketnummer 16.353321.25 heeft zij vrijspraak gevorderd voor de onder feit 1 genoemde dag 1 april 2025, voor de onder feit 2 genoemde periode van 1 april 2025 tot en met 15 juni 2025, voor de onder feit 5 genoemde periode van 1 april 2025 tot en met 21 april 2025 en voor de onder feit 6 genoemde periode van 1 april 2025 tot en met 11 april 2025 en de periode van 29 juni 2025 tot en met 2 juli 2025. Verder heeft de officier van justitie voor de onder feit 1 en 4 genoemde slachtoffers [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] , voor de onder feit 6 genoemde slachtoffers [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] en voor de laatste 4 gedachtestreepjes van feit 8 vrijspraak gevorderd.
De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.3.
3.2.
Standpunt van de verdediging De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte geheel vrij te spreken van de feiten 2, 6 en 7 onder parketnummer 16.402217.24 en feit 2 onder parketnummer 16.353321.25.
De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte gedeeltelijk vrij te spreken van de feiten 1, 3 en 4 onder parketnummer 16.402217.24 en de feiten 1, 4, 6 en 8 onder parketnummer 16.353321.25.
De advocaat voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken onder paragraaf 3.3.3.
De advocaat voert geen verweer over het bewijs ten aanzien van feit 5 onder parketnummer 16.402217.24, het feit onder parketnummer 16.046929.24 en de feiten 3, 5 en 7 onder parketnummer 16.353321.25.
3.3.
Oordeel van de rechtbank 3.3.1.
Gedeeltelijke vrijspraak De rechtbank oordeelt dat feit 2 van parketnummer 16.353321.25 niet is bewezen en zal de verdachte daarvan vrijspreken. De rechtbank legt hierna uit waarom.
Van de slachtoffers [slachtoffer 9] en [slachtoffer 39] zijn in de tenlastegelegde periode geen poststukken bij de verdachte aangetroffen. Wel is gebleken dat de verdachte via de PostNL app kon zien wanneer de post van [slachtoffer 9] bezorgd werd. Op 17 juni 2025 vindt een appgesprek plaats tussen de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] waarin gemeld wordt dat de pin onderweg is. Kort hierna wordt door [medeverdachte] gepind van de rekening van [slachtoffer 9] .
Het dossier bevat echter onvoldoende aanknopingspunten waaruit zou blijken dat het de verdachte is geweest die de post van [slachtoffer 9] heeft weggenomen.
Ten aanzien van slachtoffer [slachtoffer 39] blijkt uit het dossier wel dat de verdachte adreswijzigingen heeft bewerkstelligd, maar niet dat de verdachte de post daar ook daadwerkelijk uit de brievenbus heeft weggenomen.
3.3.2.
Bewijsmiddelen feiten 1 tot en met 7 (parketnummer 16.402217.24), parketnummer 16.046929.24 en feiten 1 en 3 tot en met 8 (parketnummer 16.353321.25) Parketnummer 16.046929.24 De verdachte bekent dat hij het feit onder parketnummer 16.046929.24, namelijk diefstal van meerdere poststukken heeft gepleegd, zoals dit hieronder bewezen is verklaard. Door hem of namens hem is ook niet om vrijspraak van dat feit gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert: de bekennende verklaring van de verdachte bij de politie afgelegd op 10 februari 2024, pagina’s 14 en 15; het proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2024043330-4, opgemaakt op 10 februari 2024, pagina 24 en 25.
Parketnummers 16.402217.24 en 16.353321.25 De rechtbank oordeelt dat de feiten 1 tot en met 7 van parketnummer 16.402217.24 en de feiten 1 en 3 tot en met 8 van parketnummer 16.353321.25 zijn bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.
Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.
3.3.3.
Bewijsoverwegingen De rechtbank zal eerst de modus operandi (de vaste werkwijze) van verdachte bespreken.
Daarna zal per feit, voor zover er verweer is gevoerd op het feit, een bewijsoverweging gegeven worden. De feiten worden behandeld in de volgorde van de verschillende stappen van de modus operandi.
Parketnummer 16.402217.24 Modus operandi De modus operandi van verdachte bestaat uit meerdere stappen.
Stap 1 De eerste stap die de verdachte neemt, is het stelen van post van zijn slachtoffers. Dit blijkt onder meer uit het volgende:
Op 9 februari 2024 is de verdachte betrapt op het stelen van post van de slachtoffers [slachtoffer 11] , [slachtoffer 12] , [bedrijf 1] BV en de erven van [slachtoffer 12] . De verdachte heeft bekend dat hij poststukken van deze slachtoffers heeft gestolen (parketnummer 16.046929.24).
Verder heeft slachtoffer [slachtoffer 13] gefilmd dat de verdachte post uit de brievenbus van slachtoffer [slachtoffer 3] haalt en zijn er camerabeelden van woningcorporatie Alliantie waarop de verdachte is herkend. Op deze camerabeelden is te zien dat hij met verschillende sleutels vier verschillende brievenbussen opent en erin kijkt. Bij de verdachte zijn ook sleutels aangetroffen van verschillende brievenbussen op de [straat] en de [straat] in [woonplaats] . Tijdens de doorzoeking van de woning van de verdachte is ook een hengelwerktuig waarmee de verdachte post uit een brievenbus kan hengelen aangetroffen. In een gesprek met ene [Whatsapp naam] , dat in de telefoon van de verdachte is aangetroffen, heeft hij het over de door de woningbouwvereniging aangebrachte anti hengel voorziening. De verdachte schrijft: ‘dat anti hengel voorziening stelt niets voor, kan nog steeds eruit halen duurt alleen iets langer en ook makkelijk te slopen’.
Verder zijn er meerdere poststukken van slachtoffers in de woning van de verdachte aangetroffen. Daarnaast zijn op de laptop en op de telefoon van de verdachte afbeeldingen van post van slachtoffers aangetroffen.
Uit de aangiften die de slachtoffers hebben gedaan, blijkt dat zij post missen, dat zij post hebben ontvangen die al opengemaakt is en/of dat zij post (te) laat hebben ontvangen.
Stap 2 De tweede stap die de verdachte neemt is het opbouwen van een dossier met gegevens per slachtoffer. Dit blijkt onder meer uit het volgende:
Bij de verdachte is een laptop inbeslaggenomen waar hij gebruik van maakte. Op deze laptop is zichtbaar dat de verdachte op een gestructureerde wijze dossiers heeft aangelegd per slachtoffer. In deze dossiers heeft hij per slachtoffer verschillende zeer persoonlijke informatie opgenomen. De dossiers bevatten onder meer geboortedata, familiegegevens, bankgegevens waaronder rekeningnummers, de pincode en het volgnummer van de betaalpas, paspoort en ID-gegevens vanuit Mijnoverheid en pensioengegevens.
De verdachte gaat vervolgens op zoek naar verdergaande persoonlijke informatie om de dossiers verder te vullen. Uit de aangetroffen gegevens blijkt dat hij soms zelfs informatie opvraagt bij verschillende instanties. Zo heeft hij op zijn laptop onder meer van slachtoffer [slachtoffer 14] een huurcontract met handtekening en blijkt uit een e-mail dat hij ook van slachtoffer [slachtoffer 15] een huurcontract heeft opgevraagd bij de verhuurder. Daarnaast had hij medische gegevens opgevraagd. Zo trof slachtoffer [slachtoffer 13] in haar brievenbus medische gegevens aan van het gezondheidscentrum die telefonisch aangevraagd waren door iemand die zich had voorgedaan als haar. Slachtoffer [slachtoffer 16] werd geïnformeerd door de huisarts van haar schoonmoeder dat de huisarts telefonisch was benaderd door iemand die zich voordeed als haar schoonmoeder waarbij de piepende vrouwenstem tijdens het gesprek ineens een mannenstem werd.
Ook is de verdachte aan aanvullende gegevens gekomen door DigiD te manipuleren. Op zijn telefoon is een e-mail aangetroffen afkomstig van DigiD gericht aan [e-mail adres] @gmail.com. Uit de aanhef van deze e-mail blijkt dat de e-mail bedoeld was voor slachtoffer [slachtoffer 14] . De e-mail ging over het ongedaan maken van de opschorting van DigiD van [slachtoffer 14] . Het e-mailadres waaraan deze e-mail van DigiD was gericht, komt op meerdere plekken in het dossier terug bij verschillende slachtoffers en is gebruikt om contact te hebben met diverse instanties. Met de telefoon van de verdachte werd gebruik gemaakt van dit e-mailadres en gebleken is dat de verdachte meerdere e-mails heeft ontvangen op dit e-mailadres. Ook op de laptop van verdachte werd als e-mail useraccount gebruik gemaakt van de accountnaam: [e-mail adres] @gmail.com.
Via DigiD heeft de verdachte toegang gekregen tot veel persoonlijke informatie die te vinden is op de sites van bijvoorbeeld de Sociale Verzekeringsbank, pensioenfondsen, verzekeraars en de belastingdienst. Op de laptop van de verdachte zijn van meerdere slachtoffers dergelijke gegevens aangetroffen. Ook zijn hierop verschillende e-mailadressen aangetroffen, die op meerdere plekken in het dossier terugkomen bij verschillende slachtoffers en die gebruikt zijn om contact te hebben met diverse instanties.
Stap 3 De volgende stap in de modus operandi betreft het contact leggen met de banken en ICS. De verdachte doet zich daarbij voor als zijn slachtoffer. Doordat hij over een veelheid aan persoonlijke informatie over zijn slachtoffer beschikt, kan hij controlevragen juist beantwoorden. De verdachte vraagt bij de bank en/of ICS nieuwe passen, pincodes en creditcards aan en heeft op die manier toegang verkregen tot rekeningen van zijn slachtoffers. Zo is onder meer naar ING en ICS gebeld met telefoonnummer [telefoonnummer] . Dit telefoonnummer is gekoppeld geweest aan de telefoon van de verdachte.
Ook heeft de verdachte activatiecodes voor de Saldolijn van ING aangevraagd. Verder is ABN AMRO op verschillende data in de periode februari tot en met april 2024 telefonisch benaderd door iemand die zich voordeed als slachtoffer [slachtoffer 3] en als slachtoffer [slachtoffer 13] en werd steeds verzocht om een pas te blokkeren of wanneer een reeds aangevraagde betaalpas te verwachten was. Uit geluidsopnames is gebleken dat steeds dezelfde stem te horen is bij de telefoongesprekken naar ING en ABN AMRO.
Voor slachtoffer [slachtoffer 2] ( [aangeefster 1] ) is met telefoonnummer [telefoonnummer] een creditcard aangevraagd. Dit telefoonnummer is gekoppeld geweest aan de telefoon van de verdachte. Van onder meer slachtoffer [slachtoffer 39] is een bankpas in de woning van de verdachte aangetroffen. Omdat [slachtoffer 39] handelingsonbekwaam is, heeft zij zelf deze bankpas niet kunnen aanvragen. Ook zijn er foto’s van bankpassen van verschillende slachtoffers op de gegevensdragers van de verdachte aangetroffen.
De verdachte heeft daarnaast nog geld overgeschreven van spaarrekeningen naar betaalrekeningen van onder meer slachtoffers [slachtoffer 18] en [slachtoffer 19] .
Dat de verdachte contact legde met de banken blijkt ook uit het op de telefoon van de verdachte aangetroffen chatgesprek dat hij had met ‘ [chatnaam] ’ via zijn account [Whatsapp naam verdachte] . Hierin spreekt hij over het activeren van een betaalpas, het verhogen van de limiet en dat er meerdere rekeningen zijn waarbij ‘ze achter nog 10.000en’ heeft.
Stap 4 De laatste stap betreft het opnemen van geld door te pinnen of het doen van betalingen door middel van overschrijvingen.
Uit de verschillende aangiftes blijkt dat van veel slachtoffers geld is weggenomen. Op bankafschriften is terug te zien waar en wanneer dit geld is gepind. De verdachte is op de camerabeelden van veel van deze geldopnamen herkend als de pinner. Ook zijn op de laptop van de verdachte de bonnen van het GWK aangetroffen die overeenkomen qua dag en tijdstip met de geldopnamen die door de slachtoffers worden genoemd. Er wordt opvallend veel gepind bij dezelfde geldautomaat (Geldmaat, [straat] [woonplaats] ) en er wordt bij verschillende slachtoffers buitenlands geld opgenomen bij het GWK op het Damrak in Amsterdam. In het chatgesprek van de verdachte met ‘ [chatnaam] ’ zegt de verdachte over het opnemen van geld: “via gwk en automaat Gwk> max 2.5 per keer ivm terugkoopgarantie Dan is er geen koersverlies”.
Bij onder meer slachtoffer [slachtoffer 30] zijn betalingen verricht aan CoolBlue BV. Het account bij Coolblue was kort voor de betalingen aangemaakt en het gekoppelde e-mailadres betrof [e-mail adres] @gmail.com. Op de telefoon en de laptop van de verdachte werd ook gebruik gemaakt van dit e-mailadres. Ditzelfde e-mailadres werd ook gebruikt bij onder meer een bestelling bij OTTO BV op naam van [slachtoffer 16] .
Geen medeplegen Uit bovenomschreven handelwijze blijkt dat de verdachte, hoewel hij soms overleg had met een ander, alleen heeft gehandeld. Alle gegevens zijn in zijn telefoon en laptop aangetroffen. De verschillende documenten die op zijn laptop zijn aangetroffen, zijn ook door hem aangemaakt op de laptop. Bovendien zijn in de woning van de verdachte meerdere poststukken, betaalkaarten, een groot geldbedrag, sleutels van postbussen, hengelwerktuigen en dergelijke aangetroffen. De verdachte was de enige die de sleutel tot zijn woning had. De verdachte heeft niet aannemelijk gemaakt dat er nog andere personen betrokken waren.
Overwegingen per feit Feit 2 De advocaat heeft aangevoerd dat er geen sprake is van (waargenomen) wegneemhandelingen.
Gelet op de eerste stap van de modus operandi, de fysieke post die bij de verdachte is aangetroffen en de gegevensdragers die bij de verdachte zijn aangetroffen met daarop afbeeldingen van poststukken is de rechtbank van oordeel dat dit feit wettig en overtuigend bewezen is.
Met betrekking tot slachtoffer [slachtoffer 8] zijn geen fysieke poststukken of foto’s van poststukken aangetroffen, maar de gegevens van [slachtoffer 8] die opgenomen zijn in de bestanden op de laptop van de verdachte, heeft hij alleen kunnen verkrijgen door middel van poststukken die gestolen zijn van [slachtoffer 8] .
Met betrekking tot slachtoffer [slachtoffer 20] overweegt de rechtbank dat door een getuige is gezien dat een man over de [straat] loopt naar de brievenbussen en iets wits uit een van de brievenbussen haalt. De getuige is de man blijven volgen en kort daarna ziet hij dat de man aangehouden wordt. De man die is aangehouden, is de verdachte. Op de looproute die de verdachte heeft afgelegd vanaf de brievenbussen tot zijn aanhouding wordt vervolgens in een vuilnisbak de post van [slachtoffer 20] aangetroffen. Gelet hierop kan het niet anders dan dat het de verdachte was die de post van [slachtoffer 20] heeft gestolen.
Bij alle overige op de tenlastelegging genoemde slachtoffers zijn fysieke post en/of foto’s van post op de gegevensdragers bij de verdachte thuis aangetroffen.
Verder draagt aan de conclusie van de rechtbank dat het de verdachte is geweest die zich aan deze diefstallen schuldig heeft gemaakt bij de omstandigheid dat alle betrokken slachtoffers dicht bij elkaar in de buurt wonen, vaak zelfs in hetzelfde appartementencomplex, en dat de verdachte hier ook in de buurt woont. Deze omstandigheden verdragen zich zeer veel beter met de hypothese dat de verdachte de dader is, dan met de hypothese dat er binnen dit beperkte gebied sprake is van een of meer anderen die deze handelingen en feiten volgens eenzelfde modus operandi hebben gepleegd. De verdachte heeft bovendien geen verklaring willen geven voor de aanwezigheid van de post in zijn woning en op zijn laptop. Het dossier bevat verder geen aanknopingspunten dat iemand anders dan de verdachte de poststukken heeft weggenomen. In dit licht bezien had het gelet op de bewijsmiddelen en de daaruit te trekken conclusies op de weg van de verdachte gelegen om opheldering te verschaffen en de redengevende bewijsmiddelen te ontzenuwen, hetgeen hij heeft nagelaten. Onder deze omstandigheden is bewijs van wegneemhandelingen niet steeds noodzakelijk om tot een bewezenverklaring te komen.
Feiten 1 en 4 Volgens de advocaat kan niet bewezen worden dat de verdachte contact heeft gehad met de banken of dat de verdachte zich heeft voorgedaan als de slachtoffers. De rechtbank volgt dit verweer niet.
De bewezenverklaring van de feiten 1 en 4 volgen uit de derde en vierde stap van de modus operandi. Om de oplichting uit feit 1 te kunnen plegen is het misbruik van de identificerende persoonsgegevens van feit 4 noodzakelijk.
Er zijn aangiften en de gegevens van de slachtoffers zijn bij de verdachte aangetroffen. Daarnaast is gebleken dat de telefoonnummers en e-mailadressen die zijn gebruikt voor het contact met de banken, waarbij werd gedaan alsof de bank contact had met de slachtoffers, gelinkt kunnen worden aan de verdachte. Tijdens deze contacten zijn vele persoonlijke gegevens van de slachtoffers doorgegeven. Deze gegevens waren in gestructureerde mappen terug te vinden op de laptop van de verdachte. Dit alles bij elkaar draagt in onderlinge samenhang bij aan de conclusie van de rechtbank dat de verdachte deze feiten heeft gepleegd. De samenhangende omstandigheden verdragen zich immers zeer veel beter met de hypothese dat de verdachte de dader is dan met de hypothese dat er sprake is van een of meer anderen die deze handelingen en feiten volgens eenzelfde modus operandi hebben gepleegd. Bovendien heeft de verdachte geen uitleg willen geven over hetgeen bij hem is aangetroffen, terwijl dit wel vraagt om een uitleg.
Met betrekking tot feit 4 zal de rechtbank verdachte vrijspreken voor zover het gaat om de slachtoffers [slachtoffer 8] , [slachtoffer 21] , [slachtoffer 22] , [slachtoffer 20] en [slachtoffer 23] , omdat niet gebleken is dat er enig nadeel is ontstaan door het gebruiken van de persoonsgegevens voor het verkrijgen van betaalpassen, pincodes en dergelijke. Het ontstaan van enig nadeel is wel een vereiste om tot een bewezenverklaring te komen, omdat dit feit op die manier ten laste is gelegd.
De rechtbank zal de verdachte ook vrijspreken ten aanzien van de slachtoffers [slachtoffer 24] en [slachtoffer 25] en/of [slachtoffer 26] genoemd onder feit 4. Uit het dossier volgt weliswaar dat er bankrekeningen zijn geopend op naam van deze slachtoffers met gegevens die te linken zijn aan de verdachte, maar deze rekeningen zijn geopend bij een bank die niet is genoemd op de tenlastelegging. Daarom is niet vast te stellen dat er ten aanzien van deze slachtoffers nadeel is geleden op de wijze zoals genoemd in de tenlastelegging.
Feit 3 De advocaat heeft ten aanzien van de slachtoffers [slachtoffer 27] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 19] en [slachtoffer 39] gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken, omdat er geen camerabeelden zijn van de transacties en de transacties niet te herleiden zijn naar de verdachte.
De rechtbank is van oordeel dat feit 3 voor alle slachtoffers wettig en overtuigend bewezen is en verwijst naar de overwegingen zoals hierboven reeds opgenomen bij de feiten 1 en 4. De aanwezigheid van camerabeelden is niet noodzakelijk voor een bewezenverklaring.
Ten aanzien van het slachtoffer [slachtoffer 39] overweegt de rechtbank nog het volgende.
In de woning van de verdachte is een betaalpas van [slachtoffer 39] aangetroffen. Ook is gebleken dat er een verzoek is gedaan om geld van de rekening van de heer [slachtoffer 39] over te boeken naar de rekening van [slachtoffer 39] . Hiervoor is gebruik gemaakt van een kopie van het paspoort van [slachtoffer 39] . Op de laptop van de verdachte is een vervalsing van dit paspoort aangetroffen die door de verdachte is aangemaakt. In het bestand op de laptop is opgenomen wat de saldo’s zijn van de betaal- en spaarrekeningen en de data waarop de uitkering van de Sociale Verzekeringsbank en de huurtoeslag gestort worden. Uit het transactieoverzicht van ING volgt dat er van haar rekening gepind is van 19 tot en met 22 februari 2024. [slachtoffer 39] kan deze pinbetalingen niet gedaan hebben, omdat zij handelingsonbekwaam is en op dat moment in een gesloten tehuis woonde. Ook de heer [slachtoffer 39] kan deze pinbetalingen niet hebben verricht, omdat hij op dat moment al overleden was.
Al deze omstandigheden in samenhang bezien, verdragen zich zeer veel beter met de hypothese dat de verdachte de dader is dan met de hypothese dat er sprake is van een of meer anderen die deze handelingen en feiten volgens eenzelfde modus operandi hebben gepleegd. Het dossier bevat verder ook geen aanknopingspunten dat iemand anders dan de verdachte deze handelingen heeft verricht. Bovendien heeft de verdachte geen uitleg willen geven over hetgeen bij hem is aangetroffen, terwijl dit wel vraagt om een uitleg. Gelet daarop is de rechtbank van oordeel dat dit feit ook ten aanzien van [slachtoffer 39] bewezen is.
Feit 6 De advocaat heeft gesteld dat niet vastgesteld kan worden dat er is binnengedrongen in het systeem van de in de tenlastelegging genoemde banken.
De rechtbank is van oordeel dat voor twee banken, ABN AMRO en ING, en twee slachtoffers, [slachtoffer 27] en [slachtoffer 14] , bewezen is dat verdachte is binnengedrongen in de computersystemen van de genoemde banken door zich voor te doen als genoemde rekeninghouders. Voor [slachtoffer 27] en ABN AMRO volgt dat uit het screenshot van de bankomgeving dat is aangetroffen op een gegevensdrager van de verdachte. Voor [slachtoffer 14] en ING uit het aantreffen van gegevens over de toestellen waarop de verdachte was ingelogd middels de bankapp; een en ander in samenhang met de andere bevindingen in het dossier. Ofschoon er ook voor de andere genoemde rekeninghouders sterke aanwijzingen zijn dat de verdachte door middel van inloggegevens in bankomgevingen kon komen, bevat het dossier te weinig informatie om een concrete inbreuk door de verdachte vast te stellen. Hiervan zal de verdachte daarom worden vrijgesproken. Partiële vrijspraak volgt ook ten aanzien van DigiD, omdat DigiD geen bank is en geen rekeninghouders kent.
Feit 7 De advocaat heeft gesteld dat niet vastgesteld kan worden dat de verdachte de gegevens gewijzigd heeft.
De rechtbank is van oordeel dat dit feit wettig en overtuigend bewezen is en verwijst daarvoor naar hetgeen onder de derde en vierde stap van de modus operandi is opgenomen.
Parketnummer 16.353321.25 Modus operandi Op 31 maart 2025 is de voorlopige hechtenis van de verdachte geschorst. Op 2 juli 2025 is de verdachte opnieuw aangehouden. Uit het onderzoek is gebleken dat hij na zijn schorsing zijn modus operandi, zoals hiervoor reeds omschreven voor parketnummer 16.402217.24, weer heeft opgepakt en verder heeft verfijnd door gebruik te maken van de PostNL app waardoor hij kon zien wanneer de post van de slachtoffers bezorgd zou worden. Ook heeft hij een doorzendservice voor de post aangevraagd en ingeschakeld voor verschillende adressen. Dit heeft hij mogelijk gedaan om te voldoen aan één van zijn schorsingsvoorwaarden, te weten het locatieverbod voor de [straat] .
De verdachte had alle gegevens van zijn slachtoffers uit de zaken waarvoor hij in voorlopige hechtenis zat opgeslagen in een cloud-omgeving (Dropbox) die door de politie niet benaderd of afgesloten kon worden. Door daar weer in te loggen kreeg de verdachte andermaal toegang tot alle gegevens waar hij bij zijn eerste aanhouding ook toegang toe had.
Feiten 1 en 4 De rechtbank zal de verdachte vrijspreken voor wat betreft de slachtoffers [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] , omdat deze feiten ten aanzien van deze slachtoffers niet te bewijzen zijn.
Ten aanzien van feit 4 zal de rechtbank de verdachte tevens vrijspreken voor de slachtoffers [slachtoffer 7] , [slachtoffer 8] , [slachtoffer 28] en [slachtoffer 15] , omdat niet gebleken is dat er enig nadeel is ontstaan door het gebruiken van de persoonsgegevens voor het verkrijgen van betaalpassen, pincodes en dergelijke. Het ontstaan van enig nadeel is, gezien de tekst van de tenlastelegging wel een vereiste om tot een bewezenverklaring te komen.
De advocaat heeft gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken van feit 1 ten aanzien van slachtoffers [slachtoffer 28] en [slachtoffer 15] , omdat niemand gedwongen is tot afgifte van enig goed. Ten aanzien van slachtoffer [slachtoffer 15] refereert de advocaat zich wel aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft de accountaanvraag bij DigiD.
Anders dan de advocaat heeft betoogd, is de rechtbank van oordeel dat bij zowel [slachtoffer 28] als bij [slachtoffer 15] sprake is van een voltooide oplichtingshandeling door de verdachte. De verdachte heeft immers de betaalpassen laten blokkeren en in geval van [slachtoffer 28] ook nog het Mijn ING account laten deactiveren.
Voor de overige slachtoffers heeft de advocaat zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, zodat de rechtbank voor de bewezenverklaring verwijst naar de hiervoor genoemde modus operandi en de bewijsmiddelen in bijlage II.
De rechtbank is van oordeel dat de feiten 1 en 4, met uitzondering van de hierboven genoemde gedeeltelijke vrijspraak, wettig en overtuigend bewezen zijn.
Feit 6 De advocaat heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van de slachtoffers [slachtoffer 8] en [slachtoffer 7] , omdat onvoldoende vaststaat dat de verdachte is binnengedrongen in een geautomatiseerd werk of heeft ingelogd in de digitale omgeving van het slachtoffer. Ten aanzien van de slachtoffers [slachtoffer 39] en [slachtoffer 9] heeft de advocaat zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De rechtbank volgt hierin de advocaat. Naar het oordeel van de rechtbank zijn er onvoldoende aanknopingspunten om tot een veroordeling te komen ten aanzien van de slachtoffers [slachtoffer 8] en [slachtoffer 7] . Ten aanzien van de slachtoffers [slachtoffer 9] en [slachtoffer 39] is de rechtbank van oordeel dat het feit wel wettig en overtuigend bewezen is.
Feit 8 De advocaat en de officier van justitie hebben vrijspraak gevraagd voor de laatste vier gedachtestreepjes, omdat de daarin genoemde formulieren niet valselijk zijn opgemaakt. De rechtbank is het daarmee eens en zal de verdachte van dit deel van de tenlastelegging vrijspreken.
De rechtbank acht het overige onder feit 8 tenlastegelegde wel wettig en overtuigend bewezen. Omdat de advocaat zich ten aanzien hiervan heeft gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, volstaat de rechtbank met een verwijzing naar de bewijsmiddelen.
3.4.
Bewezenverklaring De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte: parketnummer 16.402217.24 Feit 1: in of omstreeks de periode van 6 januari 2024 tot en met 18 december 2024 te Almere , althans in Nederland, meermalen met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de Coöperatieve Rabobank U.A. en/of ABN AMRO Bank N.V. en/of ING bank en/of ICS en/of KNAB bank heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten betaalpassen met bijbehorende pincodes en/of meerdere (grote) geldbedragen, door meermalen telkens- (telefonisch) contact op te nemen met medewerkers van voornoemde banken, waarbij verdachte zich voor heeft gedaan als een ander, te weten:1. [slachtoffer 2]3. [slachtoffer 29]4. [slachtoffer 27]6. [slachtoffer 13]7. [slachtoffer 3]9. [slachtoffer 14]12. [slachtoffer 4]13. [slachtoffer 30]14. [slachtoffer 31]15. [slachtoffer 16]16. [slachtoffer 32]17. [slachtoffer 18]18. [slachtoffer 15]19. [slachtoffer 1]20. [slachtoffer 33]21. [slachtoffer 19]24. [slachtoffer 39]en/of diens/dier vertegenwoordiger/belangenbehartiger,- op naam van voornoemde personen aanvragen te doen voor een betaalpas met bijbehorende pincode en/of- aanvragen te doen voor het verkrijgen van de toegang tot internetbankieren en/of- de persoons- en/of adresgegevens van voornoemde personen ter verificatie door te geven aan die medewerker en/of- de poststukken van voornoemde personen te onderscheppen en/of- die eerder aangevraagde betaalpassen telefonisch en/of middels een activatiecode te activeren en/of- met die eerder aangevraagde betaalpassen transacties te doen;
Feit 2: in of omstreeks de periode van 6 januari 2024 tot en met 18 december 2024 te Almere , althans in Nederland, één of meerdere poststukken, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan1. [aangeefster 1]2. [slachtoffer 34]3. [slachtoffer 29]4. [slachtoffer 27]5. [slachtoffer 8]6. [slachtoffer 13]7. [slachtoffer 3]8. [slachtoffer 21]9. [slachtoffer 14]10. [slachtoffer 22]11. [slachtoffer 20]12. [slachtoffer 4]13. [slachtoffer 30]14. [slachtoffer 31]15. [slachtoffer 16]16. [slachtoffer 32]17. [slachtoffer 18]18. [slachtoffer 15]19. [slachtoffer 1]20. [slachtoffer 33]21. [slachtoffer 19]24. [slachtoffer 39]27. [slachtoffer 35]29. [slachtoffer 23]32. [slachtoffer 36]en/of diens/dier vertegenwoordiger/belangenbehartiger, toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte die weg te nemen poststukken onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking en/of een valse sleutel door sleutels van brievenbussen/postvakken tot het gebruik waarvan hij niet gerechtigd was;
Feit 3: in of omstreeks de periode van 6 januari 2024 tot en met 18 december 2024 te Almere , althans in Nederland, meerdere (grote) geldbedragen, die geheel of ten dele aan1. [slachtoffer 2]3. [slachtoffer 29]4. [slachtoffer 27]9. [slachtoffer 14]12. [slachtoffer 4]13. [slachtoffer 30]14. [slachtoffer 31]15. [slachtoffer 16]16. [slachtoffer 32]17. [slachtoffer 18]18. [slachtoffer 15]19. [slachtoffer 1]20. [slachtoffer 33]21. [slachtoffer 19]24. [slachtoffer 39]en/of diens/dier vertegenwoordiger/belangenbehartiger toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door met wederrechtelijk verkregen (betaal)passen met bijbehorende pincodes op naam van voornoemde personen- geldbedragen van spaarrekeningen naar betaalrekeningen over te boeken en/of- met die betaalpassen met bijbehorende pincodes transacties te verrichten bij betaalautomaten en/of pinautomaten en/of geldwisselkantoren en/of- bij (web)winkels goederen aan te schaffen;
Feit 4: in of omstreeks de periode van 6 januari 2024 tot en met 18 december 2024 te Almere , althans in Nederland, meermalen, telkens opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een of meer anderen, te weten:1. [slachtoffer 2]3. [slachtoffer 29]4. [slachtoffer 27]6. [slachtoffer 13]7. [slachtoffer 3]9. [slachtoffer 14]12. [slachtoffer 4]13. [slachtoffer 30]14. [slachtoffer 31]15. [slachtoffer 16]16. [slachtoffer 32]17. [slachtoffer 18]18. [slachtoffer 15]19. [slachtoffer 1]20. [slachtoffer 33]21. [slachtoffer 19]24. [slachtoffer 39]heeft gebruikt, met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen en/of de identiteit van de ander te misbruiken, waardoor uit dat gebruik enig nadeel is ontstaan, verdachte heeft immers voornoemde persoonsgegevens ter verificatie aan medewerkers van de Coöperatieve Rabobank UA. en/of ABN AMRO Bank N.V. en/of de ING bank en/of KPN en/of ICS en/of KNAB Bank en/of DigiD doorgegeven waardoor onder meer een of meerdere betaalpassen met bijbehorende pincodes en/of activatiecodes en/of simkaarten zijn verkregen;
Feit 5: in de periode van 6 januari 2024 tot en met 18 december 2024 te Almere , althans in Nederland, gegevens, te weten gegevensdragers, te weten een Lenovo ldeapad S340-14API en een USB stick en een Samsung telefoon en een Oppo telefoon met daarop lijsten en documenten bevattende persoonsgegevens (onder andere namen, adressen, geboortedata, bankrekeningnummers, telefoonnummer en/of e-mailadressen) van een groot aantal personen en/of huishoudens, heeft vervaardigd, heeft ontvangen, zich heeft verschaft, heeft verworven, en/of voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, wist dat die bestemd waren tot het plegen van een in artikel 231b en/of artikel 311 en/of artikel 326 Wetboek van Strafrecht omschreven misdrijf, terwijl dit feit betrekking had op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument;
Feit 6: in of omstreeks de periode van 6 januari 2024 tot en met 18 december 2024 te Almere , althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) een geautomatiseerd werk(en), te weten de server(s) van de (beveiligde) internetbankieren omgeving van ABN AMRO Bank N.V. en/of ING bank en/of de/het computersyste(e)m(en) van een of meerdere rekeninghouder(s), althans enig persoon handelend namens die rekeninghouder(s), te weten:4. [slachtoffer 27]9. [slachtoffer 14]is binnengedrongen, door het doorbreken van een beveiliging en/of door een technische ingreep en/of met behulp van valse signalen of een valse sleutel en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten door middels (onrechtmatig verkregen) inloggegevens en/of verificatiecodes van voornoemde rekeninghouder(s) in te loggen in de internetbankierenapp(s) en/of op het account van voornoemde rekeninghouder(s);
Feit 7:in of omstreeks de periode van 6 januari 2024 tot en met 18 december 2024 te Almere , althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk, gegevens, die door middel van een geautomatiseerd werk en/of door middel van telecommunicatie waren opgeslagen, werden verwerkt en/of werden overgedragen, te weten inloggegevens en/of persoonsgegevens en/of betaalgegevens en/of telefoonnummers en/of e-mailadressen en/of verificatiecodes van een of meer account(s) van een of meer rekeninghouder(s) en/of klanten van de Coöperatieve Rabobank U.A. en/of ABN AMRO Bank N.V. en/of ING bank en/of ICS, althans een of meer (andere) banken, en/of DigiD, heeft veranderd, gewist, onbruikbaar en/of ontoegankelijk heeft gemaakt en/of aan gegevens, die door middel van een geautomatiseerd werk en/of door middel van telecommunicatie waren opgeslagen, werden verwerkt en/of werden overgedragen, andere gegevens, te weten inloggegevens en/of persoonsgegevens en/of betaalgegevens en/of e-mailadressen heeft toegevoegd door met onrechtmatig verkregen (en/of door de rekeninghouder(s) onder valse voorwendselen ingevoerde) inloggegevens voornoemde gegevens (vervolgens) te veranderen en/of aan te passen en/of gegevens daaraan toe te voegen. parketnummer 16.046929.24 op 9 februari 2024 te Almere , meerdere poststukken, die aan mevrouw [slachtoffer 11] en/of mevrouw [slachtoffer 12] en/of [bedrijf 1] BV en/of Erven van hr [slachtoffer 12] toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen. parketnummer 16.353321.25 Feit 1: in de periode van 1 april 2025 tot en met 2 juli 2025, te Almere , althans in Nederland, meermalen telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de ING bank en/of Logius/DigiD en/of Reaal en/of PGGM heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten betaalpassen met bijbehorende pincodes en/of DigiD accounts en/of meerdere (grote) geldbedragen, door meermalen (telefonisch) contact op te nemen met medewerkers van voornoemde (financiële) instanties en/of overheidsinstellingen, waarbij verdachte zich voor heeft gedaan als een ander, te weten:1. [slachtoffer 9] ,2. [slachtoffer 39] ,3. [slachtoffer 28] ,4. [slachtoffer 37] ,7. [slachtoffer 15]en/of diens/dier vertegenwoordiger/belangenbehartiger,- op naam van voornoemde personen aanvragen te doen voor een betaalpas met bijbehorende pincode en/of- op naam van voornoemde personen aanvragen te doen voor het verkrijgen van de toegang tot internetbankieren en/of- op naam van voornoemde personen aanvragen te doen voor een DigiD account en/of- de persoons- en/of adresgegevens van voornoemde personen ter verificatie door te geven aan die medewerker en/of- die eerder aangevraagde betaalpassen en/of accounts telefonisch en/of middels een activatiecode te activeren dan wel te blokkeren en/of- één of meer gekoppelde bankrekeningnummers te wijzigen en/of- met die eerder aangevraagde betaalpassen transacties te doen en/of- één of meerdere geldbedragen uit te laten keren;
Feit 3:op 17 juni 2025, te Almere , tezamen en in vereniging met een ander een geldbedrag van EUR 750,- dat geheel of ten dele aan [slachtoffer 9] en/of diens vertegenwoordiger/belangenbehartiger, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen geldbedrag onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door met een wederrechtelijk verkregen betaalpas met bijbehorende pincode op naam van voornoemde [slachtoffer 9] met die betaalpas met bijbehorende pincode een transactie te verrichten bij eenpinautomaat;
Feit 4:in de periode van 1 april 2025 tot en met 2 juli 2025, te Almere , althans in Nederland, meermalen, telkens opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een of meer anderen, te weten:1. [slachtoffer 9] ,2. [slachtoffer 39] ,5. [slachtoffer 28] ,6. [slachtoffer 37] ,9. [slachtoffer 15]en/of diens/dier vertegenwoordiger/belangenbehartiger,heeft gebruikt, met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen en/of de identiteit van de ander te verhelen en/of te misbruiken, waardoor uit dat gebruik enig nadeel is ontstaan, verdachte heeft immers voornoemde persoonsgegevens ter verificatie aan medewerkers van de ING bank en/of Logius/DigiD en/of Reaal doorgegeven waardoor een of meerdere betaalpassen met bijbehorende pincodes en/of activatiecodes en/of simkaarten en/of accounts en/of één of meerdere geldbedragen zijn verkregen;
Feit 5: in of omstreeks de periode van 1 april 2025 tot en met 2 juli 2025, te Almere , althans in Nederland, gegevens, te weten een laptop Acer Aspire Go 15 en een Samsung Galaxy telefoon met daarop lijsten en documenten bevattende persoonsgegevens (onder andere namen, adressen, geboortedata, bankrekeningnummers, telefoonnummers en/of e-mailadressen) van een groot aantal personen en/of huishoudens, heeft vervaardigd, heeft ontvangen, zich heeft verschaft, heeft verworven, en/of voorhanden heeft gehad,waarvan hij, verdachte, wist dat die bestemd waren tot het plegen van een in artikel 231b en/of artikel 311 en/of artikel 326 Wetboek van Strafrecht omschreven misdrijf, terwijl dit feit betrekking had op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument;
Feit 6: in de periode 1 april 2025 tot en met 2 juli 2025, te Almere , althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) een geautomatiseerd werk, te weten de server(s) van de (beveiligde) internetbankieren omgeving van de ING bank en/of de/het computersyste(e)m(en) van een of meerdere rekeninghouder(s), althans enig persoon handelend namens die rekeninghouder(s), te weten,1. [slachtoffer 9] ,2. [slachtoffer 39] ,is binnengedrongen, door het doorbreken van een beveiliging en/of door een technische ingreep en/of met behulp van valse signalen of een valse sleutel en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten door middel van (onrechtmatig verkregen) inloggegevens en/of verificatiecodes van voornoemde rekeninghouder(s) in te loggen in de internetbankierenapp(s) en/of op het account van voornoemde rekeninghouder(s)/ perso(o)n(en);
Feit 7: in de periode van 12 april 2025 tot en met 2 juli 2025, te Almere , althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk, gegevens, die door middel van een geautomatiseerd werk en/of door middel van telecommunicatie waren opgeslagen, werden verwerkt en/of werden overgedragen, te weten inloggegevens en/of persoonsgegevens en/of betaalgegevens en/of e-mailadressen en/of verificatiecodes van een of meer account(s) van een of meer rekeninghouder(s) en/of klanten van de ING bank en/of Logius/DigiD en/of Reaal en/of PGGM, althans een of meer (financiële) instanties en/of overheidsinstellingen, heeft veranderd, gewist, onbruikbaar en/of ontoegankelijk heeft gemaakt en/of aan gegevens, die door middel van een geautomatiseerd werk en/of door middel van telecommunicatie waren opgeslagen, werden verwerkt en/of werden overgedragen, althans andere gegevens, te weten inloggegevens en/of persoonsgegevens en/of betaalgegevens en/of e-mailadressen heeft toegevoegd door met onrechtmatig verkregen (en/of door de rekeninghouder(s) onder valse voorwendselen ingevoerde) inloggegevens voornoemde gegevens (vervolgens) te veranderen en/of aan te passen en/of gegevens daaraan toe te voegen;
Feit 8:in de periode van 30 juli 2024 tot en met 15 augustus 2024, te Almere , althans in Nederland in een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten- een formulier "Afkoop levensverzekering na overlijden verzekeringnemer" met polisnummer " [polisnummer] " gericht aan Reaal (297-298)
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.
4Kwalificatie en strafbaarheid 4.1.
Kwalificatie De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
16.402217.24 feit 1 en 16.353321.25 feit 1: oplichting, meermalen gepleegd 16.402217.24 feit 2: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking en valse sleutels, meermalen gepleegd.
16.402217.24 feit 3: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.
16.402217.24 feit 4 en 16.353321.25 feit 4: opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander gebruiken met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen en de identiteit van een ander te misbruiken, waardoor uit dat gebruik enig nadeel kan ontstaan, meermalen gepleegd.
16.402217.24 feit 5 en 16.353321.25 feit 5: gegevens vervaardigen, ontvangen, zich verschaffen, verwerven, voorhanden hebben waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van een in artikel 231b, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht omschreven misdrijf, dan wel een misdrijf omschreven in artikel 311 en artikel 326 voor zover het feit betrekking heeft op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument 16.402217.24 feit 6 en 16.353321.25 feit 6: computervredebreuk, meermalen gepleegd.
16.402217.24 feit 7 en 16.353321.25 feit 7: opzettelijk en wederrechtelijk gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk of door middel van telecommunicatie zijn opgeslagen, worden verwerkt, worden overgedragen, veranderen, wissen, onbruikbaar of ontoegankelijk maken, dan wel andere gegevens daaraan toevoegen.
16.046929.24: diefstal, meermalen gepleegd.
16.353321.25 feit 3: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.
16.353321.25 feit 8: valsheid in geschrift en opzettelijk gebruik maken van een vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst.
4.2.
Strafbaarheid feiten en verdachte De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
5Straf 5.1.
Vordering van de officier van justitie De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 48 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar, met als bijzondere voorwaarden kort gezegd een meldplicht, opname in een zorginstelling, ambulante behandeling, contactverbod met alle slachtoffers en medeverdachten in deze zaken, het hebben van een dagbesteding en het aflossen van schulden.
5.2.
Standpunt van de verdediging De advocaat voert aan dat bij de strafmaat rekening moet worden gehouden met de eendaadse samenloop en de verminderde toerekeningsvatbaarheid van de verdachte.
Door de psycholoog is een klinische en ambulante behandeling van flinke duur geadviseerd. De reclassering heeft een klinische opname van een jaar genoemd. Als de rechtbank een klinische opname van een jaar wil opleggen, moet bekend zijn waar de behandeling zich op moet richten. Er is geen onderbouwing voor het opleggen van een klinische opname van een jaar en bovendien moet het in verhouding staan tot het voorwaardelijke strafdeel. De advocaat heeft daarom verzocht om de opname te beperken tot maximaal zes maanden. De advocaat heeft ook gevraagd om niet op te nemen dat het nemen van medicijnen onderdeel uitmaakt van de bijzondere voorwaarden.
Indien de rechtbank niet meegaat in deze verzoeken van de advocaat, heeft de advocaat een voorwaardelijk verzoek gedaan tot het aanhouden van de zaak om de rapporteurs op zitting te kunnen horen.
Verder heeft de advocaat aangevoerd dat er sprake is van een onherstelbaar vormverzuim in het voorbereidend onderzoek, in die zin dat het gaat om het volledig doorzoeken van de gegevensdragers van de verdachte zonder de vereiste Landeck-machtigingen of met een machtiging die in strijd is met de wet. Omdat er een ernstige schending heeft plaatsgevonden en het een zeer ingrijpende inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte betreft, moet dit volgens de advocaat tot strafvermindering leiden.
De advocaat heeft verzocht om de straf te beperken tot het voorarrest en een voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarde een klinische opname voor de duur van zes maanden en geen bijzondere voorwaarde op te leggen voor het nemen van medicijnen.
5.3.
Oordeel van de rechtbank De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf op van 48 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. Aan het voorwaardelijk deel van de straf worden de algemene en bijzondere voorwaarden verbonden zoals geadviseerd door de reclassering, behoudens het nemen van medicijnen.
Bij het bepalen van deze straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van de feiten De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ernstige strafbare feiten. Hij heeft zich gedurende een periode van ruim 11 maanden meermalen schuldig gemaakt aan onder meer oplichting, gekwalificeerde diefstal, computervredebreuk, het voorhanden hebben van leads, valsheid in geschrift en identiteitsfraude. Nadat zijn voorlopige hechtenis was geschorst is hij vrijwel direct weer doorgegaan met dezelfde feiten en ook nog bij deels dezelfde slachtoffers. Dit heeft ruim vier maanden geduurd en is alleen gestopt, omdat de verdachte weer werd aangehouden en vast kwam te zitten. In plaats van dat de verdachte heeft geleerd van zijn schorsing, heeft hij alleen opgepikt hoe hij zijn methodes moest verfijnen.
Er is sprake van een groot aantal slachtoffers. Naast de op de tenlastelegging genoemde slachtoffers had de verdachte van nog veel meer mensen persoonlijke gegevens in lijsten opgeslagen op zijn laptop. De slachtoffers van de verdachte waren voornamelijk kwetsbare, oude en (van zorg) afhankelijke personen of de erven van reeds overleden personen. Hij heeft een verregaande inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van zijn slachtoffers. De modus operandi van de verdachte is eerder in dit vonnis al uitgebreid aan bod gekomen. Opvallend hierbij is dat de verdachte bijzonder ver is gegaan om de persoonlijke informatie van zijn slachtoffers te achterhalen, waarbij hij het niet schuwde om medische gegevens op te vragen en pensioengelden uit te laten keren aan zichzelf.
Het handelen van de verdachte had maar één doel: zoveel mogelijk geld verdienen. Daarbij interesseerde het hem niet wat de gevolgen voor de slachtoffers zouden zijn. Het is dan ook tekenend dat hij in een chatgesprek heeft aangegeven dat er genoeg te plukken is en in een ander chatgesprek dat het al de tweede keer is dat hij deze man te pakken heeft en de man ‘gaat het merken’ en 'moet leeg'.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met:
De psycholoog heeft geconstateerd dat er bij de verdachte sprake is van een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische kenmerken. Hiervan was ook sprake tijdens de tenlastegelegde feiten en dit beïnvloedde zijn gedragskeuzes en gedragingen. Er zijn aanwijzingen voor een zwakke intelligentie gelet op de globale IQ score die de verdachte heeft gehaald, maar dat past niet bij zijn vooropleidingsniveau. De verdachte is afgestudeerd in de civiele techniek aan het hbo. Het profiel van de verdachte past ook niet bij zijn vooropleiding, maar lijkt wel aan te sluiten op het lage niveau van zelfredzaamheid en adaptieve functioneren. De verdachte heeft aangegeven dat hij het tenlastegelegde gedrag heeft gekopieerd van de feiten in 2012/2013. Hij heeft toen van anderen geleerd hoe hij de feiten moest plegen. Bij de feiten is zeer routinematig gewerkt. Een laag intelligentieniveau en het plegen van de feiten hoeven elkaar dus niet uit te sluiten.
De psycholoog heeft geadviseerd om de tenlastegelegde feiten in (tenminste) enigszins verminderde mate toe te rekenen aan de verdachte.
De kans op herhaling op enige termijn en bij afwezigheid van verplichte zorg, wordt op tenminste matig en mogelijk hoog ingeschat. De psycholoog heeft aangegeven dat een ambulante behandeling naar verwachting te weinig op zal leveren qua voortzetting van diagnostiek en niet intensief genoeg zal zijn. Daarom heeft de psycholoog geadviseerd om in het kader van bijzondere voorwaarden te starten met een klinische opname, waarna ambulante begeleiding moet volgen.
De rechtbank neemt de conclusie van de psycholoog over, maakt deze tot de hare, en zal het bewezenverklaarde in enigszins verminderde mate aan de verdachte toerekenen.
Bij de reclassering heeft de verdachte aangegeven dat hij volledig zal meewerken aan een klinische behandeling. De reclassering heeft de kans op herhaling van de bewezenverklaarde feiten hoog geschat.
Om dit recidiverisico te verminderen heeft de reclassering geadviseerd om een deels voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, opname in een zorginstelling, ambulante behandeling, een contactverbod met de slachtoffers en de medeverdachte in deze zaak, het hebben van dagbesteding en het aflossen van schulden.
Vormverzuim De enkele omstandigheid dat in een apart mapje op de laptop van de verdachte een concept tenlastelegging is aangetroffen, zonder begeleid schrijven of aantekening, maakt niet dat er een inbreuk is gemaakt op het verschoningsrecht. In het proces-verbaal van bevindingen van 26 februari 2026 is door de politie ook bevestigd dat er geen verschoningsgerechtigde stukken zijn ingezien. In zoverre is er geen sprake van een vormverzuim.
Dat is anders ten aanzien van het ontbreken van de machtiging van de rechter-commissaris om de laptop en de eerste inbeslaggenomen telefoon te doorzoeken. Het onderzoek in de telefoon en de laptop heeft plaatsgevonden voor het Landeck-arrest. Uit het dossier volgt niet dat aan het onderzoek aan deze gegevensdragers beperkingen waren verbonden, waardoor met het uitlezen van deze gegevensdragers sprake is van een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte. Omdat er geen voorafgaande toestemming van de rechter-commissaris is verkregen, constateert de rechtbank dat er sprake is van een onherstelbaar vormverzuim.
De vraag is welk rechtgevolg hieraan moet worden verbonden. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat het gaat om een onderzoek naar ernstige strafbare feiten waarbij sprake is geweest van een verregaande inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers. Gelet op de aard en ernst van de feiten zou de machtiging van de rechter-commissaris, indien gevraagd, zonder meer zijn verkregen en naar alle waarschijnlijkheid zonder dat daar beperkingen aan zouden zijn verbonden. Door de verdediging is niet betoogd welk concreet nadeel door de verdachte is geleden als gevolg van het onderzoek aan de gegevensdragers.
De rechtbank zal gelet op al het voorgaande geen consequentie verbinden aan het vormverzuim en volstaan met de constatering daarvan.
Voor het onderzoek aan de tweede inbeslaggenomen telefoon is er wel een machtiging van de rechter-commissaris afgegeven, maar deze machtiging is niet in tijd beperkt. De rechter-commissaris heeft geen aanleiding gezien voor beperkingen gelet op de aard en omvang van het dossier en de verdenkingen. De rechtbank is van oordeel dat dit een juiste beslissing is, gelet op het feit dat de verdachte vrijwel direct nadat zijn voorlopige hechtenis was geschorst is doorgegaan met het plegen van dezelfde soort strafbare feiten. Dat noopt tot verdergaand onderzoek. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat hier geen sprake is van een vormverzuim.
Strafkader Gelet op de ernst van de feiten is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van na te melden duur met zich brengt.
De landelijke oriëntatiepunten bieden voor deze feiten geen houvast. Daarom zoekt de rechtbank aansluiting bij wat doorgaans voor dit soort zaken wordt opgelegd en bij de richtlijn Cybercrime van het Openbaar Ministerie. Die richtlijn noemt als uitgangspunt een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren.
In strafverzwarende zin neemt de rechtbank mee dat het om veel feiten gaat met zeer veel, vaak zeer kwetsbare, slachtoffers. Ook de geraffineerdheid waarmee de verdachte te werk is gegaan en de verregaande inbreuk die hij op het leven van de slachtoffers gemaakt heeft, is als strafverzwarend aan te merken evenals het feit dat hij direct na de schorsing van de voorlopige hechtenis is doorgegaan met het plegen van deze feiten. Ook neemt de rechtbank in strafverzwarende zin mee dat de verdachte geen openheid heeft gegeven en ook op geen enkele wijze berouw heeft getoond naar de slachtoffers. Hieruit blijkt dat de verdachte zeer volhardend is in het plegen van deze strafbare feiten.
In strafmatigende zin houdt de rechtbank rekening met de enigszins verminderde toerekeningsvatbaarheid van de verdachte.
Gelet op hetgeen in de rapportages is opgenomen, vindt de rechtbank het van belang dat de verdachte een klinische behandeling ondergaat gevolgd door een ambulante behandeling. Ook mag hij geen contact meer opnemen met de slachtoffers en de medeverdachte, hij moet zorgen voor een dagbesteding en hij moet zijn schulden aflossen.
De rechtbank zal dit in het kader van bijzondere voorwaarden opleggen.
Door de advocaat is gesteld dat er geen onderbouwing is voor het opleggen van een klinische behandeling voor de duur van een jaar.
Uit artikel 14c, tweede lid, aanhef en onder 100, van het Wetboek van Strafrecht volgt dat de rechtbank als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijke straf de opname in een zorginstelling kan opleggen voor maximaal de duur van de proeftijd.
In de jurisprudentie is daarnaast algemeen aanvaard dat de rechtbank beslist over de noodzaak van opname en een maximum duur daarvan bepaalt en dat de reclassering in overleg met de behandelaars deze klinische opname wel kan verkorten als zij dat nodig en mogelijk vinden. Het is gebruikelijk dat in dit soort zaken door de rechtbank een klinische opname voor de duur van maximaal één jaar wordt opgelegd. De adviezen van de psycholoog en de reclassering bieden daar voldoende onderbouwing voor. De rechtbank volgt deze adviezen en zal ook in dit geval een klinische behandeling (opname in een zorginstelling) van maximaal een jaar opleggen als bijzondere voorwaarde.
Gelet op het voorgaande wijst de rechtbank het voorwaardelijk verzoek tot aanhouding van de zaak om de deskundigen op zitting te horen af.
Door de advocaat is tevens het standpunt ingenomen dat niet bepaald moet worden dat de verdachte medicijnen moet innemen.
Uit de rapportage van de psycholoog blijkt niet dat er aanleiding is om aan de verdachte de verplichting tot het nemen van medicatie op te leggen. De rechtbank zal dat dan ook niet doen.
Gelet op al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de eis van de officier van justitie passend en geboden is en de rechtbank zal deze straf dan ook opleggen.
De rechtbank legt aan de verdachte op een gevangenisstraf van 48 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. Aan het voorwaardelijk deel van de straf worden als bijzondere voorwaarden een meldplicht, opname in een zorginstelling, ambulante behandeling, contactverbod, het hebben van een dagbesteding en het aflossen van schulden opgelegd.
Tenuitvoerlegging van de straf De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.
Samenloop Door de advocaat is verzocht rekening te houden met eendaadse samenloop. Daarbij heeft de advocaat niet aangegeven op welke feiten eendaadse samenloop van toepassing zou zijn.
De rechtbank ziet geen aanleiding om eendaadse samenloop aan te nemen. Daarbij heeft de rechtbank in de eerste plaats acht geslagen op het feit dat het gaat om uiteenlopende strafbare feiten met verschillende te beschermen belangen. Bovendien is het doel van de samenloopbepalingen in de strafwet om cumulatie van straffen te voorkomen. De rechtbank heeft daar door het aannemen van meerdaadse samenloop en ook overigens al ruimschoots rekening mee gehouden.
6In beslag genomen voorwerpen 6.1.
Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd om de volgende op de beslaglijst genoemde voorwerpen verbeurd te verklaren, omdat deze voorwerpen zijn gebruikt bij het plegen van de strafbare feiten:
Het op de beslaglijst onder 1 genoemde geldbedrag van € 15.880,- mag van de officier van justitie terug naar de beslagene, waarbij is opgemerkt dat het geldbedrag nog wel onder conservatoir beslag blijft.
6.2.
Standpunt van de verdediging De advocaat heeft niets gezegd over de in beslag genomen voorwerpen.
6.3.
Oordeel van de rechtbank Verbeurdverklaring De rechtbank zal de in beslag genomen voorwerpen, te weten:
Met behulp van deze voorwerpen zijn de onder 16.402217.14 bewezen verklaarde feiten 1, 4, 5, 6 en 7 en de onder 16.353321.25 bewezen verklaarde feiten 1, 4, 5, 6, 7 en 8 begaan.
Teruggave aan de rechthebbende De rechtbank zal teruggave gelasten van het in beslag genomen voorwerp, te weten een Europees paspoort […] , goednummer 3454600, aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende van dit voorwerp kan worden aangemerkt.
Teruggave aan verdachte De rechtbank zal teruggave gelasten aan de verdachte van de in beslag genomen voorwerpen, te weten:
De rechtbank merkt daarbij op dat het geldbedrag van € 15.880,- nog wel onder conservatoir beslag blijft.
7Vordering benadeelde partij 7.1.
Vordering van de benadeelde partijen ABN AMRO ABN AMRO heeft zich in parketnummer 16.402217.24 gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een materiële schadevergoeding van € 2.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente. ABN AMRO stelt dat zij als gevolg van fraude schade heeft geleden, omdat zij aan slachtoffer [slachtoffer 27] een bedrag van € 2.000,- heeft vergoed.
Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
De benadeelde partij vraagt ook een vergoeding van € 120,- voor gemaakte proceskosten, bestaande uit onderzoekskosten.
ICS ICS heeft zich in parketnummer 16.402217.24 gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een materiële schadevergoeding van € 1.422,28 . ICS heeft gesteld dat zij als gevolg van fraude schade heeft geleden, omdat zij aan haar klanten een bedrag van totaal € 1.422,28 heeft vergoed.
Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
ING ING heeft zich met twee vorderingen gesteld als benadeelde partij. Zij vordert de verdachte in parketnummer 16.402217.24 te veroordelen tot betaling van een materiële schadevergoeding van € 24.694,74, vermeerderd met de wettelijke rente.
De materiële schade bestaat uit de volgende onderdelen:
Schadevergoeding aan verschillende klanten ING: € 14.386,74;
Onderzoekskosten: € 10.308,-.
In parketnummer 16.353321.25 vordert ING de verdachte te veroordelen tot het betalen van een materiële schadevergoeding van € 70.531,53, vermeerderd met de wettelijke rente. ING heeft gesteld dat de verdachte zich door middel van diverse strafbare feiten wederrechtelijk verrijkt heeft met geld van klanten van ING en dat zij als gevolg daarvan schade heeft geleden, omdat zij haar klanten in totaal een bedrag van € 70.531,53 heeft vergoed.
Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen bij beide vorderingen.
Logius Logius heeft zich in parketnummer 16.402217.24 gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een materiële schadevergoeding van € 3.164,74, vermeerderd met de wettelijke rente. Logius stelt dat zij als gevolg van de door de verdachte onder feit 4 en feit 7 gepleegde feiten onderzoek en analyse heeft moeten uitvoeren ten behoeve van de aangifte.
Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. [slachtoffer 4] heeft zich in parketnummer 16.402217.24 gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een materiële schadevergoeding van € 2.428,60, vermeerderd met de wettelijke rente. [slachtoffer 4] heeft gesteld dat dit bedrag door toedoen van de verdachte ten onrechte van haar rekening is afgeboekt.
Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. [slachtoffer 13] heeft zich in parketnummer 16.402217.24 gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 1.789,56 vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit € 489,56 voor vergoeding van materiële schade en € 1.300,- voor vergoeding van immateriële schade (smartengeld).
De materiële schade bestaat uit de volgende onderdelen:
De materiële schade bestaat uit verlies van inkomsten.
Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. [slachtoffer 35] heeft zich in parketnummer 16.402217.24 gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een immateriële schadevergoeding (smartengeld) van € 200,- , vermeerderd met de wettelijke rente.
Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
PGGM PGGM heeft zich in parketnummer 16.353321.25 gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een materiële schadevergoeding van € 2.307,77, vermeerderd met de wettelijke rente.
De materiële schade bestaat uit de volgende onderdelen:
PGGM heeft gesteld dat zij deze schade heeft geleden doordat de verdachte door het verkrijgen van de DigiD inloggegevens van PFZW deelnemer [slachtoffer 39] het rekeningnummer onrechtmatig heeft gewijzigd waardoor er drie maandelijkse pensioen betalingen ten onrechte naar de verdachte zijn overgemaakt.
Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
7.2.
Standpunt van de officier van justitie ABN AMRO, ICS, ING en Logius Ten aanzien van de zakelijke partijen ABN AMRO, ICS, ING en Logius heeft de officier van justitie aangegeven dat de banken rechtstreeks schade hebben geleden doordat de banken zijn misleid tot afgifte van geld. De vorderingen kunnen daarom worden toegewezen, voor zowel de vergoede schadebedragen als ook de gevorderde onderzoekskosten.
Met betrekking tot ING heeft de officier van justitie nog opgemerkt dat de twee vorderingen als één geheel moeten worden gezien en dat daarmee de schade van slachtoffer [slachtoffer 39] , die is geleden in de zaak met parketnummer 16.402217.24, maar gevorderd wordt onder parketnummer 16.353321.25, voor vergoeding in aanmerking komt, met uitzondering van de bedragen van voor de tenlastegelegde periode. [slachtoffer 4] De officier van justitie heeft aangegeven dat de vordering voor toewijzing in aanmerking komt. [slachtoffer 13] De officier van justitie heeft aangegeven dat de materiële schade voldoende is onderbouwd en kan worden toegewezen, omdat dit voortkomt uit de strafbare feiten.
De immateriële schade kan worden toegewezen tot een bedrag van € 500,-, omdat het slachtoffer en haar gezin veel last, onrust en angst hebben gevoeld nadat zij was opgelicht. [slachtoffer 1] De officier van justitie heeft gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat de gestelde schade niet is onderbouwd. [slachtoffer 35] De officier van justitie heeft aangegeven dat de vordering kan worden toegewezen.
PGGM De officier van justitie heeft aangegeven dat de vordering niet voor vergoeding in aanmerking komt, omdat de betalingen buiten de tenlastegelegde periode vallen. PGGM moet daarom niet-ontvankelijk verklaard worden.
7.3.
Standpunt van de verdediging ABN AMRO Verzocht wordt om ABN AMRO niet-ontvankelijk te verklaren gelet op de bepleite vrijspraak. Ook is het bewijs dat [slachtoffer 27] is gecompenseerd onleesbaar.
ICS Het is onduidelijk voor wie de vordering is ingediend. Om dit uit te zoeken levert een onevenredige belasting op van het strafgeding. De advocaat heeft daarom verzocht ICS niet-ontvankelijk te verklaren.
ING De advocaat heeft aangegeven dat ING niet per persoon heeft uitgewerkt waarom de verdachte verantwoordelijk is voor de schade. Voor veel van deze personen is eerder bepleit dat er onvoldoende bewijs in het dossier aanwezig is.
Verder heeft de advocaat bepleit dat de onderzoekskosten moeten worden afgewezen, omdat de onderzoekskosten ongespecificeerd zijn.
Met betrekking tot de tweede vordering van ING heeft de advocaat verzocht om ING niet-ontvankelijk te verklaren, omdat er schadevergoeding wordt gevraagd voor transacties tot 18 november 2024 terwijl de tenlastegelegde periode start vanaf 1 april 2025. Er is dus geen rechtstreekse schade.
Logius De advocaat heeft aangegeven dat niet te beoordelen is dat aan de dubbele redelijkheidstoets is voldaan en dat niet beoordeeld kan worden of er sprake is van rechtstreekse schade. [slachtoffer 4] De advocaat heeft zich niet uitgelaten over de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] . [slachtoffer 13] De advocaat heeft verzocht om de materiële schade af te wijzen, omdat dit geen rechtstreekse schade is.
De immateriële schade komt niet voor vergoeding in aanmerking, omdat stress niet als aantasting in de persoon wordt beschouwd en geen in de psychiatrie erkend ziektebeeld betreft. [slachtoffer 1] De advocaat heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] af te wijzen, omdat de schade niet is onderbouwd. [slachtoffer 35] De advocaat heeft gesteld dat de immateriële schade niet voor vergoeding in aanmerking komt, omdat stress niet als aantasting in de persoon wordt beschouwd en geen in de psychiatrie erkend ziektebeeld betreft.
PGGM De advocaat heeft verzocht PGGM niet-ontvankelijk te verklaren, omdat de verzochte vergoeding ziet op een periode buiten de tenlastegelegde periode.
7.4.
Oordeel van de rechtbank ABN AMRO De benadeelde partij heeft onder de titel proceskosten een vergoeding van € 120,- gevraagd. Dit bedrag ziet op onderzoekskosten. Naar het oordeel van de rechtbank behoren onderzoekskosten tot de materiële schade, daarom wordt de vordering zo gelezen dat de materiële schade bestaat uit € 2.000,- aan vergoede kosten en € 120,- aan onderzoekskosten, in totaal dus € 2.120,-.
De vordering tot vergoeding van materiële schade is voldoende onderbouwd. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door de onder parketnummer 16.402217.24 bewezen verklaarde feiten 1, 3, 4, 6 en 7 voor het gevorderde bedrag. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade daarom geheel toe.
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Omdat de vordering tot schadevergoeding wordt toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partij heeft gemaakt.
De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de benadeelde partij kosten heeft gemaakt voor het indienen van de vordering en begroot de kosten daarom op nihil.
ICS De vordering tot vergoeding van materiële schade is voldoende onderbouwd. ICS wordt in het dossier onder ‘zaak 30’ genoemd. Daaruit blijkt dat ICS de schade die bij slachtoffer [slachtoffer 19] is ontstaan, heeft vergoed. Dat betreft exact het bedrag dat wordt gevorderd door ICS. Gelet daarop is het voor de rechtbank voldoende duidelijk geworden waar de materiële schade op gebaseerd is en kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door de onder parketnummer 16.402217.24 bewezen verklaarde feiten 1, 3, 4, 6 en 7, voor het gevorderde bedrag. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade daarom geheel toe.
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Omdat de vordering tot schadevergoeding wordt toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partij heeft gemaakt.
De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de benadeelde partij kosten heeft gemaakt voor het indienen van de vordering en begroot de kosten daarom op nihil.
ING Ten aanzien van de eerste vordering:
Het gedeelte van de vordering dat ziet op de door ING betaalde schadevergoeding aan klanten van in totaal € 14.386,74 is voldoende onderbouwd en namens de verdachte niet gemotiveerd betwist. De rechtbank stelt op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting vast dat deze schade in rechtstreeks verband staat met de onder parketnummer 16.402217.24 bewezen verklaarde feiten 1, 3, 4, 6 en 7 bewezen verklaarde feiten. De rechtbank wijst dit deel van de vordering daarom toe.
De in de eerste vordering genoemde onderzoekskosten ten bedrage van € 10.308,- zijn door de advocaat betwist.
Ten aanzien van deze onderzoekskosten is de rechtbank van oordeel dat voldoende is onderbouwd en aannemelijk gemaakt dat er kosten zijn gemaakt, maar dat deze kosten onvoldoende zijn gespecificeerd. De benadeelde partij krijgt geen gelegenheid om dit gedeelte van de vordering alsnog verder te onderbouwen, omdat dat leidt tot een te grote belasting van deze strafprocedure. Daarom zal de rechtbank uitgaan van de onderzoekskosten die doorgaans worden betaald in dit soort zaken, te weten € 120,- per slachtoffer. In dit geval gaat het om 13 slachtoffers, zodat aan onderzoekskosten een bedrag van € 1.560,- wordt toegekend. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in dit deel van de vordering. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.
Ten aanzien van de tweede vordering oordeelt de rechtbank dat voldoende duidelijk is waar deze vordering op ziet. Uit de onderbouwing blijkt wanneer de schade is ontstaan en op welke klanten de schade ziet. Het enkele feit dat alleen parketnummer 16.353321.25 op de vordering is genoemd en niet ook parketnummer 16.402217.24, maakt dat niet anders. Daar komt nog bij dat de zaken gevoegd zijn.
De vordering tot vergoeding van materiële schade op de tweede vordering is voldoende onderbouwd. De rechtbank stelt op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting vast dat deze schade in rechtstreeks verband staat met de onder parketnummer 16.402217.24 bewezen verklaarde feiten 1, 3, 4, 6 en 7 en de onder parketnummer 16.353321.25 bewezen verklaarde feiten 1, 4, 6 en 7. De rechtbank wijst een bedrag van € 67.304,37 toe. Voor het overige gedeelte van de vordering, te weten een bedrag van € 3.227,16, zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard worden, omdat dit bedrag ziet op schade die voor de tenlastegelegde periode is ontstaan, zodat dit geen rechtstreekse schade betreft.
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Omdat de vorderingen tot schadevergoeding worden toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partij heeft gemaakt.
De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de benadeelde partij kosten heeft gemaakt voor het indienen en toelichten van de vordering en begroot de kosten daarom op nihil.
Logius De vordering tot vergoeding van materiële schade is voldoende onderbouwd. Er is een urenspecificatie aangeleverd en alleen de extra uren en de uren die niet op de gebruikelijke werkzaamheden zien, zijn in rekening gebracht. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door de onder parketnummer 16.402217.24 bewezen verklaarde feiten 4 en 7, voor het gevorderde bedrag. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade daarom geheel toe.
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Omdat de vordering tot schadevergoeding wordt toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partij heeft gemaakt.
De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de benadeelde partij kosten heeft gemaakt voor het indienen van de vordering en begroot de kosten daarom op nihil. [slachtoffer 4] De vordering tot vergoeding van materiële schade is voldoende onderbouwd en namens de verdachte niet betwist. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het onder parketnummer 16.402217.24 bewezen verklaarde feit 3, voor het gevorderde bedrag. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade daarom geheel toe.
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Omdat de vordering tot schadevergoeding wordt toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partij heeft gemaakt.
De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de benadeelde partij kosten heeft gemaakt voor het indienen van de vordering en begroot de kosten daarom op nihil. [slachtoffer 13] De advocaat heeft de vordering tot schadevergoeding betwist. Gelet op deze betwisting is de rechtbank van oordeel dat de vordering voor het materiële deel onvoldoende is onderbouwd.
Vergoeding van immateriële schade is mogelijk op grond van art. 6:106 sub b BW als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd.
Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon.
De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij onvoldoende gegevens heeft verstrekt waaruit blijkt dat zij door het strafbare feit geestelijk letsel heeft opgelopen.
Ook kan de rechtbank niet vaststellen dat anderszins sprake is van een aantasting in de persoon, omdat de benadeelde partij onvoldoende met concrete gegevens heeft onderbouwd welke gevolgen het strafbare feit voor haar heeft gehad.
Van een uitzonderlijke situatie waarin geen onderbouwing nodig is, is in dit geval geen sprake, gelet op rechtspraak van de Hoge Raad.
De benadeelde partij krijgt geen gelegenheid om de vordering alsnog verder te onderbouwen, omdat dat leidt tot een te grote belasting van deze strafprocedure. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vordering, waardoor niet is komen vast te staan of en in hoeverre de vordering terecht is ingediend. De benadeelde partij moet daarom de kosten vergoeden die de verdachte heeft gemaakt om tegen deze vordering in te gaan.
De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de verdachte daarvoor kosten heeft gemaakt en begroot de kosten daarom op nihil. [slachtoffer 1] De benadeelde partij heeft de vordering tot schadevergoeding onvoldoende onderbouwd. De rechtbank begrijpt dat de benadeelde partij gedupeerd is door het handelen van de verdachte, maar kan zonder nadere onderbouwing van het gevorderde bedrag niet bepalen dat, en zo ja, welk bedrag moet worden toegewezen.
De benadeelde partij krijgt geen gelegenheid om de vordering alsnog verder te onderbouwen, omdat dat leidt tot een te grote belasting van deze strafprocedure. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vordering, waardoor niet is komen vast te staan of en in hoeverre de vordering terecht is ingediend. De benadeelde partij moet daarom de kosten vergoeden die de verdachte heeft gemaakt om tegen deze vordering in te gaan.
De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de verdachte daarvoor kosten heeft gemaakt en begroot de kosten daarom op nihil. [slachtoffer 35] De rechtbank verwijst naar hetgeen bij de benadeelde partij Post in het algemeen is overwogen ten aanzien van de immateriële schade.
De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij onvoldoende gegevens heeft verstrekt waaruit blijkt dat zij door het strafbare feit geestelijk letsel heeft opgelopen. Hoe begrijpelijk ook dat de handelwijze van de verdachte stress en slapeloze nachten met zich heeft gebracht, kan dit juridisch gezien niet als geestelijk letsel worden gekwalificeerd.
Ook kan de rechtbank niet vaststellen dat anderszins sprake is van een aantasting in de persoon, omdat de benadeelde partij onvoldoende met concrete gegevens heeft onderbouwd welke gevolgen het strafbare feit voor haar heeft gehad.
Van een uitzonderlijke situatie waarin geen onderbouwing nodig is, is in dit geval geen sprake, gelet op rechtspraak van de Hoge Raad.
De benadeelde partij krijgt geen gelegenheid om de vordering alsnog verder te onderbouwen, omdat dat leidt tot een te grote belasting van deze strafprocedure. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vordering, waardoor niet is komen vast te staan of en in hoeverre de vordering terecht is ingediend. De benadeelde partij moet daarom de kosten vergoeden die de verdachte heeft gemaakt om tegen deze vordering in te gaan.
De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de verdachte daarvoor kosten heeft gemaakt en begroot de kosten daarom op nihil.
PGGM Alleen schade die rechtstreeks is geleden door het bewezen verklaarde feit, komt voor vergoeding in aanmerking. In dit geval is geen sprake van rechtstreekse schade, omdat de schade is ontstaan buiten de tenlastegelegde periode. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering.
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vordering, waardoor niet is komen vast te staan of en in hoeverre de vordering terecht is ingediend. De benadeelde partij moet daarom de kosten vergoeden die de verdachte heeft gemaakt om tegen deze vordering in te gaan.
De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de verdachte daarvoor kosten heeft gemaakt en begroot de kosten daarom op nihil.
Wettelijke rente De hiervoor genoemde bedragen die de verdachte aan de benadeelde partijen moet vergoeden worden vermeerderd met de wettelijke rente voor zover hierom is verzocht, telkens vanaf de datum of data van het ontstaan van de schade(s), zoals hieronder in de beslissing weergegeven. Indien de datum of data waarop de banken de schade hebben vergoed aan de slachtoffers niet blijkt, zal worden uitgegaan van de datum van indienen van de vordering.
Schadevergoedingsmaatregel Daarnaast legt de rechtbank ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 4] de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor haar doet.
De rechtbank zal, anders dan door de advocaat is verzocht, tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende bedrag voor de benadeelde partijen ABN AMRO, ICS en ING, ook al gaat het hier om rechtspersonen die zich als benadeelde partij hebben gesteld. De rechtbank overweegt daarbij dat de banken zich geconfronteerd hebben gezien met door grootschalige oplichting gedupeerde klanten, bestaande uit natuurlijke personen. De banken vorderen nu de kosten die zijn gemaakt om de schade van die personen te vergoeden die slachtoffer zijn geworden van oplichting. De banken zijn hiertoe niet verplicht. Zij hebben dit vanuit een zorgplicht dan wel uit coulance gedaan. De rechtbank acht het wenselijk dat banken dit ook in de toekomst blijven doen.
Voor Logius zal de rechtbank geen schadevergoedingsmaatregel opleggen, omdat dit kosten betreffen van publieke opsporing.
De verdachte mag de schadevergoeding ook rechtstreeks betalen aan de benadeelde partijen. Als hij dat heeft gedaan, is hij niet langer verplicht om aan de Staat te betalen.
Gijzeling Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast, zoals hieronder in de beslissing weergegeven.
In de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht is een tabel opgenomen om het aantal dagen gijzeling te berekenen. Volgens artikel 60a van het Wetboek van Strafrecht mag het aantal dagen gijzeling in geval van meerdaadse samenloop niet hoger zijn dan 365 dagen. De rechtbank zal voor de toegekende schadevergoedingen tot € 5.000,- aansluiting zoeken bij de oriëntatiepunten. Voor de toegekende schadevergoedingen van € 5.000,- tot € 20.000,- zal de rechtbank per € 300,- één dag gijzeling rekenen en vanaf € 20.000,- per € 400,- één dag gijzeling.
8Toegepaste wetsartikelen De opgelegde straf en maatregelen en beslissing op het beslag zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
9De beslissing De rechtbank: vrijspraak
* zal meewerken aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. De verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden.
ICS (parketnummer 16.402217.24 feiten 1, 3, 4, 6 en 7) wijst de vordering van ICS geheel toe tot een bedrag van € 1.422,28, bestaande uit materiële schade; veroordeelt de verdachte tot betaling aan ICS van het toegewezen bedrag; veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van ICS aan de Staat € 1.422,28 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 juli 2025 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 14 dagen gijzeling; bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
ING 1 (parketnummer 16.402217.24 feiten 1, 3, 4, 6 en 7) wijst de vordering van ING gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 15.946,74, bestaande uit materiële schade; veroordeelt de verdachte tot betaling aan ING van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente:
ING 2 (parketnummer 16.402217.24 feiten 1, 3, 4, 6 en 7 en parketnummer 16.353321.25 feiten 1, 4, 6 en 7) wijst de vordering van ING gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 67.304,37, bestaande uit materiële schade; veroordeelt de verdachte tot betaling aan ING van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente:
Logius (parketnummer 16.402217.24 feiten 4 en 7) wijst de vordering van Logius geheel toe tot een bedrag van € 3.164,74, bestaande uit materiële schade; veroordeelt de verdachte tot betaling aan Logius van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente:
PGGM (parketnummer 16.353321.25 feiten 1 en 7) verklaart PGGM niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. H. den Haan, voorzitter, mrs. S.C. Hagedoorn en B.F. Hammerle, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.T. Feenstra als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2026.
De oudste rechter en de jongste rechter zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging Aan de verdachte is na nadere omschrijving van de tenlastelegging ten laste gelegd dat: in de zaak met parketnummer 16.402217.24 Feit 1: hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 6 januari 2024 tot en met 18 december 2024 te Almere , althans in Nederland, meermalen althans eenmaal met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de Coöperatieve Rabobank U.A. en/of ABN AMRO Bank N.V. en/of ING bank en/of ICS en/of KNAB bank heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten betaalpassen met bijbehorende pincodes en/of meerdere (grote) geldbedragen, door meermalen telkens- (telefonisch) contact op te nemen met medewerkers van voornoemde banken, waarbij verdachte zich voor heeft gedaan als een ander, te weten:1. [aangeefster 1] (namens [slachtoffer 2] )3. [slachtoffer 29]4. [slachtoffer 27]6. [slachtoffer 13]7. [slachtoffer 3]9. [slachtoffer 14]12. [slachtoffer 4]13. [slachtoffer 30]14. [slachtoffer 31]15. [slachtoffer 16]16. [slachtoffer 32]17. [slachtoffer 18]18. [slachtoffer 15]19. [slachtoffer 1]20. [slachtoffer 33]21. [slachtoffer 19]24. [slachtoffer 39]en/ of diens/ dier vertegenwoordiger /belangenbehartiger,- op naam van voornoemde personen aanvragen te doen voor een betaalpas met bijbehorende pincode en/ of- aanvragen te doen voor het verkrijgen van de toegang tot internetbankieren en/of- de persoons- en/of adresgegevens van voornoemde personen ter verificatie door te geven aan die medewerker en/ of- de poststukken van voornoemde personen te onderscheppen en/of- die eerder aangevraagde betaalpassen telefonisch en/of middels een activatiecode te activeren en/of- met die eerder aangevraagde betaalpassen transacties te doen;
Feit 2: hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 6 januari 2024 tot en met 18 december 2024 te Almere , althans in Nederland, één of meerdere poststukken, in elk geval enig goed, dat/ die geheel of ten dele aan1. [aangeefster 1]2. [slachtoffer 34]3. [slachtoffer 29]4. [slachtoffer 27]5. [slachtoffer 8]6. [slachtoffer 13]7. [slachtoffer 3]8. [slachtoffer 21]9. [slachtoffer 14]10. [slachtoffer 22]11. [slachtoffer 20]12. [slachtoffer 4]13. [slachtoffer 30]14. [slachtoffer 31]15. [slachtoffer 16]16. [slachtoffer 32]17. [slachtoffer 18]18. [slachtoffer 15]19. [slachtoffer 1]20. [slachtoffer 33]21. [slachtoffer 19]24. [slachtoffer 39]27. [slachtoffer 35]29. [slachtoffer 23]31. [slachtoffer 38]32. [slachtoffer 36]en/ of diens/ dier vertegenwoordiger/belangenbehartiger, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen poststukken onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/ of een valse sleutel, door sleutels van brievenbussen/postvakken tot het gebruik waarvan hij niet gerechtigd was;
Feit 3: hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 6 januari 2024 tot en met 18 december 2024 te Almere , althans in Nederland, meerdere (grote) geldbedragen, in elk geval enig goed, dat/ die geheel of ten dele aan1. [aangeefster 1] (namens [slachtoffer 2] )3. [slachtoffer 29]4. [slachtoffer 27]9. [slachtoffer 14]12. [slachtoffer 4]13. [slachtoffer 30]14. [slachtoffer 31]15. [slachtoffer 16]16. [slachtoffer 32]17. [slachtoffer 18]18. [slachtoffer 15]19. [slachtoffer 1]20. [slachtoffer 33]21. [slachtoffer 19]24. [slachtoffer 39]en/ of diens/ dier vertegenwoordiger /belangenbehartiger, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door met wederrechtelijk verkregen (betaal)passen met bijbehorende pincodes op naam van voornoemde personen- geldbedragen van spaarrekeningen naar betaalrekeningen over te boeken en/of- met die betaalpassen met bijbehorende pincodes transacties te verrichten bij betaalautomaten en/of pinautomaten en/of geldwisselkantoren en/of- bij (web)winkels goederen aan te schaffen;
Feit 4: hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 6 januari 2024 tot en met 18 december 2024 te Almere , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een of meer anderen, te weten:1. [aangeefster 1] (namens [slachtoffer 2] )3. [slachtoffer 29]4. [slachtoffer 27]5. [slachtoffer 8]6. [slachtoffer 13]7. [slachtoffer 3]8. [slachtoffer 21]9. [slachtoffer 14]10. [slachtoffer 22]11. [slachtoffer 20]12. [slachtoffer 4]13. [slachtoffer 30]14. [slachtoffer 31]15. [slachtoffer 16]16. [slachtoffer 32]17. [slachtoffer 18]18. [slachtoffer 15]19. [slachtoffer 1]20. [slachtoffer 33]21. [slachtoffer 19]22. [slachtoffer 24]23. [slachtoffer 25] en/of [slachtoffer 26]24. [slachtoffer 39]29. [slachtoffer 23]heeft gebruikt, met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen en/of de identiteit van de ander te verhelen en/ of te misbruiken, waardoor uit dat gebruik enig nadeel is ontstaan, verdachte heeft immers voornoemde persoonsgegevens ter verificatie aan medewerkers van de Coöperatieve Rabobank UA. en/of ABN AMRO Bank N.V. en/of de ING bank en/of KPN en/of ICS en/of KNAB Bank en/of DigiD en/of Post NL doorgegeven waardoor onder meer een of meerdere betaalpassen met bijbehorende pincodes en/of activatiecodes en/of simkaarten zijn verkregen;
Feit 5: hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 6 januari 2024 tot en met 18 december 2024 te Almere , althans in Nederland, een of meer stoffen, voorwerpen en/of gegevens, te weten één of meer gegevensdragers, te weten een Lenovo ldeapad S340-14API en/of een USB stick en/of een Samsung telefoon en/of een Oppo telefoon met daarop lijsten en/ of documenten bevattende persoonsgegevens (onder andere namen, adressen, geboortedata, bankrekeningnummers, telefoonnummer en/of e-mailadressen) van een groot aantal personen en/ of huishoudens, heeft vervaardigd, heeft ontvangen, zich heeft verschaft, heeft verkocht, heeft overgedragen, heeft verworven, heeft vervoerd, heeft ingevoerd, heeft uitgevoerd, heeft verspreid, anderszins ter beschikking heeft gesteld en/ of voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, wist dat die bestemd waren tot het plegen van een in artikel 231b en/of artikel 311 en/of artikel 326 Wetboek van Strafrecht omschreven misdrijf, in elk geval een der in de artikelen 226, eerste lid, onderdelen 2° tot en met 5°, 231 , eerste lid, 231a, eerste lid, 231 b en 232, eerste lid, omschreven misdrijven dan wel een der misdrijven omschreven in de artikelen 310, 311, 312, 317, 321 en 326 van het Wetboek van Strafrecht terwijl dit feit betrekking had op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument;
Feit 6: hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 6 januari 2024 tot en met 18 december 2024 te Almere , althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) een geautomatiseerd werk(en), te weten de server(s) van de (beveiligde) internetbankieren omgeving van de Coöperatieve Rabobank U.A. en/of ABN AMRO Bank N.V. en/of ING bank en/of ICS en/of KNAB Bank en/of DigiD en/of de/het computersyste(e)m(en) van een of meerdere rekeninghouder(s), althans enig persoon handelend namens die rekeninghouder(s), te weten1. [aangeefster 1] (namens [slachtoffer 2] )3. [slachtoffer 29]4. [slachtoffer 27]5. [slachtoffer 8]6. [slachtoffer 13]7. [slachtoffer 3]8. [slachtoffer 21]9. [slachtoffer 14]10. [slachtoffer 22]11. [slachtoffer 20]12. [slachtoffer 4]13. [slachtoffer 30]14. [slachtoffer 31]15. [slachtoffer 16]16. [slachtoffer 32]17. [slachtoffer 18]18. [slachtoffer 15]19. [slachtoffer 1]20. [slachtoffer 33]21. [slachtoffer 19]24. [slachtoffer 39]29. [slachtoffer 23]32. [slachtoffer 36]is binnengedrongen, door het doorbreken van een beveiliging en/of door een technische ingreep en/of met behulp van valse signalen of een valse sleutel en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten door middels (onrechtmatig verkregen) inloggegevens en/of verificatiecodes van voornoemde rekeninghouder(s) in te loggen in de intemetbankierenapp(s) en/of op het account van voornoemde rekeninghouder(s);
Feit 7: hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 6 januari 2024 tot en met 18 december 2024 te Almere , althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk, gegevens, die door middel van een geautomatiseerd werk en/of door middel van telecommunicatie waren opgeslagen, werden verwerkt en/ of werden overgedragen, te weten inloggegevens en/of persoonsgegevens en/of betaalgegevens en/of telefoonnummers en/of e-mailadressen en/of verificatiecodes van een of meer account(s) van een of meer rekeninghouder(s) en/of klanten van de Coöperatieve Rabobank U.A. en/of ABN AMRO Bank N.V. en/of ING bank en/of ICS, althans een of meer (andere) banken, en/of DigiD, heeft veranderd, gewist, onbruikbaar en/of ontoegankelijk heeft gemaakt en/of aan gegevens, die door middel van een geautomatiseerd werk en/of door middel van telecommunicatie waren opgeslagen, werden verwerkt en/ of werden overgedragen, andere gegevens, te weten inloggegevens en/of persoonsgegevens en/of betaalgegevens en/of e-mailadressen heeft toegevoegd door met onrechtmatig verkregen (en/of door de rekeninghouder(s) onder valse voorwendselen ingevoerde) inloggegevens voornoemde gegevens (vervolgens) te veranderen en/of aan te passen en/of gegevens daaraan toe te voegen. in de zaak met parketnummer 16.046929.24 hij op of omstreeks 9 februari 2024 te Almere , meerdere poststukken, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan mevrouw [slachtoffer 11] en/of mevrouw [slachtoffer 12] en/of [bedrijf 1] BV en/of Erven van hr [slachtoffer 12] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen. in de zaak met parketnummer 16.353321.25 Feit 1: hij, op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 2025 tot en met 2 juli 2025, te Almere , althans in Nederland, meermalen althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de ING bank en/of Logius/DigiD en/of Reaal en/of PGGM heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten betaalpassen met bijbehorende pincodes en/of DigiD accounts en/of meerdere (grote) geldbedragen, door meermalen (telefonisch) contact op te nemen met medewerkers van voornoemde (financiële) instanties en/of overheidsinstellingen, waarbij verdachte zich voor heeft gedaan als een ander, te weten:1. [slachtoffer 9] ,2. [slachtoffer 39] ,3. [slachtoffer 28] ,4. [slachtoffer 37] ,5. [slachtoffer 5] ,6. [slachtoffer 6] ,7. [slachtoffer 15]en/of diens/dier vertegenwoordiger/belangenbehartiger,
Feit 2:hij, op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 2025 tot en met 2 juli 2025, te Almere , althans in Nederland, één of meer poststukken, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan1. [slachtoffer 9] ,2. [slachtoffer 39] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) (uit een brievenbus/postvak) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;