Officiële bronnenwetten.overheid.nl · EUR-Lex
Europaius

Besluit ex artikel 6 Faillissementswet

Waar gaat deze regeling over?

Dit Koninklijk Besluit van 27 januari 1926 geeft de voorschriften ter uitvoering van artikel 6 van de Faillissementswet. Dat artikel schrijft voor dat bij algemene maatregel van bestuur de wijze wordt bepaald waarop een schuldenaar wiens faillissement is aangevraagd, wordt opgeroepen. Het besluit bestaat uit één artikel met vijf leden.

In één oogopslag

Land
Nederland
Rechtsgebied
Insolventie en executie
Bron
wetten.overheid.nl
Tekst opgehaald op
Uitleg bijgewerkt op

Belangrijkste punten

  • Wijzen van oproeping (lid 1): de oproeping door de griffier geschiedt door middel van de post, de telegraaf, een bode van het rechtscollege, of een ambtenaar van politie die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, dan wel een andere ambtenaar behorend tot een door de Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen categorie.
  • Per post (lid 2): verzending geschiedt onder gesloten omslag aan het adres van de schuldenaar, op de voet van aangetekend stuk met expressebestelling, waarvoor een bericht van ontvangst wordt verlangd. De griffier wordt op de omslag als afzender vermeld.
  • Per telegraaf (lid 3): de griffier voorziet het telegram van de aanwijzing "kennisgeving ontvang" of "P.C.".
  • Door bode of ambtenaar (lid 4): de oproeping gaat in een gesloten omslag met de griffier als afzender en het adres van de schuldenaar. Bezorging geschiedt tegen een door of namens de geadresseerde te ondertekenen ontvangbewijs met vermelding van dag en uur. Wordt de brief niet aangenomen, dan blijft op het adres een kennisgeving achter dat de brief ter griffie kan worden afgehaald. Het ontvangbewijs, of bij niet-afgifte de brief zelf, wordt zo spoedig mogelijk ter griffie bezorgd.
  • Bij exploot (lid 5): de griffier kan een politieambtenaar of andere aangewezen ambtenaar opdragen de oproeping bij exploot te doen. Deze laat afschrift van het exploot aan de persoon of aan de woonplaats van de schuldenaar en zendt het origineel zo spoedig mogelijk aan de griffier.

Voor wie geldt dit

Voor griffiers van rechtbanken, bodes en aangewezen (politie)ambtenaren die oproepingen betekenen, en voor schuldenaren wier faillissement is aangevraagd en die op deze wijze worden opgeroepen. De Minister van Justitie is met de uitvoering belast.

Insolventie en executie

2

Insolventie en executie

Wettekst

Wettekst

Besluit van 27 januari 1926, houdende voorschriften ter uitvoering van artikel 6 der Faillissementswet, zooals dit artikel luidt na de laatstelijk daarin aangebrachte wijziging Besluit ex artikel 6 Faillissementswet Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onzen Minister van Justitie van den 18 December 1925, 1e Afd. C n°. 919;

Overwegende, dat artikel 6 der Faillissementswet, zooals dit artikel luidt na de laatstelijk daarin gebrachte wijziging, voorschrijft, dat een algemeene maatregel van bestuur bepaalt de wijze van oproeping van een schuldenaar, wiens faillissement is aangevraagd;

Den Raad van State gehoord (advies van 5 Januari 1926, n°. 22);

Gelet op het nader rapport van Onzen voornoemden Minister van den 25 Januari 1926, 1e afdeeling C, n°. 926;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Eenig artikel 1 De in artikel 6 der Faillissementswet bedoelde oproeping door den griffier geschiedt door middel van de post, van de telegraaf, van een bode van het rechtscollege of van een ambtenaar van politie die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, of een andere ambtenaar, voor zover die ambtenaar behoort tot een categorie die daartoe door Onze Minister van Veiligheid en Justitie is aangewezen.

2 Indien de griffier de oproeping per post verzendt, geschiedt de verzending onder gesloten omslag aan het adres van den schuldenaar op den voet van aangeteekend stuk met expressebestelling, waarvoor een bericht van ontvangst wordt verlangd. De griffier wordt op den omslag van de zending als afzender vermeld.

3 Indien de griffier de oproeping doet door middel van de telegraaf, voorziet hij het telegram van de aanwijzing kennisgeving ontvang of P.C.

4 Indien de griffier de oproeping verzendt door middel van een bode van het rechtscollege of door een ambtenaar van politie die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, of een andere ambtenaar, voor zover die ambtenaar behoort tot een categorie die daartoe door Onze Minister van Veiligheid en Justitie is aangewezen, doet hij de oproeping in een gesloten omslag, waarop hij als afzender wordt genoemd; het omslag vermeldt het adres van den schuldenaar. De bezorging geschiedt tegen een door of namens den geadresseerde te onderteekenen ontvangbewijs, waarop dag en uur van de ontvangst moeten worden vermeld. Wordt de brief niet aangenomen, dan laat de bode of ambtenaar van politie die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, of een andere ambtenaar, voor zover die ambtenaar behoort tot een categorie die daartoe door Onze Minister van Veiligheid en Justitie is aangewezen aan het aangewezen adres eene kennisgeving achter, dat de brief ter griffie van de rechtbank kan worden afgehaald. Zoo spoedig mogelijk wordt het ontvangbewijs of, in geval van niet-afgifte van den brief, deze zelf ter griffie bezorgd.

5 De griffier kan ook aan een ambtenaar van politie die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, of een andere ambtenaar, voor zover die ambtenaar behoort tot een categorie die daartoe door Onze Minister van Veiligheid en Justitie is aangewezen opdracht geven de oproeping te doen bij exploot. Deze laat afschrift van het exploot aan den persoon of aan de woonplaats van den schuldenaar en doet het oorspronkelijke zoo spoedig mogelijk aan den griffier toekomen.

Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit hetwelk in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan den Raad van State. 's-Gravenhage den 27sten Januari 1926 WILHELMINA.

De Minister van Justitie, J. SCHOKKING. den negen en twintigsten Januari 1926.

De Minister van Justitie, J. SCHOKKING.

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.