Besluit bemiddeling muziekauteursrecht
Waar gaat deze regeling over?
Dit besluit van 12 oktober 1932 is de algemene maatregel van bestuur bedoeld in artikel 30a, vijfde lid, van de Auteurswet 1912. Het regelt de bemiddeling inzake muziekauteursrecht.
Voor wie: Organisaties die bemiddelen bij het muziekauteursrecht; De Minister van Justitie als toezichthoudende autoriteit.
In één oogopslag
- Land
- Nederland
- Rechtsgebied
- Intellectueel eigendom
- Artikelen
- 21
- Bron
- wetten.overheid.nl
- Tekst opgehaald op
- Uitleg bijgewerkt op
Wat regelt deze regeling?
- De uitvoering van artikel 30a, vijfde lid, van de Auteurswet 1912.
- De voorwaarden voor het als bedrijf verlenen van bemiddeling inzake muziekauteursrecht.
Voor wie geldt deze regeling?
- Organisaties die bemiddelen bij het muziekauteursrecht.
- De Minister van Justitie als toezichthoudende autoriteit.
Wat zijn de kernpunten?
- Het besluit vormt de algemene maatregel van bestuur bedoeld in artikel 30a, vijfde lid, van de Auteurswet 1912.
- Het is gebaseerd op de wijziging van de Auteurswet 1912 bij de wet van 11 februari 1932 (Stb. 45).
- Het stelt de nadere voorschriften vast voor bemiddeling in muziekauteursrecht.
Intellectueel eigendom
Wettekst
Wettekst
Inhoudsopgave (21)
- Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder:
- Artikel 2 1
- Artikel 3 1
- Artikel 4 1
- Artikel 5
- Artikel 6
- Artikel 7
- Artikel 8 Vervallen
- Artikel 9 Vervallen
- Artikel 10 Vervallen
- Artikel 11 Vervallen
- Artikel 12 Vervallen
- Artikel 13 Vervallen
- Artikel 14 Vervallen
- Artikel 15 Vervallen
- Artikel 16 Vervallen
- Artikel 17 Vervallen
- Artikel 18 Vervallen
- Artikel 19 Vervallen
- Artikel 20 Vervallen
- Artikel 21
Besluit van 12 oktober 1932, tot vaststelling van den algemeenen maatregel van bestuur, bedoeld bij artikel 30a, vijfde lid, der Auteurswet 1912, gelijk deze luidt ingevolge de Wet van 11 februari 1932, Stb. 45 Besluit bemiddeling muziekauteursrecht Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Op de voordracht van Onzen Minister van Justitie van den 28 Juli 1932, 1e Afdeeling C, n°. 946;
Overwegende, dat het noodig is vast te stellen den algemeenen maatregel van bestuur, bedoeld bij artikel 30a, vijfde lid, der Auteurswet 1912, gelijk deze luidt ingevolge de wet van 11 Februari 1932, Staatsblad n°. 45;
Den Raad van State gehoord (advies van den 9 Augustus 1932, n°. 17);
Gezien het nader rapport van Onzen voornoemden Minister van den 6 October 1932, 1e Afdeeling C, n°. 991;
Hebben goedgevonden en verstaan te bepalen:
Artikel 1In dit besluit wordt verstaan onder:
"Onze Minister": Onze Minister van Justitie; "de ministerieele toestemming": de toestemming van Onzen Minister, ingevolge artikel 30a der Auteurswet vereischt voor het als bedrijf verleenen van bemiddeling in zake muziekauteursrecht.
Artikel 21
De ministerieele toestemming kan worden verleend voor bepaalden tijd of voor onbepaalden tijd.
2 De voor bepaalden tijd verleende toestemming verliest hare kracht van rechtswege na afloop van den bepaalden tijd, behoudens de mogelijkheid van eerdere intrekking, indien Onze Minister oordeelt, dat degeen, wien de toestemming is verleend, niet meer voldoenden waarborg biedt voor de nakoming van de bepalingen van dit besluit en voor eene behoorlijke uitoefening van zijn bedrijf.
3 De voor onbepaalden tijd verleende toestemming behoudt hare kracht, totdat zij wordt ingetrokken op den in het vorige lid vermelden grond.
4 Bij de intrekking der toestemming wordt het tijdstip bepaald, waarop zij ingaat.
Artikel 31
Degeen, wien de ministerieele toestemming voor bepaalden tijd is verleend, kan geen overeenkomsten betreffende de uitvoering in het openbaar van muziekwerken sluiten, welke zouden voortduren na dien bepaalden tijd.
2 Degeen, wien de ministerieele toestemming is verleend, hetzij voor bepaalden tijd, hetzij voor onbepaalden tijd, bedingt in de te sluiten overeenkomsten betreffende de uitvoering van muziekwerken in het openbaar, dat zij, in geval van intrekking van de ministerieele toestemming, van rechtswege eindigen op het tijdstip, waarop die intrekking ingaat.
Artikel 41
De ministerieele toestemming kan worden verleend algemeen of beperkt, bijvoorbeeld voor bepaalde werken of voor bepaalde streken.
2 Degeen, wien de ministerieele toestemming beperkt is verleend, kan overeenkomsten betreffende de uitvoering van muziekwerken in het openbaar slechts sluiten indien en voor zoover zich dit verdraagt met de gestelde beperking.
Artikel 5
De ministerieele toestemming wordt nimmer verleend, indien de verzoeker niet voldoenden waarborg biedt voor de nakoming van de bepalingen van dit besluit en voor eene behoorlijke uitoefening van zijn bedrijf.
Artikel 6
De ministeriële toestemming wordt bij voorkeur verleend voor onbepaalden tijd en algemeen aan één rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, welke door organisaties van componisten en muziekuitgevers is gesticht, in verbinding staat met buitenlandse gelijksoortige rechtspersonen en niet het oogmerk heeft winst te maken.
Artikel 7
Degeen, wien de ministerieele toestemming is verleend, zal bij de uitoefening van zijn bedrijf noch direct noch zijdelings de auteurs van de eene nationaliteit bevoorrechten boven die van eene andere, hetzij door te bevorderen, dat van de werken, waarvoor hij bemiddeling kan verleenen, die van auteurs van de eene nationaliteit meer worden uitgevoerd dan die van auteurs van eene andere nationaliteit, hetzij op eenige andere wijze.
Artikel 8Vervallen
Artikel 9Vervallen
Artikel 10Vervallen
Artikel 11Vervallen
Artikel 12Vervallen
Artikel 13Vervallen
Artikel 14Vervallen
Artikel 15Vervallen
Artikel 16Vervallen
Artikel 17Vervallen
Artikel 18Vervallen
Artikel 19Vervallen
Artikel 20Vervallen
Artikel 21
Dit besluit treedt in werking op hetzelfde tijdstip als de wet van 11 Februari 1932, Staatsblad n°. 45, tot wijziging van de Auteurswet 1912.
Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad zal worden geplaatst en van hetwelk afschrift zal worden gezonden aan den Raad van State.
Het Loo den 12den October 1932 WILHELMINA.
De Minister van Justitie, J. DONNER. den achttienden October 1932.
De Minister van Justitie, J. DONNER.