Artikel 10:4 Awb – Instemming met mandaatverlening
Algemene wet bestuursrecht (Awb) · Hoofdstuk 10. Bepalingen over bestuursorganen › Titel 10.1. Mandaat, delegatie en attributie › Afdeling 10.1.1. Mandaat · niet-officieel opschrift
1Indien de gemandateerde niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van de mandaatgever, behoeft de mandaatverlening de instemming van de gemandateerde en in het voorkomende geval van degene onder wiens verantwoordelijkheid hij werkt.
2Het eerste lid is niet van toepassing indien bij wettelijk voorschrift in de bevoegdheid tot de mandaatverlening is voorzien.
Rechtspraak over Artikel 10:4 Awb
14
2022-02-22
2021-04-28
2017-11-08
2016-04-26
2015-10-20
2015-06-16
2014-05-12
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 10:1Begripsomschrijving mandaat
- Artikel 10:2Rechtsgevolg van het mandaatbesluit
- Artikel 10:3Verlening van mandaat
- Artikel 10:5Vormen van mandaatverlening
- Artikel 10:6Instructies en inlichtingen bij mandaat
- Artikel 10:7Bevoegdheid mandaatgever
- Artikel 10:8Intrekking van mandaat
- Artikel 10:9
- Artikel 10:10Vermelding van mandaat in besluit
- Artikel 10:11Ondertekening namens bestuursorgaan
- Artikel 10:12Overeenkomstige toepassing bij volmacht en machtiging