Artikel 3:21 Awb – Coördinerend bestuursorgaan
Algemene wet bestuursrecht (Awb) · Hoofdstuk 3. Algemene bepalingen over besluiten › Afdeling 3.5. Coördinatie van samenhangende besluiten · niet-officieel opschrift
1Bij of krachtens het wettelijk voorschrift, bedoeld in artikel 3:20, onderdeel a , of in het coördinatiebesluit wordt een coördinerend bestuursorgaan aangewezen.
2Indien het in een coördinatiebesluit als coördinerend bestuursorgaan aan te wijzen bestuursorgaan niet bevoegd is tot het nemen van een of meer van de te coördineren besluiten, behoeft de aanwijzing de instemming van dat bestuursorgaan.
3Indien redelijkerwijs niet valt te verwachten dat toepassing van deze afdeling op een besluit de voortgang van de besluitvorming over de te coördineren besluiten in betekenende mate zal versnellen of dat aan deze toepassing anderszins aanmerkelijke voordelen zijn verbonden, kan het coördinerend bestuursorgaan besluiten deze afdeling ten aanzien van dat besluit niet, niet verder of later toe te passen.
Rechtspraak over Artikel 3:21 Awb
10
2018-04-19
2018-04-19
2006-02-08
2005-05-03
2004-11-24
2003-11-19
2003-08-06
Verwijzingen in dit artikel
1
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 3:20Toepassingsbereik van de coördinatieregeling
- Artikel 3:22Taak coördinerend bestuursorgaan
- Artikel 3:23Indiening en behandeling van aanvragen bij coördinatie
- Artikel 3:24Aanvang termijn bij gecoördineerde besluiten
- Artikel 3:25Toepassing van afdeling 3.4 op gecoördineerde besluiten
- Artikel 3:26Toezending en bekendmaking van besluiten
- Artikel 3:27Bezwaar en beroep bij gecoördineerde besluiten
- Artikel 3:28Besluiten aangemerkt als één besluit
- Artikel 3:29Beroep tegen gecoördineerd voorbereide besluiten