Artikel 4:111 Awb – Verlenging van de verjaringstermijn
Algemene wet bestuursrecht (Awb) · Hoofdstuk 4. Bijzondere bepalingen over besluiten › Titel 4.4. Bestuursrechtelijke geldschulden › Afdeling 4.4.3. Verjaring · niet-officieel opschrift
1De verjaringstermijn van de rechtsvordering tot betaling aan een bestuursorgaan wordt verlengd met de tijd gedurende welke de schuldenaar na de aanvang van die termijn uitstel van betaling heeft.
2Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien:
a. de schuldenaar in surseance van betaling verkeert;
b. de schuldenaar in staat van faillissement verkeert;
c. ten aanzien van de schuldenaar de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is;
d. de tenuitvoerlegging van een dwangbevel is geschorst ingevolge een lopend rechtsgeding, met dien verstande dat de termijn waarmee de verjaringstermijn wordt verlengd een aanvang neemt op de dag waarop het rechtsgeding door het instellen van een vordering bij de burgerlijke rechter aanhangig wordt gemaakt.
Rechtspraak over Artikel 4:111 Awb
20
2024-07-18
2024-03-06
2023-07-18
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 4:104Verjaring van rechtsvorderingen tot betaling
- Artikel 4:105Stuiting van de verjaring
- Artikel 4:106Stuiting van de verjaring
- Artikel 4:107Stuiting van de verjaring door schuldeiser
- Artikel 4:108Verrekening na verjaring
- Artikel 4:109Schuldeiser die bestuursorgaan is
- Artikel 4:110Nieuwe verjaringstermijn na stuiting