Officiële bronnenwetten.overheid.nl · EUR-Lex
Europaius

Artikel 1:207 BW – Gerechtelijke vaststelling van het ouderschap

Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 1. Personen- en familierecht › Titel 11. Afstamming › Afdeling 4. Gerechtelijke vaststelling van het ouderschap · niet-officieel opschrift

Kort uitgelegd

Dit artikel bepaalt dat de rechtbank, ook na overlijden van de betrokkene, het ouderschap kan vaststellen op grond van verwekking of instemming als levensgezel met een daad die verwekking tot gevolg kan hebben gehad. Verzoek kan door de moeder, tenzij het kind zestien is, of door het kind zelf. Vaststelling is uitgesloten bij twee ouders, een huwelijksbeletsel, of minderjarigheid onder zestien jaar, tenzij eerder overleden. De moeder moet binnen vijf jaar verzoeken. Bij overlijden van het kind kan een afstammeling binnen een jaar verzoeken, mits de betrokkene nog leeft. Vaststelling werkt terug tot de geboorte, behoudens derden te goeder trouw en ongerechtvaardigde teruggave van voordelen.

Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.

1Het ouderschap van een persoon kan, ook indien deze is overleden, op de grond dat deze de verwekker is van het kind of op de grond dat deze als levensgezel van de moeder ingestemd heeft met een daad die de verwekking van het kind tot gevolg kan hebben gehad, door de rechtbank worden vastgesteld op verzoek van:

a. de moeder, tenzij het kind de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt;

b. het kind.

2Vaststelling van het ouderschap kan niet geschieden, indien:

a. het kind twee ouders heeft;

b. tussen de in de aanhef van het eerste lid bedoelde persoon en de moeder van het kind krachtens artikel 41 geen huwelijk zou mogen worden gesloten;

c. de in de aanhef van het eerste lid bedoelde persoon een minderjarige is die de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, tenzij hij voordat hij deze leeftijd heeft bereikt is overleden.

3Het verzoek wordt door de moeder ingediend binnen vijf jaren na de geboorte van het kind of, in geval van onbekendheid met de identiteit van de vermoedelijke verwekker dan wel van onbekendheid met zijn verblijfplaats, binnen vijf jaren na de dag waarop de identiteit en de verblijfplaats aan de moeder bekend zijn geworden.
4Overlijdt het kind voordat vaststelling van het ouderschap heeft kunnen plaatsvinden, dan kan een afstammeling van het kind in de eerste graad de vaststelling van het ouderschap aan de rechtbank verzoeken, mits de in de aanhef van het eerste lid bedoelde persoon, nog in leven is. Het verzoek wordt gedaan binnen een jaar na de dag van overlijden of binnen een jaar nadat het overlijden ter kennis van de verzoeker is gekomen.
5De vaststelling van het ouderschap, mits de beschikking daartoe in kracht van gewijsde is gegaan, werkt terug tot het moment van de geboorte van het kind. Te goeder trouw door derden verkregen rechten worden hierdoor nochtans niet geschaad. Voorts ontstaat geen verplichting tot teruggave van vermogensrechtelijke voordelen, voor zover degene die hen heeft genoten ten tijde van het doen van het verzoek daardoor niet was gebaat.

Officiële bron: wetten.overheid.nl · Volledige tekst · Inhoudsopgave

Rechtspraak over Artikel 1:207 BW

263

Verwijzingen in dit artikel

1

Andere artikelen in dit onderdeel

Tekst volgens de officiële bron. Alleen de officiële bekendmaking is rechtsgeldig.