Officiële bronnenwetten.overheid.nl · EUR-Lex
Europaius

Artikel 1:431 BW – Instelling van bewind

Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 1. Personen- en familierecht › Titel 19. Onderbewindstelling ter bescherming van meerderjarigen · niet-officieel opschrift

Kort uitgelegd

Dit artikel geeft de kantonrechter de bevoegdheid om bewind in te stellen over goederen van een meerderjarige die tijdelijk of blijvend niet in staat is zijn vermogensrechtelijke belangen goed te behartigen door zijn lichamelijke of geestelijke toestand, voor bepaalde of onbepaalde tijd. Bij verkwisting of problematische schulden kan dit alleen voor bepaalde tijd. Het bewind kan al worden ingesteld voor een minderjarige die bij meerderjarigheid naar verwachting in die toestand zal verkeren, en ook als die toestand binnen afzienbare tijd wordt verwacht. Ook de rechter die een machtiging op grond van zorgwetgeving behandelt, mag zo'n verzoek beoordelen. Tot de goederen behoren ook goederen uit een huwelijks- of partnerschapsgemeenschap die niet uitsluitend onder bestuur van de partner staan.

Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.

1De kantonrechter kan een bewind instellen over één of meer van de goederen die een meerderjarige als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren

a. voor een bepaalde of onbepaalde tijdsduur indien de meerderjarige tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand, dan wel

b. voor een bepaalde tijdsduur indien de meerderjarige tijdelijk niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen als gevolg van verkwisting of het hebben van problematische schulden.

2Indien te verwachten is dat een minderjarige op het tijdstip waarop hij meerderjarig zal worden, in de in het vorige lid bedoelde toestand zal verkeren, kan het bewind reeds voor de meerderjarigheid worden ingesteld.
3Het bewind kan eveneens worden ingesteld indien te verwachten is dat de rechthebbende binnen afzienbare tijd in de in het eerste lid bedoelde toestand zal verkeren.
4De rechter bij wie een verzoek tot het verlenen van een rechterlijke machtiging als bedoeld in de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten dan wel een zorgmachtiging of een machtiging tot voorzetting van de crisismaatregel als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg aanhangig is, is tevens bevoegd tot de kennisneming van een verzoek tot instelling van het bewind.
5Onder aan de meerderjarige toebehorende goederen zijn in deze titel begrepen goederen die behoren tot zijn huwelijksgemeenschap of gemeenschap van geregistreerd partnerschap en die niet uitsluitend onder het bestuur van zijn echtgenoot dan wel geregistreerd partner staan.

Officiële bron: wetten.overheid.nl · Volledige tekst · Inhoudsopgave

Rechtspraak over Artikel 1:431 BW

308

Artikelen die naar dit artikel verwijzen

3

Andere artikelen in dit onderdeel

Tekst volgens de officiële bron. Alleen de officiële bekendmaking is rechtsgeldig.