Artikel 2:142 BW – Benoeming en voordracht van commissarissen
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 2. Rechtspersonen › Titel 4. Naamloze vennootschappen › Afdeling 2 van titel 4 van Boek 6 is van overeenkomstige toepassing. · niet-officieel opschrift
1De commissarissen die niet reeds bij de akte van oprichting zijn aangewezen, worden benoemd door de algemene vergadering. De statuten kunnen de kring van benoembare personen beperken door eisen te stellen waaraan de commissarissen moeten voldoen. De eisen kunnen terzijde worden gesteld door een besluit van de algemene vergadering genomen met twee derden van de uitgebrachte stemmen die meer dan de helft van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen.
2De eerste drie leden van artikel 133 zijn van overeenkomstige toepassing, tenzij de leden van de raad van commissarissen worden benoemd met inachtneming van artikel 158 of toepassing wordt gegeven aan artikel 164a .
3Bij een aanbeveling of voordracht tot benoeming van een commissaris worden van de kandidaat medegedeeld zijn leeftijd, zijn beroep, het bedrag aan door hem gehouden aandelen in het kapitaal der vennootschap en de betrekkingen die hij bekleedt of die hij heeft bekleed voor zover die van belang zijn in verband met de vervulling van de taak van een commissaris. Tevens wordt vermeld aan welke rechtspersonen hij reeds als commissaris is verbonden; indien zich daaronder rechtspersonen bevinden, die tot een zelfde groep behoren, kan met de aanduiding van de groep worden volstaan. De aanbeveling en de voordracht tot benoeming of herbenoeming worden gemotiveerd. Bij herbenoeming wordt rekening gehouden met de wijze waarop de kandidaat zijn taak als commissaris heeft vervuld.
4De statuten bevatten voorschriften omtrent de wijze waarop in de uitoefening van de taken en bevoegdheden voorlopig wordt voorzien in geval van ontstentenis of belet van alle commissarissen. De statuten kunnen deze voorschriften bevatten voor het geval van ontstentenis of belet van een of meer commissarissen. In de statuten kan nader worden bepaald wanneer sprake is van belet. Degene die bij ontstentenis of belet van commissarissen ingevolge een statutaire regeling de taken van een commissaris vervult, wordt voor het vervullen van die taken met een commissaris gelijkgesteld.
Rechtspraak over Artikel 2:142 BW
2
2014-06-24
2000-05-26
Verwijzingen in dit artikel
3
- Artikel 2:133Bindende voordracht voor benoeming
- Artikel 2:158Raad van commissarissen bij grote vennootschap
- Artikel 2:164aNiet uitvoerende bestuurders bij de grote naamloze vennootschap
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 2:135aVaststelling van het bezoldigingsbeleid
- Artikel 2:135bInhoud van het bezoldigingsverslag
- Artikel 2:136Bevoegdheid tot faillissementsaangifte
- Artikel 2:137Rechtshandelingen met enig aandeelhouder
- Artikel 2:138Aansprakelijkheid van bestuurders bij faillissement
- Artikel 2:139Aansprakelijkheid bestuurders voor misleidende voorstelling
- Artikel 2:140Raad van commissarissen bij naamloze vennootschap
- Artikel 2:141Informatieverstrekking aan de raad van commissarissen
- Artikel 2:142aBenoemingsbeperking van commissarissen bij onvoldoende vennootschappen
- Artikel 2:142bEvenwichtige verdeling raad van commissarissen
- Artikel 2:143Benoeming van commissarissen door anderen
- Artikel 2:144
- Artikel 2:144aMedezeggenschap bij benoeming van commissarissen
- Artikel 2:145
- Artikel 2:146
- Artikel 2:147Schorsing van bestuurders door raad van commissarissen
- Artikel 2:148
- Artikel 2:149Overeenkomstige toepassing op raad van commissarissen
- Artikel 2:150Aansprakelijkheid van commissarissen voor misleidende jaarrekening
- Artikel 2:151