Artikel 2:206a BW – Voorkeursrecht bij uitgifte van aandelen
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 2. Rechtspersonen › Titel 5. Besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid › Afdeling 3. Het vermogen van de vennootschap · niet-officieel opschrift
1Voor zover de statuten niet anders bepalen, heeft iedere aandeelhouder bij uitgifte van aandelen een voorkeursrecht naar evenredigheid van het gezamenlijke bedrag van zijn aandelen, behoudens de beide volgende leden. Hij heeft geen voorkeursrecht op aandelen die worden uitgegeven aan werknemers van de vennootschap of van een groepsmaatschappij. Het voorkeursrecht kan, telkens voor een enkele uitgifte, worden beperkt of uitgesloten bij besluit van de algemene vergadering, voor zover de statuten niet anders bepalen.
2Voor zover de statuten niet anders bepalen, hebben houders van aandelen
a. die geen recht geven tot deling in de winst of reserves van de vennootschap of die niet boven een bepaald percentage van het nominale bedrag of slechts in beperkte mate daarboven delen in de winst, of
b. die niet boven het nominale bedrag of slechts in beperkte mate daarboven delen in een overschot na vereffening, of
c. waaraan ingevolge een statutaire regeling op grond van artikel 228 lid 5 geen stemrecht is verbonden,
geen voorkeursrecht op uit te geven aandelen.
3Voor zover de statuten niet anders bepalen, hebben de aandeelhouders geen voorkeursrecht op uit te geven aandelen in een van de in lid 2 onder a, b en c omschreven soorten.
4De vennootschap kondigt de uitgifte met voorkeursrecht en het tijdvak waarin dat kan worden uitgeoefend, aan in een schriftelijke mededeling aan alle aandeelhouders aan het door hen opgegeven adres. Tenzij de statuten anders bepalen, wordt aan de eis van schriftelijkheid voldaan indien de mededeling elektronisch is vastgelegd.
5Het voorkeursrecht kan worden uitgeoefend gedurende ten minste vier weken na de dag van de verzending van de aankondiging.
6Voor zover de statuten niet anders bepalen, hebben de aandeelhouders een voorkeursrecht bij het verlenen van rechten tot het nemen van andere aandelen dan de in lid 2 onder a, b en c omschreven soorten; de vorige leden zijn van overeenkomstige toepassing. Aandeelhouders hebben geen voorkeursrecht op aandelen die worden uitgegeven aan iemand die een voordien reeds verkregen recht tot het nemen van aandelen uitoefent.
Rechtspraak over Artikel 2:206a BW
2
2018-11-21
Verwijzingen in dit artikel
1
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 2:203Aansprakelijkheid voor vennootschap in oprichting
- Artikel 2:203a
- Artikel 2:204Rechtshandelingen bij oprichting met bijzondere verplichtingen
- Artikel 2:204aBeschrijving van inbreng anders dan in geld
- Artikel 2:204bBeschrijving van inbreng anders dan in geld
- Artikel 2:204c
- Artikel 2:205Verbod op eigen aandelen
- Artikel 2:206Bevoegdheid tot uitgifte van aandelen
- Artikel 2:207Verkrijging van eigen aandelen door de vennootschap
- Artikel 2:207aNietige verkrijging van eigen aandelen
- Artikel 2:207bVerkrijging van aandelen voor rekening van de vennootschap
- Artikel 2:207c
- Artikel 2:207dVerkrijging van aandelen in eigen kapitaal door dochtermaatschappij
- Artikel 2:208Vermindering van het geplaatste kapitaal
- Artikel 2:209
- Artikel 2:210Opmaken en ter inzage leggen van de jaarrekening
- Artikel 2:211
- Artikel 2:212Terinzagelegging van de jaarrekening
- Artikel 2:213
- Artikel 2:214