Artikel 2:296 BW – Ambtshalve uitoefening van bevoegdheden bij ontbinding stichting
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 2. Rechtspersonen › Titel 6. Stichtingen · niet-officieel opschrift
In een geding, waarin ontbinding van een stichting op een grond als vermeld in artikel 21 of 301 lid 1 onder a wordt verzocht, kan de rechtbank de bevoegdheden in de beide voorgaande artikelen genoemd, ambtshalve uitoefenen.
Verwijzingen in dit artikel
2
- Artikel 2:21Ontbinding van rechtspersonen door de rechtbank
- Artikel 2:301Ontbinding van de stichting door de rechtbank
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 2:286Oprichting en statuten van stichting
- Artikel 2:287Zetel van de stichting bij ontbreken statutaire aanwijzing
- Artikel 2:288
- Artikel 2:289Inschrijving van de stichting in het handelsregister
- Artikel 2:290Register van uitkeringen door bestuur
- Artikel 2:291Bestuur van de stichting
- Artikel 2:291a
- Artikel 2:292Vertegenwoordiging van de stichting
- Artikel 2:292aRaad van commissarissen bij stichting
- Artikel 2:293Statutenwijziging van de stichting
- Artikel 2:294Wijziging van statuten door de rechtbank
- Artikel 2:295Vernietiging van statutenwijziging
- Artikel 2:297Inlichtingenbevoegdheid openbaar ministerie bij stichtingen
- Artikel 2:297aBestuursverbod bij wanbeheerde stichtingen
- Artikel 2:297bBenoemingsbeperking toezichthoudend orgaan
- Artikel 2:298Ontslag van een bestuurder
- Artikel 2:298aHerstel van arbeidsovereenkomst bestuurder uitgesloten
- Artikel 2:299Voorziening in ontbrekend bestuur door rechtbank
- Artikel 2:299aVermelding van netto-omzet door stichting
- Artikel 2:300Opmaken en vaststellen jaarrekening van de stichting
- Artikel 2:300aTaakvervulling bestuurders en commissarissen van stichting
- Artikel 2:301Ontbinding van de stichting door de rechtbank
- Artikel 2:302Inschrijving van rechterlijke uitspraken in het stichtingenregister
- Artikel 2:303Inschrijving van faillissementsaankondigingen