Artikel 2:401 BW – Jaarrekeningvereisten voor beleggingsinstellingen en beleggingsmaatschappijen
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 2. Rechtspersonen › Titel 9. De jaarrekening en het bestuursverslag › Afdeling 12. Bepalingen omtrent rechtspersonen van onderscheiden aard · niet-officieel opschrift
1Een beheerder van een beleggingsinstelling, een beheerder van een icbe, een beleggingsmaatschappij en een maatschappij voor collectieve belegging in effecten waarop het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen van de Wet op het financieel toezicht van toepassing is, moeten in aanvulling op de bepalingen van deze titel tevens voldoen aan de vereisten voor zijn onderscheidenlijk haar jaarrekening, gesteld bij of krachtens die wet . Voor deze beheerder van een beleggingsinstelling, beheerder van een icbe, beleggingsmaatschappij en maatschappij voor collectieve belegging in effecten kan bij of krachtens die wet van de artikelen 394, lid 2, 3 of 4 , en 403 worden afgeweken.
2De beleggingen van een beleggingsmaatschappij of een maatschappij voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht mogen tegen marktwaarde worden gewaardeerd. Nadelige koersverschillen ten opzichte van de voorafgaande balansdatum behoeven niet ten laste van de winst- en verliesrekening te worden gebracht, mits zij op de reserves worden afgeboekt; voordelige koersverschillen mogen op de reserves worden bijgeboekt. De bedragen worden in de balans of in de toelichting vermeld.
3Op een beleggingsmaatschappij met veranderlijk kapitaal is artikel 378 lid 3, tweede zin , niet van toepassing.
Verwijzingen in dit artikel
2
- Artikel 2:378Overzicht van het verloop van het eigen vermogen
- Artikel 2:394Openbaarmaking van de jaarrekening
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
1