Artikel 2:422 BW – Waardering van waardepapieren en effecten
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 2. Rechtspersonen › Titel 9. De jaarrekening en het bestuursverslag › Afdeling 14. Bepalingen voor banken · niet-officieel opschrift
1Waardepapieren met een vaste of van de rentestand afhankelijke rente die tot de vaste activa behoren, worden op de grondslag van de verkrijgingsprijs of tegen aflossingswaarde gewaardeerd, onverminderd de toepassing van artikel 387 lid 4 .
2Indien deze waardepapieren tegen aflossingswaarde in de balans worden opgenomen, wordt het verschil tussen de verkrijgingsprijs en de aflossingswaarde vermeld en over de jaren sinds de aanschaf gespreid als resultaat verantwoord. Het verschil mag ook in één keer worden verantwoord, indien de verkrijgingsprijs hoger was dan de aflossingswaarde.
3De niet tot de vaste activa behorende effecten worden gewaardeerd op de grondslag van de verkrijgingsprijs, tegen aflossingswaarde of tegen actuele waarde. In geval van waardering tegen aflossingswaarde wordt de eerste zin van lid 2 op overeenkomstige wijze toegepast.
Verwijzingen in dit artikel
1
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 2:415Begrip bank
- Artikel 2:416Toepasselijke bepalingen voor banken
- Artikel 2:417Regels voor jaarrekening van banken
- Artikel 2:419Afwijkende jaarrekeningposten voor banken
- Artikel 2:420Waardeverminderingen en waardestijgingen bij banken
- Artikel 2:421Bijzondere waarderingsregels voor banken
- Artikel 2:423Omrekening van vreemde valuta
- Artikel 2:424Voorziening voor algemene bankrisico’s
- Artikel 2:425Vrijstelling jaarrekening voor banken
- Artikel 2:426Verantwoording van bankgroepsmaatschappijen