Artikel 2:74 BW – Gerechtelijke ontbinding van de vennootschap
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 2. Rechtspersonen › Titel 4. Naamloze vennootschappen › Afdeling 1. Algemene bepalingen · niet-officieel opschrift
1Op verzoek van het openbaar ministerie ontbindt de rechtbank de naamloze vennootschap wanneer deze haar doel, door een gebrek aan baten, niet kan bereiken, en kan de rechtbank de vennootschap ontbinden, wanneer deze haar werkzaamheid tot verwezenlijking van haar doel heeft gestaakt. Het openbaar ministerie deelt de Kamer van Koophandel mee dat het voornemens is een verzoek tot ontbinding in te stellen.
2De rechtbank ontbindt de vennootschap op verzoek van het openbaar ministerie wanneer het geplaatste kapitaal of het gestorte deel daarvan geringer is dan het minimumkapitaal.
3Alvorens de ontbinding uit te spreken kan de rechter de vennootschap in de gelegenheid stellen binnen een door hem te bepalen termijn het verzuim te herstellen of zich om te zetten in een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid.
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 2:65Taal en volmacht bij akte van oprichting
- Artikel 2:66Statuten van de naamloze vennootschap
- Artikel 2:67Maatschappelijk en geplaatst kapitaal
- Artikel 2:67aOmzetting van kapitaal en aandelen in euro
- Artikel 2:67bGoedkeuring bij wijziging van het aandelenbedrag
- Artikel 2:67cVermelding tegenwaarde in euro
- Artikel 2:68
- Artikel 2:69Inschrijving en aansprakelijkheid van bestuurders bij oprichting
- Artikel 2:70
- Artikel 2:71Omzetting en schadeloosstelling van aandeelhouders
- Artikel 2:72Accountantsverklaring bij omzetting in naamloze vennootschap
- Artikel 2:73
- Artikel 2:75Vermelding van naam en kapitaal
- Artikel 2:76
- Artikel 2:76aBeleggingsmaatschappij met veranderlijk kapitaal
- Artikel 2:77
- Artikel 2:78Betekenis van kapitaal in statuten
- Artikel 2:78aBegrip orgaan van de vennootschap