Artikel 3:285 BW – Voorrecht wegens aanneming van werk
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen › Titel 10. Verhaalsrecht op goederen › Afdeling 2. Bevoorrechte vorderingen op bepaalde goederen · niet-officieel opschrift
1Hij die uit hoofde van een overeenkomst tot aanneming van werk een vordering wegens bearbeiding van een zaak heeft, is deswege op die zaak bevoorrecht, mits hij persoonlijk aan de uitvoering van in de uitoefening van zijn bedrijf aangenomen werk pleegt deel te nemen dan wel een vennootschap of een rechtspersoon is, waarvan een of meer beherende vennoten of bestuurders dit plegen te doen. Het voorrecht vervalt na verloop van twee jaren sedert het ontstaan van de vordering.
2Het voorrecht heeft voorrang boven een overeenkomstig artikel 237 op de zaak gevestigd pandrecht, tenzij dit recht eerst na het ontstaan van de bevoorrechte vordering is gevestigd en de zaak in de macht van de pandhouder of een derde is gebracht.
Rechtspraak over Artikel 3:285 BW
5
2025-11-11
2024-10-30
2016-09-14
2011-07-06
Verwijzingen in dit artikel
1
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
1