Artikel 4:36 BW – Vergoeding voor verrichte arbeid door erflaters naaste
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 4. Erfrecht › Titel 3. Het erfrecht bij versterf van de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot › Afdeling 2. Andere wettelijke rechten · niet-officieel opschrift
1Een kind, stiefkind, pleegkind, behuwdkind of kleinkind van de erflater dat in diens huishouding of in het door hem uitgeoefende beroep of bedrijf gedurende zijn meerderjarigheid arbeid heeft verricht zonder een voor die arbeid passende beloning te ontvangen, kan aanspraak maken op een som ineens, strekkend tot een billijke vergoeding.
2Op de som komt in mindering hetgeen de rechthebbende van de erflater heeft ontvangen of krachtens making of sommenverzekering op het leven van de erflater verkrijgt of had kunnen verkrijgen, voor zover dat als een beloning voor zijn werkzaamheden kan worden beschouwd.
Rechtspraak over Artikel 4:36 BW
33
2025-11-21
2025-11-19
2025-08-20
2025-06-03
2025-04-17
2025-04-01
2025-02-19
2024-03-26
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
2
- Artikel 4:37Vordering en verjaring van de som ineens
- Artikel 4:39Bevoegdheden bij andere wettelijke rechten
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 4:28Voortgezette bewoning en gebruik van de inboedel
- Artikel 4:29Vruchtgebruik van de echtgenoot op de woning
- Artikel 4:30Wettelijk vruchtgebruik ten behoeve van de echtgenoot
- Artikel 4:31Vruchtgebruik ingevolge wettelijke rechten
- Artikel 4:32Uitsluiting van het vruchtgebruik bij echtscheidingsprocedure
- Artikel 4:33Beperking of beëindiging van vruchtgebruik door kantonrechter
- Artikel 4:34Inkorting van giften door echtgenoot
- Artikel 4:35Som ineens voor verzorging, opvoeding en studie
- Artikel 4:37Vordering en verjaring van de som ineens
- Artikel 4:38Gedwongen overdracht van beroeps- of bedrijfsgoederen
- Artikel 4:39Bevoegdheden bij andere wettelijke rechten
- Artikel 4:40Aanvang van termijnen bij toepassing wettelijke rechten
- Artikel 4:41Dwingend recht van wettelijke rechten