Artikel 5:61 BW – Einde van mandeligheid
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 5. Zakelijke rechten › Titel 5. Mandeligheid · niet-officieel opschrift
1Mandeligheid die is ontstaan ingevolge het vorige artikel, eindigt:
a. wanneer de gemeenschap eindigt;
b. wanneer de bestemming van de zaak tot gemeenschappelijk nut van de erven wordt opgeheven bij een tussen de mede-eigenaars opgemaakte notariële akte, gevolgd door inschrijving daarvan in de openbare registers;
c. zodra het nut van de zaak voor elk van de erven is geëindigd.
2Het feit dat het nut van de zaak voor elk van de erven is geëindigd, kan in de openbare registers worden ingeschreven.
Rechtspraak over Artikel 5:61 BW
1
2026-03-04
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 5:60Ontstaan van mandeligheid
- Artikel 5:62Mandeligheid van scheidsmuur, hek of heg
- Artikel 5:63Onsplitsbaarheid van mandelige zaak
- Artikel 5:64Toegang tot mandelige zaak
- Artikel 5:65Onderhoud van mandelige zaken
- Artikel 5:66Overdracht van aandeel in mandelige zaak
- Artikel 5:67Aanbouw tegen mandelige scheidsmuur
- Artikel 5:68Aanleg van een goot in de scheidsmuur
- Artikel 5:69