Artikel 6:168 BW – Gedogen van onrechtmatige gedraging
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 6. Algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht › Titel 3. Onrechtmatige daad › Afdeling 1. Algemene bepalingen · niet-officieel opschrift
1De rechter kan een vordering, strekkende tot verbod van een onrechtmatige gedraging, afwijzen op de grond dat deze gedraging op grond van zwaarwegende maatschappelijke belangen behoort te worden geduld. De benadeelde behoudt zijn recht op vergoeding van de schade overeenkomstig de onderhavige titel.
2In het geval van artikel 170 is de ondergeschikte voor deze schade niet aansprakelijk.
3Wordt aan een veroordeling tot schadevergoeding of tot het stellen van zekerheid daarvoor niet voldaan, dan kan de rechter alsnog een verbod van de gedraging opleggen.
Rechtspraak over Artikel 6:168 BW
53
2026-03-23
2025-11-11
2025-07-01
2024-05-16
2024-02-08
2022-06-28
2022-03-09
Verwijzingen in dit artikel
1
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 6:162Aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad
- Artikel 6:163Beschermingsbereik van de geschonden norm
- Artikel 6:164Toerekening van gedraging van kind
- Artikel 6:165Toerekening onrechtmatige daad bij tekortkoming
- Artikel 6:166Aansprakelijkheid voor groepsgedragingen
- Artikel 6:167Rectificatie na onrechtmatige publicatie