Artikel 6:193j BW – Bewijslast bij oneerlijke handelspraktijken
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 6. Algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht › Titel 3. Onrechtmatige daad › Afdeling 3A. Oneerlijke handelspraktijken · niet-officieel opschrift
1Indien een vordering wordt ingesteld, of een verzoek als bedoeld in artikel 305d lid 1 onder a van Boek 3 wordt ingediend ingevolge de artikelen 193b tot en met 193i , rust op de handelaar de bewijslast ter zake van de materiële juistheid en volledigheid van de informatie die hij heeft verstrekt als dat passend lijkt, gelet op de omstandigheden van het geval en met inachtneming van de rechtmatige belangen van de handelaar en van elke andere partij bij de procedure.
2Indien op grond van artikel 193b onrechtmatig door de handelaar is gehandeld, is hij voor de dientengevolge ontstane schade aansprakelijk, tenzij hij bewijst dat zulks noch aan zijn schuld is te wijten noch op andere grond voor zijn rekening komt.
3Een overeenkomst die als gevolg van een oneerlijke handelspraktijk tot stand is gekomen, is vernietigbaar.
Rechtspraak over Artikel 6:193j BW
53
2026-05-28
2026-04-15
2026-03-10
2025-10-08
2025-07-22
2025-05-14
2025-04-29
2025-04-24
Verwijzingen in dit artikel
2
- Artikel 6:193bOneerlijke handelspraktijken jegens consumenten
- Artikel 6:193iAgressieve handelspraktijken
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 6:193aBegripsbepalingen oneerlijke handelspraktijken
- Artikel 6:193bOneerlijke handelspraktijken jegens consumenten
- Artikel 6:193cMisleidende handelspraktijken
- Artikel 6:193dMisleidende omissie
- Artikel 6:193eEssentiële informatie bij uitnodiging tot aankoop
- Artikel 6:193fEssentiële informatie bij oneerlijke handelspraktijken
- Artikel 6:193gMisleidende handelspraktijken
- Artikel 6:193hAgressieve handelspraktijken
- Artikel 6:193iAgressieve handelspraktijken