Artikel 6:51 BW – Keuze en vereisten van zekerheidstelling
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 6. Algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht › Titel 1. Verbintenissen in het algemeen › Afdeling 6. Nakoming van verbintenissen · niet-officieel opschrift
1Wanneer uit de wet voortvloeit dat iemand verplicht is tot het stellen van zekerheid of dat het stellen van zekerheid voorwaarde is voor het intreden van enig rechtsgevolg, heeft hij die daartoe overgaat, de keuze tussen persoonlijke en zakelijke zekerheid.
2De aangeboden zekerheid moet zodanig zijn, dat de vordering en, zo daartoe gronden zijn, de daarop vallende rente en kosten behoorlijk gedekt zijn en dat de schuldeiser daarop zonder moeite verhaal zal kunnen nemen.
3Is de gestelde zekerheid door een niet aan de schuldeiser toe te rekenen oorzaak onvoldoende geworden, dan is de schuldenaar verplicht haar aan te vullen of te vervangen.
Rechtspraak over Artikel 6:51 BW
136
2026-06-04
2026-02-10
2026-02-04
2026-02-03
2026-01-14
2025-09-24
2025-09-10
2025-09-03
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 6:39Tijd van nakoming
- Artikel 6:40Verval van het recht op de tijdsbepaling
- Artikel 6:41Plaats van nakoming
- Artikel 6:42Terugvordering van afgeleverde zaak
- Artikel 6:43Toerekening van betaling
- Artikel 6:44Toerekening van betalingen
- Artikel 6:45Betaling met andere prestatie dan verschuldigd
- Artikel 6:46Voorbehoud van goede afloop bij betaling
- Artikel 6:47Kosten van betaling en kwitantie
- Artikel 6:48Kwitantie, bewijsstuk en opschorting
- Artikel 6:49Kwijting en afgifte van toonderpapier
- Artikel 6:50Vermoeden van voldoening bij kwitanties