Artikel 6:89 BW – Klachtplicht van de schuldeiser
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 6. Algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht › Titel 1. Verbintenissen in het algemeen › Afdeling 9. De gevolgen van het niet nakomen van een verbintenis · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
De schuldeiser kan geen beroep meer doen op een gebrek in de prestatie, indien hij niet binnen bekwame tijd nadat hij dit gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijze had moeten ontdekken, bij de schuldenaar terzake heeft geprotesteerd. Te laat klagen leidt dus tot verlies van het recht om zich op het gebrek te beroepen.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
De schuldeiser kan op een gebrek in de prestatie geen beroep meer doen, indien hij niet binnen bekwame tijd nadat hij het gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijze had moeten ontdekken, bij de schuldenaar terzake heeft geprotesteerd.
Rechtspraak over Artikel 6:89 BW
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 6:77Toerekening bij ongeschikte zaak
- Artikel 6:78Voordeelstoerekening bij niet-toerekenbare tekortkoming
- Artikel 6:79Bevoegdheid tot verhaal bij niet toerekenbare verhindering
- Artikel 6:80Niet-nakoming vóór opeisbaarheid
- Artikel 6:81Verzuim van de schuldenaar
- Artikel 6:82Ingebrekestelling en verzuim
- Artikel 6:83Verzuim zonder ingebrekestelling
- Artikel 6:84Toerekening van onmogelijkheid tijdens verzuim
- Artikel 6:85Schadevergoeding wegens vertraging
- Artikel 6:86Opschortingsrecht bij aangeboden nakoming na verzuim
- Artikel 6:87Omzetting in vervangende schadevergoeding
- Artikel 6:88Termijnstelling bij tekortkoming in de nakoming
- Artikel 6:90Verkoop van bederfelijke of moeilijk bewaarbare zaak
- Artikel 6:91Begrip boetebeding
- Artikel 6:92Verhouding boetebeding tot nakoming en schadevergoeding
- Artikel 6:93Aanmaning bij boetebeding
- Artikel 6:94Matiging en aanvulling van boete