Artikel 7:201 BW – Begrip huur
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 7. Bijzondere overeenkomsten › Titel 4. Huur › Afdeling 1. Algemene bepalingen · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Artikel 7:201 BW omschrijft huur als de overeenkomst waarbij de verhuurder zich verbindt een zaak, of een gedeelte daarvan, aan de huurder in gebruik te geven, terwijl de huurder zich verbindt tot een tegenprestatie. Huur kan ook betrekking hebben op vermogensrechten; in dat geval gelden de bepalingen van deze afdeling en de afdelingen 2 tot en met 4, tenzij de strekking van die bepalingen of de aard van het recht zich daartegen verzet. De pachtovereenkomst wordt uitdrukkelijk niet als huur aangemerkt.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
1Huur is de overeenkomst waarbij de ene partij, de verhuurder, zich verbindt aan de andere partij, de huurder, een zaak of een gedeelte daarvan in gebruik te verstrekken en de huurder zich verbindt tot een tegenprestatie.
2Huur kan ook op vermogensrechten betrekking hebben. In dat geval zijn de bepalingen van deze afdeling en de afdelingen 2–4 van toepassing, voor zover de strekking van die bepalingen of de aard van het recht zich daartegen niet verzet.
3De pachtovereenkomst wordt niet als huur aangemerkt.
Rechtspraak over Artikel 7:201 BW
312
2026-06-09
2026-06-09
2026-06-01
2026-05-06
2026-05-06
2026-04-15
2026-04-08
2026-04-08