Artikel 7:384 BW – Vergoedingsplicht bij vervreemding na voorkeursrecht
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 7. Bijzondere overeenkomsten › Titel 5. Pacht › Afdeling 11. Het voorkeursrecht van de pachter · niet-officieel opschrift
a. indien de vervreemding plaatsvindt aan de echtgenoot of geregistreerde partner van de pachter, aan één of meer van zijn bloed- of aanverwanten in de rechte lijn, aan één of meer van zijn pleegkinderen of aan één of meer van de medepachters, met dien verstande dat indien zij binnen de in het eerste lid bedoelde periode tot gehele of gedeeltelijke vervreemding van het object overgaan, zij de in het eerste lid bedoelde vergoeding verschuldigd zijn;
b. indien de vervreemding plaatsvindt door één of meer van de bloed- of aanverwanten in de rechte lijn van de pachter of door één of meer van diens pleegkinderen aan één of meer van hun bloedverwanten in de rechte lijn of pleegkinderen, met dien verstande dat indien laatstgenoemden binnen de in het eerste lid bedoelde periode tot gehele of gedeeltelijke vervreemding van het object overgaan, zij de in het eerste lid bedoelde vergoeding verschuldigd zijn.
Rechtspraak over Artikel 7:384 BW
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 7:378Voorkeursrecht van de pachter bij vervreemding
- Artikel 7:379Prijsvaststelling bij voorkeursrecht van de pachter
- Artikel 7:380Uitzonderingen op het voorkeursrecht van de pachter
- Artikel 7:381Uitzonderingen op de verplichting
- Artikel 7:382Kennisgeving aan de pachter bij openbare verkoop
- Artikel 7:383Opzegging na opvolging in verpachting met schending voorkeursrecht