Artikel 7:66 BW – Ontbindingsrecht bij kredietovereenkomst
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 7. Bijzondere overeenkomsten › Titel 2a. Consumentenkredietovereenkomsten › Afdeling 1. Bepalingen ter uitvoering van richtlijn nr. 2008/48/EG van 23 april 2008 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten › Onderafdeling 3. Informatie en rechten betreffende kredietovereenkomsten · niet-officieel opschrift
1De consument heeft het recht om de kredietovereenkomst zonder opgave van redenen te ontbinden gedurende veertien kalenderdagen na:
a. de dag van de sluiting van de kredietovereenkomst, of
b. de dag waarop de consument de contractuele voorwaarden en informatie overeenkomstig artikel 61 ontvangt, als die dag later valt dan de in onderdeel a bedoelde dag.
2De consument oefent het recht, bedoeld in lid 1, uit door binnen de gestelde termijn een daartoe strekkende kennisgeving te richten tot de kredietgever. De kennisgeving is in lijn met de door de kredietgever ingevolge artikel 61 lid 2, onderdeel q , verstrekte informatie en wordt gedaan op een wijze die voor bewijs vatbaar is. De gestelde termijn is in acht genomen indien, een kennisgeving op papier of op een andere duurzame drager waarover de kredietgever beschikt en waartoe hij toegang heeft, vóór het verstrijken van de termijn is verzonden.
3In geval van ontbinding van de kredietovereenkomst overeenkomstig lid 1 betaalt de consument het kapitaal aan de kredietgever terug met de op dit kapitaal lopende rente vanaf de datum waarop het krediet is verstrekt tot de datum waarop het kapitaal wordt terugbetaald. De verschuldigde debetrente wordt berekend aan de hand van de overeengekomen debetrentevoet. De terugbetaling moet onverwijld en uiterlijk binnen 30 kalenderdagen na de verzending van de kennisgeving, bedoeld in lid 2, plaatsvinden.
4De kredietgever heeft bij toepassing van lid 1 geen recht op een andere vergoeding van de consument dan die welke verschuldigd is volgens lid 3, met uitzondering van de vergoeding voor niet voor terugbetaling in aanmerking komende kosten die de kredietgever aan een overheidsorgaan heeft betaald.
5Indien door de kredietgever of een derde partij op grond van een onderlinge overeenkomst een nevendienst in verband met de kredietovereenkomst wordt verricht, brengt de ontbinding van de kredietovereenkomst overeenkomstig lid 1, van rechtswege mee dat de consument niet langer aan de nevendienst gebonden is.
6Indien de consument overeenkomstig lid 1 een recht van ontbinding heeft, zijn andere bepalingen die een soortgelijk recht op ontbinding aan de consument toekennen, niet van toepassing.
7Lid 1 is niet van toepassing op overeenkomsten betreffende effectenkrediet.
Rechtspraak over Artikel 7:66 BW
6
2020-07-06
2020-07-06
2019-07-09
2017-11-21
Verwijzingen in dit artikel
1
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
1
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 7:61Vorm en inhoud kredietovereenkomst
- Artikel 7:61aKennisgeving van wijziging kredietvoorwaarden
- Artikel 7:62Kennisgeving van wijziging debetrentevoet
- Artikel 7:63Informatieverstrekking bij kredietovereenkomst met debetstand
- Artikel 7:64Melding van wijzigingen bij effectenkrediet
- Artikel 7:65Opzegging van kredietovereenkomst met onbepaalde looptijd
- Artikel 7:67Gevolgen ontbinding voor gelieerde kredietovereenkomst
- Artikel 7:68Vervroegde aflossing van kredietovereenkomst
- Artikel 7:69Overdracht van kredietovereenkomst
- Artikel 7:70Informatieplicht bij rekeningoverschrijding
- Artikel 7:70aRespijtmaatregelen voorafgaand aan invordering