Artikel 7:80 BW – Pandrecht op vervangende vordering
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 7. Bijzondere overeenkomsten › Titel 2a. Consumentenkredietovereenkomsten › Afdeling 2. Overige bepalingen betreffende consumentenkredietovereenkomsten · niet-officieel opschrift
1In afwijking van artikel 229 van Boek 3 ontstaat een pandrecht op een vordering tot vergoeding die in de plaats treedt van een zaak waarop tot zekerheid van de nakoming van de verbintenis van de consument een pandrecht als bedoeld in artikel 79 lid 1 is gevestigd, slechts voor het geval die zaak geheel teniet gaat.
2Een pandrecht op een vordering als bedoeld in het eerste lid eindigt van rechtswege:
a. indien de consument gelijkwaardige vervangende zekerheid stelt, of
b. zodra de consument drie vierde deel van de kredietsom heeft afgelost.
3De kredietgever, onderscheidenlijk de leverancier van de goederen of diensten, die tot inning van de in het eerste lid bedoelde verpande vordering overgaat, stelt de consument daarvan terstond schriftelijk in kennis. Daarbij deelt hij de consument mee dat deze in de gelegenheid is om gelijkwaardige vervangende zekerheid te stellen. Artikel 79 is niet van toepassing ten aanzien van de vervangende zekerheid.
4Artikel 229 van Boek 3 en het eerste tot en met het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing bij een eigendomsvoorbehoud ten aanzien van een zaak als bedoeld in artikel 79 .
Verwijzingen in dit artikel
1
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 7:74Begripsbepalingen consumentenkrediet
- Artikel 7:75Toepasselijkheid afdeling op kredietovereenkomsten
- Artikel 7:76Verbod op ongeoorloofde kredietvergoeding
- Artikel 7:77Verboden bedingen in kredietovereenkomsten
- Artikel 7:78Verbod van volmacht tot kredietovereenkomst
- Artikel 7:79Verbod op zekerheid bij consumentenkrediet
- Artikel 7:81
- Artikel 7:82Ontbinding van kredietovereenkomst door de rechter
- Artikel 7:83Afwijking ten nadele van de consument