Artikel 7:861 BW – Opzegging van borgtocht voor toekomstige verbintenissen
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 7. Bijzondere overeenkomsten › Titel 14. Borgtocht › Afdeling 2. Borgtocht, aangegaan buiten beroep of bedrijf · niet-officieel opschrift
1Een borgtocht die voor toekomstige verbintenissen is aangegaan, kan:
a. te allen tijde worden opgezegd, indien zij niet voor een bepaalde duur geldt;
b. na vijf jaren worden opgezegd, indien zij wel voor een bepaalde duur geldt.
2Na de opzegging duurt de borgtocht voor de reeds ontstane verbintenissen voort.
3Een borg is niet verbonden voor toekomstige verbintenissen tot vergoeding van schade, waarvoor de hoofdschuldenaar jegens de schuldeiser aansprakelijk is, voor zover de schuldeiser de schade had kunnen voorkomen door een toezicht als redelijkerwijs van hem gevergd kon worden.
4Een borg is evenmin verbonden voor toekomstige verbintenissen uit een rechtshandeling die de schuldeiser onverplicht heeft verricht, nadat hij bekend was geworden met omstandigheden die de mogelijkheid van verhaal op de hoofdschuldenaar aanmerkelijk hebben verminderd, zulks tenzij de borg uitdrukkelijk met de rechtshandeling heeft ingestemd of deze handeling geen uitstel kon lijden.
Rechtspraak over Artikel 7:861 BW
3
2020-09-23
2015-06-03
2006-06-27
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
1