Artikel 7:89 BW – Eigendomsovergang bij doorlopend goederenkrediet
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 7. Bijzondere overeenkomsten › Titel 2b. Goederenkrediet › Afdeling 1. Goederenkrediet betreffende roerende zaken, niet-registergoederen · niet-officieel opschrift
1De eigendom van een zaak die in het kader van een doorlopend goederenkrediet is voorbehouden, gaat van rechtswege over op de kredietnemer en een pandrecht op de gefinancierde zaak dat in het kader van een doorlopend krediet is gevestigd, eindigt van rechtswege, zodra de kredietnemer aflossingen heeft gedaan ter grootte van het verschil tussen de contante prijs van die zaak en het bedrag van de contante betaling betreffende het genot van die zaak, dan wel, indien geen contante betaling is gedaan, ter grootte van die contante prijs.
2Aflossingen worden toegerekend aan verschillende zaken in dezelfde volgorde als waarin met het verschaffen van het genot daarvan een aanvang is gemaakt, dan wel die zaken uit hoofde van de kredietovereenkomst zijn aangeschaft.
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
1
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 7:84Definitie en vormen van goederenkrediet
- Artikel 7:85Samenloop met titel 2A
- Artikel 7:86Vereisten overeenkomst van goederenkrediet
- Artikel 7:87Genot en gebruiksbevoegdheid van de kredietnemer
- Artikel 7:88Vervreemding van de afgeleverde zaak
- Artikel 7:90Terugvordering en ontbinding wegens niet-nakoming
- Artikel 7:91Bevel tot teruggave bij voorraad
- Artikel 7:92Verrekening bij ontbinding van kredietovereenkomst
- Artikel 7:93Bevel tot teruggave bij vonnis
- Artikel 7:94Retentierecht van de kredietnemer
- Artikel 7:95Teruggave van de zaak na betaling
- Artikel 7:96Gevolgen van ontbinding of vernietiging van samenhangende overeenkomsten
- Artikel 7:97
- Artikel 7:98Afwijking ten nadele van de kredietnemer
- Artikel 7:99
- Artikel 7:100Overeenkomstige toepassing op vermogensrechten