Artikel 8:1590 BW – Bevoegdheid tot het instellen van rechtsvorderingen
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 8. Verkeersmiddelen en vervoer › Titel 18. Overeenkomst van goederenvervoer over spoorwegen › Afdeling 4. Uitoefening van rechten · niet-officieel opschrift
1Behoudens de leden 3 en 4, zijn tot het instellen van de op de vervoerovereenkomst gegronde rechtsvorderingen gerechtigd:
a. de afzender tot het tijdstip waarop de geadresseerde
i. de vrachtbrief in ontvangst heeft genomen,
ii. de zaken heeft aangenomen of
iii. de hem krachtens artikel 1565 lid 3 of artikel 1566 lid 3 toekomende rechten heeft doen gelden;
b. de geadresseerde vanaf het tijdstip waarop hij
i. de vrachtbrief in ontvangst heeft genomen,
ii. de zaken heeft aangenomen of
iii. de hem krachtens artikel 1565 lid 3 of artikel 1566 lid 3 toekomende rechten heeft doen gelden.
2Het recht van de geadresseerde om een rechtsvordering in te stellen, vervalt zodra de door hem overeenkomstig artikel 1566 lid 5 aangewezen persoon de vrachtbrief in ontvangst heeft genomen, de zaken heeft aangenomen of de hem krachtens artikel 1565 lid 3 toekomende rechten heeft doen gelden.
3De rechtsvordering tot terugbetaling van een bedrag dat op grond van de vervoerovereenkomst betaald is, komt slechts toe aan degene die de betaling heeft gedaan.
4De rechtsvordering met betrekking tot rembours komt slechts toe aan de afzender.
5Om rechtsvorderingen in te stellen moet de afzender de duplicaat-vrachtbrief overleggen. Bij gebreke daarvan moet hij een machtiging van de geadresseerde overleggen of bewijzen dat deze laatste de zaken heeft geweigerd. Indien nodig moet de afzender het bewijs leveren van het ontbreken of het verlies van de vrachtbrief.
6Om rechtsvorderingen in te stellen moet de geadresseerde de vrachtbrief overleggen, indien deze aan hem is afgegeven.
Rechtspraak over Artikel 8:1590 BW
3
2021-09-08
2016-06-29
Verwijzingen in dit artikel
2
- Artikel 8:1565Aflevering van zaken aan de geadresseerde
- Artikel 8:1566Recht van beschikking over de zaken