Artikel 8:166 BW – Rekening en verantwoording door de boekhouder
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 8. Verkeersmiddelen en vervoer › Titel 3. Het zeeschip en de zaken aan boord daarvan › Afdeling 1. Rederij van het zeeschip · niet-officieel opschrift
De boekhouder is verplicht, zo dikwijls een terzake mogelijk bestaand gebruik dit medebrengt, doch in ieder geval telkens na verloop van een jaar en bij het einde van zijn beheer, binnen zes maanden aan de leden der rederij rekening en verantwoording te doen van zijn beheer met overlegging van alle bewijsstukken daarop betrekking hebbende. Hij is verplicht aan ieder van hen uit te keren wat hem toekomt.
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 8:160Rederij van het zeeschip
- Artikel 8:161Lidmaatschap van de rederij
- Artikel 8:162Redelijkheid en billijkheid tussen reders
- Artikel 8:163Boekhouder van de rederij
- Artikel 8:164Bevoegdheid van de boekhouder
- Artikel 8:165Inlichtingen- en inzagerecht van het lid der rederij
- Artikel 8:167Opneming en sluiting rekening boekhouder
- Artikel 8:168Goedkeuring van rekening en verantwoording
- Artikel 8:169Einde van de betrekking van de boekhouder
- Artikel 8:170Overneming van het aandeel van de boekhouder
- Artikel 8:171Besluitvorming binnen de rederij
- Artikel 8:172
- Artikel 8:173Verkoop van het schip bij gestaakte stemmen
- Artikel 8:174Overneming van aandeel bij geschil in rederij
- Artikel 8:175
- Artikel 8:176Bijdrageplicht van leden der rederij
- Artikel 8:177Winst- en verliesverdeling
- Artikel 8:178Bevoegdheid en verplichtingen van de boekhouder