Artikel 8:1674 BW – Aansprakelijkheid bij laden en lossen door derden
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 8. Verkeersmiddelen en vervoer › Titel 19. Ongevallen › Afdeling 2. Gevaarlijke stoffen aan boord van een spoorrijtuig · niet-officieel opschrift
1Indien de spoorwegonderneming bewijst dat de gevaarlijke stof tijdens de periode bedoeld in artikel 1671, tweede lid , is geladen of gelost onder de uitsluitende verantwoordelijkheid van een door hem bij name genoemde ander dan de spoorwegonderneming of zijn ondergeschikte, vertegenwoordiger of lasthebber, zoals de afzender of ontvanger, is de spoorwegonderneming niet aansprakelijk voor de schade als gevolg van een gebeurtenis tijdens het laden of lossen van de gevaarlijke stof en is die ander voor deze schade aansprakelijk overeenkomstig deze afdeling.
2Indien echter de gevaarlijke stof tijdens de periode bedoeld in artikel 1671, tweede lid , is geladen of gelost onder de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de spoorwegonderneming en een door de spoorwegonderneming bij name genoemde ander, zijn de spoorwegonderneming en die ander hoofdelijk aansprakelijk overeenkomstig deze afdeling voor de schade als gevolg van een gebeurtenis tijdens het laden of lossen van de gevaarlijke stof.
3Indien is geladen of gelost door een persoon in opdracht of ten behoeve van de vervoerder of een ander, zoals de afzender of de ontvanger, is niet deze persoon, maar de vervoerder of die ander aansprakelijk.
4Indien een ander dan de spoorwegonderneming op grond van het eerste of het tweede lid aansprakelijk is, kan die ander geen beroep doen op artikel 1673, vijfde lid en zesde lid, onderdeel b .
5Indien een ander dan de spoorwegonderneming op grond van het eerste of het tweede lid aansprakelijk is, zijn ten aanzien van die ander de artikelen 1678 tot en met 1680 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in geval van hoofdelijke aansprakelijkheid:
a. de beperking van aansprakelijkheid als bepaald krachtens artikel 1678, eerste lid , geldt voor het geheel der naar aanleiding van eenzelfde gebeurtenis ontstane vorderingen gericht tegen beiden;
b. een fonds gevormd door één van hen overeenkomstig artikel 1679 wordt aangemerkt als door beiden te zijn gevormd en zulks ten aanzien van de vorderingen waarvoor het fonds werd gesteld.
6In de onderlinge verhouding tussen de spoorwegonderneming en de in het tweede lid van dit artikel genoemde ander is de spoorwegonderneming niet tot vergoeding verplicht dan in geval van schuld van hemzelf of van zijn ondergeschikten, vertegenwoordigers of lasthebbers.
Verwijzingen in dit artikel
5
- Artikel 8:1671Toepassingsgebied van de afdeling
- Artikel 8:1673Aansprakelijkheid van spoorwegonderneming voor gevaarlijke stoffen
- Artikel 8:1678Beperking van aansprakelijkheid van de spoorwegonderneming
- Artikel 8:1679Fondsvorming voor beperking van aansprakelijkheid
- Artikel 8:1680Beperking van aansprakelijkheid en verdelingsprocedure
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
2
- Artikel 8:1673Aansprakelijkheid van spoorwegonderneming voor gevaarlijke stoffen
- Artikel 8:1677Hoofdelijke aansprakelijkheid bij gecombineerde schade
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 8:1670Begripsbepalingen gevaarlijke stoffen
- Artikel 8:1671Toepassingsgebied van de afdeling
- Artikel 8:1672Gevaarlijke stoffen in gestapeld vervoermiddel aan boord
- Artikel 8:1673Aansprakelijkheid van spoorwegonderneming voor gevaarlijke stoffen
- Artikel 8:1675
- Artikel 8:1676Niet-splitsbare schade door gevaarlijke stof
- Artikel 8:1677Hoofdelijke aansprakelijkheid bij gecombineerde schade
- Artikel 8:1678Beperking van aansprakelijkheid van de spoorwegonderneming
- Artikel 8:1679Fondsvorming voor beperking van aansprakelijkheid
- Artikel 8:1680Beperking van aansprakelijkheid en verdelingsprocedure