Artikel 8:360 BW – Aansprakelijkheid reder voor rompbevrachter
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 8. Verkeersmiddelen en vervoer › Titel 5. Exploitatie › Afdeling 1. Algemene bepalingen · niet-officieel opschrift
1De reder is naast een rompbevrachter met deze hoofdelijk aansprakelijk uit een deze laatste bindende rechtshandeling, die rechtstreeks strekt tot het in bedrijf brengen of houden van het schip. Onder rechtshandeling is hier het in ontvangst nemen van een verklaring begrepen.
2Het eerste lid is niet van toepassing indien aan degeen, met wie de daar genoemde rechtshandeling wordt verricht, kenbaar is gemaakt, dat de rompbevrachter de reder niet vermag te binden dan wel deze derde wist, of zonder eigen onderzoek moest weten, dat het in het eerste lid bedoelde doel werd overschreden.
3Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van vervoerovereenkomsten, overeenkomsten tot het verrichten van arbeid met de bemanning aangegaan en overeenkomsten als genoemd in afdeling 4 van titel 5 of afdeling 4 van titel 10 .
4Het eerste lid is niet van toepassing, wanneer aan de reder de feitelijke macht over het schip door een ongeoorloofde handeling was ontnomen en bovendien de schuldeiser niet te goeder trouw was.
5Hij, die loodsgelden, kanaal- of havengelden dan wel andere scheepvaartrechten voldoet ten behoeve van de reder, een rompbevrachter, een tijdbevrachter of de kapitein dan wel enige andere schuldenaar daarvan, wordt van rechtswege gesubrogeerd in de rechten van de schuldeiser van deze vorderingen.
Rechtspraak over Artikel 8:360 BW
2
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
1
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 8:361Definities exploitatieovereenkomsten
- Artikel 8:362Aansprakelijkheid bij exploitatieovereenkomst
- Artikel 8:363Aansprakelijkheid in de exploitatieketen
- Artikel 8:364Aansprakelijkheid jegens derden buiten overeenkomst
- Artikel 8:365Verweermiddel van ondergeschikte
- Artikel 8:366Maximering verhaal bij opzet of roekeloosheid
- Artikel 8:367