Artikel 8:3a BW – Begrip luchtvaartuig
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 8. Verkeersmiddelen en vervoer › Titel 1. Algemene bepalingen · niet-officieel opschrift
1In dit wetboek worden onder luchtvaartuigen verstaan toestellen die in de dampkring kunnen worden gehouden ten gevolge van krachten die de lucht daarop uitoefent, met uitzondering van toestellen die blijkens hun constructie bestemd zijn zich te verplaatsen op een luchtkussen, dat wordt in stand gehouden tussen het toestel en het oppervlak der aarde.
2Het casco, de motoren, de luchtschroeven, de radiotoestellen en alle andere voorwerpen bestemd voor gebruik in of aan het toestel, onverschillig of zij daarin of daaraan zijn aangebracht dan wel tijdelijk ervan zijn gescheiden, zijn bestanddeel van het luchtvaartuig.
3Bij algemene maatregel van bestuur kunnen zaken die geen luchtvaartuigen zijn, voor de toepassing van bepalingen van dit wetboek als luchtvaartuig worden aangewezen, dan wel bepalingen van dit wetboek niet van toepassing worden verklaard op zaken die luchtvaartuigen zijn.
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 8:1Begrip schip en scheepstoebehoren
- Artikel 8:2Begrip zeeschip en zeevissersschip
- Artikel 8:3Begrip binnenschip
- Artikel 8:3bBegripsbepalingen spoorvervoer
- Artikel 8:4
- Artikel 8:5Begrip opvarenden
- Artikel 8:6Kapitein en schipper als bemanningslid
- Artikel 8:7
- Artikel 8:8Begrip bagage
- Artikel 8:9
- Artikel 8:10Begrip reder
- Artikel 8:11
- Artikel 8:12Nietigheid wegens strijd met dwingend recht
- Artikel 8:13Onverlet laten van kernschaderegelingen
- Artikel 8:14